Nota parkeernormen 2025De raad van de gemeente Opmeer, gelet op de Gemeentewet art 147 en artikel 149 en de Omgevingswet artikel 2.4; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 aug. 2025, gehoord de behandeling in de oordeelsvormende raadsvergadering van 11 sep. 2025; besluit: De Nota Parkeernormen 2025 vast te stellen; De Nota Parkeernormen 2016 in te trekken. 1.Inleiding Verkeer vormt een belangrijk onderdeel van onze samenleving. Zonder auto’s, fietsen, bussen en voetgangers zou de gemeente Opmeer niet functioneren en staat de samenleving letterlijk en figuurlijk stil. Voor verkeer zijn wegen, fietspaden, trottoirs en parkeerplaatsen nodig. Over parkeren van auto’s vindt vaak discussie plaats. Immers de ruimte is een schaars goed, waarbij de belangen van wonen, werken, winkelen, recreëren, verkeer en parkeren op een goede manier moeten worden afgewogen. Daarbij moeten altijd keuzes worden gemaakt. De ruimte die aan parkeren wordt toegekend moet worden gebaseerd op uniforme parkeernormen. 1.1Doelstelling Deze nota heeft als doel: het vaststellen van een toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en –ontwikkelingen in de gemeente Opmeer om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Opmeer te waarborgen. Met behulp van dit toetsingskader moet worden voorkomen dat als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen parkeerproblemen in de openbare ruimte ontstaan. De gemeente Opmeer heeft niet de wens met parkeerbeleid te sturen in autobezit en –gebruik. Wel willen we het fietsgebruik stimuleren door goede faciliteiten voor fietsen. 1.2Begrippen Een (bouw)plan moet getoetst worden aan een parkeernorm wanneer er sprake is van nieuwbouw, van verbouw van een bestaand object of van een functieverandering. Hierbij worden verschillende begrippen gebruikt die sterk op elkaar lijken, namelijk parkeerkencijfers, parkeernorm, parkeerbehoefte, parkeercapaciteit, parkeereis en parkeerdruk. Parkeerkencijfers Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte voor een bepaalde situatie op een bepaalde locatie. Deze cijfers worden vastgesteld door het CROW en hebben een bepaalde bandbreedte die discussie kan opleveren. Parkeernorm Een parkeernorm is een door de gemeente vastgesteld aantal parkeerplaatsen voor een bepaalde bestemming, waarmee de parkeerbehoefte wordt berekend. Ofwel: met een parkeernorm wordt een objectieve berekening gemaakt van het aantal parkeerplaatsen bij een bepaalde functie van een gebouwde voorziening (woning, winkel, bedrijf, kantoor, etc). De parkeernorm is gebaseerd op de parkeerkencijfers 2024 van het CROW. (publicatie 744) Parkeerbehoefte De parkeerbehoefte is het aantal parkeerplaatsen dat een bouwplan nodig heeft. Deze parkeerbehoefte wordt bepaald door de parkeernorm te combineren met het aantal te realiseren woningen, winkeloppervlakte, etc. in het betreffende plan. Parkeercapaciteit De parkeercapaciteit is het aantal beschikbare parkeerplaatsen. Hierbij tellen garages en opritten op privé-grond voor een bepaald percentage mee. Ook wordt rekening gehouden met bezettingspercentages. Parkeereis De parkeereis is de parkeerbehoefte verminderd met de in de omgeving beschikbare parkeerplaatsen. Dit wordt ook parkeerbalans genoemd. Parkeerdruk De verhouding tussen het aantal bezette parkeerplaatsen en het aantal beschikbare parkeerplaatsen. 1.2Landelijke trend; ‘autobezit per huishouden blijft de komende jaren groeien’ Het verkeer wordt steeds drukker. Er komen ieder jaar meer auto’s bij en die vragen om een parkeerplaats. Ook bij functieverandering, verbouw of uitbreiding wordt de kans steeds groter dat er door omwonenden bezwaar wordt gemaakt tegen de bouwplannen omdat er meer auto’s komen die ergens moeten parkeren in de bestaande ruimte. Een gevolg van al deze ontwikkelingen is dat het parkeren een steeds prominentere rol speelt bij de beoordeling van bouwprojecten. De Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit schetsen een beeld van de enorme veranderingen