← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van leges 2026 (Staphorst)

lege van 7 oktober 2025; gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de: Ver

e datum voor de huwelijksvoltrekking, de registratie van het partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in de periode: 1. tot veertien dagen voorafgaand aan de

e datum: 33,00 2. binnen veertien dagen voorafgaand aan de

e datum 25% van de volgens de artikel 1.1 t/m 1.6 van deze tarieventabel geheven leges. Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje € a. Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouw- of partnerschapsboekje of een duplicaat daarvan: 9,80 b. Het tarief bedraagt voor een verzoek tot het kalligraferen van een kinderbijschrijving in een trouw- of partnerschapsboekje: 12,50 c. Het gelijktijdig bijschrijven van meer dan één kind, bedoeld in onderdeel b., wordt beschouwd als één bijschrijving. Paragraaf 1.2Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten € Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een: a. nationaal paspoort:

  1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: 88,65
  2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: 67,05 b. nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):
  3. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: 88,65
  4. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: 67,05 c. reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):
  5. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: 88,65
  6. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: 67,05 d. reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: 67,05 Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart € Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een: a. Nederlandse identiteitskaart:
  7. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: 80,10
  8. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: 43,20 b. vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon: 39,05 Artikel 1.11 Modaliteiten € Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: a. voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen: 60,30 b.

Paragraaf 1.3Rijbewijzen Artikel 1.12 Rijbewijzen € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: 53,65 Artikel 1.13 Modaliteiten € Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een aanvraag tot het verkrijgen van een versnelde uitreiking (spoedaanvraag) vermeerderd met: 39,65 Paragraaf 1.4Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen Artikel 1.14 Begripsomschrijvingen €

  1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan de verstrekking van één of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd.
  2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan de verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (aangehaakte gegevens). Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het: a. verstrekken van gegevens, per verstrekking: 8,75 b. bij abonnement verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar:
  3. voor 100 verstrekkingen: 202,75
  4. voor elke verstrekking meer, tot een maximum van € 3.346,00, per verstrekking: 0,90 c.

d. verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200): 8,75 Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het: a. verstrekken van gegevens, per verstrekking: 8,75 b. bij abonnement verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar:

  1. voor 100 verstrekkingen: 207,75
  2. voor elke verstrekking meer, tot een maximum van € 3.346,00, per verstrekking: 0,90 Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking € In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen, per verstrekking: 7,75 Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen €
  3. Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de Basisregistratie Personen, voor ieder daaraan besteed half uur of een gedeelte daarvan: 37,50
  4. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 1.5Bestuursstukken Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. een afschrift van een gemeentelijke verordening of een toelichting: 47,30 b. een afschrift van een gemeentebegroting of een gemeenterekening: 93,50 c. overige bestuursstukken/besluiten/reglementen, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: 0,75 Artikel 1.20 Abonnement op bestuursstukken €

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie € Het tarief bedraag voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b: a. in A4-formaat of kleiner, per pagina: 0,75 b. in A3-formaat, per pagina: 1,20 c. in A2-formaat of groter, per pagina: 5,65 d. in digitale vorm: 16,00 Artikel 1.22 Informatie uit registers € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit: a. de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object: 8,25 b. de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet: 8,25 c. een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet, per ingeschreven rijksmonument: 8,25 d. het gemeentelijke erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed: 8,25 Artikel 1.23 Informatie uit adressenbestanden € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van: a. het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres: 8,25 b. het relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie: 8,25 c. het adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat: 8,25 Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.24 Gemeentegarantie €

Artikel 1

.25 Overige publiekszaken € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het: a. verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag: 41,35 b. legaliseren van een handtekening: 8,75 Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief €

  1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed halfuur of een gedeelte daarvan: 37,50
  2. Het in het eerste lid genoemde tarief wordt vermeerderd met de in artikel 1.34 genoemde tarieven, als de aanvraag bedoeld in het eerste lid, mede de verstrekking van (gewaarmerkte) kopieën, stukken of uittreksels ten doel heeft.
  3. Het op grond van de voorgaande leden verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief €
  4. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
  5. Als een begroting bedoeld in het eerste lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 1.28 Uitlenen archiefbescheiden €

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.29 Huisvestingswet 2014 € VERVALLEN, zie paragraaf 3.6 Artikel 1.30 Leegstandswet €

