Artikel2.6.Bouwwerken aanleggen en houden 1.Dit artikel is van toepassing op het aanleggen en houden van een bouwwerk in zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. Toelichting: Let op! Bij het aanleggen van bouwwerken in de zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk moet zwaarwegend belang worden aangetoond. Dit staat in Artikel 4.5 van de waterschapsverordening en Artikel 2.2 van deze beleidsregel. 2.Een bouwwerk in zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk dient buiten het profiel van vrije ruimte te worden aangebracht. Indien een bouwwerk niet buiten het profiel van vrije ruimte kan worden aangebracht dient een vervangende waterkering te worden aangelegd of dient een verzoek te worden ingebracht om met onderzoek (berekeningen conform het geldende ontwerpinstrumentarium van het Rijk) te beschouwen of er een optimalisatie van het profiel van vrije ruimte mogelijk is, hierbij zijn vigerende ontwerpvoorwaarden leidend. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: Als een bouwwerk op de Delflandsedijk staat, kan dit problemen geven als Delfland deze dijk moet verhogen of verbreden. Dit komt doordat bouwwerken niet altijd kunnen worden verwijderd voordat de dijk hoger wordt gemaakt. Of omdat er niet genoeg ruimte is om de ophoging goed aan te sluiten op de bestaande bouwwerken. 3.Als bouwwerken in zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone rivierzijde van de Delflandsedijk buiten het profiel van vrije ruimte worden gerealiseerd, moeten deze boven het bestaande maaiveld worden aangelegd. Het maaiveld mag niet worden verlaagd. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Het gebied tussen de rivier en de Delflandsedijk mag niet lager worden. De reden is dat de hoogte van deze grond nodig is om golven te remmen. Als het maaiveld in de beschermingszone rivierzijde te laag is dan moet dijk hoger en breder. 4.In afwijking van lid 3 mogen fundatie-/randbalken en vorstranden, die horen bij plaatvloeren tot 0,60 meter beneden maaiveld (vorstvrij aanleggen) worden aangelegd, waarbij is aangetoond dat de aanleg geen negatieve invloed heeft op stabiliteit en piping. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Een bouwwerk aanleggen tussen de rivier en de Delflandsedijk (buitendijks) is op eigen risico van de initiatiefnemer. Let erop dat het vloerpeil hoog genoeg wordt aangelegd. 5.In afwijking van lid 2 en 3 mogen funderingspalen van bouwwerken, waarbij de palen geen verzwaarde punt hebben, het bestaande maaiveld of het profiel van vrije ruimte doorsnijden. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: Als de voet van een paal breder is dan de paal zelf, ontstaat er ruimte rondom de paal. Deze holle ruimtes kunnen onder andere verzakkingen van de Delflandsedijk veroorzaken of zorgen voor een ongewenste kwelstroming door of onder de dijk. 6.Een bouwwerk in zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone blijft in de toekomst sterk genoeg bij een dijkversterking conform het profiel van vrije ruimte. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: Het bouwwerk moet ook in de toekomst sterk genoeg zijn. Als de Delflandsedijk bijvoorbeeld hoger of breder wordt gemaakt. De aanvrager moet met een berekening aantonen dat het bouwwerk en/of fundatie geen schade op zal lopen door de belasting van de aangepaste dijk. Voor de aangepaste dijk moet het profiel van vrije ruimte worden gebruikt. 7.Een vergunning voor een bouwwerk in zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone dat wordt aangelegd tijdens het stormseizoen kan alleen worden verleend als kan worden aangetoond dat tijdens werkzaamheden het risico op verslechteren van het waterkerend vermogen verwaarloosbaar is of dat dit risico met extra voorschriften kan worden gemitigeerd. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Tijdens het stormseizoen moet de Delflandsedijk het goed blijven doen. In deze periode is de kans op (langdurig) hoogwater en storm het grootst. Het stormseizoen is van 1 oktober tot 1 april. De aanleg van een bouwwerk kan de dijk (tijdelijk) zwakker maken. Als een bouwwerk niet buiten het stormseizoen kan worden aangelegd, kan Delfland extra eisen stellen. Per situatie kijkt Delfland of dit een risico is en welke maatregelen nodig zijn. Als deze maatregelen niet mogelijk zijn, is het niet toegestaan om een bouwwerk tijdens het stormseizoen aan te leggen. Artikel2.7.Bouwwerken wijzigen 1.Dit artikel is van toepassing op het wijzigen van een bouwwerk in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. 2.Herbouw bouwwerk is toegestaan als uit het werkplan blijkt dat de werkzaamheden de dijk niet slechter maken. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Wanneer een bestaand bouwwerk (voor een deel) opnieuw wordt gebouwd is er geen gevaar dat de Delflandsedijk het niet meer goed doet. Wel willen we weten hoe de werkzaamheden worden gedaan. Daarom toetsen we het werkplan van de herbouw. Let goed op of u een bouwwerk wijzigt of aanlegt. Blijft er minder dan de fundering en twee buitenmuren van een bouwwerk staan? Dan valt dit onder nieuwbouw (aanleggen). Is voor de herbouw aanpassing van de fundering nodig is? Dan valt dit onder nieuwbouw (aanleggen). In beide gevallen gelden de regels voor het aanleggen van een bouwwerk. Voor windturbines gelden altijd de regels voor het aanleggen van een bouwwerk en de regels voor het aanleggen van een windturbine. 