; gezien het voorstel namens de commissie bestuurlijke vernieuwing van 26 november 2025 (met kenmerk 344724 / 344725); besluit: vast te stellen het volgende Reglement van orde algemeen bestuur Waterschap De Dommel 2026. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: AB-dag: een dag voor AB-leden en commissieleden, die losstaat van de reguliere vergadercyclus van beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming van het algemeen bestuur. AB-lid: een lid van het algemeen bestuur van het waterschap; AB-vergadering: een besluitvormende vergadering van het algemeen bestuur van het waterschap; AB-voorstel: een voorstel aan het algemeen bestuur van het waterschap, dat is voorzien van een ontwerpbesluit. Dit kan ook een initiatiefvoorstel zijn. amendement: een voorstel tot wijziging van een ontwerpbesluit of een onderliggend stuk waarnaar in het ontwerpbesluit verwezen wordt; besluitenlijst: een kort overzicht van alle besluiten die in een AB-vergadering zijn genomen. In de besluitenlijst staat alleen informatie die ook in de notulen van de AB-vergadering voorkomt. bespreekstuk: een AB-voorstel dat tijdens de AB-vergadering inhoudelijk wordt besproken, voordat het algemeen bestuur er een besluit over neemt. bestuurlijke vraag: een vraag die politiek van aard is, gericht op het verkrijgen van een standpunt van het dagelijks bestuur; commissielid: een persoon die namens een fractie volledig mag meedoen aan commissievergaderingen, beeldvormende bijeenkomsten en AB-dagen. Dit lid is extern en maakt geen onderdeel uit van het algemeen bestuur; commissievoorstel: een voorstel aan één of meerdere vaste commissies van het algemeen bestuur. Met dit voorstel krijgen fracties in een commissievergadering de mogelijkheid om hun wensen en bedenkingen mee te geven aan het dagelijks bestuur of de watergraaf; DB-lid: een lid van het dagelijks bestuur van het waterschap; de secretaris: de secretaris van het waterschap of diens plaatsvervanger; de watergraaf: de voorzitter van het waterschap of diens plaatsvervanger. fractie: een collectief van één of meerdere AB-leden, die behoren tot dezelfde groepering. fractievoorzitter: een AB-lid dat door de leden van een fractie is aangewezen als hun voorzitter. hamerstuk: een AB-voorstel waarover geen discussie meer nodig is. Het algemeen bestuur neemt hierover een besluit zonder verdere bespreking in de AB-vergadering. het waterschap: Waterschap De Dommel; interpellatie: een verzoek om mondelinge uitleg van het dagelijks bestuur of de watergraaf tijdens een AB-vergadering; motie: een korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp, waarmee het algemeen bestuur een oordeel, wens of verzoek uitspreekt; stemverklaring: een toelichting die een AB-lid geeft op zijn of haar stemgedrag. subamendement: een voorstel tot wijziging van ingediend amendement; technische vraag: een vraag die verduidelijkend van aard is, gericht op het verkrijgen van feitelijke, objectieve informatie; voorstel van orde: een voorstel om iets te veranderen aan hoe de vergadering verloopt. Het gaat bijvoorbeeld over hoe, wanneer of hoe lang een onderwerp besproken wordt. waterbrief: een schriftelijke mededeling van het dagelijks bestuur om het algemeen bestuur te informeren. Artikel2.Fracties 1.De AB-leden die door het stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard en de AB-leden die zijn benoemd als vertegenwoordigers van een categorie van belanghebbenden, worden bij de start van de bestuursperiode ieder als een fractie beschouwd. 2.Is onder een lijst slechts één lid verkozen, respectievelijk voor een categorie van belanghebbenden slechts één lid benoemd, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 3.De fractie voert in het algemeen bestuur als naam de aanduiding die boven de kandidatenlijst was geplaatst dan wel de naam “Ongebouwd” of “Natuurterreinen”. 4.De namen van degenen die als fractievoorzitter en diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de watergraaf. 