Treasurystatuut Gemeente Laarbeek 2014Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek; gelet op artikel 9 en 13 lid d van de “Financiële verordening gemeente Laarbeek 2014”; b e s l u i t : met ingang van 1 januari 2014 tot: intrekking van het ‘Treasurystatuut gemeente Laarbeek 2010’; vaststelling van het ‘Treasurystatuut gemeente Laarbeek 2014’. Hoofdstuk1Definities Artikel1Algemene begrippen van de treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. Treasurystatuut: het besluit van het college van burgemeester en wethouders waarin met inachtneming van de kaders van artikel 9 en 13 lid d van de ‘Financiële verordening gemeente Laarbeek 2014’ het treasurybeleid wordt vastgelegd. Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. Artikel2Treasurydeelfuncties Risicobeheer renterisiconorm renterisicobeheer kredietrisicobeheer koersrisicobeheer intern liquiditeitsbeheer valutarisicobeheer Kasbeheer geldstromenbeheer (inclusief betalingsverkeer) saldobeheer op kasbasis liquiditeitenbeheer (tot 1 jaar) Gemeentefinanciering (corporate finance) financiering (voor minimaal 1 jaar) uitzettingen (voor minimaal 1 jaar) relatiebeheer Artikel3Begrippen per treasurydeelfunctie Risicobeheer Het risicobeheer is een deelfunctie van treasury en omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico’s, te weten renterisiconorm, renterisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s: Renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam bij aanvang van het jaar. Renterisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid, dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager zullen zijn dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau, c.q. het in de meerjarenraming en begroting geraamde niveau. Kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingenpositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid, dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Intern liquiditeitsrisicobeheer is het beheersen van de risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenprognose en meerjaren-investeringsplanning waardoor als gevolg daarvan de financieringskosten hoger kunnen uitvallen. Valutarisicobeheer is het beheersen van risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen werd verwacht op het beslissingsmoment. Valutarisicobeheer is alleen aan de orde indien de gemeente transacties afsluit in niet-euro-valuta. Kasbeheer Het kasbeheer is een deelfunctie van treasury en omvat het beheer van de geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar. Geldstromenbeheer omvat al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Saldobeheer omvat het beheer van de dagelijkse saldi. Liquiditeitenbeheer is het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Gemeentefinanciering (corporate finance) Gemeentefinanciering is een deelfunctie van treasury en omvat financiering, langlopende uitzettingen en relatiebeheer. Financiering omvat het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Langlopende uitzettingen hebben betrekking op het intern en extern uitzetten van financiële middelen voor een periode van één jaar of langer. Relatiebeheer omvat het onderhouden van de relaties met financiële ondernemingen. Artikel4Begrippen van de Wet Financiering decentrale overheden (Wet fido) Voor de treasuryfunctie van belang zijnde begrippen van de Wet fido zijn de volgende: Openbare lichamen: provincies; gemeenten; waterschappen; lichamen, ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die bevoegd zijn tot het aangaan, garanderen en verstrekken van geldleningen; door Onze Ministers aan te wijzen andere bij wet ingestelde lichamen en organen. Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningenvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Financiële derivaten: Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Netto vlottende schuld: Het gezamenlijk bedrag van: de opgenomen gelden met een oorspronkelijke typische looptijd van korter dan één jaar; de schuld in rekening-courant; de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, en overige geldleningen die geen deel uitmaken van de vaste schuld, verminderd met het gezamenlijk bedrag van: de contante gelden in kas; de tegoeden in rekening-courant, en de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. Gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal: Het gemiddelde van de netto-vlottende schuld op de eerste dag van iedere maand in het desbetreffende kwartaal. Kasgeldlimiet: Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van het openbare lichaam bij de aanvang van het jaar. Renterisico op de vaste schuld: Mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van een openbaar lichaam verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer. Renterisiconorm: Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. 