Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugd gemeente Urk 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk, Gelezen het voorstel van 17 november 2025, met als kenmerk nummer 018486744 Gelet op de artikelen 5.2.1, vierde en vijfde lid, 6.3.2, derde lid, en 6.4.1, tweede lid van de Verordening Sociaal Domein gemeente Urk. Overwegende dat het gewenst is nadere regels vast te stellen ter uitvoering van deze Verordening, besluit de volgende nadere regels vast te stellen: Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugd gemeente Urk 2026 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.1Begripsbepalingen 1.In dit Besluit wordt verstaan onder: bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Participatiewet waarbij paragraaf 3.3 van de Participatiewet onverminderd van toepassing is, diensten: maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf op grond van de Wmo 2015, jaarinkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de Participatiewet, pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 2.3.6 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, tarieven: de bedragen op grond waarvan de hoogte van het pgb wordt vastgesteld, verordening: Verordening Sociaal Domein gemeente Urk, peildatum: de datum van aanvraag. 2.Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, de Jeugdwet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, de Verordening Wmo, de Verordening Jeugd en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). HOOFDSTUK2PERSOONSGEBONDEN BUDGET WMO Artikel2.1Besteding persoonsgebonden budget buiten Urk en buitenland 1.De budgethouder kan het toegekende pgb voor diensten, met uitzondering voor huishoudelijke ondersteuning, voor ten hoogste 13 weken per kalenderjaar inzetten voor de betaling van al toegekende ondersteuning die wordt geboden tijdens het verblijf buiten Urk, mits de noodzaak tot (meer) ondersteuning niet (enkel) voortvloeit uit het verblijf buiten Urk. 2.De budgethouder kan het toegekende pgb voor diensten, met uitzondering voor huishoudelijke ondersteuning, voor ten hoogste zes weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van ondersteuning te verlenen tijdens verblijf buiten Nederland, mits de noodzaak tot (meer) ondersteuning niet (enkel) voortvloeit uit het verblijf buiten Nederland. 3.Het college kan op aanvraag de termijn van zes weken, als bedoeld in het tweede lid, verlengen als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. 4.Op de besteding van het pgb blijven alle verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit het pgb van toepassing. Artikel2.2Persoonsgebonden budget woningaanpassing Voor het realiseren van een complexe woningaanpassing met een pgb kan het college de volgende kosten in aanmerking nemen: de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de woningaanpassing. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen vervallen de loonkosten, het architectenhonorarium, indien dit noodzakelijk is, tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald voor de leden van NLingenieurs en BNA in DNR 2011 (De Nieuwe Regeling 2011, herziening juli 2013), de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom, de leges voor de omgevingsvergunning, voor zover deze betrekking heeft op het treffen van de woningaanpassing, de door college schriftelijk goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn. Artikel2.3Budgetperiode en instandhoudingskosten hulpmiddelen 1.Het pgb is toereikend voor de aanschaf van een aangewezen hulpmiddel volgens de indicatie in natura. 2.De budgetperiode (afschrijvingstermijn) wordt vastgesteld in het individuele toekenningsbesluit. 3.Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb kunnen (reële) instandhoudingskosten in aanmerking genomen worden. Het bedrag wordt opgenomen in het individuele toekenningsbesluit. HOOFDSTUK3 TARIEVEN EN BEDRAGEN WMO Artikel3.1Huishoudelijke ondersteuning 1.Voor schoonmaakondersteuning geldt het bij Verordening bepaalde percentage van € 40,91 per uur. 2.Voor ondersteuning regie/zorg geldt het bij Verordening bepaalde percentage van € 40,91 per uur. 3.Het bedrag voor schoonmaakondersteuning of ondersteuning regie/zorg als het pgb wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk of een persoon die niet als professional als bedoeld in artikel 1.1 van de Verordening wordt aangemerkt bedraagt € 22,51 per uur. Artikel3.2Begeleiding en dagactiviteiten arbeidsmatig 1.Voor begeleiding geboden door professionals geldt het bij Verordening bepaalde percentage van een uurtarief. 2.Voor begeleiding geldt een uurtarief van: € 69,66 voor professionals met mbo-deskundigheid; € 77,12 voor professionals met hbo-deskundigheid. 3.Voor begeleiding geboden door personen uit het sociaal netwerk en personen die niet als professional worden aangemerkt geldt een uurtarief € 26,26 4.Voor dagactiviteiten arbeidsmatig geldt het bij Verordening bepaalde percentage van een tarief van € 48,58 per dagdeel. Een dagdeel bestaat uit drie tot vier uur. 5.Voor vervoer dagactiviteiten arbeidsmatig gelden de volgende tarieven naar en van de locatie waar de dagactiviteiten arbeidsmatig worden geboden (eens per etmaal): zonder rolstoel € 12,80 met rolstoel € 28,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.