die ons de komende decennia te wachten staan. Naar verwachting zal een kwart van de ruimte een andere functie krijgen en zal de automobiliteit flink toenemen. Door veranderende behoeften zullen de mobiliteitspatronen zich wijzigen. Het lijkt onvermijdelijk dat de groeiende mobiliteitsdruk resulteert in meer onzekerheid over de bereikbaarheid van locaties en de benodigde reistijden. Hierdoor komt het sociaal-maatschappelijk en economisch functioneren van vele locaties onder druk te staan. “Mobiliteit mag en hoort bij de samenleving”, is de centrale gedachte achter de plannen. Het beleid verandert van sturend en gericht op het terugdringen van de automobiliteit naar een meer voorwaardenscheppend beleid dat gericht is op het faciliteren van de groeiende mobiliteitsbehoefte. Daarbij wordt er wel naar gestreefd de gebruiker te verleiden een keuze te maken voor een gewenst vervoermiddel, zodat de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de kernen gegarandeerd blijven. Het beleid op lokaal niveau sluit aan bij de gedachte vanuit het nationaal beleid. De bereikbaarheid geldt met name voor de centrumgebieden van Hoogwoud en Opmeer/Spanbroek. In de kern Opmeer/Spanbroek zijn nog ruimtelijke ontwikkelingen te verwachten, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van het Koenis-terrein. Dit wordt gecombineerd met een herinrichting van het centrumgebied. Voor Hoogwoud staat onder andere de nieuwe woonwijk Hoogwoud-Oost op stapel. Alle plannen brengen meer mobiliteit met zich mee. De bestaande infrastructuur kan dat niet meer aan en vraagt om extra wegen (ontsluitingsweg Hoogwoud-Oost), herinrichting van wegen zodat de inrichting is afgestemd op het verkeer, maar ook ander mobiliteitsgedrag. Een sterke toename van autobezit betekent extra vraag naar parkeerplaatsen. Het ingezette beleid zal naar verwachting leiden tot een blijvende stijging van het autobezit per huishouden. Nog meer huishoudens nemen een tweede of zelfs derde auto. Om de groei te beperken wordt meer en meer uitgegaan van het STOMP-principe. Dit staat voor Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service, Privé-auto. Met de komst van de elektrische fiets is het bereik van de fietser toegenomen. Het Openbaar vervoer kijkt niet meer naar iedereen binnen een bepaald afstand een opstapplaats aanbieden, maar meer naar de hele reis, van deur tot deur, hoe kan het sneller en aantrekkelijker. Het autogebruik hoeft niet langer leidend te zijn. En als autogebruik niet leidt, hoeft ook parkeren niet te leiden. Met deze parkeernota wordt deze vraag tot op zekere hoogte gevolgd. 1.3Toetsingskader Parkeren staat niet op zichzelf maar vormt onderdeel van de ruimtelijke ontwikkeling. Het is daarom wenselijk met normen te werken voor parkeerplaatsen. Er bestaat echter geen landelijk voorgeschreven normering voor parkeerplaatsen. Wel zijn er richtlijnen voor het toepassen van parkeerkencijfers ontwikkeld door het kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte: het CROW. Recent is een nieuwe publicatie verschenen, nummer 744, Parkeerkencijfers 2024. De systematiek van berekening van de normen wijkt af van de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom 2012.(verder: ASVV) die de basis vormt voor de nota Parkeernormen Opmeer 2016. Het wordt dus tijd om de nota te herzien. In de praktijk is vastgesteld dat de ASVV-normen die de gemeente in het verleden hanteerde, ruimte bood voor discussie. Er zijn verschillende stedelijkheidsklassen en gebiedstyperingen en minimum en maximum normen. Een ontwikkelaar zal uitgaan van het minimum, terwijl we weten dat het uitbezit in Opmeer hoger is dan gemiddeld. In deze nota worden gemaakte keuzes toegelicht en wordt gemotiveerd hoe de CROW-richtlijnen voor de gemeente Opmeer worden geïnterpreteerd. Hierdoor is het voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars duidelijk welke normen gehanteerd worden bij de betreffende gewenste ontwikkeling c.q. omgevingsvergunning. Ook wordt er voor gezorgd dat in de toekomst bij nieuwe ruimtelijke plannen en projecten in een parkeerbehoefte wordt voorzien en waar mogelijk de bereikbaarheid en leefbaarheid wordt gewaarborgd. 