Leidraad invordering van fiscale- en privaatrechtelijke geldschulden gemeente Aa en Hunze Besluit Dat het Besluit van de invorderingsambtenaar van de gemeente Aa en Hunze houdende regels omtrent de Leidraad Invordering 2019 wordt ingetrokken. Dat dit besluit in werking treedt op 1 januari
(088)12 30 900. Hoofdstuk4Acties door belastingschuldige In dit hoofdstuk worden handelingen en/of acties door belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces. De meest voor de hand liggende actie is een betaling. Bij de afboeking van een betaling op een belastingaanslag moeten als eerste de kosten, als tweede de rente en als derde het restant van de betaling worden afgeboekt op de belastingaanslag (art. 7 IW) 4.1Hoe kan een belastingaanslag worden betaald? De belastingschuldige kan op de volgende manieren de belastingaanslag betalen: door het bedrag zelf over te maken op rekeningnummer NL 60 BNGH 0285120395 van de gemeente; door het bedrag contant te betalen aan het loket van de gemeente Aa en Hunze; door iemand anders de belastingaanslag te laten betalen; door middel van automatische incasso. 4.2Automatische incasso Als de belastingschuldige in termijnen betaalt met een automatische incasso, dan hoeft hij zelf geen geld over te maken. De gemeente schrijft in maximaal 10 keer het bedrag van zijn rekening af. Meer informatie: Automatische incasso Aa en Hunze - Gemeente Aa en Hunze Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement) Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan. Het incassoreglement is hier te vinden: Gemeenteblad 2019, 214563 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen 4.3Wanneer is er betaald? Er is pas betaald als het bedrag op de rekening van de gemeente is ontvangen. Bij een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling. Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling. Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan het loket van de gemeente is betaald als tijdstip van betaling. 4.4Richtlijnen bij het afboeken van een betaling Bij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen: betalingen moeten worden afgeboekt op de aanslag die door de belastingschuldige is aangegeven, behalve als de aangegeven bestemming in strijd is met artikel 7 IW; betalingen waarbij de belastingschuldige geen betalingskenmerk (bijvoorbeeld een aanslagnummer) heeft vermeld (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen; een teveelbetaling wordt op dezelfde manier behandeld als een ongerichte betaling. 4.5Betaling bij vergissing of misverstand Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden. In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de schuld alsnog zal betalen. 4.6Geen mededeling verwerking betaling De invorderingsambtenaar stuurt de belastingschuldige geen bericht om hem op de hoogte te brengen over de afboeking van een betaling. Dit geldt ook als een betaling plaatsvindt op grond van een machtiging tot automatische afschrijving (automatische incasso). 4.7Betaling aan belastingschuldige (artikel 7a IW) Soms moet de gemeente een bedrag betalen aan de belastingschuldige, bijvoorbeeld als er teveel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(
- en)aan een belastingschuldige vindt plaats op het rekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is. Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het rekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of- rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige. In alle andere gevallen zal het rekeningnummer schriftelijk bij de belastingschuldige worden opgevraagd. Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet hij dat op tijd aan de invorderingsambtenaar doorgeven zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden. Uitbetalingsfouten Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige. Directe uitbetaling gebeurt wél als de belastingschuldige aantoont dat: hij tijdig vóór de uitbetaling bij de invorderingsambtenaar heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende bankrekening moet gebeuren, én hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bank heeft aangegeven dat de bankrekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is. Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen omdat hij daar geen recht op had. Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de belastingschuldige, dan is en blijft hij verantwoordelijk voor deze fout. De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan hij informatie krijgen over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald. 4.8Uitstel van betaling (art 25 IW) 4.8.1Uitstel van betaling algemeen Er zijn 3 redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend: de belastingschuldige is het niet eens met de hoogte van de aanslag en heeft bezwaar ingediend; de belastingschuldige kan de aanslag niet binnen de betalingstermijn(
