Beleidsregels Wet Bibob gemeente Dronten 2025Het college van de gemeente Dronten en de burgemeester van de gemeente Dronten ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft; gelet op: het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; de geldende relevante bepalingen in de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Aanbestedingswet, het Burgerlijk Wetboek, de Algemene plaatselijke verordening, de verordening fysieke leefomgeving, de Verordening winkeltijden en de Algemene subsidieverordening; B E S L U I T : vast te stellen de volgende Beleidsregel Wet Bibob gemeente Dronten 2025 (Beleidregels Bibob 2025) Inleiding Wat is de Wet Bibob? Wet Bibob staat voor Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken. Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen? De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten: activiteiten waarvoor een vergunning/ontheffing nodig is; activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd; opdrachten voor de overheid (overheidsopdrachten); vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen of grond van de gemeente. In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen. Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek? De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing of subsidie te verlenen, overheidsopdracht te verstrekken of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen. Hoofdstuk1Algemeen Artikel1.1Begripsbepalingen De definities in artikel 1, eerste lid, van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing tenzij in lid 2 anders is bepaald. In deze Beleidsregels Wet Bibob gemeente Dronten 2025 (verder: beleidsregels) wordt verstaan onder: Wet: Wet Bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (de Wet) De gemeente: de gemeente Dronten als rechtspersoon met een overheidstaak; bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders alsmede degenen aan wie zij een mandaat hebben verleend tot besluitvorming. aanvraag: de aanvraag om een beschikking, de inschrijving waarmee wordt deelgenomen aan een aanbestedingsprocedure dan wel de aanbieding van de betrokkene tot het sluiten van een overeenkomst betreffende een overheidsopdracht of vastgoedtransactie; betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidieontvanger, de vergunninghouder, de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie onderhandeld wordt over een dergelijke transactie; Bibob-onderzoek: een onderzoek uitgevoerd krachtens de Wet Bibob; Bibob-vragenformulier: het formulier dat is vastgesteld krachtens artikel 7a, vijfde lid, van de Wet Bibob; eigen onderzoek: het Bibob-onderzoek dat de gemeente Dronten uitvoert, zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeentelijke organisatie aanwezig, of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken of aanvragen. De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek; RIEC: het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Wet; Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet (LBB); vastgoedtransactie: overeenkomsten of rechtshandelingen met betrekking tot onroerende zaken met als doel de verwerving, vervreemding en wijziging van een recht op eigendom of zakelijk recht. Artikel1.2Toepassing Wet Bibob Deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op de toepassing van de Wet Bibob door de rechtspersoon gemeente Dronten en diens bestuursorganen. De beleidsregels laten dus onverlet dat binnen de grenzen van de wet op andere wijze een integriteitstoets wordt uitgevoerd en dat de uitkomsten daarvan bij verdere besluitvorming wordt betrokken. Artikel1.3Afwijking van deze beleidsregels In deze beleidsregels omschrijft de gemeente Dronten in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dit nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob houdt. Hoofdstuk2Beschikkingen Artikel2.1Horeca, speelautomaten(hal), exploitatie en seksinrichting Het bestuursorgaan start altijdeen eigen onderzoek bij elke aanvraag voor een (wijziging van een) vergunning als bedoeld in: artikel 3 van de Alcoholwet (alcoholwetvergunning): indien sprake is van de vestiging van een nieuw bedrijf of de overname van een bestaand bedrijf; indien sprake is van de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming. Artikel 30b en 30h van de Wet op de kansspelen (aanwezigheidsvergunning speelautomaten respectievelijk vergunning tot het exploiteren van speelautomaten). artikel 2 van de Speelautomatenhallenverordening gemeente Dronten 1987 (speelautomatenhal): indien sprake is van de vestiging van een nieuw bedrijf of de verlenging van een vergunning; indien sprake is van de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming. artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening (exploitatievergunning openbare inrichting): indien sprake is van de vestiging van een nieuw bedrijf of de overname van een bestaand bedrijf; indien sprake is van de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming. artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening (seksinrichting) indien sprake is van de vestiging van een nieuw bedrijf of de verlenging van een vergunning; indien sprake is van de overname van een bestaand bedrijf, de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf of wijziging van de rechtsvorm van de onderneming. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het bestuursorgaan ten aanzien van: Artikel 3 Alcoholwet (aanvraag Alcoholwetvergunning door een para-commerciële rechtspersoon of een slijtersbedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet); artikel 30a van de Alcoholwet (melding wijziging leidinggevende); artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening (melding wijziging beheerder openbare inrichting); artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening (melding gewijzigde omstandigheden exploitant en beheerder seksinrichting); artikel 2 van de Speelautomatenhallenverordening gemeente Dronten 1987 (melding wijziging leidinggevende speelautomatenhal) een eigen onderzoek starten indien op grond van: eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet (OM-tip), en/of vanuit een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet en/of Informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet en/of situaties als bedoeld in artikel 11a van de Wet en/of overige signalen, vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Artikel2.2(Overige) vergunningen als bedoeld in artikel 7 van de Wet Het bestuursorgaan kan een aanvraag voor een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 7 van de Wet (een gemeentelijke vergunning of ontheffing die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor inrichting of bedrijf) anders dan de situaties als bedoeld in artikel 2.1 van deze beleidsregel, een eigen onderzoek starten indien op grond van: eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet (OM-tip), en/of vanuit een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet en/of Informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet en/of situaties als bedoeld in artikel 11a van de Wet en/of; overige signalen, vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Artikel2.3Evenementen Het bestuursorgaan kan in geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), een eigen onderzoek starten indien op grond van: eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet (OM-tip), en/of vanuit een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet en/of Informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet en/of situaties als bedoeld in artikel 11a van de Wet en/of overige signalen, vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, start het bestuursorgaan altijd een eigen onderzoek in geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.25 van de Algemene plaatselijke verordening, indien de aanvraag betrekking heeft op een vechtsportwedstrijd of – gala, zoals bedoeld in artikel 2.24, tweede lid onder f van de Algemene plaatselijke verordening, tenzij deze evenementen onder auspiciën van de landelijke vechtsportbond worden georganiseerd. Artikel2.4Vergunning Omgevingswet Het bestuursorgaan kan in geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor: een bouwactiviteit; een omgevingsplanactiviteit; een milieubelastende activiteit; een eigen onderzoek starten, indien op grond van: eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet (OM-tip), en/of vanuit een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet en/of Informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet en/of situaties als bedoeld in artikel 11a van de Wet en/of overige signalen, vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan start altijd een eigen onderzoek indien de locatie waarvoor een vergunning is aangevraagd gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan is aangewezen als risicogebied. Artikel2.5Subsidies Het bestuursorgaan kan in geval van een aanvraag voor het (vaststellen van) een subsidie of bij een reeds verleende (of vastgestelde) subsidie een eigen onderzoek starten, indien op grond van: eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet (OM-tip), en/of vanuit een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet en/of Informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet en/of situaties als bedoeld in artikel 11a van de Wet en/of; overige signalen, vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan start altijd een eigen onderzoek indien de locatie waarvoor een subsidie is aangevraagd gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan is aangewezen als risicogebied Artikel2.6Verleende beschikkingen Het bestuursorgaan kan bij een reeds verleende vergunning een eigen onderzoek starten indien: eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet (OM-tip), en/of vanuit een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet en/of Informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet en/of situaties als bedoeld in artikel 11a van de Wet en/of; overige signalen, vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Artikel2.7Uitzonderingen Uitvoering van het eigen onderzoek blijft in beginsel achterwege indien de aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties of woning(bouw)corporaties die op grond van de Woningwet zijn aangewezen als toegelaten instellingen voor de volkshuisvesting. Artikel2.8Adviesaanvraag LBB Indien na het eigen onderzoek gerede twijfel bestaat over de integriteit van de aanvrager kan het bestuursorgaan vervolgens advies vragen aan het LBB. Indien het bestuursorgaan een adviesaanvraag bij het LBB doet stelt het de betrokkene hiervan op de hoogte. Artikel2.9Gevolgen van gebrekkige informatievoorziening door betrokkene In geval van het niet of niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier, dan wel het niet of niet volledig verstrekken van de op basis van dat formulier