← Nederland

Nadere subsidieregels Cultuur 2011 (Limburg)

Nadere subsidieregels Cultuur 2011NADERE SUBSIDIEREGELS CULTUUR 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen Project: een in tijd afgebakend samenhangend geheel van culturele activiteiten met een duidelijk geformuleerd doel of eindresultaat. Culturele activiteiten: activiteiten op het gebied van kunsten, erfgoed en media. Cultuurplanperiode: de door Gedeputeerde Staten als zodanig vastgestelde periode (2009 - 2012). De begrotingsinstellingen: culturele instellingen, die van provinciale of landelijke betekenis zijn, op het terrein van kunst en cultuur en daaraan een duurzame bijdrage leveren en die als zodanig een structurele exploitatiesubsidie van de Provincie Limburg ontvangen (hfdst 6). De cultuurplaninstellingen: culturele instellingen, die van provinciale of landelijke betekenis zijn, op het terrein van kunst en cultuur en daaraan een duurzame bijdrage leveren en die als zodanig zijn erkend en voor maximaal vier jaren in hun exploitatie worden gesubsidieerd (hfdst 6). Het Uitvoeringsprogramma Cultuur: het elk jaar door Gedeputeerde Staten vast te stellen overzicht van projecten, activiteiten en instellingen die voor subsidie dan wel opdrachtverlening in aanmerking komen. SMART: Specifiek: zo concreet mogelijk aangeven wie, wat, waar, wanneer, hoe Meetbaar: zo veel mogelijk in maat en getal uitdrukken Acceptabel: doelen dienen te passen binnen het Beleidskader Cultuur 2009 – 2012, Cultuur: een betekenisvolle ontmoeting, het uitvoeringsprogramma Cultuur 2011 en draagvlak te hebben Realistisch: doelen dienen binnen de gestelde tijd, financiële en personele randvoorwaarden te kunnen worden gerealiseerd Tijdgebonden: vooraf vastleggen welke doelen op welk moment gehaald moeten zijn. Adviescommissie: de door Gedeputeerde Staten ingestelde onafhankelijke Adviescommissie kunst en cultuur, bestaande uit experts op het gebied van verschillende kunst- en cultuurdisciplines. Social Return on Investment: het opnemen van sociale voorwaarden, eisen en wensen in onder meer subsidieverleningstrajecten zodat de subsidieontvanger een bijdrage levert aan het provinciaal beleid ten aanzien van: bieden van werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De concrete invulling hiervan gebeurt aan de hand van reguliere banen, leerwerkplekken, stageplekken en (werk)ervaringsplaatsen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of jongeren zonder startkwalificatie. bevorderen van maatschappelijke participatie en cultuurparticipatie. De concrete invulling hiervan gebeurt in dit verband aan de hand van een expliciete koppeling van kansarme, kwetsbare en niet actieve burgers en activiteiten op het gebied van kunst en cultuur. Culturele Sprong: een sprong waarmee Limburg internationaal op de kaart wordt gezet en zijn potentie en ambities kan waarmaken. Culturele Hoofdstad 2018, Floriade 2012 en de Culturele Biografie Limburg zijn de drie boegbeelden in deze sprong. Artikel 2 Doel van de regeling Uitgaande van een sterk zelfbewustzijn, dat vertrouwt op eigen kracht, wil de Provincie Limburg de culturele sprong wagen en cultureel burgerschap bevorderen door het faciliteren van een sterk publiek domein, waarin ruimte is voor getalenteerd experiment, (vertrouwde) ontmoeting en inspirerende uitwisseling vanuit een openheid van geest en grenzen. Hiertoe wordt financiële ondersteuning geboden in vier programmalijnen: inspirerend door innovatie en ontwikkeling (hfdst 2, 3 en 5) draagvlak door verankering en participatie (hfdst 7) sterk profiel door herkenbare culturele identiteit, (hfdst 2 en 4) en Limburg in de wereld en de wereld in Limburg (hfdst 2 en 3). Artikel 3 Doelgroepen Natuurlijke personen en rechtspersonen (instellingen) die een bijdrage leveren aan een van de speerpunten talentontwikkeling, internationalisering cultuuraanbod of diversiteit cultuursector kunnen in aanmerking komen voor een eenjarige projectsubsidie (hfdst 2). Rechtspersonen (instellingen) die een bijdrage leveren aan een van de speerpunten talentontwikkeling of internationalisering cultuuraanbod kunnen in aanmerking