- en)betalen omdat hij geen of onvoldoende geld heeft; de belastingschuldige heeft zich gemeld bij schuldhulpverlening en de schuldhulpverlener wil starten met de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP). Regels voor uitstel van betaling in dit geval staan vermeld in artikel 4.13.1 De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder zijn voorwaarden een belastingschuldige uitstel van betaling verlenen. Als uitstel wordt verleend wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hier van afwijken als hij vreest dat de belangen van de gemeente worden geschaad of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel van betaling. De invorderingsambtenaar verleent geen uitstel van betaling voor de volgende belastingaanslagen: marktgelden; precariobelasting; toeristenbelasting. 4.8.2Aanvragen van uitstel van betaling De belastingschuldige kan op 5 manieren uitstel van betaling aanvragen: via het aanvraagformulier ‘uitstel betaling gemeentelijke belastingen Aa en Hunze’ op website: aanvraagformulier uitstel betaling gemeentelijke belastingen Aa en Hunze. per e-mail: dwanginvordering@aaenhunze.nl per post: gemeente Aa en Hunze p/a Postbus 93, 9460 AB Gieten per telefoon: 088-12 30 900 via het bezwaar of beroepschrift 4.8.3Uitstel van betaling in verband met bezwaar of beroep Het indienen van een bezwaar of beroep geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag. De belastingschuldige moet in zijn bezwaar vragen om uitstel van betaling. Uitstel van betaling wordt door de ontvanger alleen verleend voor het deel van de aanslag waar het belastingschuldige bezwaar tegen maakt (het betwiste bedrag). Het niet betwiste bedrag moet gewoon op tijd betaald worden. Het uitstel van betaling eindigt automatisch als er uitspraak is gedaan op het bezwaar of het beroep. 4.8.4Uitstel van betaling omdat de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen Als de belastingschuldige de belastingaanslag niet op tijd of in één keer kan betalen dan kan hij een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er iedere maand een deel van de aanslag wordt betaald. De invorderingsambtenaar kan ook aanvullende voorwaarden stellen. Een betalingsregeling heeft alleen zin als de betalingsproblemen van belastingschuldige niet structureel zijn. Als de betalingsproblemen structureel zijn wordt er geen betalingsregeling afgesproken. 4.8.4.1Betalingsregeling voor particulieren én ondernemers Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit doet hij om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen. Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal 12 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven. Een betalingsregeling kan maximaal 1 keer worden afgesproken. Uitzondering hierop is als de invordering is overgedragen aan het NBK. Dan kan het NBK eventueel nog 1 keer akkoord gaan met een nieuwe betalingsregeling. 4.9Tweede verzoek voor uitstel van dezelfde aanslag (herhaald verzoek) Als de invorderingsambtenaar bij een herhaald verzoek om een betalingsregeling van mening is dat hij een beslissing kan nemen die gunstiger is voor de belastingschuldige dan zijn eerdere beslissing, dan handelt hij het verzoek zelf af en verstuurt hij en nieuwe betalingsregeling. Tegen deze beslissing kan de belastingschuldige een beroepschrift indienen bij het college van B&W, als hij het met de nieuwe betalingsregeling niet eens is. 4.9.1Verrekening van teruggaven Tijdens de loop van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan wel tot gevolg hebben dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het overeengekomen bedrag. 4.9.2Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance van betaling De invorderingsambtenaar kan tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsaneringsregeling niet geldt. Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsanering geldt, vallen niet onder een betalingsregeling. 4.9.3Wanneer wordt een betalingsregeling beëindigd? De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als: de belastingschuldige zich niet houdt aan de voorwaarden van de betalingsregeling; blijkt dat de belastingschuldige onjuiste gegevens heeft verstrekt; de reden voor de betalingsregeling is komen te vervallen; de belastingschuldige is toegelaten tot de minnelijke of wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen. Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald voldoet hij niet aan de voorwaarde van de betalingsregeling. 4.9.4Invordering voortzetten Als de invorderingsambtenaar geen nieuw uitstel van betaling geeft of het uitstel stopt, of als het beroep tegen de afwijzing van het uitstel is afgewezen, wordt de invordering na 10 dagen opgestart dan wel voortgezet. 4.9.5Beroep De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen: zijn verzoek om uitstel van betaling is afgewezen; een eerder verleend uitstel is ingetrokken. Het beroepschrift moet binnen 10 dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, maar moet worden gericht aan het college van B&W. Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren. Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde. De motivering wordt vermeldt in een brief. 