verzochte gegevens en bescheiden, mits de betrokkene gelegenheid heeft gehad tot herstel van dit gebrek kan: het bestuursorgaan een aanvraag voor een beschikking buiten behandeling stellen op basis van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht of; het bestuursorgaan een reeds verleende beschikking intrekken op basis van artikel 4, eerste lid, van de Wet. Het bestuursorgaan kan de weigering van de betrokkene om een Bibob-vragenformulier volledig in te vullen, dan wel aanvullende gegevens te verstrekken aan het LBB, op basis van artikel 4, eerste lid van de Wet, aanmerken als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet. Artikel2.10Gevolgen van een eigen onderzoek bij aanvragen (tot wijziging) van een vergunning Het bestuursorgaan zalin beginsel overgaan tot weigering van een aanvraag om (wijziging van) een vergunning of tot intrekking van een reeds verleende vergunning, indien uit eigen onderzoek of uit een advies van het LBB blijkt dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet, dan wel een situatie zich voordoet als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet. Het bestuursorgaan kan de weigering van de vergunninghouder om het Bibob-vragenformulier volledig in te vullen op basis van artikel 4, eerste lid, van de Wet, in beginsel aanmerken als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet. Het bestuursorgaan kan de weigering van de aanvrager van een vergunning of de vergunninghouder om aanvullende gegevens te verschaffen, op basis van artikel 4, tweede lid, van de Wet, aanmerken als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet. Het bestuursorgaan kan bij een mindere mate van gevaar of bij een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, zevende lid, van de Wet voorschriften aan de beschikking verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van een dergelijk gevaar. Het bestuursorgaan kan een vergunning of beschikking weigeren of een beschikking intrekken, indien sprake is van mindere mate van gevaar, die niet kan worden geweerd door het stellen van aanvullende voorwaarden en bovendien de gevolgen van deze weigering niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Het verstrekkende bestuursorgaan of de verstrekkende rechtspersoon met een overheidstaak, kan een advies van het LBB op basis van artikel 19 van de Wet gedurende vijf jaar gebruiken voor het nemen van een andere beslissing. Hoofdstuk3Privaatrechtelijke transacties De gemeente kan een eigen onderzoek doen als de gemeente zelf een vastgoedtransactie doet, zoals het kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond. De gemeente moet het de betrokkene laten weten indien zij een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het LBB om advies vraagt. De gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit vertellen bij de start van de onderhandelingen. De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract voor de vastgoedtransactie, op basis waarvan kan worden over gegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. Artikel3.1Vastgoed- en grondtransacties screening vooraf De gemeente kan een eigen onderzoek starten, alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie. De Bibob-toets wordt in beginsel beperkt tot de gevallen, die één of meerdere van de onderstaande kenmerken hebben: hoge mate van financiële complexiteit; hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur; exceptioneel (financieel) risico voor de gemeente; de transactie heeft betrekking op een beeldbepalende onroerende zaak; het vastgoedobject, zoals een gebouw of een stuk grond is gelegen in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan is aangewezen als risicogebied. Het besluit tot uitvoering van het Bibob onderzoek kan daarnaast ook gebaseerd zijn op: eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet (OM-tip), en/of vanuit een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet en/of Informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet en/of situaties als bedoeld in artikel 11a van de Wet en/of; overige signalen. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden start de gemeente altijd een Bibob-onderzoek alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, als het vastgoedobject of een stuk grond gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan is aangewezen als risicogebied. Indien de Bibob procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen. Artikel3.2Vastgoedtransacties screening achteraf De gemeente kan, een eigen onderzoek starten nadat een vastgoedtransactie tot stand is gekomen indien in de overeenkomst een Bibob-beëindigingscalusule als bedoeld in artikel 5a, sub b, van de Wet is opgenomen én indien op grond van: eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet (OM-tip), en/of vanuit een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet en/of Informatie verkregen van het LBB of wanneer het LBB een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet en/of situaties als bedoeld in artikel 11a van de Wet en/of; overige signalen, vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de gemeente, nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen, periodiek een Bibob-onderzoek uitvoeren op momenten zoals in de overeenkomst bepaald. Artikel3.3Overheidsopdrachten De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, dan wel een overeenkomst zorg vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.