Toezichtskader kwaliteit en rechtmatigheid WMO 2015 en Jeugdwet Zeeland1.Inleiding Met de invoering van de Wmo 2015 (hierna: Wmo) en Jeugdwet heeft de wetgever de integrale verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze wetten, waaronder de kwaliteit van de geboden ondersteuning bij de gemeenten belegd. De gemeenten moeten bij verordening regels stellen over de kwaliteit van de ondersteuning en adequaat toezien op de naleving van de gestelde kwaliteitseisen. Gemeenten zijn ook verantwoordelijk voor het toezicht op de recht- en doelmatige uitvoering van de wet en de handhaving. De Wmo en Jeugdwet geeft gemeenten beleidsvrijheid om kwaliteitseisen, de inrichting van het toezicht en de handhavings- mogelijkheden vast te leggen in de verordening en contracten met aanbieders. De gemeenten in de regio Zeeland hebben het beleidsplan toezicht en naleving jeugdwet 2024-2027 opgesteld. In dit beleidsplan staat een beleidskader. In dit kader wordt ingegaan op zowel toezicht als handhaving. In het beleidsplan is draagvlak gecreëerd voor het implementeren van het Zeeuws model. Zeeuws model Het Zeeuws model is gebaseerd is op de VNG Routekaart en bevat de volgende stappen: Aansluiting bij het Informatie Knooppunt Zorgfraude (stichting IKZ); is nu bij wet geregeld. Het opstellen van een Zeeuwse visie en beleidsplan voor toezicht en handhaving binnen de Wmo en Jeugdwet; Het Zeeuws breed inrichten van het toezicht; Het inrichten van de noodzakelijke interne processen. In het onderhavige toezichtskader worden de uitgangspunten uit het Zeeuwse beleidskader verder uitgewerkt. De afspraken binnen de regio Zeeland zijn dat de toezichthouders (tijdelijk) gepositioneerd worden bij de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio. De aanwijzing van de toezichthouders is door de gemeenten gemandateerd aan de GR. 1.1Visie Uitgangspunten van toezicht, zie voor verdere uitwerking bijlage 1 Toezicht en handhaving zijn gebaseerd op gezond vertrouwen; Integraal toezicht doen we samen; Preventie waar het kan, repressie waar nodig; We zoeken de verbinding tussen ‘harde’ en ‘zachte’ controle; We werken samen aan een lerende aanpak; We werken proactief/risicogericht en aanvullend signaal gestuurd/reactief. 1.2Samenwerking Voor de Jeugdwet ligt de verantwoordelijkheid voor het kwaliteitstoezicht bij de rijksinspecties. De Zeeuwse gemeenten hebben het calamiteitentoezicht belegd bij de GGD (Geestelijke Gezondheidsdienst). De GGD voert dit toezicht uit voor alle 13 gemeenten in Zeeland. Het toezicht op de kwaliteit en rechtmatigheid binnen de WMO en de rechtmatigheid binnen de Jeugdwet voeren de toezichthouders van Zorgfraudebestrijding Zeeland uit. Waar mogelijk wordt de samenwerking gezocht met andere ketenpartners. 1.3Doel Met het toezichtskader is namens de Zeeuwse gemeenten een kader opgesteld, om zowel de kwaliteit van de ondersteuning als de recht- en doelmatigheid ervan te waarborgen. De ondersteuning moet beschikbaar en toegankelijk zijn, maar ook duurzaam gericht op de toekomst. Dit kader geeft inzicht in bevoegdheden, taken en mogelijkheden over het toezicht binnen de Wmo en de Jeugdwet. 1.4Reikwijdte toezichtskader Dit toezichtskader heeft betrekking op de aanbieders die ondersteuning of jeugdhulp leveren binnen de Wmo en Jeugdwet. We verstaan hier onder aanbieders die op basis van contractuele afspraken zorg in natura (ZIN) leveren, maar ook op aanbieders die ingezet worden via een persoonsgebonden budget (pgb). Toezicht binnen de uitvoering van de Participatiewet blijft buiten dit document. 