Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen met regels over de omgang met niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog1Inleiding: waarom beleidsregels voor NGE? In de Tweede Wereldoorlog hebben verschillende gevechtshandelingen in onze gemeente plaatsgevonden. Een deel van de hierbij gebruikte munitie is niet ontploft en mogelijk in de bodem achtergebleven. In de afgelopen decennia zijn bij grondroerende werkzaamheden met enige regelmaat Niet Gesprongen Explosieven (NGE) aangetroffen. Landelijk wordt in plaats van “Niet Gesprongen Explosieven” ook de term “Ontplofbare Oorlogsresten” gebruikt. Gezien het ingeburgerde karakter van “Niet Gesprongen Explosieven” in onze gemeente kiezen wij er omwille van de herkenbaarheid voor om deze omschrijving te blijven gebruiken. Recent heeft de gemeente Heerlen een historisch vooronder-zoek NGE met risicokaart laten opstellen waaruit blijkt dat delen van de gemeente verdacht zijn op de aanwezigheid van NGE. Voorafgaand aan de uitvoering van grondroerende werkzaamheden moet er inzicht zijn in de aanwezigheid van NGE in de bodem. Zonder NGE-beleidsregels met NGE-risicokaart moet voor elk afzonderlijk project een historisch vooronderzoek (HVO) voor NGE en projectgebonden risicoanalyse (PRA) worden uitgevoerd. Aan de hand van een NGE-risicokaart en NGE-beleidsregels kan de gemeente een uniforme werkwijze aanhouden voor het omgaan met NGE bij ieder project. Hiermee wordt op een kosteneffectieve manier invulling gegeven aan dit veiligheidsvraagstuk. 1.1Aanleiding De komende jaren zijn veel grondroerende acties nodig. Enkele grote opgaven: Woningbouw waar niet alleen in de bodem gegraven wordt voor de woning zelf, maar ook voor alle voorzieningen en aansluitingen die nodig zijn. Duurzame energie waarvoor de komende jaren bodemenergiesystemen en warmtenetten de bodem ingegraven worden. Bovendien zullen kabels nodig zijn om energiebronnen, zoals zonnevelden, te verbinden met de gebouwen die deze elektriciteit nodig hebben. Aanleg van nieuwe en onderhoud van de bestaande ondergrondse infrastructuur, zoals rioleringen en glasvezelkabels of warmtenetten. De bodem zal steeds vaker als opslag worden gebruikt voor de buffering van regenwater en voor de aanleg van groen in het stedelijk gebied bij de bestrijding van wateroverlast en hittestress als gevolg van klimaatverande-ring. 1.2Doel Deze beleidsregels geven initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en grondroerende werkzaamheden en het bevoegde gezag een proportioneel handelingsperspectief in het omgaan met de risico’s ten aanzien van NGE. Tevens bieden deze beleidsregels een kader voor het omgaan met spontaan aangetroffen NGE en op welke manier er moet worden omgegaan met de suppletie-uitkering via het gemeentefonds. 1.3Afbakening Deze beleidsregels hebben betrekking op het grondgebied van de gemeente Heerlen. 1.4Leeswijzer In de volgende hoofdstukken behandelen we achtereenvolgens het wettelijk kader, de basis voor de beleidsregels, de gemaakte beleidskeu-zes, de uitvoeringsmaatregelen en de werkprocessen. 2Wettelijk kader In dit tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische verplichtingen die de gemeente Heerlen heeft rond de vorming van NGE-beleid. Er zijn in hoofdlijnen drie ‘type’ wetten en regelgevingen die iets noemen over het potentiële risico van NGE: wetten rond de openbare orde en veiligheid (de Gemeentewet), Arbowetgeving en regelgevingen als het CS-OOO (Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten). Daarnaast is veiligheid een thema dat terugkomt in de Omgevingswet. 2.1Gemeentewet en de APV De Gemeentewet geeft het openbaar bestuur bevoegdheden om in te grijpen bij rampen of ernstige vrees daarvoor. Als voorbeeld: de burgemeester heeft in zo’n situatie de mogelijkheid om noodbevelen te geven en noodverordeningen vast te stellen (artikelen 175 en 176). Er staat hier bewust ‘bevoegdheden’ en ‘de mogelijkheid’ aangezien het geen verplichting is voor de overheid om in te grijpen bij alle mogelijke risicovolle situaties. Daarom staat expliciet in de Gemeentewet dat de burgemeester ‘bevoegd is’ om in te grijpen wat direct inhoudt dat de burgemeester niet de taak heeft alle mogelijke incidenten in de gemeente te voorkomen of daarbij in te grijpen. De burgemeester kan alleen ingrijpen bij ernstige vrees voor rampen waarbij ‘het leven en de gezondheid van veel personen’ worden geschaad