Beheerkwaliteitsplan 2026 – 2035 Gemeente Wijk bij DuurstedeSamenvatting Inleiding Deze rapportage betreft het Beheerkwaliteitsplan (BKP) van de gemeente Wijk bij Duurstede, dat een kader biedt voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte van 2026 tot
(20202025)is tijdelijk extra budget vrijgemaakt (€ 500.000 per jaar) om achterstanden van alle beheeronderdelen weg te werken. Ondanks dat er veel achterstanden zijn weggewerkt bleek dit budget niet voldoende om alle achterstanden aan te pakken. Ook is het vervangingsbudget afgelopen twee jaren niet meegegroeid met de daadwerkelijk benodigde indexatie. Hierdoor zijn nieuwe achterstanden ontstaan, nog voordat de al bestaande achterstanden weggewerkt waren. De achterstanden op het gebied van wegen zijn recenter, namelijk de afgelopen periode ontstaan. Dit komt onder andere door het uitstellen van onderhoud op wegen waardoor eerder vervangingen noodzakelijk zijn, maar ook door de grote prijsstijgingen van olie. Deze zijn de afgelopen jaren fors gestegen, tot 25% en zijn grotendeels niet geïndexeerd. Olie is noodzakelijk voor transport, maar ook voor asfalt en PVC dat deels uit olie bestaat. De markt rekent deze kosten wel door. Vrijgegeven kredieten voor projecten Reeds vrijgegeven kredieten voor projecten worden niet geïndexeerd. Dit komt doordat deze kredieten vooraf worden ‘vastgezet’, wat betekent dat de geraamde bedragen zoals vastgesteld in de projectbegroting 1:1 worden overgenomen bij de kredietverlening. Op het moment dat het krediet wordt vrijgegeven, vindt er vanuit de financiële administratie geen aanpassing meer plaats op basis van inflatie of andere prijsontwikkelingen. Hierdoor blijft het beschikbaar gestelde bedrag gelijk aan de oorspronkelijke raming, ongeacht eventuele prijsstijgingen in de markt. Als een project onverhoopt een of twee jaar later aanbesteed wordt dan wordt het krediet dus niet verhoogd. In dit nieuwe BKP wordt hierop geanticipeerd door te werken met kleine voorbereidingskredieten, waarin eerst alle noodzakelijke onderzoeken, afstemming en werkzaamheden/processen worden doorlopen. Het projectkrediet wordt pas aangevraagd als het daadwerkelijk op korte termijn kan starten. Dit wordt aangevraagd in de kadernota of er worden bezuinigingsvoorstellen opgesteld om hierop te anticiperen. Om de onderhoudsachterstand in te lopen is naast het onderhoudsbudget extra budget nodig. Er is in totaal circa € 4.575.000 aan achterstand. Hierna is opgesomd hoeveel dit bedraagt per discipline: Groen: circa € 2,2 miljoen. Dit bestaat voornamelijk uit achterstanden in begeleidings en onderhoudssnoei bij bomen en daarnaast achterstand in vervanging van beplanting. Achterstanden in snoei bij bomen veroorzaken technische problemen, wat kan leiden tot onveiligheid. Wegen: circa € 2,0 miljoen. Dit bestaat met name uit achterstanden in groot onderhoud, waarbij levensduurverlengde maatregelen worden toegepast. Civiele kunstwerken: circa €375.000 Dit bestaat uit diverse werkzaamheden die afgelopen jaren vanwege een te kort aan budget zijn doorgeschoven. Het gaat om onderhoud aan en vervangen van enkele bruggen en om voegwerk in keermuren in de Geer. 4Scenario’s Met alle basisgegevens in beeld kunnen we kijken naar scenario’s. Voor het meenemen van maatschappelijke opgaven gaan we uit van een apart scenario. De keuze voor het meest ideale “technische” scenario brengt een dilemma met zich mee. We willen voldoende bijdragen aan de vitaliteit van de samenleving én we zien ook de financiële beperkingen die de huidige situatie met zich meebrengt. We werken op basis van beeldkwaliteit. Hier zijn de budgetten nu ook op gebaseerd. Bij onvoldoende budget voor een bepaalde kwaliteit simpelweg de ambitie op het gebied van