3.Een bestaand bouwwerk dat binnen het profiel van vrije ruimte staat, mag worden uitgebreid als: [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] de uitbreiding maximaal 50 m3 is (berekend volgens de NEN2580); er niet richting de Delflandsedijk wordt gebouwd; het omliggend maaiveld niet wordt afgegraven; en de uitbreiding buiten het leggerprofiel van de waterkering wordt gedaan. in afwijking van het derde lid, onder d mogen funderingspalen van de uitbreiding, waarbij de palen geen verzwaarde punt hebben, het bestaande maaiveld doorsnijden. Toelichting: Delfland staat kleine wijzigingen van bestaande bouwwerken toe. Denk hierbij aan een kleine uitbouw, serre, veranda of dakkapel. Zwaarwegend belang hoeft bij wijzigingen niet te worden aangetoond. 2.4Beplanting Artikel2.8.Toepassingsbereik 1.In deze paragraaf staat hoe wij een aanvraag beoordelen voor beplanting (aanbrengen, wijzigen of verwijderen) in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, of bijbehorende ondersteunende kunstwerken. Toelichting: Delfland wil geen beplanting op de Delflandsedijk die het waterkerend vermogen in gevaar brengen. In de begrippenlijst wordt uitgelegd wat waterkerend vermogen is. Een boom kan omwaaien en een gat in de dijk maken. Hoe ouder de boom, hoe groter de kans dat hij omwaait. Als er beplanting op de dijk staat, is moeilijk om te zien of de dijk in orde is. Of er bijvoorbeeld scheuren in de dijk zitten. Ook kunnen dieren tussen de struiken gaan zitten en gaten in de dijk graven. De kosten voor het beheer mag door de aanwezigheid van beplanting niet veel stijgen. Door de beplanting kan de dijk niet eenvoudig worden opgehoogd. Gras en bloemen mogen wel. Delfland moedigt het gebruik van (lokale) bloemrijke zaadmengsels aan. Voor het verwijderen van beplanting in zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk is soms een vergunning nodig. Dit is geregeld in de waterschapsverordening. De vergunning wordt beoordeeld op basis van de beoordelingsregels die in de waterschapsverordening staan. In deze beleidsregel staan geen aanvullende eisen. 2.Voor de beoordeling voor beplanting (aanbrengen, wijzigen of verwijderen) in de beschermingszone Maasdeltatunnel zijn de artikelen in paragraaf 2.4 niet van toepassing.
Artikel2.9.Beplanting aanbrengen 1.Dit artikel is van toepassing op het aanbrengen van beplanting in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. Toelichting: Let op! Bij het aanbrengen van beplanting in de zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk moet zwaarwegend belang worden aangetoond. Dit staat in Artikel 4.5 van de waterschapsverordening en Artikel 2.2 van deze beleidsregel. 2.Beplanting in de zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk is niet toegestaan op de kruin plus minimaal 1 meter vanaf de buitenkruinlijn en de binnenkruinlijn. [BO d: onderhoud, inspectie en monitoring van de waterkeringen blijft mogelijk] 3.Beplanting inclusief de ontgrondingskuil dient buiten het profiel van vrije ruimte te liggen waarbij rekening wordt gehouden met: [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] voor bomen een ontgrondingskuil van 1 meter diepte en een straal van 2 meter, en met zettingen gedurende de levensduur van 100 jaar; en voor struiken een ontgrondingskuil van 0,5 meter diepte en een straal van 1 meter, en met zettingen gedurende de levensduur van 50 jaar. Toelichting: Als een boom omwaait laat de boom een gat in de Delflandsedijk achter. Dit komt door de wortels en de grond die ertussen zit. Dit gat noemen we de ontgrondingskuil. Ook struiken laten een gat achter. Hierdoor wordt de dijk minder veilig. De ontgrondingskuil wordt vanuit het midden van de stam gemeten. Deze ontgrondingskuil moet boven het profiel van vrije ruimte zitten. Het profiel van vrije ruimte heeft Delfland nodig om in de toekomst een veilige dijk te hebben. Daar mag geen gat in komen als een boom omwaait. Grond kan zakken. Bij het planten moet rekening worden gehouden met het zakken van grond. Hiervoor kan voor de Delflandsedijk 4 mm/ jaar worden gebruikt of een eigen zettingsberekening op basis van lokaal grondonderzoek. 4.Als de beplanting inclusief ontgrondingskuil niet buiten het profiel van vrije ruimte kan worden aangebracht dient een vervangende waterkering worden aangelegd of dient een verzoek te worden ingebracht om met onderzoek (berekeningen conform het geldende ontwerpinstrumentarium van het Rijk) te beschouwen of er een optimalisatie van het PVVR mogelijk is, hierbij zijn vigerende ontwerpvoorwaarde leidend. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] 2.5Wegen Artikel2.10.Toepassingsbereik 1.In deze paragraaf staat hoe wij een aanvraag beoordelen voor wegen (aanleggen, wijzigen of verwijderen) in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, of bijbehorende ondersteunende kunstwerken. Toelichting: Onder wegen vallen alle verhardingen van infrastructuur zoals autowegen, fietspaden en parkeerplaatsen. Kleine onderhoudswerkzaamheden zoals het dichten van scheuren en het vervangen van de toplaag waarbij het gewicht van de totale wegconstructie niet verandert vallen niet onder deze beleidsregel. Voorwaarde hierbij is dat de kleine onderhoudswerkzaamheden buiten het leggerprofiel worden gedaan. Voor het overige onderhoud van een weg is een vergunning nodig. Delfland wil geen wegen op de Delflandsedijk die het waterkerend vermogen in gevaar brengen. In de begrippenlijst wordt uitgelegd wat waterkerend vermogen is. Ook mogen de kosten voor het beheer door de aanwezigheid van een weg niet onevenredig toenemen. En moet de dijk goed bereikbaar zijn voor bijvoorbeeld onderhoud of controle. Een paar belangrijke risico’s van wegen op een dijk: Wegen liggen in de weg als de dijk wordt opgehoogd. Wegen kunnen niet altijd volledig worden verwijderd voordat de dijk wordt opgehoogd. Ook kan er niet genoeg ruimte zijn om de hogere dijk met weg goed aan te sluiten op de bestaande werken, zoals een huis of een andere weg. De fundering van (half)verharde wegen kan gaan zakken. Hierdoor kan het regenwater te goed door de dijk heen stromen. De dijk wordt dan minder veilig. Hoe ziet de fundering van zo’n weg eruit? Deze fundering bestaat vaak uit zand bij open bestrating en puin of slakkengranulaat (een restproduct van de hoogovens) bij een gesloten verharding. Verkeer op de weg zorgt voor extra gewicht op de dijk. De dijk wordt hierdoor minder veilig. De dijk kan verzwaard worden om dit effect op te lossen. Op- en afritten en bermen onderaan de dijk leiden tot aanpassing van het maaiveld. Dat kan zorgen voor extra stabiliteit van de dijk (een veiligere dijk), maar ook voor extra belasting (een minder veilige dijk). 2.Voor de beoordeling voor wegen (aanleggen, wijzigen of verwijderen) in de beschermingszone Maasdeltatunnel zijn de artikelen in paragraaf 2.5 niet van toepassing.
