← Nederland

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Almere 2025 (Almere)

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Almere 2025De raad van de Gemeente Almere Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, Besluit: De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Almere 2025 vast te stellen. HOOFDSTUK1:INLEIDENDE BEPALINGEN ARTIKEL1BEGRIPSBEPALINGEN In deze verordening wordt verstaan onder: a. belanghebbenden de bewoners en (bedrijfsmatige of anderszins) gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen; b. bovengrondse voorzieningen transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en regelkamers die onderdeel uitmaken van een netwerk en bovengronds worden geplaatst; c. breekverbod tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden; d. gedoogplichtige degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst; e. instemmingsbesluit besluit van burgemeester en wethouders op een aanvraag tot instemming van de voorgenomen werkzaamheden voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk; f. kabels en/of leidingen een of meer kabels en/of leidingen die onderdeel zijn van een netwerk, daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributie- en/of mutatiepunten, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteunings-werken en beschermingswerken; g. netbeheerder degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon acteert als beheerder van een al dan niet openbaar netwerk; h. netwerk samenstel van kabels of leidingen bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie; i. openbaar netwerk een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, alsmede een netwerk van een netbeheerder die krachtens een wet is aangewezen om een netwerk aan te leggen en te onderhouden; j. openbare gronden openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet; k. registratiesysteem digitaal registratie- en communicatiesysteem dat burgemeester en wethouders hanteren om meldingen, vergunningen en instemmingen van werkzaamheden en alles wat daarmee samenhangt te verwerken; l. spoedeisende werkzaamheden werkzaamheden voor reparatie of onderhoud waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het betreffende netwerk is opgetreden; m. vergunning besluit van burgemeester en wethouders op een aanvraag van de voorgenomen werkzaamheden alsmede de privaatrechtelijke toestemming dat kabels en/of leidingen mogen blijven liggen volgens het ingestemde tracé, behoudens voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk; n. werkzaamheden handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in of op openbare grond in verband met de (voorbereiding op

  1. de)aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; o. werkzaamheden van niet ingrijpende aard werkzaamheden met een gezamenlijke tracélengte tot 25 meter en een maximale sleufbreedte van 1 meter, waarbij geen: wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist; bovengrondse voorzieningen worden geplaatst; distributie- en mutatiepunten worden geplaatst. het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; het vervangen van bestaande bovengrondse voorzieningen en/of distributie- en mutatiepunten met dezelfde of kleinere afmetingen; het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m² ten behoeve van aaneengesloten werkzaamheden . ARTIKEL2TOEPASSELIJKHEID 1.Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden die door of namens een netbeheerder plaatsvinden binnen de gemeente Almere. 2.Het bepaalde in deze verordening geldt niet voor zover hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet of privaatrechtelijke overeenkomsten. ARTIKEL3NADERE REGELS 1.Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. 2.Deze nadere regels hebben betrekking op: openbare orde en veiligheid; het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering van werkzaamheden; het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen; ondergrondse ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden; nadeelcompensatie in geval van het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen; de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die moeten worden verstrekt; de verrekening van herstel-, onderhouds-, beheer- en degeneratiekosten; het al dan niet toestaan van de aanleg van een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk. HOOFDSTUK2:AANVRAGEN EN MELDEN VAN WERKZAAMHEDEN ARTIKEL4INSTEMMINGS- EN VERGUNNINGSVEREISTE 1.Het is verboden werkzaamheden te verrichten zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders genomen instemmingsbesluit of verstrekte vergunning. 2.Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen instemmingsbesluit of vergunning, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een door burgemeester en wethouders goedgekeurde melding. De raad is bevoegd om redenen van veiligheid delen van het grondgebied aan te wijzen waarvoor het voorgaande niet van toepassing is. 3.De werkzaamheden moeten binnen een half jaar na de datum waarop het instemmingsbesluit of vergunning onherroepelijk is geworden zijn voltooid. 4.De werkzaamheden van niet ingrijpende aard moeten binnen het in de goedgekeurde melding bepaalde tijdvak zijn voltooid. 5.Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden (in opdracht) van de gemeente. 6.Behoudens in geval van spoedeisende werkzaamheden zijn bij weersomstandigheden, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden, burgemeester en wethouders bevoegd een breekverbod in te stellen. De vaststelling dat er sprake is van deze weersomstandigheden is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Tijdens door de gemeente vergunde evenementen geldt ter plaatse altijd een breekverbod. De termijnen zoals bedoeld in het derde en vierde lid worden automatisch verlengd met de periode van het breekverbod. Uiterlijk een dag voor beëindiging van het breekverbod, zullen burgemeester en wethouders de betrokken uitvoerende partij(
  2. en)hierover informeren. ARTIKEL5AANVRAGEN EN MELDEN 1.Voor het uitvoeren van de werkzaamheden moet een instemmingsbesluit of vergunning, als bedoeld in artikel 4, bij burgemeester en wethouders worden aangevraagd. 2.In verband met de voorgenomen werkzaamheden kan vooroverleg plaatsvinden met burgemeester en wethouders om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden. 3.Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op openbare gronden van een andere gedoogplichtige of grondeigenaar dan de gemeente en/of als er een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte. 4.Werkzaamheden van niet ingrijpende aard of de aanvang van werkzaamheden moet(
  3. en)vijf werkdagen voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders. 5.Spoedeisende werkzaamheden moeten voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders of bij een daartoe door hen gemachtigd ambtenaar. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen één werkdag na de aanvang van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan. ARTIKEL6GEGEVENSVERSTREKKING 1.Voor het aanvragen van een instemmingsbesluit of vergunning, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, moet gebruik worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerd (digitaal) formulier of registratiesysteem. 2.Bij een aanvraag voor een instemmingsbesluit of vergunning, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, moeten in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt: naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; als het een aanvraag betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; een opgave van het aantal, de soort, de aard en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen; vereiste vergunning(en), ontheffing(
  4. en)of toestemming(
  5. en)op grond van overige wetgeving, alsmede informatie over de afstemming met andere gedoogplichtigen, grondeigenaren, beheerders van openbare gronden en/of belanghebbenden; een <digitale> tekening (PDF- , DWG- of NLCS-formaat) op basis van een BGT-ondergrond met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop aangegeven: een opgave van het gewenste tracé; een opgave van de tijdelijke en permanente voorzieningen; een opgave van de te plaatsen bovengrondse voorzieningen inclusief afmetingen; een opgave van de zich in het tracé bevindende (monumentale) bomen inclusief kroonprojectie, indien de coördinaten hiervan door de gemeente aangeleverd zijn; een opgave van de te plaatsen distributie- en mutatiepunten. overtuigende gegevens en inzicht omtrent de uitvoerbaarheid van de voorgenomen werkzaamheden waaruit blijkt: dat er binnen de beschikbare ruimte aangelegd wordt; dat de bereikbaarheid van de overige kabels en/of leidingen blijft gewaarborgd; dat de vereisten voor het passeren van groenvoorzieningen gewaarborgd blijven. de tracélengte en de lengte en breedte van de te graven sleuf, alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; een opgave van het aantal kabels en/of leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en het aantal kabels en/of leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen; 3.Voor een melding, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, moet gebruik worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerd (digitaal) formulier of registratiesysteem. De volgende gegevens moeten daarbij in ieder geval worden verstrekt: naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; als het een melding betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; de uitvoerende partij, het adres van de graaflocatie(s), inclusief een situatieschets; de lengte en breedte van de sleuf of montagegat(en), alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; de datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; de bewonersbrief die aan belanghebbenden verstrekt wordt; In geval van spoedeisende werkzaamheden moeten tevens worden verstrekt: de aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden; de omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd; het afschrift van het afgemelde calamiteitenformulier bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). ARTIKEL7VOORSCHRIFTEN EN WEIGERINGSGRONDEN 1.Burgemeester en wethouders kunnen in het instemmingsbesluit of in de vergunning voorschriften opnemen, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van: de openbare orde; veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid; het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede verstaan wordt het afstemmen met andere werkzaamheden, een goede doorstroming van het verkeer en de bescherming van groenvoorzieningen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving; de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik, beheer, en onderhoud van openbare gronden en gebouwen en het belang van evenementen; de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het beschermen van reeds in de grond aanwezige werken en eventuele in de grond aanwezige objecten. 2.De voorschriften en weigeringsgronden, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op: het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering van werkzaamheden; het bevorderen van medegebruik van voorzieningen die door derden of de gemeente tegen marktconforme kosten ter beschikking worden gesteld; afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken. 3.De belanghebbenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden moeten schriftelijk worden geïnformeerd over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. 4.Het is verplicht aan het eind van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en groenvoorzieningen terug te brengen in de oude staat, tenzij burgemeester en wethouders vooraf hebben aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen. ARTIKEL8(MEDE)GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN 1.Op verzoek van burgemeester en wethouders wordt bij de werkzaamheden zoveel mogelijk (mede)gebruik gemaakt van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van burgemeester en wethouders aangelegde, voorzieningen voor zover dit technisch en economisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 2.Indien de voorziening in eigendom is van de gemeente dan is voor het medegebruik schriftelijke toestemming van de gemeente vereist. 3.In het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt mede bepaald of en, zo ja, langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. 4.Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels en/of leidingen, moet de netbeheerder een alternatief tracé kiezen. ARTIKEL9TERMIJNEN 1.De beslissing op een aanvraag voor een instemmingsbesluit of vergunning wordt genomen uiterlijk acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. 2.Indien een instemmingsbesluit of vergunning niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden genomen of verstrekt, delen burgemeester en wethouders dit aan de aanvrager mede en noemen daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen het instemmingsbesluit of vergunning wel kan worden genomen of verstrekt. 3.De goedkeuring op een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard wordt genomen binnen vijf werkdagen na ontvangst melding. 4.De goedkeuring op een melding voor spoedeisende werkzaamheden volgt, met in acht name van het bepaalde in artikel 14, tweede lid, uiterlijk vijf werkdagen nadat de melding is gedaan. 5.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. HOOFDSTUK3:OVERIGE BEPALINGEN ARTIKEL10HET NEMEN VAN MAATREGELEN EN NADEELCOMPENSATIE 1.De netbeheerder is verplicht op verzoek van burgemeester en wethouders over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen ten dienste van zijn netwerk. 2.Eventuele nadeelcompensatie in verband met het bepaalde in het eerste lid wordt verleend op basis van een publiekrechtelijke regeling. 3.Burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken. ARTIKEL11OVERLEG 1.Burgemeester en wethouders organiseren periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente bekende netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden worden uitgenodigd. 2.In dit overleg worden de plannen van de gemeente en van de diverse netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden besproken en afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening. 