4.10Kwijtschelding (art. 26 IW) In aansluiting op artikel 26 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het kwijtscheldingsbeleid. Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan belastingschuldige kwijtschelding aanvragen. De gemeente kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald. Of maar voor een deel. Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie. Zoals het inkomen, wat hij bezit (zoals een auto) en hoe hij woont. De kwijtscheldingsregeling is een landelijke regeling waar de gemeente niet zomaar van kan afwijken. 4.10.1Beleidskeuzes kwijtschelding In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de Invorderingswet. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW). De gemeente kan binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan. De mogelijkheden hiervoor zijn vastgelegd in de Gemeentewet, de UR IW en de Regeling Kwijtschelding belastingen voor medeoverheden. De afwijkende regels staan in de door de gemeente opgestelde kwijtscheldingsverordening. Deze verordening is gepubliceerd op overheid.nl Gemeenteblad 2023, 117447 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen 4.10.2Noordelijk Belastingkantoor (NBK) De beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken voor gemeentelijke belastingen van de gemeente Aa en Hunze wordt uitgevoerd door het NBK. Beroepschriften omtrent de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen worden eveneens inhoudelijk door het NBK beoordeeld. De ondertekening geschiedt door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze. De gemeente Aa en Hunze volgt het kwijtscheldingsbeleid van het NBK dat is vastgelegd in artikel 26 van de Leidraad invordering Noordelijk Belastingkantoor. Tevens is de door de gemeenteraad van Aa en Hunze vastgestelde kwijtscheldingsverordening van toepassing. 4.10.3Kwijtschelding ondernemers voor privé belastingen Voor belastingschuldigen die een bedrijf hebben of zelfstandig werken, gelden voor bepaalde gemeentelijke belastingen (die niet direct met hun werk te maken hebben) dezelfde kwijtscheldingsregels als voor andere natuurlijke personen. De beoordeling van de aanvraag gebeurt op basis van het inkomen dat iemand heeft en het vermogen dat hij of zij bezit, bijvoorbeeld uit loon, een uitkering, enzovoort. Bij de beoordeling van het netto-inkomen wordt gekeken naar de aangifte inkomstenbelasting en de winst- en verliesrekening van het jaar waarin de kwijtschelding wordt aangevraagd. Bij het beoordelen van het vermogen (aan de hand van de winst- en verliesrekening) wordt het bedrijfsvermogen dat nodig is voor het bedrijf, niet meegerekend. 4.11Kwijtschelding ondernemers voor zakelijke belastingen (saneringsakkoord) Kwijtschelding voor ondernemers wordt voor zakelijke belastingen alleen gegeven als er een saneringsakkoord is tussen de ondernemer en alle schuldeisers, waarbij een deel van de schuld wordt betaald en de rest wordt kwijtgescholden. Een saneringsakkoord is dus een overeenkomst tussen de belastingschuldige, de gemeente en alle andere schuldeisers. De kwijtschelding wordt pas verleend nadat alle zekerheden (bijvoorbeeld bezittingen) zijn verkocht om de schuld te betalen. Zelfs als er geen andere schuldeisers zijn, of alleen specifieke schuldeisers, kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Voorwaarde voor deelname aan een saneringsakkoord De invorderingsambtenaar werkt alleen mee aan een akkoord als er goede kansen zijn dat de onderneming wordt voortgezet na het bereiken van het akkoord. Op welke aanslagen is het saneringsakkoord van toepassing? Bij het beoordelen van een saneringsakkoord kijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen hierin meegenomen kunnen worden. De bestaande belastingaanslag(
- en)op het moment van het verzoek is hierbij het uitgangspunt. Betaling van het bedrag uit het saneringsverzoek In principe moet het bedrag van het saneringsakkoord direct worden betaald. De invorderingsambtenaar kan echter toestemming geven om het bedrag in termijnen te betalen. Dit is alleen mogelijk als de ondernemer of zelfstandige kan laten zien dat hij de termijnen en eventuele nieuwe belastingverplichtingen op tijd kan betalen. Als de invorderingsambtenaar betaling in termijnen toestaat, gaat hij voorwaardelijk akkoord met het saneringsakkoord. Hierbij gelden de volgende regels: Er wordt geen verrekening gedaan van belastingteruggaven of andere teruggaven die na de datum van het verzoek om het saneringsakkoord zijn ontstaan. De betalingstermijn van twaalf maanden begint de dag na de datum van de voorwaardelijke instemming. De ondernemer moet alle nieuwe belastingaanslagen, die door de invorderingsambtenaar worden geïnd, tijdig betalen gedurende de gehele saneringsprocedure, niet alleen tijdens de uitstelperiode. De ondernemer hoeft geen zekerheid te stellen (zoals een borg). Kwijtschelding wordt pas verleend als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan. Wanneer zal de gemeente niet meedoen aan een saneringsakkoord De gemeente doet niet mee aan een akkoord als: Een derde voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld en de