/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR745913 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0166/2025/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2025-12-22 2025-12-22 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR745913/nld@2025-12-23 /join/id/proces/gm0166/2025/doel_254_951a8fbfb16c40fcbd39d6cd4efef037 /join/id/proces/gm0166/2025/doel_351_6d9c310bf1064ba5958af15256edd8be 2025-12-23 2025-12-23 /akn/nl/act/gm0166/2025/omgevingsvisie/nld@2025-12-22;1 /akn/nl/act/gm0166/2025/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm0166/2025/omgevingsvisie/nld@2025-12-22;1 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente Kampen Voorwoord Voor u ligt de nieuwe Omgevingsvisie gemeente Kampen. Met dit document zetten we een heldere stip op de horizon: wat voor gemeente willen we in de toekomst zijn, hoe gaan we om met onze belangrijkste opgaven en hoe vertaalt dit zich op verschillende plekken in de gemeente? Deze vragen beantwoorden wij in deze omgevingsvisie in nauwe samenspraak met (maatschappelijke) partners, ondernemers, de provincie, het waterschap en, uiteraard, de inwoners van de gemeente Kampen. Wij hebben de inwoners gedurende het hele proces op verschillende wijzen betrokken. Zo stonden we op de markt, gingen langs in dorpshuizen, gingen we op een bustour en bereikten we de jeugd via de digitale ‘swipocratie’. Samen schetsten we een toekomstbeeld en werken dit uit tot onze omgevingsvisie. Wij zijn dankbaar voor deze grote betrokkenheid vanuit de samenleving, die een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan de omgevingsvisie. Met deze nieuwe omgevingsvisie kiezen wij voor een sterke gemeente Kampen, met een bloeiende gemeenschap en economie waar brede welvaart, duurzaamheid en evenwichtige groei hand in hand gaan. We zetten in op vitale wijken en bieden woonmogelijkheden voor iedereen. We kiezen voor een groene en waterrijke omgeving, met toekomstbestendige landbouw en in balans met het bodem- en watersysteem. Kortom, deze omgevingsvisie is een uitnodiging aan iedereen om mee te werken aan de toekomst van de gemeente Kampen. Samen bouwen we verder aan een gemeente waar het goed wonen, werken en leven is voor iedereen! Erik Faber wethouder Leeswijzer en samenvatting In de omgevingsvisie schetst de gemeente Kampen een beeld van hoe de stad, haar dorpen en omliggende gebieden er in de toekomst uit zullen zien. Deze visie geeft duidelijkheid over de ambities van de gemeente Kampen, en biedt houvast voor de keuzes die nodig zijn om deze ambities te realiseren. De omgevingsvisie raakt allerlei onderwerpen: waar en hoe gaan wij fijn wonen in de gemeente Kampen, hoe zit het met onze economie, ondernemers en duurzame energieopwekking, hoe gaan wij om met milieu, water en bodem? Hoe zorgen wij ervoor dat de gemeente Kampen een gezonde en leefbare leefomgeving is en blijft, waar er ook fijn gecreëerd kan worden en de rijke cultuurgeschiedenis nog voelbaar is? Deze visie hebben wij opgesteld samen met inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden. Ook is de omgevingsvisie een oproep aan alle betrokkenen om actief bij te dragen aan deze toekomst, door middel van eigen initiatieven. Samen maken we Kampen een prettige plek om te wonen, werken en recreëren, nu en in de toekomst. Lees meer over waarom de omgevingsvisie is opgesteld in hoofdstuk
- Het toekomstverhaal van de gemeente Kampen in 2050… Kampen is uitgegroeid tot een gemeente waar brede welvaart centraal staat en waar bodem en water de leidraad vormen voor ruimtelijke ontwikkeling. Kampen in 2050 is een plek waar brede welvaart, evenwichtige groei en duurzaamheid hand in hand gaan. De gemeenschap heeft haar unieke karakter behouden maar is volledig meegegaan met de tijd en heeft geen last meer van hittestress en wateroverlast. Wie zich in Kampen begeeft, ziet een gemeente die bloeit door haar verbondenheid met water, haar sterke sociale infrastructuur en de balans tussen erfgoed en innovatie. Lees meer over het toekomstverhaal in hoofdstuk 2 of bekijk de visiekaart in bijlage
- Om toe te werken naar dit toekomstverhaal, hebben we drie strategische hoofdambities opgesteld. Vitale, veerkrachtige mensen en gemeenschappen Een bloeiende samenleving met een sterke sociale basis vraagt om een robuust voorzieningenaanbod. We zetten in op warme dorps- en wijkharten om voorzieningen en ontmoetingsplekken voor jong en oud te creëren. Ook staat een gezonde leefstijl voorop, waarbij het van belang is dat er voldoende groene ruimtes zijn voor spelen, sporten en ontspannen. Een vitale gemeenschap heeft ook een bruisende binnenstad, als centrum voor cultuur, horeca en evenementen. Wij zijn trots op onze historische binnenstad en haar verleden als Hanzestad, en maken de cultuurhistorie van Kampen, de dorpen en het landschap beleefbaar. Ruimte voor goed wonen en een bruisende lokale economie We zorgen voor leefbare en gemengde wijken met voldoende woningen voor iedereen, vooral voor jongeren, ouderen en mensen die zorg nodig hebben. Tussen 2032 en 2050 komen er circa 3.850 nieuwe woningen bij, met aandacht voor betaalbare woningen en doorstroming op de woningmarkt. Wij zoeken ruimte voor nieuwe woningen in de bestaande stad en dorpen, met uitbreidingslocatie Reeve-Noord met kwalitatief dorpshart en kleinschalige uitbreiding aan de rand van dorpen. Het selecteren van nieuwe woningbouwlocaties houdt rekening met lokale kwaliteiten zoals water, bodem en cultuurhistorie. In het buitengebied behouden we de kwaliteit van leven en kijken we naar de behoefte aan extra woningen. We stimuleren een sterke economie met aandacht voor modern vakmanschap in het MKB, de maakindustrie, handel en duurzame initiatieven. Bestaande werklocaties, vooral van lokale bedrijven, kunnen uitbreiden. We combineren wonen en werken aan de randen van bedrijventerreinen en benutten de ruimte optimaal met verdichting en vergroening. We investeren in goede bereikbaarheid met kwalitatief openbaar vervoer, fietsroutes en autoluwe zones. Station Kampen-Zuid wordt een innovatiehub met onderwijs, bedrijvigheid en woningen voor studenten en jongeren. De binnenstad wordt toekomstbestendig met geclusterde horeca en winkels. Op weg naar een waterrijke en groene aarde en leefomgeving We ontwikkelen met respect voor onze natuurlijke omgeving, met een focus op wat wél kan, waarbij water en bodem leidend zijn. Waterveiligheid staat voorop, met voldoende ruimte voor wateropvang en aandacht voor knelpunten. Nieuwe ontwikkelingen zijn klimaatadaptief en duurzaam, met slimme combinaties van waterberging, natuur en landschap. In het landelijk gebied is de landbouw een belangrijke economische drager. Samen met de sector zoeken we naar duurzame landbouw en alternatieve verdienmodellen. We stimuleren hergebruik van gebouwen en verduurzamen bestaande wijken en dorpen. Groen en water krijgen extra aandacht, met groene overgangen tussen stad en buitengebied. We verbeteren de waterbeleving en beschermen de biodiversiteit. We lopen voorop in duurzame energieopwekking, met voorrang voor lokale initiatieven. Bestaande bedrijventerreinen verduurzamen we met oog voor de circulaire economie. Zo zorgen we voor een gezonde balans tussen een levendige stad, een vitaal buitengebied en een sterke natuur. Lees meer over de strategische hoofdambities in hoofdstuk
- Niet alles kan overal… De gemeente Kampen bestaat uit vele kernen, buitengebieden en andere locaties met ieder hun eigen kwaliteiten en opgaven. Daarom vertalen wij de hoofdambities in ruimtelijke keuzes voor elk gebied. Wij maken onderscheid in de volgende gebieden: Stad en grote dorpen (Kampen, IJsselmuiden en Reeve) Kleine dorpen (‘s-Heerenbroek, Grafhorst, Wilsum en Zalk) Werklocaties (Koekoekspolder, bedrijventerreinen en Zuiderzeehaven) Buitengebied (rivierengebied, kleipolders en veenpolders inclusief de buurtschappen De Zande, Kampereiland, Hogeweg en Zuideinde) Lees meer over de ruimtelijke keuzes per gebied in hoofdstuk
- Samen aan de slag aan met het Kampen van de toekomst Deze omgevingsvisie hebben wij opgesteld samen met bewoners, maatschappelijke en regionale partners en de provincie Overijssel. De ruimtelijke en maatschappelijke opgaven voor de gemeente Kampen overstijgen de grenzen van de gemeente, en daarom is het essentieel dat wij deze samenwerking voortzetten. Dit geldt voor onze bloeiende lokale economie, maar ook voor onze energie- en wateropgaven is het van belang dat wij slim omgaan met complexe, grensoverstijgende uitdagingen. Daarom gaan wij samen aan de slag bij onze gemeente. Onze visie voor de gemeente Kampen is een levend document. De veranderende wereld vraagt ons om regelmatig terug te blikken op deze visie en het bij te stellen voor nieuwe opgaven die op onze gemeente af komen. Lees meer over de uitvoering van de omgevingsvisie in hoofdstuk
- Achtergrond van de omgevingsvisie We begonnen het proces voor de totstandkoming van deze omgevingsvisie niet bij nul. We bouwen voort op de Koers van Kampen, waarin de belangrijkste thema’s voor Kampen zijn opgesteld. Hieruit blijkt dat sociale samenhang cruciaal is, en voorzieningen en plekken voor ontmoeting dichtbij moeten zijn. Ook moet de gemeente Kampen haar rijke cultuurhistorie en identiteit koesteren, met oog voor het onderhoud en verduurzaming van haar monumenten. Er moet ruimte zijn voor lokale, innovatieve energie-initiatieven, en er moet rekening gehouden worden met het water- en bodemsysteem voor een toekomstbestendig Kampen. Tenslotte is een vitaal platteland cruciaal, met een balans van functies in het landelijk gebied. Dit vormde samen het Verhaal van Kampen, waarin ook de opgaven voor de gemeente Kampen zijn beschreven. Dit vormde tezamen het vertrekpunt voor een uitgebreid participatieproces, op basis waarvan de omgevingsvisie vorm heeft gekregen. Gedurende de totstandkoming zijn ook de effecten van keuzes zorgvuldig beoordeeld door middel van een omgevingseffectrapportage. Lees meer over de achtergrond van de (totstandkoming van) omgevingsvisie en het Verhaal van Kampen in hoofdstuk
- Let op: De omgevingsvisie gaat over het gehele grondgebied van de gemeente Kampen. Wanneer we in dit document Kampen schrijven, bedoelen we de hele gemeente. Wanneer het gaat over de stad Kampen, dan vermelden we dit expliciet. Alle hoofdstukken in deze omgevingsvisie zijn afzonderlijk van elkaar te lezen. U kunt daarom dubbelingen tegenkomen. 1 Inleiding De gemeente Kampen is in 2024 gestart met het ontwikkelen van de nieuwe omgevingsvisie. Dit is een langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving van de gemeente. De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de stedelijke gebieden, dorpen, buurtschappen en het buitengebied van Kampen. De omgevingsvisie beschrijft de huidige kwaliteiten en formuleert een aanpak op de huidige en toekomstige opgaven, met thematische en gebiedsgerichte uitwerkingen en bijbehorende aanpak. Hiermee biedt de omgevingsvisie belanghebbenden en initiatiefnemers straks duidelijke handelingsperspectieven en een duidelijk toetsingskader. De gehanteerde tijdshorizon voor de omgevingsvisie van Kampen is
- Bij het opstellen van de omgevingsvisie worden de uitgangspunten en wensen voor de fysieke leefomgeving vanuit verschillende thema’s in beeld gebracht. Daarmee kunnen tegenstellingen of juist opgaven en belangen die elkaar (kunnen) versterken, vroegtijdig worden geïdentificeerd en worden gebruikt voor een wenkend toekomstbeeld. Denk hierbij aan de relatie tussen de fysieke leefomgeving en sociaal maatschappelijke opgaven of het creëren van een gezonde en veilige leefomgeving. Dit krijgt allemaal een plek in de omgevingsvisie. Verder bouwen op Koers Kampen 2040 In 2023 stelde de gemeenteraad De Koers Kampen 2040 vast. Deze koers is een toekomstbeeld voor de hele gemeente Kampen die samen met de raad, de bewoners, ondernemers en organisaties is opgesteld. De Koers Kampen 2040 is niet het eindpunt, maar het beginpunt van een continu gesprek tussen gemeenteraad en samenleving. Aan de hand van diverse participatiemiddelen voerden we het gesprek over de toekomst nu verder. Het doel hiervan is het verdiepen en uitwerken van De Koers Kampen
- Dit betekent dat we niet alleen antwoord geven op het ‘wat’, maar ook op ‘waar’ willen we bepaalde ontwikkelingen en ‘hoe’ gaan we dit doen. Deze ruimtelijke uitwerking maken we voor de hele gemeente én per gebied en vindt u in dit voorliggende document. Een verdere toelichting over het proces achter de omgevingsvisie is te vinden in hoofdstuk
- Schematische weergave van bestaande (beleids)stukken en hun relatie tot deze omgevingsvisie. 1.1 Omgevingsvisie en Omgevingswet De omgevingsvisie is een beleidsinstrument voor gemeenten als onderdeel van de Omgevingswet. De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. In de basis is het een bundeling van een groot aantal voorgaande wetten en regelingen over de fysieke leefomgeving. Maar veel belangrijker nog: de wet biedt lokale overheden meer integrale afwegingsruimte in regels en beleid en dus meer mogelijkheden om in overleg te gaan over plannen en initiatieven. Elke gemeente is verplicht een omgevingsvisie op te stellen voor het gehele eigen grondgebied. Een omgevingsvisie moet een integrale en strategische visie op hoofdlijnen zijn, gericht op de lange termijn en voor het hele grondgebied van de gemeente. Niet alleen gemeente Kampen stelt een omgevingsvisie op, maar ook het Rijk, provincies en gemeenten in Nederland zijn wettelijk verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. De omgevingsvisie die we voor Kampen maken is zelfbindend. Dit betekent dat de omgevingsvisie alleen verplichtingen schept voor de gemeente als opsteller van het document. De omgevingsvisies van het Rijk en van de provincies werken dus niet rechtstreeks door in de omgevingsvisie van de gemeente. Wel zijn er veel opgaven waaraan we werken die gemeentegrensoverstijgend zijn en die daarom om een gemeenteoverstijgende aanpak en/of regionale samenwerking vragen. De uitgangspunten uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Provinciale Omgevingsvisie (POVI) van Overijssel dienen hierbij als vertrekpunt. Deze (boven)lokale richtlijnen, beleid en wetgeving bepalen gezamenlijk de bewegingsruimte waarbinnen de Kampse omgevingsvisie vorm moet krijgen. Van het waterschap ontvingen we als input voor de langetermijnvisie een ‘position paper’. Ook zal de omgevingsvisie wat betreft de verschillende belangrijke thema’s zorgvuldig worden afgestemd op ander beleid en vice versa. In de volgende figuur laten we de samenhang van de verschillende beleidsstukken op lokaal en bovenlokaal schaalniveau zien. Naast het traject van de omgevingsvisie waren er binnen gemeente Kampen ook voortdurend parallelle trajecten van beleid in ontwikkeling. In de afgelopen periode was dat het geval op het gebied van wonen, havenontwikkeling en ruimtelijke economie, mobiliteit, landelijk gebied en energie. Ook zal er de komende jaren weer nieuw beleid ontwikkeld worden. Door de dynamische aard van de omgevingsvisie kunnen we de komende jaren regelmatig doelen en ambities bijstellen wanneer dit nodig blijkt te zijn. Schematische weergave van de beleidscyclus van de Omgevingswet. De figuur toont ook de relatie van de omgevingsvisie met bestaande beleids- en visiedocumenten en de onderlinge doorwerking van de beleidsinstrumenten onder de Omgevingswet. 