5.De watergraaf wordt zo snel mogelijk schriftelijk in kennis gesteld als: één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie. Artikel3.De watergraaf De watergraaf heeft, in het verlengde van dit reglement van orde, de volgende taken: Hij leidt de AB-vergaderingen. Hij handhaaft de orde tijdens de AB-vergaderingen. Hij helpt het algemeen bestuur goed te functioneren. Hij bevordert een goede samenwerking tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Hij ziet erop toe dat dit reglement van orde wordt nageleefd. Hij voert uit wat verder in dit reglement van orde aan hem is opgedragen. Artikel4.De secretaris 1.De secretaris zorgt, in het verlengde van dit reglement van orde, voor: de ambtelijke ondersteuning van het algemeen bestuur; het voorbereiden, vastleggen en uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur; het controleren van de kwaliteit en rechtmatigheid van de stukken die het algemeen bestuur bespreekt. 2.De secretaris is bij elke AB-vergadering aanwezig. Hij geeft daarbij advies aan het algemeen bestuur, de watergraaf en het dagelijks bestuur. Artikel5.Commissieleden 1.Fracties kunnen personen voordragen als commissielid. Aan het begin van iedere bestuursperiode worden in het fractievoorzittersoverleg afspraken gemaakt over het maximale aantal personen dat elke fractie mag voordragen. 2.Het algemeen bestuur beslist over de benoeming van de voorgedragen kandidaten. 3.Commissieleden moeten voldoen aan de voorwaarden die de Waterschapswet stelt aan het lidmaatschap van het algemeen bestuur. De in artikel 62 opgenomen bepalingen over de toelating van AB-leden zijn ook op commissieleden van toepassing. 4.De benoeming stopt automatisch als niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan. 5.De benoeming van commissieleden stopt aan het einde van de zittingsperiode van het algemeen bestuur. Hoofdstuk2.Werkwijze van het algemeen bestuur Artikel6.Het fractievoorzittersoverleg 1.Er vindt een regulier overleg plaats tussen de voorzitters van de fracties en de watergraaf (‘fractievoorzittersoverleg’). 2.Het fractievoorzittersoverleg spreekt in ieder geval over de volgende onderwerpen: de voorbereiding van AB-vergaderingen; zaken met betrekking tot het functioneren van het algemeen bestuur en onderlinge samenwerking tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; representatieve taken waar representatie van het algemeen bestuur als zodanig gewenst is; het bewaken van de actieve informatieplicht aan het algemeen bestuur; de voortgang van de strategische agenda; informatie van vertrouwelijke aard gericht op openbare besluitvorming (waarbij geheimhouding kan worden opgelegd); integriteitskwesties (waarbij geheimhouding kan worden opgelegd); en zaken van huishoudelijke aard die betrekking hebben op het algemeen bestuur. 3.De watergraaf is voorzitter van het fractievoorzittersoverleg. 4.Een fractievoorzitter kan zich bij verhindering laten vervangen door een AB-lid uit de eigen fractie. 5.De secretaris of een door diegene aan te wijzen ambtenaar is bij elk fractievoorzittersoverleg aanwezig. 6.Een door de secretaris aan te wijzen ambtenaar is secretaris van het fractievoorzittersoverleg en ziet toe op de verslaglegging. 7.Het fractievoorzittersoverleg komt in ieder geval voor iedere AB-vergadering en verder op initiatief van de watergraaf of ten minste drie van de fractievoorzitters bijeen. 8.Het fractievoorzittersoverleg vergadert in beslotenheid. De vergaderstukken voor het fractievoorzittersoverleg en het verslag worden beschikbaar gesteld aan alle AB-leden en commissieleden. Artikel7.De agendacommissie 1.Het algemeen bestuur heeft een agendacommissie. 2.De agendacommissie heeft de volgende taken: het voorbereiden en vaststellen van de agenda’s voor de commissievergaderingen, beeldvormende bijeenkomsten en AB-dagen, inclusief de wijze van behandeling; het bewaken van de termijnagenda van het algemeen bestuur in relatie tot de agenda’s voor de commissievergaderingen, beeldvormende bijeenkomsten en AB-dagen. 3.De agendacommissie bestaat uit de voorzitters van de commissievergaderingen en beeldvormende bijenkomsten, de plaatsvervangend voorzitters en de watergraaf. 4.De (plaatsvervangend) voorzitters vertegenwoordigen in de agendacommissie het belang van het AB. Zoals ook het geval bij het voorzitten van de commissievergaderingen en beeldvormende bijeenkomsten, vervullen zij een technische rol en geen politieke rol. 5.De watergraaf is voorzitter van de agendacommissie. 6.De secretaris of een door diegene aan te wijzen ambtenaar is bij elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. 7.Een door de secretaris aan te wijzen ambtenaar is secretaris van de agendacommissie en ziet toe op de verslaglegging. 8.De agendacommissie komt in ieder geval ter voorbereiding van iedere vergadercyclus van het algemeen bestuur bijeen. Hierbij kan de agendacommissie ook schriftelijk worden geraadpleegd. 