Artikel2.11.Wegen aanleggen 1.Dit artikel is van toepassing op het aanleggen van wegen in de zone waterstaatswerk, de ruimtelijke reserveringszone of de beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. Toelichting: Let op! Bij het aanleggen van wegen in de zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk moet zwaarwegend belang worden aangetoond. Dit staat in Artikel 4.5 van de waterschapsverordening en Artikel 2.2 van deze beleidsregel. 2.Een weg (inclusief fundering) dient buiten het profiel van vrije ruimte te worden aangelegd waarbij rekening wordt gehouden met zettingen gedurende de levensduur van de weg. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: Een weg is voor een aantal jaar te gebruiken. Dit is de levensduur van de weg. De wegbeheerder kiest hoe lang dit is. Dit doet hij op basis van beschikbaar budget en omgevingsfactoren (zoals zakkingen van de grond op de gekozen plek van de weg). Ook moet de weg tijdens de levensduur buiten het profiel van vrije ruimte blijven. Deze ruimte is nodig om in de toekomst de Delflandsedijk sterker te maken. Na deze periode wordt de hele weg inclusief fundering verwijderd. Daarna wordt de dijk hoger en breder gemaakt. Als dit klaar is kan een nieuwe weg worden aangelegd. Meestal kiezen wegbeheerders een levensduur van ongeveer 30 jaar. 3.In afwijking van lid 2 moet, als een weg niet buiten het profiel van vrije ruimte kan worden aangebracht, een vervangende waterkering worden aangelegd of er dient met onderzoek (berekeningen conform het geldende ontwerpinstrumentarium van het Rijk) worden aangetoond dat een optimalisatie van het PVVR mogelijk is, hierbij zijn vigerende ontwerpvoorwaarden leidend. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] 4.In afwijking van lid 3 moet, als een vervangende waterkering of een optimalisatie van het PVVR niet mogelijk is, een weg (inclusief fundering) buiten het leggerprofiel worden aangelegd waarbij rekening wordt gehouden met zettingen gedurende de levensduur van de weg. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] 5.Als de weg in de zone waterstaatswerk of de ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk wordt aangelegd, dan moet de initiatiefnemer met berekeningen conform het geldende ontwerpinstrumentarium van het Rijk aantonen dat de werken en/of aanbermingen niet nadelig zijn voor de stabiliteit van de dijk. Indien uit de berekening blijkt dat het aanleggen van de weg wel nadelig is voor de stabiliteit, dan dienen compenserende maatregelen in het ontwerp te worden genomen. Hierbij zijn vigerende ontwerpvoorwaarden leidend. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] 6.Voor wegen in de zone waterstaatswerk is alleen gesloten asfalt toegestaan. [BO b: blijven voldoen aan de normen] Toelichting: De Delflandsedijk moet waterdicht zijn. Zo houdt de dijk golven tegen en stroomt water over dijk in plaats van door de dijk. En komen er geen gaten in de dijk door erosie. Daarom moet het asfalt ook gesloten zijn. Gesloten asfalt gaat ook langer mee. Hierdoor wordt de veiligheid van de dijk voor een langere periode verzekerd. 7.De afwatering van de weg in de zone waterstaatswerk of de ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk heeft geen negatieve gevolgen voor de erosiebestendigheid en stabiliteit van de waterkering. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Als de weg het regenwater slecht kwijt kan, zal het water langs de Delflandsedijk stromen. Vaak ligt hier gras. Dit noemen we de bekleding van de dijk. Het stromende water kan voor erosie van de bekleding zorgen. Dit betekent dat er gaten in de grasmat komen. Te veel regenwater zorgt ook voor plassen op de dijk. Er komt dan te veel water in de grond wat slecht is voor de dijk. De stabiliteit van de dijk wordt minder. Kwetsbare plekken zijn vooral de bermen en de op- en afritten. 8.Op- en afritten moeten buiten het maaiveld worden aangebracht. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] 9.Bij het ontwerp dient rekening te worden gehouden dat de op- en afritten in de toekomst toegankelijk blijven bij een dijkversterking conform het profiel van vrije ruimte. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: In de toekomst kan het nodig zijn om de Delflandsedijk hoger en breder te maken. Het profiel van vrije ruimte laat zien hoe deze dijk kan worden. De aanvrager moet aantonen dat de op- en afritten wel gebruikt kunnen blijven worden. De helling moet bijvoorbeeld niet te steil worden. De oprit kan misschien al hoger worden aangelegd of er kan ruimte worden gereserveerd om de oprit later op te hogen. 10.Bij de aanleg van een weg in zone waterstaatswerk moet het aanwezige kleidek (dijkbekleding) worden hersteld. Aansluitingen dienen in klei (minimaal erosieklasse 2) te worden uitgevoerd. Deze laag moet minimaal 1 meter dik zijn. [BO b: blijven voldoen aan de normen] Toelichting: Klei is bestendig tegen erosie, houdt water goed tegen en vervormt niet snel. Daarom bestaat de bovenste laag van een dijk uit klei. Artikel2.12.Wegen wijzigen 1.Dit artikel is van toepassing op het wijzigen van een weg in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. 