3%-norm voor het EMU-saldo van de overheid: De referentiewaarde voor het vorderingensaldo van de overheid zoals vastgelegd in artikel 104C en Protocol nr. 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Toezichthouder: Het bestuursorgaan dat op grond van enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de begroting van een openbaar lichaam. Begrotingstotaal: De totale lasten op de begroting. actuele marktwaarde: de waarde die kan worden berekend aan de hand van de actuele marktrente van de resterende looptijden van de toekomstige kasstromen (rente en aflossing) van een deposito; Agentschap: het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën; basispunt: een honderdste van een procent (0,01%); borgstelling: het recht van een derde partij om op eerste afroep te kunnen beschikken over een maximaal overeengekomen bedrag van een openbaar lichaam die middelen in rekening-courant bij ’s Rijks schatkist aanhoudt; deposito: het creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door het openbaar lichaam niet vrij beschikt kan worden; daggeldrente: de dagelijkse vaststelling door de Europese Centrale Bank van de rente waartegen gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt door een panel van banken (EONIA, afgerond op 2 decimalen); DSL-rente: de dagelijks door een door de minister van Financiën aangewezen elektronisch handelsplatform vastgestelde rentes voor Nederlandse staatsleningen (Dutch State Loans) van verschillende looptijden; DTC-rente: de dagelijks door een door de minister van Financiën aangewezen elektronisch handelsplatform vastgestelde rentes voor Nederlands schatkistpapier (Dutch Treasury Certificates) van verschillende looptijden; intradaglimiet: het maximum bedrag dat gedurende de dag rood mag worden gestaan op de tussenrekening; rekening-courant: de rekening-courant bij het ministerie van Financiën; tussenrekening: de rekening die het openbaar lichaam aanhoudt bij een bank via welke de zero-balancing plaatsvindt; de wet: de Wet financiering decentrale overheden; zero-balancing: de aanzuivering dan wel de afroming van de tussenrekening ten laste dan wel ten gunste van de rekening-courant. Artikel5Overige begrippen Vermogenswaarde: Het geheel van de in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen aan goederen en vorderingen (activa en passiva). Richtlijn: Een bindend voorschrift c.q. aanwijzing van een te volgen handelswijze. Limiet: Een type richtlijn die de (uiterste) grens aangeeft van een bepaalde handeling, verantwoordelijkheid en/of bevoegdheid. Risicoprofiel: Geeft aan in welke mate een organisatie risico's loopt. Hoofdstuk2Treasurybeleid Risicobeheer Artikel6Algemene uitgangspunten De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de ‘publieke taak’ uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf intern advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de desbetreffende partij; De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Artikel 6-a is niet van toepassing bij het toekennen van duurzaamheidsleningen, zoals in het kader van de Dragon’s Den of het zonnepanelenproject. Artikel7Renterisicobeheer Renterisico's op de vaste schuld bedragen maximaal de renterisiconorm; De renterisico's op de vlottende schuld worden beperkt door de netto vlottende schuld te beperken tot maximaal de kasgeldlimiet; Bij het uitzetten en aantrekken van gelden wordt gestreefd naar een stabiel rentelastenniveau. Daarom wordt de portefeuille zodanig samengesteld dat met een zekere regelmaat leningen en uitzettingen vervallen. Hiermee wordt een spreiding van de renterisico's bereikt; De looptijd en rentevaste periode van leningen en uitzettingen wordt afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; De gemeente zal, indien het – in