1.4Juridische aspecten In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet zijn bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Hieronder hangt een paraplubesluit met een verwijzing naar de gemeentelijke nota parkeernormen als beleidsregel dat er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden ten behoeve van de nieuwe functie. In deze beleidsnota is het lokale beleid ten aanzien van de parkeernormen en de nadere regels voor het verlenen van een Ontheffing van de parkeereis opgenomen. Deze beleidsnota ‘Parkeernormen’ is op grond van artikel 8:3 Awb een beleidsregel waartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. 1.5Beleidsaspecten 1.5.1Uitgangspunten De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Opmeer. De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, makelaars, enzovoort). De nota is van toepassing op geldende en toekomstige ruimtelijke plannen in Opmeer, nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie. De parkeernormen moeten een positieve invloed hebben op de bereikbaarheid en economische ontwikkeling van de kernen. Elke initiatiefnemer van bouwplannen is verantwoordelijk voor het realiseren van zijn eigen parkeeroplossing, in principe op eigen terrein. Een nieuw bouwinitiatief mag geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. Vanwege de kwaliteit van de openbare ruimte moet ernaar gestreefd worden zo zorgvuldig mogelijk parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen waarbij de mogelijkheden voor uitwisseling en dubbelgebruik niet uit het oog verloren mogen worden. Indien de ontwikkelaar parkeerplaatsen in de openbare ruimte moet aanleggen kan hiervoor een exploitatieplan worden vastgesteld waarin de kosten worden verhaald op de ontwikkelaar. De gemeente kan er voor kiezen een anterieure overeenkomst af te sluiten met een ontwikkelaar, waarbij de kosten voor de inrichting van de openbare ruimte waaronder parkeervoorzieningen worden opgenomen. De nota kent een algemene strekking. Dit betekent dat de nota niet in alle gevallen direct toepasbaar is omdat in specifieke gevallen maatwerk noodzakelijk en wenselijk is. Waar voor een bepaalde functie een Opmeerse parkeernorm ontbreekt (Bijlage 1), is het betreffende kencijfer van het CROW maatgevend, met het gemiddelde van de minimum- en maximumwaarde als uitgangspunt. Mocht ook een CROW-kencijfer ontbreken dan kan mogelijk worden teruggevallen op parkeergegevens over een bouwwerk met deze functie elders in het land. Anders moet op zoek gegaan worden naar (de norm van) een zo goed mogelijk vergelijkbare functie (qua gebruik en mobiliteitspatroon) Uitgaande van een gemiddelde norm van 1,7 parkeerplaats per woning zijn er voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Echter uitgaande van een loopafstand van ca. 100 meter vanaf een individuele woning kan er een tekort zijn. De gemeente werkt er aan om deze lokale tekorten op te heffen. Met name in het centrum van Hoogwoud ontbreekt hiervoor ruimte. Het college kan gemotiveerd afwijken van de normen. 1.5.2Overig parkeerbeleid. Er zijn nog een aantal zaken met betrekking tot parkeren waarvoor de gemeente Opmeer al dan niet beleid voor heeft vastgelegd. Betaald parkeren. Gemeente Opmeer kent geen betaald parkeren. Parkeren van elektrische voertuigen. De gemeente Opmeer acht het verstrekken van energie voor mobiliteit geen gemeentelijke taak, maar werkt via de MRA-e wel mee aan initiatieven van derden voor het plaatsen van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte. De plaatsen bij zo’n oplaadpunt worden in principe gereserveerd voor elektrische voertuigen. De visie op het aantal laadpalen en overige beleid wordt periodiek herzien. Laden & lossen. De gemeente Opmeer heeft op dit moment geen parkeerplaatsen gereserveerd voor uitsluitend laden & lossen. Parkeerplaatsen met