← Nederland

Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen waterschap Brabantse Delta (Waterschap Brabantse Delta)

Obsah (6)Artikel 2Artikel 3Artikel 4Artikel 5Artikel 6Artikel 8

Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen waterschap Brabantse Delta Het dagelijks bestuur van Waterschap Brabantse Delta; gelezen het ambtelijk advies over het definitief vaststellen stimul

Artikel 2

.4 Subsidiabele activiteiten Hemelwateropvang Veel gemeenten stimuleren al afkoppelen van regenpijpen, ontstenen van tuinen en dergelijke, en ook de aanschaf van een regenton. Regentonnen hebben een beperkte aanschafprijs, maar ook slechts een beperkte opvangcapaciteit in de orde van grootte van enkele tientallen liters. Het waterschap wil echter grotere opvangmogelijkheden stimuleren, meer naar Vlaams model, in de orde van m3’s opvang. Deze vaak ondergronds aangebracht tanks beginnen bij een inhoud van 1 m3, oftewel 1.000 liter en kunnen daardoor voor meer hergebruiksdoeleinden gebruikt worden dan een regenton. Het waterschap legt de lat echter op minimaal 5 m3 inhoud en koppelt hier tevens een hergebruikverplichting als subsidievoorwaarden. Daar heeft het waterschap twee redenen voor. De eerste reden is dat hydrologisch gezien de opslag pas interessant wordt als dit om substantiële hoeveelheden gaat. De tweede reden is, dat zonder een hergebruikverplichting het vat alleen voor tuinen gebruikt gaat worden en daarmee grote delen van het jaar (herfst, winter, vroege voorjaar) vol staat met water en daardoor geen opvang en besparing geeft. Het waterschap neemt hiermee mee dat er een nationale doelstelling is om ook het gemiddelde drinkwaterverbruik terug te dringen. Beschoeiing Beschoeiing is een constructie die waterkant beschermt tegen afkalven omdat dit de stabiliteit van de waterkant in gevaar brengen. Meestal zijn beschoeiingen van hout gemaakt (paaltje met planken er dwars achter) en steken meestal maar een klein stukje boven het water uit. Zodra het over grotere, hogere constructies gaat wordt eerder gesproken van damwanden of keerwanden. Beschoeiingen worden vaak toegepast om er voor te zorgen dat een steile oever niet afkalft het water in. Normaal gesproken behoeft een oever geen extra ondersteuning, maar dat betekent dat de oever dan flauwer is en daardoor meer ruimte inneemt. Vanuit het oogpunt te streven naar een robuuster watersysteem is het echter wenselijk om zo min mogelijk beschoeiing toe te passen. Daarom wordt het verwijderen ervan in B- en C-wateren gestimuleerd. De voorwaarden die gesteld worden in artikel 2.5 zijn bedoeld om te garanderen dat de nieuwe situatie zonder beschoeiing inderdaad voldoende stabiel is en daarmee ook voldoende robuust. Artikel 2.5 Subsidievereisten De beschrijving van de hemelwateropvang is bewust ruimer opgeschreven om beter aan te sluiten bij mogelijke varianten in de praktijk. Het is immers niet altijd mogelijk om al het hemelwater vanaf het dak van de woning op te laten vangen, en tegelijkertijd is het niet wenselijk om bijvoorbeeld het opvangen van hemelwater van een terras uit te sluiten. Artikel 2.6 Weigeringsgronden Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen. Artikel 2.7 Subsidiabele kosten Zie de toelichting op artikel 2.8. Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten Voor de hemelwateropvang geldt dat het aanschaffen van de opvangtank niet alle kosten dekt. Die tank moet geplaatst worden, aangesloten, etc. Wat daarvoor nodig is varieert van geval tot geval en hangt ook af van de mate waarin een aanvrager doe-het-zelf toepast. Het meest eerlijke is om de aanschafkosten van de opvangtank te subsidiëren en alle extra onderdelen etc. die apart besteld moeten worden niet. Het komt echter voor dat aanbieders van tanks al bepaalde onderdelen standaard meeleveren en deze zijn inbegrepen in de aanschafprijs. De nadere regels worden dan zo geïnterpreteerd dat basisonderdelen die al standaard meegeleverd worden in de basisprijs van de opvangtank, niet in mindering gebracht worden en wel meegenomen mogen worden in de subsidiabele kosten van aanschaf. In verband met de hergebruikplicht is het noodzakelijk om een waterzuiveringssysteem aan te schaffen. Ook daarvoor zijn verschillende systemen in de handel voor particulier gebruik. Deze kosten kunnen dan ook apart voor subsidie in aanmerking komen. Echter ook hier geldt dat de kosten voor aanleg en leidingwerk afhankelijk zijn van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel. De subsidiabele kosten voor het verwijderen van beschoeiing omvat al veel van de basiskosten die minimaal bij het verwijderen komen kijken. Toch geldt ook hier dat een deel van de kosten rondom de afwerking van de oever direct verband houden met keuzes die de aanvrager zelf mag maken. Zoals het aanbrengen van beplanting, wat duurder is dan graszoden, maar wellicht fraaier. Om die reden zijn dergelijke kosten niet subsidiabel. Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden. Artikel 2.10 Subsidiehoogte De hoogte van deze bedragen is afgestemd op systemen die momenteel (2024-2025) in de handel zijn maar de bedragen zijn niet bedoeld om volledig kostendekkend te zijn. Voor beschoeiing geldt verder dat de lengte is uitgedrukt in strekkende meter beschoeiing omdat er sprake kan zijn van beschoeiing aan één zijde van de watergang of aan beide zijden van de watergang. De vergoeding is gebaseerd op de kosten voor één zijde en zou daarom in gevallen van tweezijdige beschoeiing te laag zijn. Artikel 2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger De verplichtingen betreffen voornamelijk de bewijslast om aan te tonen dat de hemelwateropvang is aangeschaft en is geplaatst, c.q. dat de wadi is aangelegd. Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie is nodig een factuur waaruit blijkt dat de aanschaf heeft plaatsgevonden en tegen welke kosten dat is gebeurd. Voor het bewijzen dat aanleg heeft plaatsgevonden zijn onbewerkte foto’s vereist en wel van de aanleg, omdat de meeste opvangtanks ondergronds aangelegd worden dus daarop de plaatsing het beste aantoonbaar is. Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel. Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan. Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een locatieschets waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, maar er moet wel duidelijk de ligging van de locatie en de locatie van de maatregel op te zien zijn. Ten aanzien van het afvoeren van materialen geldt dat dit afhankelijk van het soort materiaal en het inzamelbeleid van de gemeente geld kost. Met de formulering ‘indien van toepassing’ wordt voorkomen dat in gevallen waar men geen kosten maakt, het niet op kunnen voeren van dergelijke kosten tot een weigeren van een subsidie zou leiden. § 3 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied ruggen Artikel 3.1 Begripsbepalingen - Artikel 3.2 Doelgroep - Artikel 3.