aansprakelijkstelling meer oplevert dan een akkoord. Uit het akkoord moet meer komen dan voortzetting van invordering zou opleveren. De ondernemer iets verwijtbaar heeft gedaan waardoor de belastingen niet zijn betaald. De ondernemer andere schuldeisers met enige voorrang heeft betaald, zodat nu de gemeente als enige schuldeiser is overgebleven. Een of meer schuldeisers hun niet-betaalde deel van de schuld niet kwijtschelden, maar het verkopen aan een derde of omzetten in aandelen. Bijzondere schuldeisers Bij de beoordeling van een akkoord speelt ook mee, dat sommige schuldeisers niet zijn verplicht om deel te nemen aan het saneringsakkoord. Dit zijn onder andere: Pandhouders. Omdat het recht van voorrang van de pandhouder boven de concurrente vordering van de gemeente gaat. Leveranciers met een eigendomsvoorbehoud. Dit houdt in dat de leverancier eigenaar blijft van de geleverde zaken totdat hij de koopprijs voor deze zaken ontvangt. Dwangcrediteuren. Hiermee worden bedoeld de schuldeisers waarvan de ondernemer in zijn voortbestaan afhankelijk is. Zo houdt de invorderingsambtenaar bij de boordeling van het akkoord rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder, die het saneringsvoorstel heeft opgesteld. Hypotheekhouders. Deze schuldeisers hebben voor zover hun vordering gedekt wordt door hypotheek niets te maken met andere schuldeisers dus ook niet met de gemeente. 4.12Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend. Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding. De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar dan kan hij wel een voorwaarde stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend moeten worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen drie jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen. Als de invorderingsambtenaar besluit om voorlopig geen invorderingsmaatregelen te nemen, kan hij voorwaarden of daarbij een termijn stellen. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, kan de invorderingsambtenaar de beslissing intrekken. Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin hij aangeeft dat hij de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan veertien dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen. 4.13Insolventieprocedures Insolventieprocedures zijn de (gerechtelijke) stappen die kunnen worden gezet wanneer een belastingschuldige zijn schulden niet meer kan betalen. Als de belastingschuldige er zelf niet uitkomt, is het belangrijk dat hij zo snel mogelijk hulp zoekt bij het oplossen van zijn schulden. De gemeente kan daarbij helpen. Zie Regelingen op een rijtje - Gemeente Aa en Hunze 4.13.1De minnelijke schuldsaneringsregeling (MSNP) door leden van de NVVK of gemeenten Stabilisatiefase In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering voor maximaal 240 dagen (8 maanden) stopgezet. Voorwaarden MSNP Als de schuldhulpverlener meldt dat er een schuldregelingsovereenkomst is afgesloten, krijgt de belastingschuldige uitstel van betaling voor maximaal 18 maanden, onder de volgende voorwaarden: De regeling geldt voor natuurlijke personen (mensen dus). De schuldhulpverlener is lid van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) of de regeling wordt uitgevoerd door een gemeente. De schuldregeling is opgesteld volgens de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK, of een gelijkwaardige overeenkomst en waarbij voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de door Recofa (is een landelijk overlegorgaan van rechters-commissaris in insolventieprocedures). Voor ondernemers is de regeling opgesteld volgens specifieke regels (Module Schuldregeling voor ondernemers van de NVVK). Er een redelijke verwachting is dat het bedrijf of zelfstandig beroep van de belastingschuldige na de regeling levensvatbaar blijft. Het waarschijnlijk is dat de belastingschuldige in aanmerking komt voor een dwangakkoord. Aan het eind van de regeling wordt er een bedrag betaald dat gelijk is aan wat er anders bij een wettelijke schuldsanering zou worden verkregen. Het uitstel van betaling begint vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Na het afsluiten van de overeenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener binnen 120 dagen (maar uiterlijk 240 dagen) of een regeling met de schuldeisers kan worden bereikt. Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing? Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden. Gevolgen van het MSNP- uitstel Als er een schuldregeling tussen de belastingschuldige en de schuldeisers wordt bereikt, vervallen eventuele beslagen die eerder zijn gelegd. Er kan verrekening plaatsvinden met belastingteruggaven die te maken hebben met belasting die is ontstaan tot de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid. Intrekken uitstel tijdens de MSNP De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als: De schuldhulpverlener niet binnen 240 dagen na de datum van de schuldregelingsovereenkomst heeft aangegeven dat de schuldregeling doorgaat. De belastingschuldige probeert om zijn schuldeisers te benadelen. Hij daarvoor een andere goede reden heeft. De invorderingsambtenaar trekt het uitstel pas in nadat hij de schuldhulpverlener schriftelijk heeft laten weten dat hij dat van plan is, en de belastingschuldige veertien dagen de tijd heeft om zijn verplichtingen correct na te komen. Na de toepassing van de MSNP-regeling De belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin MSNP van toepassing was zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als de belastingschuldige zich tijdens de MSNP-regeling aan de afspraken heeft gehouden. 