vergunningen. Anders dan de gehandicaptenparkeerplaatsen en de blauwe zone kent de gemeente Opmeer geen parkeerplaatsen met vergunningen. Handhaving van het Parkeerbeleid. Het parkeerbeleid wordt gehandhaafd door de gemeentelijke BOA. 1.5.2.1 Parkeren in voortuin Voor parkeren in de voortuin wordt een uitrit gemaakt, hiervoor moet op grond van de artikel 7.4 Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Opmeer 2023 in de meeste gevallen een omgevingsvergunning worden aangevraagd. De weigeringsgronden zijn bij dit artikel vermeld. Punt a (Als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats) moet nader beschouwd worden, vaak gaat parkeren in de voortuin ten koste van een langsparkeervak, maar omdat in de voortuin haaks geparkeerd wordt biedt parkeren in de voortuin de mogelijkheid om twee auto’s te parkeren waar er vroeger een stond, als buren beide in de voortuin parkeren. Met oog op de klimaatadaptatie is parkeren in de voortuin minder wenselijk omdat dit vaak extra verharding geeft. 1.5.2.2 Deelauto’s De gemeente staat positief ten opzichte van deelauto’s. Deelauto’s zijn interessant voor mensen die minder dan 8.000 km per jaar rijden. 1.5.2.3 Bermverharding en parkeervoorzieningen Buiten de bebouwde kom zijn er beperkt parkeervoorzieningen langs de weg. Het beleid van de gemeente is dat parkeren buiten de bebouwde kom zoveel mogelijk op eigen terrein plaats moet vinden. Indien niet voldoende ruimte daarvoor aanwezig is, kan men op de weg parkeren, tenzij de wegenverkeerswetgeving dit verbiedt. Dit is bijvoorbeeld het geval op een fietsstrook. In dat geval zorgt de gemeente voor voldoende parkeergelegenheid langs de weg. Bij hoge uitzondering staat de gemeente de aanleg van parkeervoorzieningen door bedrijven toe. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig op grond van artikel 7.3 Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Opmeer 2023. Bij de aanleg moet rekening gehouden worden met de volgende beleidsuitgangspunten: de gemeente staat slechts bij hoge uitzondering de aanleg van parkeervoorzieningen bij bedrijven in bermen toe. Dit is alleen toegestaan ter voorkoming van verkeershinderlijk parkeren en van bermschade en uitsluitend als op het bedrijfsterrein of in de directe omgeving geen ruimte aanwezig is een parkeervoorziening buiten de weg te maken. Bij het aanleggen van parkeervoorzieningen mag bestaande beplanting niet worden beschadigd. Ingeval van beschadiging wordt deze hersteld voor rekening van de aanvrager. De kosten voor de aanleg en het onderhoud van de parkeervoorziening zijn voor rekening van de aanvrager. De waterafvoer van de weg mag door de gemaakte werken niet worden verstoord. 1.5.2.4 Parkeren op openbare weg voor eigen inrit of garage Op grond van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) artikel 24 lid 1.b is het niet toegestaan te parkeren voor een inrit of een uitrit; Wat een inrit of uitrit is wordt niet verder gedefinieerd in het RVV 1990. We hanteren het volgende begrip: Een uitweg, uitrit of inrit is: een uitgang voor voertuigen van een gebouw of perceel naar de openbare weg, en/of de ingang voor voertuigen vanaf de openbare weg. Dit kan van alles zijn, bijvoorbeeld: de oprit naar een garage of carport, de oprijlaan bij een boerderij, of vrijstaande woning, de toegang tot een weiland, tot een bosperceel, enzovoort, de ingang van een parkeergarage, een garage die direct uitkomt op de openbare weg. Een inrit/uitrit is vaak herkenbaar aan: een trottoir of een fietspad of een drempel die met het voertuig gepasseerd wordt, een toegangshek/deur of een slagboom, een uitsparing in een hekwerk dat het perceel omsluit. Over het algemeen zijn de woorden inrit en uitrit synoniem, ze verschillen alleen door het gebruik dat ervan wordt gemaakt. Soms wordt er eenrichtingsverkeer ingesteld, dus dan is er een aparte inrit en uitrit. Voor een eigen inrit of garage mag dus ook niet geparkeerd worden. Op grond van RVV 1990 artikel 87 kan het bevoegd gezag (het