2.Een bestaande weg die binnen het profiel van vrije ruimte ligt, mag worden gewijzigd als: [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] de functie van de dijk niet nadelig wordt beïnvloed (bekleding, verstoring bestaande deklaag); er geen verlaging in maaiveldhoogte optreedt; een uitbreiding buiten het leggerprofiel van de waterkering wordt gerealiseerd; een uitbreiding maximaal 25% van het bestaande wegoppervlakte betreft; en Toelichting: Bij het uitbreiden van een bestaande weg, zal de Delflandsedijk niet slechter worden. De dijk kan het water tegen blijven houden. De uitbreiding wordt berekend op basis de lengte van de bestaande weg waar de uitbreiding plaatsvindt (Figuur 1). Let op: als de weg wordt uitgebreid met meer dan 25% van het bestaande wegoppervlak, dan gelden de regels voor het aanleggen van een weg. Figuur 1: Berekening voor maximale uitbreiding weg. Indien het wijzigen van de weg ter plaatse van de dijk plaatsvindt moet de dikte van de kleilaag van de dijk minimaal 1 meter (minimaal erosieklasse 1) blijven. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Een fundatie van een weg bestaat uit materiaal waar water goed doorheen kan stromen. Dit is slecht voor de Delflandsedijk. De Delflandsedijk is een zandige dijk met een afdekkende kleilaag. De zandkern mag niet bereikt worden bij hoog water, de kleilaag voorkomt dat er een kwelweg kan ontstaan. Het kan nodig zijn om bij het wijzigen van de weg de afdekkende kleilaag van de dijk deels te verwijderen. Dan moet de gewijzigde weg worden ingepakt met klei (inkassen) zodat de kleilaag niet onderbroken wordt. Artikel2.13.Wegen onderhouden 1.Dit artikel is van toepassing op het onderhouden van wegen in de zone waterstaatswerk, de ruimtelijke reserveringszone of de beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. 2.Bij groot onderhoud van de weg moet de weg buiten het profiel van vrije ruimte worden verhoogd, hierbij rekening houdend met zettingen gedurende de levensduur van de weg [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] 3.In afwijking van lid 2 moet, als bij groot onderhoud een weg niet buiten het profiel van vrije ruimte kan worden aangelegd, een weg (inclusief fundering) buiten het leggerprofiel worden aangelegd waarbij rekening wordt gehouden met zettingen gedurende de levensduur van de weg. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: Bij groot onderhoud van de weg moet de Delflandsedijk van de toekomst worden meegenomen. De afmetingen vindt u in het profiel van vrije ruimte. Lukt dit niet? Zorg dan het zakken van de weg voor de hele levensduur van een weg in de berekening is meegenomen. De levensduur van een weg is anders dan voor een dijk. De levensduur staat voor het aantal jaar dat de weg of de dijk te gebruiken is. Voor wegen is dat vaak 30 jaar, maar voor een dijk 100 tot 200 jaar. Dit is een groot verschil. Door de dijk (weg) een stukje hoger aan te leggen bij groot onderhoud van de weg, is de dijk langer veilig. Artikel2.14.Wegen verwijderen 1.Dit artikel is van toepassing op het verwijderen van wegen in de zone waterstaatswerk, de ruimtelijke reserveringszone of de beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. 2.De weg inclusief fundering dient te worden verwijderd. De dijk wordt hierbij hersteld met daarvoor geschikt bodemmateriaal (klei). [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] 3.Er moet een werkplan worden opgesteld waarin de werkmethode voor de sloop en het verwijderen van de weg en fundering is beschreven. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] 2.6Kabels en leidingen Artikel2.15.Toepassingsbereik 1.In deze paragraaf staat hoe wij een aanvraag beoordelen voor kabels en leidingen (aanleggen, wijzigen of verwijderen) in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone, of bijbehorende ondersteunende kunstwerken. Toelichting: Delfland wil geen kabels en leidingen in de Delflandsedijk, omdat die het waterkerend vermogen in gevaar brengen. In de begrippenlijst wordt uitgelegd wat waterkerend vermogen is. Ook mogen de kosten voor het beheer door de aanwezigheid van kabels en leidingen niet onevenredig veel toenemen. Kabels en leidingen kunnen de dijk beschadigen. Voor de aanleg moet er in de dijk gegraven of geboord worden. Lekkages of explosies kunnen grote gevolgen hebben voor de veiligheid. Wanneer bijvoorbeeld vloeistof uit een leiding lekt, stroomt grond vanuit de dijk mee en ontstaat erosie. Schade en lekkages zijn moeilijk op tijd te constateren en te herstellen. Voor het verwijderen van kabels of leidingen in zone waterstaatswerk van de Delflandsedijk is altijd een vergunning nodig en in de ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk is een soms vergunning nodig. In de buitenbeschermingszone is geen vergunning nodig. Dit is geregeld in de waterschapsverordening. De vergunning wordt beoordeeld op basis van de beoordelingsregels die in de waterschapsverordening staan. In deze beleidsregel staan geen aanvullende eisen. Let op! Op aanvraag van het hoogheemraadschap dient de beheerder medewerking te verlenen aan de toetsing/ beoordeling van de kabel of leiding als niet waterkerend object (nwo) in het kader van de in de wet gereguleerde Veiligheidstoetsing van de waterkeringen en zoals verwoord in 10.5.2 van de NEN3650-serie. Hierbij is de beheerder van het object verantwoordelijk voor het uitspreken van een oordeel over het in zijn beheer zijnde object, conform overeengekomen toetsmethoden. Dit komt terug in de vergunningvoorschriften. 2.Voor de beoordeling voor kabels en leidingen (aanleggen, wijzigen of verwijderen) in de beschermingszone Maasdeltatunnel zijn de artikelen in paragraaf 2.6 niet van toepassing.
