Algemene subsidieverordening Almere 2025De raad van de gemeente Almere; gelezen het voorstel van het college; gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de Algemene subsidieverordening Almere 2025: Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Awb: Algemene wet bestuursrecht; begrotingssubsidie: subsidie op basis van artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Awb; college: college van burgemeester en wethouders van Almere; controleverklaring: accountantsverklaring als bedoeld in Boek 2, artikel 393, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek; egalisatiereserve: reserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Awb, bedoeld om toekomstige schommelingen in de kosten op te kunnen vangen; Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; incidentele subsidie: subsidie op basis van artikel 4:23, derde lid, onder d, van de Awb; jaarlijkse subsidie: subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten met een duur van een jaar; meerjarige subsidie: subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten met de duur van meer dan een jaar; onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; projectsubsidie: subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten met een duur korter dan een jaar, al dan niet boekjaar overschrijdend; politieke activiteiten: een activiteit die (mede) is georganiseerd door een politieke partij en/of die gericht is op het beïnvloeden van politieke besluitvorming of politieke meningsvorming; religieuze activiteiten: een activiteit die (deels) gericht is op gemeenschappelijke (gods)verering of een gemeenschappelijke levensbeschouwelijke opvatting. SROI: Social Return On Investment, de maatschappelijke meerwaarde die met het verstrekken van de subsidie wordt bereikt door het leveren van een bijdrage aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van het bevorderen van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47). Artikel2.Reikwijdte verordening 1.Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten op de volgende beleidsterreinen: algemeen bestuur; openbare orde en veiligheid; verkeer, vervoer en waterstaat; economische zaken; onderwijs; kunst, cultuur en recreatie; sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening; volksgezondheid, natuur, dierenwelzijn, milieu en duurzame energie; ruimtelijke ordening en volkshuisvesting; sport; internationale betrekkingen; media; personeel; zorg. 2.De bepalingen van deze verordening zijn niet van toepassing voor zover het betreft het verlenen, vaststellen en betalen van een subsidie die ten laste van gelden die van een andere overheid zijn verkregen en waaromtrent van deze verordening afwijkende bepalingen van toepassing zijn. Artikel3.Bevoegdheid college 1.Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en - als de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2.Naast het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidies, waaronder het verlenen en vaststellen, is het college bevoegd tot het nemen van besluiten over betaling, wijziging en intrekking van subsidies alsmede het opleggen van voorwaarden of verplichtingen aan de subsidieontvanger en het terugvorderen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten. 3.Het college is bevoegd bij afzonderlijk besluit of in de verleningsbeschikking te bepalen dat afdeling 4.2.8 van de Awb geheel of voor nader aangeduide onderdelen van toepassing is. 4.Het college kan met betrekking tot de in artikel 2 vermelde beleidsterreinen subsidieregelingen vaststellen waarin het volgende kan worden geregeld: de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt en de rechtspersonen of personen die daarvoor in aanmerking komen; de criteria om voor verstrekking van subsidie in aanmerking te komen; de weigeringsgronden; een hardheidsclausule; de kosten die wel of niet voor subsidie in aanmerking komen; het te verstrekken bedrag aan subsidie of de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover; de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend; de verplichtingen, al dan niet doelgebonden, van de subsidieontvanger; de vaststelling van de subsidie; de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten; de aanvraagtermijnen en beslistermijnen; de mogelijkheid van meerjarige subsidieverlening; 5.Het college kan aan een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid of een natuurlijk persoon enkel subsidie verstrekken als daartoe is voorzien in een subsidieregeling. Artikel4.Staatssteunregels 1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader. Hoofdstuk2.Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Artikel5.Subsidieplafond, verdeelsleutel en begrotingsvoorbehoud 1.Het college kan subsidieplafonds vaststellen. 2.Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 3.Als de wijze van verdeling niet is opgenomen in een subsidieregeling, dan geldt de verdeelsleutel: Wie het eerst komt, die het eerst maalt, uitgaande van een volledig ingediende subsidieaanvraag. 4.Het college kan een subsidieplafond verlagen als: het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 5.Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 6.Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Hoofdstuk3.Aanvraag van de subsidie Artikel6.Aanvraag 1.Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.Bij de subsidieaanvraag levert de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens aan: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de doelen en resultaten die met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat ook een opgave van kosten die uit andere bronnen dan door gemeentelijke subsidies en/ of bijdragen wordt gefinancierd, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; als de aanvrager een onderneming is: een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring); als het een jaarlijkse subsidie betreft, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag; de meest recente versie van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans, met dien verstande dat bij een aanvraag om een jaarlijkse subsidie deze stukken enkel bij de eerste subsidieaanvraag behoeven te worden overgelegd. 3.Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede lid genoemde gegevens te verlangen, als die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn. Artikel7.Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om een projectsubsidie wordt uiterlijk 13 weken voor de start van de activiteiten ingediend. 2.Een aanvraag om een jaarlijkse subsidie, wordt ingediend uiterlijk op 30 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 3.Een aanvraag om een meerjarige subsidie, wordt uiterlijk 13 weken voor de start van de activiteiten ingediend. 4.Het college kan toestemming geven voor het later indienen van een aanvraag dan in dit artikel is bepaald. Artikel8.Beslistermijn 1.Het college beslist op een aanvraag om een projectsubsidie binnen 13 weken nadat de volledige subsidieaanvraag is ingediend. 2.Het college beslist op een aanvraag om een jaarlijkse subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. Voorwaarde hiervoor is dat de aanvrager een volledige subsidieaanvraag heeft ingediend, uiterlijk op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. 3.Het college beslist op een aanvraag om een meerjarige subsidie binnen 13 weken nadat de volledige subsidieaanvraag is ingediend. 4.In geval het college toestemming heeft verleend voor het later indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 7, vierde lid, beslist het college binnen 3 maanden na ontvangst van de volledige aanvraag. 5.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Hoofdstuk4.Weigering van de subsidie Artikel9.Weigeringsgronden 1.Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidieaanvraag in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2.Onverminderd het vorige lid weigert het college de aanvraag om subsidieverlening in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3.De aanvraag om subsidieverlening kan naast de in het eerste en tweede lid genoemde gevallen worden geweigerd als: de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zullen zijn op de gemeente of onvoldoende ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente; niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze verordening of aan de in een subsidieregeling vastgestelde criteria om voor subsidie in aanmerking te komen; verstrekking van subsidie niet past binnen door het gemeentebestuur vastgesteld beleid; de activiteiten niet of niet voldoende bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen; gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde, of als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met wet- en regelgeving; niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; subsidiëring tot ongeoorloofde staatssteun of oneerlijke concurrentie leidt, of als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; de subsidie is bestemd voor religieuze of politieke activiteiten; de aanvrager niet over voldoende kwaliteit en organisatiekracht beschikt om de voorgenomen activiteiten te organiseren; voor de activiteiten geen gelden op de begroting zijn gereserveerd; soortgelijke activiteiten al worden uitgevoerd door een andere gesubsidieerde partij; voor de uitvoering van de activiteiten met andere gesubsidieerde partijen kan worden samengewerkt. Hoofdstuk5.Verlening van de subsidie Artikel10.Verlening subsidie 1.Bij verleningsbeschikking geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt. 2.Het college is bevoegd om verplichtingen aan de verleningsbeschikking te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie. Artikel11.Betaling en bevoorschotting 1.Als een vaststellingsbeschikking als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats. 2.Als een verleningsbeschikking als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot. 3.Als besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald in de verleningsbeschikking. Hoofdstuk6.Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel12.Tussentijdse rapportage Bij subsidies vanaf 50.000 euro, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Artikel13.Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1.Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college. 2.Als blijkt dat niet is voldaan aan de meldingsplicht, kan het college de subsidie lager vaststellen of intrekken. 3.Het college kan de subsidieontvanger verplichten mee te werken aan een controle ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten en de besteding van de subsidiegelden. De subsidieontvanger dient desgevraagd bewijsstukken te overleggen. 4.De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. 5.De subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon. 6.De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de Awb. Hoofdstuk7.Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel14.Egalisatiereserve 1.In geval al de activiteiten waarvoor een jaarlijkse subsidie is verleend overeenkomstig de verleningsbeschikking zijn uitgevoerd én de werkelijke kosten van die activiteiten lager zijn dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend, is het toegestaan een toevoeging te doen aan de egalisatiereserve. Artikel 4:72 van de Awb is van overeenkomstige toepassing. 