Verordening op de heffing en invordering van kadegelden 2026De raad van de gemeente Delft; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Economie, Financiën en Bestuur; b e s l u i t vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van kadegelden 2026 (Verordening kadegelden Delft 2026). Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: dag: tijdvak van 24 achtereenvolgende uren, aanvangende te 00.00 uur; Algemene termijnenwet: de Algemene termijnenwet (Stb. 1964, 314); Invorderingswet: de Invorderingswet 1990 (Stb. 1990, 221); kade: de voor de openbare dienst bestemde plaats ingericht voor het aanleggen of aangelegd houden van vaartuigen en/of voor het opslaan van goederen ter lading in of gelost uit voer- of vaartuigen; vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen. Artikel2Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam ‘kadegelden’ worden rechten geheven ter zake van het gebruik van de gemeentelijke kaden en loswallen voor de overslag van goederen. Artikel3Belastingplicht De kadegelden worden geheven van degene die, al dan niet met vergunning of ontheffing, de gemeentelijke kaden of loswallen voor de overslag van goederen gebruikt. Artikel4Grondslag en maatstaf van heffing De kadegelden worden geheven naar de grondslag en maatstaven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Tarieven 1.De kadegelden worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend. 3.De tarieven worden verhoogd met omzetbelasting indien het gehanteerde tarief betrekking heeft op een activiteit die door het Ministerie van Financiën wordt aangemerkt als een belaste prestatie. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De kadegelden worden geheven bij wege van aanslag of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld De kadegelden zijn verschuldigd bij de aanvang van de belastingplicht. Artikel9Tijdstip van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de kadegelden worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven volgens het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.