Artikel2.16.Kabels en leidingen aanleggen en wijzigen 1.Dit artikel is van toepassing op het aanleggen en wijzigen van kabels en leidingen in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. Toelichting: Let op! Bij het aanleggen van kabels en leidingen in de zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk moet zwaarwegend belang worden aangetoond. Dit staat in Artikel 4.5 van de waterschapsverordening en Artikel 2.2 van deze beleidsregel. 2.Het ontwerp, de aanleg en het beheer van leidingen wordt uitgevoerd conform de meest recente en vastgestelde NEN 3650-serie (hieronder vallen onder andere de NEN 3650, NEN 3651, NPR 3659). [BO b: blijven voldoen aan de normen] Toelichting: de landelijke regelgeving voor het transport van gassen en vloeistoff¬en door leidingen staat in de Nederlandse Normen (NEN) en Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR). Voorbeelden hiervan zijn de NEN 3650 ‘Eisen voor buisleidingsystemen’, NEN 3651 ’Aanvullende eisen voor leidingen in kruisingen met belangrijke waterstaatswerken’ en NPR 3659. De NEN moet worden gebruikt voor leidingen en mantelbuizen. De NEN 3651 beschrijft meerdere mogelijkheden voor kruisende leidingen met bepaalde eisen en randvoorwaarden. 3.Voor de aanleg van kabels en leidingen wordt de voorkeursvolgorde voor leidingen uit de NEN 3650-serie toegepast. [BO b: blijven voldoen aan de normen] Toelichting: De NEN 3651 werkt volgens een duidelijke voorkeursvolgorde. Hieronder staat deze volgorde samengevat (voor uitgebreidere toelichting, zie hoofdstuk 7 van NEN 3651): Een kabel of leiding evenwijdig aan de Delflandsedijk wordt buiten de veiligheidszone aangelegd. De NEN-norm geldt hier niet. De veiligheidszone wordt in de begrippenlijst uitgelegd. Als buiten de veiligheidszone onvoldoende ruimte is, kan de kabel of leiding buiten de dijk (waterstaatswerk), maar binnen de beschermingszone van de dijk worden aangelegd. Dan moet de kabel of verstoringszone van de leiding buiten het profiel van vrije ruimte blijven. Een kabel of leiding mag in de dijk niet parallel worden aangelegd. In deze uitzonderingen mag het wel: De dijk is veel groter dan op dit moment nodig is. Dit noemen we overdimensionering. De kabel of verstoringszone van de leiding moet dan boven het leggerprofiel liggen; of De dijk is verheeld of aangeheeld. Deze woorden worden in de begrippenlijst uitgelegd. Als de kabel of leiding stuk gaat, is de dijk zo breed dat er geen overstroming kan komen; of Er zijn ‘dringende planologische redenen’. In de NEN wordt niet toegelicht wat dit betekent. 4.In zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk worden geen mijter-, segment- of verstekbochten toegepast. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Met mijter- segment- of verstekbochten bedoelen wij bochten die zijn gemaakt uit een of meerdere rechte leidingdelen. Deze bochten zijn door veel lasnaden kwetsbaar voor zettingen. Ook kunnen interne spanningen optreden in het leidingmateriaal. Hierdoor is er een groter risico op lekkage. 5.De kabel of leiding blijft in de toekomst sterk genoeg bij een dijkversterking conform het profiel van vrije ruimte. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: Als de Delflandsedijk hoger wordt gemaakt, wordt de dijk zwaarder. Dit heeft een negatief effect op kabels en leidingen. De kans op leidingbreuk en lekkage wordt hierdoor groter. De aanvrager moet met berekeningen bewijzen dat de kabel of leiding geen schade door de extra grondbelasting op zal lopen. Voor de dijk van toekomst worden de afmetingen van het profiel van vrije ruimte gebruikt. 6.Het leidingsysteem mag niet zonder vergunning worden gewijzigd. Aangetoond moet worden dat het wijzigen van bijvoorbeeld de diameter, druk of debiet (verstoringszone) geen negatieve invloed hierop heeft. De leiding in de waterkering dient aan de norm (conform de NEN3650-serie) te voldoen. [BO b: blijven voldoen aan de normen] Artikel2.17.Kruisende kabels en leidingen aanleggen 1.Dit artikel is van toepassing op het aanleggen van kruisende kabels en leidingen in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. Toelichting: Een kabel of leiding die in dwarsrichting op de waterkering ligt. 2.Een kruisende leiding met de waterkering moet zodanig aangelegd worden dat: [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] de leiding als één stuk binnen de waterkering en/of bijbehorende beschermingszone aangelegd wordt; en bij een horizontaal gestuurde boring het tracé van de leiding onder de hele waterkering en bijbehorende beschermingszone minimaal 10,00 meter onder de vereiste kruinhoogte ligt, tenzij conform de NEN 3650-serie (minimale gronddekking bij kruisingen uitgevoerd met HDD-techniek) hiervan kan worden afgeweken. Toelichting: Een leiding waarbij de leidingdelen met lassen aan elkaar worden verbonden wordt als een leiding als één stuk gezien. Hierdoor reageert deze leiding hetzelfde als een leiding uit één stuk op bijvoorbeeld zettingen. 3.Een kruisende leiding met de waterkering moet zodanig ontworpen worden dat: [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] De leiding drukloos gemaakt kan worden; De leiding (in segmenten) afgesloten kan worden; De afsluiters buiten het waterstaatswerk en de ruimtelijke reserveringszone liggen; De afsluiters herkenbaar maken door middel van merkpalen en zijn bereikbaar en bedienbaar; en De merkpalen steken minimaal één meter boven het maaiveld uit. Toelichting: Bij gas- en vloeistofleidingen is er kans op lekkage, waardoor de sterkte van de Delflandsedijk minder wordt. De dijk wordt te nat (verweking) en er kunnen gaten in de dijk komen door erosie. Daarom moeten deze leidingen aan beide kanten van de dijk, naast het waterstaatswerk, een blijvende bedienbare afsluiter hebben. De leidingen moeten kunnen worden afgesloten. Er moeten merkpalen op plek van de afsluiters komen. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het onderhoud van de merkpalen en dat ze buiten goed te zien zijn 4.Een vergunning voor een kruisende kabel of leiding, die wordt aangelegd tijdens het stormseizoen kan alleen worden verleend als kan worden aangetoond dat tijdens werkzaamheden het risico op verslechteren van het waterkerend vermogen verwaarloosbaar is. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Tijdens het stormseizoen is de kans op (langdurig) hoogwater en storm het grootst. Het stormseizoen is van 1 oktober tot 1 april. De aanleg van een kabel of leiding kan de dijk (tijdelijk) zwakker maken. Dit komt door het graven in de dijk. Delfland wil voorkomen dat in het stormseizoen de dijk slechter wordt. Als een kabel of leiding niet buiten het stormseizoen kan worden aangelegd, kan Delfland extra eisen stellen. Bijvoorbeeld dat sleuven aan het eind van de werkdag weer zijn gevuld met grond. Per situatie kijkt Delfland welke maatregelen nodig zijn. Als deze maatregelen niet mogelijk zijn, is het niet toegestaan om een kabel of leiding tijdens het stormseizoen aan te leggen. Artikel2.18.Parallelle kabels en leidingen aanleggen 1.Dit artikel is van toepassing op het aanleggen van parallelle kabels en leidingen met de waterkering in zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. 2.De kabel of verstoringszone van de leiding (NEN 3650-serie) dient het profiel van vrije ruimte niet te doorsnijden. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: De verstoringszone is de zone waarbinnen de invloed van de lekkende of exploderende leiding merkbaar is. De grootte van de verstoringzone, ook wel erosiezone genoemd, hangt af van de buisdiameter, de druk in de leiding en wat er door de leiding gaat (medium). De verstoringszone is onderdeel van de veiligheidszone. 3.Als de kabel of verstoringszone van de leiding niet buiten het profiel van vrije ruimte van de Delflandsedijk ligt, kan een vervangende waterkering conform paragraaf 8.1.7 uit de NEN 3651:2020 nodig zijn, of moet aangetoond worden dat het ontwerp het profiel van vrije ruimte inclusief de leiding voldoet aan de vigerende ontwerpvoorwaarden. Voor de leiding geldt hierbij dat de NEN 3650-serie leidend is. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: Bij leidingen is niet altijd een vervangende waterkering nodig, omdat de extra sterkte ook in de leiding kan zitten, of in de manier waarop deze aangelegd wordt. Als de faalkansen voor leidingen uitgewerkt worden, kan er aangetoond worden dat een leiding zonder vervangende waterkering alsnog aan de minimale faalkans eis kan voldoen. 4.In zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone worden drukleidingen uitgevoerd middels (spiegel)lassen. Indien het toepassen van spiegellassen (bij HDPE) niet mogelijk is worden leidingen gekoppeld met electrolasmoffen. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Artikel2.19.Kabels en leidingen uitbreiden 1.Dit artikel is van toepassing op het uitbreiden van bestaande kabels en leidingen in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. 2.De kabel of verstoringszone van de leiding (NEN 3650-serie) dient het profiel van vrije ruimte niet te doorsnijden; [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: De verstoringszone is de zone waarbinnen de invloed van de lekkende of exploderende leiding merkbaar is. De grootte van de verstoringzone, ook wel erosiezone genoemd, hangt af van de buisdiameter, de druk in de leiding en wat er door de leiding gaat (medium). De verstoringszone is onderdeel van de veiligheidszone. 3.De wijziging van het bestaande tracé staat niet in verhouding tot het effect wat die wijziging heeft op de veiligheid van de waterkering. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] 2.7Bodemenergiesystemen Artikel2.20.Toepassingsbereik 1.In deze paragraaf staat hoe wij een aanvraag beoordelen voor bodemenergiesystemen (aanleggen, houden, wijzigen of verwijderen) in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, of bijbehorende ondersteunende kunstwerken. Toelichting: De regels in deze beleidsregel gaan over het aanleggen, wijzigen en verwijderen van een bodemenergiesysteem binnen de leggerzonering. Delfland is geen bevoegd gezag voor het reguleren van de feitelijke warmteoverdracht met het grondwater. Dit ligt bij provincie of de gemeente, afhankelijk van het bodemsysteem. Bij een aanvraag worden deze twee onderdelen apart getoetst: de aan- en afvoerende leidingen en kabels die het verticale systeem verbinden met de rest van de benodigde infrastructuur vallen onder paragraaf 2.6 kabels en leidingen; Het energiesysteem zelf en de verticale onderdelen van het energiesysteem vallen onder deze paragraaf. We gaan uit van twee typen bodemenergiesystemen: Open systeem In een open systeem wordt diep grondwater opgepompt en teruggevoerd in de bodem. De warmteoverdracht gebeurt boven de grond. Gesloten systeem of bodemwarmtewisselaar In een gesloten systeem of een bodemwarmtewisselaar wordt vloeistof door lussen rondgepompt. Dit systeem is in de bodem gebouwd. De warmteoverdracht gebeurt in de bodem. Bodemenergiesystemen kunnen de Delflandsedijk beschadigen. Voor het aanleggen van bodemenergiesystemen zijn ingrijpende activiteiten nodig. Er wordt in de dijk gegraven en diep geboord. Hierdoor worden ook diepere waterscheidende lagen doorboord. Een bodemenergiesysteem bestaat uit een diep boorgat, waarin een buis met leidingen komt. Als het bodemenergiesysteem niet meer wordt gebruikt, moet het systeem weer afgedicht worden. Een lekkage kan grote gevolgen hebben voor de veiligheid van de dijk. Het lek is moeilijk te vinden en moeilijk te dichten. Daarom heeft Delfland eisen waar een bodemenergiesysteem aan moet voldoen. Zo mogen bodemenergiesystemen het waterkerend vermogen van de dijk niet in gevaar brengen. In de begrippenlijst wordt uitgelegd wat waterkerend vermogen is. Ook mogen de kosten voor het beheer door de aanwezigheid van het bodemenergiesysteem niet onevenredig veel toenemen. Voor het verwijderen van bodemenergiesystemen in zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk is een vergunning nodig. Dit is geregeld in de waterschapsverordening. De vergunning wordt beoordeeld op basis van de beoordelingsregels die in de waterschapsverordening staan. In deze beleidsregel staan geen aanvullende eisen. 2.Voor de beoordeling voor bodemenergiesystemen (aanleggen, wijzigen of verwijderen) in de beschermingszone Maasdeltatunnel zijn de artikelen in paragraaf 2.7 niet van toepassing.