tijden van relatief lage rente – financieel voordeel oplevert om dure leningen af te lossen en te vervangen voor goedkopere leningen, overgaan tot deze aflossing. In de begroting, paragraaf financiering, wordt de leningen- en uitzettingsportefeuille, jaarlijks geanalyseerd. Artikel8Kredietrisicobeheer Er bestaat een vaste debiteurenprocedure waarin tevens de aanmaningsprocedure is vastgelegd; Er bestaat een vaste crediteurenprocedure waarin tevens de betaaltermijn voor de gemeente is vastgelegd; Bij het innen van vorderingen en het voldoen van verplichtingen worden de meest efficiënte instrumenten gekozen; Het gebruik van automatische incasso voor het innen van vorderingen wordt gestimuleerd; De financieel consulent stuurt actief de betaal- en ontvangstmomenten van grotere geldstromen; De financieel consulent wordt tijdig op de hoogte gesteld van relevante geldstromen bij het aangaan van verplichtingen of bij het bekend worden van ontvangsten; Bij grote contracten worden de betalingsvoorwaarden actief benaderd en worden afspraken gemaakt over de betaaltermijnen; Uitzettingen vinden, uitgezonderd de middelen zoals deze staan verwoord in artikel 7 Wet fido, uitsluitend plaats in ’s Rijks schatkist middels rekening-courant en/of deposito’s. Bij het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak wordt nagegaan welke zekerheden de begunstigde kan stellen ten behoeve van de gemeente voor het afdekken van het risico met betrekking tot terugbetaling van de hoofdsom en betaling van de rente. Alle aanwezige mogelijkheden worden geëist. Bij een lagere zekerheidsstelling dan de hoofdsom kan het college van B&W uit oogpunt van bestuurlijk en/of maatschappelijk belang besluiten dat de lening of de garantie desondanks wordt verstrekt. Artikel9Koersrisicobeheer De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen uit hoofde van treasury door daarbij bij ’s Rijks schatkist de volgende producten te hanteren: rekening-courant; deposito's. Alleen uitzettingen in de vorm van aandelen (deelneming) van ondernemingen worden toegestaan uit hoofde van de publieke taak van de gemeente. Artikel10Intern liquiditeitsrisicobeheer De gemeente tracht haar interne liquiditeitsrisico’s te beperken door haar treasuryactiviteiten mede te baseren op een globale liquiditeitenprognose (minimale looptijd van één jaar). Artikel11Valutarisicobeheer Valutarisico's worden voorkomen door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s (€). Kasbeheer (looptijd < 1 jaar) Artikel12Geldstromenbeheer In- en uitgaande geldstromen worden voor zover mogelijk op elkaar afgestemd; Het betalingsverkeer wordt geconcentreerd bij één bank; Debiteuren die periodiek betalingen hebben te doen aan de gemeente wordt de mogelijkheid van automatische incasso geboden. Artikel13Saldo- en liquiditeitenbeheer Concentratie van liquiditeiten en geldstromen vindt zoveel mogelijk plaats binnen een stelsel van hoofd- en nevenrekeningen bij een bank; De saldi op rekening-courant worden zoveel mogelijk naar de nulpositie gestuurd; tekorten worden door middel van geldmarkttransacties verwerkt en overschotten boven de toegestane drempel in het kader van schatkistbankieren worden aangehouden in ’s Rijks schatkist; Relevante informatie en geldstromen worden betrokken bij de liquiditeitenprognose en -beheer; Gemeentefinanciering (looptijd ≥ 1 jaar) Artikel14Financiering Beslissingen tot financiering worden genomen op basis van de totale financieringspositie van de gemeente (integrale financiering); Het aantrekken van vreemd vermogen is alleen toegestaan, indien: sprake is van structurele financieringstekorten; sprake is van concrete financiële voordelen ten opzichte van het vervroegd verkopen van rentedragende schuldtitels; het aantrekken niet leidt tot structurele overschotten. Het aantrekken van vermogen met als doelstelling dit uit te lenen of te beleggen om daarmee een positief rendement te realiseren is niet toegestaan; Financieringstransacties worden gebaseerd op de volgende informatie: Liquiditeitenprognose; Deze prognose geeft een globaal beeld van de inkomende en uitgaande geldstromen voor minimaal een jaar. De prognose is mede gebaseerd op vanuit de organisatie geleverde informatie en wordt minimaal eens per jaar getoetst en bijgesteld. Rentevisie; Jaarlijks wordt een