beeldkwaliteit naar beneden bijstellenis wat ons niet het meest ideale scenario. Meenemen maatschappelijke opgaven Zoals aangegeven in paragraaf 1.2 is voor diverse beleidsplannen in het verleden geen structureel budget vastgesteld. Daarom wordt per project gekeken wat de mogelijkheden zijn om deze beleidsdoelstellingen mee te nemen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de beleidsadviseurs. Hierbij past het scenario: “Wat binnen het huidige budget vanuit de beleidsopgaven past” (waarbij huidig budget kan fluctueren tijdens looptijd BKP). Dit scenario is een aanvulling op de scenario’s over de technische kwaliteit en beeldkwaliteit die hierna staan beschreven. 4.10scenario In deze paragraaf beschrijven we het zogenoemde 0scenario. In dit scenario krijgt de gemeente geen aanvullende middelen. Oftewel alle onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de bestaande middelen. Aangezien de huidige middelen onvoldoende zijn om het gewenste en afgesproken kwaliteitsniveau op de lange termijn te borgen, brengt dit scenario een aantal risico’s en gevolgen met zich mee. Het kan leiden tot de volgende consequenties: Afnemende beeldkwaliteit Een keuze kan zijn om de beeldkwaliteit te verlagen, omdat het niet mogelijk is om met de huidige middelen het kwaliteitsniveau te behalen. Dit is ook terug te zien buiten, omdat er veel achterstanden zijn. Minder frequent onderhoud leidt tot een slordiger en minder verzorgde openbare ruimte, zoals meer onkruid, zwerfvuil, overgroei van randen of vuilere bankjes. Opbouw van meer achterstanden Op lange termijn bouwen achterstanden zich op. Omdat er minder dagelijks onderhoud wordt gepleegd, neemt de technische kwaliteit sneller af en bereiken de beheeronderdelen eerder het eind van de levensduur. Een voorbeeld is dat gaten en scheuren in asfalt eerder worden toegelaten. Kortom, hogere kosten op de lange termijn (door noodreparaties of vervroegde vervanging). Waardevermindering Door achterstanden verliezen kapitaalgoederen (zoals wegen, groen en speeltoestellen) sneller hun waarde, wat leidt tot hogere vervangingskosten in de toekomst. Hoge herstelkosten Het opkrikken van een D naar een Cniveau is relatief duur ten opzichte van het opkrikken van een C naar een Bniveau. Toename van klachten en meldingen Een verslechterende kwaliteit zal leiden tot meer meldingen van inwoners. Daarnaast kost dit ook extra tijd voor de aannemers en binnendienstmedewerkers, omdat zij deze moeten afhandelen. Toename ongewenst gedrag Daarnaast kan een rommelige omgeving ook ongewenst gedrag aantrekken, zoals vandalisme, criminaliteit of andere vormen van verstoring. Gedragsverandering Bij het slechter onderhouden van groen, verharding of wanneer minder vaak zwerfvuil wordt geruimd ontstaat sneller verloedering. Hierdoor kunnen inwoners zich minder veilig voelen en ook minder verantwoordelijk wat leidt tot verminderd gemeenschapsgevoel. Afname sociale cohesie Slechter onderhouden openbare ruimtes, zoals speeltuinen, plantsoenen en dergelijke worden minder gebruikt als ontmoetingsplekken. Minder contact biedt minder kansen voor sociale interactie, waardoor er een afname is in sociale cohesie. Kwaliteitsniveau C Kwaliteitsniveau C is niet voor elk type areaal geschikt. In sommige gevallen lijkt dit op korte termijn een besparing op te leveren bij bepaalde beheergroepen, maar op de lange termijn leidt het vaak tot hogere kosten. De CROW omschrijft het ook wel als: functioneel, maar met zichtbare slijtage of achteruitgang. Bijvoorbeeld bij wegen betekent het hanteren van dit kwaliteitsniveau dat dagelijks onderhoud wordt uitgesteld of dat meer schade wordt geaccepteerd. Dit vergroot de kans op versnelde slijtage en mogelijk ook op vervroegde afschrijving, wat