of bedreigd. Wat ‘veel personen’ precies zijn, wordt niet gedefinieerd. Het groepsrisico bij gevaarlijke stoffen gaat uit van tien of meer dodelijke slachtoffers. De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde (artikel 172 Gemeentewet) maar de gemeentelijke overheid heeft dus nadrukkelijk niet de taak om van ‘veiligheid’ voor iedereen te garanderen. In Nederland zijn er zeer beperkt incidenten met NGE tijdens werkzaam-heden of spontane explosies met dodelijke slachtoffers geweest. Een willekeurig explosief uit de Tweede Wereldoorlog zal op grond van de historische gegevens dus waarschijnlijk niet leiden tot een explosie met veel, bijvoorbeeld meer dan tien, slachtoffers. 2.2Arbowetgeving De werkgever is volgens de Arbowetgeving verplicht een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uit te voeren en op te stellen. In de RI&E staat welke risico's de arbeid voor de werknemers met zich meebrengt en de maatregelen die getroffen worden om dit risico te beheersen. Specifiek voor opdrachtgevers voor bouwwerkzaamheden, zoals bij infrastructurele werken van de gemeente Heerlen, geldt dat zij zich moeten vergewissen dat betrokken werkgevers en zelfstandigen veilig moeten kunnen werken en de verplichtingen die volgen uit de RI&E na kunnen komen. Deze verplichting geldt niet voor de gemeente als opdrachtgever voor bijvoorbeeld groenonderhoud. In dat geval heeft de werkgever alleen de taak om te zorgen voor adequate beheersmaatrege-len. Aan de risico’s rond NGE is een specifiek artikel in het Arbeidsomstan-dighedenbesluit (artikel 4.10) gewijd maar feitelijk is dit niet meer dan een nadere uitwerking van de RI&E. Werkgevers van werken waarbij NGE een mogelijke risicobron is, zullen: Een oriënterend onderzoek moeten uitvoeren naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Een nader onderzoek moeten uitvoeren indien er mogelijk NGE aanwezig is in de bodem die een gevaar kunnen vormen. Passende beheersmaatregelen moeten treffen als er een risico is voor de veiligheid of gezondheid van werknemers. Passende maatregelen kunnen detectie- of opsporingswerkzaamheden zijn maar ook een bepaalde manier van werken of een veiligheidsinstructie waarmee het risico verkleind wordt. Door het verrichten van een gemeentebreed vooronderzoek en het vaststellen van deze beleidsregels heeft de gemeente Heerlen aan haar verplichting als opdrachtgever voor bouwwerkzaamheden en haar verplichtingen als werkgever voor wat betreft stap 1 (oriënterend onderzoek) en deels stap 2 (nader onderzoek) voldaan. 2.3CS-OOO en Convenant beoordeling projectplan opsporing ontplofbare oorlogsresten Het Certificatieschema opsporen ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO) beschrijft de eisen waaraan opsporingsbedrijven van NGE, c.q. ontplofbare oorlogsresten, moeten voldoen om gecertificeerd te worden. Het CS-OOO is dus geen wetgeving die de gemeente bindt. Het certificatieschema is gepubliceerd door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid zodat alleen bedrijven met dat certificaat opsporingswerkzaamheden mogen verrichten. Bijzonder is dat in het CS-OOO wordt gesteld dat een opsporingsbedrijf slechts aan opsporingswerk-zaamheden mag beginnen nadat de gemeenten als bevoegd gezag voor openbare orde en veiligheid goedkeuring heeft gegeven aan het plan voor het uitvoeren van opsporingswerkzaamheden. Het CS-OOO en het convenant zijn echter geen wetgeving en/of in rechte afdwingbaar. In de eerste plaats heeft de werkgever volgens de Arbowetgeving de taak om maatregelen te treffen als er een gevaar bestaat voor de veiligheid en gezondheid van personen in de omgeving. Dit geldt ook voor opsporingsbedrijven. Het is daarmee onduidelijk wat de exacte wettelijke status van het CS-OOO is: de gemeente kan niet verplicht worden via de arbeidsomstandighedenwet-geving om een dergelijk opsporingsplan te tekenen voor private partijen. De Vereniging voor Explosieven Onderzoek, het Platform Blindgangers en de VNG stelden vast dat het van belang is dat de gemeente vooraf het projectplan voor de opsporing beoordeelt op de relevante aspecten voor de openbare orde en veiligheid. Daarom legden deze partijen in het ‘Convenant beoordeling projectplan opsporing ontplofbare oorlogsresten’ een aantal procedurele afspraken vast over de beoordeling van het projectplan door de gemeente. De gemeente Heerlen hanteert dit convenant. Het convenant houdt in dat de gemeente alleen ‘relevante aspecten voor de openbare orde en veiligheid beoordeelt’. Voor wat relevant is, grijpt de gemeente Heerlen terug op de definitie zoals in de Gemeentewet wordt genoemd: relevant voor de openbare orde en veiligheid zijn alleen die explosieven die tot veel slachtoffers kunnen leiden. 