1.5Wettelijke kaders Zoals eerder genoemd zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van zowel de Wmo als de Jeugdwet. In artikel 6.1 lid 1 van de Wmo is de wettelijke grondslag van de toezichthoudende taak vanuit gemeenten opgenomen. Hierin staat omschreven dat gemeenten personen aanwijzen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van de Wmo. Deze toezichthouders hebben bevoegdheden zoals opgenomen in de artikelen 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Jeugdwet omschrijft in artikel 9.1 en 9.2 de toezichthoudende taak van de IGJ op grond van kwaliteit. Het toezicht op de rechtmatigheid en doelmatigheid door gemeenten wordt omschreven in paragraaf 6b. van de Regeling Jeugdwet. Op grond van artikel 2.9 van de Jeugdwet dient de gemeenteraad in de verordening ook regels op te stellen over onder andere de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een pgb, en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Naast de wettelijke eisen en gestelde eisen in de gemeentelijke verordeningen hebben gemeenten op grond van het privaatrecht overeenkomsten gesloten met aanbieders. Deze overeenkomsten vallen onder het verbintenissenrecht hetgeen geregeld is in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. 1.5.1Contractuele afspraken In het Sociaal Domein hebben we zoals hiervoor is weergegeven te maken met het bestuursrecht en het privaatrecht. Bij Zorg in Natura (ZIN) kopen de gemeenten rechtstreeks ondersteuning in bij aanbieders. Op basis van de gesloten overeenkomsten verbindt een aanbieder zich tegenover de gemeente om de benodigde ondersteuning te leveren volgens de afgesproken voorwaarden. Dit is op basis van het privaatrecht. Een contractmanager kan de contracten monitoren en sturen op de naleving van de contractuele voorwaarden. Dit valt ook onder het privaatrecht en omschrijft de opdracht tussen gemeente en aanbieder. De gemeenten binnen Zeeland sluiten met aanbieders privaatrechtelijke overeenkomsten ten aanzien van de uitvoering van de Wmo. Hierin zijn naast de wettelijke eisen en de gestelde eisen uit de verordening ook contractuele eisen opgenomen. Deze overeenkomsten vallen onder het verbintenissenrecht, zoals geregeld in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van artikel 2.1.3 Wmo legt de gemeente in de verordening regels vast over de uitvoering van de ondersteuning, waaronder de kwaliteitseisen die worden gesteld aan de voorzieningen en op welke wijze wordt beoordeeld of een inwoner voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt. Hetgeen in de verordening is geregeld is bestuursrecht. Dit zijn veelal de afspraken tussen de gemeente en de inwoner, maar hierin staan ook eisen opgenomen over de kwaliteit van de voorzieningen. Dit betekent dat de eisen aan de voorzieningen uit de contracten (privaatrechtelijk) overeen moeten komen met de eisen aan de voorzieningen in de verordening (bestuursrechtelijk). Zo is ook voor de inwoner duidelijk aan welke voorwaarden de aanbieder moet voldoen. 1.5.2Bevoegdheden bestuursrecht vs privaatrecht 1.5.3 Wmo Er is geen specifieke regelgeving voor het uitvoeren van rechtmatigheidscontroles binnen de Wmo. Voor het uitvoeren van controles binnen de Wmo hanteren wij de uitgangspunten zoals opgenomen in de Regeling Jeugdwet. Dit toezichtskader is daarom ook van toepassing voor de gecontracteerde zorgvormen op basis van de Wmo. 1.5.4Proportionaliteit en subsidiariteit Bij de uitvoering van de controles dient de toezichthouder altijd de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht te nemen. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in deze in dat de gevraagde inspanning door de aanbieder in een acceptabele verhouding moet staan tot het controledoel. Subsidiariteit betekent dat de gemeenten het minst ingrijpende middel moeten inzetten om het controledoel te bereiken. De subsidiariteit is met name van belang als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens. Hier geldt: er worden niet meer persoonsgegevens verwerkt dan noodzakelijk is om het vastgestelde controledoel te kunnen behalen. 1.5.5Openbaarmaking onderzoeksrapport De mogelijkheid van openbaarmaking van rapporten is geregeld in de Wet open overheid (Woo). Een gemeente weegt bij het openbaar maken van het rapport het algemeen belang van openbaarmaking af tegen het belang van de betrokkenen (de aanbieder). Onevenredige benadeling door openbaarmaking moet worden voorkomen. In artikel 5.1 van de Woo zijn uitzonderingsgronden van openbaarmaking opgenomen. Een rapport wordt onder andere niet openbaar gemaakt indien het belang van openbaar- making niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit is geregeld in artikel 5.1 lid 2 sub e van de Woo. Het is aan de gemeenten of een onderzoeksrapport openbaar wordt gemaakt. 