Verordening op de heffing en invordering van standplaatsgeld voor markten en kermissen 2026De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel: gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van standplaatsgeld voor markten en kermissen 2026 Artikel1Belastbaar feit 1.Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het ter beschikking stellen van een marktstandplaats, krachtens de “marktverordening Tytsjerksteradiel”, voor het uitoefenen van de markthandel op weekmarkten en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen. 2.Onder de naam standplaatsgeld wordt een recht geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats (vaste, incidentele, seizoens-) krachtens de “marktverordening Tytsjerksteradiel”, voor uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen in het kader van de ambulante handel op gemeentegrond, niet zijnde een winkel of op een weekmarkt en het ter beschikking stellen van een standplaats voor een kermisattractie. 3.Onder de naam vergoeding gebruik energievoorziening wordt een recht geheven voor het gebruik van een door of vanwege de gemeente beheerde elektriciteitsvoorziening inclusief stroom. Artikel2Belastingplicht 1.Het marktgeld wordt geheven van de marktstandplaatshouder aan wie een marktstandplaatsvergunning is verleend voor het innemen van een standplaats. 2.Het standplaatsgeld wordt geheven van de standplaatshouder aan wie een standplaatsvergunning is verleend voor het innemen van een standplaats. Artikel3Maatstaf van heffing en tarieven 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Het standplaatsgeld wordt berekend naar het aantal beschikbaar gestelde strekkende meters grond of een deel daarvan, bij meer dan 5 meter frontlengte 3.Het standplaatsgeld wordt ingeval van artikel 1, lid 2, kermisattracties, berekend naar categorie attractie. Woonwagens of woongedeelten niet meegerekend. Artikel4Wijze van heffing 1.Het recht voor de weekmarkten wordt geheven doormiddel van een gedagtekende nota, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 2.Het recht voor de kermissen wordt geheven doormiddel van een gedagtekende nota, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 3.Het recht voor alle overige standplaatsen wordt geheven doormiddel van een gedagtekende nota, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. Artikel5Betaling 1.Het recht voor de weekmarkt moet in twee gelijke termijnen worden betaald. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van de in artikel 5, lid 1 nota en de tweede vervalt twee maanden na de dagtekening van de nota. 2.Het recht voor de kermissen moet in één termijn worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de in artikel 5, lid 2 bedoelde nota op de daarin aan te geven wijze. 3.Het recht voor de overige standplaatsen moet in één termijn worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de in artikel 5, lid 3 bedoelde nota op de daarin aan te geven wijze. Artikel6Kwijtschelding Bij de invordering van het standplaatsgeld of marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel7Teruggaaf 1.Indien in de loop van het kalenderjaar geen gebruik meer wordt gemaakt van een standplaats op de weekmarkten, kan schriftelijk ontheffing/teruggaaf worden gevraagd voor de volle maanden die in het kalenderjaar resteren. Een maand is een twaalfde deel van het nota bedrag. Artikel8Nadere regels Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het standplaatsgeld. Artikel9Inwerkingtreding en citeertitel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.