  1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van een leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet (eerste aanvraag): 62,25
  2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van een leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandswet (bij verlenging): 62,25 Artikel 1.31 Wet op de kansspelen €
  3. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op kansspelen voor: a. een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat: 56,50 b. een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten:
  4. voor de eerste kansspelautomaat: 56,50
  5. en voor iedere volgende kansspelautomaat: 34,00 c. voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd: 226,50 d. twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd:
  6. voor de eerste kansspelautomaat: 226,50
  7. en voor iedere volgende kansspelautomaat: 136,00
  8. Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden.
  9. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): 23,00
  10. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de APV: 63,75 Artikel 1.32 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur €
  11. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag, als bedoeld in artikel 2.2 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur: 625,50 b. het in onderdeel a. genoemde tarief wordt verhoogd, met een minimum van € 49,50, per meter: 2,05
  12. De leges bedoeld in onderdeel 1.32.1., onderdeel b., worden niet geheven als er sprake is van een tracélengte van 1000 meter of meer. Daarnaast wordt een aparte projectovereenkomst met de aanvrager afgesloten, waarin de kosten voor de inzet van de toezichthouder worden vastgesteld.
  13. Wanneer de aanvrager zijn aanvraag als bedoeld in artikel 2.2 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De volgens artikel 1.32.1 van deze tarieventabel geheven leges bedragen in dat geval: a. 25% van de oorspronkelijk verschuldigde leges als de aanvraag buiten behandeling wordt gelaten; b. 25% van de oorspronkelijk verschuldigde leges als de aanvrager zijn aanvraag intrekt binnen twee weken nadat de aanvraag bij de gemeente is ingediend; c. 40% van de oorspronkelijk verschuldigde leges als de aanvrager zijn aanvraag intrekt meer dan twee weken nadat door hem de aanvraag bij de gemeente is ingediend.
  14. Als de aanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken en binnen één maand wordt gevolgd door een nieuwe aanvraag die voldoet aan het advies, dan worden de leges die volgens dit artikel werden geheven voor de ingetrokken aanvraag in mindering gebracht op de leges die voor de nieuwe aanvraag worden geheven. Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een: a. ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb.459): 33,90 b. ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen: 33,90 c. gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW): Nihil d. gehandicaptenparkeerkaart, bij vermissing of verlenging: Nihil Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken en uittreksels € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina 8,75 b. stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina 8,75 c. kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:
  15. in A4-formaat of kleiner, per pagina 0,75
  16. in A3-formaat, per pagina 1,20
  17. in A2-formaat of groter, per pagina 5,65
  18. in digitale vorm 16,00 Artikel 1.35 Diverse vergunningen of beschikkingen € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het: a. verkrijgen van een vergunning tot het houden van een collecte, algemene inzameling of het aanbieden van intekenlijsten 16,50 b. verkrijgen van een vergunning tot de verkoop van vuurwerk 48,80 c. verkrijgen van een reclamevergunning (commercieel), bedoeld in artikel 2:10 APV, voor het plaatsen van:
  19. tot en met vijf reclameborden (waaronder sandwichborden, driehoeksborden, enz.) 54,00
  20. verhoogd voor elk reclamebord meer, met een maximum van vijf extra reclameborden 5,15 d. verkrijgen van een ontheffing geluidshinder volgens hoofdstuk 4 van de APV 102,75 e. verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking, voor zover daarvoor niet elders in deze tarieventabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen 102,75 Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Begripsomschrijvingen
  21. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening, in deze tarieventabel dan wel bij deze tarieventabel behorende bijlagen, dan wel in enige andere bij deze legesverordening behorende bijlage anders is bepaald.
  22. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening, in deze tarieventabel of in enige andere bij deze legesverordening behorende bijlage anders is bepaald.
  23. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en die niet vergunningvrij voor het bouwen is. Hiermee wordt bedoeld een omgevingsplanactiviteit waarvoor het omgevingsplan bepaald is dat er een omgevingsvergunning nodig is maar waarvoor het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is om een vergunning te verlenen. Gemeentelijke erfgoedverordening: de “Erfgoedverordening gemeente Staphorst 2023”;
  24. In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip “bouwkosten” betreffen de in die omschrijving: onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk; onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.
  25. In afwijking van de bij de Omgevingsregeling behorende bijlage I wordt onder bouwkosten verstaan het product van de normbouwkosten voor het uit te voeren werk en de bruto-inhoud c.q. oppervlakte c.q. lengte van het bouwwerk, conform de bij deze tarieventabel behorende bijlage 2 “Tarieventabel berekening bouwkosten 2026”, een en ander exclusief omzetbelasting. Voor bouwwerken die niet passen binnen het regime van vaststelling van de normbouwkosten als in de vorige volzin bedoeld, wordt onder bouwkosten verstaan de aannemingssom exclusief omzetbelasting, of, als het bouwen geheel of gedeeltelijk geschiedt door zelfwerkzaamheid, de prijs die exclusief omzetbelasting aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het bouwen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 2.1, vierde lid, van deze tarieventabel is hierbij van overeenkomstige toepassing.
  26. EPOS: Efficiënte Procesinrichting Omgevingsrecht Staphorst.
  27. CPOS: Collectief van Professionals Omgevingsrecht Staphorst.
  28. CPOS-professional: een professional die deel uitmaakt van het Collectief van Professionals Omgevingsrecht Staphorst.
  29. Omgevingstafel: team van vakspecialisten die in gesprek gaat met indieners van initiatieven die informeert en inspireert.
  30. Omgevingskamer: team van vakspecialisten intern en extern die initiatieven beoordeelt.
  31. BOPA en brokstuk: als zodanig aangewezen in de “Beleidsnota buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) en (B)OPA uitwerkings- of wijzigingsbevoegdheden” welke te raadplegen is op de website.
  32. Aanvragen kunnen op twee manieren ingediend worden: via een CPOS-professional. niet via een CPOS-professional. Als de aanvraag wordt ingediend door een aanvrager die zich wel laat vertegenwoordigen door een CPOS-professional als bedoeld in de vorige volzin, gelden voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag de tarieven zoals die zijn opgenomen in de kolom “CPOS”; niet laat vertegenwoordigen door een CPOS-professional als bedoeld in de vorige volzin, gelden voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag de tarieven zoals die zijn opgenomen in de kolom “NIET CPOS”. Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief
  33. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.
  34. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.
  35. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.
  36. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.
  37. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
  38. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg CPOS € NIET CPOS €
  39. Omgevingstafeloverleg of een beoordeling conceptverzoek Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingstafeloverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving of een behandeling van een conceptaanvraag voor toetsing aan het omgevingsplan, bedraagt het tarief: 395,00 659,00
  40. Omgevingskameroverleg na omgevingstafeloverleg of een overleg kleine omgevingskamer Wanneer reeds een omgevingstafeloverleg is gevoerd en de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, óf een overleg dat via de kleine omgevingskamer plaatsvindt, bedraagt het tarief: 395,00 659,00
  41. Omgevingskameroverleg zonder vooraf omgevingstafeloverleg Wanneer nog geen omgevingstafeloverleg is gevoerd en de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: 789,50 1.317,75 Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen 239,00 400,25 te vermeerderen met het percentage van de bouwkosten: + 1,98% + 3,31% b. als de bouwkosten € 25.000,00 of meer bedragen, doch minder dan € 50.000,00 748,00 1.250,50 te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten de som van € 25.000,00 te boven gaan: + 1,68% + 2,82% c. als de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 200.000,00 1.181,00 1.975,00 te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten de som van € 50.000,00 te boven gaan: + 1,60% + 2,64% d. als de bouwkosten € 200.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 2.500.000,00 3.649,50 6.035,00 te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 200.000,00 te boven gaan: + 1,47% + 2,55% e. als de bouwkosten € 2.500.000,00 of meer bedragen 38.503,50 66.373,50 te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 2.500.000,00 te boven gaan: + 1,45% + 2,42% f. De leges genoemd in dit artikel zijn niet verschuldigd als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vervangen van een rieten dakbedekking. Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
  42. Voor een omgevingsplanactiviteit (binnen- en buitenplans): a. als de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen 119,25 199,50 welk bedrag wordt vermeerderd met het percentage van de bouwkosten: + 0,99% + 1,66% b. als de bouwkosten € 25.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 50.000,00 373,00 606,00 te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 25.000,00 te boven gaan: + 0,84% + 1,41% c. als de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 200.000,00 590,00 987,50 te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 50.000,00 te boven gaan: + 0,80% + 1,32% d. als de bouwkosten € 200.000,00 of meer bedragen doch minder dan € 2.500.000,00 1.825,00 3.016,50 te vermeerderen met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 200.000,00 te boven gaan: + 0,74% + 1,28% e. als de bouwkosten € 2.500.000,00 of meer bedragen 19.251,00 33.187,00 vermeerderd met het percentage van het bedrag, waarmee die bouwkosten het bedrag van € 2.500.000,00 te boven gaan: + 0,73% + 1,21% f. De leges genoemd in dit artikel zijn niet verschuldigd als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vervangen van een rieten dakbedekking.
  43. De tarieven genoemd in het eerste lid worden in voorkomende gevallen verhoogd met: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit met een afwijking van de bouw- of gebruiksregels zoals opgenomen in het omgevingsplan, niet zijnde een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 299,50 501,00 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 299,50 501,00 In afwijking van tweede lid, onderdelen a. en b., geldt voor activiteiten, genoemd in bijlage 1 van deze legesverordening behorende tarieventabel, het tarief dat in deze volzin genoemde bijlage voor deze activiteit wordt genoemd: c. voor een tijdelijke buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 299,50 501,00 d. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 606,00 1.013,00 e. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als sprake is van een brokstuk: 3.944,00 6.816,50
  44. Als een aanvraag een gecombineerde aanvraag (bouw- en omgevingsplanactiviteit) betreft waarvoor zowel het bouwtechnische als het ruimtelijke deel van toepassing is, en beide aanvragen gelijktijdig worden ingediend, wordt enkel het tarief geheven dat in artikel 2.5 wordt genoemd. Is daarnaast sprake van een planologische procedure (binnen- en/of buitenplanse afwijkingen) wordt het tarief genoemd in artikel 2.5 verhoogd met de tarieven genoemd in artikel 2.6., onderdeel
  45. Bij niet gelijktijdig ingediende aanvragen geldt voor elke procedure de voor deze procedure geldende tarieven. Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: Niet van toepassing Niet van toepassing b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: Niet van toepassing Niet van toepassing c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: Niet van toepassing Niet van toepassing Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten CPOS € NIET CPOS €
  46. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de gemeentelijke erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
  47. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: Niet van toepassing Niet van toepassing
  48. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Niet van toepassing Niet van toepassing b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
  49. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: Niet van toepassing Niet van toepassing
  50. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Niet van toepassing Niet van toepassing c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
  51. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: Niet van toepassing Niet van toepassing
  52. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Niet van toepassing Niet van toepassing
  53. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: Niet van toepassing Niet van toepassing
  54. Het eerste lid, aanhef en onder a, en het tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; èn als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: Niet van toepassing Niet van toepassing b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Niet van toepassing Niet van toepassing Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht CPOS € NIET CPOS €
  55. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de gemeentelijke erfgoedverordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: Niet van toepassing Niet van toepassing b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: Niet van toepassing Niet van toepassing c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: Niet van toepassing Niet van toepassing
  56. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: Niet van toepassing Niet van toepassing
  57. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven: Niet van toepassing Niet van toepassing Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Niet van toepassing Niet van toepassing Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit CPOS € NIET CPOS €
  58. Vooroverleg milieu Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het voeren vooroverleg, voorafgaand aan een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning waarbij een milieubelastende activiteit een onderdeel is: 1.265,00 1.265,00
  59. Regulier Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 4.600,00 4.600,00
  60. Uitgebreid Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, waarvoor een uitgebreide voorbereidingsprocedure (afd. 3:4 Awb) moet worden gevolgd bedraagt het tarief in afwijking van het eerste lid en onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 7.130,00 7.130,00 Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.20a Aanvraag voor een gesloten bodemenergiesysteem Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen dan wel gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem bedoeld in paragraaf 4.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarvan het bodemzijdig vermogen groter is dan 70 kW/h, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1.725,00 1.725,00 Artikel 2.20b Samenloop van milieubelastende activiteiten en functioneel ondersteunde activiteiten CPOS € NIET CPOS €