2 Toekomstverhaal gemeente Kampen Wie zich in 2050 in de gemeente Kampen begeeft, ziet een gemeenschap die haar koers voor 2040 niet alleen heeft vastgehouden, maar heeft versterkt. Kampen is uitgegroeid tot een gemeente waar brede welvaart centraal staat en waar bodem en water de leidraad vormen voor ruimtelijke ontwikkeling. Kampen is een plek waar brede welvaart, evenwichtige groei en duurzaamheid hand in hand gaan. De gemeenschap heeft haar unieke karakter behouden, is volledig meegegaan met de tijd en heeft geen last meer van hittestress en wateroverlast. Wie zich in Kampen begeeft, ziet een gemeente die bloeit door haar verbondenheid met water, haar sterke sociale infrastructuur en de balans tussen erfgoed en innovatie. Brede welvaart en sterke gezonde samenlevingIn de toekomst draait het in Kampen om brede welvaart voor iedereen. Niet alleen economische groei staat centraal, maar vooral de mens. Dit betekent investeren in een fijne en gezonde leefomgeving waar jong en oud elkaar ontmoeten en naar elkaar omkijken. De samenleving is sterk en hecht, georganiseerd op wijk- en dorpsniveau. Warme wijk- en dorpsharten kenmerken de gemeenschappen. Inwoners kennen elkaar en kijken naar elkaar om. Spontane ontmoetingen en initiatieven die de sociale verbondenheid versterken worden gestimuleerd, zowel in de stad als in de omliggende dorpen. In een tijd van vergrijzing en toenemende eenzaamheid is dit belangrijker dan ooit. De sociale infrastructuur speelt een belangrijke rol in het stimuleren van zelf- en samenredzaamheid. Wijkcentra en dorpshuizen zijn fijne ontmoetingsplaatsen gebleven, of juist geworden, met activiteiten die jong en oud verbinden. Deze centra dragen bij aan een sterke gemeenschap waar het goed leven is voor iedereen. In verbinding met het landschapAls gemeente Kampen zijn we trots op ons waterrijke en groene buitengebied, waar de IJssel, polders, meren en riviertjes een uniek en open landschap vormen. Dit landschap, gelegen midden in de toeristische regio de IJsseldelta, met brede vergezichten, lange kavels, en een netwerk van sloten en weteringen, heeft een sterke agrarische identiteit maar biedt ook volop ruimte voor natuur en recreatie. De combinatie van water en groen maakt ons buitengebied een geliefde plek voor inwoners en bezoekers om tot rust te komen en te genieten van de natuur. Daarnaast zijn de historische polders, dijken en waterwerken waardevolle elementen die het karakter van onze gemeente weerspiegelen en behouden moeten worden voor de toekomst. We zien een groene en waterrijke omgeving waarin de landbouw toekomstbestendig is en in balans is met het bodem- en watersysteem. Het buitengebied van Kampen biedt dan ruimte aan duurzame en klimaatrobuuste landbouw, recreatie en natuur, waarbij water een verbindend element blijft. Daarnaast krijgen verduurzaming en vergroening in het bebouwd gebied meer aandacht en ondersteunen de waterwegen en groene zones zowel de biodiversiteit als de leefkwaliteit. De kracht van bodem en waterDe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Kampen zijn goed afgestemd op bodem en water. Het buitengebied, met Kampereiland, Mastenbroek en Kamperveen, toont hoe agrariërs en bewoners het landschap hebben versterkt en hoe Kampen heeft leren leven met water. Naast (agrarische) bedrijvigheid staan recreatie, gezondheid en ontspanning centraal, met nieuwe natuurgebieden en waterrijke zones die uitnodigen tot bewegen en genieten. Water speelt van oudsher een sleutelrol in de ontwikkeling van het buitengebied, van vroegere inpolderingen tot recente projecten zoals Reevediep. Ook in de toekomst blijft het buitengebied zich ontwikkelen, met uitdagingen zoals de transitie naar toekomstbestendige landbouw, versterking van waterbeheer en bodembehoud, duurzame energieopwekking, circulaire bedrijventerreinen en herstel van water- en natuurkwaliteit. Vitale wijken, divers en betaalbaar wonenIn de gemeente Kampen is er plaats voor iedereen. Onze wijken zijn vitaal en bieden diverse woonmogelijkheden, van gezinswoningen tot seniorenwoningen en appartementen, met geïntegreerde zorg en welzijn dichtbij huis. Dankzij slimme planning en innovatieve bouwmethoden is wonen betaalbaar gebleven. Ook zorgen we ervoor dat ouderen fijn oud kunnen worden in hun vertrouwde omgeving. Door te investeren in ontmoetingsplekken en passende zorg- en woonactiviteiten in samenwerking met zorg- en welzijnsorganisaties blijven ouderen actief deelnemen aan de samenleving en behouden ze hun onafhankelijkheid. Samen met onze inwoners geven we vorm aan de toekomst, met respect voor de historische waarden van onze stad en dorpen. We creëren ruimte voor duurzame ontwikkeling en innovatie en kiezen ervoor om richting de toekomst meer verschillende typen woonmilieus toe te voegen. Denk hierbij aan compacte, duurzame woningen op passende plekken, bijvoorbeeld rond de mobiliteitshubs, meer de hoogte in met verticaal groen en met veel aandacht voor leefbaarheid en veiligheid in de context van een veranderend klimaat. Ook in de toekomst is Kampen een aantrekkelijke gemeente waar iedereen fijn kan wonen, werken en leven. Nieuwe dynamiek in Reeve en Kampen ZuidWe creëren een evenwichtige mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Met voldoende betaalbare woningen voor zowel lokale als regionale starters. Reeve is een compleet dorp geworden, met een unieke mix van dorps karakter en stedelijke faciliteiten. Het gebied rondom Kampen Zuid, strategisch gelegen als knooppunt tussen het westen en de regio Zwolle, heeft zich ontwikkeld tot een innovatief centrum. Hier verbinden onderwijs en arbeidsmarkt elkaar. Het gebied is een dynamische plek geworden waar wonen, werken en studeren samenkomen. Een historische binnenstad en een modern hartDe historische binnenstad van Kampen heeft haar unieke karakter behouden, maar is volledig meegegaan met de tijd. Erfgoed is gekoesterd en slim doorontwikkeld. Historische panden hebben nieuwe functies gekregen die aansluiten bij de behoeften van een moderne samenleving. Smalle straatjes en pleinen combineren een levendig horeca- en winkelgebied met moderne en toekomstbestendige woonplekken. Toeristen en bewoners vinden hier een balans tussen geschiedenis en innovatie, rust en reuring. De combinatie van historische charme en moderne voorzieningen maakt de binnenstad van Kampen een aantrekkelijke plek om te wonen, te werken en te bezoeken. Een sterke lokale economie met betrokken ondernemersOok in de toekomst bloeit het midden- en kleinbedrijf (MKB) in Kampen dankzij duurzame bedrijfsvoering en sterke wortels in de gemeenschap. We koesteren ons MKB en stimuleren innovatie en groei, waarbij de gemeente een cruciale rol speelt in de regionale economie. We verbreden ons economisch profiel met recreatie en toerisme langs de IJssel, terwijl onze agrariërs bijdragen aan een duurzaam buitengebied. Bereikbaarheid is essentieel, met investeringen in openbaar vervoer, fietsverbindingen en mobiliteitshubs. Kampen staat bekend om betrokken ondernemerschap, waarbij het bedrijfsleven bijdraagt aan de leefbaarheid en samenleving. Ondernemers ondersteunen verenigingen, evenementen en maatschappelijke voorzieningen, wat zorgt voor een hechte en diverse samenleving met sterke sociale cohesie. We profileren ons als historische Hanzestad en versterken onze positie als toeristische bestemming. We zetten in op een sterke lokale en regionale economie door het huidige economische profiel te versterken en ruimte te bieden voor werken, innovatie en productiviteit. We investeren in extra bedrijventerreinen in de Melmerpolder, rekening houdend met de transitie naar een circulaire economie en de eventuele tweede Zuiderzeehaven. Klimaatdoelen gehaaldWij willen de wereld schoner achterlaten dan we die hebben gekregen. Kampen heeft in 2050 haar klimaatdoelen gehaald. Dit doen wij door energiebesparing, door schone energie op te wekken en over te stappen van aardgas naar duurzame warmtebronnen. Wij werken aan een klimaatbestendig Kampen voor wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. Wij willen in de toekomst een circulaire samenleving zijn waarin grondstoffen hun waarde behouden en kringlopen zo kort mogelijk zijn. Gezonde en veilige leefomgeving De gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving. Een omgeving die zo gezond mogelijk is en die uitnodigt tot een gezonde leefstijl en bescherming biedt tegen negatieve omgevingsinvloeden. Hierbij wordt de omgevingskwaliteit (lucht, geluid, bodem, geur, trillingen, lichthinder) per saldo behouden. Waar nodig en mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd. Voor verschillende milieuaspecten gelden landelijke en Europese regels. Bij nieuwe ontwikkelingen zetten we in op een goede omgevingskwaliteit als onderdeel van een gezonde leefomgeving. Dat betekent het voorkomen of beperken van geluidsoverlast vanwege verkeer en van risico’s en overlast door bedrijvigheid. Een veilige leefomgeving is een fundamenteel aspect van een aantrekkelijke en toekomstbestendige gemeente Kampen. Dit gaat verder dan alleen de afwezigheid van directe dreigingen. We streven naar een integrale benadering van veiligheid, waarbij we zowel de fysieke als de sociale dimensie in ogenschouw nemen. Binnen de fysieke veiligheid ligt de focus op het voorkomen of beperken van rampen en ongevallen. Externe veiligheid is hierbij een belangrijk aandachtspunt, evenals de veilige inrichting van onze fysieke omgeving bij evenementen. Daarnaast anticiperen we op de uitdagingen die klimaatverandering en de energietransitie met zich meebrengen, zoals het beheersen van overstromingsrisico's. Naast deze aspecten van fysieke veiligheid, hechten we groot belang aan sociale veiligheid. Dit omvat de inrichting van de openbare ruimte die bijdraagt aan een positieve persoonlijke veiligheidsbeleving en het voorkomen van criminaliteit. Door een omgeving te creëren die overzichtelijk, goed onderhouden en sociaal verbonden is, werken we aan een Kampen waar iedereen zich veilig en thuis voelt. Visiekaart bij (het toekomstverhaal van) de Omgevingsvisie gemeente Kampen, gestructureerd langs de drie hoofdambities. 3 Drie strategische hoofdambities De Koers Kampen 2040 biedt koers voor het toekomstbeeld voor de gemeente Kampen die samen met de raad, de bewoners, ondernemers en organisaties is opgesteld. De Koers Kampen 2040 is niet het eindpunt, maar het beginpunt van een continu gesprek tussen gemeenteraad en samenleving. Op basis hiervan voerden we de afgelopen periode het gesprek over de toekomst met als doel: verdiepen en uitwerken van De Koers Kampen
- Dit betekent niet alleen antwoord op het ‘wat’, maar ook op het ‘waar’ en ‘hoe’ van bepaalde ontwikkelingen. De input van de eerste en tweede gespreksronde gebruikten we om een aantal belangrijke keuzes te maken en aan te scherpen. Deze keuzes maken we zo concreet en scherp mogelijk en hierin benaderen we de ruimtelijke opgaven op een integrale manier. We hebben hiervoor drie hoofdambities opgesteld, die samen het fundament van de nieuwe omgevingsvisie van de gemeente Kampen vormen. Wie zich in 2050 in de gemeente Kampen begeeft, ziet een gemeenschap die haar koers voor 2040 niet alleen heeft vastgehouden, maar heeft versterkt. Kampen is uitgegroeid tot een gemeente waar brede welvaart centraal staat en waar bodem en water de leidraad vormen voor ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Kampen is ook in de toekomsteen plek waar leefbaarheid, evenwichtige groei en duurzaamheid hand in hand gaan. De gemeenschap heeft haar unieke karakter behouden, is volledig meegegaan met de tijd en heeft geen last meer van hittestress en wateroverlast. Een gemeente die bloeit door haar verbondenheid met water, haar sterke sociale infrastructuur en de balans tussen historie en innovatie. De volgende strategische hoofdambities zijn geformuleerd: a. Vitale, veerkrachtige mensen en gemeenschappen b. Ruimte voor goed wonen en een bruisende lokale economie c. Op weg naar een waterrijke en groene aarde en leefomgeving Deze strategische hoofdambities lichten we op de volgende pagina’s toe en zijn vervolgens uitgewerkt in uitgangspunten en ruimtelijke principes op gebiedsniveau. Hierin zijn de gebiedskwaliteiten, -potenties en ons ruimtelijk karakter leidend. 3.1 Vitale, veerkrachtige mensen en gemeenschappen Deze hoofdambitie in het kort: we kiezen voor… Nabijheid van voorzieningen: Clustering van voorzieningen (onderwijs, sport, cultuur, zorg, winkels) in Kampen, IJsselmuiden en Reeve. Dorpsharten in de dorpen met een ontmoetingsplek, basisschool en mogelijk andere (kleinschalige) voorzieningen. Leefbaar en sociaal: Versterken van de sociale basis door ontmoeting en samenhang te stimuleren. Minimaal één Multifunctionele Accommodatie (MFA) in de stad en grote dorpen en een ontmoetingsplek per dorp. Meer ontmoetingsplekken voor jongeren. Passend onderwijs en zorg: Centraal aanbod in Kampen, Reeve en IJsselmuiden, met regionale samenwerking. In de kleine kernen een ontmoetingspunt en basisschool, en waar mogelijk een (kleinschalig) welzijnspunt. Gezonde leefstijl: Groene ruimtes voor spelen, sporten en ontspannen. Aantrekkelijke ommetjes. Bruisende binnenstad: Centrum voor cultuur, horeca en evenementen. Gastvrije sfeer, bestrijding van leegstand in combinatie met een woonfunctie. Evenementen met regionale aantrekkingskracht. Koesteren van identiteit: Behoud en herbestemming (behoud door ontwikkeling) van (religieuze) monumenten. Bescherming en beleefbaar maken van de cultuurhistorie van Kampen, de dorpen en het landschap. Versterken IJsseldelta: Investeren in de cultuurhistorische waarden van het Nationaal Landschap IJsseldelta. Ontmoetingsplekken: Inzetten op (informele) ontmoetingsplekken in de dorpen en buurtschappen. Jongeren: Specifieke aandacht voor (informele) ontmoetingsplekken voor jongeren. Onze strategische keuzes Bouwen is sociaal investeren. We bouwen verder aan sterke gemeenschappen en zorgen samen voor een brede sociale basis met verbinding tussen welzijn, ontmoeting, cultuur, onderwijs, kinderopvang, sport, vrijwilligers, informele zorg en mantelzorg. Met de grote vergrijzingsopgave die de komende jaren op ons afkomt én het groeiende tekort aan zorgpersoneel, moeten we investeren in de zelfredzaamheid van onze inwoners en gemeenschapskracht. Wij kiezen ervoor de sociale basis verder te versterken door het stimuleren van ontmoeting en sociale samenhang tusseninwonersin warme dorps-, en wijkharten. Elke wijk en elk dorp in de gemeente heeft in 2050 ruimte voor een dorps- of wijkhart met een passend niveau aan (kleinschalige) voorzieningen. In principe betekent dit dat in elk dorps- of wijkhart plek is voor een ontmoetingsplek en een waar haalbaar en wenselijk een basisschool, welzijnspunt en andere dagelijkse voorzieningen. Met dorps- en wijkharten bedoelen wij plekken die bijdragen aan ontmoeting en zodoende onderdeel zijn van de sociale infrastructuur, waar zorg- en welzijnsactiviteiten, sportieve en/of culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. We zetten ons in voor het verbeteren van de luchtkwaliteit in onze gemeente. Hiertoe ondertekenden we eerder het Schone Lucht Akkoord, waarmee we samen met 12 provincies en meer dan 100 gemeenten streven naar 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van