Artikel 3

.4 Subsidiabele activiteiten Wadi op eigen terrein Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren. Het is gebruikelijk dat op wijkniveau te doen samen met gemeenten in afkoppelprojecten, maar in aanvulling daarop wil het waterschap ook particulieren de gelegenheid geven zelf op eigen terrein aan de slag te gaan. Dempen van een watergang Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren. Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt. Artikel 3.5 Subsidievereisten Algemeen Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de waterkering onstabiel zou kunnen maken. Wadi op eigen terrein De eisen die hier gesteld zijn, zijn bedoeld om de nadere regel vooral voor particulieren geschikt te maken en enkele minimale technische uitgangspunten mee te geven. De belangrijkste is dat de wadi overtollig water kwijt kan via een overloop en dat om overlast en correcte werking te borgen de bodem hoger ligt dan de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Wat de verwachtte GHG in de omgeving is, kan bijv. opgezocht worden via de kaartviewer van de nationale klimaateffectatlas (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer). Dempen van een watergang Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect. Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddammen waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam. Artikel 3.6 Weigeringsgronden Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen. Artikel 3.7 Subsidiabele kosten De aanleg van een wadi, het dempen van een sloot of het aanpassen van een watergang naar een zaksloot betekent in de praktijk dat er vooral grondverzet nodig is. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel (stuwtje), maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam. Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten Voor een wadi geldt dat de kosten voor het grootste deel gevormd worden door het grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 3.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt (bijv. over de plek van de wadi en de afstand tot de woning) en daarom zijn deze niet subsidiabel. Artikel 3.9 Vereisten subsidieaanvraag De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden. Artikel 3.10 Subsidiehoogte De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt. Ten aanzien van de wadi geldt dat prijzen gangbaar uitgedrukt worden in een prijs per m3 grond. Maar de omvang van de wadi is gerelateerd aan het aangesloten oppervlak. Daarom zijn de prijzen hier omgerekend naar een prijs per m2 dakoppervlak. Artikel 3.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie het dempen van een watergang vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding. Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel. Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan. Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn. § 4 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied flanken Artikel 4.1 Begripsbepalingen - Artikel 4.2 Doelgroep - Artikel 4.

