Beleidsregels gratis openbaar vervoer minima gemeente Oegstgeest 2026Het college van de gemeente Oegstgeest; Gelet op het bepaalde in het artikel 108 en 160 van de Gemeentewet; Overwegende dat het college wil samenwerken met de provincie Zuid-Holland aan een proef om gratis openbaar vervoer voor minima binnen de provincie mogelijk te maken. Dit voor die openbaarvervoerslijnen waarvoor de provincie Zuid-Holland verantwoordelijk is; Overwegende dat beleidsregels bijdragen aan het geven van duidelijkheid in welke situaties en onder welke voorwaarden inwoners in aanmerking komen voor de proef gratis openbaar vervoer voor minima; Gezien het positieve advies van de cliëntenraad Participatiewet Oegstgeest; Besluit vast te stellen de: Beleidsregels gratis openbaar vervoer minima gemeente Oegstgeest 2026 Artikel1.- Begripsomschrijvingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Aanvrager: de inwoner van 18 jaar en ouder die in aanmerking wenst te komen voor deelname aan de proef gratis openbaar vervoer voor minima van de provincie Zuid-Holland; Deelnemer: de inwoner en/of zijn ten laste komend kind(eren) vanaf de leeftijd van 12 jaar, die na beoordeling door het college is toegelaten om deel te nemen aan de proef gratis openbaar vervoer voor minima van de provincie Zuid-Holland; De wet: de Participatiewet; Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oegstgeest; De provincie: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; Inkomen: a. het netto-inkomen, exclusief vakantietoeslag, als bedoeld in artikel 32 en 33 van de wet of b. het inkomen waarover redelijkerwijs beschikt kan worden als er sprake is van een minnelijke schuldregeling of een WSNP-traject, waarbij het vrij te laten bedrag door het college gelijkgesteld wordt aan de hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm. Inkomensnorm: maximaal 120% van de toepasselijke norm zoals bedoeld in artikel 20, 21, 22, 23 en 24 van de wet. De kostendelersnorm wordt hierbij buiten beschouwing gelaten; Inwoner: de alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin als bedoeld in artikel 4 en artikel 11 van de wet; Peilmaand: de maand voorafgaande aan de maand waarin de aanvraag wordt ingediend. OV-chipkaart: een elektronische vervoerspas op naam voor het betalen van openbaar vervoer in Zuid-Holland; Ten laste komend kind(eren): het kind vanaf 12 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; Vervoerder: vervoersbedrijf Qbuzz Daluren Vrij Minima abonnement: een abonnement voor minima voor openbaar vervoer, geldig op werkdagen vanaf 9:00 uur en in de weekenden of op feestdagen de gehele dag, voor het reizen binnen de vervoersregio Zuid-Holland zoals de provincie en de vervoerder heeft beschreven in zijn minimaproduct; Vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet; WijMobiel: het mobiliteitsbedrijf dat in opdracht van de provincie de gratis openbaar vervoer passen verstrekt. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet. Hoofdstuk2– Doel proef gratis openbaar vervoer De proef heeft als doel het deelnemen aan de samenleving en de mobiliteit van inwoners van Oegstgeest met een laag inkomen binnen de provincie Zuid-Holland te bevorderden. Artikel2– Deelname, voorwaarden en uitsluitingsgronden 1.Een aanvrager kan ten behoeve van zichzelf en/of diens ten laste komende kind(eren) eenmaal per 12 maanden toegelaten worden tot de proef gratis openbaar vervoer voor minima als het (gezins-)inkomen niet hoger is dan de inkomensnorm. 2.Uitgesloten van deelname zijn inwoners die: Niet ingeschreven staan in de basisregistratie personen van de gemeente Oegstgeest; Geen rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 onder a, b, c, d of e van de Vreemdelingenwet hebben. Recht hebben op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of anderszins op grond van hun studie recht hebben op een OV-product; Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning een Wmo-vervoersindicatie hebben. Artikel3- Inkomens- en vermogenstoets 1.Voor het bepalen van het gezinsinkomen gaan we uit van het netto-inkomen (exclusief vakantiegeld) in de peilmaand. 2.Als het inkomen in de peilmaand niet representatief is voor het actuele inkomen, kan van het eerste lid worden afgeweken, bijvoorbeeld door bij wisselende inkomsten uit te gaan van het gemiddeld netto-inkomen gerekend over drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend. 3.De inkomenstoets wordt ambtshalve toegepast als de aanvrager: Op het moment van aanvraag een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ voor levensonderhoud ontvangt; Op het moment van de aanvraag in een minnelijke of wettelijke schuldregeling zit, waarbij het vrij te laten bedrag (VTLB) door het college gelijkgesteld wordt aan de hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm. 4.Het vermogen wordt buiten beschouwing gelaten. Artikel4– Aanvraag 1.De aanvrager dient de aanvraag in via het daarvoor bestemde aanvraagformulier. 2.Een aanvraag wordt toegekend per 12 maanden. Na deze periode vindt een ambtshalve herbeoordeling plaats. Als de aanvrager nog steeds voldoet aan de voorwaarden van deze beleidsregels kan het Daluren Vrij Minima abonnement telkens met 12 maanden ambtshalve verlengd worden, uiterlijk tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.