college) ontheffing verlenen van het verbod als bedoel in artikel 24. Uiteraard mag een ontheffing geen vrijbrief zijn om het trottoir te blokkeren of anderszins hinder op te leveren. Een toetsingskader is dus gewenst. De ontheffing moet controleerbaar zijn. Hierbij kan een ontheffingenstelsel vergelijkbaar met de blauwe zone ingesteld worden (met de nodige administratie) of kan een algemene ontheffing onder voorwaarden ingesteld worden, hierbij wordt het parkeren toegestaan als aan de voorwaarden voldaan wordt, de voorwaarden zijn handhaafbaarheid door herkenbaarheid van de auto door het plaatsen van een bord “eigen inrit met kenteken” en geen hinder voor ander verkeer. De bewoners regelen zelf de bordjes, de gemeente controleert bij klachten over bereikbaarheid. 1.5.2.5 Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken Inwoners van de gemeente Opmeer, in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart type bestuurder komen als zij niet beschikken over een voorziening op eigen grond in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. Binnen de gemeente Opmeer zijn er ook een aantal algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Het instellen van gehandicaptenparkeerplaatsen heeft tot doel om weggebruikers en passagiers met een handicap te beschermen. Op een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats met kenteken mag alleen door dat bepaalde voertuig worden geparkeerd. Toetsingscriteria voor de aanvraag De aanvrager heeft een gehandicaptenparkeerkaart type bestuurder. De aanvrager woont in de gemeente Opmeer. Er is onvoldoende openbare parkeerruimte in de nabijheid van uw woning. De aanvrager beschikt niet over een eigen parkeervoorziening. Er is een apart aanvraagformulier Er zijn kosten aan de aanvraag verbonden. 1.5.2.6 Ontheffing blauwe zone In Opmeer het centrum van Opmeer is een parkeerschijfzone, aangegeven door blauwe strepen in de bestrating. Er mag maximaal twee uur geparkeerd worden. Hierbij geldt het volgende ontheffingensysteem, vastgelegd in de nota beleidsregels blauwe zone: Bewoners Iedereen die in de parkeerschijfzone woont en niet over voldoende eigen parkeerruimte beschikt, kan in aanmerking komen voor een ontheffing (bewonersontheffing). Alle bewoners in de parkeerschijfzone worden hiertoe door de gemeente aangeschreven. Wel moet het kentekenbewijs van het motorvoertuig op naam staan van de bewoner, tenzij de bewoner gebruik maakt van de een auto van de werkgever/lease-auto. Omdat sommige bewoners óf huishoudens meer dan een auto zullen hebben (autoliefhebbers met een tweede, klassieke auto en gezinnen waarvan ook de kinderen over auto's beschikken) kan een bewonersontheffing één of meerdere voertuigen op kenteken betreffen met een maximum van twee. Om ervoor te zorgen dat niet beide auto's tegelijkertijd in de parkeerschijfzone worden geparkeerd kan de bewonersontheffing per keer voor slechts voor één voertuig worden gebruikt. Per woonadres worden maximaal twee parkeerontheffingen uitgegeven. In mindering op het aantal aanvragen per woonadres wordt het aantal eigen parkeerplaatsen gebracht. Dit zijn zowel parkeerplaatsen in parkeergarages, als parkeerplaatsen in garageboxen, opritten en carports. De aanvrager geeft op het aanvraagformulier gevraagd wel of niet over eigen parkeermogelijkheden te beschikken. Hierdoor wordt voorkomen dat de gemeente tevoren in de gehele parkeerschijfzone moet inventariseren welke woningen over eigen parkeerruimte beschikt. En daarmee tegen problemen ten aanzien van de precieze definiëring van parkeerruimte aanloopt. Door de 'bewijslast' bij de aanvrager neer te leggen kan, bij klachten of twijfel, altijd achteraf door de gemeente worden gecontroleerd in hoeverre de aanvrager over eigen parkeerruimte beschikt. Bezoekers van bewoners in de zone kunnen van hun parkeerschijf gebruik maken of buiten het gebied parkeren. Ondernemers Ondernemers, die volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel, eigenaar van een bedrijf of vestiging