9.De agendacommissie vergadert in beslotenheid. De vergaderstukken voor het overleg van de agendacommissie en het verslag worden beschikbaar gesteld aan alle AB-leden en commissieleden. 10.De agendacommissie streeft ernaar om te besluiten op basis van consensus. Indien dit niet kan, beslist zij op basis van een meerderheid. Als de stemmen staken, beslist de watergraaf. 11.De agendacommissie maakt bij het voorbereiden en vaststellen van de conceptagenda’s voor de commissievergaderingen, beeldvormende bijeenkomsten en AB-dagen gebruik van een vastgestelde afwegingsladder, op basis waarvan prioriteiten kunnen worden gesteld bij een hoge druk op de agenda. 12.De agenda’s en bijbehorende stukken van commissievergaderingen en beeldvormende bijeenkomsten worden één week voor de beeldvormende bijeenkomst gepubliceerd. In dringende gevallen, mag de agendacommissie tot uiterlijk 48 uur voor de commissievergadering of beeldvormende bijeenkomst een aanvullende of gewijzigde agenda vaststellen. 13.De conceptagenda voor de AB-vergaderingen wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur (zie artikel 16). Artikel8.De fases van het besluitvormingsproces 1.Het besluitvormingsproces van het algemeen bestuur kent drie fases: beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. De vergadercyclus van het algemeen bestuur is zo ingericht dat deze drie fases na elkaar doorlopen worden. 2.In de fase van beeldvorming oriënteren AB-leden en commissieleden zich breed op een onderwerp of voorstel. Er kunnen dan technische vragen worden gesteld. 3.In de fase van oordeelsvorming wordt het debat gevoerd tussen AB-leden en commissieleden onderling en met het dagelijks bestuur. Er kunnen dan bestuurlijke vragen worden gesteld. 4.Besluitvorming vindt plaats in een AB-vergadering. Artikel9.Spreekregels 1.In AB-vergaderingen, commissievergaderingen en beeldvormende bijeenkomsten mag een deelnemer pas spreken, nadat de watergraaf of voorzitter het woord heeft gegeven. Iedereen spreekt via de watergraaf of voorzitter. 2.De watergraaf of voorzitter van een commissievergadering staat de leden toe om in de tweede termijn (of in de eerste termijn als de bespreking in één termijn plaatsvindt) korte interrupties te plaatsen, tenzij de normale gang van de vergadering door herhaaldelijke interruptie dreigt te worden verstoord. De watergraaf of voorzitter mag regels stellen over een maximaal aantal interrupties per persoon per agendapunt. 3.Tijdens AB-vergaderingen en commissievergaderingen mogen AB-leden en commissieleden, buiten interrupties om, maximaal twee keer over hetzelfde onderwerp spreken. Alleen als de watergraaf of voorzitter toestemming geeft, mag dit vaker. Ook de voorzitter van een beeldvormende bijeenkomst mag regels stellen over hoe vaak iemand mag spreken. 4.De watergraaf of voorzitter van een commissievergadering of beeldvormende bijeenkomst mag regels stellen over de spreektijd. 5.AB-leden en commissieleden die zich beledigend of ongepast uitlaten of op een andere manier de orde verstoren, worden door de watergraaf of voorzitter van de commissievergadering of beeldvormende bijeenkomst tot de orde geroepen. Als dit geen verbetering oplevert, ontneemt de watergraaf of voorzitter dat lid het woord over het onderwerp van beraadslaging. Artikel10.De jaarkalender 1.De watergraaf stelt jaarlijks, zo mogelijk voor 1 augustus, de jaarkalender vast voor het volgende kalenderjaar met daarin de data voor de AB-vergaderingen, commissievergaderingen, beeldvormende bijeenkomsten en AB-dagen, na consultatie van de agendacommissie. 2.Op verzoek van het dagelijks bestuur of van ten minste een vijfde van het aantal zitting hebbende AB-leden vanuit minimaal drie verschillende fracties, belegt de watergraaf een extra AB-vergadering die niet in de jaarkalender is opgenomen. Deze vindt binnen twee weken na het verzoek plaats. 3.AB-vergaderingen, commissievergaderingen, beeldvormende bijeenkomsten en AB-dagen worden gepland op woensdagen vanaf 13:00 uur. De watergraaf kan hier bij het vaststellen van de jaarkalender of het beleggen van een extra AB-vergadering gemotiveerd van afwijken, na consultatie van de agendacommissie (bij de jaarkalender) of het fractievoorzittersoverleg (bij een extra AB-vergadering). 4.Commissievergaderingen, beeldvormende bijeenkomsten en AB-dagen kunnen door de agendacommissie in parallelsessies worden ingepland. Artikel11.Agenderingsverzoeken 1.De agendacommissie kan worden verzocht om een AB-voorstel, commissievoorstel of ander onderwerp op de agenda van een commissievergadering, beeldvormende bijeenkomst of AB-dag te plaatsen. 