2.3A De Omgevingswet De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Bij het beschermen gaat het om een het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving. NGE kunnen van invloed zijn op de veiligheid van de fysieke leefomgeving. Bij het toepassen van de Omgevingswetinstrumenten zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan dient er daarom aandacht te worden gegeven aan veiligheid en dus de NGE. 2.4Wat betekent dit voor het NGE-beleid van de gemeente? De gemeente sluit aan bij het reguliere veiligheidsbeleid in Nederland: in de eerste plaats heeft de initiatiefnemer (een particulier zelf of werkgever) de taak maatregelen te treffen maatregelen om het risico voor zichzelf of werknemers te voorkomen. Slechts wanneer er een risico is voor veel personen of de gemeente zelf betrokken is als opdrachtgever bij een project, is de gemeente in staat om maatregelen te treffen. Samenvattend leidt dit tot de volgende uitgangspunten die de gemeente Heerlen hanteert in haar omgang met NGE in de gemeente: De gemeente Heerlen spoort en ruimt niet preventief explosieven. Alle NGE die ruimtelijke ontwikkelingen of werkzaamheden niet hinderen of blokkeren laat de gemeente Heerlen liggen. De burgemeester is bevoegd gezag voor de openbare orde en veiligheid (dus niet zijnde opdrachtgever voor bouwwerkzaamheden of werkgever voor bijvoorbeeld groenonderhoud) en beoordeelt alleen projectplannen voor opsporingswerkzaamheden (inhoudelijk) waarbij mogelijk explosieven kunnen worden aangetroffen die tot veel slachtoffers kunnen leiden. De burgemeester zal het projectplan ook als zodanig ondertekenen en dit daarom ook alleen binnen het stedelijk gebied doen, zie bijlage 1 voor kaart met afbakening. Binnen het stedelijk gebied zal de gemeente Heerlen ook van andere opdrachtgevers verlangen dat zij beheers-maatregelen treffen als er een verhoogde kans op aantreffen van afwerpmunitie is. Buiten het stedelijk gebied ziet de gemeente Heerlen het NGE-risico nadrukkelijk als uitsluitend een ar-bo-risico en zal het projectplan niet toetsen op openbare orde en veiligheidsaspecten. 3De basis voor de beleidsregels 3.1NGE-verwachtingsgebieden Om een beter inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van NGE voor het gehele grondgebied van de gemeente Heerlen heeft de gemeente een NGE-risicokaart laten opstellen. Hiervoor is uitgebreid historisch vooronderzoek naar de gevechtshandelingen gedaan en is op basis van een analyse van bronnenmateriaal (zie hiervoor het rapport Vooronderzoek conflictperiode bijlage 2) bepaald in welke gebieden sprake is van een verhoogde kans op de aanwezigheid van NGE, de zogenaamde NGE verwachtingsgebieden. Uit de NGE-risicokaart blijkt dat na de Tweede Wereldoorlog voor een deel van het gemeentelijk grondgebied sprake is van een verhoogde kans op aanwezigheid van NGE. Zolang een gebied als NGE-verwachtingsgebied is aangemerkt, moet bij iedere bodemingreep een opsporingsonderzoek (detectie, eventueel gevolgd door benaderen en ruiming) worden uitgevoerd, tenzij de initiatiefnemer aan de hand van een projectgebonden risicoanalyse (PRA) kan aantonen dat het projectgebied niet meer verdacht is vanwege naoorlogse grondroeringen of dat de werkzaamhe-den geen invloed hebben op de mogelijk achtergebleven NGE. 3.2Na-oorlogse periode en risicoanalyse De gemeente Heerlen is na de oorlog veranderd en uitgebreid. Zo hebben er na de oorlog op diverse plaatsen grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden, zoals de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventer-reinen, ophogingen, afgravingen, etc. Veel van de gebieden die als verdacht zijn aangemerkt kunnen daardoor anno 2023 niet meer verdacht zijn. Ook kan er sprake zijn van een verlaagde kans op aantreffen van NGE. Binnen het grondgebied van de gemeente Heerlen en dus ook binnen de NGE verwachtingsgebieden vinden veel voorkomende (kleinschalige) grondroerende werkzaamheden plaats. Denk hierbij aan aanleg en onderhoud aan rioleringen, kabels en leidingen maar ook graafwerkzaam-heden binnen groenstroken en of het plaatsen van verkeersborden. Deze