komen voor een tweejarige projectsubsidie (hfdst 3). T.a.v. het speerpunt talentontwikkeling komen enkel de rechtspersonen zoals genoemd in artikel 14 voor een projectsubsidie in aanmerking. Natuurlijke personen en rechtspersonen (instellingen) die educatieve projecten op het gebied van erfgoed ontwikkelen kunnen in aanmerking komen voor een waarderingssubsidie in het kader van erfgoededucatie (hfdst 4). Rechtspersonen (instellingen) zoals genoemd in artikel 17, die volksculturele activiteiten ontwikkelen, kunnen in aanmerking komen voor een waarderingssubsidie. (hfdst 4). Het Huis voor de Kunsten kan in aanmerking komen voor specifiek benoemde projectsubsidies (hfdst 5). De begrotingsinstellingen en erkende cultuurplaninstellingen kunnen in aanmerking komen voor exploitatiesubsidies (hfdst 6). Gemeenten, verenigd in een regionaal platform, kunnen in aanmerking komen voor een projectsubsidie in het kader van Cultuurparticipatie (hfdst 7). Artikel 4 Aanvraag subsidie Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend bij Gedeputeerde Staten met gebruikmaking van het standaard aanvraagformulier, behorend bij de specifieke regeling, dat geplaatst is op de website van de Provincie Limburg: www.limburg.nl/subsidies, actuele subsidieregelingen. De aanvraag moet een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend standaard aanvraagformulier bevatten en zijn voorzien van bijlagen zoals aangegeven in het formulier en dient te worden verzonden naar het op het formulier aangegeven adres. De begroting dient reëel en sluitend te zijn en er moet een transparant dekkingsplan voorgelegd worden. Uit de subsidieaanvraag moet blijken dat projecten danwel activiteiten, doelstellingen en resultaten ‘smart’ zijn geformuleerd. De aanvraag gaat vergezeld van een correct en volledig project- of activiteitenplan, alsmede van een realistische en sluitende begroting met zowel een inkomsten- als uitgavenkant. Het aan de Provincie Limburg gevraagde subsidiebedrag maakt onderdeel uit van de inkomstenkant. De subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 1 oktober 2010 tot en met 31 december

  1. De aanvraag dient voor de aanvang van het project resp. de activiteiten te worden ingediend. In de hoofdstukken 2 t/m 6 staan de exacte indieningtermijnen vermeld. Subsidieaanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst. De datum van de poststempel is bepalend. Bij persoonlijk aangeleverde aanvragen is de ontvangststempel van de Provincie Limburg dan wel de datum van het verkregen bewijs van ontvangst bepalend. Bij onvolledig ingediende aanvragen geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. Aanvragen die ontvangen zijn na het verstrijken van de periode van artikel 4, derde lid worden afgewezen. Artikel 5 Subsidieplafond en verdeling Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks dan wel halfjaarlijks de subsidieplafonds voor de hoofdstukken 2 t/m 6 van deze regeling vast. Voor de verdeling van het plafond is beslissend het tijdstip waarop de aanvraag volledig is; Indien er meerdere volledige aanvragen zijn van dezelfde datum en deze binnen het subsidieplafond niet alle kunnen worden gehonoreerd vindt prioritering plaats door Gedeputeerde Staten; Aanvragen die worden ingediend nadat het subsidieplafond is bereikt worden door Gedeputeerde Staten afgewezen. Artikel 6 Algemene subsidiecriteria Per aanvrager kan binnen het kader van één specifieke regeling, per project of activiteit eenmaal per jaar een subsidieaanvraag ingediend worden, tenzij in de specifieke regeling hiervan wordt afgeweken. Bij de bepaling van het subsidiebedrag houden Gedeputeerde Staten rekening met: de mate van eigen (financiële) verantwoordelijkheid van de aanvrager; de mate waarin medefinanciering door derden plaatsvindt of kan plaatsvinden; en het door Gedeputeerde Staten als redelijk aanvaarde tekort. Het te verlenen subsidiebedrag in het kader van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van deze regeling bedraagt niet meer dan 50% van de totale projectkosten. Daarbij wordt als voorwaarde gesteld dat vooraf aantoonbaar andere financieringsbronnen