Verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2026De raad van de gemeente Heeze-Leende; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025; zaaknummer: 363.452; gelet op: artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: "Verordening op de heffing en de invordering van riool- en waterzorgheffing 2026". Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; Brabant Water N.V.: Brabant Water Naamloze Vennootschap, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van Brabant Water N.V. betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die een perceel van waaruit: water dat op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd; en/of water uit de grond wordt opgepompt, al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.Voor het gebruikersdeel wordt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door de persoon aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. 3.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4.De hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. 5.Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare huishoudens. Artikel6Belastingtarieven De belasting als bedoeld in artikel 3 lid 1a bedraagt per maand van het belastingtijdvak bij een waterverbruik per belastingtijdvak van:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.