- De schaal van de ontmoetingsplek hangt af van de grootte van de kern. Wij richten ons op het faciliteren van minimaal één multifunctionele accommodatie (MFA) voor de binnenstad van Kampen, schilwijken van Kampen, Reeve en IJsselmuiden. We zetten in op minimaal één ontmoetingsplek voor de dorpen Grafhorst, 's-Heerenbroek, Wilsum en Zalk. Deze ontmoetingsplekken kunnen verschillen in vorm en grootte op basis van behoefte en draagkracht en kunnen ruimte bieden aan bijvoorbeeld geloofsgemeenschappen of het verenigingsleven. In buurtschappen koesteren we de basisscholen als dorpsharten en zetten we in op het toevoegen van een aantrekkelijk ontmoetingspunt in de openbare ruimte, gekoppeld aan deze voorzieningen. De gemeente stimuleert en ondersteunt initiatieven vanuit de gemeenschap om in buurtschappen, waaronder De Zande, Hogeweg, Zuideinde en Kampereiland, te voorzien in de behoefte aan informele ontmoetingsplekken. Het initiatief voor de realisatie en het beheer van deze ontmoetingsplekken, die zich zowel binnen als buiten bevinden, ligt primair bij de gemeenschappen zelf. Ook faciliteren wij plekken voor spontane ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte. Dit doen we door groene ruimtes te creëren voor spelen, bewegen, sporten en ontspannen, en door uitnodigende ommetjes in de directe omgeving hieraan te koppelen. Zo stimuleren we een gezonde leefstijl voor al onze bewoners. Bij deze ontmoetingsmogelijkheden investeren wij specifiek in het het uitbreiden van faciliteiten en informele ontmoetingsplekken voor jongeren, waarbij wij samenwerken met inwoners en maatschappelijke organisaties en oog houden voor de sociale veiligheid. Ook verkennen we hoe de inrichting van in en rond openbare plekken bij kan dragen aan de spontane ontmoeting. Voor grootschalige voorzieningen kiezen we voor het clusteren van een breed en complementair aanbod aan voorzieningen (bijvoorbeeld onderwijs, sport, cultuur, detailhandel, zorg) in Kampen, IJsselmuiden en Reeve. We vinden het belangrijk dat deze voorzieningen toegankelijk en laagdrempelig zijn en relatief snel bereikbaar voor alle inwoners. Hierbij hebben wij oog voor een passend onderwijs- en zorgaanbod, waarbij we ook op regionale schaal kijken en samenwerken. In de dorpen Grafhorst, 's-Heerenbroek, Wilsum en Zalk kiezen we in plaats van aanwezigheid voor nabijheid van grootschalige voorzieningen en zoeken we met de partners in de samenleving naar slimme oplossingen om bepaalde grootschalige voorzieningen ook voor deze dorpen bereikbaar te houden. Dit betekent niet dat we de bestaande voorzieningen zomaar laten verdwijnen. Wel zijn we ons ervan bewust dat het door externe factoren niet te voorspellen is of alle voorzieningen wel in stand kunnen blijven. Wij ontwikkelen de binnenstad van Kampen verder door als bruisend centrum voor cultuur, horeca en evenementen. Dit betekent dat we in de binnenstad de juiste voorwaarden scheppen om er prettig te verblijven en te wonen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het werken aan een gastvrije binnenstad waar men ongehinderd kan wandelen en verblijven, maar ook het tegengaan van overlast en leegstand, het ondersteunen van herbestemming van bijvoorbeeld (religieus) erfgoed (erfgoed als ‘vliegwiel’ voor nieuwe ontwikkelingen) en het vergroten van de toegankelijkheid en beleefbaarheid van het water. Daarnaast trekken we bezoekers naar Kampen door evenementen te faciliteren die zowel voor de lokale als regionale bezoeker interessant zijn. We maken dit onder andere mogelijk door het inzetten op mobiliteitshubs voor bewoners en bezoekers in de schilwijken aan de rand van de binnenstad. Tevens zetten we in op het verduurzamen en het vormgeven aan de energietransitie (van het aardgas af) van de binnenstad en de zorgvuldige inpassing hiervan in relatie tot de erfgoedwaarden. We zijn trots op onze monumenten, het beschermd stadsgezicht, diverse landschappen, het buitengebied, leven met het water, maritiem erfgoed, religieus (immaterieel) erfgoed en hiermee de historische gelaagdheid van Kampen. We willen deze in een zo goed mogelijke staat behouden en beleefbaar maken voor toekomstige generaties en onderdeel laten zijn van de huidige samenleving. Het versterken van de cultuurhistorische waarden van de Hanze-identiteit en de onderscheidende karakters van dorpen zijn leidend bij toekomstige ontwikkelingen. Wij zetten dan ook in op het verduurzamen van monumenten en herbestemming waar nodig en wenselijk. Hierbij zoeken we naar de juiste balans tussen de moderniseringsbehoeften en het behoud van cultuurhistorische waarden. In het buitengebied versterken wij de cultuurhistorische waarden van het Nationaal Landschap IJsseldelta. 3.2 Ruimte voor goed wonen en een bruisende lokale én regionale economie Prognose Deze hoofdambitie in het kort: we kiezen voor… Leefbare en gemengde wijken: Wijkgerichte aanpak met gevarieerde wijken en voldoende woningen voor alle doelgroepen, met name jongeren, ouderen en zorgvragers (nabij voorzieningenclusters). Geregisseerde groei: Tussen 2032 en 2050 zetten we in op een groei van circa 3.850 woningen met focus op betaalbare woningen en doorstroming. Reevedelta als ontwikkelgebied: Woningbouw in Reevedelta tot 2035, daarna Reeve-Noord, met een kwalitatief dorpshart, rekening houdend met water en bodem. Gebiedsgerichte woningbouw: Inbreiding en (kleinschalige) uitbreiding per dorp, rekening houdend met de lokale kwaliteiten, water, bodem en cultuurhistorie. Buitengebied: Behoud van de kwaliteit van leven op erven, dorpsranden en buurtschappen. Naar behoefte ook maatwerk voor extra woningen. Sterke en duurzame economie: Focus op modern vakmanschap in MKB, maakindustrie, handel, energietransitie, circulaire economie en duurzame bouw. Ook met kansen voor kennisindustrie voor verbreding van de werkgelegenheid. Lokale bedrijven: Uitbreiding van bestaande werklocaties, met name voor lokale (familie)bedrijven. Gemengde woon-werkmilieus: Combineren van wonen en werken aan de randen van bedrijventerreinen. Ruimtelijke kwaliteit: Beter benutten van de ruimte, verdichten waar mogelijk, vergroenen en wateropvang vergroten. Goede (regionale) bereikbaarheid: kwalitatieve en frequente OV-assen, doorfietsroutes, autoluwe zones in de binnenstad met mobiliteithubs aan de rand. Station Kampen-Zuid als aantrekkelijke innovatiehub: onderwijs, bedrijvigheid en studenten- en jongerenhuisvesting op een plek. Toekomstbestendige binnenstad: clusteren van horeca- en detailhandelfuncties, en waar mogelijk en wenselijk herbestemming. Inzet op recreatie en natuurbeleving: doorontwikkelen recreatief ‘parelsnoer’ langs de IJssel. Onze strategische keuzes We gaan in Kampen geregisseerd groeien met kwaliteit. Tussen 2023 en 2032 zijn er reeds woningbouwplannen voorzien voor het realiseren van 4.000 woningen. We willen het betaalbaar woningaanbod in onze gemeente vergroten en deze woningbouwplannen moeten (minimaal tot 2032) dan ook uit tweederde betaalbaar [1] In de definitie van ‘betaalbaar’ volgen we de betaalbaarheidsgrens, die jaarlijks door het Rijk wordt geïndexeerd. In 2025 is deze grens vastgesteld op €405.
- bestaan. Ook zetten we in op het bevorderen van doorstroming op de woningmarkt. In de periode 2032 tot 2050 zetten we in op een groei van circa 3.850 woningen [2] Gebaseerd op de Primos Prognose
(2024). , verdeeld over de tijd met circa 1.950 woningen in de periode 2032-2040 en circa 1.900 woningen tussen 2041-
- Met deze groei geven we antwoord op de lokale woonvraag vanuit autonome ontwikkeling én voegen we daarbovenop nog extra woningen toe [3] Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle 2022 - Strategieboek (Regio Zwolle, 2023). . We willen hiermee zowel de slagingskansen van lokale en regionale woningzoekenden vergroten, vormgeven aan de toenemende woonvraag van ouderen vanwege vergrijzing en doorstroming bevorderen. Met het aantrekken van nieuwe inwoners richten we ons met name op extra arbeidskrachten, maar zetten we ook in op meer draagvlak voor voorzieningen. In onze nieuwbouwontwikkelingen zetten we in op circulair en energieneutraal bouwen. Onze focus ligt op het realiseren van gevarieerde en vitale wijken en dorpen, die samen- en zelfredzaamheid sociale cohesie en gezond leven stimuleren. Dat betekent ook dat wij voldoende woningen bouwen die aansluiten bij de veranderende woningvraag. Denk aan nieuwe (woon)zorgconcepten nabij nieuwe en bestaande dorps- en wijkharten. Hierbij is er speciale aandacht voor de huisvesting van diverse urgente aandachtsgroepen zoals benoemd door het Rijk. Deze aandacht vertaalt zich in de inzet op kleinere en levensloopbestendige woningen. Dit zijn appartementen (gestapelde bouw), maar ook kleine grondgebonden woningen of bijvoorbeeld kangoeroewoningen, waarbij twee zelfstandige wooneenheden onder een dak bevinden. We gaan ruimte voor woningbouw benutten zowel binnen het bestaand verstedelijkt gebied (inbreiding) als aan de randen (uitleglocaties). Binnen het bestaand verstedelijkt gebied en bestaande dorpscontouren zetten we in op verdichting: bijvoorbeeld de omgeving rondom de stations Kampen en Kampen Zuid. We zetten in op het ontwikkelen van kleinere woonruimtes en kavels en stimuleren geclusterde en collectieve woonvormen. Zo kunnen we optimaal gebruik maken van de bestaande bebouwde omgeving, bevorderen we draagvlak voor onze voorzieningen, en houden we ruimte in het buitengebied voor andere functies. We schromen niet om op geschikte verdichtingslocaties de hoogte in te gaan. Dit vinden we nodig om én voldoende woningen toe te kunnen voegen én goede kwalitatieve openbare ruimte en groen te behouden. Verdichting in bestaand stedelijk gebied is een integrale opgave. De woningbouwopgave moet in balans zijn met de ruimte voor openbaar groen (belangrijk voor zowel welzijn als sociale cohesie), waterberging en (publieke) mobiliteit. We zoeken daarom ook naar mogelijkheden rondom het invoeren van gereguleerd parkeren in meer wijken in combinatie met mobiliteitshubs. Vanzelfsprekend kiezen we voor bebouwing die past bij de schaal en cultuurhistorische uitstraling (en de waarden van het beschermd stadsgezicht) van het bebouwd gebied. Ook kijken we naar de mogelijkheden die vrijkomende monumenten hierin bieden. Met het oog op klimaatverandering, gezondheid en het versterken van de biodiversiteit kiezen we voor het toevoegen en versterken van verticaal en horizontaal groen in bebouwd gebied. Voor de stad en ieder dorp zijn locaties op basis van het water- en bodemsysteem geschikt bevonden voor nieuwe woningen en zetten we in op ‘bodem- en waterbewust’ bouwen. Dit betekent dat in de stad Kampen en in de kern Wilsum op (langere) termijn alleen nog ruimte is voor inbreiding. In IJsselmuiden, Zalk en ‘s-Heerenbroek zien we (op termijn) nog mogelijkheden voor zowel uitbreiding als inbreiding. Voor Reeve zien we op termijn ruimte voor inbreiding in fase 1 en ruimte voor verdere uitbreiding (fase 2). Bij iedere inbreiding of uitbreiding geldt dat we er goed op letten dat de uitbreiding past bij de huidige omvang van het bestaande gebied, het versterken van het (historische) dorpse karakter, behoud van voldoende groen, de nabijheid van voorzieningen en de aanwezige archeologische waarden. Het zwaartepunt van onze grootste uitbreidingsontwikkelingen ligt op termijn mogelijk op een gebiedsontwikkeling in Reeve-Noord, waar het merendeel van de woningen uit onze ambitie zal landen. Dit is nodig om ook in de lokale (en bovenlokale) woonbehoefte op de lange termijn te kunnen voorzien. Bij deze ontwikkeling vormt het bodem- en watersysteem de basis, dit vraagt om extra inspanningen. Hier heeft de gemeente Kampen reeds ruime ervaring mee. We bouwen daarom waterbewust, zorgen voor voldoende maatregelen voor waterveiligheid, voldoende ruimte voor waterberging en zorgen ervoor dat de negatieve effecten op weidevogels zoveel mogelijk worden beperkt en/of gecompenseerd. Nieuwe woningen en wijken worden op duurzame wijze gebouwd met aandacht voor duurzaamheid, groen, water en mobiliteit. Dit geldt ook voor de openbare ruimte. Ook bestaande woningen worden verduurzaamd om bij te dragen aan een gezonde leefomgeving. Hierbij zetten we in op het maximaal benutten van de daken voor het opwekken van zonne-energie. In 2050 is onze woningvoorraad aardgasvrij.Hierbij hebben we bijzondere aandacht voor het verminderen van energiearmoede. Om ook in de binnenstad energiearmoede te voorkomen is het onderzoeken van een zorgvuldige inpassing van de energietransitie in relatie tot de cultuurhistorische waarden van de binnenstad van belang. Naast nieuwbouw verkennen we hoe we de bestaande woningvoorraad, en ander vastgoed, kunnen benutten voor nieuwe woningen. Bijvoorbeeld door optoppen, woningsplitsing, transformatie, slimme verkaveling en meervoudig ruimtegebruik. Landbouw blijft de voornaamste economische- en identiteitsdrager van het buitengebied. In samenwerking met de landbouwsector gaan we op zoek naar mogelijkheden voor duurzame (kringloop)landbouwvormen en verdienmodellen die passen bij het unieke landschap en bodem- en watersystemen van de diverse deelgebieden. We zetten in op agrarisch gebruik met herstel en vergroten van de draagkracht van het landschap: in samenwerking met de sector en andere overheden zoeken we naar mogelijkheden om agrariërs te stimuleren te kiezen voor passende vormen van landbouw en/of andere verdienmodellen die bijdragen aan een langetermijnperspectief. We werken aan een duurzame, vitale toekomst voor het landelijk gebied door mogelijkheden te verkennen voor andere, passende (economische) activiteiten in het buitengebied. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om recreatieve functies (die tevens bijdragen aan het ontlasten van onze natuurgebieden), en bijvoorbeeld het verkennen van de mogelijkheden voor het toevoegen van woonfuncties in het kader van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). We voeren een actief beleid rondom VAB om te zorgen voor een aantrekkelijk, leefbaar en veilig buitengebied. Dit betekent dat leegstand, ondermijning en verval zoveel mogelijk worden voorkomen. Bij dergelijke ontwikkelingen wordt altijd goed gekeken naar de relatie met bijvoorbeeld mobiliteit en voorzieningen. We maken werk van een duurzame en sterke lokale en regionale economie. Dit doen we door in te zetten op de energietransitie, de circulaire economie, duurzame bouw, de maakindustrie, een toekomstbestendige agrarische sector en de kenniseconomie. De werkgelegenheid binnen de gemeente is momenteel relatief beperkt. De bereikbaarheid van banen blijft belangrijk. We zetten in op het behouden van voldoende, passende ruimte op de werklocaties zodat er ook in de toekomst ruimte is om te (blijven) ondernemen in de gemeente Kampen en hiermee ook voor werkgelegenheid te zorgen. Daarbij willen wij de unieke eigenschappen van een deel van onze bedrijventerreinen zoals de aanwezigheid van hoge milieucategorieen en watergebonden kavels zoveel mogelijk benutten. We hebben hierbij aandacht voor leefbaarheid: zwaardere milieucategorieën plaatsen we niet bij woongebieden, en reeds aanwezige bedrijvigheid met hoge milieucategorieën verplaatsen we bij voorkeur naar werklocaties verder van de woonwijken, zoals de haven. Indien we mogelijk zetten we op bepaalde plekken - zoals rondom station Kampen en in het overgangsgebied tussen Haatland en de woonwijken - in op functiemenging. Wecombineren in deze gebieden wonen met publieksvriendelijke bedrijvigheid en innovatieve dienstverlening. Ook gaan we hittestress tegen en vergroenen en verduurzamen we onze bestaande bedrijventerreinen. We onderzoeken de nut en noodzaak voor de ontwikkeling van de Tweede Zuiderzeehaven. We reserveren hiervoor ruimte zolang er nog geen besluit is genomen over de ontwikkeling van een nieuwe haven. Dit onderzoek verkent kansen, risico’s en alternatieven en moet een zo volledig mogelijk en objectief beeld van de maatschappelijke baten en lasten en de brede welvaartseffecten van een nieuwe haven in Kampen opleveren. Op basis hiervan kunnen afwegingen vanuit het eigen grondgebied worden gemaakt. Daarnaast voegen we extra bedrijventerrein toe, wat expliciet wordt aangegrepen om de toekomstige economische ontwikkeling en concurrentiekracht te faciliteren en hiervoor met name startende en groeiende bedrijven met een lokale binding en bedrijven zorgen voor lokale werkgelegenheid en passen bij de lokale skills van onze inwonersmeer ruimte te geven. Deze bedrijven zijn niet alleen belangrijk voor de economie, maar ook voor de leefbaarheid in de gemeente Kampen en bieden ze werkplaatsen aan Kampenaren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hiernaast maken we ruimte voor bedrijven die binnen onze regionale economie een rol van betekenis spelen. We onderzoeken nog hoeveel ruimte hiervoor precies nodig is. We denken hierbij aan gebieden direct grenzend aan onze huidige werklocaties, bij Spoorlanden in IJsselmuiden en in de Melmerpolder bij Haatland in Kampen. Bij deze ontwikkelingen houden we rekening met de maatregelen die in dit gebied genomen moeten worden voor een robuust en toekomstbestendig watersysteem. We houden hierbij rekening met de extra ruimte die nodig is voor de transitie naar een circulaire economie en verduurzaming en verkennen of we combinaties kunnen maken met de agrarische bedrijvigheid in dit gebied om zo tot een duurzaam, innovatief en economisch sterk gebied te komen. In de eventuele uitbreiding van het bedrijventerrein in de Melmerpolder (N50 oversteken) houden we daarnaast ook rekening met voldoende ruimtereservering voor bedrijvigheid ondersteunend aan de eventuele tweede Zuiderzeehaven. Een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling en verduurzaming van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen is de beschikbaarheid van voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Hier ligt een belangrijke opgave voor de toekomst. De ambitie is daarnaast dat Kampen wordt aangesloten op het waterstofnetwerk. We ontwikkelen innovatiehubs op goed bereikbare plekken. Dit zijn plekken waar onderwijs, bedrijvigheid (zoals zakelijke dienstverlening, ZZP’ers en start-ups) en mogelijkheden voor jongerenhuisvesting samenkomen: het zijn ‘brandpunten’ van ontwikkelingen en activiteiten. We zorgen ervoor dat de innovatiehubs onderling, en in relatie tot voorzieningen in bijvoorbeeld de binnenstad, elkaar goed aanvullen. Zo voorkomen we dat gebieden en voorzieningen met elkaar gaan concurreren. We ontwikkelen daarom heldere profielen voor beide gebieden om toekomstige initiatieven aan te kunnen toetsen. In de Koekoekspolder zetten we in op het behoud van de huidige glastuinbouwsector, maar we bieden geen extra nieuwe uitbreidingsruimte buiten de planologische mogelijkheden in de concentratiegebieden voor glastuinbouw. Om de bodemdaling en de veenoxidatie in de naastgelegen Mastenbroekerpolder te remmen en daarmee het behoud van de glastuinbouwsector in het gebied op korte termijn te kunnen garanderen, is een oplossing nodig. Gezamenlijk met (overheid)partners in het gebied wordt bepaald welke maatregelen worden getroffen. Uit onderzoek komt het vernatten van de bufferzone tussen de Mastenbroekerpolder en de Koekoekspolder in beeld als oplossing. Ook andere maatregelen blijken mogelijk, zoals drukdrainage, een vernauwd slotenpatroon. Tegelijkertijd onderzoeken we met alle betrokken partijen het toekomstperspectief voor de Koekoekspolder op langere termijn. Een randvoorwaarde voor onze ambities op het gebied van wonen en werken is een optimale bereikbaarheid en toegankelijkheid. Zowel binnen de gemeente als met de regio. Binnen de gemeente hanteren wij het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service en Privé-auto). Dit doen we onder meer door in te zetten op goede wandel- en fietspaden en kwalitatieve, frequente OV-assen te ontwikkelen, complementair aan de treinverbinding. Onderdeel van deze aanpak is een gastvrije binnenstad door middel van autoluwe zones en waar mogelijk verlaagde parkeernormen bij nieuwe woningbouwontwikkelingen (zoals verdichting). Hierbij moet ook aandacht zijn voor het voorkomen van een waterbedeffect, waardoor de parkeeroverlast verschoven wordt naar andere wijken. Om de parkeerdruk in de binnenstad te verlichten, worden aantrekkelijke parkeermogelijkheden op loopafstand gefaciliteerd. Dit faciliteren wij in de vorm van mobiliteitshubs, waar er ook de mogelijkheid is om over te stappen naar andere vervoermiddelen zoals de fiets of openbaar vervoer. Tegelijkertijd zijn wij ook bewust van goede bereikbaarheid voor ondernemers en voorzieningen in de binnenstad en zorgen we ervoor dat voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn. We verkennen de mogelijkheden en haalbaarheid van een extra (pont)verbinding over de IJssel aan de noordzijde van Kampen, wat mogelijk voordelen kan bieden voor zowel de automobilist en landbouwverkeer als de (recreatieve) fietser, alsook beperking van de intensiteit van het gemotoriseerd verkeer op de Molenbrug en Stadsbrug. In het verlengde hiervan onderzoeken we de mogelijkheden voor een rondweg om IJsselmuiden om het verkeer van onder andere de Koekoekspolder om de woongebieden heen te leiden. Hierbij zal zowel de nut en noodzaak als de haalbaarheid moeten worden verkend. De koppeling van deze weg aan de toekomstige ontwikkeling van woningen en werklocaties in het gebied speelt hierbij een centrale rol. Om onze werklocaties in Kampen en het dorp Reeve goed te kunnen blijven ontsluiten, wordt de N50 verbreed. In het verlengde hiervan wordt op de langere termijn ingezet op een verdere verbreding vanaf Kampen-Zuid tot knooppunt Hattemerbroek en op en vanaf de Eilandbrug richting Emmeloord. Daarnaast zetten we ons in om, in samenwerking met de Provincie Overijssel, de bereikbaarheid en verkeersveiligheid op de N764 te borgen door de groei van de verkeersintensiteit te dempen. We zetten in op goede fietsverbindingen tussen Kampen, de dorpen, onze werklocaties en kernen in omliggende gemeenten. Ter verbetering van dit regionale fietsnetwerk streven we naar het realiseren de missende schakel in de regionale doorfietsroute tussen Dronten, Kampen en Zwolle en op een nieuwe, losliggende fietsverbinding over de IJssel bij de Molenbrug om de fietser te scheiden van het landbouwverkeer. We zetten binnen de gehele gemeente in op het verbeteren van de verkeersveiligheid. We hebben de ambitie om onze inwoners te stimuleren om meer gebruik te maken van de (elektrische) fiets en willen daarom onze fietsroutes zo aantrekkelijk mogelijk maken. Met name in het buitengebied en op de werklocaties hebben we extra aandacht voor verkeersveiligheid. Door de stevige groei van het aantal inwoners wordt het draagvlak voor hoogwaardige voorzieningen op het gebied van cultuur, detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen groter. Zo versterkt de binnenstad van Kampen haar centrumfunctie, en kan de binnenstad in de toekomst een divers aanbod aan voorzieningen aanbieden. 3.3 Op weg naar een waterrijke, groene aarde en omgeving Deze hoofdambitie in het kort: we kiezen voor… Water en bodem leidend: Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten bij de natuurlijke omstandigheden (gezonde en vitale bodem, reliëf, water) met focus op wat ‘wél kan’. Slimme combinaties van waterberging, natuur, landschap en klimaatadaptatie worden gezocht. Waterveiligheid vergroten: Voldoende ruimte voor waterveiligheid en behoud van de afvoercapaciteit van de IJssel nu en in de toekomst. Extra aandacht voor 'bottlenecks' (plekken waar de rivier nu relatief weinig ruimte heeft): hier ruimte behouden voor eventuele dijkversterkingen in het geval waterveiligheidsmaatregelen in de toekomst nodig blijken, bijvoorbeeld ten gevolge van hogere peilen in het IJsselmeer. Ruimtelijke ontwikkeling en klimaat: Grote ruimtelijke ontwikkelingen koppelen aan klimaatopgaven (waterberging, natuur, tegengaan droogte en drinkwater). Nieuwe woon- en werklocaties moeten klimaatadaptief en duurzaam zijn. Vitaal platteland: Gebiedsgerichte keuzes maken in het landelijk gebied, met de landbouw als belangrijkste economische drager. Samen met de landbouwsector zoeken naar duurzame landbouw en alternatieve verdienmodellen. Passende ontwikkelingen: Actief VAB-beleid voeren met, hergebruik van gebouwen stimuleren. Duurzame wijken en dorpen: Huidige wijken en dorpen verduurzamen en vergroenen. Maximaal daken benutten voor zonne-energie en streven naar een aardgasvrije woningvoorraad in
- Groen en blauw in bebouwd gebied: Extra aandacht voor groen-blauwe maatregelen in wijken en dorpen. Waterberging en gebruik van hemelwater door woningen en bedrijven. Groene overgangen creëren met stads- en dorpsrandzones, klimaatbuffers en uitloopgebieden. Waterbeleving verbeteren: Meer ruimte voor recreatie rond het water, zowel langs de IJssel als in de binnenstad van Kampen. Biodiversiteit beschermen: Zorgvuldig omgaan met natuur in stedelijk en landelijk gebied. Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen in wijken en dorpen. Dijken en watergangen benutten als ecologische verbindingen. Duurzame energie: Voorop lopen in duurzame energieopwekking, met voorrang voor lokale initiatieven. Passende maatregelen zoeken op gebiedsniveau en de energie-infrastructuur aanpassen. Bestaande bedrijventerreinen verduurzamen met oog voor de circulaire economie. Onze strategische keuzes In de ruimtelijke inrichting zijn het bodem- en watersysteem leidend. Op deze manier kunnen we ook in de toekomst, ondanks een veranderend en soms grillig klimaat, blijven leven, wonen en werken in een veilige omgeving met een gezonde bodem en voldoende schoon water. Nieuwe ontwikkelingen sluiten zo veel mogelijk aan bij het bodemtype, het reliëf en de watersystemen in deze gebieden. We leggen hierbij de focus op wat ‘wél kan’ en zoeken naar slimme combinaties van waterberging, natuur, landschap en klimaatadaptatie bij de inrichting van onze gemeente. Water is het structurerende element in het landschap van de gemeente Kampen. Water is namelijk altijd een belangrijk richtinggevend element geweest in de ontwikkeling van onze gemeente, denk aan de inpoldering van Mastenbroek en Koekoek, maar ook de nieuwe verbinding voor meer ruimte voor het water; Reevediep. In de gemeente moeten we blijven werken aan de waterveiligheidsopgave ten gevolge van mogelijk veranderende afvoeren op de IJssel en mogelijk hogere waterstanden op de IJssel.Daarom wordt op verschillende plekken in de gemeente ruimte gecreëerd om wateropvang te realiseren. Hierbij wordt zorgvuldig omgegaan met ruimte ten behoeve van eventuele toekomstige waterveiligheidsmaatregelen rond ‘bottlenecks’ in de IJssel en het Reevediep. Daarnaast zien we kansen de kreken op Kampereiland in te zetten voor waterveiligheid en tevens voor versterking van groen-blauwe dooradering. Zones langs de grotere Kaderrichtlijn Water (KRW-)gangen, gaan gepaard met een meer natuurlijke inrichting. Zo werken we mee aan ontwikkelingen die bijdragen aan de KRW-opgave om schoon oppervlaktewater te realiseren. We beschermen en benutten de bodemkwaliteiten. Dit betekent dat we voldoen aan de landelijke bodemkwaliteitseisen en de aardkundige en archeologische waarden van de bodem beschermen, maar ook dat we binnen dit kader juist de kansen die een gezonde bodem biedt voor klimaatadaptatie, zoals bodemenergie, benutten. Ontwikkelingen in Kampen gaan niet ten koste van de waterkwaliteit. Huishoudelijk en vergelijkbaar afvalwater zamelen we in en voeren we af naar de RWZI. Ook scheiden wij zoveel mogelijk vuil en schoon water zodat er minder overstortingen naar het watersysteem plaatsvinden, water geïnfiltreerd kan worden en verdroging tegengegaan kan worden. Hemelwater wordt tevens zo min mogelijk afgevoerd naar de RWZI en wordt bij woningen en bedrijfsgebouwen zoveel mogelijk opgevangen en voor laagwaardig gebruik benut. Bovendien streven we naar een energieneutrale afvalwaterketen die het milieu zo min mogelijk belast. Waar mogelijk maken we gebruik van thermische energie uit afvalwater en oppervlaktewater. We voorkomen daarnaast dat stedelijk afvalwater een probleem wordt voor de volksgezondheid. In overleg met de bronnen proberen we het ontstaan van afvalwater zoveel mogelijk te voorkomen. We streven naar zo min mogelijk overstortingen en andere indirecte lozingen ter bescherming van de volksgezondheid en om de waterkwaliteit niet onnodig te belasten. We scheiden vuil water zo veel mogelijk van schoon water en staan daarbij open voor nieuwe, bewezen technieken. Urgente klimaatopgaven, zoals waterberging en hittestress,worden gekoppeld aan de grote ruimtelijke ontwikkelingen. Zo worden de nieuwe uitbreidingen van werklocaties en de uitleglocaties zoals Reeve-Noord klimaatinclusief en duurzaam ingericht. Ook stimuleren we waterbewust bouwen door de terpen op Kampereiland te benutten voor nieuwe ontwikkelingen en verkennen we de mogelijkheden voor het aanleggen van verhoogde wegen, zodat het gebied bij overstroming bereikbaar blijft. We houden bij deze verduurzamingsplannen rekening met de beperkingen van het elektriciteitsnet. We gaan uit van netbewust bouwen met een proactieve benadering ten aanzien van de energie infrastructuur, waarbij pieken worden afgevlakt. Bijvoorbeeld door het gebruik van bodemwarmte, koude-warmteopslag en zeer-lage temperatuur aquathermie. De energievoorziening wordt al in de planvorming ingepast en er wordt ruimte gereserveerd voor de benodigde toekomstige energie infrastructuur. Op basis van een bodemenergieplan wordt ervoor gezocht dat gebruikers van bodemwarmte elkaar niet in de weg zitten. Deze aanpak heeft effect op de boven- en ondergrondse infrastructuur. Hiervoor zoeken we waar nodig de samenwerking op met netbeheerders. We zijn trots op het groen en de natuur binnen en buiten onze dorpen en wijken, en zetten in op behoud, bescherming en versterking van deze natuurwaarden. Groengebieden dragen bij aan gezondheid, wateropslag, verkoeling en biodiversiteit, en functioneren als klimaatbuffers. Daarom werken we mee aan het realiseren van bijvoorbeeld de noodzakelijke natuurontwikkeling en de onderzoeken van het drinkwaterbedrijf naar de mogelijkheden voor drinkwaterwinning in de Koppelerwaard, in lijn met landelijke en/of provinciale doelstellingen. We weten hoe de grondwatersituatie in ons gebied is door waar zinvol te meten en te monitoren. De natuurlijke grondwatersituatie willen we zo min mogelijk verstoren. Dat betekent onder andere dat we bij hoge grondwaterstanden in binnenstedelijk gebied niet infiltreren. Perceeleigenaren zijn in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van overtollig grondwater. In geval van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden, kijkt de gemeente samen met het waterschap of in het openbaar gebied doelmatige maatregelen zijn te treffen. Ons buitengebied heeft een grote recreatieve kracht, met haar landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. We beschermen belangrijke natuurgebieden en versterken de beleving van het landschap door natuurvriendelijke en beleefbare recreatie. Langs de IJssel en in het polderlandschap creëren we enkele herkenbare, aantrekkelijke recreatieve hotspots waar bezoekers kunnen genieten van de natuur en het water. Tegelijkertijd worden de dijken, door inzet op natuurvriendelijk beheer, benut als ecologische verbindingen voor plant en dier. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar verbindingen met de omliggende polderlandschappen en de toegang tot het water. Hierbij vormen de verbondenheid met andere leefgebieden, de mate van menselijke activiteit en het groen en voldoende rust- en verblijfplaatsen voor diersoorten bijzondere aandachtspunten. We zetten in op het landschap en de cultuurhistorie van Kampen in samenwerking met onze partners en landeigenaren door de beleving van het IJssellandschap te vergroten. Hierbij leggen we nadruk op de zichtbaarheid en toegankelijkheid van cultuurhistorische elementen, zoals het stadsfront, dorpen en dorpslinten, ontginningsstructuren, waterwegen, historische dijken, terpen, enzovoort. Door deze elementen beter te verbinden met recreatieve routes en informatievoorziening, brengen we de rijke geschiedenis van Kampen tot leven voor bewoners en bezoekers. Zo zorgen we voor een harmonieuze balans tussen natuur, historie en gebruik. We streven naar natuurinclusieve en klimaatbestendige inrichting van onze wijken, dorpen en buurtschappen, met voldoende groen dat werkt als een spons bij hevige regenval. Ook hebben we aandacht voor grondwatertekorten en te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte. Zo behouden we het groene, karakteristieke beeld van Kampen en zorgen we voor een gezonde leefomgeving. In alle dorpen hebben we aandacht voor het vergroten van het openbaar groen, in het kader van het verminderen van hittestress, maar ook om ecologische verbindingen te versterken. Hierbij vormen de verbondenheid met andere leefgebieden, de mate van menselijke activiteit en het groen en voldoende rust- en verblijfplaatsen voor diersoorten bijzondere aandachtspunten. Ook besteden we extra aandacht aan de ontwikkeling van groene overgangen in de vorm van stads- en dorpsrandzones, klimaatbuffers en uitloopgebieden die een verbinding vormen tussen de wijken, dorpen en het buitengebied. We gaan op zoek naar manieren om duurzame energieopwekking zo goed mogelijk in te passen binnen de gemeente en we faciliteren lokale, innovatieve initiatieven. Dit doen we in lijn met de provinciale doelstellingen en plannen voor duurzame energieopwekking. Hiervoor kijken we naar passende maatregelen op gebiedsniveau. Een randvoorwaarde voor duurzame energieopwek in onze gemeente is de aanpassing van onze energie-infrastructuur om netcongestie tegen te gaan. Hiervoor moet ruimte worden gereserveerd. Ook op de huidige bedrijventerreinen zien we kansen voor verduurzaming. Daarom willen wij als gemeente verduurzamingsmaatregelen en circulariteit op bedrijventerreinen faciliteren. 4 Gebiedsgerichte uitwerking De gemeente Kampen bestaat uit een grote verscheidenheid van kernen, buitengebieden en andere locaties. In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke keuzes van de drie strategische hoofdambities doorvertaald voor de verschillende gebieden in de gemeente. We maken onderscheid in de volgende deelgebieden: Stad en grote dorpen Binnenstad Kampen Schilwijken Kampen Buitenwijken Kampen IJsselmuiden Reeve Kleine dorpen ‘s-Heerenbroek Grafhorst Wilsum Zalk Werklocaties Koekoekspolder Bedrijventerreinen Zuiderzeehaven Buitengebied en buurtschappen Kleipolders (incl. Kampereiland) Veenpolders (incl. Hogeweg en Zuideinde) Rivierenlandschap (incl. De Zande) NB: Melmerpolder valt in meerdere deelgebieden, omdat hier meerdere landschappen en functies bij elkaar komen. Overzichtskaart van de verschillende deelgebieden binnen de gemeente zoals gehanteerd in de omgevingsvisie: stad en grote dorpen (roze), kleine dorpen (rood), werklocaties (paars) en buitengebied en buurtschappen (groen, geel, blauw). 4.1 Stad en grote dorpen Kenschets De gemeente Kampen kent in de toekomst drie grote kernen: Kampen, IJsselmuiden en Reeve. De stad Kampen en de grote dorpen IJsselmuiden en Reeve bieden een gevarieerd woningaanbod met veel voorzieningen zoals sport, ontmoeting en winkels. Terwijl Kampen en IJsselmuiden hun eigen identiteit en historische ontstaansgeschiedenis hebben, is Reeve sinds 2021 een nieuw dorp in de gemeente dat ontstaan is gekoppeld aan de aanleg van het Reevediep. In Kampen maken wij onderscheid tussen de binnenstad, de schilwijken en de buitenwijken. De historische binnenstad van de stad Kampen vormt het kloppend hart voor lokale en regionale voorzieningen zoals horeca, cultuur en detailhandel. Dit gebied kenmerkt zich door de historische gebouwen die het stadsgezicht langs de IJssel vormen. Historische bouwwerken als de stadspoorten en kerken en de nog altijd goed herkenbare structuur van de stadsvesting herinneren aan de rijke (Hanze)historie van Kampen. Om de historisch zeer waardevolle binnenstad beleefbaar te houden voor bewoners en bezoekers, is het van belang dat er blijvend wordt ingezet op de binnenstad als bruisend centrum voor cultuur, horeca en evenementen in zorgvuldig evenwicht met het koesteren van de vele erfgoedwaarden van de Hanzestad. Onder de schilwijken worden Brunnepe, Hanzewijk/Greente, Kampen-Zuid [4] Kampen-Zuid betreft de wijk direct ten zuiden van de binnenstad. Het dient in deze context niet verward te worden met het gebied rond Station Kampen Zuid: dit gebied wordt aangemerkt als het Stationskwartier en ligt tussen de buitenwijken De Maten en Het Onderdijks. , Bovenbroek en het gebied rondom station Kampen geschaard. Het betreft de (van oorsprong) oudste wijken van Kampen die direct om de binnenstad zijn gelegen. Deze wijken staan, mede door hun historische ontwikkeling, voor vergelijkbare opgaven, zoals het tegengaan van hittestress, overlast bij zware buien, mobiliteitsopgaven ten opzichte van de binnenstad en kansen voor verdichting en woon-zorgconcepten. De buitenwijken bestaan uit de Flevowijk, Cellesbroek, Hagenbroek, De Maten, De Venen en Het Onderdijks (inclusief Stationskwartier) [5] Voor de indeling van de verschillende wijken zijn de buurten zoals die worden gehanteerd door het CBS gebruikt. In deze indeling valt het Stationskwartier formeel onder Het Onderdijks. . De buitenwijken staan voor vergelijkbare opgaven, zoals het toevoegen van meer woningen door middel van inbreiding, maar ook het goed aansluiten op eventuele uitbreidingen op zowel groen, infrastructureel als sociaal vlak. Het dorp IJsselmuiden is het grootste dorp in de gemeente. Dit dorp heeft zijn naam te danken aan zijn ligging aan de monding van de IJssel. Sinds 2001 is IJsselmuiden onderdeel van de gemeente Kampen. Hoewel IJsselmuiden nog altijd een duidelijk eigen dorp vormt ten opzichte van Kampen, zijn het verleden en heden van Kampen en IJsselmuiden al zeer lang nauw met elkaar verbonden als gevolg van de brug tussen de twee kernen die al in de Middeleeuwen werd aangelegd. De lange historie van het dorp is met name goed terug te zien in de historische bebouwing langs de Dorpsweg, op de hogere rivierduin waarop het dorp oorspronkelijk ontstond. Het dorp kent een sterke gemeenschapszin, wat zich met name uit in de vele actieve kerkgemeenschappen. Aan de rand van IJsselmuiden, bij de Zwolseweg aan de IJssel, ligt Station Kampen, met een regelmatige treinverbinding met Zwolle, ook wel het ‘Kamperlijntje’ genoemd. Voor IJsselmuiden liggen er onder andere uitdagingen met betrekking tot de binnenstedelijke verdichting door middel van inbreiding in combinatie met het borgen van de bereikbaarheid, leefbaarheid en voldoende groen en water. Reeve is een nieuw dorp in de gemeente dat ontstaan is tegelijk met de aanleg van het Reevediep. Hierzal een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave van de gemeente landen tot en met
- Dat betekent ook dat er gezien het grote aantal nieuwe bewoners aandacht moet zijn voor voldoende voorzieningen, infrastructuur en mogelijkheden tot sport en recreatie. Gebiedsspecifieke keuzes voor de stad Kampen (binnenstad, schil- en buitenwijken) en dorpen IJsselmuiden en Reeve in het algemeen: Wij kiezen voor de geregisseerde groei van de stad Kampen en de dorpen IJsselmuiden en Reeve. Dit vertaalt zich in een verstedelijkingsopgave en het vergroten van het woningaanbod in bestaande en toekomstige wijken. Hierbij kiezen we voor zowel inbreiding, transformatie als uitbreiding om aan de woonbehoefte te voldoen. Bij woningbouwontwikkelingen sluiten we aan op de veranderende woonbehoefte. Dit houdt in dat we doelgericht bouwen voor de huisvesting van jongeren, ouderen en zorgvragers. Deze aandacht vertaalt zich in de inzet op kleinere en levensloopbestendige woningen. Dit zijn appartementen (gestapelde bouw), maar ook kleine grondgebonden woningen of kangoeroewoningen, waarbij er twee zelfstandige wooneenheden onder een dak bevinden. In lijn met nationale en regionale afspraken moet het programma voor nieuwe woningen daarnaast voor 30% uit sociale huur, 40% uit middenhuur en betaalbare koop en 30% uit overige woningbouw bestaan. Bij alle woningbouwontwikkelingen zetten we in op woningbouw met een bijdrage aan brede welvaart en leefbaarheid. Op deze manier zoeken we met nieuwe woningbouwontwikkelingen ook naar een maatschappelijke meerwaarde voor ons stedelijk gebied, bijvoorbeeld door te vergroenen, verduurzamen of de leefbaarheid te verbeteren. Nieuwe woningen en wijken worden op duurzaam en natuurinclusief gebouwd met aandacht voor lage emissies, biodiversiteit en water(kwaliteit). Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen wordt rekening gehouden met de schaal en het karakter van de stad of het dorp en de nabijheid van voorzieningen. Bij de keuze voor nieuwe woningbouwlocaties bouwen wij enkel op locaties die geschikt zijn op basis van het water- en bodemsysteem in het kader van ‘waterbewust’ bouwen. Voor inbreiding en transformatie in bestaande wijken geldt dat dit moet passen binnen het karakter en de ruimte in de wijken. Dit leidt tot een nadruk op de schilwijken en het gebied rond de Trekvaart in IJsselmuiden. Bij inbreiding en transformatie benutten we de bestaande woningvoorraad optimaal, door mogelijkheden te onderzoeken voor optoppen, woningsplitsing, transformatie, slimme verkaveling en meervoudig ruimtegebruik. Hierbij houden we rekening met de toenemende druk op de openbare ruimte: we borgen het behoud van voldoende open ruimtes en ruimtelijke kwaliteit. Voor parkeren geldt dat wij rondom (toekomstige) mobiliteitshubs de parkeernorm indien mogelijk omlaag brengen. Voor uitbreiding zetten we in op diverse woningbouwlocaties tot
- Tot 2035 zal een aanzienlijk deel van de huidige woonopgave landen in Reevedelta. Voor de periode tussen 2035 en 2050 onderzoeken we diverse locaties, met Reeve-Noord als voornaamste onderzoeksgebied. We voeren regie op de beoogde uitbreidingslocaties waar reeds voorkeursrecht is gevestigd en vestigen waar nodig voorkeursrecht. Zo voorkomen we grondspeculatie en kunnen we blijven inzetten op betaalbare woningen. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk
- We zetten ons in om de bestaande woningvoorraad, zowel koop- als huurwoningen, toekomstbestendig te maken. We faciliteren en ondersteunen waar mogelijk initiatieven voor de opwekking van (zonne-)energie en hanteren voor de warmtetransitie een gebiedsgerichte aanpak. Het streven is hierbij om in 2040 voor alle wijken kansrijke alternatieven te hebben gevonden voor aardgas, zodat we in 2050 als gemeente volledig aardgasvrij zijn. Wij vinden het belangrijk dat alle inwoners toegang hebben tot een compleet voorzieningenaanbod. Allereerst biedt de binnenstad van Kampen een hoogwaardig (regionaal) voorzieningenniveau met onderwijs, cultuur, horeca, detailhandel en overige commerciële functies. Wij bieden ruimte in elke wijk in 2050 voor een complementair wijkhart, met in ieder geval een fysieke ontmoetingsplek (dorpshuis of plek die multifunctioneel gebruikt wordt) en waar mogelijk een welzijnspunt. Daarnaast beschikken wijkharten, afhankelijk van de bestaande situatie, in de wijken en grote dorpen zoveel mogelijk over dagelijks voorzieningen waar zorg- en welzijnsactiviteiten, sportieve en/of culturele activiteiten kunnen plaatsvinden. Ook hebben we in de wijkharten speciale aandacht voor (informele) ontmoetingsplekken voor jongeren. Met oog op het groeiende inwoneraantal van Reeve de komende jaren, zijn (extra) voorzieningen op termijn wel wenselijk. In Reeve kiezen we er daarom voor om voldoende ruimte te reserveren voor de ontwikkeling van een toekomstig dorpshart. Hierbij wordt ook rekening gehouden met een mogelijke toename van inwoners door uitbreiding naar Reeve-Noord. Aandacht voor het beperken van de barrièrewerking van het spoor tussen Reeve en Reeve-Noord is hierbij noodzakelijk. Wij stimuleren een gezonde leefstijl door kwalitatieve groene ruimtes te creëren voor spelen, sporten en ontspannen. In de inrichting van de openbare ruimte maken we keuzes die dit gebruik faciliteren. De openbare ruimte richten we zo toegankelijk mogelijk in voor mindervaliden en maken we waar nodig dementievriendelijk. Ook creëren wij ommetjes die het landschap beleefbaarder maken. We streven naar natuurinclusieve en klimaatbestendige inrichting van onze wijken en dorpen, met voldoende groen dat werkt als een spons bij hevige regenval, de biodiversiteit versterkt en hittestress verlaagt. Hierbij streven we naar een groene dooradering die ook de (stads)ecologie ten goede komt, bijvoorbeeld door watergangen natuurinclusief in te richten. Hierbij zetten we in op de hoofdgroenstructuur, maar benutten we ook hierbuiten kansen voor het toevoegen van (kleinschalig) groen. We werken dit uit in een Natuurdoelenplan. We richten onze openbare ruimte in volgens het STOMP-principe. Dat wil zeggen dat we allereerst werken aan voldoende veilige en comfortabele wandel- en fietsroutes met zo min mogelijk omrijafstand richting voorzieningen. Zo zorgen we ervoor dat het sneller is om de fiets te pakken, dan met de auto te gaan - in het bijzonder richting het centrum. Ook faciliteren wij kwalitatieve, frequente OV-assen complementair aan beide treinverbindingen. Deze zullen onder andere vanuit de stations Kampen en Kampen-Zuid rijden richting Zwolle, Genemuiden en Dronten, aangevuld met stadsdiensten en een (vraagafhankelijk) publiek vervoer voor bijvoorbeeld reizigers met een indicatie. Zo vergroten wij niet alleen de bereikbaarheid tussen de binnenstad en de schil- en buitenwijken, maar ook de nabijgelegen kernen. Voor parkeren geldt dat wij rondom (toekomstige) mobiliteitshubs en bij nieuwe woningbouwontwikkelingen de parkeernorm waar mogelijk omlaag brengen. Hiernaast houden wij rekening met voldoende laadinfrastructuur voor elektrische mobiliteit in de wijken van Kampen, IJsselmuiden en Reeve, om bij te dragen aan de transitie naar duurzamere vormen van mobiliteit. We zetten ons in voor een kwalitatieve, regionale doorfietsroute naar Dronten en Zwolle. In het kader hiervan wordt de huidige missende schakel in deze route aangelegd door een doorfietspad aan te leggen parallel aan de N