zijn verkend met als inzet het verwerven van financiële middelen. Afwijking van de 50%-cofinancieringnorm kan uitsluitend plaatsvinden op basis van zwaarwegende argumenten, zoals het grote beleidsmatige belang van een project, ter beoordeling van Gedeputeerde Staten. Een subsidie kan worden geweigerd wanneer er sprake is van een bovenmatig beslag op het beschikbare budget ten opzichte van de te realiseren resultaten, zulks ter beoordeling van Gedeputeerde Staten. De looptijd van een project wordt in de verschillende hoofdstukken aangegeven. Het project moet worden opgestart binnen een half jaar nadat de subsidie is verleend; voor exploitatiesubsidies geldt dat de activiteiten binnen de geldende subsidieperiode moeten worden uitgevoerd conform het werkplan en erbij behorende sluitende begroting. Uitgesloten van subsidie zijn projecten of activiteiten die de Provincie Limburg al op een andere wijze subsidieert of onder een andere provinciale subsidieregeling vallen. De navolgende kosten zijn niet subsidiabel: door de aanvrager verrekenbare BTW; kosten die niet noodzakelijk zijn om het project te laten slagen; onvoorziene uitgaven (post onvoorzien). Artikel 7 Adviescommissie Gedeputeerde Staten kunnen besluiten een aanvraag aan de adviescommissie voor te leggen. Artikel 8 Meldingsplicht De subsidieontvanger meldt direct (schriftelijk) aan Gedeputeerde Staten zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet helemaal, of helemaal niet zullen worden verricht of dat niet helemaal, of helemaal niet aan de in de beschikking opgelegde verplichtingen zal worden voldaan. Tussentijdse wijzigingen in de uitvoering van een project of activiteit (inhoud en/of uitvoeringstermijn) moeten vooraf schriftelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan Gedeputeerde Staten. Artikel 9 Monitoring, verantwoording en evaluatie Bij projectsubsidies, welke zijn verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan een keer per jaar om een tussentijdse verantwoording worden gevraagd in de vorm van een tussentijdse rapportage, omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Voor projectsubsidies met een looptijd langer dan een jaar zal in de verleningsbeschikking worden aangegeven óf een tussentijdse rapportage moet worden ingediend en zal het tijdstip van indienen hiervan worden vermeld. De monitoring van exploitatiesubsidies gebeurt aan de hand van een door Gedeputeerde Staten voorgeschreven voortgangsrapportage. Deze voortgangsrapportage wordt eenmaal per jaar ingediend op een tijdstip dat in de beschikking wordt vermeld. In elke voortgangsrapportage wordt eenduidig inhoudelijk en financieel verslag gedaan van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteit en de gerealiseerde prestaties. Dit wordt onder meer gedaan voor wat betreft de bereikte resultaten aan de hand van de opgelegde verplichtingen. Artikel 10 Aanvraag subsidievaststelling Waarderingssubsidies worden, zonder voorafgaande verleningsbeschikking, vastgesteld en direct uitbetaald. Ter beoordeling van Gedeputeerde Staten kan een projectsubsidie, ook direct, zonder voorafgaande verleningsbeschikking, worden vastgesteld en uitbetaald. Steekproefsgewijs wordt achteraf gecontroleerd: of de activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd conform de subsidieaanvraag, of aan de in de beschikking vermelde verplichtingen is voldaan en of de beoogde resultaten/resultaatdoelstellingen zijn behaald. Indien bij de steekproef blijkt dat de resultaten niet zijn behaald kan de subsidie worden ingetrokken, dan wel alsnog lager worden vastgesteld. Dit betekent dat het reeds uitbetaalde bedrag (deels) kan worden teruggevorderd; Voor de overige subsidieverleningen zijn de bepalingen over de subsidievaststelling in de Algemene Subsidieverordening 2004 onverkort van toepassing. HOOFDSTUK 2 EENJARIGE PROJECTSUBSIDIES Artikel 11 Specifieke subsidiecriteria Natuurlijke personen en rechtspersonen (instellingen) die in aanmerking komen voor een eenjarige projectsubsidie dienen een bijdrage te leveren aan ten minste één van de volgende speerpunten: talentontwikkeling, internationalisering