Artikel2.21.Bodemenergiesystemen aanleggen en wijzigen 1.Dit artikel is van toepassing op het aanleggen en wijzigen van bodemenergiesystemen in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. Toelichting: Een verandering van druk, debiet en diameter valt onder wijzigen van een bodemenergiesysteem. Let op! Bij het aanleggen van bodemenergiesystemen in de zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk moet zwaarwegend belang worden aangetoond. Dit staat in Artikel 4.5 van de waterschapsverordening en Artikel 2.2 van deze beleidsregel. 2.De installaties van het bodemenergiesysteem mogen het profiel van vrije ruimte niet doorsnijden. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] 3.In afwijking van lid 2 mogen verticale leidingen van het bodemenergiesysteem het profiel van vrije ruimte doorsnijden. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] 4.Voor het ontwerpen, de wijze van aanleggen (inclusief het toepassen van boortechnieken) en wijzigen van leidingen ten behoeve van bodemenergiesystemen wordt gebruik gemaakt van de vigerende Nederlandse normen (NEN 3650, 3651 en 3652 en SIKB BRL 11000). [BO b: blijven voldoen aan de normen] Toelichting: De landelijke regelgeving voor het transport van gassen en vloeistoffen door leidingen staat in de Nederlandse Normen (NEN) en Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR). Voorbeelden hiervan zijn de NEN 3650 ‘Eisen voor buisleidingsystemen’, NEN 3651 ’Aanvullende eisen voor leidingen in kruisingen met belangrijke waterstaatswerken’ en NPR 3659. De NEN moet worden gebruikt voor leidingen en mantelbuizen. De NEN 3651 beschrijft meerdere mogelijkheden voor kruisende leidingen met bepaalde eisen en randvoorwaarden. De NEN3650-serie is geschreven voor horizontale leidingen. Voor berekeningen aan verticale leidingen is geen NEN-serie beschikbaar. De manier van rekenen in de NEN3650-serie kan wel gebruikt worden. Let op: de belastingen en de verstoringszones zijn bij verticale leidingen anders dan bij horizontale leidingen. Ook de horizontale invloed van bodemlagen op de leiding in relatie tot het grondgedrag (horizontale en verticale vervormingen) van de Delflandsedijk is anders. Daarom is de plek van de boring erg belangrijk. Bijvoorbeeld voor de horizontale belasting op de leiding en of het boorgat wordt dichtgedrukt. Daarom moeten berekeningen altijd worden gemaakt en gecontroleerd in overleg met grondmechanica specialisten. 5.Het bodemenergiesysteem dient voorzien te worden van een drukregeling en afsluiters waarmee het systeem drukloos gezet kan worden. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: bij een noodsituatie moet het uitstromen van de vloeistof, zoals water, zo klein mogelijk worden of worden tegengehouden. 6.Waterscheidende lagen die doorsneden worden, worden afgedicht zodat er geen verbinding tussen de watervoerende pakketten is. [BO b: blijven voldoen aan de normen] Toelichting: In de bodem zitten grondlagen die verschillende lagen met grondwater scheiden. Deze grondlagen noemen we waterscheidende lagen. De lagen met grondwater noemen we watervoerende pakketten. Een boring in de grond kan zorgen voor een verbinding tussen de watervoerende pakketten. Dit is slecht voor de Delflandsedijk. De dijk wordt minder sterk en er kan water (kwel) doorheen stromen. Daarom is het belangrijk om te weten waar de waterscheidende lagen in de grond zitten. Deze lagen moeten goed worden afgesloten. Dit kan bijvoorbeeld met een uithardende boorvloeistof. Let op: de invloed van het doorsteken van de afsluitende grondlagen op de grondwaterhoogte en druk in de watervoerende pakketten; stroming van grondwater uit het eerste watervoerende pakket recht omhoog naar het maaiveld; stroming van rivierwater via het boorgat naar de landzijde van de dijk (binnenzijde). 7.Bij boringen wordt geen spuitlans gebruikt. [BO b: blijven voldoen aan de normen] Toelichting: Delfland adviseert machinaal boren met een casing. Met deze manier is er weinig kans op het ontstaan van holle ruimten. Als het boorgat weer gevuld wordt, kunnen de waterscheidende lagen goed worden afgesloten. 8.Het is niet toegestaan een bodemenergiesysteem, bestaande uit meerdere boringen, parallel aan de waterkering aan te leggen. [BO b: blijven voldoen aan de normen] Toelichting: Het is slecht voor de Delflandsedijk om meerdere onttrekkingsputten naast elkaar langs de dijk te bouwen. In de bodem zitten grondlagen die verschillende lagen met grondwater scheiden. Deze grondlagen noemen we waterscheidende lagen. Het doorboren van deze waterscheidende lagen zorgt voor een risico. Omdat de putten naast elkaar langs de dijk liggen kan de dijk over een groter gebied minder sterk worden. Daarom mogen de putten alleen naast elkaar als ze in een rijtje recht tegenover de dijk liggen. Dus haaks op de dijk. 9.Het bodemenergiesysteem moet aan dezelfde zijde (binnen- of buitendijks) van de dijk worden geplaatst als het object waarvoor het bedoeld is. (geen extra kruisingen introduceren) [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Delfland wil het liefst geen kruisende leidingen. Dit zijn leidingen die in dwarsrichting op de waterkering liggen. Deze leidingen kunnen de dijk zwakker maken en daardoor het waterkerend vermogen slechter maken. Plaats het bodemenergiesysteem aan dezelfde kant van de Delflandsedijk, dan hoeft de leiding de dijk niet te kruisen. 