rentevisie opgenomen in de paragraaf financiering van de begroting. Analyse leningenportefeuille; Bij de bepaling van de condities van de aan te trekken financiering wordt rekening gehouden met de afspraken van bestaande financiële contracten en de renterisico-analyse. Financiering wordt alleen aangetrokken in euro's (€); Bij de financiering is als instrument alleen toegestaan: Onderhandse geldleningen. Artikel15Langlopende uitzettingen Uitzettingen dienen een prudent karakter te hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico; Uitzettingstransacties worden gebaseerd op de volgende informatie: Liquiditeitenprognose; Deze prognose geeft een globaal beeld van de inkomende en uitgaande geldstromen voor minimaal een jaar. De prognose is mede gebaseerd op informatie die door de organisatie wordt aangeleverd en wordt minimaal eens per jaar getoetst en bijgesteld. Rentevisie; Jaarlijks wordt een rentevisie opgenomen in de paragraaf financiering van de begroting. Analyse bestaande beleggingsportefeuille; Bij de bepaling van de condities van de uit te zetten gelden wordt risico gehouden met de afspraken van bestaande financiële contracten en de renterisico-analyse. Uitzettingen worden alleen gedaan in euro's (€); Gelden kunnen uitsluitend worden uitgezet met in achtneming van hetgeen is bepaald in artikel 8 lid h en lid i van dit besluit Treasurystatuut. Artikel16Relatiebeheer Teneinde de kernactiviteiten van de gemeente blijvend te kunnen financieren, dient de gemeente ervoor te zorgen dat te allen tijde de toegang tot de geld- en kapitaalmarkt tegen acceptabele prijzen verzekerd is. De huisbank wordt gezien als een strategische partner van de gemeente. Uit het oogpunt van consistent beleid wordt een overeenkomst voor huisbankierschap aangegaan voor een periode van maximaal vijf jaar. Het huisbankierschap wordt een jaar vóór het verstrijken van de overeenkomst geëvalueerd met als mogelijk gevolg: verlenging van de aflopende overeenkomst, of uitvoering van een nieuwe aanbesteding. Voor het afsluiten van relaties met banken kunnen door het college van burgemeester en wethouders nader te formuleren voorwaarden worden gegeven. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd rekeningcourant-overeenkomsten aan te gaan, te wijzigen en te beëindigen met in Nederland gevestigde bankinstellingen, die onder toezicht staan van de Nederlandsche Bank N.V. als bedoeld in de Wet Toezicht Kredietwezen. De huisbankier wordt aangewezen door het college van burgemeester en wethouders. Hoofdstuk3Administratieve Organisatie en Interne Controle Artikel17Algemene uitgangspunten In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie (AO) en interne controle (IC): De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd en worden aan de betrokken partijen kenbaar gemaakt; Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: iedere betalingstransactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vierogen-principe); de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de functionaris die belast is met de interne controle; De administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie worden overeenkomstig de financiële verordening uitgevoerd. Artikel18Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in de onderstaande tabel gedefinieerd: Functie Verantwoordelijkheden Gemeenteraad Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, globale richtlijnen en limieten middels de financiële verordening. Het vaststellen van de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening. Commissie Algemeen Bestuur Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen op het gebied van treasury aan de Gemeenteraad. College van B&W Het vaststellen van een Treasurystatuut. Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid) binnen de kaders van het Treasurystatuut. Per kwartaal het kennisnemen van een beknopte rapportage over de resultaten van de treasuryactiviteiten. Het zonodig rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid. Portefeuillehouder Financiën Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid). Pijlerhoofden Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun pijler aanlevert aan de financieel consulent met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten. Hoofd team Financiën Verantwoordelijk voor de uitvoering van het treasurybeleid. Financieel consulent Dagelijkse uitvoering van het treasurybeleid. Het uitvoeren van gemandateerde treasuryactiviteiten conform het Treasurystatuut en de financieringsparagraaf. Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de gemandateerde treasuryactiviteiten. Het per kwartaal verantwoording afleggen aan B&W over de uitgevoerde treasuryactiviteiten. Comptabele Verantwoordelijk voor de financiële administratie van de gemeente en als zodanig voor de uitvoering van alle administratieve werkzaamheden, die voor de financiële administratie en het opmaken van de rekening van de gemeente, alsmede voor de verantwoording door burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn. De comptabele voorziet de aanvragen tot beschikking in contanten en opdrachten tot betaling ten laste van een rekening bij een bankinstelling van zijn mede-ondertekening. Kassier Deugdelijke bewaring van de contanten en geldswaardige papieren van de gemeente. Het onder toezicht van de comptabele verrichten van alle ontvangsten en betalingen - voor zover niet opgedragen aan subkassiers - van de gemeente. De kassier mag alleen betalingen verrichten wanneer een schriftelijke opdracht van de comptabele hieraan ten grondslag ligt waarbij de betalingsopdracht altijd mede moet zijn ondertekend door de comptabele. Financiële administratie Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie. Artikel19Beslissingsbevoegdheid Omschrijving Treasurytaak Bevoegd functionaris/mandataris Kasbeheer Opname, uitzetten en beleggen van financiële middelen met een looptijd tot maximaal 1 jaar Financieel Consulent Financiering Opname, uitzetten en beleggen van financiële middelen met een looptijd vanaf 1 jaar Financieel Consulent Vervroegd aflossen vaste geldleningen en beleggingen Financieel Consulent Verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak College van burgemeester en wethouders Relatiebeheer Aangaan huisbankierschap College van burgemeester en wethouders Overig Besluiten over treasurytaken welke vallen buiten de gemandateerde bevoegdheden van medewerkers College van burgemeester en wethouders Artikel20Tekeningsbevoegdheid Omschrijving Treasurytaak Bevoegd functionaris/mandataris Kasbeheer Overeenkomsten terzake opname, uitzetten en beleggen van financiële middelen met een looptijd tot maximaal 1 jaar Financieel Consulent Financiering Overeenkomsten terzake opname, uitzetten en beleggen van financiële middelen met een looptijd vanaf 1 jaar Financieel Consulent Overeenkomsten terzake het vervroegd aflossen van vaste geldleningen en beleggingen Financieel Consulent Relatiebeheer Overeenkomsten betreffende rekeningcourant Financieel Consulent Overig Overeenkomsten betreffende treasuryactiviteiten welke vallen buiten de gemandateerde bevoegdheden van medewerkers Gemeentesecretaris Artikel21Preventieve controlemaatregelen Voor elke financiële transactie als bedoeld in artikel 19 geldt dat deze door de financieel consulent direct schriftelijk wordt vastgelegd en gemeld aan de financiële administratie. Artikel22Repressieve controlemaatregelen De gemeente gebruikt de volgende repressieve maatregelen: Per kwartaal wordt door de financieel consulent een beknopte rapportage over de resultaten van de treasuryactiviteiten opgesteld en ter kennisname gebracht aan het college van burgemeester en wethouders; Een afschrift van deze kwartaalrapportage over treasuryactiviteiten wordt ter beschikking gesteld aan de Concerncontroller; Indien de bevindingen van de uitgevoerde controlemaatregelen hiertoe aanleiding geven, zal hierover rapportage plaatsvinden door de Concerncontroller aan het college van burgemeester en wethouders. Hoofdstuk4Informatievoorziening Artikel23Informatie toezichthouder Op basis van de Wet fido wordt de volgende informatie aan de provincie als toezichthouder verstrekt: Jaarlijks tezamen met het jaarverslag een opgave van: Het begrotingstotaal bij aanvang van het desbetreffende verslagjaar; De kasgeldlimiet bij aanvang van het desbetreffende verslagjaar; De gemiddeld netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het desbetreffende verslagjaar; De stand van de vaste schuld bij aanvang van het desbetreffende verslagjaar; De renterisiconorm bij aanvang van het desbetreffende verslagjaar; Het renterisico op de vaste schuld over het desbetreffende verslagjaar. Indien in de kwartaalrapportage 3 keer achter elkaar de kasgeldlimiet wordt overschreden, wordt aan de toezichthouder de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring voorgelegd. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel24Inwerkingtreding 1.Deze beleidsnota treedt in werking 8 dagen na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2014. 2.Deze beleidsnota treedt in de plaats van de “Treasurystatuut gemeente Laarbeek 2010’, vastgesteld door het college van B&W op 12 januari 2010. Artikel25Citeertitel Deze beleidsnota wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de naam ‘Treasurystatuut gemeente Laarbeek 2014’. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek in de vergadering van 28 januari 2014.het college van burgemeester en wethouders van Laarbeek,de secretaris, C.A. Liebrecht de burgemeester,J.G.M.T. UbachsBijlageI WETTELIJK KADER De Gemeentewet Artikel 212 Gemeentewet Artikel 212 van de Gemeentewet verplicht de gemeente bij verordening regels op te stellen voor de organisatie van de administratie en het beheer van de vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan. Op basis van artikel 212 van de gemeentewet is de verordening ‘Financiële verordening gemeente Laarbeek 2014’ opgesteld. Deze is ter vaststelling aangeboden aan de raad ter besluitvorming van 4 april 2014. In deze verordening staan de volgende relevante artikelen opgenomen: Artikel 9 Financieringsfunctie Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij ’s Rijks schatkist; voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan 1 jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële ondernemingen gevraagd; overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro’s (€). Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. Artikel 13Financiële organisatie Het college zorgt voor en legt vast: ……… de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; ………… Artikel 213 Gemeentewet Artikel 213 van de Gemeentewet verplicht de gemeente bij verordening regels te stellen die waarborgen dat de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de administratie en het beheer door een accountant worden getoetst. Artikel 213 regelt verder dat de accountant een verslag uitbrengt dat bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. In het licht hiervan kan het treasurystatuut worden gezien als een onderdeel van de verordening als bedoeld in de Gemeentewet artikel 212. Het treasurystatuut geeft de accountant verder een concreet aangrijpingspunt om conform artikel 213 van de Gemeentewet zijn bevindingen weer te geven of de administratie en het beheer van de treasuryfunctie aan de eisen van doelmatigheid voldoen. Voor rechtmatigheid betekent dat, dat de uitvoering heeft plaatsgevonden binnen de regels van de Wet fido en het eigen treasurystatuut. Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) Het Wetsvoorstel financiering decentrale overheden is dd 14 december 2000 door de Tweede Kamer aangenomen. Deze wet die in 2001 de Wet filo heeft vervangen, kent een aantal principieel andere uitgangspunten. Het biedt een raamwerk dat de risico's in het financieringsbeleid van de overheden binnen de perken moet houden en tegelijkertijd een grotere flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk moet maken. Het besluit Wet fido voorziet in het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van de lokale en regionale overheid, in samenspraak met de toezichthouder. Een belangrijk element van de Wet fido is de regelgeving rond treasuryactiviteiten. Zo is er sprake van een wettelijke begrenzing van het oogmerk van de treasuryactiviteiten tot de publieke taakuitoefening en een wettelijke regeling voor het risicomijdend uitzetten van overtollige middelen. In de Wet fido is opgenomen dat het aantrekken van leningen, alsmede het verstrekken van leningen en garanties, uitsluitend dient te geschieden ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Het in- en doorlenen van middelen met als doel hiermee inkomsten te genereren ('near-banking') wordt in elk geval niet tot de publieke taak gerekend. Bankachtige activiteiten zijn daarmee verboden. In het verlengde hiervan is in de Wet fido opgenomen dat bij uitzettingen (beleggingen en aan derden verstrekte leningen) en bij het gebruik van financiële derivaten sprake dient te zijn van een prudent beheer. Per 15 december 2013 is een gewijzigde Wet fido van kracht. Dit in verband met het rentedragend aanhouden van liquide middelen in ’s Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren). Dit betekent dat uitzettingen dienen te voldoen aan de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) waarin met name bepalingen zijn opgenomen in het kader van het – met ingang van 15 december 2013 - ingevoerde schatkistbankieren. Deze bepalingen maken uitzettingen boven het toegestane drempelbedrag alleen maar mogelijk bij het rijk of bij andere decentrale overheden. Handreiking treasury De handreiking treasury is een uitvloeisel van de nieuwe Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). De handreiking is een hulpmiddel voor de gemeenten bij het (verder) verbeteren van de treasuryfunctie. De handreiking bevat die kernelementen die van belang zijn voor een treasurystatuut en de paragraaf ‘financiering’ van de begroting en het jaarverslag. Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden In dit besluit wordt de doelstelling van de huidige Wet fido ten aanzien van het bevorderen van een gezonde financieringswijze van de openbare lichamen en de positie van de overheid op de financiële markten te versterken, verder uitgewerkt. Het Besluit leningvoorwaarden fungeert als een centraal referentiepunt bij het streven naar zoveel mogelijk uniforme leningvoorwaarden voor de gehele overheidssector. Per 1 januari 2001 is het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden van kracht. Ministeriële regeling ‘Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden’ (Ruddo) Tijdens de kredietcrisis bleek dat de eisen die voorheen in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) beschreven stond, niet voldoende waren gedurende de uitzonderlijke ontwikkelingen in deze periode. Financiële ondernemingen waar decentrale overheden hun geld wegzetten en die voldeden aan de regelgeving, bleek toch niet zo kredietwaardig als uit de rating van de ondernemingen leek. Per 3 april 2009 is een gewijzigde ministeriële regeling ‘Ruddo’ van kracht. Regeling schatkistbankieren decentrale overheden 15 december 2013 is de gewijzigde Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) in verband met het verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Hiermee is de verplichting tot schatkistbankieren verankerd in de Wet fido. Dit houdt in dat alle overtollige liquide middelen van de centrale overheden (zo ook gemeenten) die zij (tijdelijk) niet nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden (m.a.w. overtollige middelen) ondergebracht moeten worden in de schatkist bij het Rijk op een rekening-courant of via deposito’s. Hiermee zijn de gemeenten zijn niet meer vrij om onbeperkt hun overtollige middelen bij andere banken onder te brengen. Het schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Hierdoor is de behoefte aan financieringsmiddelen van het rijk minder hetgeen zich direct vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast leidt het schatkistbankieren tot een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. Per 15 december 2013 is de regeling schatkistbankieren decentrale overheden van kracht. BijlageII FINANCIËLE INSTRUMENTEN Onderstaand overzicht geeft een aantal instrumenten weer welke zijn toegestaan bij de uitvoering van de treasuryfunctie: Producten voor korte financiering (looptijd korter dan 1 jaar): DEPOSITO’S Niet-verhandelbare belegging bij ’s Rijks schatkist, (schatkistbankieren) waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet. Voordeel ten opzichte van de rekening-courant is de vaste rentestelling. De rekening-courant volgt de geldmarkt en geeft dus meer risico. Producten voor de lange financiering (looptijd 1 jaar of langer): ONDERHANDSE LENING Schuldbekentenis op naam. Aangezien over looptijd en aflossingsmethodiek onderhandeld kan worden, kan deze lening optimaal afgestemd worden op de wensen van de geldgever en de geldnemer. Onderhandse leningen die op maat gesneden zijn kunnen echter moeilijker verhandelbaar zijn dan de ‘kant en klare’ onderhandse leningen zonder aflossing.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.