Verordening op de heffing en invordering van begraafrechten 2026De raad van de gemeente Katwijk; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BEGRAAFRECHTEN 2026 (Verordening begraafrechten 2026) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerklaan te Katwijk aan den Rijn, de gemeentelijke begraafplaats Blekerij te Katwijk aan den Rijn, het algemeen gedeelte van de begraafplaats Duinrust te Katwijk aan Zee en de algemene begraafplaats aan de Ringweg te Valkenburg; beheersverordening begraafplaatsen gemeente Katwijk: de verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Katwijk 2010 graf: een zandgraf of een keldergraf; grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere stoffelijke overschotten worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen; particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten; particulier urnenkelder: een kelder waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooingsplaats. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het opgraven van een stoffelijk overschot of een asbus op rechterlijk gezag. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel7Wijze van heffing 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2.Andere rechten dan die bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de tweede helft van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten bedoeld in 4.2, 4.3 en 4.4 van de tarieventabel voor de helft verschuldigd. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in 4.2 en 4.3 en 4.4 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Belastingaanslagen van € 5,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor het belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in 4.2 en 4.3 en 4.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de begraafrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel13Overgangsrecht 1.De 'Verordening op de heffing en invordering van begraafrechten 2025' van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel14Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.