veelvoorkomende grondroerende werkzaamheden hoeven niet allemaal invloed te hebben op de mogelijk achtergebleven NGE. Om te voorkomen dat er voor ieder van dit soort, relatief kleine, bodemroerende werken een Projectgebon-den Risicoanalyse (PRA) moet worden uitgevoerd heeft de gemeente hiervoor een risicoanalyse laten uitvoeren. Hierbij kan aan de hand van een beslisschema worden bepaald of aanvullend onderzoek noodzakelijk is De na-oorlogse ontwikkelingen en de risicoanalyse zijn gedocumenteerd in het als bijlage 3 opgenomen 'vooronderzoek Na-Conflictperiode & Risicoanalyse Niet Gesprongen Explosieven Gemeente Heerlen’ inclusief de bijbehorende kaarten en beslisschema. 4Beleidskeuzes Het formuleren van het beleid voor het omgaan met NGE is gebaseerd op de uitgevoerde onderzoeken het rapport Vooronderzoek conflictperiode bijlage 2 en het als bijlage 3 opgenomen 'vooronderzoek Na-Conflictperiode & Risicoanalyse Niet Gesprongen Explosieven Gemeente Heerlen’ inclusief de bijbehorende kaarten en beslisschema. Vervolgens is een afweging gemaakt tussen enerzijds het borgen van een veilige omgang met NGE en anderzijds de lastenverzwaring voortvloeiende uit de maatregelen die moeten worden getroffen om het NGE-risico te verlagen. Bij deze afweging is naar een proportionele balans tussen risico’s en lastenverzwaring gezocht. 4.1Risico’s van NGE Een risico is het product van kans maal effect. Voor NGE bestaat het risico uit de kans op het aantreffen van een NGE maal de kans op een ongecontroleerde detonatie (explosie) maal de schade of letsel die dit veroorzaakt (effect). De kans op het spontaan (zonder effecten van buitenaf) detoneren van een NGE is klein. De kans op een ongecontroleerde detonatie van een NGE neemt bij ondeskundige of ongecontroleerde behandeling dusdanig toe, dat sprake is van een onaanvaardbaar risico. Het effect, de detonatie van het NGE en de schade of letsel die met de uitwerking van de detonatie gepaard kan gaan, is groot. Afhankelijk van het soort NGE, het kaliber en de (diepte-)ligging kan schade optreden tot een afstand van enkele meters tot in extreme gevallen van zelfs enkele kilometers van het detonatiepunt. De kans op detonatie bij ondeskundig/ongecontroleerd handelen en de uitwerking van een detonatie wordt in Nederland dusdanig groot gevonden, dat veiligheidsmaatregelen verplicht zijn zodra een verhoogde kans op aanwezigheid van NGE is aangetoond. 4.2Beleidsruimte gemeente Naoorlogse grondroeringen kunnen hebben geleid tot het verkleinen van de kans op het aantreffen van NGE, waardoor het risico vermindert. De aanwezigheid van NGE kan meestal echter niet volledig uitgesloten worden en daarom dient bepaald te worden of sprake is van een aanvaardbaar risico. De gemeente mag bepalen in welke gebieden en in welke mate sprake is van een vermindering van het risico tot aanvaardbaar niveau. In paragraaf 4.3 wordt de gemeentelijke afweging hierin nader toegelicht. 4.3Beslisschema: afwegingen en keuzes voor grondroerende ingrepen Met het onderzoek “na-conflictperiode en risicoanalyse NGE” is een 3-dimensionale afbakening van een NGE verdacht gebied uitgevoerd. Vervolgens is een globale risicoanalyse geformuleerd voor de verschillen-de werkzaamheden die in de gemeente Heerlen uitgevoerd kunnen worden. Hierbij wordt ook onderscheid gemaakt in grondroerende werkzaamheden in onverdachte gebieden en verdachte gebieden. In de globale risicoanalyse wordt aangegeven wanneer aanvullend NGE-onderzoek wordt geadviseerd en wanneer dit niet hoeft. Een voorbeeld hiervan is dat er geen aanvullend NGE-onderzoek hoeft te worden uitgevoerd wanneer een naoorlogs aangelegd riool vervangen wordt in een gebied dat verdacht is op afwerpmunitie én waarbij de werkzaamhe-den in de reeds geroerde laag wordt gewerkt. De volgende verschillende situaties onderscheiden wij hierin: Bodemingreep in onverdacht gebied. Regulier grondgebruik Bodemonderzoek. Bodemingreep in verdacht gebied. A. Bodemingreep in onverdachte gebieden Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse kunnen binnen de onverdachte gebieden bodemingre-pen zonder NGE-onderzoek worden uitgevoerd. Maar ook in onverdachte gebieden kan niet uitgesloten worden dat NGE aanwezig zijn. Indien onverhoopt toch een NGE wordt aangetroffen, dient de vondst middels de procedure “Spontaan aantreffen van NGE” te worden afgehandeld, zie bijlage
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.