1.6Verdeling van verantwoordelijkheden Verantwoordelijkheden op gebied van de maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zijn bij verschillende partijen belegd. Daar gaan we in deze paragraaf verder op in. 1.6.1Rijksoverheid De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het stelsel en de wettelijke kaders, in dit geval de Wmo en Jeugdwet. Voor de Jeugdwet heeft het ministerie het toezicht op kwaliteit belegd bij de rijksinspecties. Toezicht op de rechtmatigheid in de Jeugdwet is geen verantwoordelijkheid van de rijksoverheid en is dus ook niet belegd bij het team Zorgfraudebestrijding Zeeland. 1.6.2Gemeentebestuur Vanuit de wet- en regelgeving heeft het gemeentebestuur een belangrijke rol bij de maatschappelijke ondersteuning en bij de jeugdhulp. Het bestuur stelt beleidsplannen op over het te voeren beleid en is verantwoordelijk voor het vastleggen van noodzakelijke regels in een verordening. De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht op naleving van wet- en regelgeving. Wmo Het gemeentebestuur is op grond van de Wmo wettelijk verplicht om een toezichthouder aan te stellen. Deze ziet toe op de naleving van de wet, zowel op gebied van kwaliteit als rechtmatigheid. Jeugdwet Voor de Jeugdwet ligt de verantwoordelijkheid voor het kwaliteitstoezicht bij de rijksinspecties. Gemeenten hebben echter wel een rol bij het toezicht en de controle op de kwaliteit in het kader van de contractering ten behoeve van zorg in natura (Zin) - en deels bij het pgb. Voor Zin is het gemeentebestuur verantwoordelijk voor een kwalitatief en toereikend aanbod. Toezicht op de rechtmatigheid in de Jeugdwet is ook een verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Het bestuur moet hiervoor regels opnemen in de verordening. De Jeugdwet bevat, in tegenstelling tot de Wmo, geen specifieke verplichting om een toezichthouder voor rechtmatigheid aan te wijzen. Omdat een toezichthouder meer bevoegdheden heeft voor onderzoek adviseert de VNG om dit wel te doen. 1.6.3De Wmo 2015 Over het algemeen beoordeelt de toezichthouder of zorgaanbieders voldoen aan de eisen die in de wet- en regelgeving zijn gesteld. De toezichthouder beoordeelt ook of de vereiste kwaliteit wordt geboden. Bovendien ontvangt de toezichthouder (verplichte) meldingen van calamiteiten en kan hij of zij besluiten om hier (toezichts)onderzoek naar te doen. De gemeentelijk toezichthouder voor de Wmo heeft de taak om kwaliteits- en rechtmatigheidsvereisten uit de wet zelf, uit de verordening en uit nadere regels te toetsen. Daarbij kijkt de toezichthouder naar het stelsel, de zorgaanbieders en de pgb-budgethouders. De toezichthouder betrekt ook de kwaliteits- eisen die via contracten (voor Zin) zijn gesteld aan zorgaanbieders. Hetzelfde geldt voor de eisen die gesteld zijn op gebied van kwaliteit en rechtmatigheid voor een pgb. Voor jeugd is de reikwijdte van de gemeentelijk toezichthouder beperkter. Deze richt zich voornamelijk op rechtmatigheid. De toezichthouder handelt op basis van bestuursrechtelijke bevoegdheden. Hij heeft verregaande bevoegdheden tot onderzoek zoals: het betreden van plaatsen, de inzage in dossiers en het vorderen van inlichtingen bij derden. Deze bevoegdheden liggen grotendeels vast in de Algemene wet bestuurs- recht (Awb). Zij kunnen zowel bij de uitvoering van de Wmo als bij de Jeugdwet 1.6.4De zorgaanbieders Zorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor een goede kwaliteit van de uitvoering van ondersteuning en jeugdhulp. Dit betekent in ieder geval dat de voorzieningen veilig, doeltreffend, doelmatig, cliëntgericht en passend moeten zijn. Ze moeten ook aansluiten bij de behoefte van de cliënt, jeugdige of ouder. Daarnaast zijn zorgaanbieders verplicht om calamiteiten te melden bij de toezichthouder en bij de gemeente. Zorgaanbieders moeten zich aan zowel de wettelijke als lokale regelgeving houden. Ook moeten zij zich houden aan de verordeningen en nadere regels en – in geval van Zin – aan de bepalingen in de contracten die het gemeentebestuur met zorgaanbieders heeft gesloten. 