Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant van 7 november 2025 in verband met het vaststellen van de legestarieven ter zake van het verstrekken van provinciale diensten voor het jaar 2026 (Verordening leges Noord-Brabant 2026)Provinciale Staten van Noord-Brabant, Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 30 september 2025, nr. 15/25 A; Gelet op de artikelen 105, 143, 145 en 220 van de Provinciewet; Overwegende dat Provinciale Staten op basis van artikel 223, eerste lid, onder b, van de Provinciewet rechten kunnen heffen ter zake van het genot van door of vanwege het provinciebestuur verstrekte diensten; Overwegende dat Provinciale Staten daartoe op 12 november 2021 de Legesverordening Noord-Brabant 2022 hebben vastgesteld, die op 1 januari 2024, gelijktijdig met de Omgevingswet, in werking is getreden; Overwegende dat Provinciale Staten een nieuwe verordening wensen vast te stellen voor het belastingjaar 2026 en voor toekomstige jaren steeds jaarlijks een nieuwe verordening wensen vast te stellen, teneinde meer duidelijkheid te bieden op welk belastingjaar de verordening betrekking heeft; Besluiten vast te stellen de volgende verordening: Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: leges: rechten als bedoeld in artikel 223, eerste lid, onder b, van de Provinciewet; tarieventabel: tarieventabel opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening. Artikel2Belastingplichtig Leges worden geheven van degene: op wiens aanvraag een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verricht; ten behoeve van wie een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verricht. Artikel3Voorwerp van de belasting 1.Leges worden geheven ter zake van de categorieën opgenomen in de tarieventabel. 2.Als het tarief of het verschuldigde bedrag is gebaseerd op een kostenbegroting als bedoeld in categorie 2.9.1 Projectbesluit voor een energieproject van de tarieventabel, wordt door Gedeputeerde Staten: een voorlopige kostenbegroting opgesteld overeenkomstig de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelkostenbegroting; de voorlopige kostenbegroting aan de belastingplichtige verstrekt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag; en de aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de voorlopige kostenbegroting aan de belastingplichtige is verstrekt, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel4Belastbaar feit Leges zijn verschuldigd voor het aanvragen van een dienst als bedoeld in artikel 223, eerste lid, onder b, van de Provinciewet. Artikel5Heffingsmaatstaf en tarieven Leges worden geheven naar de heffingsmaatstaven en de tarieven, opgenomen in de tarieventabel. Artikel6Tijdstip ingang heffing Leges zijn verschuldigd vanaf het moment van indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 4. Artikel7Heffingswijze 1.Leges worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. 2.Als het tarief of het verschuldigde bedrag is gebaseerd op een kostenbegroting als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid, met een betalingstermijn van 30 dagen, verzonden: na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c, voor de kosten tot en met de beslissing over de redelijkerwijs in ogenschouw te nemen mogelijke oplossingen als bedoeld in artikel 5.48, derde lid, van de Omgevingswet of de voorkeursbeslissing bedoeld in artikel 5.49 van de Omgevingswet; en na de beslissing, bedoeld onder a, voor de resterende kosten. 3.Indien de aanvraag door de belastingplichtige wordt ingetrokken binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c, heeft de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, onder a, enkel betrekking op de leges geheven als gevolg van het bepaalde in categorie 2.9.1 Projectbesluit voor een energieproject, onderdeel 2, onder a, van de tarieventabel. Artikel8Wijze bekendmaking heffing Kennisgeving van het gevorderde legesbedrag vindt plaats door middel van toezending van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7, aan de belastingplichtige. Artikel9Vrijstelling Geen leges worden geheven voor categorie 1.3 Drukwerken en dergelijke van de tarieventabel, indien en voor zover de in rekening te brengen vergoeding minder bedraagt dan € 100,-. Artikel10Vermindering of teruggaaf 1.De leges worden ambtshalve of op aanvraag van de belastingplichtige verminderd of teruggegeven, indien de aanvraag om een vergunning, ontheffing, toestemming, vrijstelling of andere beschikking waarvoor leges worden geheven op grond van deze verordening: ingevolge artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet in behandeling wordt genomen; door de belastingplichtige ingetrokken wordt voordat op de aanvraag is beschikt; wordt afgewezen of geweigerd. 2.De hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt: 50% van het basistarief voor een aanvraag, indien sprake is van een basistarief, plus 100% van alle toeslagen en verhogingen; 50% van het volledige tarief voor een aanvraag, indien er geen sprake is van een basistarief. 3.De hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt: 75% van de geheven leges, indien intrekking geschiedt door de belastingplichtige; 100% van de geheven leges, indien intrekking geschiedt op verzoek van Gedeputeerde Staten. 4.De hoogte van de teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, onder c, bedraagt 50% van de geheven leges. 5.In aanvulling op het eerste lid, vindt ambtshalve teruggaaf plaats van het verschil in leges, geheven als gevolg van het bepaalde in categorie 2.9.1 Projectbesluit voor een energieproject van de tarieventabel, indien de definitieve kostenbegroting meer dan 5% lager is dan het geheven bedrag op basis van de voorlopige kostenbegroting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a. Artikel11Afwijking vermindering of teruggaaf 1.In afwijking van artikel 10, eerste lid, vindt geen teruggaaf plaats als leges zijn geheven als gevolg van het bepaalde in de tarieventabel in: paragraaf 2.2 Omgevingsplanactiviteiten, bouwactiviteiten en rijksmonumentenactiviteiten van de tarieventabel; paragraaf 2.3 Milieubelastende activiteiten van de tarieventabel; categorie 2.6.4 Tegemoetkoming faunaschade van de tarieventabel, indien er al een taxatie van de schade heeft plaatsgevonden. 