Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden Voorschoten 2026 De raad der gemeente Voorschoten; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 oktober 2025, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN MARKTGELDEN VOORSCHOTEN 2026 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik van een standplaats op de markt, als bedoeld in de Marktverordening Voorschoten 2012, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden. Artikel2Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van de aanvrager van het gebruik van de standplaats. Artikel3Tarieven 1.Het marktgeld bedraagt voor iedere strekkende meter grond, waarvoor een standplaats wordt ingenomen, gemeten in de lengterichting: voor de losse standplaatsen en standplaatsen voor standwerkers als bedoeld in de in artikel 1 genoemde verordening: per dag € 4,11; voor de vaste standplaatsen, als bedoeld in de in artikel 1 genoemde verordening: per kalenderkwartaal € 47,31 2.Voor de toepassing hiervan wordt een gedeelte van een dag, van een kalenderkwartaal of van een meter, gerekend voor respectievelijk een dag, een kalenderkwartaal of een meter. 3.Voor het gebruik van een door de gemeente aangebrachte elektriciteitsvoorziening per kalenderkwartaal: Kleinverbruik, standplaats met elektra (verlichting) € 14,30; Middelverbruik, standplaats met elektra (koelen voedsel) € 25,84; Grootverbruik, standplaats met elektra (bereiden voedsel) € 60,43. Artikel4Wijze van heffing 1.Het marktgeld voor losse standplaatsen en standplaatsen voor standwerkers wordt geheven door middel van een schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt verstaan een gedagtekende nota of andere schriftuur waarop het gevorderde bedrag is vermeld. 2.Het marktgeld voor vaste standplaatsen wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel5Belastingtijdvak Met betrekking tot marktgelden die per kalenderkwartaal worden geheven, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderkwartaal. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Bij het innemen van een losse standplaats is het recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van deze verordening, verschuldigd. 2.Het recht, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, is verschuldigd aan het begin van ieder kalenderkwartaal, of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel derde gedeelte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.