1.6.5De cliënt De cliënt ontvangt maatschappelijke ondersteuning of jeugdzorg. Koopt de cliënt die zelf in via een pgb? Dan heeft de cliënt een rol bij het beoordelen en monitoren van de kwaliteit en rechtmatigheid hiervan. De geleverde ondersteuning of zorg moet voldoen aan de eisen die het gemeentebestuur heeft gesteld. De cliënt kan ervoor kiezen om een pgb-vertegenwoordiger te machtigen om deze taken over te nemen. 1.6.6.Stichting Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) Bij wet zijn alle gemeenten bij stichting IKZ aangesloten. Dit is een samenwerkingsverband van negen partijen in de zorgketen in samenwerking met VWS (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Deel- nemers zijn de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Belastingdienst, Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD), Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), Openbaar Ministerie (OM), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Via het IKZ kunnen fraudesignalen met elkaar uitgewisseld worden. Met de inwerkingtreding van de Wbsrz is een waarschuwingsregister ingesteld. 1.6.7Meldpunt zorgfraude Signalen kunnen door een ieder worden gemeld bij het meldpunt zorgfraude op de website van het CZW bureau. Inwoners zullen ook geïnformeerd worden over welke signalen zij kunnen melden aan de hand van een animatiefilmpje. De toezichthouder zal signalen ontvangen en aan de hand van het ‘afwegingskader signalen’ beoordelen. Aan de hand van het afwegingskader wordt bepaald of: Het signaal enkel geregistreerd wordt; Het signaal wordt doorgezet naar de betreffende instantie; Het signaal doorgezet wordt naar het IKZ; De toezichthouder het signaal oppakt; De toezichthouder een controle gaat uitvoeren bij de zorgaanbieder. 2.Toezichtskader 2.1Wat is toezicht en handhaving? Onder toezicht verstaan we alle activiteiten die worden ondernomen om te onderzoeken of aan de wettelijke eisen, gemeentelijke verordening (en onderliggende nadere regels) en contractuele eisen wordt voldaan. Hierbij wordt informatie verzameld en geanalyseerd, om een oordeel te kunnen vormen. Als uit het onderzoek blijkt dat niet voldaan wordt aan de gestelde eisen en voorwaarden dan kan er worden gehandhaafd. Handhaving houdt in dat aanbieders worden aangesproken op hun handelen en dat er maatregelen worden getroffen om aanbieders te bewegen om conform de gestelde voorwaarden te handelen. Wanneer de ernst van de gedraging van de aanbieder zodanig is kan ook worden besloten om de samenwerking niet voort te zetten. Het gedeelte van handhaving wordt door de Zeeuwse gemeenten uitgevoerd en de bespreking van handhaving en de instrumenten die ingezet kunnen worden valt buiten dit document. Het document richt zich op het houden van toezicht. 2.2Cirkel van naleving Vanuit de Participatiewet is het concept voor hoogwaardig handhaven ontwikkeld met als belangrijkste instrument de cirkel van naleving: een model met vier volgordelijke fasen die een continue leer- en verbetercyclus vormen wat ook toepasbaar bij toezicht op aanbieders in het sociaal domein. Het is dan ook verwerkt van de VNG handreiking handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet. Samen met de zes principes van toezicht biedt het model richting en structuur voor de activiteiten van toezicht, en voor de uitvoering van het basisproces door toegang en contractmanagement waaronder het sturen op naleving. Want daar vindt de samenwerking plaats tussen aanbieders en gemeente in hoedanigheid van opdrachtnemer en -gever op basis van afspraken uit contracten en wetten en regels. Voor het toezicht maakt het model inzichtelijk dat onderzoeken en resultaten daaruit enerzijds een functioneel onderdeel zijn van de cyclus en daaraan bijdragen. En anderzijds plaatsvinden in de bredere context zodat daar