Eerste wijzigingsregeling Gemeenschappelijke Regeling Zuidelijke Rekenkamer Noord-Brabant en Limburg 2013 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: de rekenkamer: het gemeenschappelijke orgaan, bedoeld in artikel 2 van deze regeling; provincie: aan de regeling deelnemende provincie; Provinciale Staten: Provinciale Staten van de aan de regeling deelnemende provincies; Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de aan de regeling deelnemende provincies. Artikel 2 Gemeenschappelijk orgaan Zuidelijke Rekenkamer 1 Er is een gemeenschappelijk orgaan: Zuidelijke Rekenkamer Noord-Brabant en Limburg, nader aan te duiden als Zuidelijke Rekenkamer. 2 Met betrekking tot de personele kosten is de kassiersfunctie ten aanzien van de rekenkamer belegd bij de provincie Noord-Brabant. 3 De provincie Noord-Brabant treedt namens de deelnemende provincies op als eerste aanspreekpunt voor de rekenkamer in zaken die voortvloeien uit de uitvoering van de aan de Zuidelijke Rekenkamer op te dragen taak. Artikel 3 Taak en bevoegdheden rekenkamer 1 De rekenkamer is een onafhankelijk orgaan. 2Het gemeenschappelijke orgaan heeft, als vastgelegd in hoofdstuk XIA van de Provinciewet, tot taak het onderzoeken van de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het provinciebestuur gevoerde bestuur, niet zijnde de controle van de jaarrekening die jaarlijks door de accountant wordt verricht. 3 Onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamer, als vastgesteld in hoofdstuk XIA van de provinciewet, is de rekenkamer bevoegd ten dienste van haar onderzoek advies van deskundigen in te winnen. Artikel 4 Publiek en privaatrechtelijke rechtshandelingen 1 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant dragen er zorg voor dat aan de voorzitter van de rekenkamer de bevoegdheid wordt toegekend te besluiten tot publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen ter uitvoering van de aan de rekenkamer opgedragen taak, voor zover betrekking hebbend op de financiële bedrijfsvoering van de rekenkamer. 2 De Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant draagt er zorg voor, dat aan de voorzitter van de rekenkamer de bevoegdheid wordt toegekend tot vertegenwoordiging bij het verrichten van publieksrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen ter uitvoering van de aan de rekenkamer opgedragen taak. 3 De voorzitter van de rekenkamer kan de directeur/secretaris machtigen de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, uit te oefenen. Artikel 5 Samenstelling en benoeming leden rekenkamer 1 De rekenkamer bestaat uit drie leden, daaronder begrepen het door Provinciale Staten tot voorzitter benoemde lid. 2 De leden van de rekenkamer kiezen uit hun midden een plaatsvervangende voorzitter. 3Provinciale Staten besluiten maximaal eenmaal tot herbenoeming van een lid. 4 Voordat de leden van de rekenkamer de eed of belofte, bedoeld in artikel 79g van de Provinciewet afleggen, leggen zij aan Provinciale Staten een door hen ondertekende verklaringover vermeldende alle openbare betrekkingen en andere functies die zij vervullen. 5 Openbaarmaking van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, geschiedt door ter inzage legging op de provinciehuizen van de provincies. 6 De verklaring, bedoeld in het vijfde lid, wordt jaarlijks voor 1 januari te worden geactualiseerd en aan Provinciale Staten gezonden. 7 Het afleggen van de eed of belofte, bedoeld in het vierde lid, geschiedt in de vergadering van Provinciale Staten van die deelnemende provincie die als laatste een besluit neemt over de benoeming van de leden van de rekenkamer. Artikel 6 Rechtspositie leden rekenkamer 1 De leden en de voorzitter van de rekenkamer genieten een bezoldiging ter grootte van tien, respectievelijk twintig procent van de bezoldiging van een gedeputeerde, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Provinciewet. 2 De leden en de voorzitter van de rekenkamer ontvangen voor de overige aan de uitoefening van hun functie verbonden kosten een onkostenvergoeding ter grootte van tien, respectievelijk twintig procent van de onkostenvergoeding die een gedeputeerde op grond van artikel 43, tweede lid, van de Provinciewet ontvangt. 