2.In afwijking van artikel 10, eerste lid, vindt ambtshalve volledige teruggaaf van leges, geheven als gevolg van het bepaalde in categorie 2.6.4 Tegemoetkoming faunaschade van de tarieventabel, plaats in het geval de schade is aangericht: door een wolf; in een ganzenrustgebied gedurende de periode dat de schadeveroorzakende diersoort niet mag worden verontrust of gedood. Artikel12Kwijtschelding Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990. Artikel13Hardheidsclausule Door Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing worden gelaten of kan daarvan worden afgeweken, voor zover toepassing gelet op het belang van het doel van deze verordening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel14Evaluatie Gedeputeerde Staten zenden jaarlijks aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze verordening in de praktijk. Artikel15Overgangsrecht Op aanvragen ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening blijft de Legesverordening Noord-Brabant 2022, zoals die luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing Artikel16Intrekking De Legesverordening Noord-Brabant 2022 wordt ingetrokken. Artikel17Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Artikel18Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leges Noord-Brabant 2026. ’s-Hertogenbosch, 7 november 2025Provinciale Staten voornoemd,de voorzitter,mr. I.R. Ademade griffier,drs. G.J.P. van Soest Bijlage1behorende bij artikel 1 van de Verordening leges Noord-Brabant 2026 Tarieventabel HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Algemeen bestuur 1.1 Diverse beschikkingen 1. Een beschikking van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning op een aanvraag om een vergunning, ontheffing, toestemming, vrijstelling of andere beschikking, voor zover in deze tarieventabel niet uitdrukkelijk genoemd: € 34,- 2. In geval toepassing wordt gegeven aan artikel 4:7 of 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt op het onder 1 genoemde tarief een toeslag in rekening gebracht van: € 34,- 3. In geval toepassing wordt gegeven aan afdeling 3:4 of 3:5 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt op het onder 1 genoemde tarief een toeslag in rekening gebracht van: € 227,- 1.2 Gedoogbeschikkingen Voor het verstrekken van een gedoogbeschikking op aanvraag wordt geheven: a. indien er sprake is van een basistarief, 100% van het basistarief voor een aanvraag; b. indien er geen sprake is van een basistarief, 50% van het volledige tarief voor een aanvraag. 1.3 Drukwerken en dergelijke De leges bedragen voor: a. één of meer op aanvraag gedrukte, gefotokopieerde of op andere wijze gereproduceerde exemplaren van een bij een provinciaal bestuursorgaan berustend document, voor zover niet vermeld onder b t/m e, per geheel of gedeeltelijk gedrukte bladzijde: € 0,15 b. gedrukte kaarten of tekeningen, per kaart of tekening: 1°. één kleur: € 2,50 2°.meer kleuren: € 4,50 c. de afgifte van een fase-diagram van twee conflicterende richtingen van een verkeersregelinstallatie: € 105,- d. de afgifte van een bij het diagram, bedoeld onder c, behorende situatietekening: € 37,- e. het verstrekken van kopieën van documenten op grond van de Wet open overheid: de tarieven conform hetgeen is opgenomen in het Besluit maximumtarieven open overheid. HOOFDSTUK 2 OMGEVINGSRECHT Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen 2.1.1 Begripsbepalingen 1. Tenzij in deze verordening of deze tarieventabel anders is bepaald, zijn op dit hoofdstuk de begripsbepalingen van toepassing die zijn opgenomen in: a. de bijlage, bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet; b. bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving; c. bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; e. bijlage I bij het Omgevingsbesluit; f. artikel 1.1 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; g. de bijlage bij het omgevingsplan. 2. Tenzij in deze verordening of deze tarieventabel anders is bepaald, hebben de in dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste onderdeel bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. 3. In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan: a. het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen; of b. voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen; of c. indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen. 4. In dit hoofdstuk wordt onder een energieproject verstaan: a. projecten die betrekking hebben op een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie of zonne-energie; b. projecten met betrekking tot de aanleg van een transmissiesysteem of distributiesysteem voor elektriciteit, gas of andere vloeistoffen of gassen; c. projecten met betrekking tot de opslag van elektriciteit, gas of andere vloeistoffen of gassen. Paragraaf 2.2 Omgevingsplanactiviteiten, bouwactiviteiten en rijksmonumentenactiviteiten 2.2.1 Omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk (ruimtelijk deel) Een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, voor een omgevingsplanactiviteit die alleen betrekking heeft op een bouwwerk: € 826,- 2.2.2 Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel of combinatie) 1. Een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, voor een bouwactiviteit of een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk gecombineerd met een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet voor een bouwactiviteit: a. indien de bouwkosten niet meer bedragen dan € 20.000, -: € 2.651,- b. indien de bouwkosten meer bedragen dan € 20.000,-, doch niet meer dan € 50.000,-: € 3.374,- 1) 1) verhoogd met 1,920% van de bouwkosten minus € 20.000,-; c. indien de bouwkosten meer bedragen dan € 50.000,-, doch niet meer dan € 100.000,-: € 4.097,- 2) 2) verhoogd met 4,222% van de bouwkosten minus € 50.000,-; d. indien de bouwkosten meer bedragen dan € 100.000,-, doch niet meer dan € 400.000,-: € 6.748,- 3) 3) verhoogd met 1,631% van de bouwkosten minus € 100.000,-; e. indien de bouwkosten meer bedragen dan € 400.000,-, doch niet meer dan € 1.000.000,-: € 12.894,- 4) 4) verhoogd met 1,727 % van de bouwkosten minus € 400.000,-; f. indien de bouwkosten meer bedragen dan € 1.000.000,-, doch niet meer dan € 5.000.000,-: € 25.908,- 5) 5) verhoogd met 0,444% van de bouwkosten minus € 1.000.000,-; g. indien de bouwkosten meer bedragen dan € 5.000.000,-, doch niet meer dan € 25.000.000,-: € 48.201,- 6) 6) verhoogd met 0,134% van de bouwkosten minus € 5.000.000,-; h. indien de bouwkosten meer bedragen dan € 25.000.000,-: € 81.942,- 7) 7) verhoogd met 0,150% van de bouwkosten minus € 25.000.000,- met een maximum van € 75.000,-: 2. Beoordeling bodemrapport Het tarief, in het eerste onderdeel, wordt, indien de aanvraag krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld indien: a. een milieukundig bodemrapport wordt beoordeeld, verhoogd met: € 241,- b. een archeologisch bodemrapport wordt beoordeeld, verhoogd met: € 241,- 3. Beoordeling advies agrarische adviescommissie Het tarief, in het eerste onderdeel, wordt, indien de aanvraag krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld indien een advies van de agrarische adviescommissie wordt beoordeeld, verhoogd met: € 747,- 4. Toetsing ontheffing in het kader van een exploitatieplan € 482,- 2.2.3 Gebruik gronden Een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, tot het gebruiken van gronden in strijd met: a. een omgevingsplan als bedoeld in artikel 5.21, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: € 723,- b. de regels, bedoeld in artikel 4.15, tweede lid, van de Omgevingswet, gesteld bij de in het eerste lid van dat artikel genoemde omgevingsverordening: € 723,- c. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.14 van de Omgevingswet: € 723,- d. een omgevingsplan indien de omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit voor een bepaalde termijn als bedoeld in de artikelen 5.36 en 5.36a van de Omgevingswet: € 723,- 2.2.4 Gebruik bouwwerken Een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, tot het gebruiken van bouwwerken in strijd met: a. een omgevingsplan als bedoeld in artikel 5.21, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: € 723,- b. de regels, bedoeld in artikel 4.15, tweede lid, van de Omgevingswet, gesteld bij de Omgevingsverordening Noord-Brabant: € 723,- c. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.14 van de Omgevingswet: € 723,- d. een omgevingsplan indien de omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit voor een bepaalde termijn als bedoeld in de artikelen 5.36 en 5.36a van de Omgevingswet: € 723,- 2.2.5 Rijksmonumentenactiviteit/beschermd stads- of dorpsgezicht Een omgevingsvergunning als bedoeld in: a. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet voor een rijksmonumentenactiviteit: € 3.769,- b. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht: € 1.928,- c. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een krachtens provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument, of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken daarvan op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht: € 3.769,- d. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor het slopen van een bouwwerk dat krachtens provinciale of gemeentelijke verordening is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht: € 1.928,- 2.2.6 Slopen van een bouwwerk Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een omgevingsplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, dan wel voor het slopen van een bouwwerk voor zover daarvoor krachtens de Omgevingsverordening Noord-Brabant een omgevingsvergunning is vereist: € 1.928,- 2.2.7 Kappen Een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor het vellen of doen vellen van een houtopstand: € 603,- 2.2.8 Handelsreclame Een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in: a. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats: € 723,- b. artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor het als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat op of aan die onroerende zaak handelsreclame wordt gemaakt of gevoerd met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats: € 723,- 2.2.9 Activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (Natura 2000-activiteiten) 1. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in combinatie met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet: € 3.136,- 2. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, niet zijnde een milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in combinatie met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet: € 3.136,- 3. Een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, niet zijnde een milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in combinatie met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet: € 3.136,- 2.2.10 Activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving (flora- en fauna-activiteiten) 1. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in combinatie met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet: € 6.197,- 2. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, niet zijnde een milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in combinatie met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet: € 6.197,- 2.2.11 Geringe wijziging Wijziging van een omgevingsvergunning als bedoeld in deze paragraaf die al is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: 5 % van de leges die verschuldigd zijn voor het in behandeling nemen van de onderliggende vergunning waarop de te wijzigen aanvraag ziet met een minimum van € 330,- 2.2.12 Gelijkwaardige maatregel bij bouwactiviteiten 1. Bij een aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet indien deze betrekking heeft op een bouwactiviteit: € 2.202,- 2. Het tarief behorend bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop de gelijkwaardige maatregel betrekking heeft onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 2.2.13 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 1.101,- Paragraaf 2.3 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.3.1 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen 2.3.1 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten genoemd in afdeling 3.2, met uitzondering van paragraaf 3.2.6, van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief a. voor één milieubelastende activiteit: € 4.129,- b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten: € 7.570,- c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten: € 10.322,- Paragraaf 2.3.2 Complexe milieubelastende activiteiten 2.3.2 Seveso-inrichting (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.1 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het basistarief, voor het exploiteren van een Seveso-inrichting: € 27.527,- a. vermeerderd met een toeslag voor een hoge drempel-inrichting, als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving van: € 6.882,- b. vermeerderd met een toeslag voor een combinatie van een activiteit vallend onder de aanhef of onderdeel a met een ippc-installatie die niet in afdeling 3.3 Bal genoemd van: € 6.882,- 2.3.3 Grootschalige energieopwekking (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het stoken, bedoeld in categorie 1.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: a. bij een nominaal thermisch vermogen van minder dan 300MW: € 20.645,- b. bij een nominaal thermisch vermogen van 300MW of meer: € 48.171,- 2.3.4 Raffinaderij (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.3 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het raffineren van aardolie en gas, bedoeld in categorie 1.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: a. bij een verwerkingscapaciteit van minder dan 2 miljoen ton per jaar: € 34.408,- b. bij een verwerkingscapaciteit van 2 miljoen ton per jaar of meer: € 41.290,- 2.3.5 Maken van cokes (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cokes, bedoeld in categorie 1.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408,- 2.3.6 Vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen, bedoeld in categorie 1.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- b. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen: € 34.408,- c. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het briketteren of walsen van steenkool of bruinkool: € 27.527,- d. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van steenkoolproducten of vaste rookvrije brandstof: € 27.527,- 2.3.7 Basismetaal (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het roosten of sinteren van ertsen, bedoeld in categorie 2.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 48.171,- b. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van ijzer of staal, bedoeld in categorie 2.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 48.171,- c. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van ijzer of staal: € 34.408,- d. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwerken van ferrometalen door warmwalsen, smeden met hamers of het aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal, bedoeld in categorie 2.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408.- e. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het smelten of gieten van ferrometalen, bedoeld in categorie 2.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408.- f. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het smelten of gieten van ferrometalen: € 27.527,- g. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het winnen van ruwe non-ferrometalen uit erts, concentraat of secundaire grondstoffen, het smelten, met inbegrip van het legeren, en het gieten van non-ferrometalen, bedoeld in categorie 2.5 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408,- 2.3.8 Complexe minerale industrie (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk en magnesiumoxide, bedoeld in categorie 3.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- b. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk en magnesiumoxide: € 34.408,- c. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het winnen van asbest of het maken van asbestproducten, bedoeld in categorie 3.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- d. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels, bedoeld in categorie 3.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- e. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels: € 34.408,- f. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het smelten van minerale stoffen, en het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles, bedoeld in categorie 3.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- g. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het smelten van minerale stoffen, en het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles: € 34.408,- h. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van koolstof of elektrografiet door verbranding of grafitisering, bedoeld in categorie 6.8 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- 2.3.9 Basischemie (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van organisch-chemische producten, bedoeld in categorie 4.