rekening mee wordt gehouden bij weging van bevindingen en bepaling voor handhavingsmaatregelen. Deze benadering met daarin leren en ontwikkelen als integraal onderdeel, past bij het doel om naast opdrachtnemer en -gever ook als partners samen te werken aan een optimaal zorg- en ondersteuningslandschap. Het model onderscheidt de volgende fasen: goed en gericht informeren over rechten en plichten en de gevolgen van het niet naleven daarvan dienstverlening optimaliseren, zodat de eigen kracht van aanbieders beter wordt benut Gericht onderzoeken (risico gebaseerd) of afspraken en verplichtingen worden nagekomen leren van bevindingen uit onderzoeken en handhaven bij verwijtbare gedragingen De kracht van de cirkel van naleving is gelegen in de visie op toezicht en handhaving met aandacht voor preventie naast repressie, en het cyclische karakter. Door de fasen te onderscheiden en in onderlinge samenhang uit te voeren wordt het optimale resultaat bereikt in naleving van wettelijke verplichtingen en contractuele afspraken en het voorkomen van fouten, fraude en kwalitatieve onvolkomenheden. Het begint met helder communiceren en dienstverlening uit te voeren volgens eenduidige werkprocessen en afspraken. Voor het toetsen geldt dat aanbieders weten wat zij kunnen verwachten ten aanzien van het verloop van een onderzoek en de normen en standaarden aan de hand waarvan beoordelingen plaatsvinden. En dat zij voor zover er bevindingen zijn, worden betrokken bij de oorzaakanalyse en acties of aanbevelingen. Vervolgens worden de vaker voorkomende oorzaken breder gedeeld met aanbieders en betrokkenen binnen de toegangsorganisatie zodat er een versterkt effect van leren en continue verbeteren wordt bereikt. Daar waar sprake is van onrechtmatig gebruik (fouten) of fraude wordt er opgetreden, en op maat gehandhaafd. Voor fraude geldt dat er een strafrechtelijk vervolg wordt ingezet als daar aanleiding toe is zodat betrokkenen, bij veroordeling, niet actief kunnen blijven als aanbieder en opnieuw in de fout gaan al dan niet in onze gemeente met negatieve gevolgen voor cliënten en toezicht- en fraude onderzoeken en handhavingsmaatregelen als gevolg. 2.3.Het belang van goed toezicht Het stelsel van sociale voorzieningen is een uiting van maatschappelijke solidariteit waarvoor draagvlak een belangrijke randvoorwaarde is. Inwoners moeten in dat licht kunnen rekenen op doelmatige en rechtmatige besteding van algemene middelen en de beschikbaarheid van voorzieningen van een goed niveau. Toezicht draagt daaraan bij door kwaliteit en doelmatigheid te bevorderen en misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Toezicht is een activiteit die wordt uitgevoerd naast de doorgeleiding van cliënten naar gecontracteerde aanbieders door de toegangsorganisatie en contractmanagement. Gemeente en aanbieders vormen samen met het voorliggend veld de ketens voor jeugdhulp en maatschappelijk ondersteuning. Hierbij is de gemeente opdrachtgever, de aanbieder opdrachtnemer en wordt er samengewerkt op basis van wettelijke en contractuele kaders en nadere afspraken, een en ander voortvloeiend uit beleid voor het sociaal domein en beleid voor toezicht op aanbieders. Dit geheel aan afspraken geldt als normen- en toetsingskader voor toezicht. 2.4Verschillende vormen van toezicht In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de verschillende vormen van toezicht. 2.4.1Kwaliteitstoezicht Wmo en Jeugdwet De gemeenten binnen regio Zeeland hechten veel waarde aan de kwaliteit van jeugdhulp en ondersteuning. In de contracten en bijbehorende productbeschrijvingen staan daarom verschillende (kwaliteits-)eisen opgenomen die door aanbieders moeten worden nageleefd. Toezicht op kwaliteit gebeurt dus op grond van de wet- en regelgeving, de gemeentelijke verordeningen en de eisen en voorwaarden vanuit de contracten. Definitie van kwaliteit Om toezicht te houden op kwaliteit, moet eerst duidelijk zijn wat de definitie van goede kwaliteit is. De Wmo en de Jeugdwet hebben ieder een definitie opgenomen wat wordt verstaan onder kwaliteit