- Om de verkeersveiligheid en doorstroming op de N50 te verbeteren, ook met oog op de toekomstige groei van Reeve en Kampen, kiezen we op de korte termijn voor een verbreding van de N50 naar 2x2 rijstroken tussen Kampen en Kampen-Zuid. Daarnaast zetten we ons op de langere termijn in voor een verdere verbreding tussen Kampen-Zuid tot knooppunt Hattemerbroek en op en vanaf de Eilandbrug richting Emmeloord. Hiervoor verkennen we de komende jaren samen met Rijkswaterstaat de mogelijkheden.Daarnaast zetten we ons in om, in samenwerking met de Provincie Overijssel, de bereikbaarheid en verkeersveiligheid op de N764 te borgen door de groei van de verkeersintensiteit te dempen. We verkennen de mogelijkheden en haalbaarheid van een extra (pont)verbinding over de IJssel aan de noordzijde van Kampen, wat voordelen kan bieden voor zowel de automobilist, landbouwverkeer als de (recreatieve) fietser, alsook beperking van de intensiteit van het gemotoriseerd verkeer op de Molenbrug en Stadsbrug. In het kader van een gastvrije binnenstad zal worden onderzocht of de verkeersintensiteit op de stadsbrug tussen Kampen en IJsselmuiden kan worden verlaagd. Hierbij zal worden gekeken naar de mogelijkheden om op de brug eenrichtingsverkeer in te stellen of om de brug alleen toegankelijk te maken voor OV, fietser en voetganger. Dit biedt mogelijk ook kansen om in de toekomst de verkeersdruk op de Zwolseweg te verlagen en daarmee meer verblijfskwaliteit toe te voegen aan het waterfront van IJsselmuiden. We realiseren dat een gastvrije, autoluwe binnenstad enkel mogelijk is als het in samenhang is uitgevoerd met het gehele mobiliteitssysteem in de gemeente Kampen én er rekening gehouden wordt met zowel de bereikbaarheid voor hulpdiensten als de mobiliteitsmogelijkheden voor ouderen en inwoners met een fysieke beperking. Wij verbeteren de verkeersveiligheid binnen de wijken van Kampen, IJsselmuiden en Reeve. Aansluitend aan nationaal beleid wil de gemeente Kampen klimaatneutraal zijn in
- Dit betekent enerzijds dat wij ons energieverbruik moeten verminderen, en tegelijkertijd onze energievoorziening op een duurzamere wijze moeten opwekken. Ook zetten we in op het verduurzamen van de gebouwde omgeving en aardgasloze woonwijken in
- We zoeken naar passende locaties voor voldoende boven- en ondergrondse ruimte voor voorzieningen die nodig zijn om deze energie- en warmtetransitie te realiseren. Denk hierbij aan trafohuisjes en warmteoverdrachtstations. Tevens zijn wij bewust van de huidige druk op het elektriciteitsnet en willen we netcongestie in de toekomst zo veel mogelijk beperken. We voorkomen dat stedelijk afvalwater een probleem wordt voor de volksgezondheid. We streven naar zo min mogelijk overstorten en andere indirecte lozingen ter bescherming van de volksgezondheid en om de waterkwaliteit niet onnodig te belasten. We scheiden vuil water zoveel mogelijk van schoon water en staan daarbij open voor nieuwe, bewezen technieken. Bij alle ontwikkelingen in de stad Kampen en dorpen IJsselmuiden en Reeve wordt ingezet op een zo veilig mogelijke inrichting van de openbare ruimte. Dit betekent dat deze minimaal moet passen binnen de geldende wet- en regelgeving op onder andere het gebied van brandveiligheid, externe (water)veiligheid, geur, geluid, water-, bodem- en luchtkwaliteit. Waar nodig en mogelijk wordt dit breder afgewogen dan enkel de wettelijke kaders. In de inrichting van de openbare ruimte wordt altijd rekening met voldoende ruimte voor hulpdiensten en streven we ernaar geen kwetsbare objecten te realiseren binnen brand- en/of explosieaandachtsgebieden. Wat betreft luchtkwaliteit zetten wij in op de doelstellingen voor 2030 zoals beschreven in het Schone Lucht Akkoord. Gebiedsspecifieke keuzes voor de binnenstad van Kampen: Wij versterken de binnenstad van Kampen als aantrekkelijk, levendig en dynamisch stadshart voor cultuur, horeca en evenementen. Dit betekent dat we in de binnenstad de juiste voorwaarden scheppen om er prettig te verblijven. Wij zetten daarom in op een hoogwaardige verblijfskwaliteit, met een clustering van horeca, detailhandel en overnachtingsmogelijkheden die passen bij het karakter van de stad Kampen. Tevens is de binnenstad ook een plek waar gewoond wordt. We verkennen mogelijkheden voor extra woningen in en aan de randen van de binnenstad door verdichting en transformatie van bestaande gebouwen. Tegelijkertijd verkennen we ook mogelijkheden voor wonen in aanloopstraten naar het centrum en boven winkels. We onderzoeken ook de mogelijkheid om de parkeernorm voor nieuwe woningen te verlagen. Bij deze woningbouwontwikkelingen hebben we vanzelfsprekend aandacht voor een goede balans tussen inwoners, bezoekers en verkeer, en tussen bebouwing en groen-blauwe structuren. Wij koesteren de (Hanze)identiteit van Kampen, waarvan de sporen nog in grote mate aanwezig zijn in het beschermd stadsgezicht van de binnenstad en door de terugkeer van de IJsselkogge. Dit stadsgezicht beschermen we wanneer we bouwen of transformeren in de binnenstad. Zo behouden en benutten we de cultuurhistorische identiteit van Kampen bij alle ontwikkelingen. We koesteren de Hanze-identiteit van Kampen door ondersteuning te bieden bij herbestemming en doorontwikkeling van erfgoed. Bij herbestemming wordt er gekeken naar mogelijke afstemming met behoeften van bewoners. Duurzaamheid en de energietransitie integreren we zorgvuldig in de binnenstad, met respect voor de erfgoedwaarden. De cultuurhistorische kwaliteit en de historische structuren van de binnenstad vormen de basis voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De historie van Kampen moet zichtbaar en beleefbaar zijn voor inwoners en bezoekers. Het verduurzamen en het vormgeven van de energietransitie van de binnenstad is hier ook onderdeel van. Dit moet zorgvuldig worden ingepast in relatie tot de bestaande erfgoedwaarden. In het kader van het vergroten van de leefbaarheid en belevingswaarde zetten wij in op een gastvrije, autoluwe binnenstad. Door middel van mobiliteitshubs in de schilwijken worden aantrekkelijke parkeermogelijkheden gefaciliteerd nabij de binnenstad, om het verkeer in de binnenstad te beperken. Bij deze gastvrije binnenstad hoort ook een duurzame logistieke bevoorrading. Hierbij zetten we in op kleinere, efficiënter beladen emissieloze voertuigen, waar mogelijk in combinatie met een logistieke (binnenstad)hub. Tegelijkertijd zetten wij ons in op het versterken van de fysieke toegankelijkheid door aantrekkelijke alternatieven te bieden voor de auto. Dit doen wij onder andere door sterke verbindingen tussen de stad en de omliggende wijken voor langzaam verkeer zoals voetgangers en fietsers. Hierbij is er oog voor rolstoelvriendelijkheid en verkeersveiligheid. Wij reserveren ruimte voor noodzakelijk autoverkeer zoals logistiek of nooddiensten, en werken samen met ondernemers en andere betrokkenen om ervoor te zorgen dat zij hun bedrijvigheid kunnen behouden. Wij vinden dat de binnenstad een fijne plek voor beweging, ontspanning en ontmoeting moet zijn voor elke inwoner en bezoeker. Daarom zetten wij in op een binnenstad waar men ook goed kan wonen: een veilige en gezonde leefomgeving waarin aandacht is voor sociale veiligheid en het beperken van overlast. We richten de ruimte toegankelijk in voor mindervaliden en maken deze waar mogelijk dementievriendelijker. Ook houden wij in het bijzonder rekening met voldoende (informele) ontmoetingsplekken voor jongeren. We besteden aandacht aan het vergroenen van de (relatief stenige) binnenstad om zowel hittestress als wateroverlast zoveel mogelijk tegen te gaan en de leefbaarheid in de binnenstad te verbeteren. Door de groei van het aantal inwoners wordt het draagvlak voor hoogwaardige voorzieningen op het gebied van cultuur, detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen groter. Zo versterkt de binnenstad van Kampen haar centrumfunctie, en kan de binnenstad in de toekomst een divers aanbod aan voorzieningen aanbieden. We vergroten de toegankelijkheid en beleefbaarheid van het water, met oog voor de eventueel benodigde ruimte voor de waterveiligheidsopgave. Concreet betekent dit dat we de recreatieve potentie van de IJssel benutten door herkenbare, aantrekkelijke recreatieve hotspots, aan de rand van de binnenstad, waar inwoners en bezoekers kunnen genieten van zowel de historische binnenstad als het water. Ook verkennen wij mogelijkheden voor toeristische vaarverbindingen tussen Kampen en de dorpen. Gebiedsspecifieke keuzes voor de schilwijken van Kampen: We zien in de schilwijken relatief veel mogelijkheden voor verdichting en inbreiding, zoals inhet gebied rond de Trekvaart in IJsselmuiden, het gebied ten zuiden van het centrum van Kampen en rond station Kampen. Wanneer wordt bijgebouwd binnen het bestaande stedelijk weefsel, zetten we ons in om ervoor te zorgen dat dit gepaard gaat met het toevoegen van zoveel mogelijk (kwalitatief) groen. Tevens zoeken wij hierin een balans met andere faciliteiten in de openbare ruimte, borgen het behoud van voldoende open ruimtes en ruimtelijke kwaliteit en zoeken we hierbij goede afstemming met HWBP-project Mastenbroek-IJssel. We zetten in op het realiseren van ouderenwoningen en woonzorgconcepten in de schilwijken, omdat deze dicht bij de voorzieningen zijn gelegen. Dit betekent ook dat we ambiëren om de openbare ruimte zo toegankelijk mogelijk in te richten voor mindervaliden en waar nodig dementievriendelijker te maken. We besteden in de schilwijken waar dit van toepassing is extra aandacht aan leefbaarheidsopgaven en het bevorderen van de sociale veiligheid. We zetten in de schilwijken in op het ontwikkelen van één of meerdere mobiliteitshubs waar bewoners en bezoekers aan de binnenstad kunnen parkeren om zo de hoeveelheid autobewegingen in de gastvrije binnenstad te beperken. Bij deze mobiliteitshubs komen verschillende vervoersvormen samen: (deel)auto’s, (deel)fietsen en overstapmogelijkheden op het openbaar vervoer. Bij voorkeur liggen deze mobiliteitshubs in de directe nabijheid van de oost-west OV-as. Ook het toevoegen van ‘pick-up points’ voor pakketjes vormt hier een kans. Ook station Kampen in IJsselmuiden zien we als een belangrijke mobiliteitshub waar openbaar vervoer (trein en OV-as), deelmobiliteit en parkeren samenkomen. Door hier de juiste condities te scheppen, zetten we de deur open voor de ontwikkeling van het stationsgebied tot een innovatiehub waar de koppeling wordt gelegd met woon-werkgebied Kop van Spoorlanden. Zo ontstaat een goed bereikbare en aantrekkelijke plek waar de focus voor woningbouw in combinatie met werken komt te liggen op relatief hoge dichtheden van kleinere woningen voor studenten, jongeren en andere een- of twee-persoonshuishoudens. Hier houden we rekening met mogelijke belemmeringen zoals milieucontouren. We besteden aandacht aan het vergroenen van de (relatief stenige) schilwijken om zowel hittestress als wateroverlast zoveel mogelijk tegen te gaan en de leefbaarheid in deze wijken te verbeteren. We koppelen de vergroening in de schilwijken daarnaast nadrukkelijk aan een kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte waarin (spontane) ontmoeting wordt gefaciliteerd, gezien de relatief hoge eenzaamheid die wordt gerapporteerd in deze wijken. Ook moedigt het aan tot meer beweging in de buitenlucht om zo de gezondheid van de inwoners te vergroten. Gebiedsspecifieke keuzes voor de buitenwijken van Kampen: Waar mogelijk kiezen we in de buitenwijken voor verdichting en inbreiding, maar we zien hiervoor in algemene zin in deze wijken wat minder mogelijkheden met oog op bereikbaarheid. Wanneer wordt bijgebouwd binnen het bestaande stedelijk weefsel, zetten we ons in om ervoor te zorgen dat dit gepaard gaat met het toevoegen van zoveel mogelijk (kwalitatief) groen en het behoud van voldoende open ruimtes en ruimtelijke kwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het opwaarderen van bestaand groen. We kiezen voor goede aansluitingen van stadsuitbreidingen als Venekwartier en Oeverwal op de bestaande buitenwijken. Het gaat hierbij zowel om goede fiets- en wandelverbindingen als aansluiting van de groen- en waterstructuren. Wanneer wordt uitgebreid zetten we ons in om ervoor te zorgen dat dit hierbij voldoende (kwalitatief) groen wordt gerealiseerd. We zetten ons groen/blauwe raamwerk in om te zoeken naar nieuwe, kansrijke wandelverbindingen om vanuit de buitenwijken de verbinding te leggen naar het buitengebied voor korte ommetjes vanuit de wijken, bijvoorbeeld naar de groene stadsrandzones ten oosten van de N50 en IJsselmuiden. Ook station Kampen-Zuid wordt verder ontwikkeld tot mobiliteitshub waar openbaar vervoer (trein en OV-as), deelmobiliteit en parkeren samenkomen en daarmee kansen ontstaan voor de ontwikkeling tot innovatiehub waar onderwijs, bedrijvigheid (zoals zakelijke dienstverlening, ZZP’ers en start-ups) en wonen samenkomen. De ambitie - die we in gesprekken met onze mede-overheden en andere partners willen agenderen - is om de frequentie van de sprinterverbinding te verhogen naar vier keer per uur voor goede bereikbaarheid voor bewoners in bestaande en toekomstige wijken richting Zwolle en de Randstad. 