VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2026De raad van de gemeente Waalwijk heeft het voorstel over de belastingverordeningen 2026 van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025 gelezen en stelt, gelet op artikel 225 van de Gemeentewet, de volgende verordening vast: “Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2026” Artikel1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons en computers, parkeerautomaten en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan. Artikel2 Waarvoor betaal je de belasting? Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel3 Wie betaalt de belasting? Belastingplicht De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat: 1˚ indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2˚indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4 Hoe belasten we en wat kost het? Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel5 Vanaf wanneer moet je belasting betalen? Ontstaan van de belastingschuld De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel6 Hoe brengen we de belasting in rekening? Wijze van heffing en termijn van betaling De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door middel van het bij aanvang van het parkeren werpen van geld in parkeerapparatuur, door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur of het met behulp van een mobiele telefoon, computer of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer van een belparkeerprovider. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur kennisgegeven. Het college van burgemeester en wethouders geeft omtrent een en ander nadere regels. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel7 Termijnen van betaling De belasting bedoeld in artikel 2, onder a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren, tenzij sprake is van parkeerapparatuur voorzien van een automatische slagboom, in welk geval de belasting moet worden voldaan bij beëindiging van het parkeren. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit. Artikel9 Kosten Voor een naheffingsaanslag voor de belasting als bedoeld in art. 2, onderdeel a, worden kosten in rekening gebracht. De kosten van de naheffingsaanslag zijn vermeld in onderdeel 5 van de tarieventabel, die deel uitmaakt van deze verordening. Artikel10 Kwijtschelding Van de parkeerbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11 Nadere regels Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting. Dit zijn besluiten van het college waarin deze verordening verder wordt uitgewerkt. Wanneer deze besluiten zijn genomen zijn ze terug te vinden op de websites lokaleregelgeving.overheid.nl en www.waalwijk.nl. Artikel12 Inwerkingtreding en citeertitel De "Verordening Parkeerbelastingen 2025" van 7 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, maar blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2026 hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.