van hulpverlening. De Wmo definieert kwaliteit in artikel 3.1 als volgt: De aanbieder draagt er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is. Een voorziening wordt in elk geval: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt, afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt, verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt. De Jeugdwet heeft een vergelijkbare bepaling opgenomen die nog verder strekt: Artikel 4.1.1 van de Jeugdwet luidt als volgt: De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling verlenen verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliënt- gericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder. De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling organiseren zich op zodanige wijze, voorzien zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel en dragen zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde hulp. De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling betrekken hierbij de resultaten van overleg tussen jeugdhulpaanbieders, het college en cliëntenorganisaties. Voor zover het betreft jeugdhulp die verblijf van een jeugdige of ouder in een accommodatie gedurende ten minste een etmaal met zich brengt, draagt de jeugdhulpaanbieder er tevens zorg voor dat in de accommodatie geestelijke verzorging beschikbaar is, die zoveel mogelijk aansluit bij de gods- dienst of levensovertuiging van de jeugdige of ouder. De hulpverlener neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloei- ende uit de voor die hulpverlener geldende professionele standaard. De gemeenten hebben via Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) in de overeenkomsten met betrekking tot jeugdhulpaanbieders aanvullende afspraken gemaakt over de kwaliteit van de hulpverlening. De gecontracteerde aanbieders dienen aan deze kwaliteitseisen te voldoen. Namens de gemeenten wordt door IJZ gecontroleerd of aanbieders ook daadwerkelijk aan deze kwaliteitseisen voldoen. 2.4.2Vormen van kwaliteitstoezicht Wmo Het toezicht binnen de WMO is gebaseerd op diverse toetsingskaders, welke zijn opgesteld aan de hand van de wettelijk gestelde eisen uit de Wmo en de contractvoorwaarden. Drie vormen van toezicht uit: Proactief kwaliteitstoezicht Signaalgestuurd kwaliteitstoezicht Calamiteitentoezicht Binnen het proactief toezicht onderzoekt team Zorgfraudebestrijding Zeeland aselect aanbieders zonder voorafgaande signalen. Het doel van proactief toezicht is om vroegtijdig eventuele knelpunten of gebreken in de kwaliteit van de zorg en ondersteuning te signaleren. Signaalgestuurd toezicht vindt plaats op basis van meldingen over een aanbieder. De signalen kunnen divers van aard zijn en door verschillende betrokkenen gemeld worden. Het hierbij gaan om structurele en/of incidentele signalen. Bij signaalgestuurd toezicht wordt onderzoek verricht. Calamiteitenonderzoek vindt plaats op basis van meldingen vanuit de aanbieders. Aanbieders zijn wettelijk verplicht om calamiteiten te melden bij de Wmo-toezichthouder. Wanneer door de GGD wordt vastgesteld dat de melding een calamiteit betreft, wordt onderzoek uitgevoerd. De GGD hanteert hierbij het regionale calamiteitenprotocol. De rapportages van de onderzoeken worden actief openbaar gemaakt op de website van de GGD. De wijze van openbaarmaking van de rapportages is gebaseerd op de Wet open overheid (Woo) en wordt uitgevoerd middels een vastgestelde procedure (bijlage 2). 2.5Kwaliteitstoezicht Jeugdwet 2.5.1 Kwaliteitstoezicht Jeugdwet landelijk De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit van jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Op landelijk niveau zijn de kwaliteitscriteria uit de Jeugdwet vertaald in kwaliteitseisen in het toetsings- kader genaamd het 'JIJ-kader'. Daarnaast zijn er aanvullende toetsingskaders ontwikkeld. Aan de hand van de opgestelde toetsingskaders beoordeelt de IGJ of aanbieders voldoen aan de wettelijke eisen. De inspectierapporten worden gepubliceerd op de website van de IGJ
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.