Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld Bunschoten 2026De raad van de gemeente Bunschoten; gezien het voorstel van het college burgemeester en wethouders van 16 september 2025, nr. 1226016; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld Bunschoten 2026 (Verordening marktgeld Bunschoten 2026) Artikel1.Begripsbepalingen Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder: GBLT: het openbare lichaam GBLT. Artikel2.Belastbaar feit Onder de naam marktgeld worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of gebruik van verstrekte hulpmiddelen. Artikel3.Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van degene, die op de markt een standplaats inneemt. Artikel4.Maatstaf van heffing De maatstaf van heffing voor de berekening van het marktgeld is de frontbreedte van de standplaats. Artikel5.Tarief Het marktgeld bedraagt voor iedere strekkende meter frontbreedte of gedeelte daarvan: a. voor vaste plaatsen: - per kalenderjaar € 199,00 - met een minimum van € 493,00 b. voor dagplaatsen: - per marktdagen € 5,35 - met een minimum € 12,05 Artikel6.Wijze van heffing 1.Het marktgeld als bedoeld in artikel 5, onderdeel a, van deze verordening, die geheven wordt van vaste standplaatshouders, wordt geheven bij wege van aanslag. 2.Het marktgeld als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van deze verordening, die geheven wordt van dagplaats standhouders, wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel7.Heffingstijdvakken 1.Het marktgeld, als bedoeld in artikel 5, onderdeel a, van deze verordening, die geheven wordt van vaste standplaatshouders wordt geheven over een heffingstijdvak van een jaar. 2.Het marktgeld, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van deze verordening, die geheven wordt van dagplaats standhouders worden geheven over een heffingstijdvak van een dag. Artikel8.Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel9.Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Het marktgeld voor dagplaatsen, conform artikel 5, onderdeel b, van deze verordening, is verschuldigd bij het innemen van een standplaats. 2.Het marktgeld voor vaste plaatsen, conform artikel 5, onderdeel a, van deze verordening, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht van het marktgeld voor vaste plaatsen in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog overblijft. 4.Indien de belastingplicht van het marktgeld voor vaste plaatsen in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog overblijft, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.