2.Een AB-voorstel kan worden gedaan door: een of meerdere AB-leden (initiatiefvoorstel); een door het AB ingestelde bijzondere commissie; het fractievoorzittersoverleg (via de watergraaf); de rekenkamer (via de watergraaf); het dagelijks bestuur; of de watergraaf. 3.Een commissievoorstel kan worden gedaan door het dagelijks bestuur of de watergraaf. 4.Een agenderingsverzoek voor bespreking van een ander onderwerp dan een AB-voorstel (bijv. een waterbrief) kan worden gedaan: een samenwerking van minstens één derde van de AB-leden, uit minimaal drie verschillende fracties; een door het AB ingestelde bijzondere commissie of werkgroep; het fractievoorzittersoverleg; de rekenkamer; het dagelijks bestuur; of de watergraaf (ook namens derden). 5.Een agenderingsverzoek dient te voldoen aan de daaraan door de agendacommissie gestelde vormvereisten. 6.De agendacommissie kan besluiten om het onderwerp niet te agenderen als: het agenderingsverzoek onvolledig of onduidelijk is; het onderwerp geen betrekking heeft op de taakuitoefening van het waterschap; over het onderwerp een (bestuurs)rechtelijke procedure openstaat of heeft opengestaan; over het onderwerp een klacht kan of kon worden ingediend op basis van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht; het onderwerp in de afgelopen zes maanden op de agenda heeft gestaan; het onderwerp in dezelfde vergadercyclus of de eerstvolgende vergadercyclus op de agenda staat; de verzochte informatie van beperkte omvang is, waardoor het verzoek schriftelijk kan worden afgedaan. Artikel12.De strategische agenda 1.Aan het begin van iedere bestuursperiode stelt het algemeen bestuur een strategische agenda vast. Deze wordt ieder jaar herijkt bij de vaststelling van de Voorjaarsnota. 2.In de strategische agenda benoemt het algemeen bestuur de (maximaal vijf) belangrijke beleidsdossiers waarop het extra focus wil aanbrengen vanuit zijn kaderstellende rol en wat dit vraagt in de samenwerking tussen het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de omgeving. 3.Voor dossiers die op de strategische agenda staan, geldt dat niet alleen over het eindproduct beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming plaatsvindt. Het algemeen bestuur wordt aan de voorkant in de gelegenheid gesteld om kaders mee te geven voor het te doorlopen proces. Artikel13.Bijzondere commissies 1.Het algemeen bestuur kan besluiten om een onderwerp te laten behandelen door een bijzondere commissie van AB-leden en eventueel commissieleden. Dit kan op voorstel van de watergraaf of van minstens een vijfde van de AB-leden, die uit minimaal drie fracties komen. 2.Het algemeen bestuur bepaalt de samenstelling van de commissie, wat haar opdracht is en welke regels van toepassing zijn. 3.De commissie kiest zelf een voorzitter uit haar leden. 4.De secretaris of een medewerker die hij aanwijst, ondersteunt de bijzondere commissie bij haar werk. Hoofdstuk3.Besluitvorming: vergaderingen van het algemeen bestuur Paragraaf1.Voorbereiding van AB-vergaderingen Artikel14.Oproep tot vergadering 1.De watergraaf zendt ten minste zes dagen voor de AB-vergadering een oproep tot vergadering naar de AB-leden, onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2.Met de oproep worden ook de conceptagenda en de bij de agenda behorende stukken gedeeld. 3.In bijzondere gevallen kan de watergraaf na het verzenden van de oproep een aanvullende agenda of aanvullende bij de agenda behorende stukken doen uitgaan. Artikel15.Openbare kennisgeving en publicatie van vergaderstukken 1.De secretaris zorgt ervoor dat openbaar kennis wordt gegeven van de dag, het tijdstip en de plaats van vergadering. 2.De agenda en de bij de agenda behorende stukken, voor zover deze betrekking hebben op het openbare gedeelte van de vergadering, worden op de website van het waterschap geplaatst. Artikel16.Agenda AB-vergaderingen 1.Het dagelijks bestuur stelt de conceptagenda van de AB-vergadering vast. 2.De conceptagenda bevat standaard de volgende opbouw, waarvan het dagelijks bestuur gemotiveerd kan afwijken: opening en vaststelling agenda; kennisneming van ingekomen stukken; vaststelling notulen en besluitenlijst en kennisneming van het overzicht van toezeggingen; agendapunten ter besluitvorming; moties vreemd; sluiting. 