uiteindelijk leidt tot hogere vervangingskosten. Hierna is aangegeven waar kwaliteitsniveau C zich niet goed voor leent: Groen – onkruidbeheersing. Bij kwaliteitsniveau C mogen pollen voorkomen, waardoor je gemiddeld langer bezig bent met schoffelen. Daarnaast is het fysiek zwaarder en belastender voor de gezondheid. Verharding. Er mogen meer scheuren/gaten voorkomen, wat leidt tot meer klachten/meldingen. Daarnaast ben je eerder toe aan vervanging omdat dagelijks en groot onderhoud wordt uitgesteld, waardoor op lange termijn hogere vervangingskosten ontstaan. Meubilair. Slecht onderhouden meubilair (schade, roest e.d.) wekt een gevoel van onveiligheid op bij bewoners. Dit verhoogt de kans op klachten/meldingen en vermindert de sociale cohesie. Reiniging. Wanneer meer vuil (zwerfvuil, zand, natuurlijk afval) op straat mag liggen verrommelt het straatbeeld. Het vuil komt uiteindelijk ook eerder in (straat)kolken terecht. Dit kan leiden tot verstopping van kolken en op termijn mogelijk voor problemen in de riolering, met bijbehorende hoge kosten. Tevens zorgt zwerfvuil landelijk gezien voor de meeste meldingen van bewoners. Voor dit scenario dienen we jaarlijks €575.000 te bezuinigen op dagelijks en groot onderhoud ten opzichte van het budget dat nodig is om de huidige vastgestelde beeldkwaliteit te behouden. Voor het vervangingsbudget betekent dit dat het te besteden jaarlijkse budget €1,7 miljoen is, in plaats van de theoretisch benodigde €3,9 miljoen. Om deze bezuiniging te halen voor dagelijks en groot onderhoud kan de beeldkwaliteit naar beneden worden bijgesteld. Indien alles op Cniveau wordt onderhouden is theoretisch 3,8 miljoen benodigd voor dagelijks en groot onderhoud. Echter een Cniveau of zelfs D niveau is voor veel onderdelen niet wenselijk of zelfs niet mogelijk. Er is daarom gekeken naar een combinatie van maatregelen om binnen het huidige budget te kunnen blijven beheren. Een deel van deze maatregelen is reeds opgenomen in de kaderbrief
- Een ander deel is aanvullend daarop. Het gaat niet alleen om besparingsmaatregelen, maar ook om het verschuiven van budget (voornamelijk maatwerkbudget) van buiten het BKP naar in het BKP. Zie bijlage 1 voor de maatregelen. Met een beschikbaar budget van € 1,7 miljoen voor vervangingen kunnen de technische noodzakelijke vervangingen gedurende de eerste twee tot drie jaar worden uitgevoerd om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen. Tegenvallers (inclusief prijsstijgingen) en calamiteiten kunnen niet binnen dit budget opgevangen worden. Mocht voor dit scenario worden gekozen, zal na maximaal 2 jaar onderzocht moeten worden, hoe onveiligheid en kapitaalvernietiging voorkomen moet worden of hoe hierop geanticipeerd zal worden. Invloed op beeldkwaliteit Bij dit scenario daalt de beeldkwaliteit, zonder andere maatregelen, voor meerdere beheeronderdelen richting D niveau. Beeldkwaliteit D is geen niveau dat als ambitie gekozen kan worden omdat bij beeldkwaliteit D kapitaalvernietiging kan voor komen. Door het inzetten van maatregelen zoals het verminderen van het areaal speeltoestellen, het vroegtijdig kappen van zieke Essen, chemische onkruidbeheersing en het verminderen van maatwerk wordt D niveau voor de meeste beheeronderdelen voorkomen. Zie bijlage 1 voor alle te nemen maatregelen bij dit scenario. Extra benodigd budget in begroting Voor dit scenario is geen extra budget nodig. 