3.Burgemeester en wethouders stemmen af met de betrokken netbeheerders indien gronden verkocht, verpacht of verhuurd worden waar (mogelijk) kabels en leidingen in liggen. ARTIKEL12NIET OPENBAAR NETWERK 1.Deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente met betrekking tot een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk. 2.Bij werkzaamheden aan een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk, is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. ARTIKEL13INFORMATIEPLICHT 1.De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders onverwijld en schriftelijk in kennis van het in of uit gebruik nemen van een kabel en/of leiding. Dit geldt als een kabel en/of leiding niet langer ten dienste staat van een netwerk in of op openbare gronden. Burgemeester en wethouders kunnen hiervoor een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen verlangen. 2.De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert. HOOFDSTUK4:TOEZICHT EN HANDHAVINGSBEPALINGEN ARTIKEL14TOEZICHT EN HANDHAVING 3.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. 4.Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een instemmingsbesluit of vergunning is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. 5.Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en hun overige wettelijke bevoegdheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd, met kennisgeving vooraf aan de netbeheerder, het instemmingsbesluit of de vergunning in te trekken of de werkzaamheden stil te leggen indien: er wordt gewerkt zonder vergunning, instemmingsbesluit of zonder goedgekeurde melding; de vergunning of het instemmingsbesluit is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; de vergunning of het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften van de vergunning of het instemmingsbesluit; er wordt gewerkt in afwijking van de nadere regels; er wordt gewerkt in strijd met het geldende breekverbod. HOOFDSTUK5:OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN ARTIKEL15INTREKKING OUDE VERORDENING De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Almere 2016 wordt ingetrokken. ARTIKEL16OVERGANGSBEPALINGEN 1.De verordening, genoemd onder artikel 15, en de Algemene plaatselijke verordening (APV) blijven van kracht op instemmings- en vergunningsverzoeken en meldingen waarop reeds krachtens diezelfde verordeningen is beslist, maar waarvan de uitvoering op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is gerealiseerd. 2.Deze verordening is van toepassing op alle kabels en leidingen, ongeacht op welke grondslag deze zijn aangelegd. 3.Op aanvragen en meldingen waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. ARTIKEL17INWERKINGTREDING Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. ARTIKEL18HARDHEIDSCLAUSULE Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening en de daarbij behorende nadere regels. ARTIKEL19CITEERTITEL Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur Almere 2025. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Almere in zijn openbare vergadering van 16 oktober 2025de griffier,G.J. Broerde voorzitter,W.H.J.M. van der LooNadeelcompensatieregeling Kabels en Leidingen Almere Nadere regels over nadeelcompensatie als gevolg van het op verzoek van burgemeester en wethouders verplaatsen, of het anderszins nemen van maatregelen, ten aanzien van in of op openbare grond aanwezige kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen (met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet). Burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen met het oog op een zorgvuldige afdoening van eventuele aanvragen voor nadeelcompensatie voor situaties als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Almere (hierna aan te duiden als: “de AVOI”); gelet op artikel 10, eerste lid, van de AVOI alsmede artikel 3:4, tweede lid en het bepaalde in Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen de volgende beleidsregels: Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Almere; nadere regels over nadeelcompensatie als gevolg van het verplaatsen op verzoek van burgemeester en wethouders of het anderszins nemen van maatregelen ten aanzien van in de openbare ruimte aanwezige kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen (met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet). Hoofdstuk 1Algemeen 1.1.Inleidende bepalingen Artikel 1 De begripsbepalingen van de AVOI zijn op deze regeling van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in artikel 2. Artikel 2 In deze regeling wordt verstaan onder: a. aanvraag een aanvraag voor het nemen van een besluit aangaande nadeelcompensatie; b. aanwijzing verzoek ingevolge artikel 10, eerste lid, van de AVOI; c. belanghebbende een netbeheerder die een aanvraag als bedoeld in onderdeel a. van dit artikel indient; d. droge infrastructuur kabels en/of leidingen die niet voldoen aan de definitie van natte infrastructuur; e. kabels en/of leidingen kabels en/of leidingen als bedoeld in de AVOI, met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet; f. nadeelcompensatie het bedrag dat op basis van deze regeling als schadevergoeding wordt toegekend aan de belanghebbende; i. natte infrastructuur kabels en/of leidingen die in waterwegen en dijken liggen, voor wat betreft de laatste slechts voor zover het gaat om (de aanleg van of wijziging aan) de dijk als waterkeringswerk. j. nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, waaronder het verplaatsen; k. openbare ruimte openbare gronden als bedoeld in de AVOI; l. schadebedrag financieel nadeel dat de belanghebbende lijdt als gevolg van het moeten nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen op verzoek van de gemeente; (inclusief eventueel door belanghebbende aan derden verschuldigde BTW); m. vergunning besluit van het college van burgemeester en wethouders op een aanvraag van voorgenomen werkzaamheden inzake kabels en/of leidingen, met uitzondering van kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet; Artikel 3 Voor de uitvoering van werken en werkzaamheden als bedoeld in deze beleidsregels is gelet op het bepaalde in de AVOI, een voorafgaande vergunning vereist. Hoofdstuk 2Nadeelcompensatie 2.1.Nadeelcompensatie algemeen Artikel 4 Indien een netbeheerder, als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de AVOI, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale maatschappelijke risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag een vergoeding toe, in de vorm van nadeelcompensatie. Netverbetering en capaciteitsvergroting van het netwerk van de netbeheerder komt niet in aanmerking voor nadeelcompensatie. Artikel 5 De hoogte van de mogelijke nadeelcompensatie wordt bepaald overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 2 van deze regeling en is afhankelijk van het schadebedrag. Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 2 van deze regeling. Bij die berekening van het schadebedrag worden uitsluitend de kosten van uit- en in bedrijf stellen, ontwerp en begeleiding, uitvoering en materiaal betrokken. 2.2.Nadeelcompensatie voor het geval de kabel en/of leiding van belanghebbende ligt in openbare ruimte ( met vergunning ) Artikel 6: nadeelcompensatie binnen vijf jaar na aanleg Indien de netbeheerder binnen vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing, bedraagt de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag. Dit geldt zowel voor natte als droge infrastructuur. Artikel 7: nadeelcompensatie tussen zes jaar en vijftien jaar c.q. tussen zes en dertig jaar na aanleg Voor droge infrastructuur geldt dat indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing in de periode gelegen vanaf vijf tot en met vijftien jaren, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de betrokken vergunning, zal de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het zesde jaar tot 0% vanaf het zestiende jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 2. Voor natte infrastructuur geldt dat indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing in de periode gelegen vanaf vijf tot en met dertig jaren, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van de betrokken vergunning, zal de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het zesde jaar tot 0% vanaf het eenendertigste jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 3. Artikel 8: geen nadeelcompensatie Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van kabels en/of leidingen op grond van een aanwijzing na vijftien jaar (droge infrastructuur) cq. dertig jaar (natte infrastructuur), gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van zijn vergunning, wordt geen nadeelcompensatie uitgekeerd. Voor het verwijderen van kabels en/of leidingen die al verlaten waren voor het versturen van een aanwijzing wordt geen nadeelcompensatie uitgekeerd. In gevallen waarin het rijzen (verticaal omhoog verplaatsen zonder onderbreking) van kabels en/of leidingen betreft, dat het directe gevolg is van grondverzakking, wordt er geen nadeelcompensatie uitgekeerd. Artikel 9: nadeelcompensatie voor Stadswarmteleidingen Artikel 6 tot en met artikel 8 eerste lid is niet van toepassing op Stadswarmteleidingen. Indien de netbeheerder maatregelen moet nemen ten aanzien van Stadswarmteleidingen op grond van een aanwijzing, in de periode gelegen vanaf een tot en met vijftig jaren, gerekend vanaf de datum van inwerkingtreding van zijn vergunning, zal de gemeente 100% van het schadebedrag vanaf het 1e jaar tot 0% vanaf het 51e jaar (trapsgewijs) als nadeelcompensatie uitkeren volgens het schema weergegeven in bijlage 6. Dit geldt zowel voor natte als droge infrastructuur. 2.3.Nadeelcompensatie ingeval de kabel en/of leiding van de belanghebbende niet ligt in openbare ruimte Artikel 10 De nadeelcompensatie bedraagt 100% van het schadebedrag (zie bijlage 4), indien: de kabel en/of leiding van de netbeheerder is gelegen in of op de grond die hem krachtens het eigendomsrecht toebehoort, of; de kabel en/of leiding ligt op basis van een zakelijk recht of; op de kabel en/of leiding een gedoogplicht conform de Omgevingswet rust. Artikel 11 Rusten op de kabel en/of leiding van de netbeheerder geen van de rechten als bedoeld in artikel 10, dan is het basisbedrag voor de berekening van de nadeelcompensatie gelijk aan de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten (zie bijlage 5). De materiaalkosten en de kosten voor het uit en in bedrijf stellen worden niet vergoed. 2.4. Algemene bepalingen bij vaststelling van nadeelcompensatie Artikel 12 Burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken. Artikel 13 Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van het schadebedrag ten laste van de netbeheerder moet blijven dan uit de toepassing van de paragrafen 2.2. of 2.3. voortvloeit, kunnen burgemeester en wethouders van de bepalingen van die paragrafen gemotiveerd afwijken. Artikel 14 Indien vanwege een gemeentelijk project sprake is van meerdere (tijdelijke) maatregelen op dezelfde locatie (binnen een periode van vijf jaar) die ten aanzien van dezelfde kabel en/of leiding genomen moeten worden, is op de eerste tijdelijke maatregel deze regeling (zoals aangegeven in paragraaf 2.2) van toepassing. De kosten van de overige maatregelen komen ten laste van de gemeente. Het eerste lid is niet van toepassing op tijdelijke voorzieningen van fysieke aard, zoals extra kabel- en leidingvoorzieningen die weer worden opgeheven zodra de definitieve maatregel die genomen moet worden ten aanzien van de kabel en/of leiding is gerealiseerd in samenhang met de uitvoering van het gemeentelijke project. Dit wordt niet gezien als een (tijdelijke) maatregel, maar als een noodzakelijke uitvoeringswijze. Artikel 15 Geen nadeelcompensatie vindt plaats als in de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van de vergunning, het nemen van maatregelen ten aanzien van de desbetreffende kabel en/of leiding is te voorzien in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare ruimte waarin, of waarop de kabel en/of leiding is gelegen en in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing als bedoeld in artikel 18 van deze regeling wordt gegeven. Artikel 16 Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode bedoeld in artikel 15 dan geldt het toepasselijke vergoedingsregime zoals in de paragrafen 2.2. of 2.3. van deze regeling is opgenomen. Hoofdstuk 3Bepalingen van procedurele aard 3.1.Vooroverleg Artikel 17 Burgemeester en wethouders streven naar overeenstemming met de netbeheerder over het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen (een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten), uitvoering en planning. Burgemeester en wethouders voeren hiertoe vooroverleg met de netbeheerder. Tijdens het voorbereidingstraject informeert de netbeheerder burgemeester en wethouders middels een kostenindicatie over de te verwachten hoogte van het schadebedrag. Door burgemeester en wethouders wordt in de schriftelijke aanwijzing voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen vastgelegd of het project op basis van een vaste prijs of op basis van nacalculatie wordt afgerekend alsmede de te verwachten hoogte van het schadebedrag. Artikel 18 Burgemeester en wethouders nemen het besluit tot een schriftelijke aanwijzing voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, op grond van artikel 10, eerste lid, van de AVOI, zo mogelijk op basis van overeenstemming zoals bereikt in het vooroverleg, als bedoeld in artikel 17. In de schriftelijke aanwijzing is een omschrijving van het werk opgenomen met vermelding van het nemen van noodzakelijke maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen. 3.2.Verzoek om vaststelling nadeelcompensatie Artikel 19 De belanghebbende dient bij het indienen van een verzoek aan te tonen op welke datum vergunning is verleend voor het aanleggen van de desbetreffende kabel en/of leiding. Indien niet kan worden aangetoond, of aannemelijk kan worden gemaakt, op welke datum vergunning is verleend, dan wel op welke datum het leggen is aangevangen, wordt ervan uit gegaan dat de betreffende kabel en/of leiding langer dan vijftien jaar (droge infrastructuur) c.q. dertig jaar (natte infrastructuur) c.q. vijftig jaar (Stadswarmteleidingen) aanwezig is. Artikel 20 Belanghebbende dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een termijn van vijf jaar, nadat hij een aanwijzing heeft gekregen tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen bij burgemeester en wethouders een verzoek in om vaststelling van nadeelcompensatie. Het streven is echter om binnen 6 maanden na de aanwijzing het verzoek om nadeelcompensatie ingediend en afgehandeld te hebben. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het formulier, opgenomen in bijlage 1. Artikel 21 Het verzoek bevat, naast de gegevens bedoeld in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, ten minste: een verwijzing naar de aanwijzing van burgemeester en wethouders aan de netbeheerder tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen; een naar kostensoort gespecificeerde opgave van het schadebedrag aan de hand van het model opgenomen in bijlage 1; de hoogte van de nadeelcompensatie waarop belanghebbende aanspraak maakt; het rekeningnummer van de netbeheerder ten behoeve van de betaling. 3.3.Besluit vaststelling nadeelcompensatie Artikel 22 Burgemeester en wethouders nemen binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit: om het verzoek niet ontvankelijk te laten indien dit is ingediend na de termijn genoemd in artikel 20; om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet of onvoldoende is onderbouwd en nadat de netbeheerder in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van vier weken nadat het verzuim is kenbaar gemaakt aan de netbeheerder; om het verzoek om nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk toe te kennen; om het verzoek af te wijzen. Burgemeester en wethouders kunnen deze termijn eenmalig met acht weken verdagen. 3.4.Betaling nadeelcompensatie Artikel 23 Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van een vaste prijs dient de belanghebbende na gereedkomen van de werkzaamheden een factuur in ten hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie en vindt uitbetaling plaats binnen dertig dagen nadat de factuur is ingediend. Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van voor- en nacalculatie dient na vaststelling van de definitieve nadeelcompensatie de belanghebbende een factuur in ter hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie en vindt uitbetaling plaats binnen dertig dagen nadat de factuur is ingediend. Hoofdstuk 4Kostentechnische bepalingen 4.1.Algemeen Artikel 24 De hoogte van de kosten voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen wordt vastgesteld op basis van de hierna volgende bepalingen. De kosten worden vastgesteld aan de hand van werkelijke kosten voor het nemen van de maatregelen. De kosten worden onderscheiden in: kosten van ontwerp en begeleiding; kosten van uit- en in bedrijfstellen; kosten van uitvoering; kosten van materiaal. Als afrekening op basis van nacalculatie plaatsvindt moet de netbeheerder tijdens de uitvoering van de werkzaamheden bij over- of onderschrijding van meer dan 10% van het schadebedrag daarvoor vooraf schriftelijke toestemming vragen en krijgen van burgemeester en wethouders. 4.2.Kosten van ontwerp en begeleiding Artikel 25 Onder kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering. Het gaat om kosten van: overleg en correspondentie; directievoering en toezicht houden; detailengineering en daaruit voortvloeiende uitvoerende werkzaamheden; verplichtingen vanuit wet- en regelgeving; juridisch vrij maken van tracé; kosten ten behoeve van aanbesteden werk; kosten van benodigde vergunningen en leges. Voor de kosten van ontwerp en begeleiding hanteert het college van burgemeester en wethouders redelijkerwijs een vast percentage van de totale kosten van uit en in bedrijf stellen, uitvoering en materiaal zoals genoemd in artikel 26, artikel 27 en artikel 28. Het college van burgemeester en wethouders hanteert de volgende vaste percentages: Projectkosten van de posten zoals bedoeld in artikel 26, 27 en 28 Vast % voor kostenposten ontwerp en begeleiding Tot en met € 20.000,- 20% Boven € 20.000,- 15% 4.3.Kosten van uit- en in bedrijfstellen Artikel 26 Onder de kosten van het uit- en in bedrijfstellen worden verstaan: kosten van het spannings- of productloos maken van de kabel en/of leiding alsmede de kosten van het weer in bedrijf stellen van de kabel en/of leiding; kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard rechtstreeks verband houdende met het uit- en in bedrijfstellen. 4.4.Uitvoeringskosten Artikel 27 Onder uitvoeringskosten worden verstaan: kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden; kosten samenhangend met het verwijderen van verlaten kabels en/of leidingen; kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen; kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard. 4.5.Materiaalkosten Artikel 28 Onder materiaalkosten worden verstaan de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de kabel en/of leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies. 4.6.Bundeling werkzaamheden Artikel 29 Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende netbeheerders geeft de belanghebbende burgemeester en wethouders inzicht in de verdeling van het gezamenlijke financiële nadeel. Hoofdstuk 5Overige en slotbepalingen Artikel 30 Deze regeling is van toepassing op werken en werkzaamheden waarover op het moment van in werking treden nog geen overeenkomsten zijn aangegaan tussen de gemeente en belanghebbende. Deze regeling is niet van toepassing op gemeentelijke kabels en/of leidingen. Deze regeling is niet van toepassing bij het bouwrijp maken van grond ten behoeve van derden of activiteiten niet behorende tot de taak van de gemeente. De kosten komen in dat geval voor rekening van de gemeente. Artikel 31 De Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Almere 2016 wordt ingetrokken. Artikel 32 Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking. Artikel 33 De regeling wordt aangehaald als: Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Almere. Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2025. Burgemeester en wethouders voornoemd, De secretaris De burgemeester Bijlage 1 Kostenspecificatie Bijlage 2 Schaderegeling voor kabels en/of leidingen (droge infrastructuur) die liggen in de openbare ruimte. Het bedrag van de nadeelcompensatie is dan gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp & begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten. Bijlage 3 Schaderegeling voor kabels en/of leidingen (natte infrastructuur) die liggen in de openbare ruimte. Het bedrag van de nadeelcompensatie is dan gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp & begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten. Bijlage 4 Schaderegeling voor kabels en/of leidingen die niet liggen in de openbare ruimte met zakelijke recht, grondeigendom of BP-gedoogplicht. Het bedrag van de nadeelcompensatie is gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten. Bijlage 5 Schaderegeling voor kabels en/of leidingen die niet liggen in openbare ruimte zonder zakelijk recht, eigendom of BP-gedoogplicht. Het bedrag van de nadeelcompensatie is gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten voor ontwerp, begeleiding en uitvoering. Bijlage 6 Schaderegeling voor Stadswarmteleidingen die liggen in openbaar gebied. Het bedrag van de nadeelcompensatie is gelijk aan (een percentage van) de som van de kosten van ontwerp en begeleiding, materiaalkosten, kosten voor het uit en in bedrijf stellen en de uitvoeringskosten. Schaderegeling ingravingen Als gevolg van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in en op openbare gronden ontstaat schade aan straatwerk, overige verhardingen of groenvoorzieningen. Die schade moet worden hersteld en de herstelkosten komen altijd voor rekening van de netbeheerder. In deze Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen zijn (onder andere) de voorwaarden en tarieven vastgelegd met betrekking tot de wijze van verrekening van de herstelkosten van straatwerk, gesloten verharding, natuursteenverhardingen en groenvoorzieningen en de beheer- en degeneratiekosten. Artikel 1.Algemeen De begripsbepalingen van de vigerende Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI) en het Handboek kabels en leidingen zijn op deze Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen van toepassing, tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken. Alle technische en procedurele aspecten die verband houden met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen zijn opgenomen in het Handboek kabels en leidingen Almere. Artikel 2.Toepasselijkheid Deze regeling is van toepassing op alle werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in of op de openbare grond van de gemeente Almere, behoudens voor de aspecten waarin is voorzien in privaatrechtelijke overeenkomsten. Artikel 3.Uitgangspunten bij verrekening van herstelkosten Voor de wijze van herstel en de verrekening van herstel-, onderhouds-, beheer-, en degeneratiekosten inzake ontstane schade die het gevolg is van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen zijn meerdere varianten mogelijk, te weten: Elementenverharding variant A: Herstel en onderhoud uitgevoerd door de gemeente; variant B1: Herstel en onderhoud door netbeheerder; variant B2: Herstel door netbeheerder en onderhoud door de gemeente; variant C: Herstel door de gemeente voorafgaand aan algehele herbestrating. Voor variant A geldt dat de netbeheerder de gemeente vijf werkdagen vooraf moet informeren over het moment waarop de herstelwerkzaamheden kunnen aanvangen. Indien deze termijn wordt overschreden moet de netbeheerder op zijn kosten de elementenverharding eerst provisorisch herstellen (terugbrengen van de verhardingsmaterialen in hetzelfde verband als voor de werkzaamheden aanwezig was, zodanig dat geen gevaar bestaat voor de weggebruiker). Vervolgens vindt definitief herstel plaats door de gemeente. Voor variant B1 geldt dat de netbeheerder op zijn kosten het herstel en onderhoud (met 12 maanden garantie conform RAW garantiebepalingen) verzorgt. Voor variant B2 geldt dat de netbeheerder op zijn kosten het herstel (met 12 maanden garantie in geval van overschrijding RAW garantienormen) verzorgt en dat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud. Voor variant C geldt dat het herstel wordt uitgevoerd door de gemeente, voorafgaand aan gehele herbestrating. In onderling overleg tussen de gemeente en de netbeheerder kan dit tarief in incidentele gevallen, afwijkend van de standaard keuze (zie artikel 5, eerste lid), toegepast worden als bijvoorbeeld grootschalige saneringen samenvallen met renovatie of reconstructie door de gemeente. De herstel-, onderhouds-, beheer-, en degeneratiekosten worden in alle gevallen berekend volgens de vigerende tarieven, zie artikel 5, eerste lid. Gesloten verhardingen en groenvoorzieningen (excl. bermen en gazons) variant D: Herstel en onderhoud door de gemeente. Voor variant D geldt dat het herstel en onderhoud wordt uitgevoerd door de gemeente en de marktconforme kosten worden volledig doorberekend aan de netbeheerder. Standaard wordt binnen de gemeente Almere het herstel uitgevoerd door de netbeheerder en het onderhoud door de gemeente. Hiervoor geldt het VNG-tarief, zie artikel 5, eerste lid. Bij werkzaamheden waar ter plaatse gesloten verharding aanwezig is en de netbeheerder toestemming heeft gekregen van de gemeente om de gesloten verharding open te breken, moet de netbeheerder ervoor zorgen dat nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd de sleuf tijdelijk dicht gestraat wordt met betonklinkers. De netbeheerder moet de betonstenen zelf aanleveren. Het opbreken van de gesloten verharding en het dichtstraten van de sleuf moet gebeuren conform de voorschriften uit het Handboek kabels en leidingen. Omdat de gemeente streeft naar een hoogwaardig fietsnetwerk en hierdoor de hoofdfietsroutes verbreed worden naar 4 meter, kunnen kabels en/of leidingen onder het asfalt komen te liggen (als verleggen niet mogelijk of wenselijk is). In overleg met gemeente kan bij noodzakelijk onderhoud of calamiteiten het asfalt opengebroken worden. De gemeente zal 50% van de marktconforme herstelkosten doorberekenen aan de netbeheerder, zie artikel 5 tweede lid. De gemeente verzorgt het definitieve herstel van gesloten verhardingen. De gesloten verharding wordt tijdens het periodieke onderhoudsprogramma in opdracht van de gemeente hersteld. Hiervoor geldt een tarief behorend bij variant D, zie artikel 5, tweede lid. De gemeente voert werkzaamheden aan c.q. het definitieve herstel van groenvoorzieningen (exclusief bermen en gazons) in eigen beheer uit of laat dit uitvoeren door een door de gemeente geselecteerde aannemer. Hiervoor geldt een tarief behorend bij variant D, zie artikel 5, derde lid. Als de netbeheerder (projectmatig) toestemming krijgt van de gemeente om de werkzaamheden aan c.q. het herstel van groenvoorzieningen zelf uit te voeren, worden vóór verstrekking van het instemmingsbesluit of vergunning specifieke afspraken tussen de gemeente en de netbeheerder gemaakt. Afhankelijk van de omvang van het werk geldt dan voor de netbeheerder een garantietermijn van een jaar of een volledig groeiseizoen (week 13 t/m 45) na oplevering. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in het instemmingsbesluit. Werkzaamheden aan bomen worden te allen tijde uitgevoerd door of in opdracht van de gemeente, zie artikel 5, derde lid. Indien (projectmatig) vooraf tussen de gemeente en de netbeheerder de afspraak is gemaakt dat de gemeente zelf zorg draagt voor de herstelwerkzaamheden zal de gemeente de marktconforme kosten in rekening brengen bij de netbeheerder. In het stadshart van Almere bestaat de verharding grotendeels uit natuursteen (Chinees graniet). Voor de ligging hiervan zie de kaart in artikel 6. Hiervoor geldt dat dit in opdracht van de gemeente door een door de gemeente geselecteerde aannemer opgebroken en hersteld moet worden. Hiervoor geldt het tarief behorend bij variant D, zie artikel 5, vierde lid. In het park aan de stadhuispromenade ligt een halfverharding met daarop een gefundeerd stalen kunst/zit element. Hiervoor geldt dat dit in opdracht van de gemeente door een door de gemeente geselecteerde aannemer opgebroken en hersteld moet worden. Indien er ter plaatse werkzaamheden noodzakelijk zijn dient dit altijd vooraf met de gemeente te worden afgestemd. Alle kosten voor het verwijderen en herstellen van de halfverharding, fundering en het kunst/zit element zijn voor rekening van de gemeente Almere. De gemeente kan bij in gebreke blijven van de grondroerder (als de voorgeschreven (herstel)termijnen verstreken zijn en/of als herstel onvoldoende is of uitblijft) zelf noodzakelijke (herstel)werkzaamheden uit laten voeren door een door de gemeente geselecteerde aannemer. Dit zal tegen marktconforme tarieven geschieden en de kosten worden aan de netbeheerder doorberekend. De gemeente zal de netbeheerder er vooraf (schriftelijk) van in kennis stellen dat zij het herstel zal laten verrichten. Alle overige (extra) kosten1Onder andere kosten van: specifiek herstel van bijzondere (sier)bestrating; eventuele extra werkzaamheden ten behoeve van het herstel van straatwerk in oude staat; de uitvoering van het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandigheden; verwijderen van uit gebruik genomen kabels en/of leidingen en/of het rijzen van kabels en/of leidingen op verzoek van de gemeente; verwijderen van aanstootgevende graffiti, posters enzovoort, van bovengrondse voorzieningen; het aanbrengen van anti graffitivoorzieningen op bovengrondse voorzieningen; extra aan te planten groen nabij bovengrondse voorzieningen ten behoeve van inpassing in de omgeving; noodzakelijke werkzaamheden aan groenvoorzieningen en bomen; vervanging en herplanten van groenvoorzieningen en bomen; het afvoeren, tijdelijke opslag en terugplaatsen van bouwstoffen; inboet en het leveren van extra bouwstoffen; afvoeren inclusief de stortingskosten van (vervuilde) grond, puin, vrijgekomen asfaltmaterialen; definitief herstel gesloten verhardingen; leveren, aanbrengen en opruimen van tijdelijke (verkeers-)voorzieningen en verkeersmaatregelen en bronbemaling; herstel van verborgen gebreken; het opnieuw aanbrengen c.q. aanwijzen van peilen en hoofdafmetingen; het nemen van maatregelen ten aanzien van de bereikbaarheid van andere kabels en/of leidingen of percelen; het tijdelijk verwijderen en terugplaatsen van bovengrondse obstakels (lichtmasten, verkeersborden); gevolgen voortvloeiend uit het breekverbod; de hulpdiensten en/of de gemeente die voortvloeien uit spoedeisende werkzaamheden/calamiteiten. die door de grondroerder (of de gemeente) gemaakt moeten worden vanwege door de netbeheerder geïnitieerde werkzaamheden met betrekking tot kabels en/of leidingen en/of een gevolg zijn van de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in de AVOI, het instemmingsbesluit of de vergunning en het Handboek komen in principe voor rekening van de grondroerder c.q. de netbeheerder. Over de eventuele verrekening van overige (extra) kosten zullen nadere afspraken worden gemaakt. Artikel 4.Verhalen van overige schade Niet alle schades die de gemeente als gevolg van kabel en/of leidingwerkzaamheden lijdt, kunnen door de vooraf vastgestelde schadehersteltarieven worden gedekt. Dit is het geval bij: Schade aan groenvoorzieningen (excl. bermen en gazons): werkzaamheden waarbij de overlevingskans van de aanwezige beplanting gering is en deze dus moet worden vervangen; werkzaamheden waarbij dicht in de buurt van bomen moet worden gewerkt; achteruitgang van de (beeldbepalende) groenkwaliteit; aantasting van de (ecologische) kwaliteit van de groeiplaats. Met betrekking tot het opnemen van beplanting zullen al vóór het verstrekken van het instemmingsbesluit of vergunning specifieke afspraken worden vastgelegd, zie ook artikel 3, vierde lid. Als bomen worden beschadigd of zonder toestemming van de gemeente worden gerooid, kan de netbeheerder aansprakelijk worden gesteld voor de schade. De schade aan bomen wordt achteraf vastgesteld door de gemeente. Het totale schadebedrag wordt opgebouwd uit de getaxeerde schade inclusief taxatiekosten, beredderingskosten en overige bijkomende kosten zoals voor het verhalen van schade. De aansprakelijkheidsstelling voor de schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. Schade die ontstaat buiten de directe werkomgeving: Van schade die ontstaat buiten de directe werkomgeving van de grondroerder is sprake als ten gevolge van werkzaamheden schade ontstaat aan materialen, lichtmasten, verkeersregelinstallaties (VRI’s), geparkeerde auto's, en dergelijke. Voor zover het gemeentelijke eigendommen betreft, kan de gemeente conform het civiele aansprakelijkheidsrecht deze schade verhalen op de veroorzaker. Afhankelijk van de specifieke situatie kan het wenselijk zijn dat voorafgaand aan de werkzaamheden een gezamenlijke (toezichthouder en grondroerder) schouw van de werkomgeving plaatsvindt. De bevindingen moeten vastgelegd worden door de grondroerder. Verborgen gebreken: Verborgen gebreken zijn buitenproportionele oneffenheden van opgeleverd en goedgekeurd hersteld straatwerk, aantoonbaar het gevolg van werkzaamheden van die grondroerder die als laatste werkzaamheden op de onderhavige locatie heeft uitgevoerd. In dergelijke gevallen heeft de grondroerder vijf werkdagen na eerste aanzegging van de gemeente de tijd om de verharding opnieuw te herstellen. Als norm voor "buitenproportioneel" wordt een oneffenheid aangehouden van meer dan 0,03 m, die zich binnen een jaar na het eerste herstel voordoet (= CROW-norm voor "ernstige schade"). Artikel 5.Tarieven, garantie en onderhoud Herstel-, onderhouds-, beheer- en degeneratiekosten: De herstel-, onderhouds-, beheer- en degeneratiekosten voor elementenverhardingen, bermen en gazons worden berekend volgens de vigerende VNG richtlijn Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom en de daarbij behorende Tarieven (her)straatwerkzaamheden kabels- en/of leidingwerken. Deze tarieven worden voor alle netbeheerders gehanteerd en worden jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld door de VNG en zijn marktconform. In Almere wordt het tarief behorende bij variant B2 gehanteerd. Tarief herstel gesloten verhardingen: Herstel en onderhoud van asfalt verharding wordt uitgevoerd door de gemeente. Hiervoor gelden de volgende tarieven behorende bij variant D: Asfalt herstel Esplanade: € 267,62 excl. BTW per m2 Asfalt herstel overig locaties: € 189,66 excl. BTW per m2 Asfalt herstel fietspad: € 191,27 excl. BTW per m2 Asfalt herstel rood fietspad: € 232,47 excl. BTW per m2 Beton herstel fietspad: € 212,95 excl. BTW per m2 Beton herstel rood fietspad: € 225,07 excl. BTW per m2 Per locatie is er een bijdrage van € 400,00 voor verkeersmaatregelen en de aanvoer- en afvoerkosten. Per locatie is er een bijdrage van € 500,00 aan vaste kosten per (deel) opdracht. Onderbouwing kosten: De volgende componenten worden gebruikt voor vaststellen van het tarief voor het herstel van asfalt. Tarief herstel groenvoorzieningen (exclusief bermen en gazons): Herstel en onderhoud van groenvoorzieningen wordt uitgevoerd door de gemeente. Hiervoor gelden de volgende tarieven behorende bij variant D: Herstel hagen: € 15,00 excl. BTW per m2 Herstel sierheesters: € 40,00 excl. BTW per m2 Herstel vaste planten: € 46,00 excl. BTW per m2 Bomen in verharding: € 875,00 excl. BTW per m2 Bomen in gazon/beplanting: € 550,00 excl. BTW per m2 Per locatie is er een bijdrage van € 400,00 voor verkeersmaatregelen en de aanvoer- en afvoerkosten. Tarief herstel natuursteenverharding stadshart (chinees graniet): Herstel en onderhoud van bijzondere bestratingen wordt uitgevoerd door de gemeente. Hiervoor gelden de volgende tarieven behorende bij variant D: Bij nieuwe aanleg en uitbreiding: Natuursteen: € 237,31 excl. BTW per m2 Bij reparatie en calamiteiten: Dezelfde tarieven als bij nieuwe aanleg en uitbreiding waarbij de volgende staffeling, per jaar per netbeheerder, wordt gehanteerd. Per locatie is er een bijdrage van € 400,00 voor verkeersmaatregelen en de aanvoer- en afvoerkosten. Per locatie is er een bijdrage van € 315,00 aan vaste kosten Onderbouwing kosten: De volgende componenten worden gebruikt voor vaststellen van het tarief voor het herstel van natuursteen. De totale herstelkosten gebaseerd op de tarieven uit het tweede, derde en vierde lid worden verhoogd met 14% (V&T) voorbereiding en toezicht met een minimum van € 175,00 excl. BTW. De tarieven genoemd in het tweede, derde en vierde lid zijn vastgesteld in 2025, jaarlijkse indexering vindt plaats conform het landelijke prijsindexcijfer van de grond-, weg-, en waterbouw, onderwerp “wegen met gesloten verharding” van het CBS. Dit indexcijfer wordt steeds bepaald in januari, april, juli en oktober. Het indexcijfer van de maand oktober bepaalt het tarief voor het volgende jaar. Besteksprijzen: De tarieven zijn gebaseerd op de aanbestede eenheidsprijzen van de gemeentelijke aannemer. Indien er een nieuwe aanbesteding plaatsvind zullen de tarieven worden aangepast. Artikel 6.Overige en slotbepalingen Deze regeling is van toepassing op werkzaamheden waarover op het moment van in werking treden geen andere overeenkomsten zijn aangegaan tussen de gemeente en belanghebbende(n). Deze regeling is niet van toepassing op gemeentelijke kabels en/of leidingen. Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking. Artikel 7.Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen Almere. Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2025. Burgemeester en wethouders voornoemd, Secretaris Burgemeester, Bijlagen Kaart Chinees graniet stadshart Almere Figuur 1 Handboek Kabels en Leidingen 2025 1.INLEIDING Binnen de gemeente Almere verlenen burgemeester en wethouders instemming of vergunning voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van (ondergrondse) infrastructuren (kabels en/of leidingen), conform de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI). De mandatering van medewerkers van de gemeente voor de afhandeling van de instemmings- of vergunningaanvragen en handhaving van het beleid is vastgelegd in de mandaatregeling van de gemeente. Als beheerder van de openbare ruimte voert de gemeente de regie en coördinatie bij de aanleg van kabels en/of leidingen van netbeheerders. De coördinatie heeft als doel zorg te dragen voor de veiligheid, de beperking van overlast, het bevorderen van het voorkomen van schade en het borgen van de kwaliteit van de openbare ruimte. Voor een goede uitoefening van deze taken hebben burgemeester en wethouders nadere regels vastgelegd in dit Handboek kabels en leidingen gemeente Almere (verder het Handboek). Het Handboek is vastgesteld door burgemeester en wethouders als nadere regel, ter uitwerking van de AVOI. Het Handboek is van toepassing op alle werkzaamheden ten behoeve van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in de openbare ruimte van de gemeente. Over de regelgeving uit het Handboek is altijd nader overleg mogelijk met de gemeente om tot overeenstemming te komen inzake tijd, plaats en wijze van uitvoering van de werkzaamheden van een grondroerder, waarbij voor beide partijen de regels van redelijkheid en billijkheid gelden. In dit Handboek zijn onder andere uniforme richtlijnen, voorwaarden en eisen gesteld ten aanzien van de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden. Doel van het Handboek is: het beheer van de openbare ruimte; het borgen en bevorderen van de kwaliteit van de (ondergrondse) openbare ruimte; het bevorderen van een juiste ordening en een veilige ligging van kabels en/of leidingen; het beperken van overlast en het bevorderen van een veilige omgeving voor de gebruikers van de openbare ruimte en uitvoerenden tijdens de werkzaamheden; het voorkomen van schades. Het Handboek bestaat uit twee hoofdthema’s: ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE; TECHNISCHE EISEN/VOORSCHRIFTEN met betrekking tot tracébepaling, ontwerp-, uitvoerings- en beheervoorschriften. Rangorde van wetten, verordeningen en het Handboek kabels en leidingen: wettelijke bepalingen, waaronder de Telecommunicatiewet (Tw), de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON), de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw); lokale regelgeving van de gemeente Almere zoals onder andere de Algemene plaatselijke verordening (APV) en de AVOI; het Handboek kabels en leidingen van de gemeente Almere, met verwijzingen naar verdere relevante regelgeving en richtlijnen (zie artikel 2.3). Parallel aan bovenstaande regelgeving gelden eventuele privaatrechtelijke overeenkomsten. 1.1.Spoedeisende werkzaamheden Let op: Ook in geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten moeten alle aspecten uit dit Handboek zoveel als mogelijk in acht genomen en/of opgevolgd worden. Als dit vanwege het spoedeisende karakter van de werkzaamheden niet mogelijk is en/of de gebruikelijke voorafgaande kennisgeving van de werkzaamheden niet gedaan kan worden geldt: dat de grondroerder in ieder geval voor aanvang van de werkzaamheden de gemeente telefonisch op de hoogte moet brengen. Dit is buiten kantooruren altijd mogelijk via de piketdienst van de gemeente, via telefoonnummer 036-5484446.; dat als er voor spoedeisende werkzaamheden een wegafsluiting noodzakelijk is de grondroerder daarover zelf direct de hulpdiensten moet inlichten via telefoonnummer 0900-8844 en wegwerkzaamheden@brandweerflevoland.nl. Ook moeten de OV-diensten op de hoogte worden gebracht via telefoonnummer 088-0331495; dat een calamiteitenmelding bij het Kadaster gedaan moet worden en na het oplossen van de calamiteit deze melding (inclusief de reden) afgemeld moet worden bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI); de nadere omschrijving conform artikel 4.2, vijfde lid. DEEL A: ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE 2.BEGRIPSBEPALINGEN, ROLVERDELING EN VERWIJZINGEN De begripsbepalingen van de AVOI zijn van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in dit hoofdstuk. De definities uit de AVOI zijn hier ook vermeld ten behoeve van de leesbaarheid van het Handboek in de praktijk. 