Verordening forensenbelasting Roerdalen 2026De raad van de gemeente Roerdalen heeft; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; gelet op het aangenomen amendement 2025A12; het volgende besluit genomen: Besluit: Met inachtneming van amendement 2025A12, de navolgende "Verordening forensenbelasting Roerdalen 2026" vast te stellen. Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt onder ‘(gemeubileerde) woning’ verstaan een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning binnen de gemeente beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. 2.In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3.Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4.De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet , met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. 5.De belasting bedraagt bij een waarde van: tot € 75.000 € 185; van € 75.000 tot € 100.000 € 449; van € 100.000 tot € 150.000 € 754; van € 150.000 tot € 200.000 € 1.046; van € 200.000 of meer € 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.