4.2 Kleine dorpen Kenschets: De gemeente Kampen kent vier kleine dorpen: Grafhorst, Wilsum, 's-Heerenbroek en Zalk. Deze dorpen worden gekenmerkt als rustige, landelijke woonomgevingen waarin de gemeenschapszin sterk aanwezig is en het groen altijd nabij is. Hoewel het in 1333 stadsrechten kreeg, kan Grafhorst tegenwoordig vanwege de grootte het best als lintdorp worden gezien. Het is gelegen op een rivierduin aan de Kamperzeedijk en het Ganzendiep, een zijtak van de IJssel ten noorden van de kernen Kampen en IJsselmuiden. De geschiedenis van het dorp gaat ver terug: het verkreeg al in 1333 stadsrechten. Momenteel telt Grafhorst ongeveer 1.080 inwoners, die met name wonen langs het lint van de Grafhorsterweg. Het dorp beschikt momenteel over diverse voorzieningen en verenigingen, zoals een basisschool, een kerk en een schaatsvereniging. Ook wordt het voormalig kerkgebouw van de Hervormde Kerk sinds 2021 gebruikt als multifunctioneel dorpshuis ‘De Herberg’. Het dorp Wilsum is gebouwd op een rivierduin langs de noordoever van de IJssel. Wilsum verkreeg omstreeks 1321 stadsrechten, maar is in karakter altijd een dorp gebleven. De oudste bebouwing van het dorp bevindt zich langs de zuidrand aan de Dorpsweg, vanaf waar pittoresk uitzicht over de uiterwaarden van de IJssel te beleven is. Momenteel zijn er ongeveer 885 personen woonachtig in Wilsum. Verder zijn er onder andere twee kerken, basisschool IKC De Regenboog, een voetbalvereniging en een muziekvereniging. 's-Heerenbroek maakt sinds 2001 onderdeel van de gemeente Kampen. Het dorp kent meerdere clusterbebouwingen met boerderijen gebouwd op de terpen. Van oorsprong verdeeld over twee dorpen, ‘s-Heerenbroek en Veecaten, en was met name georiënteerd langs de Zwolseweg. Tegenwoordig is Veecaten als buurtschap onderdeel van 's-Heerenbroek. Het dorp heeft zich in de jaren erna met name ten noorden van de Zwolseweg ontwikkeld langs de Bisschopswetering en zijstraten. Nieuwbouwbuurt Zwolle-Stadshagen grenst nabij de oostzijde van 's-Heerenbroek aan de gemeente Kampen. 's-Heerenbroek beschikt over diverse verenigingen en voorzieningen, zoals basisschool IKC Prinses Juliana, een voetbalvereniging en verenigingsgebouw ‘De Kandelaar’. In de zomer is 's-Heerenbroek verbonden met Zalk aan de overzijde van de IJssel door middel van een pont. Aan de overkant van de IJssel van 's-Heerenbroek ligt het dorp Zalk. Dit historische dorpbehoort sinds 2001 bij de gemeente Kampen. Het dorp ligt achter de winterdijk van de IJssel op een hogergelegen rivierduin. Het beschikt over fraaie historische bebouwing, met name gesitueerd rond het Kerkplein. Momenteel heeft Zalk onder andere een basisschool, multifunctioneel centrum, een sportvereniging en vier kerken. Ten noorden van het dorp ligt in de uiterwaard het Zalkerbos, een zeer oud en daarmee historisch waardevol bos. In de toekomst is het van belang dat de kleine dorpen fijne en gezonde leefomgevingen blijven, waar de bereikbaarheid van voorzieningen en het woningaanbod toereikend zijn. We zetten in op een vitaal landelijk gebied met daarin dorpen die klimaatbestendig zijn ingericht, waar de rijke cultuurhistorie wordt gekoesterd, de sterke gemeenschapszin in stand blijft en de beleefbaarheid van het landschap wordt vergroot. Gebiedsspecifieke keuzes voor de kleine dorpen: In de kleine dorpen Grafhorst, 's-Heerenbroek, Wilsum en Zalk zorgen we ervoor dat er betaalbare woningen zijn voor de bewoners van nu en de toekomst. Daarom zetten wij ons in op zowel inbreiding als kleinschalige uitbreiding, passend bij de schaal, karakter en de behoefte van het dorp. Bij woningbouwontwikkelingen sluiten we aan op de veranderende woonbehoefte. Dit houdt in dat we doelgericht bouwen voor de huisvesting van jongeren, ouderen en zorgvragers. Deze aandacht vertaalt zich in de inzet op kleinere en levensloopbestendige woningen. Binnen de dorpscontouren kijken we naar mogelijkheden voor optoppen, woningsplitsing, transformatie, slimme verkaveling en meervoudig ruimtegebruik. Tegelijkertijd zetten we in op kleinschalige uitbreiding aan de dorpsranden waarmee we op een kwalitatieve manier woningen toevoegen en zo de dorpsranden aantrekkelijk afronden. Bij iedere inbreiding of uitbreiding geldt dat we er goed op letten dat het past bij de huidige omvang van het dorp, het versterken van het (historische) dorpse karakter, behoud van voldoende groen en de nabijheid van voorzieningen. Daarnaast borgen het behoud van voldoende open ruimtes en ruimtelijke kwaliteit. Voor ieder dorp kijken we welke locaties op basis van het water- en bodemsysteem geschikt zijn voor nieuwe woningen en zetten we in op ‘bodem- en waterbewust’ bouwen. Dit betekent dat er in Wilsum op (langere) termijn alleen nog ruimte is voor inbreiding. In Zalk en ‘s-Heerenbroek zien we (op termijn) nog mogelijkheden voor zowel uitbreiding als inbreiding. Nieuwe woningen en wijken worden op natuurinclusieve, duurzame wijze gebouwd met aandacht voor duurzaamheid, groen en water. Ook bestaande woningen worden verduurzaamd om bij te dragen aan een gezonde leefomgeving. Hierbij zetten we in op het maximaal benutten van de daken voor het opwekken van zonne-energie en streven we ernaar dat onze woningvoorraad in 2050 aardgasvrij is. Elk dorp heeft een dorpshart met een passend niveau aan (kleinschalige) voorzieningen. We zetten in op minimaal één ontmoetingsplek voor de dorpen Grafhorst, 's-Heerenbroek, Wilsum en Zalk. Deze ontmoetingsplekken kunnen verschillen in vorm en grootte op basis van behoefte en draagkracht. Ook zetten we in op waar mogelijk een basisschool. Ook richten wij plekken voor spontane ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte in. In het kader van langer thuis zelfstandig wonen, is het voor ouderen belangrijk dat ze uitgenodigd worden om te bewegen. Dit doen we door groene ruimtes te creëren voor spelen, bewegen, sporten en ontspannen, en door uitnodigende ommetjes in de directe omgeving hieraan te koppelen. De openbare ruimte richten we zo toegankelijk mogelijk in voor mindervaliden en maken we waar nodig dementievriendelijk. Voor andere grootschalige voorzieningen kiezen we in plaats van aanwezigheid voor nabijheid van voorzieningen en zoeken we met de partners in de samenleving naar slimme oplossingen om bepaalde voorzieningen ook voor deze dorpen bereikbaar te houden. Dit betekent niet dat we de bestaande voorzieningen zomaar laten verdwijnen. Wel zijn we ons ervan bewust dat het door externe factoren niet te voorspellen is of alle voorzieningen wel in stand kunnen blijven. Wij stimuleren een gezonde leefstijl door groene ruimtes te creëren voor spelen, sporten en ontspannen en gezonde voedselomgeving. Wij kiezen ervoor om de groenstructuren tussen de dorpen en het landschap te verbeteren. Hierbij is er aandacht voor de natuurbeleving van de inwoners en bezoekers, en koppelen wij de structuren zo veel mogelijk aan fiets- en wandelverbindingen en ontmoetingsplekken. Op deze manier creëren wij ommetjes die het landschap beleefbaarder maken. Ook hier is er extra aandacht voor (informele) ontmoetingsplekken voor jongeren. Ook in de kleine dorpen streven we naar een natuurinclusieve en klimaatbestendige inrichting, met voldoende groen dat werkt als een spons bij hevige regenval en tevens de biodiversiteit versterkt. Ook moedigen wij bewonersinitiatieven aan die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. Bij het openbaar groen streven we naar een groene dooradering die ook de (stads)ecologie ten goede komt, bijvoorbeeld door watergangen natuurinclusief in te richten. Wij zetten ons op op aantrekkelijke en veilige (door)fietsroutes vanuit de kleine dorpen naar Kampen, IJsselmuiden en Reeve. Zo houden wij de voorzieningenclusters nabij en stimuleren we tegelijkertijd ook beweging. Bovendien verbindt de kwalitatieve, frequente OV-as kernen zoals Grafhorst met de grote kernen. Aansluitend aan nationaal beleid streeft de gemeente Kampen klimaatneutraal zijn in
- Dit betekent enerzijds dat wij ons energieverbruik moeten verminderen, en tegelijkertijd onze energievoorziening op een duurzamere wijze moeten opwekken. Ook vraagt het aandacht voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het aardgas vrij zijn in
- Doordat de woningen in de kernen van diverse bouwperiodes aanwezig zijn, is vaak maatwerk nodig. We zoeken naar passende locatie voor voldoende boven- en ondergrondse ruimte voor voorzieningen die nodig zijn om deze energie- en warmtetransitie te realiseren. Denk hierbij aan trafohuisjes en warmteoverdrachtstations. Bij alle ontwikkelingen in Grafhorst, Wilsum, ‘s-Heerenbroek en Zalk wordt ingezet op een zo veilig mogelijke inrichting van de openbare ruimte. Dit betekent dat deze minimaal moet passen binnen bestaande wet- en regelgeving. op onder andere het gebied van brandveiligheid, externe veiligheid, geur, geluid, water-, bodem- en luchtkwaliteit. Waar nodig en mogelijk wordt dit breder afgewogen dan enkel de wettelijke kaders Daarnaast houden we in de inrichting van de openbare ruimte altijd rekening met voldoende ruimte voor hulpdiensten. Wat betreft luchtkwaliteit zetten wij in op de doelstellingen voor 2030 zoals beschreven in het Schone Lucht Akkoord. Ookzetten we in op het behoud van voldoende open ruimte, een ‘groene binnentuin’ tussen ‘s-Heerenbroek en Zwolle Stadshagen. In de toekomst wordt dit gebied uitgesloten voor uitbreidingslocaties van woningbouw. We voorkomen dat stedelijk afvalwater een probleem wordt voor de volksgezondheid. In overleg met de bronnen proberen we het ontstaan van afvalwater zoveel mogelijk te voorkomen. We streven naar zo min mogelijk overstortingen en andere indirecte lozingen ter bescherming van de volksgezondheid en om de waterkwaliteit niet onnodig te belasten. We scheiden vuil water zo veel mogelijk van schoon water en staan daarbij open voor nieuwe, bewezen technieken. 4.3 Werklocaties Kenschets: De bedrijventerreinen in de gemeente Kampen zijn van economisch belang voor de gemeente, maar ook voor de regio Zwolle. Dit blijkt ook uit de Ruimtelijk Economische Bouwstenen
(2024). De bedrijventerreinen Haatland(haven), Zuiderzeehaven, Melmerpark, RW50, Spoorlanden, Zendijk en tuinbouwgebied de Koekoek bieden ruimte aan een breed economisch profiel met (maak)industrie, (haven)logistiek, bouw en de landbouw als voorname sectoren. De meeste banen bevinden zich in de collectieve dienstverlening, de industrie, de handel en de zakelijke dienstverlening. Hiernaast bevinden zich in de gemeente een relatief lager aantal banen in de landbouw, recreatie & toerisme en in de overige dienstverlening (SvL, 2022). Hoewel er zich in de gemeente Kampen ca. 23.800 banen bevinden (SvL, 2022), kenmerkt de gemeente zich niet per definitie als een echte ‘werkgemeente’, daarmee bedoelen we dat de werkgelegenheid relatief beperkt is. Het aandeel bedrijventerreinen (afgezien van de landbouwpercelen) beslaat momenteel met haar 363 ha. dan ook ca. 3% van de totale gemeentelijke grond. De agrarische sector, met haar landbouwgronden beslaat 11138 ha (70% van het totaal) en de glastuinbouw in de Koekoekspolder 127 ha (bijna 1%). Zoals gezegd is de werkgelegenheid binnen de gemeente relatief beperkt en is het onzeker of werkgelegenheid in de toekomst binnen de gemeente de komende jaren toe of afneemt (SvL, 2022). We vinden - in het kader van brede welvaart - de bereikbaarheid en het behoud van banen binnen onze gemeente en ook in de regio een belangrijk uitgangspunt. Daarom ligt er een opgave voor om het ondernemers- en vestigingsklimaat aantrekkelijk en toekomstbestendig te maken. Huidige trends en ontwikkelingen laten zien dat er richting de toekomst werk aan de winkel is op weg naar een toekomstbestendige en duurzame economie. Verduurzaming, digitalisering, regionalisering en internationalisering brengen een vernieuwingsopgave voor de Kampense werklocaties met zich mee. Hierbij worden ook mogelijke toekomstige inbreidingslocaties verkend waar duurzame woon-werkgebieden kunnen ontstaan, zoals bij Kop van Spoorlanden. Daarnaast ligt er door de groeiende economie toenemende ruimtevraag en daarmee een uitbreidingsopgave van 18-25 hectare voor nieuwe werklocaties. [6] Zie: Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio West-Overijssel
(2023)Dit gaat zowel over ruimte voor uitbreiding van bestaande bedrijven als over nieuwe bedrijven die een plek zoeken. Daarbovenop wordt momenteel ook vanuit een toekomstbestendige haveneconomie de mogelijke uitbreiding van de haven in de Melmerpolder verkend. Dit heeft een aanzienlijk ruimtebeslag dat concurreert met het ruimtegebruik van onder meer de agrarische sector en opgaven die ruimte vragen zoals de klimaatadaptatie, de energietransitie, bereikbaarheid en natuurontwikkeling en het ligt nabij N2000 gebieden. Daarnaast geldt tevens dat bij de keuze voor nieuwe werklocaties water en bodem leidend zijn. In de Koekoekspolder, het laagst gelegen deel van de gemeente, is sinds de definitieve droogmaking van het gebied een kassengebied ontstaan. Vandaag de dag bevinden zich in dit glastuinbouwgebied diverse innovatieve tuinbouwbedrijven die volop bezig zijn met duurzame voedselproductie op een in toenemende mate energieneutrale manier. Door de lage ligging van het gebied vindt wegzijging vanuit de naastgelegen Mastenbroekerpolder naar de Koekoekspolder plaats. Dit zorgt ervoor dat in het gebied moet worden bemaald, maar het draagt ook bij aan de verdroging van het veen in de Mastenbroekerpolder, waardoor bodemdaling plaatsvindt. Er ligt voor de komende jaren daarom een opgave om een duurzaam toekomstperspectief voor zowel het gebied als de tuinbouwsector te ontwikkelen. Tot slot liggen er binnen de gemeente Kampen kansen voor het versterken van de vrijetijdseconomie. Bijvoorbeeld door het toevoegen van meer overnachtingsmogelijkheden, horeca en recreatieve nevenfuncties. Ondanks dat alle bedrijventerreinen een eigen profiel hebben, zijn er enkele duidelijke overkoepelende keuzes te benoemen voor alle bedrijventerreinen. Gezien het onderscheid in maat, schaal en karakter worden daarnaast nog keuzes nader gespecificeerd voor de Koekoekspolder, bedrijventerreinen en de Zuiderzeehaven. Gebiedsspecifieke keuzes voor de werklocaties in het algemeen: We koesteren het diverse aanbod aan bedrijvigheid in onze gemeente. We zetten in op het behouden van voldoende, passende ruimte op de werklocaties zodat er ook in de toekomst ruimte is om te (blijven) ondernemen in de gemeente Kampen. Daarbij willen wij de unieke eigenschappen van een deel van onze bedrijventerreinen zoals de aanwezigheid van hoge milieucategorieen en watergebonden kavels zoveel mogelijk benutten. .Hierbij zetten we in op de energietransitie, de circulaire economie, duurzame bouw en de maakindustrie, een toekomstbestendige agrarische sector en zien we kansen voor de kennisindustrie. We faciliteren bedrijven die passen bij de kwaliteiten