  1. Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning mede één of meer onderdelen omvat voor een functioneel ondersteunde activiteit bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per functioneel ondersteunde activiteit: 1.725,00 1.725,00
  2. Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning uitsluitend een onderdeel omvat voor een functioneel ondersteunde activiteit bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief in afwijking van de tarieven genoemd in artikel 2.12, per functioneel ondersteunde activiteit: 1.725,00 1.725,00 Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 3.897,50 3.897,50 Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 3.897,50 3.897,50 Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven CPOS € NIET CPOS €
  3. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 412,50 690,00
  4. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, als bedoeld in het omgevingsplan, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 412,50 690,00
  5. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het gebied met archeologische verwachtingen, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 412,50 690,00
  6. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 412,50 690,00
  7. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 412,50 690,00
  8. De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. De leges worden in dat geval verhoogd met: 50% 50% Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, indrijven van voorwerpen, ophogen van de grond, of verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in het omgevingsplan: 412,50 690,00 b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 412,50 690,00 Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: 412,50 690,00 b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 412,50 690,00 Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de APV in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 54,00 90,50 Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de APV in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 41,25 69,00 Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: 412,50 690,00 en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 412,50 690,00 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 412,50 690,00 Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in bomenverordening gemeente Staphorst, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 41,25 69,00 Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4:15 van de APV in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame: 53,00 79,75 b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd: 53,00 79,75 Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de APV in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het aldaar opslaan van roerende zaken: 132,00 219,50 b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen: 132,00 219,50 Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.34 Andere activiteiten CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 48,00 81,75 b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  1. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: 48,80 81,75
  2. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 98,25 153,50
  3. voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: 48,80 81,75 Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: 328,25 504,00 b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: 328,25 504,00 Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:
  4. een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per voorschrift: 2.300,00 2.300,00
  5. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: 2.300,00 2.300,00 Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: 328,25 504,00 Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel CPOS € NIET CPOS €
  6. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur: 107,50 107,50 b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: Niet van toepassing Niet van toepassing c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur: 105,25 105,25 d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: 114,00 114,00
  7. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit CPOS € NIET CPOS € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: 107,50 107,50 Artikel 2.40 Wijziging omgevingsvergunning Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een wijziging van een eerder ingediende omgevingsvergunning, waarvoor reeds een vergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden de voor de oorspronkelijke vergunning geheven leges verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing de in dit hoofdstuk genoemde tarieven, met dien verstande dat zij niet minder dan € 36,00 zullen bedragen. Dit artikel vindt geen toepassing als de afwijking zodanig is dat naar de omstandigheden beoordeeld van een nieuwe omgevingsvergunning sprake is. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning CPOS € NIET CPOS € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: 98,25 153,50 Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning CPOS € NIET CPOS €

Artikel 2

.43 Beoordeling aanvullende gegevens CPOS € NIET CPOS € Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen: Niet van toepassing 10% Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten CPOS € NIET CPOS € De in artikel paragraaf 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan CPOS € NIET CPOS € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: 7.785,00 12.477,50 Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag/overig CPOS € NIET CPOS €

  1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: 104,50 104,50
  2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het doen van naspeuringen in een dossier, voor ieder daaraan besteed half uur of een gedeelte daarvan: 37,50 37,50
  3. Het op grond van het tweede lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag vóór deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 4 Voor de verstrekking van stukken, kopieën of digitale afschriften gelden de tarieven als genoemd in hoofdstuk
  4. Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag CPOS € NIET CPOS € Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges, verhoogd met: met een maximum van € 10.000,
  5. 10% 10% Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure CPOS € NIET CPOS € Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: 7.130,00 7.130,00 Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten CPOS € NIET CPOS € Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: 586,25 906,25 Artikel 2.50 Advies CPOS € NIET CPOS €
  6. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: 425,50 711,00 b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
  7. van het deel van de bouwkosten, dat ligt tussen € 0 tot en met € 230.000 plus: Niet van toepassing 5,0‰
  8. van het deel van de bouwkosten, dat ligt tussen € 231.000 tot en met € 455.000 plus: Niet van toepassing 0,9‰
  9. van het deel van de bouwkosten, dat ligt tussen € 456.000 tot en met € 680.000 plus: Niet van toepassing 0,5‰
  10. van het deel van de bouwkosten dat de € 681.000 te boven gaat: Niet van toepassing 0,2‰ c. Het minimumtarief bedraagt onafhankelijk van het bovenstaande per advies van de welstand voor: reguliere advisering, voorlopige advisering, adviezen over handhaving, adviezen over reclame, adviezen over erfinrichting, sloop- en kapvergunningen of indien sprake is van een extra welstandstoets: Niet van toepassing 98,75 d. Voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a. tot en met c.: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkens uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
  11. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d., is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.51 Instemming CPOS € NIET CPOS € Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:
  12. het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
  13. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg CPOS € NIET CPOS € De voorfase is opgesplitst in verschillende fasen (omgevingstafel en omgevingskamer). Indien van toepassing worden deze tarieven in rekening gebracht. Wanneer geen vervolgproces wordt ingebracht, wordt geen teruggaaf van de geheven leges verleend. Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag CPOS € NIET CPOS €

Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij een aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig CPOS € NIET CPOS € Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt: 85% 85% Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten CPOS € NIET CPOS € Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt: 75% 75% Artikel 2.56 Teruggaaf in verband met een gecombineerde aanvraag voor bouwwerken (bouw- en omgevingsplanactiviteit) Als een aanvraag een gecombineerde aanvraag (bouw- en omgevingsplanactiviteit) betreft waarvoor zowel het bouwtechnische als het ruimtelijke deel van toepassing is, en beide aanvragen gelijktijdig worden ingediend, wordt 50% teruggaaf verleend van het volgens artikel 2.6, eerste lid, geheven leges. Bij niet gelijktijdig ingediende aanvragen geldt voor elke procedure de voor deze procedure geldende tarieven. Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure CPOS € NIET CPOS € Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt: 50% 50% Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure CPOS € NIET CPOS € Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: 50% 50% Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten CPOS € NIET CPOS €

  1. Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van de geheven leges, mits van de verleende vergunning geen gebruik is gemaakt.
  2. De in het eerste lid bedoelde teruggaaf bedraagt:
  3. als het verzoek is ingediend binnen twaalf maanden na de datum van het verlenen van de vergunning: 30% 30%
  4. als het verzoek na de in onderdeel
  5. bedoelde termijn is ingediend: 10% 10% Artikel 2.60 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten CPOS € NIET CPOS €
  6. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt een percentage van de verschuldigde leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd. De teruggaaf bedraagt: 30% 30%
  7. Onder de in het eerste lid bedoelde weigering wordt mede verstaan het bij rechterlijke uitspraak vernietigen van de beschikking waarmee de vergunning is verleend. Artikel 2.61 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten CPOS € NIET CPOS € In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van de leges die zijn geheven voor de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.
  8. Artikel 2.62 Minimumbedrag voor teruggaaf In afwijking van de voorgaande artikelen in deze paragraaf wordt een bedrag van minder dan € 100,00 niet teruggegeven. Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de APV: 104,25 b. een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de APV: 38,00 Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: 205,50 b. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet: 66,80 c. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet: 66,80 d. een wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a van de Alcoholwet: 66,80 e. een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: 66,80 Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf €

Artikel 3

.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf €

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet (éénmalig): 38,00 b. tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 3.5a bedoelde ontheffing: 24,25 Paragraaf 3.4Organiseren evenementen of markten Artikel 3.6 Organiseren evenementen € Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement op grond van artikel 2.25 van de APV en volgens de classificaties van de Veiligheidsregio (Live-Events): a. voor een A-evenement: 60,75 b. voor een B-evenement: 275,00 c. voor een C-evenement: 659,00 Artikel 3.7 Organiseren markt €

Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt €

Artikel 3

.9 Overige administratieve dienstverlening €

Artikel 3

.10 Losse standplaatsen €

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Artikel 3.11 Vergunning (ontheffing) onttrekken woonruimte

Artikel 3

.12 Vergunning (ontheffing) samenvoegen woonruimte

Artikel 3

.13 Vergunning (ontheffing) omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte

Artikel 3

.14 Vergunning (ontheffing) verbouwen tot meer woonruimten

Artikel 3

.15 Splitsingsvergunning (ontheffing)

