Mandaatbesluit Dienst Landelijk Gebied 2008 (wijziging)MANDAATBESLUIT DIENST LANDELIJK GEBIED 2008 (WIJZIGING) Artikel 1 Begripsbepaling In dit besluit wordt verstaan onder directeur, de directeur van de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Artikel 1a Begrenzing van het mandaat Dit besluit is van toepassing op de uitoefening van bevoegdheden voor zover deze niet reeds ingevolge artikel 9 van het reglement bestuurscommissies Wet inrichting landelijk gebied aan een bestuurscommissie zijn gedelegeerd. Artikel 2 Mandaat Wet inrichting landelijk gebied Aan de directeur wordt mandaat en/of volmacht verleend om namens Gedeputeerde Staten de beslissingen als bedoeld in de volgende artikelen van de Wet inrichting landelijk gebied te nemen: Artikel 22, tweede en derde lid (toekennen schadevergoedingen en verlenen voorschotten naar aanleiding van voorbereiding landinrichting); Artikel 31, tweede lid (bepalen tijdstip overgang beheer en onderhoud voorzieningen van gronden van openbaar nut); Artikel 32, tweede en derde lid (beheer en onderhoud in overgangssituatie); Artikel 34, derde lid (mededeling aan Kadaster over uitspraak in beroep tegen inrichtingsplan); Artikel 35, eerste lid (verlenen ontheffing handelingen in strijd met inrichtingsplan); Artikel 40, derde lid (beslissing omtrent noodzaak werkzaamheden ter verwezenlijking inrichtingsplan); Artikel 41, tweede en derde lid (toekennen schadevergoedingen en verlenen voorschotten in verband met uitvoering van werken); Artikel 44 (wijzigen grenzen van het blok); Artikel 64, derde lid (kennisgeving terinzagelegging ontwerpbesluit tot vaststelling van het ruilplan aan belanghebbenden); Artikel 65, eerste en tweede lid (bepaling tijdstip uiterlijke inzending pachtovereenkomsten ter registratie); Artikel 65, vierde lid (afgifte bewijs van registratie pachtovereenkomst); Artikel 65, vijfde lid (verzending bericht van inzending pachtovereenkomst aam wederpartij); Artikel 65, zesde lid (ontvangst bedenkingen tegen registratie pachtovereenkomst); Artikel 65, zevende lid (vaststelling bedenkingen en in kennis stellen partijen); Artikel 65, achtste lid (partijen opdragen de beslissing van de grondkamer in te roepen); Artikel 65, negende lid (partijen opdragen de beslissing van de pachtkamer in te roepen); Artikel 66 (eigenaren en gebruikers in de gelegen stellen hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken); Artikel 67, derde lid (kennisgeving ter inzage legging ontwerpbesluit tot vaststelling van de lijst der geldelijke regelingen aan belanghebbenden); Artikel 68, eerste lid (opdrachtverlening aan schatters); Artikel 69, derde lid (toezending informatie en bescheiden aan griffier inzake verzoekschrift); Artikel 73 (kennisgeving onherroepelijk worden ruilplan); Artikel 75 (mededeling aan grondkamer omtrent status en wijzigingen pachtverhoudingen); Artikel 81, eerste lid (aanwijzing notaris voor opstelling ruilakte); Artikel 82, tweede lid (ruilakte laten inschrijven in openbare registers); Artikel 83, eerste lid (bepalen gelijktijdige ter inzage legging ontwerp van ruilplan en lijst der geldelijke regelingen). Artikel 3 Mandaat subsidieverstrekking Aan de directeur wordt mandaat en/of volmacht verleend om namens Gedeputeerde Staten de beslissingen te nemen en voorbereidende handelingen daartoe te verrichten, inzake subsidieaanvragen met betrekking tot: herverkaveling en ruilverkaveling bij overeenkomst, als bedoeld in de paragrafen 1.1, 4.2, 6.1, 6.2 en 6.4 van de bijlage bij de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg; waterhuishoudkundige maatregelen als bedoeld in de paragrafen 1.9 en 6.1 van de bijlage bij de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg, voor zover de maatregelen zijn beschreven in het Uitvoeringsprogramma Koopmanswaardige maatregelen in Evertsoord-Grauwveen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.