2.1.Begripsbepalingen a. aansluiting het gedeelte van de kabel en/of leiding dat een netwerk verbindt met een fysiek punt waarop een klant de toegang tot een netwerk wordt geboden; b. belanghebbenden de bewoners en (bedrijfsmatige of anderszins) gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen; c. bovengrondse voorzieningen transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en regelkamers die onderdeel uitmaken van een netwerk en bovengronds worden geplaatst; d. boring (gestuurd) het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een sleufloze techniek, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen; e. breekverbod tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden; f. calamiteit een incident waarbij de omgeving mogelijk grote gevolgen kan ondervinden, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld of waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken; g. combiwerk het gecombineerd coördineren en uitvoeren van werkzaamheden van meerdere netbeheerders tegelijk op een graaflocatie waarbij alle kabels en/of leidingen gelijktijdig of direct na elkaar worden aangelegd; h. distributie- en mutatiepunten afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbrengen van telecommunicatieapparatuur (handholes), afsluiters, brandkranen, lassen enzovoort onder het maaiveld of met toegangsluik op maaiveldniveau; i. gemeente burgemeester en wethouders van de gemeente Almere; j. gesloten verharding verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden materiaal en Chinees graniet met daaronder een fundering; k. graaflocatie de locatie waar werkzaamheden worden verricht; l. groenvoorzieningen het geheel van de aanplant (heesters, bomen, vaste planten en gazon) in een gebied; m. grondroerder degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden feitelijk worden verricht; n. instemmingsbesluit besluit van de gemeente op een aanvraag tot instemming van voorgenomen werkzaamheden voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk; o. kabel- en leidingtracé de aslijn van een strook grond waarin kabels en/of leidingen liggen of (met toestemming van de grondeigenaar mogen) worden gelegd; p. kabels en/of leidingen een of meer kabels en/of leidingen die onderdeel zijn van een netwerk, daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributie- en/of mutatiepunten, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; q. kadaster- sectie KLIC afdeling van het Kadaster die mede uitvoering geeft aan de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON) en ook zorgdraagt voor de uitwisseling van kabel- en/of leidinggegevens (KLIC-meldingen); r. leidingenstraat een obstakelvrij kabel en/of leidingentracé voor primaire leidingen. Een beschermde zone waar andere regels gelden dan bij overige tracering; s. ligging de werkelijke plaats van een kabel of leiding. Deze wordt aangegeven op een revisietekening; t. mantelbuis beschermbuis (onder andere staal of kunststof) om een kabel en/of leiding; u. marktconforme kosten kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt; v. matenplan 2 een door de gemeente vastgestelde maatvaste tekening met de assen, uitgeefbare percelen en inrichting openbaar gebied, gebaseerd op het vastgestelde inrichtingsplan. Op basis van het vastgestelde matenplan 2 kan een plan kabels & leidingen gemaakt worden; w. montagegat c.q. lasgat een opbreking met beperkte afmeting, maximaal 2 m², die wordt gemaakt ten behoeve van de toegang tot een distributie- of mutatiepunt, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van aansluitingen, voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden; x. netbeheerder degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon acteert als beheerder van een netwerk; y. netwerk samenstel van kabels of leidingen bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie; z. openbaar netwerk een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, alsmede een netwerk van een netbeheerder die krachtens een wet is aangewezen om een netwerk aan te leggen en te onderhouden; aa. openbare ruimte openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet; bb. open verharding verharding bestaande uit elementen, waaronder bijzondere (sier)bestrating, of andere ongebonden materialen al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd; cc. opslag vrijgekomen sleufmaterialen die tijdelijk worden opgeslagen, meestal naast de sleuf; dd. opslagterrein de tijdelijke stallingsplaats van haspels, vracht-, directie- of materiaalwagens, materialen enzovoort in de openbare ruimte; ee. persing met behulp van een hydraulische vijzel een stalen mantelbuis door de grond drukken. Betreft een sleufloze techniek waarbij de omringende grondslag niet verwijderd wordt; ff. plan in rood een tekening gemaakt door een netbeheerder met daarin de wenstracering in een gebied; gg. plan kabels & leidingen een tekening gemaakt door de gemeente met daarin alle reserveringen voor kabels en/of leidingen in een gebied; hh. registratiesysteem digitaal registratie- en communicatiesysteem dat de gemeente hanteert om meldingen, vergunningen en instemmingen van werkzaamheden en alles wat daarmee samenhangt te verwerken; ii. revisietekening een gewaarmerkte tekening die van kabels en/of leidingen die aangelegd zijn, de werkelijke ligging ten tijde van de aanleg aangeeft in X-, Y- en waar van toepassing Z- coördinaten volgens het Rijksdriehoek (RD-) stelsel alsmede hoeveel kabels en/of leidingen aanwezig zijn in een sleuf(deel); jj. ruimtebeslag kabels en leidingen het door de gemeente vastgestelde en voor de netbeheerder verplichte schema voor de ligging van ondergrondse infrastructuur in de openbare grond; kk. sleuf de opening in de ondergrond die ontstaat door het verwijderen van verharding en/of grond ten behoeve van werkzaamheden; ll. sleufloze technieken het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een (gestuurde) boring of persing, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen; mm. technicus kabels en leidingen de door de gemeente aangewezen persoon die is belast met het afstemmen van alle werkzaamheden namens de gemeente; nn. spoedeisende werkzaamheden werkzaamheden voor reparatie of onderhoud waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het betreffende netwerk is opgetreden; oo. toezichthouder kabels en leidingen de door de gemeente aangewezen persoon die is belast met het houden van toezicht tijdens de uitvoering van alle werkzaamheden; pp. vergunning besluit van de gemeente op een aanvraag van de voorgenomen werkzaamheden alsmede de privaatrechtelijke toestemming dat kabels en/of leidingen mogen blijven liggen volgens het ingestemde tracé, behoudens voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk; qq. WIU werk in uitvoering (WIU) is een wekelijks overleg waarbij de werkzaamheden in Almere worden besproken. Veiligheid en bereikbaarheid zijn de speerpunten in dit overleg; rr. werkzaamheden handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in de openbare ruimte in verband met de (voorbereiding op
  6. de)aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; ss. werkzaamheden van niet ingrijpende aard werkzaamheden met een gezamenlijke tracélengte tot 25 meter en een maximale sleufbreedte van 1 meter, waarbij geen: wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist; bovengrondse voorzieningen worden geplaatst; distributie- en mutatiepunten worden geplaatst. het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; het vervangen van bestaande bovengrondse voorzieningen en/of distributie- en mutatiepunten met dezelfde of kleinere afmetingen; het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m² ten behoeve van aaneengesloten werkzaamheden. 2.2.Rolverdeling 2.2.1.Gemeente, netbeheerder, grondroerder In de praktijk kan een rolverdeling bestaan tussen de netbeheerder en de grondroerder. Soms worden die twee rollen door een en dezelfde partij vervuld. De gemeente zal in het algemeen veel zaken rechtstreeks afhandelen met de grondroerder, maar de netbeheerder is ook aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de bepalingen in dit Handboek. Dit geldt met name als er gebruik wordt gemaakt van (een) grondroerder(
  7. s)die middels een machtiging werkzaamheden verricht(
  8. en)voor de netbeheerder. De gemeente behoudt zich desondanks wel het recht voor om in dringende gevallen ook handhavingsmaatregelen rechtstreeks met de grondroerder af te handelen en de netbeheerder daarvan zo snel mogelijk in kennis te stellen. 2.2.2.Gemeentelijke toezichthouder kabels & leidingen en technicus kabels & leidingen De gemeentelijke organisatie rondom kabels en leidingen is verdeeld over twee rollen. Deze rollen zijn toegewezen aan één of meerdere medewerkers van de gemeente. Het is mogelijk dat bij afwezigheid van personen de rollen door andere personen overgenomen worden. De toezichthouder kabels en leidingen is onder andere verantwoordelijk voor: toezicht op de werkzaamheden aan kabels en leidingen van de netbeheerders en het naleven van de uitvoerings- en vergunningsvoorschriften; deelname aan het projectmatig en/of tactisch overleg en/of aan het projectmatig uitvoeringsoverleg. het goedkeuren van meldingen voor aanvang van werkzaamheden, spoedeisende werkzaamheden en werkzaamheden van minder ingrijpende aard. De technicus kabels en leidingen is onder andere verantwoordelijk voor: het coördineren van de ligging van ondergrondse infrastructuur kabels en leidingen; verzorgen van alle communicatie tussen netbeheerders en de diverse afdelingen binnen de gemeente; het ontwerpen, specificeren en realiseren van kabels en leidingen plannen voor nieuwbouwprojecten en reconstructies; adviseren bij planvorming, gebiedsontwikkeling, reconstructies en gronduitgiften; het verlenen van vergunningen en/of instemmingsbesluiten voor werkzaamheden van netbeheerders ten aanzien van kabels en leidingen. 2.3.Verwijzingen In dit Handboek wordt op diverse onderdelen verwezen naar normen en richtlijnen die van toepassing zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Hieronder volgt een beknopte omschrijving: NEN (Nederlands Normalisatie instituut) Het Nederlandse centrum van normalisatie helpt bedrijven en andere partijen om onderling heldere en toepasbare afspraken te maken. NEN draagt bij aan veiligheid, gezondheid, milieu en innovatie. Bedrijfsleven en andere partijen maken in normcommissies zelf afspraken over producten en werkwijzen. NEN bemiddelt in het afwegen van de verschillende belangen en zorgt voor neutrale procesbegeleiding. NEN biedt direct toegang tot Europese (NEN-EN) en mondiale normalisatieplatforms. De NPR (Nederlandse Praktijk Richtlijnen) geeft toelichting op en aanwijzingen voor het verantwoord gebruik van de NEN- (nationaal) en NEN-EN (Europees) normen. CROW (oorspronkelijk: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze stichting zonder winstoogmerk ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud. Dat gebeurt in de vorm van handleidingen, richtlijnen en aanbevelingen en in samenwerking met alle belanghebbende partijen, waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven in de grond-, water- en wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties. RAW (Rationalisatie en Automatisering in de Grond-, Water- en Wegenbouw) De RAW-systematiek, beheerd en onderhouden door CROW, is sinds jaar en dag de standaard voor bestekken in de grond-, water- en wegenbouw (GWW). Bij de meeste werken in de GWW wordt de systematiek gevolgd. Alle relevante (technische) eisen uit de meest recente Standaard RAW bepalingen voor onder andere grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk zijn leidend en bindend betreffende de uitvoeringsmethodiek. VCA (Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers) VCA is bedoeld om aannemers veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. VCA biedt een concrete en praktische invulling van wettelijke regelingen of vult deze aan. Elke VCA gecertificeerde aannemer voldoet aantoonbaar aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Norminstituut Bomen Het Norminstituut Bomen heeft als doel de kwaliteitszorg rond bomen te verbeteren. Het instituut ontwikkelt en standaardiseert kwaliteitseisen, richtlijnen en normen voor werkzaamheden in, rond en met bomen. De bomenposter 'Werken rond bomen' toont de kwetsbare boomzone direct rond een boom en laat zien welke belangrijke randvoorwaarden er gelden binnen deze kwetsbare boomzone voor de uitvoering van werkzaamheden. 3.BEREIKBAARHEID, VERKEERSMAATREGELEN, OVERLASTBEPERKING 3.1.Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen De werkzaamheden moeten qua tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd (bestemmings)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven. Verder geldt: een weg mag in principe maar aan een zijde worden afgesloten; er moet altijd minimaal een rijstrook beschikbaar zijn; indien het onvermijdelijk is dat een weg toch volledig afgesloten moet worden dient dit tenminste vier

(4)werkweken voor aanvang van de werkzaamheden afgestemd te worden in het WIU overleg; Na goedkeuring vanuit het WIU overleg zullen de hulpdiensten en de OV- en buurtbusdiensten ten minste drie werkweken voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd worden door de gemeente over de wegafsluiting; De vooraankondigingsborden moeten een werkweek van tevoren aan beide zijden van de af te sluiten weg door de grondroerder geplaatst worden; brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke en bovengrondse voorzieningen van andere netbeheerders moeten altijd zichtbaar en toegankelijk blijven; de minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 4 m en de minimale doorrijhoogte voor hulpvoertuigen is 4,50 m en moeten altijd gewaarborgd zijn; objecten moeten minimaal tot op 40,00 m benaderd kunnen worden. Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten moet een goede toegankelijkheid geboden worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en voetgangers die gebruik maken van hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken moeten vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst en in stand gehouden worden. In de CROW-publicatie 337 ‘Richtlijn Toegankelijkheid’ zijn richtlijnen opgenomen voor het toegankelijk inrichten van de openbare buitenruimte voor mensen met een beperking. Indien de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen benaderen of de bereikbaarheid van winkels, bedrijven of percelen van andere belanghebbenden niet gegarandeerd kan worden dan moet de grondroerder minimaal vier werkweken vooraf overleggen met de toezichthouder k&l of technicus k&l zodat tijdig afspraken in het WIU overleg gemaakt kunnen worden om de juiste maatregelen te kunnen nemen. 3.2.Maatregelen in het belang van het verkeer Ten behoeve van de verkeersmaatregelen zijn de meest recente Standaard RAW bepalingen van toepassing en de daaraan verbonden CROW-uitgaven 96b (en/of 96a). Als de gemeente het noodzakelijk acht, bijvoorbeeld wanneer vanwege werkzaamheden een belangrijke verkeersweg moet worden afgesloten, kan de gemeente de grondroerder verplichten om de werkzaamheden zo veel mogelijk in de weekeinden, avonduren of ´s nachts uit te voeren. Indien een weg volledig afgesloten moet worden geldt het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid. Geplande werkzaamheden op of langs hoofdwegen of gebiedsontsluitingswegen mogen alleen tussen 9.30 u. en 15.00 u. plaatsvinden (buiten de verkeersspits), tenzij in het WIU overleg anders wordt besloten. Ten behoeve van de bereikbaarheid voor gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer kan toepassing van tijdelijke verkeersmaatregelen en/of aanbrengen van tijdelijke verkeersvoorzieningen (zoals rijplaten, tijdelijke waterkruisingen of doorsteken door groenstroken en dergelijke) noodzakelijk zijn. Bermen, gazons en boomspiegels moeten altijd beschermd worden tegen ongewenste verdichting. De vereiste verkeersmaatregelen - waaronder tijdelijke verkeersregelinstallaties (VRI) of de inzet van verkeersregelaars– ten behoeve van omleidingen of ten behoeve van werkzaamheden bij hoofdwegen, kruispunten, voet- en fietspaden, en dergelijke moet de grondroerder vastleggen in een gedetailleerd verkeers-, werk-, en tijdsplan en dit ter goedkeuring voorleggen aan de gemeente. Dit moet ten minste vier werkweken voor aanvang van de werkzaamheden gebeuren. Binnen drie