in de zone zijn komen in aanmerking voor een ontheffing (bedrijfsontheffing). Hierbij dient de reden waarom het voertuig nodig is voor de bedrijfsvoering en in de nabijheid van het bedrijf of de werkzaamheden moet worden geparkeerd aangegeven te worden. In beginsel komen winkels/detailhandel niet in aanmerking voor een ontheffing. Makelaars/assurantiekantoren, verswinkels en bezorgdiensten kunnen wel in aanmerking komen voor een ontheffing. Ontheffingen ten behoeve van woonwerkverkeer, laden en lossen en het vervoer van de financiële dagopbrengst, worden niet verstrekt. Laden en lossen (en verhuizen) blijft immers gewoon toegestaan in de parkeerschijfzone. Indien het bedrijf de beschikking heeft over eigen parkeerplaatsen (zie voor de definiëring hiervan de ontheffingrichtlijnen voor bewoners) wordt het aantal beschikbare parkeerplaatsen in mindering gebracht op het aantal te verstrekken ontheffingen. Per bedrijf wordt, onafhankelijk van het aantal werknemers, maximaal één parkeerontheffing uitgegeven. Ondernemers die zowel voor een bewoners- als voor een bedrijfsontheffing in aanmerking komen, komen alleen in aanmerking voor de bewonersontheffing. Marktkooplui Marktkooplui kunnen een parkeerontheffing aanvragen voor de tijden van de weekmarkt (dinsdag). Installatiebedrijven/aannemers Bedrijven die tijdelijk moeten parkeren in de zone, zoals installatiebedrijven en aannemers, kunnen een 'tijdelijke ontheffing' krijgen. De ontheffing duurt zo lang als nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Ook de noodzaak van het kunnen parkeren moet worden aangegeven. Deze ontheffing wordt ook uitgegeven voor rouw- en trouwauto's. Gehandicapten Bezitters van een gehandicaptenparkeerkaart kunnen zonder tijdsbeperking op elke willekeurige parkeerplaats in de blauwe zone parkeren. Zij hoeven dus geen gebruik te maken van de parkeerschijf, noch hoeven zij per se gebruik te maken van de speciale gehandicaptenparkeerplaatsen. Hulpdiensten Voor landelijk opererende hulpdiensten ambulance, brandweer en politie geldt een landelijk geregelde ontheffing van parkeerduurbeperking. Deze diensten kunnen dus zonder ontheffing of parkeerschijf onbeperkt parkeren. Er is een apart aanvraagformulier Er zijn in de meeste gevallen geen kosten aan de aanvraag verbonden. 1.5.2.7 Parkeren grote voertuigen APV Artikel 5:8 Grote voertuigen Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. (Dit geldt voor de bebouwde kom met uitzondering van bedrijventerreinen) Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. Dat heeft het college gedaan voor de bedrijventerreinen de Veken (uitsluitend op de aangegeven weggedeelten) en Westerboekelweg. 1.5.2.8 Fietsparkeren. Naast de auto wordt ook de fiets gebruikt. Op grond van het RVV 1990 artikel 27 mogen fietsen en bromfietsen worden geplaatst op het trottoir, voetpad, in de berm dan wel op andere door het bevoegd gezag aangewezen plaatsen. Dit leidt soms tot geblokkeerde voetpaden, het is daarom wenselijk dat er ook voor het parkeren van fietsen voldoende ruimte wordt gereserveerd. Daar waar het autogebruik hoog is zal in het algemeen het fietsgebruik lager zijn en omgekeerd. Voor de bebouwde kommen van gemeente Opmeer zijn de parkeernormen voor fietsen gelijk aan de parkeernorm voor de auto, met uitzondering van scholen, hier is een hoger aantal plaatsen wenselijk. De fietsenberging is opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Daarom zijn er geen parkeernormen voor de fiets voor de functie wonen. Voor het parkeren van fietsen is het altijd toegestaan om meer voorzieningen te realiseren dan volgens de norm nodig is. 1.5.2.9 Parkeren in de APV. Een aantal zaken op het gebied van parkeren die we niet willen hebben zijn geregeld in de Algemene plaatselijke verordening (APV). De APV kent een afdeling parkeerexcessen met artikelen die een parkeerverbod inhouden tenzij anders vermeld: Parkeren van voertuigen van een autobedrijf, rijschool, taxibedrijf, e.d., maximaal 3 voertuigen op de openbare