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- b. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van anorganisch-chemische producten, bedoeld in categorie 4.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- c. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van fosfaathoudende, stikstofhoudende of kaliumhoudende meststoffen, bedoeld in categorie 4.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- d. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van producten voor gewasbescherming of van biociden, bedoeld in categorie 4.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- e. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van farmaceutische producten, bedoeld in categorie 4.5 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- f. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van explosieven, bedoeld in categorie 4.6 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- 2.3.10 Complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierpulp, papier, karton, of oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout, bedoeld in categorie 6.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408,- b. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het voorbehandelen of het verven van textielvezels of textiel, bedoeld in categorie 6.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 48.171,- 2.3.11 Afvalbeheer ippc-installaties (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.10 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.1 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 41.290,- b. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen en/of nuttig toepassen van ongevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.3 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408,- c. 1°. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.5 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408,- 2°. indien de in dit artikel bedoelde activiteit onder c 1°. is gecombineerd met de milieubelastende activiteit milieustraat, bedoeld in paragraaf 3.5.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving: € 20.645,- d. het exploiteren van een ippc-installatie voor het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.6 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408,- 2.3.12 Kadavers of dierlijk afval (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.11 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, voor het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers of dierlijk afval, bedoeld in categorie 6.5 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 34.408,- 2.3.13 Stortplaats of winningsafvalvoorziening (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.12 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in categorie 5.4 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 27.527,- b. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen op een stortplaats: € 20.645,- c. voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening: € 20.645,- 2.3.14 Verbranden van afvalstoffen in een ippc-installatie (afdeling 3.3 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in de paragraaf 3.3.13 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie als bedoeld in categorie 5.2 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies: € 48.171,- 2.3.15 Grootschalige mestverwerking (afdeling 3.3. Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten in de categorie complexe bedrijven als bedoeld in paragraaf 3.3.14 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van meer dan 25.000 m3 dierlijke meststoffen per jaar op een andere locatie dan de locatie van productie: € 27.527,- Paragraaf 2.3.3 Nutssector en industrie 2.3.16 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten genoemd in afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 4.129,- b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten: € 7.570,- c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten: € 10.322,- Paragraaf 2.3.4 Afvalbeheer 2.3.17 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten genoemd in afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 4.129,- b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten: € 7.570,- c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten: € 10.322,- Paragraaf 2.3.5 Agrarische sector 2.3.18 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten genoemd in afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 4.129,- b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten: € 7.570,- c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten: € 10.322,- Paragraaf 2.3.6 Dienstverlening, onderwijs en zorg 2.3.19 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten genoemd in afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit: € 4.129,- Paragraaf 2.3.7 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan 2.3.20 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit activiteiten genoemd in afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 4.129,- b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten: € 7.570,- c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten: € 10.322,- Paragraaf 2.3.8 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten 2.3.21 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op één of meerdere omgevingsplanactiviteiten bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief: € 2.753,- Paragraaf 2.3.9 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 2.3.22 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1. Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift krachtens artikel 4.5 van de Omgevingswet bedraagt het tarief bij: a. maatwerkvoorschrift(-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.