die we als aantrekkelijke en sterke gemeente willen bieden. We bieden ruimte voor bedrijven die bijdragen aan de circulaire economie en kijken hierbij ook hoeveel werkgelegenheid die bedrijvigheid meebrengt. We benutten de bestaande ruimte optimaal en verhogen de ruimtelijke kwaliteit. Dit doen we door aan de slag te gaan met herstructurering, revitalisering, intensivering, verduurzaming, vergroening en verblauwing op alle werklocaties in de gemeente Kampen. Ook stimuleren we meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld door het benutten van de ruimte op daken voor zonne-energie of groen en het oplossen van parkeeropgaven. Als gemeente nemen wij een faciliterende rol op ons om bestaande bedrijventerreinen te verduurzamen. Met het oog op het doel naar een circulaire economie in 2050, moeten we voldoende ruimte reserveren voor functies zoals (afvalverwerking, recycling, hergebruik grondstoffenstromen etc.). Ook faciliteren wij de ontwikkeling dat werklocaties van het gas af gaan om deel te nemen aan de warmtetransitie. Ook hebben we de ambitie om een aansluiting te krijgen op het waterstofnetwerk. Ook op onze werklocaties streven we naar een gezonde leefomgeving en stimuleren we een gezonde leefstijl door meer kwalitatieve groene ruimtes, wandel- en fietspaden en de inzet op groenblauwe maatregelen die bijdragen aan het tegengaan van hittestress. Voor alle werklocaties geldt dat wij investeren in de (regionale) bereikbaarheid en verkeersveiligheid van en naar de werklocaties. Als gemeente zetten we in op een betere fiets- en ov-bereikbaarheid en -veiligheid naar en op de werklocaties (vanuit het STOMP-principe). Hiertoe stimuleren we als gemeente initiatieven voor deelmobiliteit op de werklocaties. Daarnaast kiezen we voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de terreinen voor fietsers en wandelaar. Met het oog op de transitie naar duurzame mobiliteit werken we aan een toereikende laadinfrastructuur op de werklocaties, zowel voor de (vracht)auto als voor de fiets. Gebiedsspecifieke keuzes voor de bedrijventerreinen: Bedrijventerreinen zijn van belang voor een gezonde economie en aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ook dragen ze bij aan voldoende arbeidsplaatsen binnen de gemeentegrenzen. Om dit in de toekomst zo te houden, is extra ruimte nodig. We ramen voor 2050 een geleidelijke uitbreidingsopgave van 18-25 hectare voor nieuwe werklocaties. We denken hiervoor aan het zoekgebied direct grenzend aan onze huidige werklocaties in de Melmerpolder, Spoorlanden-Oost en Spoorlanden-Zuid. De duurzame ontwikkeling van Melmerpolder biedt kansen om bij te dragen aan de ambitie voor een energieneutrale gemeente in 2035 en het toewerken naar een circulaire samenleving in 2050 door ruimte te bieden aan een moderne infrastructuur voor nieuwe energie, elektriciteitsopwekking (zon, wind) en -transport. Hoe en waar deze uitbreiding exact vorm krijgt, wordt de komende jaren verder verkend. Ons uitgangspunt bij deze nieuwe ontwikkelingen is het bodem- en watersysteem als basis en is het een randvoorwaarde dat deze nieuwe locaties goed en veilig ontsloten worden. Hierbij ligt het accent op de ontwikkeling van circulaire bedrijfsvoering en laten we de gezondheid en externe veiligheid voor omwonenden en omliggende ondernemers zwaar meewegen en verkennen of we combinaties kunnen maken met de agrarische (en andere) bedrijvigheid in dit gebied. Deze uitbreidingsruimte gaat zowel over ruimte voor uitbreiding van bestaande bedrijven als over nieuwe bedrijven die een plek zoeken. We faciliteren hiervoor met name bedrijven met een lokale binding en bedrijven die zorgen voor lokale werkgelegenheid en passen bij onze lokale skills en daarmee onze regionale rol. Deze bedrijven zijn niet alleen belangrijk voor de groeiende lokale en regionale economie, maar ook voor de leefbaarheid en vitaliteit van de hele gemeente. Bij nieuwe bedrijfsvestigingen en uitbreidingen van bedrijven die gebruik maken van arbeidsmigranten hebben we ook aandacht voor de toenemende huisvestingsvraag en leefbaarheids- en sociale vraagstukken. We zetten samen met ondernemers en andere partners in op verduurzaming van de bedrijventerreinen in de gemeente. Als partner van bedrijven in de energietransitie willen we voldoende ruimte faciliteren voor energieopslag en duurzame energiebronnen. Ook onderzoeken we hoe we ruimte kunnen bieden aan innovatie op het gebied van circulariteit. Bij herstructurering en transformatie van werklocaties benutten we het momentum om gelijktijdig investeringen te doen in andere maatschappelijke opgaven. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie, gezondheid en de energietransitie. We maken werk met werk en streven ernaar om herstructurering en transformatie te combineren met een impuls aan de ruimtelijke kwaliteit. We investeren in samenwerking met ondernemers in vergroening van de openbare ruimte en daarmee in de verblijfskwaliteit. Hiermee anticiperen we op de gevolgen van klimaatverandering en zorgen we voor een fijne werkomgeving en aantrekkelijk vestigingsklimaat. We zetten in op het optimaal benutten van de (schuif)ruimte op de bestaande werklocaties. Wij behouden de huidige milieuruimte en sturen op het ‘juiste bedrijf op de juiste plek’. In dit kader verkennen de komende jaren ook hoe we verschillende functies samen kunnen brengen in gecombineerde woon-werkmilieus aan de randen van bedrijventerreinen nabij woonwijken. We onderzoeken samen met de aanwezige ondernemers de mogelijkheden voor een verkleuring naar woningen en/of publieksvriendelijke bedrijvigheid. We hebben hierbij nadrukkelijk aandacht voor de gezondheid(srisico’s) van de bewoners van de nieuwe woon-werkgebieden en de woonwijken nabij de bedrijventerreinen.Vanzelfsprekend voldoen deze ruimtelijke ontwikkelingen aan geldende normen voor luchtkwaliteit, geur- en geluid en externe veiligheid en hebben we oog voor de ondergrond, bereikbaarheid en energie-infrastructuur. Wij zetten in op verdichting en knooppuntontwikkeling rond Station Kampen Zuid in de vorm van een innovatiehub waar onderwijs, bedrijvigheid (zakelijke dienstverlening, ZZP’ers, start-ups) en mogelijkheden voor studenten, jongeren en andere een- of tweepersoonshuishoudens. We zetten ons in om van dit gebied een aantrekkelijke bestemming te maken. We voorkomen dat stedelijk afvalwater een probleem wordt voor de volksgezondheid. In overleg met de bronnen proberen we het ontstaan van afvalwater zoveel mogelijk te voorkomen. We streven naar zo min mogelijk overstortingen en andere indirecte lozingen ter bescherming van de volksgezondheid en om de waterkwaliteit niet onnodig te belasten. We scheiden vuil water zo veel mogelijk van schoon water en staan daarbij open voor nieuwe, bewezen technieken. Gebiedsspecifieke keuzes voor de Koekoekspolder: In de Koekoekspolder zetten we samen met de glastuinbouwondernemers in op het behoud van de huidige glastuinbouwsector. We bieden geen extra nieuwe uitbreidingsruimte buiten de bestaande contouren van het gebied. Gezamenlijk met (overheid)partners in het gebied wordt in een (lopend) gebiedsproces bepaald welke maatregelen worden getroffen of dat er alternatieven mogelijk zijn voor het tegengaan van bodemdaling en veenoxidatie. Om het behoud van de sector op de korte termijn te garanderen, komt uit onderzoek het vernatten van de bufferzone tussen de Mastenbroekerpolder en de Koekoekspolder in beeld als oplossing. Ook andere maatregelen blijken mogelijk, zoals drukdrainage, een vernauwd slotenpatroon, een variabel peilbeheer, het (deels) onder water zetten van het gebied of het gebied (deels) afdekken met een kleilaag. We reserveren ruimte in de omgevingsvisie voor de bufferzone zolang er nog geen keuzes en besluiten hierover zijn genomen. Een bufferzone biedt kansen voor meervoudig ruimtegebruik: bijvoorbeeld door het gebied ook in te zetten voor nieuwe natuur, recreatieve routes, etc. Omdat een deel van deze bufferzone in de gemeente Zwartewaterland zou liggen, wordt hiervoor nadrukkelijk de samenwerking gezocht met onze partners. Het water uit de bufferzone kan tevens in tijden van droogte worden gebruikt om verdroging in Polder Mastenbroek tegen te gaan. Wanneer besloten wordt tot een bufferzone zal worden ingezet op het nemen van maatregelen in de Koekoekspolder zelf om kwel ten gevolge van deze zone op te vangen, bijvoorbeeld door aanleg van een drainerende greppel (‘kwelsloot’) of een drainagebuis. Tegelijkertijd onderzoeken we met alle betrokken partijen het toekomstperspectief voor de Koekoekspolder op lange termijn. Want we zijn ons ervan bewust dat - gezien de lage ligging en de impact hiervan op de omgeving - de toekomst van het glastuinbouwcluster in de Koekoekspolder vraagt om zorgvuldige afwegingen en een doordachte aanpak. Dit kan impact hebben op bedrijfsperspectieven voor de ondernemers in dit gebied en de werkgelegenheid. Het behouden van voldoende mogelijkheden om te ondernemen, schaal, duurzame energievoorziening en bodemdaling in combinatie met waterhuishouding vormen grote opgaven. De komende jaren gaan we gericht met de sector, ketenpartners, mede-overheden en andere belanghebbenden verkennen hoe we het toekomstperspectief vorm gaan geven en op welke koers we inzetten. De glastuinbouw in de Koekoekspolder heeft potentie om een belangrijke rol in het energiesysteem van de toekomst vervullen. Te denken valt aan inzet van flexibel vermogen om de pieken en dalen in het energiesysteem te dempen. De bestaande duurzame warmtebronnen hebben mogelijk de potentie om in de toekomst een rol te vervullen bij de warmtetransitie. In het warmteprogramma benoemen we de potentie van geothermie voor uitkoppeling van warmte naar woonwijken ten oosten van de IJssel en onderzoeken we of de gemeente, conform de nog vast te stellen Wet Collectieve Warmte, daar gebruik van wil maken. Gebiedsspecifieke keuzes voor de Zuiderzeehaven: Met een onderzoek zoeken we antwoord op de vraag hoe een nieuwe haven bijdraagt aan het behalen van onze ambities en wat de kansen, risico’s en alternatieven zijn. Het onderzoek naar de nut en noodzaak van havenuitbreiding is een eerste stap en moet een zo volledig mogelijk en objectief beeld van de maatschappelijke baten en lasten en de brede welvaartseffecten van een nieuwe haven in Kampen opleveren. Op basis hiervan kunnen afwegingen vanuit het eigen grondgebied worden gemaakt voor gewenste economische ontwikkelingen. De ruimte binnen de huidige Zuiderzeehaven is ver uitgegeven. De betekenis van de locatie zit vooral in de keten van bedrijven die gebruik maken van de haven en verbonden zijn met bedrijven in de Zuiderzeehaven (onderdeel van de Port of Zwolle). Op energie en klimaat scoort Zuiderzeehaven relatief goed door de aanwezigheid van windenergie, acties op vlak van warmte/koude-opslag en investeringen in zonne-energie. We zien mogelijkheden hierop extra stappen te stimuleren evenals op vlak van vergroening, een gezond en aantrekkelijk werkklimaat en bereikbaarheid. 4.4 Buitengebied en buurtschappen Kenschets van het deelgebied: De gemeente Kampen beschikt over een divers buitengebied met een rijkdom aan cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het buitengebied is op basis van het landschappelijk karakter in meerdere deelgebieden op te delen, ieder met een eigen ontstaansgeschiedenis, uiterlijke verschijning, dynamiek en (ruimtelijke) opgaven. We onderscheiden daarom, op basis van zowel het landschappelijk karakter als het water-en bodemsysteem, binnen de gemeente drie landschapstypen: de kleipolders, de veenpolders en het rivierenlandschap. Voor alle deelgebieden geldt dat de landbouw de voornaamste identiteitsdrager vormt, maar in ieder deelgebied vormt zij een eigen samenspel met zowel het water- en bodemsysteem als de andere vormen van landgebruik als natuur, recreatie en wonen. Dit betekent dat in de drie deelgebieden in soms andere opgaven en kansen voor toekomstige ontwikkelingen voorkomen, bijvoorbeeld als het gaat om de landbouwtransitie. De kleipolders omvatten het Kampereiland, de Mandjeswaard en de Melmerpolder. De polders zijn gelegen in de monding van de IJssel en bestaan uit vruchtbare zand en kleiafzettingen, die tussen de IJssel, Ganzendiep en de Goot als zandplaten aan elkaar groeiden tot de eilanden zoals we die nu kennen. Door de ligging in de monding kende het gebied van Kampereiland en de Mandjeswaard vroeger een krekensysteem: deze zijn tegenwoordig grotendeels gedempt, met het Noorddiep als voorname uitzondering. Op de vruchtbare gronden in het gebied ontstond een landbouwgebied met vooral veel melkveebedrijven. Het waterbergingsgebied ligt buiten de primaire keringen en wordt met een regionale kering beschermd. Het is daarmee relatief overstromingsgevoelig (kans 1/100 jaar op overstroming en kans 1/500 jaar op inundatie). De bebouwing heeft zich van oudsher op hoge, droge terpen ontwikkeld vanwege de invloed van de Zuiderzee. Op één van die terpen is de buurtschap Kampereiland ontstaan, bestaande uit onder andere een ontmoetingscentrum, kerk en basisschool. De kleipolders zijn door de bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis een landschappelijk en cultuurhistorisch waardevol gebied en van grote betekenis voor weidevogels. Voornaamste opgaven in de kleipolders zijn de omgang met waterveiligheid, het werken aan de landbouwtransitie, de uitbreidingen van woon- en werkgebieden en het blijvend beschermen van de weidevogels. De veenpolders bestaan uit de Mastenbroekerpolder, Kamperveen en Polder Dronthen. Het zijn van oudsher laaggelegen, natte gebieden waar moerassen voorkwamen. Door het hoge grondwater en kwel kon zich een veenpakket ontwikkelen. In de Mastenbroekerpolder, één van de oudste droogmakerijen van Nederland, werd al in de 14e eeuw begonnen met ontginning ten behoeve van turfwinning en beweiding. Het kenmerkt zich door een (zeer oude) rationele verkaveling met smalle sloten en weteringen en een weide openheid. Kamperveen kent een vergelijkbaar karakter en ontstaansgeschiedenis, maar kent een smallere, minder kaarsrechte verkaveling met meer sloten. In de veenpolders van Kamperveen bevinden zich de buurtschappen Zuideinde en Hogeweg, met kerken en basisscholen. De oude veenpolders, in het bijzonder Mastenbroek, zijn landschappelijk en cultuurhistorisch zeer waardevol en vormen belangrijke weidevogelgebieden. De combinatie van de oorspronkelijk zeer natte condities in de gebieden en het kunstmatig laag houden van de waterstanden in het gebied zorgen voor veenoxidatie: het veen verdroogt en krimpt in, waarbij CO2 vrijkomt en bodemdaling optreedt, met (toekomstige) schade voor de landbouw, natuur, bebouwing en infrastructuur tot gevolg. Samen met de landbouwtransitie, de uitbreidingen van woon-en werkgebieden en het blijvend beschermen van de weidevogels vormt dit de voornaamste opgave voor het gebied. Het rivierenlandschap omvat alle buitendijkse gebieden rond de IJssel, Reevediep, Ganzendiep en het binnendijkse gebied langs de IJssel ron