(3)werkdagen na melding wordt dit in het WIU overleg ingediend. Aanwijzingen e.d. van die afdeling moeten door de grondroerder worden opgevolgd voordat de tijdelijke VRI in gebruik wordt genomen. Indien een straat volledig afgesloten moet worden geldt het bepaalde in artikel 3.1, eerste lid. De verkeersvoorzieningen mogen niet eerder dan 72 uur voor aanvang van de werkzaamheden, met de voor- of beeldzijde afgedraaid van het verkeer, worden aangebracht. De verkeersvoorzieningen mogen niet aan bijvoorbeeld lichtmasten worden bevestigd en mogen het zicht op de overige bebording en het zicht van eventuele camera’s niet ontnemen. De verkeersvoorzieningen moeten op de dag van en voor aanvang van de werkzaamheden met de voor- of beeldzijde naar het verkeer worden geplaatst. Verkeersvoorzieningen die tijdelijk geen dienst doen moeten direct afgedraaid of afgedekt worden tot het tijdstip dat deze weer nodig zijn. Verkeersvoorzieningen die geen dienst meer zullen doen moeten binnen 24 uur verwijderd en afgevoerd worden. De (onder)aannemer die de verkeersvoorzieningen opzet en/of verwijdert moet in het bezit zijn van een KOMO-procescertificaat op basis van de BRL-9101 conform het KIWA Reglement voor Procescertificatie. Indien tijdelijke verkeersvoorzieningen in een verharding aangebracht moeten worden, moet het te verwijderen verhardingsmateriaal worden afgevoerd en na verwijdering van de verkeersvoorziening weer aangebracht worden. De grondroerder is 24 uur per dag en zeven dagen per week verantwoordelijk voor de instandhouding van de door hem geplaatste verkeersvoorzieningen. Indien van toepassing zorgt de grondroerder voor een zo spoedig mogelijk herstel. Eventuele aanwijzingen van een toezichthouder k&l met betrekking tot de instandhouding van de verkeersmaatregelen moeten meteen worden opgevolgd. De gemeente kan vanwege verkeerstechnische redenen (en veiligheidsredenen, zie artikel 5.4, vierde lid) de grondroerder verplichten om buiten werktijden bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. Plaatsing van onverlichte obstakels moet voldoen aan CROW-publicatie 130, “richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels” (ISBN 90 6628 283 5). 3.3.Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking Behoudens het bepaalde in artikel 3.2, tweede lid, is het niet toegestaan om op zaterdagen, zondagen en nationale feest- en gedenkdagen of wanneer er een evenement plaatsvindt (zie ook artikel 4.3, breekverbod) werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. Dit geldt niet voor spoedeisende werkzaamheden. De sleuf, inclusief verharding, moet volledig afgewerkt zijn en er mag geen puin en/of afval meer binnen de werkomgeving aanwezig zijn. Het is niet toegestaan om op werkdagen voor 07.00 uur en na 17.00 uur geplande werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. Op vrijdag of de dag voorafgaande aan een nationale feest- of gedenkdag of een vakantieperiode van de grondroerder moet de sleuf worden aangevuld en verdicht en de verharding moet weer worden aangebracht. Uiterlijk om 17.00 uur moeten alle werkzaamheden gereed zijn en de werkomgeving moet opgeruimd zijn. Het derde lid van dit artikel is overeenkomstig van toepassing op de dag voorafgaande aan alle namens de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt enzovoort, inclusief de opbouw- en afbreekperiode) op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan en in winkelgebieden op de dag(
  1. en)waarop de koopavond(
  2. en)worden gehouden. Het eerste tot en met vierde lid van dit artikel gelden, tenzij met de technicus k&l of toezichthouder k&l afwijkende afspraken worden gemaakt. De grondroerder moet alles doen wat verwacht mag worden en wat redelijkerwijs mogelijk is om hinder als gevolg van bijvoorbeeld lawaai, stank, modder, en dergelijke veroorzaakt door voertuigen, machines, apparaten enzovoort tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De grondroerder moet voldoen aan alle wettelijke kaders en regelgeving op dat gebied. Tevens is in dat kader in verband met de verspreiding van fijn stof het droog slijpen van verhardingsmaterialen niet toegestaan. Indien de grondroerder (bij uitzondering) door de gemeente wordt toegestaan of verplicht om op zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen of ’s avonds c.q. ‘s nachts te werken is de grondroerder verplicht alle nadere aanwijzingen van de gemeente op te volgen en zelf zorg te dragen voor eventuele benodigde aanvullende vergunningen of ontheffingen. 4.COMMUNICATIE, MELDINGEN, BREEKVERBOD EN INSTEMMING NIET OPENBARE NETWERKEN 4.1.Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg Namens de grondroerder moet er tijdens de uitvoering van de werkzaamheden altijd een contactpersoon op het werk aanwezig zijn. De naam en het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon moeten bij alle betrokken partijen bekend zijn. De contactpersoon moet controleren en verifiëren of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de tracétekeningen en de gemaakte afspraken, alsmede dat de uitvoering conform het instemmingsbesluit of de vergunning verloopt. De grondroerder moet 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar zijn en de contactpersonen van de grondroerder moeten direct informatie geven en medewerking verlenen indien de toezichthouder k&l daarom vraagt. De grondroerder moet ervoor zorgdragen dat de contactpersonen in de projectorganisatie de Nederlandse taal voldoende beheersen in woord en geschrift. De grondroerder moet bij alle voor de gemeente relevante bouwvergaderingen die worden gehouden de technicus k&l of toezichthouder k&l uitnodigen. Van deze vergaderingen moet de grondroerder notulen maken en deze binnen tien werkdagen naar de deelnemers toesturen. Deze notulen zullen op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. Bij (grootschalige) projecten die een bovengemiddelde impact hebben op de openbare ruimte en de veiligheid van de leefomgeving kan op initiatief van de gemeente op regelmatige tijden een voortgangsoverleg met alle betrokken partijen worden vereist. Van deze vergaderingen zal de gemeente notulen maken en deze binnen tien werkdagen naar de deelnemers toesturen. Deze notulen zullen op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet de grondroerder de belanghebbenden schriftelijk op de hoogte stellen met een bewonersbrief. Deze brief moet minimaal vijf werkdagen voor de start van de werkzaamheden bezorgd zijn en tevens bij het indienen van de melding verstrekt worden aan de gemeente. In de bewonersbrief wordt in ieder geval informatie gegeven over: een omschrijving van de werkzaamheden; de datum van aanvang van de werkzaamheden; de verwachte datum waarop de werkzaamheden gereed zijn; de bereikbaarheid van de woonomgeving; de plaats van de voorgenomen werkzaamheden (straatnamen); de contactpersoon van de grondroerder inclusief persoonlijke contactgegevens, mobiele telefoonnummer, telefoonnummer en e-mailadres. Bij omvangrijke werkzaamheden kan de technicus k&l vereisen dat de grondroerder de werkzaamheden in de lokale pers publiceert. Vóór aanvang van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard moet de grondroerder alle belanghebbenden voor zover mogelijk (bij voorkeur) schriftelijk of mondeling op de hoogte stellen van de werkzaamheden. 4.2.Melding aanvang en einde werkzaamheden De aanvang van de werkzaamheden moet minimaal vijf werkdagen van tevoren bij de gemeente worden gemeld middels het door de gemeente gehanteerde (digitale) formulier of registratiesysteem met opgave van: de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de uitvoerende partij die belast is met de werkzaamheden; de naam, het mobiele telefoonnummer en het e-mailadres van een Nederlands sprekende contactpersoon van de uitvoerende partij op locatie; de aanvangsdatum en de verwachte datum waarop de werkzaamheden gereed zijn, tussentijdse wijzigingen in de planning moeten worden doorgegeven aan de toezichthouder k&l; het kenmerk van het instemmingsbesluit of de vergunning. Indien op de aangegeven datum zonder kennisgeving aan de gemeente niet aangevangen is met de werkzaamheden, vervalt de toestemming op de melding en moeten de werkzaamheden opnieuw worden gemeld conform het bepaalde in het eerste lid. In geval van een breekverbod of bij aantreffen van onbekende bodemverontreiniging wordt de geldigheidsduur van een verleende vergunning, het instemmingsbesluit en/of een goedgekeurde melding automatisch door de gemeente verlengd voor de periode van de vertragingsduur. Zodra de werkzaamheden zijn uitgevoerd moeten deze, na (gezamenlijke) oplevering, gereed gemeld worden bij de gemeente middels het door de gemeente gehanteerde (digitale) formulier of registratiesysteem. De gemeente beschouwt de werkzaamheden als gereed wanneer: het tracé op een correcte wijze is aangelegd, hersteld en in opgeruimde staat is achtergelaten; foto’s van de werkzaamheden (digitaal) aangeleverd zijn; de eenheden inzake herstel sleufbedekking (digitaal) opgeleverd zijn2de lengte en breedte van de sleuf en/of montagegat(en), alsmede de aard (tegels, klinkers, berm, gesloten verharding, half verharding of anders) van de sleufbedekking die ten behoeve van de werkzaamheden is opengebroken.; Klachten van belanghebbenden moeten zo veel mogelijk afgehandeld of adequaat opgepakt zijn. Indien bij werkzaamheden van niet ingrijpende aard twee weken na uitvoering de eenheden inzake herstel sleufbedekking (straatwerk) nog niet in het door gemeente gehanteerde registratiesysteem ingevoerd zijn, zal gemeente dit zelf opvoeren tegen de maximale lengte van 25 meter en de bijbehorende tarieven hanteren. Zolang de (klad)revisiegegevens via het Kadaster - sectie KLIC nog niet beschikbaar zijn moet de netbeheerder desgevraagd deze gegevens verstrekken. In geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten mag het werk, als het niet anders kan, zonder de vereiste voorafgaande melding worden uitgevoerd. Wel moeten de activiteiten altijd telefonisch doorgegeven worden aan de gemeente. Buiten kantooruren is dit mogelijk via de piketdienst van de gemeente, via telefoonnummer 036-5484446 (zie artikel 1.1). Zodra de mogelijkheid zich voordoet, maar uiterlijk binnen een werkdag na aanvang, moeten de spoedeisende werkzaamheden via de reguliere weg bij de gemeente gemeld worden middels het door de gemeente gehanteerde (digitale) formulier of registratiesysteem. 4.3.Breekverbod Behoudens spoedeisende werkzaamheden is het tijdens een breekverbod tijdelijk niet toegestaan in de openbare ruimte werkzaamheden uit te voeren. De gemeente kan een breekverbod instellen bij weersomstandigheden waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden. Bijvoorbeeld bij vorst, maar ook bij wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel (dit betreft geen limitatieve opsomming). Onder andere breuk van vastgevroren bestratingsmateriaal en/of niet goed kunnen verdichten van de ondergrond wordt voorkomen door het instellen van het breekverbod. Tijdens alle door de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt enzovoort, inclusief de opbouw- en afbreekperiode) is het breekverbod op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan altijd van kracht. De grondroerder moet hiermee rekening houden in zijn planning. Na afloop van het evenement kan de grondroerder zijn werkzaamheden op de gebruikelijke wijze hervatten. De gemeente kan een breekverbod instellen voor beperking van overlast voor bijvoorbeeld openbaar vervoer en/of winkeliers. Tenzij er door alle belanghebbenden in onderling overleg afspraken gemaakt worden voor een praktische en acceptabele oplossing. Behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel geeft de gemeente in alle gevallen (op digitale wijze) aan wanneer het breekverbod van kracht is en de gemeente geeft minimaal een dag van tevoren aan wanneer het breekverbod weer is opgeheven. De grondroerder moet zich aan het breekverbod houden en de werkzaamheden mogen na beëindiging van het breekverbod pas weer worden hervat. 4.4.Instemming niet openbare netwerken 4.4.1.Algemeen De aanleg van een openbaar netwerk wordt standaard toegestaan in de openbare ruimte door de gemeente. De gemeente is op basis van de Telecommunicatiewet en de AVOI niet verplicht om ook de aanleg van niet openbaar netwerk toe te staan. Voorbeelden van niet openbare netwerken zijn warmtenetten en point-to-point (glasvezel)verbindingen of particuliere laadpalen. In het algemeen gaat de gemeente terughoudend om met het geven van toestemming voor de aanleg van niet openbare netwerken. Als echter de aanleg van een niet openbaar netwerk het algemeen belang dient, dan zal de gemeente hier in de meeste gevallen aan meewerken. Bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom de energietransitie kunnen aanleiding zijn om de aanleg van niet openbare netwerken toe te staan. Om een duidelijk kader aan te geven en om precedentwerking te voorkomen zijn voor het goedkeuren van aanvragen voor de aanleg van niet openbare netwerken criteria opgesteld die de gemeente daarbij hanteert. Indien de gemeente separaat aan die criteria nog nadere regels heeft opgesteld, gaan die nadere regels altijd boven de criteria zoals genoemd in artikel 4.4.2. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, kan de gemeente eveneens toestemming verlenen voor de aanleg van een niet openbaar netwerk, wanneer dit in bijzondere omstandigheden, in het algemeen (nationaal) belang, noodzakelijk blijkt te zijn. 4.4.2.Criteria Instemming voor de aanleg van niet openbare netwerken in de openbare ruimte wordt verleend, indien: dit nodig is om te voldoen aan beleid dat door de gemeente is vastgesteld; er sprake is van de aanleg van netwerken in een straat, wijk of stadsdeel (dit moet een logisch aaneengesloten gebied zijn) voor bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet en alle gebouweigenaren, huurders, utiliteitsgebouwen en bedrijven binnen het aanleggebied hebben de mogelijkheid om een aansluiting te krijgen op het netwerk. Naast bovengenoemde criteria moet de netbeheerder ook voldoen aan de onderstaande voorwaarden: de netbeheerder zorgt ervoor dat de kabel(