weg geparkeerd, tevens een verbod de weg als werkplaats te gebruiken. Te koop aanbieden van voertuigen: verboden. Defecte voertuigen, mogen maximaal drie achtereenvolgende dagen parkeren. Voertuigwrakken: verboden Kampeermiddelen e.a.: mogen maximaal drie achtereenvolgende dagen parkeren, Parkeren van reclamevoertuigen: verboden Parkeren van grote voertuigen: verboden tussen 18.00 en 8.00 uur Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen: verboden, behalve gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen (gereserveerd) Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen, verboden. Het college kan van de verboden ontheffing verlenen. 2.gemeente Opmeer in cijfers Alvorens in te gaan op de parkeernormering worden in dit hoofdstuk enkele kencijfers weergegeven van de gemeente Opmeer. Deze cijfers vormen in het volgende hoofdstuk de basis voor de te hanteren parkeernormering. De parkeernormering is in sterke mate gekoppeld aan de stedelijkheid van de gemeente. Aan bod komen de omvang van de gemeente qua inwoners, de CROW parkeerkencijfers met betrekking tot stedelijkheidsklasse en stedelijkheidszone, en het autobezit in de gemeente. De tevredenheid over de parkeergelegenheid in Opmeer is hoger dan het landelijk gemiddelde. 2.1Inwoners De gemeente Opmeer heeft op 1 januari 2025 12.427 inwoners in 5.396 woningen. De gemeente heeft een oppervlakte van 41,68 km2. 2.2.CROW parkeerkencijfers De parkeerkencijfers zijn verdeeld in 5 stedelijkheidsklassen en 4 stedelijkheidszones. Om de kencijfers te kunnen gebruiken moet vastgesteld worden wat de situatie in Opmeer is. Stedelijkheidsklasse gemeente Opmeer: De stedelijkheidsklasse is afhankelijk van de gemiddelde omgevingsadressendichtheid. Onder omgevingsadressendichtheid wordt verstaan het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel. Klasse Adressendichtheid voorbeeldgemeente Zeer sterk stedelijk Meer dan 2500 Amsterdam Sterk stedelijk 1500 - 2500 Zoetermeer Matig stedelijk 1000 - 1500 Sliedrecht Weinig stedelijk 500 - 1000 Heerde Niet stedelijk Minder dan 500 Vlieland Opmeer valt met minder dan 500 adressen per km2 in klasse 5, Niet stedelijk gebied. Als alleen naar de hoofdkernen Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek wordt gekeken vallen die in klasse 4, Weinig stedelijk gebied. Voor de kencijfers maakt dit overigens geen verschil, de stedelijkheidszone maakt wel uit. Stedelijkheidszone gemeente Opmeer De stedelijkheidszones waarmee in de normen gewerkt wordt zijn: centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom en buitengebied. Een centrum heeft een lagere parkeervraag omdat dit centrum goed bereikbaar is met alternatieve vervoerwijzen, met name openbaar vervoer. De blauwe zone is wel een specifiek gebied dat door de aanwezige winkels een hoge parkeerdruk kent op bepaalde momenten, maar is geen centrumgebied zoals bedoeld in de stedelijkheidszone, het fungeert immers ook als winkelgebied voor het buitengebied. Voor woningen in dit gebied kan wel uitgegaan worden van de normen voor schil-overloopgebied. Onder rest bebouwde kom vallen de bebouwde kommen van Hoogwoud, Opmeer en Spanbroek, de Beatrixlaan, Pastoor Tetterodestraat en De Hoge Weere in de Weere en Koetenburg in Aartswoud, het gearceerde gebied in onderstaande overzichtskaart. Onder het buitengebied vallen de gebieden die niet behoren tot “rest bebouwde kom” Daaronder worden dus ook de lintbebouwingen binnen de bebouwde kom van Aartswoud, De Weere, De Gouwe, Zandwerven begrepen. Voor het buitengebied geldt dat parkeren in principe op eigen erf geregeld wordt. De normen zijn gelijk aan rest bebouwde kom. 2.3Autobezit Het autobezit in een gemeente is een graadmeter bij de bepaling van de parkeernormen in woongebieden. In gemeenten met een laag autobezit kan een lagere parkeernorm per woning worden gehanteerd dan in gemeenten met een hoog autobezit. Per 1 januari 2025 stond Opmeer er zo voor: autobezit (personenauto’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.