Verordening op de heffing en invordering van een bijdrage voor de Bedrijveninvesteringszone CapelleXL 2026-2030De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 september 2025 gelet op het bepaalde in de artikelen 1, eerste lid en 7, vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en de tussen de gemeente Capelle aan den IJssel en Stichting BIZ CapelleXL gesloten uitvoeringsovereenkomst; B E S L U I T : vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van een bijdrage voor de Bedrijveninvesteringszone CapelleXL 2026-2030 HOOFDSTUKIALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel; uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en stichting BIZ CapelleXL] gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van Wet op de bedrijveninvesteringszones; de wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones; de stichting: Stichting BIZ CapelleXL. HOOFDSTUKIIBELASTINGBEPALINGEN Artikel2Belastbaar feit en aard van de belasting 1.Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2.De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel3Voorwerp van de belasting 1.Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2.Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel4Belastingplicht 1.De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt; 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld; als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2.Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel6Vrijstellingen 1.In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; 2.In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel7Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt per kalenderjaar: Categorie 2026 2027 2028 2029 2030 WOZ - waarde meer dan € 7.500.000 8.500 8.670 8.843 9.020 9.201 € 4.000.001 t/m € 7.500.000 6.500 6.630 6.763 6.898 7.036 € 2.000.0001 t/m € 4.000.000 3.250 3.315 3.381 3.449 3.518 € 1.000.001 t/m € 2.000.000 1.625 1.658 1.691 1.724 1.759 Categorie 2026 2027 2028 2029 2030 € 750.001 t/m € 1.000.000 1.050 1.071 1.092 1.114 1.137 € 500.001 t/m € 750.000 950 969 988 1.008 1.028 € 400.001 t/m € 500.000 780 796 812 828 844 € 300.001 t/m € 400.000 650 663 676 690 704 € 225.001 t/m € 300.000 500 510 520 531 541 € 150.001 t/m € 225.000 375 383 390 398 406 € 100.001 t/m € 150.000 215 219 224 228 233 € 65.001 t/m € 100.000 160 163 167 170 173 € 30.001 t/m € 65.000 100 102 104 106 108 minder of gelijk aan € 30.000 50 51 52 53 54 Artikel8Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald binnen één maand na dagtekening van het in artikel 8 bedoelde aanslagbiljet. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de in artikel 3 bedoelde belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Artikel12Nadere regel door het college Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en invordering van de BIZ-bijdrage. HOOFDSTUKIIISUBSIDIEBEPALINGEN Artikel13Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Capelle aan den IJssel 2017 niet van toepassing. Artikel14Subsidieverlening 1.De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken . 2.De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. Artikel15Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel16Subsidievaststelling 1.De stichting is verplicht om binnen 6 maanden na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2.De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 3 maanden na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken. Artikel17Melding van relevante wijzigingen De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, een wijziging van de statuten, verandering of beëindiging van activiteiten. HOOFDSTUKIVSLOTBEPALINGEN Artikel18Intrekken oude verordening en overgangsrecht De verordening Bedrijfsinvesteringszone Capelle XL 2021-2025 wordt ingetrokken op de datum van ingang van de heffing, bedoeld in artikel 19, tweede lid, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel19Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel20Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bedrijveninvesteringszone CapelleXL 2026-2030. Vastgesteld in de openbare vergadering van 6 oktober 2025De griffier,de voorzitter,BijlageIKaart Bedrijveninvesteringszone CapelleXL
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.