4.13.2Minnelijke schuldsanering door anderen dan NVVK-leden of gemeenten Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats? Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de volgende overwegingen: Is het voorstel goed en duidelijk vastgelegd? Is het voorstel het hoogste wat de belastingschuldige financieel kan bieden? Is een eventueel faillissement of schuldsanering voordeliger voor de belastingschuldige? Heeft invorderingsambtenaar kans om evenveel of meer te krijgen als het faillissement of de schuldsanering doorgaat? Is er al eerder een soortgelijk geval geweest dat als voorbeeld kan dienen? Hoe belangrijk is het voor de invorderingsambtenaar om datgene wat afgesproken is, volledig te ontvangen? Hoe groot is het aandeel van de weigerende invorderingsambtenaar in de totale schuld? Staat de weigerende invorderingsambtenaar alleen tegenover de andere schuldeisers die wel akkoord zijn met het voorstel? Is er eerder een poging geweest om een schuldregeling te treffen die niet goed is uitgevoerd? Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling. 4.14Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) Als de belastingschuldige aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan de rechter hem toelaten tot de WSNP. De WSNP stopt na 18 maanden. Deze termijn kan worden verlengd tot 5 jaar. Gevolgen van de WSNP Als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten. Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid. Nieuwe schulden (Nieuwe) belastingschulden die ontstaan vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden. 4.15Surseance van betaling In deze situatie waarbij sprake is van tijdelijke liquiditeitsproblemen en waarin een faillissement niet op zijn plaats is, kan de rechter op verzoek van de belastingschuldige surseance (uitstel) van betaling verlenen aan de concurrente schuldeisers. De belastingaanslagen van de gemeente vallen daar ook onder. Gevolgen surseance van betaling de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op; de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de bewindvoerder aan. 4.16Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) Het doel van deze wet is om ondernemingen met gezonde bedrijfsactiviteiten, die vanwege een zware schuldenlast failliet dreigen te gaan, te helpen met reorganiseren. Dankzij de WHOA-procedure kan de rechter een akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers homologeren (goedkeuren), waardoor alle betrokken én niet betrokken schuldeisers zich aan het akkoord moeten houden. Voorwaarden WHOA De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: het akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de eisen van artikel 375 van de Faillissementswet; de vorderingen van de gemeente zijn in de juiste groep (klasse) ingedeeld; dat het waarschijnlijk is dat de rechter het akkoord goedkeurt, zodra alle nodige stappen zijn genomen. De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen. De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken. De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze. Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven. Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, dan wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald, kwijtgescholden. Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen. Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan. 4.17Faillissement Als de belastingschuldige failliet wordt verklaard, dan benoemt de rechtbank een curator. De belastingschuldige mag niet meer zelf beslissen over zijn geld of bezittingen. Toestemming voor faillissementsaanvraag Voor het aanvragen van een faillissement heeft de invorderingsambtenaar toestemming van het college van B&W nodig. Toestemming is ook vereist als de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser bepaalde inlichtingen over openstaande belastingaanslagen geeft, dat deze gebruikt kunnen worden als steunvordering bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser. Gevolgen faillissement de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op; gelegde beslagen komen te vervallen; de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de curator aan. Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel. Einde faillissement Na beëindiging van het faillissement van een natuurlijk persoon (mens) wordt de invordering niet meer opgestart. Dit gebeurt alleen als belastingschuldige binnen vijf jaar na het faillissement meer verdient dan het gemiddelde inkomen in Nederland, of als hij of zij bezittingen heeft die veel waard zijn. 4.18Buitengerechtelijk akkoord Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar gaat in principe altijd akkoord met het saneringsvoorstel. Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing: alle schuldeisers moeten mee doen; alle schuldeisers krijgen hetzelfde percentage; het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald; de onderneming moet (na de sanering) levensvatbaar zijn en aan haar lopende verplichtingen kunnen voldoen. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord: het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald; de invorderingsambtenaar verleent kwijtschelding voor het deel dat niet betaald is; nieuwe belastingaanslagen moeten op tijd worden betaald. 4.19Wettelijk breed moratorium (incassopauze) Als de invorderingsambtenaar een verzoek krijgt op grond van artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wordt de invordering voor maximaal 6 maanden stopgezet. Gevolgen breed moratorium: een gelegd beslag door de belastingdeurwaarder vervalt niet. Het beslag wordt alleen tijdelijk opgeschort; teruggaven worden niet verrekend; een lopende betalingsregeling, wordt tijdelijk opgeschort. Hoofdstuk5(Vervolg)acties invorderingsambtenaar De invorderingsambtenaar heeft verschillende mogelijkheden om de belastingschuld te innen. In dit hoofdstuk worden een aantal van die mogelijkheden toegelicht. 5.1Versnelde dwanginvordering (artikelen 10 en 15 IW) Als één van de situaties zoals beschreven in artikel 10 IW zich voordoet, dan kan de invorderingsambtenaar met versnelde invordering de belastingaanslag direct en voor het volledige bedrag opeisen. De betalingstermijn(
- en)op de aanslag is/zijn dan niet meer van toepassing. Artikel 15 IW vormt samen met art 10 IW de versnelde dwanginvorderingsprocedure. Dit artikel maakt het mogelijk om voor de belastingschuld zonder voorafgaande aanmaning direct beslag te leggen. De invorderingsambtenaar zal de belastingschuldige altijd informeren op grond van welke feiten en omstandigheden hij tot versnelde invordering overgaat. 5.2Verrekenen (art. 24 IW) Op grond dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met van deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met te betalen aanslagen waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is). De invorderingsambtenaar bepaalt of, al dan niet tot verrekening wordt overgegaan. De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een beschikking (brief). 5.3Invorderingsrente (art. 28 IW) Vergoeden De invorderingsambtenaar vergoedt invorderingsrente als hij meer dan zes weken te laat is met het uitbetalen van een belastingteruggaaf. En in de situatie dat de belastingschuldige een bezwaarschrift heeft ingediend en na een verzoek daartoe geen uitstel van betaling heeft gekregen en vervolgens in het gelijk wordt gesteld. Rente in rekening brengen De gemeente berekent niet actief invorderingsrente als de belastingschuldige te laat is met het betalen van zijn belastingaanslag. De gemeente verklaart hoofdstuk III van de ministeriële regeling ‘Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990’ van toepassing op het fiscale invorderingsbeleid met uitzondering van de in artikel 33 opgenomen rentedrempel. De gemeente hanteert een rentedrempel van € 500,- per betaling. 5.4Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (art. 32 tot en met 57a IW) De belastingschuldige is zelf verantwoordelijk voor het betalen van zijn eigen belastingschuld. Daarnaast kan iemand anders, een derde , aansprakelijk worden gesteld voor de schuld van de belastingschuldige. Deze derde kan pas door de invorderingsambtenaar aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld van een ander nadat de belastingschuldige ‘in gebreke is’ gesteld. De invorderingsambtenaar gaat niet direct tot aansprakelijkstelling over, maar probeert eerst om de belastingschuld bij de belastingschuldige in te vorderen. Twee soorten bepalingen Bij het aansprakelijk stellen kan de invorderingsambtenaar van twee soorten bepalingen gebruik maken: De fiscale aansprakelijkheidsbepalingen. De invorderingsambtenaar maakt dan gebruik van de Invorderingswet 1990. De civiele aansprakelijkheidsbepalingen. In dit geval maakt de invorderingsambtenaar gebruik van het Burgerlijk Wetboek (BW). De invorderingsambtenaar bepaalt wie en op grond van welke wettelijke bepaling hij aansprakelijk stelt om de belastingschuld te kunnen invorderen. Kosten Ook aansprakelijkgestelden kunnen te maken krijgen met kosten die ontstaan door invorderingsmaatregelen. De regels die gelden voor een belastingschuldige gelden ook voor een aansprakelijkgestelde. 5.4.1Uitstel bij aansprakelijkheid Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde komen overeen met de regels voor uitstel aan een belastingschuldige. 