Limburgs cultuuraanbod of diversiteit Limburgse cultuursector en te voldoen aan de hierna genoemde specifieke subsidiecriteria. Daarnaast komen natuurlijke personen en rechtspersonen (instellingen) in aanmerking die nadrukkelijk pop of jazz-activiteiten ontwikkelen én daarbij inzetten op tenminste één van de voornoemde speerpunten. Subsidieaanvragen moeten ten minste drie maanden voor aanvang van het project ingediend worden. Voor alle projecten Het project dient van inhoudelijk belang te zijn door haar bijzondere betekenis in het licht van vernieuwing of artistieke waarde, waarbij richtinggevend is de originaliteit en mate van uniek zijn binnen het sectoraanbod in Limburg; en het project dient een eigen schepping en cultureel ondernemerschap te realiseren; en het project is grootschalig en laagdrempelig met een aantoonbaar bovenlokaal bereik. Richtinggevend hierbij is; of het bovenlokaal karakter van een project, het project vindt in meer dan een gemeente plaats; of de mate van publieksbereik, met een richtlijn van 1.000 bezoekers. Projecten gericht op talentontwikkeling Het project dient een stimulerende en voorbeeldstellende uitstraling te hebben binnen en voor de eigen kunstensector en naar vergelijkbare instellingen toe. Gekeken wordt naar deelname door toptalent aan nationale of internationale culturele activiteiten; of het project is een gerichte samenwerking tussen de amateur- en professionele kunsten; of het project positioneert Limburgs toptalent op nationaal of internationaal niveau; of het project dient in te zetten op een duurzaam begeleidingstraject van jong talent: voortraject, hoofdactiviteit en nazorgtraject, niet enkel podiumpresentatie op één moment. Projecten gericht op internationalisering Limburgs cultuuraanbod Het project geeft een kwalitatieve impuls aan de betreffende sector of discipline en genietinternationale erkenning; of het project dient in zijn opzet de ambities omtrent de Culturele Sprong (Culturele Hoofdstad 2018, Floriade 2012 en Culturele Biografie Limburg) te ondersteunen; of het project dient een internationaal programma te omvatten en plaats te vinden in een brede context; of het project is gericht op culturele samenwerking met instellingen of organisaties over de grenzen heen. Projecten gericht op de diversiteit van de Limburgse cultuursector Het project realiseert samenwerking met verschillende actoren waarbij aantoonbare inspanningen worden geleverd om andere gemeenschappen, culturen of kwetsbare burgers actief te betrekken; en het project stimuleert de verdere ontwikkeling van nieuwe Nederlanders in Limburg; of het project realiseert met behulp van kunst en cultuur een belangrijke bijdrage aan dialoog en uitwisseling tussen mensen met verschillende etnisch-culturele achtergronden; of het project verrijkt samen met gemeenten het culturele aanbod in diverse Limburgse wijken en buurten. Projecten gericht op jazz/pop Het project dient een stimulerende en voorbeeldstellende uitstraling te hebben met betrekking tot jazz of pop, waarbij ingezet wordt op een duurzame ontwikkeling van het Limburgse pop/jazzklimaat; en Het project moet voldoen aan de criteria vermeld in eenjarige projecten talentontwikkeling of internationalisering Limburgs cultuuraanbod of diversiteit van de Limburgse cultuur sector. Artikel 12 Subsidiebedrag eenjarige projectsubsidies Subsidies onder € 5.000,00 worden niet verleend. HOOFDSTUK 3 TWEEJARIGE PROJECTSUBSIDIES Artikel 13 Specifieke subsidiecriteria Rechtspersonen (instellingen) die in aanmerking komen voor een tweejarige projectsubsidie dienen een bijdrage te leveren aan ten minste één van de volgende speerpunten: talentontwikkeling of internationalisering Limburgs cultuuraanbod, en te voldoen aan de hierna genoemde specifieke subsidiecriteria. Voor alle projecten Het project dient van inhoudelijk belang te zijn door haar bijzondere betekenis in het licht van vernieuwing of artistieke waarde, waarbij richtinggevend is de originaliteit en mate van uniek zijn binnen het sectoraanbod in Limburg; en het project dient een eigen schepping, creatieve interventie en cultureel ondernemerschap