  3. s)en/of leiding(en), conform het bepaalde in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON), worden geregistreerd bij Kadaster sectie KLIC; de netbeheerder voldoet aan alle voorwaarden van het Handboek; de netbeheerder is verantwoordelijk voor de kabel en/of leiding; de netbeheerder zal de gemeente niet aansprakelijk stellen bij optredende schade aan de kabel en/of leiding, tenzij deze schade door de gemeente zelf veroorzaakt wordt; De netbeheerder (particulier of andere partij) moet in bezit zijn van KvK nummer. 5.ZORGVULDIGHEID, SCHADE, VERZEKERINGEN EN VEILIGHEID 5.1.Zorgvuldigheid Ongeacht de instemming- of vergunningverlening door de gemeente en/of goedkeuring door andere bevoegde instanties, is de netbeheerder tegenover de gemeente en/of derden verantwoordelijk voor een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. De grondroerder is tegenover de gemeente en/of derden aansprakelijk voor schade als gevolg van de uitvoering van het werk. Dit geldt ook voor werkzaamheden die op verzoek van of na aanwijzing van de gemeente uitgevoerd moeten worden. Bij gecombineerde kabel- en/of leidingaanleg draagt elk van de belanghebbende netbeheerders verantwoordelijkheid tegenover de gemeente. De coördinerende netbeheerder(
  4. s)is (zijn) daarvoor dan het aanspreekpunt voor de gemeente. De eventuele aansprakelijkheidsstelling voor schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. De gemeente kan geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor vorderingen van derden wegens schade, die het gevolg is van het uitvoeren van werkzaamheden van de grondroerder. De netbeheerder zal, al dan niet na een aanwijzing (tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen), de gemeente tijdig op de hoogte stellen van eventuele werkzaamheden in verband met een project van de gemeente. De gemeente en de netbeheerder zullen afspraken maken over de planning van de bedoelde werkzaamheden. Beide partijen zullen maximale inspanningen verrichten om de afgesproken planning te realiseren. Daarvoor zal de netbeheerder de instemmings-, vergunningen- en meldingsprocedure en de daarin gehanteerde termijnen in acht nemen, zodat de afgesproken planning van het project gehaald wordt en dat eventuele vertragingsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. 5.2.Schade en kosten 5.2.1.Algemeen De grondroerder zal alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat schade wordt toegebracht aan eigendommen van de gemeente of derden. Wordt desondanks schade aan eigendommen van de gemeente of derden (bijvoorbeeld: kabels en leidingen van andere netbeheerders, verkeersborden, eigendommen van particulieren, bodemverontreiniging tijdens het werk enzovoort) toegebracht dan moet de grondroerder dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 24 uur, schriftelijk doorgeven aan de toezichthouder k&l en/of aan betrokken derden. 5.2.2.Herstel van schade en vergoeding van kosten Voor de schade die ten gevolge van werkzaamheden ontstaat en/of de schade die aan andere eigendommen van de gemeente wordt toegebracht, moet de gemeente door of namens de netbeheerder gecompenseerd worden. De gemeente beslist zelf of zij de schade door of namens de netbeheerder laat herstellen of dat de marktconforme herstelkosten van de schade (inclusief eventuele kosten die de gemeente daarbij moet maken) door of namens de netbeheerder vergoed moeten worden. Bij voorzienbare schade ten gevolge van werkzaamheden is het uitgangspunt dat de situatie van de ondergrond, de verharding (inclusief bijzondere (sier)bestrating) en groenvoorzieningen teruggebracht moet worden in de oude staat. De gemeente accepteert geen vermindering van kwaliteit. De met de werkzaamheden verband houdende marktconforme herstel-, onderhouds-, degeneratie- en beheerkosten komen voor rekening van de netbeheerder. De voorwaarden, tarieven en onderhoudstermijnen zijn vastgelegd in de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen. Ook alle overige (extra) kosten die door de grondroerder (of de gemeente) gemaakt moeten worden vanwege werkzaamheden en/of een gevolg zijn van de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in de AVOI, het instemmingsbesluit of de vergunning en dit Handboek komen in principe voor rekening van de grondroerder c.q. de netbeheerder (zie ook artikel 3 van de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen). 5.2.3.Onderhoud kabels en/of leidingen en bovengrondse voorzieningen Bovengrondse voorzieningen die eigendom zijn van netbeheerders en zich bevinden in de openbare ruimte moeten door de netbeheerder onderhouden worden en voorzien zijn van een duidelijke opdruk met daarop eigenaar en storingsnummer benoemd. Aanstootgevende graffiti, leuzen, posters en dergelijke die aangebracht zijn op voornoemde bovengrondse voorzieningen moeten worden verwijderd. Verharding die door of vanwege de netbeheerder is aangebracht ten behoeve van de bereikbaarheid van bovengrondse voorzieningen moet door de netbeheerder onderhouden worden. Indien de verharding op enig moment niet meer voldoet aan de bij aanleg gestelde eisen moet deze worden hersteld. Markeringen die ten behoeve van de maatvoering van kabels en/of leidingen of ter aanduiding van kruisingen van watergangen (zinkers) worden aangebracht moeten op een deugdelijke wijze geplaatst en/of bevestigd worden en altijd goed zichtbaar te zijn. Indien de markeringen op enig moment niet meer voldoen aan de bij plaatsing gestelde eisen moeten deze worden hersteld of op initiatief van de netbeheerder worden verwijderd. Indien de hoogte van de deksel van een op maaiveldhoogte geplaatst distributie- en/of mutatiepunt door verzakking niet meer op hoogte ligt met het omringende maaiveld en daardoor niet meer voldoet aan de bij aanleg gestelde eisen moet dit worden hersteld. Herstel of verwijdering van de in het eerste lid genoemde aanstootgevende zaken moet op eerste aanzegging van de gemeente uitgevoerd worden binnen 24 uur. De in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel genoemde punten moeten op eerste aanzegging van de gemeente binnen vijf werkdagen uitgevoerd worden door of in opdracht van de netbeheerder, tenzij anders is overeengekomen met de toezichthouder k&l. De in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel genoemde gebreken is geen limitatieve opsomming. De genoemde termijn geldt voor elk door de toezichthouder k&l geconstateerd gebrek als gevolg van werkzaamheden en/of in situaties die niet meer voldoen aan de bij aanleg gestelde eisen. Kabels en/of leidingen (inclusief de aansluitingen), die meer dan 0,40 m ten opzichte van het uitgiftepeil zijn verzakt moeten worden gerezen (het verticaal omhoog brengen van kabels en/of leidingen zonder onderbreking). Die werkzaamheden moeten zoveel mogelijk gelijktijdig met een straatophoging worden uitgevoerd. De gemeente en de netbeheerders moeten hier gezamenlijk afspraken over maken. Gelet op de artikelen 6:174 en 6:175 van het Burgerlijk Wetboek, moet de netbeheerder ervoor zorgen dat de in de openbare ruimte aanwezige kabels en/of leidingen die in zijn eigendom en/of beheer zijn te allen tijde in een goede staat verkeren. 5.3.Risicodekking en Verzekeringen De grondroerder moet, door bijvoorbeeld het afsluiten van een (Construction All Risk of CAR) verzekering, de onderstaande risico’s voldoende afdekken: beschadiging, verlies of vernietiging van het werk, waaronder de voor het werk bestemde materialen; het risico van aansprakelijkheid voor schade aan goederen van derden, en de daaruit voortvloeiende gevolgschade, alsmede voor overlijden of lichamelijk letsel van personen, veroorzaakt door de uitvoering van het werk. De dekking (van de verzekering) loopt minstens vanaf de dag dat het werk start tot en met de dag van oplevering van de werkzaamheden. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel moeten de grondroerder en haar (onder)aannemers en/of ZZP’ers die bij de uitvoering van werkzaamheden betrokken zijn zorgdragen voor de verzekeringen tegen schade als gevolg van Wettelijke Aansprakelijkheid die voortvloeit uit het gebruik van aannemersmaterieel bij de uitvoering van het werk. Rij- of voertuigen die worden ingezet ten behoeve van de werkzaamheden en waarvoor een verzekeringsplicht krachtens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen (WAM) geldt, moeten overeenkomstig de voorschriften van de WAM, alsmede tegen het werkrisico verzekerd zijn. 5.4.Veiligheid en Calamiteiten Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld bij extreem lage of hoge gevoelstemperaturen mogen werknemers niet doorwerken). De voorschriften die op dit gebied van kracht zijn (zie: www.arboportaal.
  5. nl)moeten (digitaal) op het werk beschikbaar zijn en de betrokken werknemers moeten volledig geïnstrueerd worden. Ook moeten alle (onder)aannemers VCA gecertificeerd zijn. De grondroerder is verantwoordelijk voor de naleving hiervan. Indien vereist conform de VCA en de Arbowet moet voor de aanvang van de werkzaamheden een Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan (VG&M-plan) zijn opgesteld door de grondroerder. Wanneer er geen VG&M-plan wordt opgesteld door de grondroerder moet de grondroerder aan de gemeente voorafgaand aan de werkzaamheden onderbouwd aangeven waarom er geen VG&M-plan wordt opgesteld. In het VG&M-plan moet, indien van toepassing, minimaal het volgende zijn opgenomen: de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften; milieuvoorschriften; de wijze waarop de instructie en voorlichting van het personeel worden geregeld; de wijze waarop het toezicht is geregeld; de wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen respectievelijk beheerst; een risico-inventarisatie en -evaluatie met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden; de locaties waar bodemverontreiniging aanwezig is en de wijze waarop gewerkt moet worden op die afzonderlijke locaties (zie ook artikel 5.4.1 en artikel 8.8); specifieke veiligheids- en voorzorgsmaatregelen bij werkzaamheden op of in de nabijheid van eigendommen en installaties van derden; de wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen wordt geregeld; contactpersonen van lokale hulpdiensten en storingsdiensten van netbeheerders. Het bij de uitvoering van de werkzaamheden betrokken personeel moet op de hoogte zijn van de inhoud van het VG&M-plan en moet dit naleven. De gemeente kan de grondroerder in het kader van de veiligheid (en vanwege verkeerstechnische redenen, zie artikel 3.2, elfde lid) verplichten om buiten werktijden bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. Rondom het opslagterrein van de grondroerder is het plaatsen van bouwhekken altijd verplicht. De toezichthouder k&l kan vanuit de publieke taakstelling van de gemeente controleren of het werk veilig wordt uitgevoerd. De toezichthouder k&l is bevoegd om bij onveilige situaties correctieve maatregelen af te dwingen en/of de werkzaamheden stil te leggen. Dit geldt ook als er onveilige situaties aan een bestaand netwerk van een netbeheerder worden geconstateerd. Wanneer als gevolg van een storing in of toegebrachte schade aan een netwerk van een netbeheerder de (verkeers-)veiligheid en/of de volksgezondheid in gevaar komt is er sprake van een calamiteit. Calamiteiten moeten direct na signalering bij de technicus k&l of bij de toezichthouder k&l worden gemeld. Buiten kantoortijden contact opnemen met meldkamer Stadstoezicht via telefoonnummer 036-5484446. Storingen of schades aan gas- en stroomvoorzieningen moet de grondroerder melden bij het nationale nummer 0800-9009. Storingen of schades aan warmteleidingen dient de grondroerder te melden bij het storingsnummer 0800-0513. Storingen of schades aan kabels en/of leidingen van overige disciplines moeten gemeld worden bij de betreffende netbeheerders. Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat er hulpdiensten moeten worden ingeschakeld moet de grondroerder dit direct melden via telefoonnummer 0900-8844 en wegwerkzaamheden@brandweerflevoland.nl. Indien het noodzakelijk is dat, voor de (verkeers-)veiligheid en/of bescherming van de volksgezondheid, direct afzettingen worden geplaatst en/of (een deel van) de weg(-