3.Aan het begin van de AB-vergadering stelt het algemeen bestuur de definitieve agenda vast. Artikel17.Eindvoorstel / memorie van antwoord 1.De indiener van een voorstel kan, naar aanleiding van de bespreking van het voorstel in de commissievergadering, een gewijzigd eindvoorstel aanbieden aan het algemeen bestuur. Dit gewijzigde eindvoorstel wordt gelijk met de agenda voor de AB-vergadering gedeeld. 2.Het dagelijks bestuur stelt na commissievergaderingen een memorie van antwoord op. Hierin wordt uitgelegd welke onderdelen in het AB-voorstel zijn aangepast op basis van de inbreng van de fracties in de commissie. Het dagelijks bestuur beantwoordt in deze memorie van antwoord ook nog openstaande bestuurlijke vragen over deze voorstellen. 3.De memorie van antwoord wordt gelijk met de agenda voor de AB-vergadering gedeeld. Artikel18.Aankondigen amendementen en moties 1.Amendementen en moties bij AB-voorstellen worden, zoveel mogelijk, uiterlijk de dag vóór de AB-vergadering vóór 13:00 uur aangekondigd en schriftelijk bij de watergraaf ingeleverd. De watergraaf deelt de ingeleverde amendementen en moties met het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. 2.Moties vreemd moeten uiterlijk twee dagen voor de AB-vergadering vóór 18:00 uur worden aangekondigd en schriftelijk bij de watergraaf ingeleverd. De watergraaf deelt de ingeleverde moties vreemd met het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. Paragraaf2.Gang van zaken tijdens AB-vergaderingen Artikel19.Orde van plaatsnemen 1.De leden hebben in de vergadering een vaste zitplaats. 2.Aan het begin van een nieuwe bestuursperiode bepaalt de watergraaf wie waar zit. Artikel20.Aanwezigheid AB-leden 1.Een AB-lid dat niet aanwezig kan zijn bij een AB-vergadering, geeft zo mogelijk voor de start van de vergadering een bericht van verhindering door aan de secretaris. 2.De secretaris zorgt voor een presentielijst, die laat zien welke AB-leden aanwezig zijn. 3.Een AB-lid dat voor de sluiting de vergadering verlaat, geeft daarvan kennis aan de watergraaf. 4.Na sluiting van de vergadering ondertekenen de watergraaf en de secretaris de presentielijst. Artikel21.Quorum en opening van de AB-vergadering 1.De watergraaf opent de vergadering pas als meer dan de helft van de AB-leden (zijnde het quorum) aanwezig is. 2.Als er 15 minuten na het geplande begin van de vergadering nog te weinig AB-leden aanwezig zijn, stelt de watergraaf vast dat de vergadering niet door kan gaan. De watergraaf plant dan zo snel mogelijk een nieuwe AB-vergadering om de onderwerpen van de oorspronkelijke agenda alsnog te behandelen. Voor die nieuwe vergadering geldt de eis uit het eerste lid niet. 3.Meteen nadat hij de vergadering heeft geopend, spreekt de watergraaf de volgende woorden uit: “Aan het begin van deze bijeenkomst, waarin wij samenkomen om de taakuitoefening van Waterschap De Dommel te dienen, spreken wij uit dat wij ons zullen inzetten voor een goede waterhuishouding, dat wij verantwoordelijkheid nemen voor onze beslissingen en respect hebben voor elkaars mening.” 4.De watergraaf bepaalt vervolgens via loting welk AB-lid als eerste wordt opgeroepen bij een eventuele hoofdelijke stemming. De loting gebeurt door het trekken van een nummer uit de bus met nummers die horen bij de AB-leden. Deze nummers zijn gekoppeld aan de leden op alfabetische volgorde. 5.Daarna deelt de watergraaf mee wat op dat moment belangrijk is voor het algemeen bestuur om te weten. Artikel22.Ingekomen stukken 1.Ingekomen stukken voor het algemeen bestuur worden op de website van het waterschap geplaatst. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen waterbrieven en overige ingekomen brieven aan het algemeen bestuur. 2.Als het nodig is, geeft het dagelijks bestuur een reactie op de ingekomen brieven aan het algemeen bestuur. Ook deze reactie wordt op de website van het waterschap geplaatst. 3.In de AB-vergadering neemt het algemeen bestuur het overzicht van waterbrieven en overige ingekomen brieven ter kennisgeving aan. 4.AB-leden kunnen gebruikmaken van de mogelijkheden die zij buiten de vergadering hebben om bestuurlijke of technische vragen te stellen over een waterbrief of reactie van het dagelijks bestuur op een ingekomen brief. Daarnaast kunnen zij een verzoek doen om een onderwerp op de agenda van een beeldvormende bijeenkomst of commissievergadering te zetten (zoals beschreven in artikel 11). Artikel23.Afdoening van moties en toezeggingen 1.Er wordt een lijst bijgehouden van toezeggingen, waarin ook aangenomen moties worden opgenomen. In deze lijst staat wat de stand van zaken is van de uitvoering van de toezeggingen en moties en wanneer het dagelijks bestuur verwacht deze af te ronden. 