5.4.2Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling De aansprakelijkgestelde kan een bezwaarschrift indienen tegen zowel de aansprakelijkstelling zelf als tegen de belastingaanslag. Dat laatste kan alleen als de oorspronkelijke belastingschuldige niet al bezwaar heeft gemaakt. Als de invorderingsambtenaar het bezwaarschrift heeft afgewezen, kan de aansprakelijkgestelde een beroepschrift indienen bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat vervolgens hoger beroep open bij het gerechtshof. Tegen de schriftelijke uitspraak van het gerechtshof kunnen zowel de aansprakelijkgestelde als het college van B&W respectievelijk het dagelijks bestuur eventueel in cassatie gaan. Cassatie vindt plaats bij de hoogste rechterlijke instantie van Nederland, de Hoge Raad. De Hoge Raad bekijkt of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd in een juridisch geschil. 5.5Informatieverplichtingen(art. 58, 60, 61, 63 en 63a IW) Tijdens het invorderen kan het nodig zijn dat de invorderingsambtenaar bepaalde gegevens van een belastingschuldige en diens echtgeno(o)t(
- e)of een aansprakelijkgestelde nodig heeft. Zij zijn verplicht deze gegevens te verstrekken. Geen of onjuiste en/of onvolledige gegevens Als de invorderingsambtenaar gegevens heeft verkregen die niet concreet of voor meerdere uitleg vatbaar zijn, dan vraagt hij de gegevens opnieuw op. Als de gegevens ook na herhaling niet aan de gestelde eisen voldoen kan de invorderingsambtenaar overwegen om een bestuurlijke boete op te leggen of in het uiterste geval een civiele procedure op te starten. Hoofdstuk6Privaatrechtelijke vorderingen 6.1Uitleg van afkortingen Afkorting Omschrijving ................... ...................................... Awb Algemene wet bestuursrecht Rente Wettelijke rente Btag: Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders WIK: Wet incassokosten: Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten Wet: Gemeentewet 6.2Uitleg van begrippen Met “factuur”, “nota” of “andere schriftuur” wordt de door de gemeente Aa en Hunze in rekening gebrachte dienst dan wel het product bedoeld. Met “debiteur” is de persoon die moet betalen, kan ook zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger of de aansprakelijkgestelde worden bedoeld. Verzending”: voor verzending van de invorderingsbescheiden wordt gebruik gemaakt van de diensten van een postbezorgingsbedrijf, tenzij de wet anders voorschrijft. Hiermee ligt de bewijslast, bij geen (volledige) ontvangst van het invorderingsbescheiden, altijd bij de debiteur. Facturen worden ook per mail verzonden indien de debiteur hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven. 6.3De basis voor privaatrechtelijke vorderingen Om een bedrag te kunnen innen, moet er een "verbintenis" zijn waarbij iemand verplicht is om dat geld aan de gemeente te betalen. Deze verplichting kan ontstaan uit de wet of een overeenkomst. Voor de gemeente betekent dit dat privaatrechtelijke vorderingen (verplichtingen) vooral ontstaan door: Een overeenkomst (bijvoorbeeld: het huren van een sporthal); Een onrechtmatige daad (bijvoorbeeld: het verhalen van schade). Dit zijn de basisredenen voor een vordering die de gemeente heeft op een debiteur. Zonder zo'n basis is er geen recht om het geld in te vorderen. Voor vorderingen die niet worden betaald, ondanks herinneringen of aanmaningen, of die betwist worden, is het van groot belang om te weten hoe de vordering is ontstaan. Elke basis heeft namelijk andere voorwaarden voor het tot stand komen van de vordering. Vaak zijn juridische conflicten, zoals incasso-kwesties, niet zo moeilijk door de rechtsvragen zelf, maar door verschillen van mening tussen de betrokkenen over de feiten of gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, of over de gemaakte afspraken. Voor het innen van een vordering is het daarom heel belangrijk dat de aard van de vordering goed omschreven is, en dat de debiteur met de juiste naam en adres wordt vermeld. 6.4Invordering van privaatrechtelijke vorderingen Voor privaatrechtelijke vorderingen gelden het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek (BW) als wettelijk kader. Dit betekent dat de gemeente geen bijzondere rechten heeft in het invorderingsproces. Een belangrijk gevolg hiervan is dat de gemeente geen recht van parate executie heeft, maar gebruik zal moeten maken van gerechtsdeurwaarders en gerechtelijke vonnissen. Naast de wetgeving die specifiek gaat over het innen van vorderingen moet de gemeente ook rekening houden met de Algemene wet bestuursrecht. De invorderingsambtenaar moet de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriaal verkoop en dergelijke). 6.5Het invorderingsproces Algemeen Alle vorderingen worden geregistreerd in het financiële systeem. De debiteur wordt geacht de vordering binnen de aangegeven betalingstermijn te betalen. Als de betaling uitblijft wordt het invorderingsproces opgestart. 