10.Bij een open systeem moet de aanvrager met een 3-dimensionaal grondwatermodel aantonen dat het risico voor de dijk acceptabel is. Het model moet rekening houden met de variatie van de dikte van de bodemlagen, de doorlaatfactoren en situering van de onttrekkings- en retourfilters. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] 11.Het bodemenergiesysteem blijft in de toekomst sterk genoeg bij een dijkversterking conform het profiel van vrije ruimte. Verticale leidingen worden zodanig ontworpen dat deze de extra krachten als gevolg van realisatie van het profiel van vrije ruimte op kunnen nemen. [BO c: in de toekomst laten voldoen aan de normen] Toelichting: Grondophogingen ten behoeve van een dijkversterking kunnen een nadelige invloed hebben op het bodemenergiesysteem. De kans op leidingbreuk en lekkage door verhoogde belasting of ongelijke zettingen wordt hierdoor groter. De aanvrager moet aantonen dat het bodemenergiesysteem geen schade op zal lopen door de belasting van de aangepaste dijk. Voor de aangepaste dijk kan het profiel van vrije ruimte worden gebruikt. 12.Een vergunning voor een bodemenergiesysteem dat wordt aangelegd tijdens het stormseizoen kan alleen worden verleend als kan worden aangetoond dat tijdens werkzaamheden het risico op verslechteren van het waterkerend vermogen verwaarloosbaar is of dat dit risico met extra voorschriften kan worden gemitigeerd. [BO a: het waterkerend vermogen van de waterkering mag niet verslechteren] Toelichting: Tijdens het stormseizoen moet de Delflandsedijk het goed blijven doen. In deze periode is de kans op (langdurig) hoogwater en storm het grootst. Het stormseizoen is van 1 oktober tot 1 april. De aanleg van een bodemenergiesysteem kan de dijk (tijdelijk) zwakker maken. Dit komt door het graven in de dijk. Delfland wil voorkomen dat in het stormseizoen de dijk slechter wordt. Als een bodemenergiesysteem niet buiten het stormseizoen kan worden aangelegd, kan Delfland extra eisen stellen. Bijvoorbeeld dat sleuven aan het einde van de werkdag weer zijn gevuld met grond. Per situatie kijkt Delfland welke maatregelen nodig zijn. Als deze maatregelen niet mogelijk zijn, is het niet toegestaan om een bodemenergiesysteem tijdens het stormseizoen aan te leggen. Artikel2.22.Bodemenergiesystemen houden 1.Dit artikel is van toepassing op het houden van bodemenergiesystemen in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone of beschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. 2.Het beheer en onderhoud van bodemenergiesystemen dient uitgevoerd te worden zoals beschreven in HD 10 van de NEN3650-serie. [BO b: blijven voldoen aan de normen] 3.Op aanvraag van het hoogheemraadschap dient de beheerder medewerking te verlenen aan de toetsing/ beoordeling van het object als NWO in het kader van de in de wet gereguleerde Veiligheidstoetsing van de waterkeringen en zoals verwoord in 10.5.2 van de NEN3650-serie. Hierbij is de beheerder van het object verantwoordelijk voor het uitspreken van een oordeel over het in zijn beheer zijnde object, conform overeengekomen toetsmethoden. [BO b: blijven voldoen aan de normen] 2.8Windturbines Artikel2.23.Toepassingsbereik 1.In deze paragraaf staat hoe wij een aanvraag beoordelen voor windturbines (aanleggen, wijzigen of verwijderen) in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone, beschermingszone of buitenbeschermingszone van de Delflandsedijk, of bijbehorende ondersteunende kunstwerken. 2.Voor de beoordeling voor windturbines (aanleggen, wijzigen of verwijderen) in de beschermingszone Maasdeltatunnel zijn de artikelen in paragraaf 2.8 niet van toepassing.
3.Voor het aanleggen, wijzigen of verwijderen van windturbines zijn de artikelen over bouwwerken in paragraaf 2.3 ook van toepassing. Delfland wil geen windturbines op de Delflandsedijk die het waterkerend vermogen in gevaar brengen. In de begrippenlijst wordt uitgelegd wat waterkerend vermogen is. De aanvrager moet onderzoeken wat de invloed van de aanleg en verwijderen van de windturbine op de dijk is. Ook wat de invloed van de windturbine op de dijk is als de windturbine wordt gebruikt. In dit onderzoek moeten verschillende technische onderdelen van waterveiligheid worden bekeken. Gebruik hiervoor het beoordelingsinstrumentarium (WBI) van het Rijk. De afstand tussen de grond en het hoogste punt van een rotorblad van een windturbine noemen we tiphoogte. De tiphoogte van de grootst gebouwde windturbine in Nederland op land is 250 m. Delfland heeft een buitenbeschermingszone aan de binnenkant van de dijk in de legger gezet. Deze zone heeft een breedte van 250 m. Voor het aanleggen van een windturbine in deze zone is een vergunning nodig. Dit geldt in deze zone ook voor het wijzigen of verwijderen van een windturbine. Artikel2.24.Windturbines aanleggen 1.Dit artikel is van toepassing op het aanleggen van windturbines in de zone waterstaatswerk, ruimtelijke reserveringszone, beschermingszone of buitenbeschermingszone van de Delflandsedijk, tenzij in het lid anders is aangegeven. Toelichting: Let op! Bij het aanleggen van windturbines in de zone waterstaatswerk of ruimtelijke reserveringszone van de Delflandsedijk moet zwaarwegend belang worden aangetoond. Dit staat in Artikel 4.5 van de waterschapsverordening en Artikel 2.2 van deze beleidsregel. 2.Voor het borgen van de waterveiligheid dient de initiatiefnemer een berekening te overleggen conform het WBI van de overstromingskans op de betreffende locatie zonder windturbine(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.