2.De toezeggingenlijst wordt in iedere AB-vergadering vastgesteld. 3.Als een toezegging of aangenomen motie is afgerond, wordt dat duidelijk aangegeven in de lijst. Bij de eerstvolgende vergadering daarna wordt deze van de lijst gehaald. Artikel24.Voorstel van orde 1.Elk AB-lid of de watergraaf kan tijdens de AB-vergadering mondeling een voorstel van orde doen. 2.Na een korte toelichting door de indiener kunnen andere AB-leden en zo nodig de voorzitter kort reageren in één termijn. 3.Daarna beslist het algemeen bestuur bij meerderheid over het voorstel van orde. Als de stemmen staken, is het voorstel van orde verworpen. Artikel25.Opsplitsen ontwerpbesluit Ieder AB-lid dat in de AB-vergadering aanwezig is, mag tot de beraadslaging over een agendapunt gesloten is voorstellen om het ontwerpbesluit te splitsen in meerdere onderdelen waarover apart wordt gestemd. Het algemeen bestuur beslist hier bij meerderheid over. Als de stemmen staken, is het voorstel verworpen. Artikel26.Uitsluiting van de AB-vergadering De watergraaf kan een AB-lid dat zich zó gedraagt dat de vergadering niet ordentelijk kan verlopen, uitsluiten van verdere bijwoning van de vergadering. Artikel27.Verslaglegging AB-vergaderingen 1.Er wordt een beeld- en geluidsopname gemaakt van AB-vergaderingen (videotulen). 2.Daarnaast zorgt de secretaris ervoor zorg dat van elke AB-vergadering notulen en een besluitenlijst worden gemaakt. 3.De notulen bevatten in elk geval: de namen van de watergraaf en de secretaris; de namen van de aanwezige en afwezige AB-leden; een zakelijke weergave van wat er is besproken, met vermelding van de namen van de sprekers; de besluiten die zijn genomen; de toezeggingen die zijn gedaan; een overzicht van de stemmingen en de uitslagen, inclusief wie bij hoofdelijke stemmingen vóór of tegen stemde, wie zich van stemming onthield en wie zich vergiste bij het uitbrengen van zijn stem; een weergave van de ter vergadering ingediende voorstellen van orde, (sub)amendementen en moties. 4.AB-leden en DB-leden mogen tekstvoorstellen doen voor aanvullingen en wijzigingen van de ontwerpnotulen. Als het algemeen bestuur deze voorstellen overneemt, worden de notulen aangepast. 5.Het algemeen bestuur stelt de notulen en besluitenlijst vast in de eerstvolgende AB-vergadering, als dat mogelijk is. 6.De vastgestelde notulen worden door de watergraaf en de secretaris ondertekend. Artikel28.Sluiting van de AB-vergadering Voordat hij de vergadering sluit, spreekt de watergraaf de volgende woorden uit: “Hierbij spreken wij het vertrouwen uit dat de werkzaamheden door ons verricht, in het belang zijn van de taakuitoefening van het waterschap.” Artikel29.Besloten AB-vergaderingen 1.De regels uit dit reglement gelden ook voor besloten AB-vergaderingen, zolang ze niet in strijd zijn met het besloten karakter. 2.Bij een besloten AB-vergadering mogen alleen de volgende personen aanwezig zijn: AB-leden; de watergraaf, de secretaris en de bestuursadviseur voor het algemeen bestuur; en de notulist. 3.Het algemeen bestuur kan op eigen initiatief of op verzoek van de watergraaf toestaan dat commissieleden of andere door het algemeen bestuur aan te wijzen personen de besloten AB-vergadering bijwonen. 4.Als er met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt geheimhouding voor alle informatie die tijdens de vergadering wordt gedeeld. Deze geheimhouding blijft van kracht totdat het algemeen bestuur deze opheft. Dat kan alleen in een besloten AB-vergadering, waarbij meer dan de helft van de AB-leden (zijnde het quorum) aanwezig is. 5.De conceptnotulen van een besloten AB-vergadering worden in vertrouwen gedeeld met de AB-leden. Zij krijgen de gelegenheid om voorstellen te doen voor aanvullingen of wijzigingen. De notulen worden zonder verdere bespreking in een volgende openbare AB-vergadering vastgesteld of in een eventueel na afloop van het openbare gedeelte gehouden, besloten vergadering besproken en vastgesteld. Paragraaf3.Procedures bij stemmingen Artikel30.Stemplicht 1.Elk AB-lid dat in de vergadering aanwezig is en niet verplicht is zich van stemming te onthouden, moet een stem uitbrengen. 