2.Een uitgave ten laste van een egalisatiereserve kan enkel worden aangewend om schommelingen op te vangen in de inkomsten en uitgaven betreffende van gemeentewege gesubsidieerde activiteiten in volgende jaren. 3.Aanwending van bedragen vanuit de egalisatiereserve voor andere doeleinden dan bepaald in het vorige lid, is enkel toegestaan na vooraf verkregen toestemming van het college. 4.De maximale toevoeging aan de egalisatiereserve is niet meer dan 5% per deelactiviteit en is gemaximeerd tot ten hoogste 2% van het totale subsidiebedrag van het jaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft. 5.De stand van de egalisatiereserve Almere mag in enig jaar niet hoger zijn dan 10% van het verleende subsidiebedrag van het jaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft. 6.De besteding van de egalisatiereserve wordt jaarlijks verantwoord met het activiteitenverslag en het financieel verslag van het jaar waarop de subsidievaststelling betrekking heeft. De egalisatiereserve wordt als een aparte reserve in de boekhouding van de instelling opgenomen en beheerd. 7.Als niet aan de in dit artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan, wordt de subsidie lager vastgesteld en teruggevorderd. Artikel15.Verantwoording subsidies tot 10.000 euro 1.Subsidies tot 10.000 euro worden door het college: direct vastgesteld of; ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2.Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door het college aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Artikel16.Verantwoording subsidies vanaf 10.000 tot 50.000 euro 1.Bij een subsidieverlening van 10.000 euro of meer, maar minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht. 3.Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. Artikel17.Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro 1.Bij een subsidieverlening van 50.000 euro of meer, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: bij een projectsubsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk op 30 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 6 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend; Bij een meerjarige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat: een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop in geval van een jaarlijkse of meerjarige subsidie; een door een accountant opgestelde controleverklaring over de gesubsidieerde activiteiten in geval de subsidieverlening meer bedraagt dan 125.000 euro. 3.Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. Artikel18.Subsidievaststelling 1.Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2.Als uit de aard van de subsidie, of de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. 3.Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor of voor wie de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen. 4.Als de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college na een geboden hersteltermijn over tot ambtshalve vaststelling. Artikel19.Vergoeding vermogensvorming 1.In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41 van de Awb is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan de gemeente. 2.De vergoeding is minimaal nihil en maximaal niet hoger dan het totale bedrag dat het college aan de subsidieontvanger heeft verstrekt. 3.Als de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel of in overwegende mate ontleent aan de subsidie, is deze de maximale vergoeding aan de gemeente verschuldigd. 4.Als het derde lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten. 5.Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 6.Als het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige. Hoofdstuk8.Overige bepalingen Artikel20.Indexering 1.Het college past bij de indexering van de subsidies of categorieën van subsidies, ten hoogste het voorgeschreven indexeringspercentage toe dat de gemeenteraad jaarlijks via de budgetcyclus vaststelt. 2.Voor de wijze waarop de uitvoering van deze indexering plaatsvindt, kan het college beleidsregels vaststellen. Artikel21.Subsidieverslag Tenzij bij besluit van het college anders is bepaald, is artikel 4:24 van de Awb niet van toepassing. Artikel22.Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1.Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, kan het college bepalen dat deze tarieven door de subsidieaanvrager worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven berekeningswijze. 2.Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door het college voorgeschreven definities. 3.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. Artikel23.Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, eerste, tweede en derde lid, en artikel 9, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit. Artikel24.Intrekking De Algemene subsidieverordening Almere 2020 wordt ingetrokken. Artikel25.Overgangsbepalingen 1.Verwijzingen in een subsidieregeling naar de artikelen van de Algemene subsidieverordening Almere 2020 worden geacht te verwijzen naar artikelen van deze verordening waarin hetzelfde onderwerp wordt geregeld. 2.Aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld volgens de bepalingen van deze verordening. Artikel26.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt. Artikel27.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Almere
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.