Artikel 3

.16 Vergunning of ontheffing toeristische verhuur

Artikel 3

.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming

Artikel 3

.18 Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte

Paragraaf 3.7 Niet in dit hoofdstuk benoemd besluit Artikel 3.19 Niet benoemd besluit op aanvraag € Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, een ontheffing, een vrijstelling of een andere beschikking voor zover daarvoor niet elders in dit hoofdstuk een tarief is opgenomen: 104,25 Paragraaf 3.8 Teruggaaf Artikel 3.20 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag vergunning/ontheffing Als een aanvrager zijn aanvraag om een vergunning intrekt terwijl deze aanvraag al door de gemeente in behandeling is genomen maar daarop nog geen beslissing is genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges. De teruggaaf bedraagt: 50% Artikel 3.21 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende vergunning/ontheffing Als de gemeente een verleende vergunning/ontheffing intrekt op aanvraag van de aanvrager bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges, mits deze schriftelijke aanvraag is ingediend binnen twaalf maanden na de datum van het verlenen van de vergunning of ontheffing, mits van de vergunning of ontheffing geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt: 40% Artikel 3.22 Teruggaaf als gevolg van het weigeren vergunning/ontheffing Als de gemeente een vergunning/ontheffing weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt: 50% Artikel 3.23 Teruggaaf als gevolg van het niet in behandeling nemen van een vergunning/ontheffing Wanneer een aanvraag voor vergunning/ontheffing niet in behandeling wordt genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de geheven leges. De teruggaaf bedraagt een percentage van de leges die is geheven voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan. De teruggaaf bedraagt: 75% Bijlage1van de bij de “Legesverordening 2026” behorende tarieventabel Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan Buitengebied) Omschrijving Artikelnummer(