2.Een lid dat zich moet onthouden van stemming, meldt dit voorafgaand aan de stemming aan de watergraaf, met vermelding van de reden. Een lid dat zich moet onthouden van stemming, onthoudt zich ook van beraadslaging over dat punt. 3.Een lid dat ter vergadering komt terwijl er gestemd wordt, mag aan die stemming niet meer meedoen. Artikel31.Stemverklaring Ieder AB-lid dat in de vergadering aanwezig is, kan vóór de stemming over een (sub)amendement, motie of AB-voorstel een korte stemverklaring afleggen. Artikel32.Stemming over zaken 1.De watergraaf vraagt of stemming over een AB-voorstel wordt verlangd. Als geen AB-lid om stemming vraagt en ook de watergraaf stemming niet noodzakelijk vindt, stelt de watergraaf vast dat het AB-voorstel zonder stemming is aangenomen. Een lid mag wel aangeven dat het geacht wil worden tegen het voorstel te hebben gestemd. 2.Een niet-ingetrokken (sub)amendement of motie wordt altijd in stemming gebracht. 3.De stemming over zaken vindt plaats via het elektronische stemsysteem, tenzij de watergraaf of een AB-lid om een hoofdelijke stemming vraagt. 4.Als het elektronische stemsysteem volgens de watergraaf niet goed werkt, wordt er gestemd via handopsteken. Wanneer het niet goed werken tijdens een stemming blijkt, wordt die stemming ongeldig verklaard. De watergraaf start dan een nieuwe stemming via handopsteken. 5.Bij het stemmen via het elektronische stemsysteem, mag een AB-lid zijn stem veranderen totdat de watergraaf heeft vastgesteld dat alle stemmen zijn uitgebracht. Hierna kan een lid vragen om in de notulen op te nemen dat hij zich heeft vergist bij het stemmen. Artikel33.Hoofdelijke stemming 1.Bij een hoofdelijke stemming roept de secretaris de AB-leden bij naam op om hun stem uit te brengen. 2.De hoofdelijke stemming begint bij het AB-lid dat door loting aan het begin van de AB-vergadering is aangewezen door de watergraaf. Daarna worden de andere AB-leden op alfabetische volgorde opgeroepen om hun stem uit te brengen. 3.AB-leden stemmen door alleen het woord “voor” of “tegen” uit te spreken, zonder verdere toelichting. 4.Een AB-lid mag zijn stem veranderen zolang het volgende lid nog niet heeft gestemd. Het laatste lid dat wordt opgeroepen mag zijn stem veranderen totdat de watergraaf heeft vastgesteld dat alle stemmen zijn uitgebracht. Hierna kan een lid vragen om in de notulen op te nemen dat hij zich heeft vergist bij het stemmen. Artikel34.Volgorde van stemming 1.Bij stemmingen over AB-voorstellen wordt de volgende volgorde van stemming aangehouden: Eerst wordt gestemd over ingediende amendementen. Als bij een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over dat subamendement gestemd. Daarna wordt gestemd over ingediende moties. Tot slot wordt gestemd over het (al dan niet geamendeerde) AB-voorstel. 2.Als er meerdere (sub)amendementen zijn, wordt eerst gestemd over het meest verstrekkende (sub)amendement. De watergraaf bepaalt welk amendement dat is. 3.Als een verderstrekkend (sub)amendement wordt aangenomen, vervallen de minder verstrekkende (sub)amendementen. Artikel35.Regeling bij het staken van stemmen over zaken 1.Als de stemmen staken, wordt het (sub)amendement, de motie of het AB-voorstel opnieuw op de agenda gezet voor de volgende AB-vergadering. 2.Als de stemmen staken bij een (sub)amendement, worden eventuele andere (sub)amendementen, moties en het AB-voorstel niet in stemming gebracht. Deze schuiven allemaal door naar de volgende AB-vergadering. 3.Als de stemmen staken bij een motie, worden overige moties en het AB-voorstel wel in stemming gebracht. Alleen de motie waarbij de stemmen staakten, schuift door naar de agenda van de volgende AB-vergadering. 4.Als de stemmen staken in een voltallige vergadering of bij de tweede keer stemmen over hetzelfde stuk, dan is het (sub)amendement, de motie of het AB-voorstel verworpen. Artikel36.Stemming over personen 1.Stemming over personen gebeurt schriftelijk. 2.De watergraaf stelt een stemcommissie van drie AB-leden samen. 3.Er worden evenveel stemmingen gehouden als er personen zijn die benoemd, voorgedragen of aanbevelen moeten worden. 4.Het algemeen bestuur kan op voorstel van de watergraaf besluiten om meerdere stemmingen te combineren op één stembriefje. 