te realiseren; en het project is grootschalig en laagdrempelig met een aantoonbaar bovenlokaal bereik. Richtinggevend is hierbij is; of het bovenlokaal karakter van een project, het project vindt in meer dan een gemeente plaats; of de mate van publieksbereik, met een richtlijn van 1.000 bezoekers. Projecten gericht op talentontwikkeling Het project is gericht op begeleiding en ontwikkeling van talent in Limburg. Waarbij de aanvrager op planmatige manier aandacht besteed aan de ontwikkeling en begeleiding van talent; of het project positioneert Limburgs professioneel toptalent op nationaal en/of internationaal niveau. Projecten gericht op internationalisering Limburgs cultuuraanbod Binnen het project dienen duurzame samenwerkingsverbanden te worden aangegaan tussen in Limburg gevestigde professionele gezelschappen of ensembles en in het buitenland gevestigde groepen en/of organisaties; of het project dient een kwalitatieve impuls af te geven en geniet internationale erkenning; of het project heeft een artistiek inhoudelijke samenhang/ wisselwerking in de programmering van internationale en Limburgse professionele kunstuitingen. Artikel 14 Subsidieaanvraag, doelgroep en subsidiebedrag tweejarige projectsubsidies
  2. Subsidieaanvragen voor tweejarige projectsubsidies talentontwikkeling kunnen uitsluitend, en wel drie maanden voor aanvang van het project, ingediend worden door: Instelling Maximaal subsidie Limburg Festival € 40.000,00 Kunstbende € 20.000,00 Jan van Eijck € 40.000,00 Limburgs Fanfareorkest €5.000,00 Orgelfestival Limburg € 17.000,00 Jongerentheater 020 € 40.000,00 Kunstdagen Wittem € 15.000,00 Het Parcours € 15.000,00 De bedragen zijn maximum bedragen per jaar.
  3. Subsidieaanvragen voor tweejarige projectsubsidies internationalisering kunnen ingediend worden door rechtspersonen (instellingen) en onder andere door: Instelling Maximaal subsidie Cultureel Centrum Roepaan € 40.000,00 International Poetry Night € 15.000,00 Requiem Margraten €30.000,00 De bedragen zijn maximum bedragen per jaar.
  4. Een aanvraag dient drie maanden voor aanvang van het project te worden ingediend. HOOFDSTUK 4 WAARDERINGSSUBSIDIE ERFGOEDEDUCATIE EN VOLKSCULTUUR Artikel 15 Subsidieverlening Gedeputeerde Staten verstrekken binnen dit hoofdstuk alleen een waarderingssubsidie voor de volksculturele activiteiten en bijbehorende instellingen die als zodanig genoemd worden in artikel 17; Gedeputeerde Staten kunnen een waarderingssubsidie verstrekken voor educatieve activiteiten op het gebied van erfgoed. Artikel 16 Specifieke subsidiecriteria erfgoededucatie Om voor een waarderingssubsidie in het kader van erfgoededucatie in aanmerking te komen dient aan alle volgende criteria te zijn voldaan: De activiteiten dienen educatief te zijn, hetgeen betekent dat ze een vormend karakter moeten hebben. De activiteiten sluiten aan bij historische thema’s zodat nieuwe kennis, inzichten en ervaringen kunnen ontstaan voor de doelgroep. In 2011 gaat speciale aandacht uit naar educatieve projecten die betrekking hebben op de Canon van Limburg. De doelgroep dient aantoonbaar betrokken te worden bij de ontwikkeling van het educatieve project, omdat het beleefbaar maken van historische thema’s meer kans van slagen heeft wanneer de doelgroep in een vroeg stadium betrokken wordt bij de voorbereiding. De activiteiten dienen het Limburgs cultureel erfgoed aantoonbaar bij een breed publiek, en bij voorkeur met een aantoonbaar bovenlokaal bereik, onder de aandacht te brengen. Schriftelijke publicaties komen niet voor subsidie in aanmerking; de regeling is met name bedoeld ter stimulering van het gebruik van nieuwe media bij educatieve erfgoedprojecten. De activiteiten dienen een projectmatig karakter te hebben. Derhalve moet er in de aanvraag een looptijd aangegeven worden met een start- en einddatum van het project. Artikel 17 Subsidieaanvraag, doelgroep en subsidiebedrag Het te verlenen subsidiebedrag voor een educatief project bedraagt maximaal € 5.000,
