← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2026-2027 (Geertruidenberg)

Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2026-2027De raad van de gemeente GEERTRUIDENBERG; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 oktober 2025; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; BESLUIT vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2026-

  1. Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een maand; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  2. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig: de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; als scout door leden van scoutingverenigingen aangesloten bij de Vereniging Scouting Nederland in niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, die door Geertruidenbergse scoutingverenigingen ter beschikking worden gesteld voor het houden van verblijf met overnachten dan wel in mobiele kampeeronderkomens van scoutingverenigingen; op vaartuigen voor welk verblijf havengeld of binnenhavengeld (met uitzondering van liggeld voor de passantenhaven) is verschuldigd. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen, dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel6Belastingtarief Het tarief voor het belastingjaar 2026 bedraagt per persoon, per etmaal € 1,
  3. Het tarief voor het belastingjaar 2027 bedraagt per persoon, per etmaal € 2,
  4. Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Voorlopige aanslag Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel10Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de (voorlopige) aanslagen worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d en 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de watertoeristenbelasting betrokken is. Artikel13Registratieplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd verblijfregister. De verplichting als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het verblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld. Artikel14Elektronische aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte watertoeristenbelasting’ van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). Artikel15Overgangsrecht De “Verordening watertoeristenbelasting 2025-2026” van 7 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel16Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  5. Artikel16Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening watertoeristenbelasting 2026-2027". Aldus vastgesteld in zijn openbare raadsvergadering van de gemeente Geertruidenberg van 13 november 2025,Geertruidenberg,De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter,G.M. Brunsveld, M.M. van Toorenburg

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.