5.De stemcommissie verzamelt de stembriefjes en onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes overeenkomt met het aantal aanwezige stemgerechtigde AB-leden. Een stemming is ongeldig als dit niet zo is. 6.Als het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal aanwezige stemgerechtigde AB-leden, telt de stemcommissie de stemmen. Eén lid van de stemcommissie leest de inhoud van elk stembriefje voor, een ander lid controleert of dit klopt en het derde lid noteert de stem. 7.Een stem is ongeldig als een stembriefje ondertekend is, geen duidelijke persoon aanwijst een niet-verkiesbaar persoon vermeldt, niet gewaarmerkt is of blanco is. Bij twijfel over de geldigheid van een stem, beslist het AB, op voorstel van de watergraaf. 8.Nadat alle stemmen zijn geteld, brengt de stemcommissie verslag uit aan de watergraaf. De watergraaf maakt vervolgens de uitslag bekend. 9.De watergraaf draagt er zorg voor dat de stembriefjes meteen na het vaststellen van de uitslag of het ongeldig verklaren van een stemming worden vernietigd. Artikel37.Regeling bij het staken van stemmen over personen 1.Als er bij de eerste stemming geen meerderheid is, vindt een tweede stemming plaats. 2.Als er ook bij de tweede stemming geen meerderheid is, vindt een derde stemming plaats tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen kregen. Als bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen zijn verdeeld, worden een of meer tussenstemmingen gehouden om te bepalen welke twee personen doorgaan naar de derde stemming. 3.De kandidaten tot wie een herstemming is beperkt, onthouden zich van stemming. 4.Als de stemmen bij een tussenstemming of de derde stemming staken (gelijk zijn), beslist het lot. 5.Als het lot moet beslissen, worden de namen van de personen op identieke briefjes geschreven door een lid van de stemcommissie, in aanwezigheid van het algemeen bestuur. Een ander lid van de stemcommissie controleert de briefjes en vouwt deze op identieke wijze dicht. De briefjes worden door elkaar zijn geschud, waarna de watergraaf één van de briefjes neemt. De persoon wiens naam op dat briefje staat, is gekozen. Hoofdstuk4.Oordeelsvorming: commissievergaderingen Artikel38.Vaste commissies 1.Oordeelsvorming vindt plaats in één van de vaste commissies van het algemeen bestuur. 2.Aan het begin van de bestuursperiode besluit het algemeen bestuur, op voordracht van het dagelijks bestuur, welke vaste commissies worden ingesteld. Daarbij worden ook de namen en de beleidsvelden van deze commissies vastgesteld. 3.De vaste commissies worden in principe ingesteld voor de duur van de bestuursperiode. Het algemeen bestuur kan, op voordracht van het dagelijks bestuur, tijdens de bestuursperiode besluiten om andere of extra vaste commissies in te stellen. Artikel39.Deelnemers en voorzitterschap vaste commissies 1.Alle AB-leden en commissieleden zijn lid van alle vaste commissies. Aan het begin van de bestuursperiode worden afspraken gemaakt over hoeveel leden per fractie aan een commissievergadering mogen deelnemen. 2.Het algemeen bestuur kiest de voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de vaste commissies uit zijn eigen leden. Daarbij geldt dat leden van het dagelijks bestuur niet gekozen mogen worden als voorzitter of plaatsvervangend voorzitter van een vaste commissie. 3.De secretaris of een door hem aan te wijzen ambtenaar is secretaris van een vaste commissie. 4.Per agendapunt voert maximaal één vertegenwoordiger van elke fractie het woord. 5.De agendacommissie bepaalt in welke commissie een AB-voorstel, commissievoorstel of ander onderwerp oordeelsvormend wordt besproken. In principe wordt elk onderwerp in één vaste commissie behandeld. Als een onderwerp door meerdere commissies besproken moet worden, kan de agendacommissie besluiten om: het onderwerp op de agenda van meerdere commissies te zetten; of om een gecombineerde commissievergadering te organiseren (zie artikel 41). Artikel40.Kennisgeving commissievergaderingen De kennisgeving van een commissievergadering gebeurt op dezelfde manier als de kennisgeving van een AB-vergadering. Artikel41.Gecombineerde commissievergaderingen 1.De agendacommissie kan ervoor kiezen om de vaste commissies in een gecombineerde commissievergadering bijeen te laten komen. 2.De watergraaf of een lid van het dagelijks bestuur – aangewezen door de watergraaf – is voorzitter van de gecombineerde commissievergadering en de secretaris-directeur is aanwezig als secretaris. 3.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn ook van toepassing op de gecombineerde commissievergaderingen. 4.De toezeggingen die zijn gedaan door de portefeuillehouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.