  1. s)Leges CPOS Leges NIET CPOS Verplaatsing intensieve veehouderij Artikel 3.7 sub c Artikel 4.8 sub c Artikel 5.8 sub c Artikel 6.8 sub c Artikel 7.8 sub c € 10.377,50 € 17.339,00 Nieuwvestiging dan wel verplaatsing grondgebonden veehouderij Artikel 3.7 sub d Artikel 4.8 sub d Artikel 5.8 sub d Artikel 6.8 sub d Artikel 7.8 sub d € 10.377,50 € 17.339,00 Wijziging agrarisch naar gebruiksgerichte paardenhouderij Artikel 3.7 sub e Artikel 4.8 sub e Artikel 5.8 sub e Artikel 6.8 sub e Artikel 7.8 sub e € 4.446,00 € 7.428,00 Bedrijvigheid in vrijkomende agrarische bebouwing Artikel 3.7 sub f Artikel 4.8 sub f Artikel 5.8 sub f Artikel 6.8 sub f Artikel 7.8 sub f € 4.446,00 € 7.428,00 Agrarisch naar kwekerijbedrijf in teeltgebied Artikel 3.7 sub g € 4.446,00 € 7.428,00 Uitbreiden en splitsen woning Artikel 38.7 sub b € 4.446,00 € 7.428,00 Wijzigen woonbestemming naar grondgebonden agrarisch bedrijf in agrarische linten Artikel 38.7 sub c € 10.377,50 € 17.339,00 Wonen-1 voor vestiging VAB-bedrijvigheid Artikel 38.6 sub c € 4.446,00 € 7.428,00 Tijdelijk deel Omgevingsplan (bestemmingsplan “Veegplan De Streek”) Omschrijving Artikelnummer(
  2. s)Leges CPOS Leges NIET CPOS Monumentaal bijgebouw naar woning Artikel 4.7 onder b € 4.446,00 € 7.428,00 Vestiging categorie 1 of 2 bedrijf Artikel 4.6 onder a € 1.212,50 € 2.026,50 Vestiging categorie 1 of 2 bedrijf Artikel 22.5 onder a € 1.212,50 € 2.026,50 Behoort bij raadsbesluit van 11 november 2025, De griffier van de raad van de gemeente Staphorst, Bijlage2Tarieventabel berekening bouwkosten behorende bij de legesverordening 2026 Basisbedragen In de basisbedragen zijn alle kosten opgenomen die voortvloeien uit het bouwen van een bouwproject. De BTW is buiten de berekeningen gehouden. In de tabellen worden de basisbedragen (tenzij anders vermeld) per m³ weergegeven. In de basisbedragen zijn de volgende gebouwelementen opgenomen: Funderingen Ruwbouw Afbouw Afwerkingen Installaties werktuigbouwkundig Installaties elektrotechnisch Vaste voorzieningen Indirecte projectkosten Woningtypen Normbedragen 1. Parkeervoorzieningen Bouwkosten 10001 m3 15001 m3 25001 m3 tot tot tot tot vanaf 10000 m3 15000 m3 25000 m3 50000 m3 50001 m3 Bovengronds 2-laags 127 127 114 105 101 3-laags 108 108 108 97 90 4-laags 102 102 102 92 84 Ondergronds 1-laags 298 268 247 238 217 2-laags 243 243 218 201 194 3-laags 191 191 191 191 172 4-laags 182 182 182 182 163 Parkeerdek 2-laags 73 66 61 59 59 3-laags 68 61 56 54 54 2. Agrarische voorzieningen Bouwkosten Conform de meest actuele uitgave van het Taxatieboekje (her)bouwkosten agrarische gebouwen Vakmedianet 3. Administratieve, commerciële en beschermende voorzieningen Bouwkosten 3.1 Overheidsgebouwen 1001 m3 2501 m3 7501 m3 tot tot tot tot vanaf 1000 m3 2500 m3 7500 m3 15000 m3 15001 m3 1-laags 428 398 398 398 398 2-laags 374 347 306 306 306 3-laags 347 323 284 267 267 4-laags 310 310 273 257 257 5-laags 298 298 262 246 246 6-laags 252 252 252 236 229 7-laags 241 241 241 227 241 3.2 Commerciële bouwwerken 1001 m3 2501 m3 7501 m3 tot tot tot tot vanaf 1000 m3 2500 m3 7500 m3 15000 m3 15001 m3 1-laags 421 392 392 392 392 2-laags 366 341 300 300 300 3-laags 341 317 279 262 262 4-laags 304 304 268 252 252 5-laags 292 292 257 241 241 6-laags 247 247 247 232 225 7-laags 237 237 237 223 237 3.3 Winkels met atelier 501 m3 751 m3 1001 m3 tot tot tot tot vanaf 500 m3 750 m3 1000 m3 2500 m3 2501 m3 1-laags 487 463 438 414 404 2-laags 389 350 333 316 248 3.4 Showroom 1001 m3 2501 m3 7501 m3 tot tot tot tot vanaf 1000 m3 2500 m3 7500 m3 15000 m3 15001 m3 hoogte tot 5,50 m 194 185 175 165 161 hoogte vanaf 5,50 m 155 140 133 126 119 3.5 DHZ-Hal 1001 m3 2501 m3 7501 m3 tot tot tot tot vanaf 1000 m3 2500 m3 7500 m3 15000 m3 15001 m3 1-laags 153 146 138 130 127 2-laags 123 110 105 99 94 3.6 Industriële voorzieningen Bouwkosten Conform de meest actuele uitgave van het Taxatieboekje (her)bouwkosten bedrijfspanden Vakmedianet 4. Gezondheids- en sociale voorzieningen Bouwkosten 4.1 Verpleeghuizen 10001 m3 25001 m3 50001 m3 tot tot tot tot vanaf 10000 m3 25000 m3 50000 m3 100000 m3 100001 m3 360 324 298 288 280 5 Recreatieve voorzieningen Bouwkosten 5.1 Kantines, eetcafés 751 m3 1001 m3 2501 m3 tot tot tot tot vanaf 750 m3 1000 m3 2500 m3 5000 m3 5001 m3 Vrijstaande 299 270 249 249 249 Tussen andere bebouwing 279 251 231 231 231 5.2 Restaurants 751 m3 1001 m3 2501 m3 tot tot tot Tot vanaf 750 m3 1000 m3 2500 m3 5000 m3 5001 m3 Vrijstaande 338 304 280 270 246 Tussen andere bebouwing 324 292 269 259 237 5.3 Cafés, snackbars, koffiebars, etc. 751 m3 1001 m3 2501 m3 tot tot tot Tot vanaf 750 m3 1000 m3 2500 m3 5000 m3 5001 m3 Vrijstaande 333 299 276 266 243 Tussen andere bebouwing 326 293 271 261 238 5.4 Feestzalen 751 m3 1001 m3 2501 m3 tot tot tot Tot vanaf 750 m3 1000 m3 2500 m3 5000 m3 5001 m3 Vrijstaande 261 235 217 209 191 Tussen andere bebouwing 248 224 206 199 181 5.5 Sportvoorzieningen 1001 m3 2501 m3 7501 m3 tot tot tot Tot vanaf 1000 m3 2500 m3 7500 m3 15000 m3 15001 m3 Gymzalen 264 264 235 218 207 Sporthallen 242 242 242 225 214 Fitnesscentra 343 309 275 256 243 Kleedgebouwen 283 255 235 235 235 6. Onderwijsvoorzieningen Bouwkosten 6.1 Gebouwen voor kleuterscholen 1001 m3 2501 m3 7501 m3 tot tot tot tot vanaf 1000 m3 2500 m3 7500 m3 15000 m3 15001 m3 1-laags 284 256 236 228 199 2-laags 273 246 227 218 191 6.2 Gebouwen voor middelbaar onderwijs 5001 m3 10001 m3 15001 m3 tot tot tot tot vanaf 5000 m3 10000 m3 15000 m3 25000 m3 25001 m3 1-laags 269 242 223 215 188 2-laags 255 230 212 204 179 6.3 Gebouwen voor middelbaar onderwijs 5001 m3 10001 m3 15001 m3 tot tot tot tot vanaf 5000 m3 10000 m3 15000 m3 25000 m3 25001 m3 3-laags 248 223 206 198 174 4-laags 237 213 197 190 166 5-laags 228 204 189 182 159 6.4 Gebouwen voor bijzonder onderwijs 751 m3 1001 m3 2501 m3 tot tot tot tot vanaf 750 m3 1000 m3 2500 m3 5000 m3 5001 m3 1-laags 286 258 238 229 200 2-laags 272 245 226 218 191 6.5 Tijdelijke units per m3 Nieuwe units 185 Bestaande units 60 7. Woonvoorzieningen Bouwkosten 7.1 Woningen zonder verdieping (seriematig) 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 Type P1 sociale sector 255 242 232 232 232 vrije sector 270 257 246 246 246 Type K1 sociale sector 266 253 242 242 242 vrije sector 282 268 257 257 257 Type H1 sociale sector 277 264 252 252 252 vrije sector 294 279 268 268 268 7.2 Woningen met 1 verdieping (seriematig) 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot Tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 Type P2 sociale sector 242 218 201 201 201 vrije sector 257 231 213 213 213 Type K2 sociale sector 253 228 210 210 210 vrije sector 268 241 223 223 223 Type H2 sociale sector 264 237 219 219 219 vrije sector 279 251 232 232 232 Type S2 sociale sector 257 231 213 213 213 vrije sector 272 245 226 226 226 7.3 Woningen met 2 of verdiepingen (seriematig) 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 Type P3 sociale sector 235 211 195 188 188 vrije sector 249 224 106 199 199 Type K3 sociale sector 245 221 203 196 196 vrije sector 260 234 216 208 208 Type H3 sociale sector 255 230 212 204 204 vrije sector 271 243 225 216 213 Type S3 sociale sector 244 219 202 195 195 vrije sector 258 232 214 207 207 Type S4 sociale sector 236 212 196 189 189 vrije sector 250 225 208 200 200 7.4 Appartementen 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 3-laags P3 sociale sector 306 276 254 245 245 vrije sector 325 308 295 260 260 4-laags P4 sociale sector 295 265 245 236 236 vrije sector 312 297 284 250 250 5-laags P5 sociale sector 283 255 235 226 226 vrije sector 300 285 273 240 240 7.5 Urban Villa's 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 3-laags UV3 sociale sector 337 304 280 270 270 vrije sector 357 340 325 286 286 4-laags UV4 sociale sector 324 292 269 259 259 vrije sector 343 326 313 275 275 5-laags UV5 sociale sector 311 280 258 249 249 vrije sector 330 313 300 264 264 7.6 Recreatiewoningen 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 247 235 225 211 7.7 Vrijstaande woningen 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 Type P1 Projectmatig 311 295 283 283 283 Individueel 326 309 296 296 296 Type P2 Projectmatig 295 281 269 231 199 Individueel 309 294 281 242 208 Type P3 Projectmatig 286 272 260 224 193 Individueel 300 285 273 234 202 Type K1 Projectmatig 328 311 298 298 298 Individueel 343 326 312 312 312 Type K2 Projectmatig 311 296 283 244 244 Individueel 326 310 297 255 255 Type K3 Projectmatig 286 272 261 224 193 Individueel 300 285 273 235 202 Type H2 Projectmatig 321 263 250 240 240 Individueel 336 276 262 251 251 Type H3 Projectmatig 311 311 296 283 244 Individueel 326 326 310 297 255 Type S2 Projectmatig 315 303 288 275 275 Individueel 330 317 301 288 288 Type S3 Projectmatig 297 272 258 247 213 Individueel 311 285 271 259 223 Type S4 Projectmatig 285 263 250 240 206 Individueel 299 276 262 251 216 7.8 Twee onder een kap 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 Type P1 Projectmatig 277 263 252 252 252 Individueel 290 275 264 264 264 Type P2 Projectmatig 263 250 239 206 177 Individueel 275 262 251 215 185 Type P3 Projectmatig 255 242 232 199 171 Individueel 267 253 243 209 179 Type K1 Projectmatig 292 277 265 265 265 Individueel 305 290 278 278 278 Type K2 Projectmatig 277 263 252 217 217 Individueel 290 276 