3 De leden van de rekenkamer ontvangen voor de noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten een vergoeding overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten- en commissieleden van de provincie Noord-Brabant. 4 De uitgaven, gedaan overeenkomstig het eerste tot en met derde lid, komen ten laste van de middelen van de rekenkamer. 5 In afwijking van het tweede lid, geniet een lid dan wel de voorzitter geen bezoldiging gedurende de periode dat Provinciale Staten het desbetreffende lid of de voorzitter krachtens artikel 79d van de Provinciewet op non-activiteit stellen. 6 Indien de non-activiteit anders dan door ontslag is geëindigd, kunnen Provinciale Staten besluiten de niet genoten geldelijke vergoeding alsnog geheel of gedeeltelijk uit te betalen. Artikel 7 Bureau van de rekenkamer 1 Er is een bureau van de rekenkamer. 2Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant benoemen op voordracht van de voorzitter van de rekenkamer de ambtenaren die nodig zijn voor een goede uitoefening van de werkzaamheden van de rekenkamer. 3 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant benoemen op bindende voordracht van de voorzitter van de rekenkamer een van de ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, in de functie van directeur/secretaris. 4 De kosten die voortvloeien uit de benoemingen, bedoeld in het vorige lid, komen ten laste van de middelen van de rekenkamer. 5 De directeur/secretaris van de rekenkamer is tevens belast met de dagelijkse leiding van het bureau van de rekenkamer. 6 De directeur/secretaris is verantwoording schuldig aan de voorzitter van de rekenkamer. 7 De overige ambtenaren, die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, zijn ter zake van die werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de directeur/secretaris. 8 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant ontslaan, op voordracht van de voorzitter van de rekenkamer, ambtenaren van de rekenkamer uit hun functie. 9 De Collectieve Arbeidsvoorwaarden Provincies, zoals die gelden voor de ambtenaren in dienst van de provincie Noord-Brabant, zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren, bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Artikel 8 Begroting van de rekenkamer 1 Provinciale Staten stellen, na overleg met de rekenkamer, voor een periode van zes jaar een vast bedrag per jaar taakstellend beschikbaar voor een goede uitvoering van de in artikel 3 het tweede lid omschreven taak. 2 De rekenkamer stelt jaarlijks, met inachtneming van de beschikbaar gestelde middelen, bedoeld in het eerste lid, voor 1 december een jaarbegroting voor het komende jaar vast en stuurt deze ter vaststelling aan Provinciale Staten. 3 Op basis van de door PS vastgestelde begroting van de rekenkamer worden op 100% voorschotbasis door de deelnemende provincies de middelen van het komende begrotingsjaar beschikbaar gesteld. 4 De deelnemende provincies delen in gelijke mate in de te bevoorschotten middelen en stellen jaarlijks voor 31 december hun aandeel in de bevoorschotting beschikbaar aan de rekenkamer. 5 Artikel 48, vijfde lid, juncto eerste, derde en vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen kunnen worden gerealiseerd binnen de in het eerste lid bedoelde middelen. 6 Indien in enig jaar blijkt dat de totale lasten lager zijn dan de voor dat jaar ter beschikking gestelde middelen, wordt het overschot in mindering gebracht op de middelen die voor het daarop volgende jaar op grond van het eerste lid beschikbaar zouden worden gesteld. 7 De Zuidelijke Rekenkamer mag, ten behoeve van de uitvoering van de in artikel 3 omschreven taak, beschikken over een bedrijfsreserve ter grootte van maximaal 5% van de jaarlijkse bijdrage. 8 Deze reserve wordt, in afwijking van lid 6, gevormd of aangevuld uit overschotten van de bijdragen in voorgaande jaren tot het maximale percentage uit lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.