6.6Stap 1 Bekendmaking factuur De datum op de factuur geldt als de datum waarop de factuur is vastgesteld. De betalingstermijn wordt op de factuur vermeld. De debiteur moet de factuur uiterlijk op die datum betalen. Facturen van een debiteur die failliet is verklaard of onder de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen valt, worden ter verificatie bij de curator respectievelijk de bewindvoerder aangemeld. Als een debiteur is overleden, wordt de factuur naar de executeur, de bewindvoerder over de nalatenschap of de erfgenamen gestuurd. Facturen voor een minderjarige debiteur worden naar de wettelijke vertegenwoordiger gestuurd, als bekend is dat het versturen naar de debiteur zelf al eerder problemen heeft opgeleverd. Factuur retour ontvangen Van een retour ontvangen factuur wordt de naam, het adres en de woonplaats gecontroleerd en wordt de factuur, indien nodig, opnieuw verzonden. 6.7Stap 2 1e herinnering Als de betalingstermijn voorbij is zonder betaling, wordt een kosteloze herinnering gestuurd. Hierin wordt gevraagd om het openstaande bedrag binnen 14 dagen te betalen. 6.8Stap 3 2e herinnering Als de betaling uitblijft na de eerste herinnering, wordt er een tweede herinnering gestuurd. In deze herinnering wordt de debiteur voor de laatste keer gevraagd te betalen. Er wordt ook aangegeven dat, bij uitblijven van betaling, de invordering verder gaat, wat extra kosten met zich meebrengt. 6.9Stap 4 Laatste waarschuwing Als de tweede herinnering niet leidt tot betaling, krijgt de debiteur een aanmaning met een betalingstermijn van 14 dagen. Hierin wordt, overeenkomstig artikel 6:96 lid 6 BW (14 dagenbrief), vermeld dat het totaal te betalen bedrag wordt verhoogd met buitengerechtelijke incassokosten op de voet van de Wet normering en buitengerechtelijke incassokosten en het bijbehorende Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten (Wet incassokosten; WIK). Ook wordt aangegeven dat de gemeente naar de rechter kan stappen als de betaling uitblijft en dat er wettelijke rente in rekening kan worden gebracht. 6.10Stap 5 Contact Als de aanmaning niet tot betaling leidt, probeert de gemeente contact op te nemen met de debiteur (telefonisch of per e-mail) om een gerechtelijke procedure te voorkomen. 6.11Stap 6 Inschakelen van een gerechtsdeurwaarder Als de betaling na de laatste waarschuwing nog steeds uitblijft, wordt de vordering overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder is onafhankelijk en ook al wordt hij door de gemeente ingeschakeld, hij heeft oog voor de belangen van zowel debiteur als de gemeente. De gerechtsdeurwaarder probeert zelf de vordering te innen. Hij benadert de debiteur met zachte hand, maar wel indringend. Hij doet dit op een persoonlijke manier. Door zijn vakinhoudelijke kennis kan de gerechtsdeurwaarder de debiteur inlichten over zijn verplichtingen en rechten. Door de gerichte benadering van de gerechtsdeurwaarder zijn verdere juridische stappen vaak niet nodig. 6.12Stap 7 Gerechtelijke procedure Als de minnelijke incasso niet werkt, kan de gemeente ervoor kiezen om een gerechtelijke procedure te starten. Dit kan bestaan uit dagvaarden, beslag leggen en executoriale verkoop, en wordt uitgevoerd door de gerechtsdeurwaarder. Het proces begint met een dagvaarding en, als de rechter een vonnis uitspreekt, wordt het vonnis aan de debiteur bezorgd. Als de debiteur niet betaalt, kan de gerechtsdeurwaarder beslag leggen op bijvoorbeeld loon of andere bezittingen. 6.13Verhaal van invorderingskosten en rente De kosten van invordering worden zoveel mogelijk worden verhaald op de debiteur. De hoogte van deze kosten worden bepaald door het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders. Hoofdstuk7Acties door de debiteur In dit hoofdstuk worden handelingen en/of acties door debiteur toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces. 7.1Betaling Voor de toerekening van betalingen gelden de volgende richtlijnen: Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente (of bij het incassobureau) dan wel de ontvangstdatum in geval van een kasbetaling. De betalingen, waarvan de bestemming is aangegeven, worden afgeboekt in overeenstemming met de bedoeling van de betaler. Een ongerichte betaling, waartoe geen bestemming is aangegeven, wordt afgeboekt op de oudste openstaande vordering(en). Een teveelbetaling wordt aangemerkt en behandeld als een ongerichte betaling. De debiteur wordt niet schriftelijk op de hoogte gebracht van een afboeking van een betaling. Van een eventuele verrekening tussen privaatrechtelijke vorderingen wordt de debiteur schriftelijk op de hoogte gesteld. 7.2Terugbetaling Indien een betaling volgt zonder dat er vorderingen open staan zal het bedrag teruggestort worden op hetzelfde rekeningnummer als waarvan de betaling is verricht. 7.3Betalingsregelingen De debiteur kan voor de factuur een betalingsregeling aanvragen. Betalingsregelingen worden altijd schriftelijk afgesproken/bevestigd. De betalingsregeling kan maximaal 12 maandelijkse termijnen bestrijken. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken. Een betalingsregeling kan slechts 1 keer worden afgesproken, als de afgesproken betalingsregeling niet wordt nagekomen of om een andere reden wordt beëindigd wordt er geen nieuwe betalingsregeling meer afgesproken. 7.4Kwijtschelding De privaatrechtelijke vorderingen zijn uitgesloten van kwijtschelding.