264 227 227 Type K3 Projectmatig 255 242 232 199 171 Individueel 267 253 243 209 180 Type H2 Projectmatig 286 272 260 224 224 Individueel 299 284 272 234 234 Type H3 Projectmatig 345 328 314 270 232 Individueel 361 343 329 283 243 Type S2 Projectmatig 281 267 255 220 189 Individueel 294 279 268 230 198 Type S3 Projectmatig 331 315 301 259 223 Individueel 347 329 316 271 233 Type S4 Projectmatig 306 291 279 240 Individueel 321 305 292 251 7.9 Hotels en motels 5001 m3 10001 m3 15001 m3 tot tot tot tot vanaf 5000 m3 10000 m3 15000 m3 25000 m3 25001 m3 1-laags 347 313 288 273 254 2-laags 330 297 274 264 241 3-laags 320 289 266 257 234 4-laags 306 276 254 245 223 7.10 Woonwagens 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 212 191 191 191 191 7.11 Bijgebouwen en aanbouwen 26 m3 51 m3 101 m3 tot tot tot tot vanaf 25 m3 50 m3 100 m3 150 m3 151 m3 Aanbouw, woonruimte plat dak 400 360 332 320 320 hellend dak 460 414 382 368 368 Aanbouw, sanitaire ruimte plat dak 431 388 358 345 345 hellend dak 495 446 411 396 396 Garage 164 148 136 132 Berging steen 179 161 148 143 143 hout 109 98 91 87 87 Carport steen 183 165 152 146 146 hout 131 118 109 105 105 Tuinhuis plat dak 134 121 121 121 121 hellend dak 154 139 139 139 139 7.12 Onderdelen van woonvoorzieningen € eenheid Serre niet geïsoleerd 329 m3 geïsoleerd 434 m3 Erker geïsoleerd 464 m3 Dakkapel tot 2,50 m 1299 m1 vanaf 2,50 m 1182 m1 Kelder tot 25 m3 370 m3 van 25 m3 tot 50 m3 325 m3 vanaf 50 m3 303 m3 7.13 Tijdelijke woonunits 176 m3 251 m3 501 m3 tot tot tot tot vanaf 175 m3 250 m3 500 m3 750 m3 751 m3 Nieuwe units 276 248 248 248 248 Bestaande units 72 68 68 68 68 7.14 (erf)afscheidingen per strekkende meter Houten (erf)afscheiding/pergola 80 Houten + gemetselde (erf)afscheiding 100 Gemetselde (erf)afscheiding 125 Toeslagen Gebouwsoorten 1 2 3 4 5 6 7 Uiterlijk Afwijkende architectuur, zoals natuursteen beplating, luxe aluminium of kunststof puien, metalen gevels 4% 5% 4% 3% 5% 5% Ondergrondse geschilderde wanden 2% Hoog verlichtingsniveau 3% Betonnen draagconstructie i.p.v. staal 3% Metalen gevelbeplating in kleur 1% Dockshelters met docklevelers 2% Vliesgevel 7% 6% 7% Rieten daken 3% Installatie1Dit betreft grote installaties die een integraal onderdeel uitmaken van het bouwwerk. Gebouwbeheersvoorzieningen PLC 1% 1% 1% 1% 1% IBS (Installatie Beheer Systeem) 2% 2% 3% 1% 2% GBS (Gebouw Beheer Systeem) 4% 4% 5% 2% 4% GBS Plus 6% 6% 7% 4% 6% Indeling Kantooroppervlak groter dan 15% van het oppervlak bij bedrijfsgebouwen 2% Projecttoeslag tot 20 woningen 0% van 21 tot 50 woningen -5% van 51 tot 100 woningen -7,50% vanaf 101 woningen -9,50% Behoort bij raadsbesluit van 11 november 2025. De griffier van de raad van de gemeente Staphorst, TOELICHTING BIJ DE “LEGESVERORDENING 2026” EN DE BIJ DEZE VERORDENING BEHORENDE TABELLEN EN ANDERE BIJLAGEN 1 Algemeen 1.1. Vindplaatsen wet- en regelgeving De meeste tarieven van de leges, die worden genoemd in deze verordening, zijn gebaseerd op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b. van de Gemeentewet. Op grond van dit artikellid mogen gemeenten rechten heffen voor het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten. In het derde lid van artikel 229 van de Gemeentewet zijn de volgens deze verordening geheven rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Het in artikel 229 van de Gemeentewet genoemde begrip rechten is ruimer dan het oudere, meer bekende begrip leges. Het in de wet genoemde begrip rechten omvat daardoor mede het begrip leges. Gemeenten zijn vrij om heffingen anders te noemen. Daarom blijft het begrip leges gehandhaafd als een ingeburgerd en herkenbaar begrip. Niet alle leges vinden hun wettelijke basis in artikel 229 van de Gemeentewet. Er bestaan de volgende uitzonderingen: legesheffing in verband met paspoorten en de Nederlandse Identiteitskaarten zijn gebaseerd op artikel 7 van de Paspoortwet, in samenhang met artikel 2, tweede lid, van diezelfde wet. Deze uitzondering heeft mede te maken met de afdracht die door gemeenten moet worden gedaan van de aan het Rijk verschuldigde kosten (afdracht van het zogenoemde rijksdeel van het tarief); legesheffing in verband met de Omgevingswet vindt zijn basis in artikel 13.1a van de Omgevingswet. Volgens dit wetsartikel gaat het om de legesheffing voor het in behandeling nemen van aanvragen om een omgevingsvergunning, het wijzigen van voorschriften van een omgevingsvergunning of het intrekken daarvan. Bij de heffing van leges die worden geheven op grond van de Paspoortwet en de Omgevingswet, speelt het begrip “dienst” geen rol. Dit heeft onder andere te maken met de legitimatieplicht, waardoor de verstrekking van een paspoort of een Nederlandse Identiteitskaart niet mag worden beschouwd als een dienst. In deze verordening wordt door de gemeenteraad een gedeelte van de aan hem toekomende verordenende bevoegdheid overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders. Deze overdracht vindt zijn basis in artikel 156 van de Gemeentewet. In de aanhef van deze verordening wordt daarom dit artikel mede genoemd. 1.2.Doel van de heffing van leges Het doel van de leges is het verhaal van de kosten die de gemeente Staphorst maakt in verband met het leveren van diensten en producten die zijn omschreven in de bij de verordening behorende tarieventabel. 1.3. Karakter van de leges Tegenover de heffing van de leges staan individueel aanwijsbare tegenprestaties. De opbrengst van de rechten mag daarom alleen worden aangewend voor de kosten die de gemeente Staphorst maakt om de gevraagde diensten en producten te leveren. Hierbij geldt volgens artikel 229b van de Gemeentewet een limiet. Die limiet betekent dat de totale te ramen opbrengst van deze verordening niet hoger mag zijn dan 100% van de totaal te ramen kosten die voor het leveren van alle in de verordening genoemde diensten en producten in het begrotingsjaar door de gemeente worden gemaakt. In deze toelichting wordt verderop hierover nog ingegaan in het deel dat gaat over de tarieventabel. 1.4. De inrichting van de heffing 1.4.1.Grote veelzijdigheid aan legestarieven De heffing van de leges heeft betrekking op een groot aantal producten en diensten die door de gemeente Staphorst aan haar burgers en bedrijven worden geleverd. De verordening kent dan ook een grote veelzijdigheid in soorten van tarieven. De werkzaamheid van de verordening treft daarom bijna alle organisatieonderdelen van de gemeente. Door het aantal tarieven en de veelzijdigheid hiervan is ervoor gekozen de tarieven op te nemen in een tarieventabel. Op haar beurt gaat deze tarieventabel weer vergezeld met een tweetal bijlagen. 1.4.2.Op welk moment zijn de leges verschuldigd? In een belastingverordening moet worden aangegeven op welk moment de belasting verschuldigd is of wordt. Dit is ook bij de heffing van leges het geval. Bij de Nederlandse gemeenten zijn meestal tweetal momenten gangbaar, te weten: 1) de leges zijn verschuldigd op het moment dat de aanvraag bij de gemeente wordt ingediend, of, 2) de leges zijn verschuldigd als een product of dienst wordt geleverd. Net als de gemeente Staphorst heeft gedaan, kiezen bijna alle gemeenten ervoor om leges verschuldigd te laten zijn op het moment dat de aanvraag voor een product of dienst wordt gedaan. De bepalingen die in de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gaan ook van deze werkwijze uit. De leges kan hierdoor al direct na binnenkomst van de aanvraag worden geheven. De leges kan ook worden geheven als er een aanvraag moet worden geweigerd. Juist deze gevallen vragen vaak meer tijd omdat een weigering vaak uitgebreider moet worden gemotiveerd dan bij een positieve beslissing nodig is. De eisen van een zorgvuldige behandeling brengt ook met zich mee dat er soms meer contactmomenten met een aanvrager of de indiener nodig zijn. De legesheffing heeft ten doel de door de gemeente gemaakte kosten verhalen op een de gebruikers/afnemers. Juist bij negatieve beslissingen is de heffing van leges daardoor relevant te noemen. In sommige gevallen wordt in hogere wet- of regelgeving het moment van het verschuldigd zijn van de leges geregeld. In die gevallen volgen we in deze verordening uiteraard deze wet- of regelgeving. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de tarieven voor burgerlijke stand. Deze tarieven, bijvoorbeeld voor een huwelijksvoltrekking, kennen de Wet rechten burgerlijke stand mede als wettelijke basis. Deze bijzondere wet gaat uit van een heffing op het moment van het verlenen van de dienst. In de tarieventabel is de omschrijving van het belastbare feit hierop aangepast. Een aantal van de tarieven die betrekking hebben op de burgerlijke stand worden niet genoemd in de tarieventabel. Deze tarieven worden door de gemeente geheven op grond van het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Om die reden blijft het opnemen van deze tarieven in onze eigen regeling achterwege. 