  6. en)wordt afgesloten dan moet dit ook gemeld worden bij de OV-diensten via telefoonnummer 088-0331495 en bij de technicus k&l of bij de toezichthouder k&l. 5.4.1.Bodemverontreiniging Voor werkzaamheden in of met verontreinigde grond is de Wet bodembescherming (Wbb) of de opvolger daarvan onverkort van toepassing. De door het CROW uitgebrachte richtlijn “Werken in en met verontreinigde bodem” (publicatie 400) geldt ook. De grondroerder moet altijd werken volgens de meest recente versie van deze richtlijn. De initiatiefnemer van een project moet vooraf inventariseren (CROW-publicatie 400) of er zich verdachte locaties binnen het werkgebied bevinden. Onder andere via de websites www.bodemloket.nl (initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk) en www.rwsleefomgeving.nl (Rijkswaterstaat) is te achterhalen waar zich verontreinigde of verdachte locaties bevinden. Indien de grondroerder initiatiefnemer is kan hij voor de meest recente informatie en/of detailinformatie contact opnemen met de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). Behalve het onderzoek als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, zorgt de grondroerder er conform het bepaalde in artikel 5.4, eerste lid, voor dat de juiste noodzakelijke (beschermings-) maatregelen in acht worden genomen en legt daarvoor voorwaarden vast in een VG&M-plan. Indien de gemeente initiatiefnemer is zal zij die maatregelen nemen die noodzakelijk zijn vanwege wetgeving en eventueel aanvullende eisen die de gemeente zelf of het bevoegd gezag stelt in het kader van het betreffende project. De gemeente is niet gehouden te voldoen en geeft geen invulling aan kwaliteitseisen die netbeheerders zelf stellen ten aanzien van hun netstructuur in (voormalig) verontreinigde grond. 5.5.Peilen en hoofdafmetingen De grondroerder moet zelf door middel van eenvoudig meetwerk, zowel qua horizontale als verticale maatvoering, het tracé in detail uitzetten. De grondroerder is zelf verantwoordelijk voor de juiste uitvoering daarvan en de gemeente treedt slechts toetsend c.q. controlerend op. Het gewenste tijdstip moet door de grondroerder ten minste één week van tevoren aan de toezichthouder k&l kenbaar gemaakt worden. Bij de aanleg van kabels en/of leidingen in een nieuwbouwplan, waarbij (nog) geen woningen enzovoort aanwezig zijn om als vast punt voor maatvoering te dienen, zal de gemeente in overleg en op verzoek van grondroerder een aantal punten middels piketpaaltjes en/of krijtmarkeringen aangeven. Dit verzoek moet door de grondroerder ten minste twee weken van tevoren aan de toezichthouder k&l kenbaar gemaakt worden en alleen voor gronden die eigendom zijn van de gemeente. Bij werkzaamheden in particulier eigendom moet de grondroerder met betreffende grondeigenaar en/of projectontwikkelaar rechtstreeks afspraken maken, de gemeente is hierin geen partij. Het in stand houden (borgen/verklikken) van de eenmalig door de toezichthouder k&l aangegeven peilen en hoofdafmetingen valt onder de verantwoordelijkheid van de grondroerder. 5.6.Grondwaterstanden en bronbemaling Afwijkingen of veranderingen in de (door de gemeente) opgegeven grondwaterstanden geven de grondroerder geen recht op schadevergoeding of andere financiële tegemoetkomingen. Indien naar inzicht van de grondroerder bronbemaling noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren moet de grondroerder zelf zorgen voor de noodzakelijke vergunning. Voor het onttrekken van grondwater en voor lozing op het oppervlaktewater is in veel gevallen een watervergunning van het Waterschap Zuiderzeeland nodig. Indien bronneringswater op het gemeentelijke rioolstelsel moet worden geloosd, moet de grondroerder voor aanvang van de werkzaamheden daarvoor schriftelijk toestemming vragen bij de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). Bij het verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van te handhaven bomen of beplanting, moeten in het groeiseizoen eventueel beschermende maatregelen worden genomen voor de beplanting. De grondroerder moet in overleg met de toezichthouder k&l de beplanting water geven. Hiervoor moet schoon water worden gebruikt. Er mag geen bronneringswater of oppervlaktewater voor worden gebruikt. 6.HANDHAVING De in dit Handboek gestelde procedures, richtlijnen, voorwaarden, eisen en werkafspraken moeten altijd worden opgevolgd. Handhaving geschiedt op grond van Hoofdstuk 4 van de AVOI. Mondelinge of schriftelijke (ook per e-mail) aanwijzingen en geboden die door de vertegenwoordigers van de gemeente met betrekking tot de inhoud van dit Handboek of de AVOI worden gegeven moeten onverwijld opgevolgd worden. Indien de gemaakte afspraken worden genegeerd kan de gemeente de uitvoerende partij een (schriftelijke) waarschuwing geven. Zo nodig wordt het werk tijdelijk stilgelegd zonder dat aanspraak op schadevergoeding mogelijk is. Werkzaamheden die tijdelijk zijn stilgelegd mogen, op aanwijzing van de toezichthouder k&l, pas weer worden hervat als de reden van stillegging is opgeheven. Indien blijkt dat werknemers van de grondroerder en/of haar (onder)aannemers zich niet houden aan de gemaakte afspraken of zij zich op de werkvloer onbehoorlijk en/of overlast gevend gedragen, dat er zich tijdens de uitvoering onregelmatigheden voordoen of dat de werkzaamheden niet naar behoren worden uitgevoerd, kan de gemeente handhavend optreden in het kader van openbare orde, veiligheid of het voorkomen van overlast. Binnen de gemeente wordt gewerkt met een escalatie proces grondroering (zie Hoofdstuk 12, bijlage 9) De grondroerder houdt zelf toezicht op alle werkzaamheden van de (onder)aannemer(
  7. s)en voert de nodige controles en steekproeven uit. Namens de gemeente ziet de toezichthouder k&l erop toe dat de voorschriften uit het instemmingsbesluit of de vergunning, de AVOI, het Handboek en de Schaderegeling ingravingen worden nageleefd. De toezichthouder k&l controleert onder andere op: de aanwezigheid van een afschrift en/of een digitale versie van het instemmingsbesluit of de vergunning (inclusief de door de gemeente goedgekeurde tekeningen) c.q. de meldingsgegevens op het werk; de naleving van de instemmings- of vergunningsvoorwaarden; de juiste ondergrondse ordening, waarvoor de geldige KLIC gegevens inzichtelijk moeten zijn op het werk; of de werkzaamheden (met betrekking tot spoedeisend werk) zijn gemeld bij de gemeente; de naleving van een opgelegd breekverbod; het voldoende schouwen van het te volgen tracé; het nakomen van afspraken met belanghebbenden, hulpdiensten en dergelijke; de bereikbaarheid van de woon/werkomgeving; de kwaliteit van de verdichting van de sleuf; de kwaliteit van het herstel van de sleufbedekking; zorgvuldigheid (van de voorzorgsmaatregelen) bij werken nabij en de kwaliteit van het herstel van groenvoorzieningen; de veiligheidsmaatregelen; correcte wegafzetting conform CROW-uitgaven 96b (en/of 96a). DEEL B: (TECHNISCHE) EISEN / VOORSCHRIFTEN 7.RICHTLIJNEN TEN BEHOEVE VAN DE (TRACÉ)ENGINEERING EN ONDERGRONDSE ORDENING 7.1.Tracé-inspectie t.b.v. de aanleg van kabels en/of leidingen De grondroerder moet het beoogde tracé waarop de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd moeten gaan worden vooraf inspecteren en moet onderzoeken of de werkzaamheden (verkeers-)technisch uitvoerbaar zijn ten aanzien van de aanwezige wegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, spoorwegen, metro- en trambanen, (waterkerende) dijken, overige kabels en/of leidingen, bomen, wegmeubilair, taluds en gebouwen. De grondroerder moet bij de aanvraag van het instemmingsbesluit of de vergunning de gemeente ervan overtuigen (bijvoorbeeld met een dwarsprofiel met daarin aangegeven de bestaande kabels en/of leidingen en het gewenste ruimtebeslag voor de aanleg van de nieuwe kabels en/of leidingen) dat er voldoende ruimte is voor de juiste ondergrondse ordening. Om er zeker van te zijn dat er voldoende ruimte is in de ondergrond voor de aanleg van kabels en/of leidingen is het raadzaam dat de grondroerder al in de engineeringsfase inventariseert welke overige netbeheerders belangen hebben in het beoogde tracé. Indien nodig en zinvol kunnen die overige netbeheerders dan in een vroegtijdig stadium geïnformeerd worden over de voorgenomen werkzaamheden en er kan onderzoek gedaan worden naar de aard en ligging van betreffende kabels en/of leidingen van de overige netbeheerders. Daartoe kan de grondroerder bijvoorbeeld een oriëntatieverzoek doen bij het Kadaster- sectie KLIC en/of proefsleuven maken. De grondroerder en de overige netbeheerders kunnen zo nodig in overleg treden om nadere afspraken te maken over bijvoorbeeld de ongestoorde ligging van ieders kabels en/of leidingen. De grondroerder moet zelf inventariseren of er, behalve het instemmingsbesluit of de vergunning, voor bepaalde uit te voeren activiteiten een (omgevings)vergunning of andersoortige toestemmingen noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor werkzaamheden in een gebied met landschappelijke of cultuurhistorische waarde (al dan niet met nadere voorschriften in het kader van de bescherming van monumentale of archeologische waarden), het kappen van bomen, het oprichten/plaatsen van bovengrondse voorzieningen, bouwketen of portakabins, materiaalcontainers, parkeren van voertuigen enzovoort. Ook moet de grondroerder alle voor het werk benodigde vergunningen, ontheffingen enzovoort die noodzakelijk zijn vanuit de Algemene plaatselijke verordening (APV) en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) of de opvolger daarvan aanvragen. Indien de werkzaamheden de aanleg van een bodemenergiesysteem betreffen, moet de grondroerder eerst de hiervoor benodigde vergunning(
  8. en)regelen die de aanleg van een dergelijk systeem toestaan. Daarna is ook op basis van de AVOI nog steeds een vergunning vereist voor het mogen uitvoeren van de werkzaamheden in de openbare gronden van de gemeente. De aanvraag tot het plaatsen van een bovengrondse voorziening start met het indienen van de aanvraag voor een instemming of vergunning op basis van de AVOI. In verband met het afstemmen en overeenkomen van de locatie voor de bovengrondse voorziening moet de grondroerder een vooroverleg aangaan met de gemeente. 7.2.Ondergrondse ordening bij de aanleg van kabels en/of leidingen Bij de inrichting van de ondergrond moeten de belangen van diverse belanghebbenden en disciplines gewaarborgd worden. Op basis van de uitgangspunten zoals bepaald in artikel 7.2.1 tot en met 7.2.4 wordt door de gemeente en de netbeheerders in overleg een tracé en een dwarsprofiel opgesteld. In Hoofdstuk 12, bijlage 2 en 3 zijn dwarsprofielen opgenomen ten behoeve van nieuwbouwplannen. Deze beknopte uitgangspunten zijn gebaseerd op de NEN 7171-1 en de NPR-7171. Indien de uitgangspunten niet voldoen, dan wordt de volledige procedure van de NEN 7171-1 en NPR-7171 gevolgd. Bij uitbreidingsplannen moet in de ontwikkelingsfase door gemeente en netbeheerders bepaald worden welke netten aangelegd worden of in de toekomst voorzien worden. Bij bestaande wijken moet bij werkzaamheden aan de boven en/of ondergrond bepaald worden of dit een natuurlijk moment is om de ondergrondse ordening aan te passen. De netbeheerders moeten aan gemeente aangeven en onderbouwen of alle netten die in de ondergrond liggen nog in gebruik zijn. Indien dit niet het geval is dan moet afgewogen worden of deze nog hergebruikt gaan worden en heeft de netbeheerder expliciete toestemming nodig van gemeente om een net te laten liggen. Eventuele vrijgekomen ruimte moet of beschikbaar blijven of toegewezen worden aan nieuw aan te leggen netten. Er is overleg nodig tussen de gemeente en netbeheerders om de ondergrondse ordening af te stemmen. Indien een net met gevaarlijke inhoud (WIBON) wordt aangelegd moet per leiding bepaald worden wat de specifieke eisen zijn en hiermee moet rekening gehouden worden bij de tracébepaling. 7.2.1.Uitgangspunten tracébepaling Bij de tracébepaling wordt voor alle disciplines ruimte gereserveerd. Bij de tracébepaling moet tevens rekening gehouden worden met de uitvoerbaarheid van de eisen die gesteld worden in dit Handboek. Kabels en/of leidingen mogen niet binnen het ontgravingsprofiel van andere kabels en/of leidingen aangelegd worden. Het ontgravingsprofiel van het riool is bekend bij de rioolbeheerder van de gemeente. Indien er onvoldoende ruimte is voor de aan te leggen kabels en/of leidingen, dan is overleg met alle netbeheerders, de grondeigenaar en de gemeente nodig. Mogelijke maatregelen zijn: reserveren van meer ruimte voor tracé; bundelen/stapelen van kabels voor telecommunicatie (inclusief CAI); het boven elkaar leggen van elektriciteitskabels; retour en afvoerleiding van warmtenetten dichter bij elkaar leggen; de onderlinge afstand van kabels en/of leidingen verkleinen; enkelzijdige aanleg van kabels en/of leidingen, waardoor beide kanten van de weg voor verschillende kabels en/of leidingen benut kan worden; het leggen van kabels en/of leidingen in kabelgoten of leidingtunnels; volgorde van kabels en/of leidingen aanpassen. 7.2.2.Uitgangspunten horizontale ligging Het kabel- en leidingentracé wordt in het algemeen en bij voorkeur in het trottoir gesitueerd, tenzij -na een wederzijdse belangenafweging- anders wordt overeengekomen met de technicus k&l. In het kabel- en leidingentracé staan geen bomen of andere obstakels. In het overige deel van de openbare weg wordt de riolering gesitueerd. Primaire (hoogste orde) kabels- en leidingen, zoals transportleidingen voor (hogedruk) gas, een warmtenet, water en hoogspanningskabels moeten in een leidingenstraat gesitueerd worden. Een leidingenstraat is obstakelvrij (geen opstallen), er staan geen bomen of diepwortelende beplanting, er is geen gesloten verharding aanwezig, heeft een milieuvriendelijke inrichting en is behalve voor fietsers en wandelaars verboden voor alle verkeer met uitzondering van bestemmingsverkeer. In Hoofdstuk 12, bijlage 7 zijn richtlijnen opgenomen. Binnen het kabel- en leidingentracé worden de kabels en/of leidingen qua horizontale maatvoering, waar mogelijk, volgens een vaste volgorde ten opzichte van elkaar ingedeeld. Daarbij wordt er rekening mee gehouden dat de afstand tussen leidingen en kabels ten minste 0,50 m bedraagt. De horizontale indeling is weergegeven in het schema Ruimtebeslag kabels en leidingen, zie Hoofdstuk 12, bijlage 1. De minimale afstand tussen het kabel- en leidingentracé en de perceelgrens en het rioleringsstelsel is weergegeven in het schema Ruimtebeslag (Hoofdstuk 12, bijlage 1). In bermen langs wegen moet de afstand van de ligging van de kabels en/of leidingen tot aan de verharding ten minste gelijk zijn aan de diepteligging ervan, tenzij anders overeengekomen wordt met de technicus k&l. Distributie- en/of mutatiepunten mogen niet aangebracht worden in kabel- en leidingentracés, rijbanen, parkeerplaatsen, uitwegen, op kruisingen, ter plaatse van de in- en uitritten van percelen, binnen een afstand van 3,00 m vanaf bomen en (tenzij het vanwege netwerk technische redenen niet anders kan) in kabel- en leidingtracés. De distributie- en/of mutatiepunten dienen bij voorkeur geplaatst te worden in voetpaden, bermen of groenvoorzieningen. Bij de bepaling van het tracé moet rekening gehouden worden met bestaande bovengrondse voorzieningen, bomen of andere groenvoorzieningen. Voor bestaande bomen wordt de afstand tu

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.