4.2Huidige kwaliteitsscenario In deze paragraaf beschrijven we het huidige kwaliteitsscenario. In dit scenario gaat de gemeente uit van een situatie waarin alle benodigde aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld, zoals berekend op basis van de gewenste en afgesproken kwaliteitsniveaus. Dit houdt in dat voor dagelijks en groot onderhoud jaarlijks 4,3 miljoen beschikbaar wordt gesteld (+ €575.200 t.o.v. huidige budget)en voor vervanging (investeringen) jaarlijks 3,9 miljoen incl. vat (+€2,2 miljoen t.o.v. huidige budget). In dit scenario is niet uitgegaan dat de achterstanden zijn weggewerkt. Daarnaast gaat dit scenario, en de onderliggende berekening, uit van een areaal met een evenwichtige leeftijdsopbouw. Dit betekent dat het benodigde budget per jaar gemiddeld passend is als je kijkt naar een langere periode (minimaal 50 jaar). De huidige situatie (in een groot deel van Nederland) laat echter zien dat de openbare ruimte in de woonwijken uit de jaren 60/70/80 de komende jaren aan vervanging toe is. Dit zien we concreet als we kijken naar het huidige bomenbestand in onze gemeente. Maar ook voor het overige areaal geldt dit (deels). Invloed op beeldkwaliteit Bij dit scenario blijft de huidige beeldkwaliteit in stand. Extra benodigd budget in begroting Het extra benodigd budget in de meerjarenbegroting loopt op van €575.200 in 2026 en 2027 tot circa €1.236.500 in
- Het gaat hierbij om het extra benodigde budget voor dagelijks en groot onderhoud plus de kapitaalslasten voor de jaarlijkse extra investering van €2,2 miljoen. 4.3Pragmatisch scenario Met het ‘Pragmatisch scenario’ wordt gewerkt richting eerdergenoemde doelen en voordelen én wordt rekening gehouden met de huidige financiële situatie. Het is geen ideaal scenario, maar wel een betaalbaar scenario. Dat betekent dat keuzes gemaakt moeten blijven worden. Een deel van de maatregelen uit het 0scenario geldt ook voor dit scenario. Door deze maatregelen door te voeren kan voor de overige onderdelen het dagelijks en groot onderhoud uitgevoerd blijven worden zoals nu al het geval is. Met dit scenario gaat de kwaliteit van de openbare ruimte op onderdelen wel achteruit en schuiven we als gemeente een deel van de benodigde investeringen voor ons uit. De risico’s die genoemd staan bij het 0scenario gelden, zij het in mindere mate, ook voor dit scenario. Door te kunnen starten met de Wijk voor wijk voor Wijk aanpak geeft dit scenario wel ruimte om zoveel mogelijk bij te dragen aan een leefbare, vitale leefomgeving. In dit scenario vragen we circa € 210.000 extra per jaar aan voor dagelijks en groot onderhoud en € 1,5 miljoen per jaar extra voor vervanging. Dit valt binnen de kaders zoals opgenomen in de Kaderbrief
- Invloed op beeldkwaliteit Bij dit scenario daalt de beeldkwaliteit voor de onderdelen belijning en markeringen naar Dniveau. En het onderhoudsniveau van openbare verlichting en meubilair daalt naar C niveau. Voor de overige beheeronderdelen blijft verlaging van de beeldkwaliteit beperkt omdat we als gemeente inzetten op andere maatregelen. Het gaat dan onder andere om de vermindering van het areaal speeltoestellen en het verminderen van maatwerk. Zie voor alle maatregelen bij dit scenario bijlage
- Extra benodigd budget in begroting Het extra benodigd budget in de meerjarenbegroting loopt op van €210.200 in 2026 en 2027 tot circa €382.500 in 2030 en €661.000 in
- Het gaat hierbij om het extra benodigde budget voor dagelijks en groot onderhoud plus de kapitaalslasten voor de jaarlijkse extra investering van €1,5 miljoen. 5Conclusies, aanbevelingen en uitvoering In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen uitgewerkt. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven voor de uitvoering van dit BKP. 5.1Conclusie De keuze voor een scenario dat past binnen de financiële middelen of het scenario dat we wensen voor het nieuwe BKP brengt een dilemma met zich mee. We willen voldoende bijdragen aan de vitaliteit van de samenleving én we zien ook de financiële beperkingen die de huidige situatie met zich meebrengt. Het Pragmatische scenario houdt rekening met beide. Hiermee wordt gewerkt aan maatschappelijke doelen binnen de huidige financiële kaders. De kaders van dit BKP gelden voor een periode van 10 jaar. Halverwege wordt de financiële situatie geevalueerd en de benodigde budgetten opnieuw berekend. Indien de financiële situatie het toelaat wordt het “huidige kwaliteitsscenario” dan geactualiseerd en alsnog voorgelegd als meest ideale scenario. 5.2Aanbevelingen Hierna zijn een aantal aanbevelingen benoemd. Monitor tussentijds de impact Halverwege de looptijd van het BKP wordt een evaluatie uitgevoerd op met name de kwaliteit van de openbare ruimte, waarbij vooral gekeken wordt naar de ontwikkeling van achterstanden. Deze achterstanden worden opnieuw doorgerekend, zodat deze informatie gedeeld kan worden met het bestuur. Daarnaast is het van belang om te toetsen of het aantal meldingen is toegenomen. Samenwerking t.b.v. maatschappelijke opgaven We onderzoeken of samenwerking met externe partijen mogelijk is om maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie of vergroening te integreren binnen lopende projecten. Op die manier is geen extra budget benodigd vanuit het BKP. Communicatiebestuur Rapporteer jaarlijks als er sprake is van (forse) indexatie/inflatie en geef het in procenten aan, zodat het bestuur bewust is van de kostenontwikkeling. Communiceer ook over de evaluatie en de genomen keuzes. Optimaliseer de Wijk voor Wijk voor Wijk aanpak Combineer onderhoud, vervanging en maatschappelijke opgaven om efficiënter en duurzamer te werken. Stel daarnaast een meerjarenplanning op waarin alle projecten zijn benoemd, inclusief benodigde middelen per wijk. 5.3Uitvoering Het slagen van dit plan staat of valt met de uitvoering ervan. Het BKP wordt gebruikt als kader voor de bedrijfsvoering en professionalisering. Het plan geeft de kaders weer op basis waarvan het beheer en onderhoud georganiseerd wordt. Om het BKP een succes te laten worden is het raadzaam een implementatietraject op te zetten. Deze paragraaf geeft de belangrijkste onderdelen van de implementatie aan. Plan-Do-Check-Act Professioneel beheren bestaat uit een aantal bouwstenen. Het vaststellen van de ambitie met bijbehorende budgetten is daarbij het startpunt. De volgende stap is het vertalen daarvan in een uitvoeringsplan. Tijdens plannen en voorbereiden zetten we de projecten uit het uitvoeringsplan om in opdrachten voor de eigen dienst of derden (plannen en voorbereiden). De vierde stap is het daadwerkelijk uitvoeren van het beheer van de openbare ruimte. Deze stap bevat zowel dagelijks en groot onderhoud als ook vervanging. Het volgen en analyseren (monitoren) van de gestelde doelen is minstens zo belangrijk. Het volgen en analyseren levert informatie voor evalueren en (bij)sturen en geeft transparantie en inzicht. Daarnaast kan de informatie gebruikt worden voor het informeren van raad en inwoners. Figuur 12 PDCAcyclus Beleid en strategie Dit BKP vormt samen met het Water Rioleringsprogramma (WRP) en overkoepelende beleidsplannen als het Groenstructuurplan en het Verkeers en Vervoerplan de invulling van de bouwsteen beleid en strategie. Beheren en programmeren De uitwerking van het beleid vindt plaats in het integrale uitvoeringsplan (IUP), In dit plan staat op hoofdlijnen hoe het dagelijks en groot onderhoud voor de verschillende beheeronderdelen is georganiseerd. Daarnaast bevat dit plan een overzicht van de geplande vervangingsprojecten voor de komende 10 jaar. Zowel de volgorde van de Wijk voor wijk voor Wijk aanpak als de kleinere integrale projecten. Het integrale uitvoeringsplan is een werkdocument dat eenmaal in de twee jaar aangepast wordt. Nieuwe ontwikkelingen vanuit de bouwsteen beleid en