  5. Subsidieaanvragen voor de in dit lid bedoelde volksculturele activiteiten kunnen uitsluitend, en wel drie maanden voor aanvang van het project, ingediend worden door: Instelling Activiteit Maximaal Subsidie Stichting Kinjer Vastelaoves Leedjesfestival Finale KVL 2011 € 7.500,00 Schutterij St. Elisabeth Stokkem KinderOLS 2011 € 2.500,00 Stichting LiLiLi LiLiLi-daag 2011 € 7.500,00 Vereniging Limburgse Dialect en Naamkunde VLDN-Congres 2011 € 1.300,00 De bedragen zijn maximum bedragen per jaar. HOOFDSTUK 5 SUBSIDIEVERLENING PROJECTEN HUIS VOOR DE KUNSTEN Artikel 18 Subsidieverlening Gedeputeerde Staten verstrekken binnen dit hoofdstuk alleen een projectsubsidie aan het Huis voor de Kunsten voor activiteiten en bijbehorende organisaties die als zodanig genoemd worden in artikel
  6. Artikel 19 Subsidieaanvragen en subsidiebedrag Het Huis voor de Kunsten kan voor de hierna genoemde organisaties of projecten, tenminste drie maanden voor aanvang van het betreffende project, een subsidieaanvraag indienen. Betreffende activiteiten of organisaties zijn aangesloten bij het Huis voor de Kunsten en maken onderdeel uit van het integrale werkplan. De activiteiten zijn gericht op de instandhouding, samenwerking en verdere ontwikkeling van de culturele infrastructuur in Limburg en geven mede uitvoering aan de speerpunten uit het Beleidskader Cultuur 2009-
  7. Activiteit/Instelling Maximaal subsidie
  8. Stichting Popmuziek Limburg € 50.000,00
  9. Project Samenwerking Jazz in Limburg € 30.000,00
  10. Project Jongerendans € 50.000,00
  11. Project Functie Centrum Beeldende Kunst € 70.000,00
  12. Project Festival Platform Limburg € 20.000,00
  13. Project Amateur TheaterFestival € 15.000,00 De bedragen zijn maximum bedragen per jaar. HOOFDSTUK 6 SUBSIDIEVERLENING CULTURELE INFRASTRUCTUUR Artikel 20 Subsidieaanvraag Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door de door de provincie Limburg erkende begrotings- en erkende cultuurplaninstellingen. De begrotingsinstellingen zijn: Bonnefanten Museum Continium Limburgs Museum Huis voor de Kunsten Limburg Bibliotheekhuis SHCL Monumentenwacht Limburg LGOG SRAL De cultuurplaninstellingen die voor de periode 2009 – 2012 zijn erkend zijn: Collegium ad Mosam Ensemble 88 Het Laagland Toneelgroep Maastricht LSO opera Zuid Studium Chorale Huis van Bourgondië Intro in Situ Cultura Nova Festival Cement Musica Sacra Nederlandse Dansdagen Orlando Festival Poezie Festival WMC Odapark NAiM/Bureau Europa Charles Hennen Concours Klassiek op Locatie Station Zuid Popsport Om voor een subsidie als cultuurplaninstelling in aanmerking te komen dient één maal per vier jaren een meerjarig beleidsplan met meerjarenbegroting en prestatiemodel, gericht op de termijn van de komende cultuurplanperiode te worden ingediend. Begrotingsinstellingen en erkende cultuurplaninstellingen dienen jaarlijks een activiteitenplan en een sluitende begroting in te dienen vóór 1 oktober, voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. Het activiteitenplan en de begroting van de betreffende begrotingsinstelling dan wel erkende cultuurplaninstelling zijn gebaseerd op het goedgekeurde meerjarig beleidsplan en de goedgekeurde meerjarenbegroting, zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel. In het activiteitenplan voor het betreffende jaar, zijn concrete outputresultaten opgenomen. Niet tijdig ingediende aanvragen worden afgewezen. Artikel 21 Specifieke criteria en beoordeling cultuurplaninstellingen Bij de beoordeling van de aanvragen kunnen de beschikbare adviezen van de Raad voor Cultuur en het standpunt van de standplaatsgemeente worden meegenomen. Bij de beoordeling wordt tevens betrokken de mate waarin de instelling in de voorafgaande periode heeft voldaan aan de afgesproken outputresultaten, mede op basis van monitoringsgesprekken en verslagen van activiteitenbezoek. Artikel 22 Subsidieverlening Gedeputeerde Staten kunnen gedurende de subsidieperiode 2009-2012, jaarlijks aan de begrotingsinstellingen en aan de erkende cultuurplaninstellingen, een exploitatiesubsidie verlenen binnen de door Provinciale Staten in de provinciale programmabegroting, nader uitgewerkt in de productenraming, beschikbaar gestelde middelen. Subsidieverlening vindt jaarlijks plaats