.2Drugshandel in lokalen en/of op daarbij behorende erven Softdrugs Harddrugs/designerdrugs 1e constatering Waarschuwing; of last onder dwangsom; of maximaal 6 maanden sluiting Waarschuwing; of last onder dwangsom; of maximaal 12 maanden sluiting 2e constatering Last onder dwangsom; of maximaal 12 maanden sluiting Last onder dwangsom; of maximaal 18 maanden sluiting 3e en volgende constatering Last onder dwangsom;
Last onder dwangsom;
.3Voorbereidingshandelingen in woningen en/of op daarbij behorende erven Softdrugs Harddrugs 1e constatering Waarschuwing; of last onder dwangsom; of maximaal 3 maanden sluiting Waarschuwing; of last onder dwangsom; of maximaal 6 maanden sluiting 2e constatering Last onder dwangsom; of maximaal 6 maanden sluiting Last onder dwangsom; of maximaal 12 maanden sluiting 3e en volgende constatering Last onder dwangsom; of maximaal 12 maanden sluiting Last onder dwangsom;
.4Voorbereidingshandelingen in lokalen en/of op daarbij behorende erven Softdrugs Harddrugs 1e constatering Waarschuwing; of last onder dwangsom; of maximaal 6 maanden sluiting Waarschuwing; of last onder dwangsom; of maximaal 12 maanden sluiting 2e constatering Last onder dwangsom; of maximaal 12 maanden sluiting Last onder dwangsom; of maximaal 18 maanden sluiting 3e en volgende constatering Last onder dwangsom;
Last onder dwangsom;
.5Evenredigheidstoets Bij de toepassing van deze beleidsregel wordt in het kader van het evenredigheidsbeginsel getoetst aan de geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van de gekozen herstelmaatregel. Bij deze toets worden onder andere de volgende aspecten meegewogen, die verzwarend of verzachtend kunnen zijn: de mate van verwijtbaarheid van de betrokkene; de gevolgen van de herstelmaatregel voor de betrokkene; de gevolgen voor minderjarigen; de bijzondere binding van de betrokkene met de woning op grond van bijvoorbeeld medische omstandigheden; de financiële situatie van de betrokkene; het tijdsverloop tussen de constatering en de besluitvorming. Hoofdstuk3Combinatie en recidivetermijn Artikel3.1Combinatie harddrugs/designerdrugs en softdrugs Als de constatering dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet, zowel op harddrugs/designerdrugs als softdrugs betrekking heeft, dan worden de kolommen ‘Harddrugs/designerdrugs’ en/of ‘Harddrugs’ in de tabellen bij de artikelen 2.1 t/m 2.4 toegepast. Artikel3.2Combinatie woning en lokaal Als de constatering dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet, zowel betrekking heeft op een woning en/of een daarbij behorend erf, als een lokaal en/of een daarbij behorend erf, en bovendien sprake is van een samenhangend geheel, dan worden de artikelen 2.1 en 2.3 (voor ‘woningen en daarbij behorende erven’) toegepast. Artikel3.3Recidivetermijn Om te bepalen of sprake is van een eerdere constatering geldt: bij een eerder gegeven waarschuwing, een recidivetermijn van 2 jaar; bij een eerder genomen handhavingsbesluit, een recidivetermijn van 5 jaar. Hoofdstuk4Verlenging sluiting Artikel4.1Verlenging sluiting 1. Als feiten en omstandigheden hetzij van na de besluitvorming, hetzij die bekend zijn geworden na de besluitvorming, aanleiding geven tot de reële vrees voor herhaling van drugshandel of voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet en de sluitingsperiode nog niet voorbij is, dan kan de burgemeester besluiten tot verlenging van de sluitingsduur die in eerste instantie is gelast. 2. Bij het bepalen van de duur van de verlenging van de sluiting worden de artikelen 2.1 t/m 2.5 van deze beleidsregel toegepast, met dien verstande dat het bij verlenging niet om een nieuwe constatering gaat. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel5.1Intrekking oude beleidsregel Het Damoclesbeleid 2024 gemeente Bladel (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet) wordt ingetrokken op de dag na bekendmaking. Artikel5.2Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.Deze beleidsregel wordt aangehaald als Damoclesbeleid gemeente Bladel. De burgemeester van gemeente BladelM.A.G. van den BoschToelichting Inleiding Deze toelichting is ter verduidelijking en motivering van de beleidsregel ‘Damoclesbeleid gemeente Bladel (handhaving artikel 13b Opiumwet)’. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Bij de uitleg van begrippen is niet bedoeld om een andere definitie te hanteren dan gebruikt in de Opiumwet. Voor zover de Opiumwet bepaalde begrippen niet definieert, is de begripsomschrijving in de beleidsregel opgenomen. Daarnaast is relevant dat ook wordt aangesloten bij de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie zoals genoemd in artikel 1.3. Woning De wetgever heeft ervan afgezien het begrip ‘woning’ te definiëren. De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een ‘woning’: een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat voor bewoning wordt gebruikt (woongenot). Of een woning in de aangetroffen staat wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen dan wel de bestuurlijke rapportage van de politie. Artikel 1.2 Reikwijdte beleidsregel Artikel 13b van de Opiumwet ziet ten tijde van het vaststellen van de beleidsregel op de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in: artikel 2 (verbod op harddrugs, Lijst I en aangewezen middelen); artikel 2a (verbod op designerdrugs, substanties en preparaten lijst IA); artikel 3 (verbod op softdrugs, Lijst II en aangewezen middelen); artikel 10a (verbod op voorbereidingshandelingen harddrugs); en artikel 11a (verbod op voorbereidingshandelingen softdrugs) De burgemeester beschikt op grond van artikel 13b van de Opiumwet over de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Op grond van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan in plaats van een last onder bestuursdwang een last onder dwangsom worden opgelegd. Daarnaast wordt de (bestuurlijke) waarschuwing als informele herstelmaatregel gezien. In spoedeisende gevallen kan overeenkomstig artikel 5:31 van de Awb zonder voorafgaande last, schriftelijk besluit of op grond van artikel 4:11 van de Awb zonder hoorfase bestuursdwang worden toegepast. Voor zover artikel 13b van de Opiumwet in de toekomst ook op de bestuursrechtelijke handhaving ziet van de verboden in de artikelen 10b en/of 10c van de Opiumwet (voorbereidingshandelingen designerdrugs), zal de burgemeester in dat geval in beginsel de kolommen met betrekking tot harddrugs in de artikelen 2.3 en 2.4 van deze beleidsregel toepassen. Artikel 1.3 Aansluiting bij Aanwijzing Opiumwet Ten behoeve van het eenduidig optrekken en uniformiteit in de beoordeling van situaties en het gebruik van bevoegdheden door verschillende bevoegde gezagen en autoriteiten, sluit de burgemeester aan bij de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie (Stcrt. 2015, 5391). Artikel 1.4 Geen onderscheid tussen koop- en huurwoningen Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen huur- en koopwoningen, of tussen particuliere en sociale huurwoningen, omdat een dergelijk onderscheid afbreuk zou doen aan het doel van de Opiumwet en in het specifiek de bevoegdheid in artikel 13b van de Opiumwet, zoals opgenomen in de inleiding van deze beleidsregel. Hoofdstuk 2 Damoclesbeleid (handhaving artikel 13b Opiumwet) Artikelen 2.1 t/m 2.4 In de tabellen wordt onderscheid gemaakt tussen: enerzijds softdrugs en anderzijds harddrugs/designerdrugs. enerzijds drugshandel en anderzijds voorbereidingshandelingen; enerzijds woningen en/of daarbij behorende erven en anderzijds lokalen en/of daarbij behorende erven; 1. Onderscheid softdrugs, harddrugs en designerdrugs De burgemeester sluit bij de toepassing van deze beleidsregel aan bij het onderscheid dat de wetgever heeft gemaakt in de Opiumwet tussen softdrugs, harddrugs en designerdrugs. De reden voor dit onderscheid is dat harddrugs en designerdrugs (Kamerstukken II, 2021-2022, 36 159, nr. 3, p. 6) in het algemeen gevaarlijker zijn voor de gezondheid en het milieu dan softdrugs. Ten opzichte van softdrugs zijn de effecten bij harddrugs en designerdrugs al merkbaar bij een geringe hoeveelheid. Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) kwalificeert een handelshoeveelheid harddrugs als ernstiger dan een handelshoeveelheid softdrugs (Zie de uitspraken ECLI:NL:RVS:2015:2388 en ECLI:NL:RVS:2023:1140). Daarnaast is bij de handel in en productie van harddrugs eerder sprake van ernstige criminaliteit, vaak zelfs grensoverschrijdend. Designerdrugs worden gemaakt om dezelfde effecten als bij harddrugs te krijgen, maar zijn extra gevaarlijk omdat de risico’s niet altijd bekend zijn. Ook de handel in en productie van softdrugs is echter zeer crimineel en kan gepaard gaan met geweld, bedreiging en intimidatie. Bovendien vormt voor drugscriminelen de handel in en/of productie van softdrugs niet zelden de opmaat voor de invoering in het harddrugscircuit. Hierom gaat dit Damoclesbeleid uit van strengere maatregelen in het geval van harddrugs of designerdrugs, dan bij vergelijkbare overtredingen met softdrugs. Is er sprake van een overtreding met zowel harddrugs/designerdrugs als softdrugs, dan geldt als uitgangspunt dat de regels worden toegepast die gelden bij “harddrugs/designerdrugs” (het strengste regime dus). 2. Onderscheid in drugshandel en voorbereidingshandelingen Ook met betrekking tot dit onderscheid sluit de burgemeester aan bij het onderscheid dat de wetgever heeft gemaakt in de bestraffing van de overtredingen met betrekking tot enerzijds drugshandel en anderzijds voorbereidingshandelingen. Drugshandel wordt aanzienlijk zwaarder bestraft dan voorbereidingshandelingen met drugs. Wel van belang is het effect op de openbare orde van beide situaties: een herstelmaatregel draagt in beide gevallen bij aan het herstel c.q. behoud van de openbare orde en voorkomt herhaling van overtredingen. Van een voorbereidingshandeling met betrekking tot softdrugs is op grond van dit beleid sprake als voldaan wordt aan paragraaf 3.2.1. (‘Teelt van hennep (of de cannabis plant’) in samenhang met Bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet. Van een voorbereidingshandeling met betrekking tot harddrugs is sprake als dat uit de aard, hoeveelheid en samenstelling van voorwerpen en stoffen en/of uit andere informatie, waaronder waarnemingen, meldingen, (tap)gesprekken of observaties blijkt. Uit de rechtspraak volgt dat het voor de kwalificatie als voorbereidingshandeling niet nodig is dat alle aangetroffen stoffen en voorwerpen tegelijk geschikt zijn om een drugsproductiepunt op te zetten (o.a. ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:617). Voldoende is dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de betrokkene wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de voorhanden voorwerpen voor dat doel bestemd waren. Dit geldt ook als slechts een deel van de voorwerpen voorhanden is die nodig zijn voor de productie van drugs. 3. Onderscheid woning en lokaal Doordat de sluiting van woningen zwaarder ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.