Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Almere 2025, 2026 en 2027Het college van burgemeester en wethouders van Almere, gelet op: artikel 78gg Participatiewet, Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende: dat het wenselijk is om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en daartoe beleidsregels wenst vast te stellen; besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Almere 2025, 2026 en 2027 Artikel1.Begripsomschrijving 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.Verder wordt voor de toepassing van deze beleidsregel verstaan onder: Alleenverdiener: het huishouden dat: een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en; vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en; een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b. Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet. Artikel2.Ambtshalve toekenning 1.Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe. 2.Het college kan de vaste tegemoetkoming over 2025 ambtshalve toekennen aan een huishouden als: het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen; voor 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet; het college heeft vastgesteld dat het huishouden in 2023 en/of 2024 tot de doelgroep behoorde; er tussentijds geen relevante wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie van het huishouden of de wetten waarop deze toekenning is gebaseerd; de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente op de datum waarop de in lid 1 bedoelde lijst met Burgerservicenummers is gebaseerd. 3.Het college kan de vaste tegemoetkoming over de jaren 2026 en/of 2027 ambtshalve toekennen aan een huishouden als: het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen; voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet; het college heeft vastgesteld dat het huishouden in 2025 tot de doelgroep behoorde; er tussentijds geen relevantie wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie van het huishouden of de wetten waarop deze toekenning is gebaseerd; en de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente op de datum waarop de in lid 1 bedoelde lijst met Burgerservicenummers is gebaseerd. Artikel3.Aanvraag zelfmelder 1.Het huishouden kan tot en met 31 december 2028 een aanvraag voor een vaste tegemoetkoming over het kalenderjaar 2025, 2026 en/of 2027 indienen bij het college. Deze aanvraag is vormvrij. Artikel4.Beoordeling 1.Het college kent de vaste tegemoetkoming toe als: de aanvrager een alleenverdiener is, als bedoeld in artikel 1 van de beleidsregels; het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen; de meestverdienende partner op de datum van de aanvraag ingeschreven staat in de gemeente. het vermogen van het huishouden op 1 januari van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd lager is dan de vermogensgrens van de zorgtoeslag op die datum. 2.Bij een aanvraag voor het lopende kalenderjaar wordt het totaalinkomen van het huishouden als volgt vastgesteld: bij een vast maandinkomen wordt het totale netto inkomen van de partners in de maand voorafgaand aan de aanvraag omgerekend naar een verwacht netto jaarinkomen; Bij een wisselend maandinkomen wordt het totale netto inkomen van de partners in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag omgerekend naar een verwacht netto jaarinkomen. 3.Bij een aanvraag voor een voorafgaand jaar wordt het jaarinkomen vastgesteld op basis van: het belastbaar jaarinkomen uit de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het betreffende kalenderjaar, of als deze nog niet aanwezig is; de jaaropgave(n) over het betreffende kalenderjaar. Artikel5.Toekenning en verstrekking 1.Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag. 2.Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer. Artikel6.Inwerkingtreding en vervaldatum 1.Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.