nadat Gedeputeerde Staten en de onder lid 1 van dit artikel bedoelde instellingen overeenstemming hebben bereikt over de doelstellingen en prestaties volgens het model prestatieoverzicht, evenals over de profilering van de Provincie bij haar activiteiten. Artikel 23 Subsidieplafond en verdeelsleutel Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond vast voor de exploitatiesubsidies voor de cultuurplaninstellingen. Verdeling van de middelen vindt plaats in de mate waarin de subsidieaanvragen voldoen aan de subsidiecriteria. Artikel 24 Monitoring, verantwoording en evaluatie cultuurplaninstellingen De monitoring geschiedt aan de hand van door Gedeputeerde Staten voorgeschreven geformatteerde, schriftelijke voortgangsrapportages. De frequentie hiervan en de wijze van monitoring worden medegedeeld in de subsidiebeschikking. In elke voortgangsrapportage wordt eenduidig inhoudelijk en financieel verslag gedaan van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en de concrete outputresultaten. Dit wordt onder meer gedaan voor wat betreft de bereikte output aan de hand van de opgelegde verplichtingen. Met ieder afzonderlijke erkende cultuurplaninstelling vindt tweemaal gedurende de planperiode een monitoringsgesprek plaats over de tussentijdse resultaten van de activiteiten waarvoor een provinciaal subsidie is ontvangen. Voor zover nodig vindt een extra tussentijds overleg plaats. Tussentijdse wijzigingen in de uitvoering van een activiteit (inhoud en uitvoeringstermijn) worden vooraf schriftelijk ter goedkeuring voorgelegd aan Gedeputeerde Staten. HOOFDSTUK 7 CULTUURPARTICIPATIE Artikel 25 Subsidieverlening cultuurparticipatie Gemeenten verenigd in een regionaal platform Cultuurparticipatie kunnen in aanmerking komen voor financiële middelen ten behoeve van Cultuurparticipatie in de periode 2009-
  14. Hiertoe dient een gemeente, al dan niet namens een aantal samenwerkende gemeenten binnen een regio, een gedetailleerd project- resp. activiteitenplan, ter goedkeuring in bij Gedeputeerde Staten. Het verzoek om een financiële bijdrage dient voorzien te zijn van een beargumenteerd positief advies van de regionale Ambtelijke Adviescommissie en dient een maand voor aanvang van het project resp. de activiteiten te worden ingediend. Het ingediende project resp. plan voldoet aan de criteria zoals overeengekomen in het ondertekende convenant Cultuurparticipatie tussen de regiogemeenten en de Provincie Limburg. HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN Artikel 26 Hardheidsclausule In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde Staten. Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het oordeel van Gedeputeerde Staten, tot kennelijke onbillijkheden leidt, dan kunnen Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken. Artikel 27 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2011, met dien verstande dat voor de begrotingsinstellingen en erkende cultuurplaninstellingen deze regeling op 1 oktober 2010 in werking treedt. De regeling geldt tot en met 31 december
  15. De Nadere Subsidieregels Cultuur 2010 worden op de dag van de inwerkingtreding van de Nadere Subsidieregels Cultuur 2011 (1 januari 2011) ingetrokken, met dien verstande dat voor de begrotingsinstellingen en erkende cultuurplaninstellingen deze regeling op 1 oktober 2010 wordt ingetrokken. Artikel 28 Overgangsrecht Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling en waarover bij inwerkingtreding van deze regeling nog niet is beslist, worden op basis van deze nieuwe regeling afgehandeld. Voor subsidiebesluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze regeling blijven de Algemene Subsidieverordening 2004 en de daarop gebaseerde Nadere subsidieregels Cultuur van toepassing, ook voor de volgende stappen in het subsidietraject. Artikel 29 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als “Nadere subsidieregels Cultuur 2011”. Gedeputeerde Staten voornoemd, L.J.P.M. Frissen, voorzitter mr. A.C.J.M. de Kroon, secretaris Uitgegeven, 28 oktober 2010 De secretaris, mr. A.C.J.M. de Kroon

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.