strategie en monitoringsgegevens vanuit de bouwstenen monitoren en analyseren en evalueren en bijsturen vormen hiervoor de basis Plannen en voorbereiden Op het moment dat alle uitvoeringswensen bekend zijn bereiden we de werkzaamheden voor in de bouwsteen plannen en voorbereiden. Hieronder valt onder andere het opstellen en aanbesteden van bestekken en werkvoorbereiding voor (integrale) projecten. Bouwen en onderhouden In de bouwsteen bouwen en onderhouden vindt de uitvoering van de onderhouds en vervangingswerkzaamheden plaats. Monitoren en analyseren Om verantwoording af te leggen aan de raad stellen we jaarlijks een dashboard op met daarin zowel de behaalde beeldkwaliteit als de technische kwaliteit van de belangrijkste beheeronderdelen. Evalueren en bijsturen De resultaten van de monitoring en technische inspecties gebruiken we om de beheercyclus te evalueren en waar nodig bij te stellen. Bijlage1:Te nemen maatregelen dagelijks en groot onderhoud bij 0scenario Maatregelen en keuzes die invloed hebben op het BKP Benodigd budget BKP Beschikbaar budget begroting 2025 Tekort (-) basis € 4.351.660 € 3.776.500 € -575.160 na verwerking maatregelen € 3.894.460 € 3.895.300 € 840 Maatregelen in bijlage kaderbrief Alleen herstellen van locaties met markeringen op kwaliteitsniveau D € -15.000 Herstraten - minder maatwerk, meer hergebruik (klein onderhoud) € -10.000 Toepassen lavaconcept in plantvakken € -4.200 maaiwerk in eigen beheer (huiswerk) € -25.000 Verkleinen areaal speeltoestellen € -41.000 Maatregelen buiten de kaderbrief Essen; direct kappen ipv controleren -€ 66.000 Onderhoud asfalt versoberen (bakfrezen) (groot onderhoud) -€ 10.000 Chemische onkruidbeheersing op verharding met RoundUp -€ 100.000 klein onderhoud straatwerk eigen beheer -€ 25.000 Verlagen benodigde budget dagelijks- en grootonderhoud verhardingen -€ 10.000 Onderhoud bij renoveren - niet onkruidvrij € -48.000 Onderhoud openbare verlichting naar C niveau € -72.000 Onderhoud meubilair naar C niveau € -31.000 Aanvullende keuzes en heroverwegingen Aframen "mooier groen" en middelen toevoegen aan budget BKP € 50.000 Beeindigen van bestrijden Eikenprocessierups en middelen toevoegen aan budget BKP € 9.500 Overige kleine geraamde groenbudgetten en middelen toevoegen aan het budget BKP € 19.800 Aframen maatwerkbudget openbare verlichting en middelen toevoegen aan budget BKP € 4.500 Aframen budget verkeersmaatregelen (maatwerk) en middelen toevoegen aan BKP € 35.000 Bijlage2:Te nemen maatregelen dagelijks en groot onderhoud bij Pragmatisch scenario Maatregelen en keuzes die invloed hebben op het BKP Benodigd budget BKP Beschikbaar budget begroting 2025 Tekort (-) basis € 4.351.660 € 3.776.500 € -575.160 na verwerking maatregelen € 4.105.460 € 3.895.300 € -210.160 Maatregelen in bijlage kaderbrief Alleen herstellen van locaties met markeringen op kwaliteitsniveau D € -15.000 Herstraten - minder maatwerk, meer hergebruik (klein onderhoud) € -10.000 Toepassen lavaconcept in plantvakken € -4.200 maaiwerk in eigen beheer (huiswerk) € -25.000 Verkleinen areaal speeltoestellen € -41.000 Maatregelen buiten de kaderbrief Onderhoud bij renoveren - niet onkruidvrij € -48.000 Onderhoud openbare verlichting naar C niveau € -72.000 Onderhoud meubilair naar C niveau € -31.000 Aanvullende keuzes en heroverwegingen Aframen "mooier groen" en middelen toevoegen aan budget BKP € 50.000 Beeindigen van bestrijden Eikenprocessierups en middelen toevoegen aan budget BKP € 9.500 Overige kleine geraamde groenbudgetten en middelen toevoegen aan het budget BKP € 19.800 Aframen maatwerkbudget openbare verlichting en middelen toevoegen aan budget BKP € 4.500 Aframen budget verkeersmaatregelen (maatwerk) en middelen toevoegen aan BKP € 35.000