1.4.3.De gekozen wijze van heffing Als een aanvraag in behandeling wordt genomen is op dat moment nog niet altijd vast te stellen welke tarieven er bij die aanvraag van toepassing zullen zijn. Bij de aanvraag van bepaalde baliediensten, zoals het aanvragen van paspoort of rijbewijs, kan eigenlijk altijd wel direct worden aangegeven welk tarief van toepassing is. Deze aanvragen kunnen daardoor gelijk aan de balie worden afgerekend. De betaling vindt meestal met behulp van een bankpas plaats, het contant afrekenen komt niet meer zo heel vaak voor. Door middel van het uitreiken van de kassabon wordt het belastbare feit vastgelegd (lees: geformaliseerd). Deze kassabon geldt dan tevens als betalingsbewijs. Bij meer uitgebreidere aanvragen, zoals voor een omgevingsvergunning, bestaan de te heffen leges meestal uit meerdere tarieven en bedragen. Vaak wordt pas tijdens de behandeling van een aanvraag duidelijk welke stappen, verplichte toetsen of handelingen precies nodig zijn. De hoogte van de verschuldigde leges wordt immers bepaald door elk van die afzonderlijke stappen, verplichte toetsen of handelingen, of door de hoogte van de bouwsom. Vaak kan daardoor pas tijdens de behandeling of pas achteraf de hoogte van de verschuldigde leges worden bepaald. In de regel sturen we pas een nota aan de aanvrager, als zijn aanvraag geheel is afgehandeld. 1.5.Samenhang met bijzondere wetten en andere regelgeving Hiervoor kwam al aan de orde dat de legesheffing een groot aantal tarieven kent die voor een veelheid aan producten en diensten worden geheven. Een aantal van die producten en diensten zijn alleen lokaal geregeld, kennen de meeste producten en diensten hun wettelijke basis in een bijzondere wet- of in andere (hogere) regelgeving. Gemeenten voeren immers namens de rijksoverheid veel taken in medebewind uit. Daardoor ontstaat dan ook bij veel van die wet- en regelgeving een samenhang. Bij veel tarieven wordt die basis ook in de omschrijving van het belastbare feit en het tarief genoemd. Daarom blijft op deze plaats een opsomming achterwege. 2 Wijzigingen ten opzichte van de vorige verordeningen 2.1.Vastgestelde tariefswijzigingen Ten opzichte van het voorgaande jaar zijn de meeste legestarieven met 2,74% verhoogd. In een aantal gevallen zijn de legestarieven door het Rijk bepaald of gemaximeerd. Daarmee wordt in deze verordening rekening gehouden. Hieruit volgt dat bij een aantal tarieven de tariefstijging afwijkt of geheel achterwege blijft. 2.2.Andere wijzigingen In deze verordening zijn ten opzichte van de vorige verordening de volgende wijzigingen aangebracht: Vindplaats Aard van de wijziging Algemeen Aan de verordening, de tarieventabel en de bij deze tabel behorende bijlagen, is een toelichting toegevoegd. Aanduiding bijlagen Bij de verordening en de tarieventabel behoorden meerdere bijlagen waarvan onduidelijk was waarvan zij de bijlage waren. Deze bijlagen worden nu als bijlage behorende bij de tarieventabel aangeduid. Artikel 7 verordening De mogelijkheid van het opleggen van een voorlopig gevorderd bedrag wordt toegevoegd. Artikel 1.8 tarieventabel Het tarief voor de luxe variant van het trouwboekje wordt geschrapt. Artikel 1.35d tarieventabel Het tarief voor een geleidebiljet op grond van de Wet gevaarlijke stoffen wordt geschrapt. Artikel 2.6d tarieventabel Verandering van anticumulatiebepaling in een teruggaafbepaling (overgebracht naar artikel 2.56 tarieventabel) + aanpassing van de teruggaafbepaling Paragraaf 2.5 tarieventabel Tarieven voor milieubelastende activiteiten worden, zoals door de Omgevingsdienst IJsselland voorgesteld, worden overgenomen. Artikel 2.20d tarieventabel Nieuw tarief voor functioneel ondersteunde activiteiten wordt toegevoegd. Artikel 2.36 tarieventabel Nieuw tarief voor gesloten bodemenergiesystemen wordt toegevoegd. Artikelen 2.59 en 2.60 tarieventabel Teruggaafbepaling voor het intrekken of vernietigen van een omgevingsvergunning wordt gewijzigd. De percentages van de teruggaaf worden verlaagd. Artikel 3.10 tarieventabel Schrappen van de tariefbepaling voor standplaatsgelden. Dit tarief wordt onderdeel van de nieuwe Verordening Markt- en Standplaatsgelden 2026. Bijlage 2 bij de tarieventabel Bij de tarieventabel wordt een nieuwe bijlage 2 ingevoegd, waardoor een nieuwe normkostentabel aan de verordening wordt toegevoegd. 3a Artikelsgewijze toelichting (verordening) Artikel 1Begripsomschrijvingen In dit artikel wordt een omschrijving gegeven van een aantal begrippen die voor de heffing van de leges relevant zijn. Artikel 2Aard van de belasting Dit artikel geeft een omschrijving van het belastbare feit. Omdat de leges worden geheven op basis van tarieven die in de tarieventabel en de bij deze tabel behorende bijlagen worden geheven, wordt in dit artikel hier eveneens naar verwezen. Artikel 3 Belastingplicht Dit artikel regelt van wie de leges worden geheven. In de meeste gevallen wordt de leges van de aanvrager geheven. Soms is de aanvrager niet de een direct belanghebbende, maar bijvoorbeeld iemand die een bepaald werk voor een opdrachtgever moet uitvoeren. Met de gekozen omschrijving is het mogelijk om de leges eveneens van die opdrachtgever te heffen. Artikel 4Vrijstellingen De meeste vrijstellingen die bij de legesheffing voorkomen, zijn geregeld in de tarieventabel. Dit is gedaan in verband met de leesbaarheid en de vindbaarheid, waardoor vrijstellingsbepalingen zoveel mogelijk worden ondergebracht in het gedeelte van de tarieventabel, waarin ook de tarieven en andere specifieke bepalingen voor een product of dienst zijn geregeld. Enkele vrijstellingen zijn echter niet specifiek aan één product of dienst verbonden. Deze vrijstellingen zijn daarom opgenomen in dit artikel. Artikel 5Maatstaf van heffing en tarieven Eerste lid In het eerste artikellid wordt aangegeven naar welke heffingsmaatstaven en tarieven de leges worden geheven. Omdat de tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel en de bij deze tabel behorende bijlagen, is in dit artikellid een verwijzing naar deze tabel opgenomen. Door de tekstuele formulering hebben de tarieventabel en haar bijlagen daarmee dezelfde juridische status als de verordening. Tweede lid In veel gevallen leiden diverse bepalingen zoals de berekening van de grondslag of van het tarief niet tot mooi afgeronde geldbedragen. Om in de praktijk problemen te voorkomen, wordt in dit artikellid de wijze van afronding geregeld. Met de gekozen formulering wordt er steeds naar boven afgerond. Artikel 6Wijze van heffen De grote veelzijdigheid aan tarieven die in deze verordening zijn opgenomen worden de leges op verschillende manieren geheven. De tekst in dit artikel voorziet in de in de gemeente Staphorst voorkomende mogelijkheden. Als het gaat om diensten die aan de balie worden geleverd, wordt er direct afgerekend. Het is in deze gevallen nodig dat het tarief direct verschuldigd wordt en dat de wijze van heffing hierop is afgestemd (in dit geval: door mondelinge kennisgeving, een stempelafdruk of het uitreiken van andere schriftuur, zoals een kassabon. In andere gevallen worden de leges pas later geheven. We verzenden dan een nota, waardoor bij deze wijze van heffing een andere betalingstermijn nodig is. Artikel 7Voorlopig gevorderd bedrag Hiervoor is in deze toelichting al aan de orde geweest dat in veel gevallen de heffing van de leges pas mogelijk is als een aanvraag helemaal is afgehandeld. Vooral procedures die met de Omgevingswet te maken hebben kennen vaak een lange doorlooptijd, die soms wel meerdere jaren kunnen duren. Betreft de te heffen leges een aanzienlijk bedrag dan kan het zinvol zijn om de leges al op een eerder moment te heffen, zodat de opbrengst al in een vroeg stadium zeker worden gesteld. Dit artikel regelt de bevoegdheid tot het mogen opleggen van een voorlopig gevorderd bedrag. Dit gebeurt door middel van het toezenden van een voorlopige nota. De bevoegdheid tot het opleggen van een voorlopig gevorderd bedrag bestond nog niet eerder in deze verordening. Het gaat dus om een nieuwe bevoegdheid. Het werken met voorlopig gevorderde bedragen betekent wel dat er voor de heffing van de leges extra handelingen nodig zijn. Eveneens wordt het risico genomen dat er meerdere malen bezwaar wordt gemaakt. Er kan immers zowel tegen de voorlopige nota als de definitieve nota bezwaar worden ingediend. Hoewel deze bevoegdheid goede voordelen biedt, zal die bij de gemeente Staphorst alleen in daarvoor in aanmerking komende gevallen worden toegepast. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat er na een voorlopig gevorderd bedrag er altijd een definitief gevorderd bedrag volgt. Dit is ook nodig als de leges met de voorlopige nota al tot het juiste bedrag was geheven. In die gevallen komt het definitief gevorderd bedrag dan op nihil uit. Er is immers niets meer “bij te betalen” of “terug te geven”. Wel is een belangrijk voordeel dat met de definitieve nota nog bedragen of tarieven kunnen toegevoegd, die niet eerder in de toegezonden voorlopige nota (voorlopig gevorderd bedrag) waren meegenomen. Het komt bij de legesheffing met enige regelmaat voor dat op het moment dat een aanvraag bij de gemeente binnenkomt nog niet precies is vast te stellen welke stappen allemaal nodig zijn. Artikel 8Vermindering of teruggaaf In deze verordening komen een behoorlijk aantal tarieven voor waarbij een vermindering of teruggaaf mogelijk is. In de bij de verordening behorende tarieventabel is geregeld onder welke voorwaarden een vermindering of teruggaaf mogelijk is. Artikel 9Termijnen van betaling Eerste lid In onderdeel a van dit artikellid regelt de betalingstermijn als het verschuldigde bedrag mondeling aan de aanvrager wordt meegedeeld of wanneer dit aan hem door middel van een kassabon, stempelafdruk of een ander papieren stuk wordt aangereikt. Omdat er in dat geval gelijk contant wordt afgerekend, is de betalingstermijn hierop afgestemd. In onderdeel b wordt de betalingstermijn in andere gevallen geregeld. Het gaat dan om aanvragen waarbij een nota aan de aanvrager wordt toegezonden. Omdat de betaling dan pas op een later moment kan volgen, is de betalingstermijn gesteld op één maand na dagtekening van de nota. Tweede lid Het tweede lid regelt de betalingstermijn van nota’s die als voorlopig gevorderd bedrag worden toegezonden. De betalingstermijn is hierbij gelijk gehouden aan de termijn die voor definitief gevorderde bedragen geldt. Derde lid De Algemene Termijnenwet is ook van toepassing op gemeentelijke belastingen. Deze wet regelt onder andere hoe bij beslis- of betalingstermijnen omgegaan moet worden met feestdagen en dergelijke. Gemeenten zijn niet verplicht om deze wet te volgen. Om deze reden is de werking van deze wet hier niet overgenomen. Artikel 10Overdracht van bevoegdheden Als het gaat om de gemeentelijke belastingen, beschikt bij alleen de gemeenteraad over de verordenende bevoegdheid. Alleen de gemeenteraad mag daardoor een verordening vaststellen, wijzigen of intrekken. In een beperkt aantal gevallen is het gewenst die bevoegdheid ook bij het college van burgemeester en wethouders ligt, zoals voor: wijzigingen die van puur redactionele aard zijn. Het gaat hierbij om de correctie van tekst in “punten en komma’s”, niet om inhoudelijke wijzigingen of tariefswijzigingen; bepaalde tariefswijzigingen die pas aan het einde van het jaar worden aangekondigd. Het gaat hier om de wijziging van bepaalde tarieven waarvan de rijksoverheid ieder jaar een maximumtarief vaststelt (bijvoorbeeld voor paspoorten of rijbewijzen). Die nieuwe tarieven worden meestal pas kort voor het begin van het volgende kalenderjaar aan de gemeenten bekendgemaakt. Deze nieuwe tarieven konden daardoor nog niet in de verordening worden opgenomen. Doordat tariefswijzigingen om een raadsbesluit vragen, is een bepaalde doorlooptijd nodig en in die tussenliggende tijd kan het aangepaste (lees: hogere) tarief nog niet geheven worden. Dit leidt voor gemeenten tot een financieel verlies. Met dit artikel draagt de gemeenteraad voor een aantal legestarieven zijn verordenende bevoegdheid onder bepaalde voorwaarden over aan het college van burgemeester en wethouders. Dit college kan met deze bevoegdheid de verordening dan aanpassen. Van deze bevoegdheid wordt in de gemeente Staphorst ieder jaar gebruikgemaakt. Artikel 11Overgangsrecht Dit artikel regelt de intrekking van de oude verordening als er een nieuwe verordening wordt vastgesteld. Hierbij is eveneens overgangsrecht geregeld. Het is mogelijk dat een nieuwe verordening nog niet in werking is getreden, omdat deze nog niet op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. In dat geval blijft de oude verordening nog gelden, zodat heffing in dat geval wel mogelijk blijft. Artikel 12Inwerkingtreding Eerste en tweede lid In het eerste lid wordt het moment van inwerkingtreding van de nieuwe, opvolgende belastingverordening geregeld. Het tweede lid regelt dat de verordening, de tarieventabel en bij deze tabel behorende bijlagen bekendgemaakt worden via een uitgave van het Gemeenteblad. Derde lid Eigenlijk worden belastingverordeningen steeds al vóór het begin van het volgende belastingjaar vastgesteld en ook officieel bekendgemaakt. Gelet op het eerste lid zou de nieuwe verordening dan vóór het nieuwe kalenderjaar al in werking treden. Volgens het derde lid is een datum van ingang van de heffing van toepassing. De verordening treedt daarom pas in werking op 1 januari 2026. Artikel 11Citeertitel Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening. Meestal is een citeertitel korter dan de volledige naam van een verordening. In de citeertitel wordt veelal het jaartal genoemd waarvoor de verordening van toepassing is of – als deze meerdere jaren geldt - het jaar waarin deze geldig is geworden. 3b Artikelsgewijze toelichting (Tarieventabel) 1Algemeen 1.1.Inleiding en indeling van de tarieventabel en de toelichting De tarieventabel kent een indeling in drie hoofdstukken. Deze indeling is mede ingegeven door de (on)mogelijkheden tot kruissubsidiëring als gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn en de introductie van de omgevingsvergunning. Verderop zal in de toelichting die handelt over hoofdstuk 3 van deze tarieventabel nog aandacht worden besteed aan de (on)mogelijkheden van kruissubsidiëring. De tarieventabel kent de volgende hoofdstukken: hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de Dienstenrichtlijn van toepassing is en die niet valt onder hoofdstuk 2. Elk hoofdstuk is onderverdeeld in paragrafen. Elke paragraaf bevat één of meer artikelen. Per hoofdstuk is sprake van een doorlopende artikelnummering. In deze toelichting wordt in hoofdstuk 1 een algemene toelichting gegeven, terwijl in hoofdstuk 2 een toelichting volgt die per hoofdstuk van de tarieventabel is ingericht. 1.2.Legesheffing is alleen mogelijk voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte dienst Artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten leges mogen heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het begrip “dienst” is in de wet echter niet nader gedefinieerd, maar hieraan is in de rechtspraak een nadere invulling gegeven. Hieruit blijkt onder andere dat de werkzaamheden van de gemeente rechtstreeks en in overheersende mate verband moeten houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Dit individuele belang is in beginsel aanwezig als om dienstverlening wordt gevraagd. Van een individualiseer belang is geen sprake als de gemeentelijke werkzaamheid teveel binnen het gebied van de publieke taakuitoefening komt te liggen. Het algemeen belang prevaleert dan boven het persoonlijk of individuele belang. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het gaat om de handhaving van regels van een bestemmingsplan of een ander besluit van algemene strekking. Het handhaven van deze regels behoort immers tot het algemene belang dat gebaat is bij een goede ruimtelijke ordening (of van een ander belang) in de gemeente. Als een aanvrager echter een verzoek indient om van dit bestemmingsplan af te wijken, dan is wel sprake van een individualiseerbaar belang omdat dit verzoek is gestoeld op een persoonlijke wens van de aanvrager zodat in dergelijke gevallen legesheffing kan plaatsvinden. De Hoge Raad overwoog hierbij dat de omstandigheid dat het gemeentebestuur bij zijn beslissing op het verzoek de belangen van de aanvrager heeft afgewogen tegen de gevolgen voor de ruimtelijke ordening, dit niet anders maakt, zodat in de onderhavige kwestie legesheffing voor dit verzoek mogelijk was. Door de wijze waarop een dienst in de tarieventabel wordt omschreven heeft een dienst waarvoor de leges zijn verschuldigd uitsluitend betrekking op het in gang zetten van de dienstverlening. Bij de legesheffing is sprake van een inspanningsverplichting, maar niet van een resultaatverplichting. Als het algemeen belang groter is dan het individuele belang van de aanvrager of voor degene voor wie de dienst wordt verleend, dan is er geen sprake van een dienst die legesheffing rechtvaardigt. In dat geval is er geen legesheffing mogelijk. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij het doen van een melding. Het verwerken van een melding moet worden beschouwd als een administratieve handeling die geen invloed heeft op de activiteit van de melder. In de jurisprudentie is deze opvatting bevestigd. De rechtspositie van de melder verandert door het doen van de melding niet. Met andere woorden, door het doen van een melding krijgt de melder niet meer of minder rechten dan hij al had. De melding dient hiermee alleen het belang van de overheid. Hierdoor wordt de melder niet geacht een dienst door de overheid te zijn geleverd. 1.3.Te heffen legesbedrag moet blijken uit de verordening Een belastingplichtige moet uit een verordening steeds voorafgaand aan het doen van zijn aanvraag de hoogte van de door hem verschuldigde leges kunnen afleiden. Dit vloeit voort uit artikel 217 van de Gemeentewet waarin is bepaald dat de verordening onder andere het tarief moet vermelden. Dit gaat echter niet zover dat de verordening het verschuldigde bedrag moet vermelden. Het is mogelijk dat de verordening de omvang van het te betalen bedrag ook op een andere manier aangeeft. Bij de tarieven van bepaalde aanvragen wordt gewerkt met een uurtarief of worden de kosten van een externe adviseur aan een aanvrager in rekening gebracht. In dergelijke gevallen is het niet mogelijk om voor deze aanvragen vaste tarieven te heffen. Bekende voorbeelden zijn het doen van naspeuringen in het gemeentearchief (waarbij per aanvraag de te verwachten tijdsbesteding verschilt) of bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij extern advies moet worden ingewonnen (vooraf is onduidelijk hoeveel een externe adviseur aan de gemeente in rekening brengt). In deze gevallen kan een aanvrager niet vooraf uit de verordening afleiden hoe hoog het uiteindelijk door hem te betalen bedrag zal worden. De aanvrager weet immers niet welke tijdsbesteding er voor zijn aanvraag n

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.