Artikel 4

.4 Subsidiabele activiteiten Dempen van een watergang Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren. Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt. Graven van een nieuwe zaksloot Hiermee wordt hetzelfde beoogd als met het aanpassen ven een sloot tot zaksloot, met dat verschil dat het er hier niet om gaat om de huidige afvoer te stoppen en het water te laten infiltreren, maar om water ook niet langer via het oppervlak (of naar een riolering) af te laten lopen, maar ter plekke op te vangen en te laten infiltreren. Artikel 4.5 Subsidievereisten Algemeen Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken. Dempen van een watergang Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect. Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddam waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam. Graven van een nieuwe zaksloot Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect. Artikel 4.6 Weigeringsgronden Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen. Artikel 4.7 Subsidiabele kosten In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam. Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 4.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel. Artikel 4.9 Vereisten subsidieaanvraag De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden. Artikel 4.10 Subsidiehoogte De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt. Artikel 4.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie een activiteit vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding. Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel. Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan. Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn. 5 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied beekdalen Artikel 5.1 Begripsbepalingen - Artikel 5.2 Doelgroep - Artikel 5.

Artikel 5

.4 Subsidiabele activiteiten Dempen van een watergang Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo min mogelijk schoon hemelwater af te voeren. Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot Met deze maatregel wordt geoogd dat op de ruggen, de plek in het watersysteem waar water infiltreert, zo veel mogelijk schoon hemelwater weer te laten infiltreren in plaats van af te voeren. Een zaksloot heeft als voordeel boven dempen dat het nog wel hemelwater opvangt. Artikel 5.5 Subsidievereisten Algemeen Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken. Dempen van een watergang Er is een ondergrens gesteld omdat er sprake moet zijn van enig nuttig hydrologisch effect. Aanpassen van een bestaande watergang naar een zaksloot De meest eenvoudige en gebruikelijke manier om een zaksloot te maken is het aanbrengen van één of twee gronddam waardoor een bestaande sloot afgesloten wordt. Dit vraagt een beperkt grondverzet. In plaats van een gronddam is het ook mogelijk om een drempel (stuwtje) te plaatsen. Het staat de aanvrager vrij om voor deze duurdere optie te kiezen. Voor het verlenen van de subsidie, wordt echter geen onderscheid gemaakt en gerekend met de kostprijs van een gronddam. Artikel 5.6 Weigeringsgronden Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen. Artikel 5.7 Subsidiabele kosten In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Voor zaksloten geldt dat het ook mogelijk is om te kiezen voor een drempel, maar er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deze opties. Er wordt gerekend met een vaste kostprijs van een gronddam. Artikel 5.8 Niet subsidiabele kosten De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 5.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel. Artikel 5.9 Vereisten subsidieaanvraag De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden. Artikel 5.10 Subsidiehoogte De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt. Artikel 5.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Hierbij geldt dat afhankelijk van de situatie een activiteit vergunningplichtig, of meldplichtig op grond van de waterschapsverordening kan zijn. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning, dan wel de gedane melding. Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel. Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan. Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn. 6 Klimaatadaptatieve maatregelen; deelgebied polders Artikel 6.1 Begripsbepalingen - Artikel 6.2 Doelgroep - Artikel 6.

Artikel 6

.4 Subsidiabele activiteiten Met deze maatregelen wordt geoogd meer inhoud in peilvakken te verkrijgen om meer water te kunnen opvangen, aanvoeren, doorvoeren, vasthouden in tijden van te veel of te weinig water. Artikel 6.5 Subsidievereisten Activiteiten binnen beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen zijn uitgezonderd, omdat hier vanwege de bescherming van de waterkeringen specifieke regels gelden die soms het dempen van een watergang verhinderen. Bijvoorbeeld als de watergang juist een functie heeft om kwel af te vangen die anders de kering onstabiel zou kunnen maken. Voor de activiteiten in deze paragraaf geldt dat deze vergunningplichtig zijn op grond van de waterschapsverordening. De activiteit moet voldoen aan de vereisten van de verleende vergunning. De vereisten die hier opgenomen zijn, zijn ter beoordeling of de activiteit voor subsidie in aanmerking komt. Artikel 6.6 Weigeringsgronden Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Dat kunnen andere regelingen zijn van het waterschap op basis van de Algemene subsidieverordening, andere regelingen waar het waterschap aan bijdraagt zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966), of subsidieregelingen van de gemeenten. Het waterschap beoogt niet initiatieven stuk voor stuk maximaal te subsidiëren, maar samen met gemeenten en provincie een maximaal aantal initiatieven verder te helpen. Artikel 6.7 Subsidiabele kosten In de praktijk is er voor deze activiteiten vooral grondverzet nodig. De subsidie richt zich daarom om deze kosten. Artikel 6.8 Niet subsidiabele kosten De kosten worden voor het grootste deel gevormd door grondverzet. Dit wordt dan ook vergoed (zie 6.7). Verdere kosten zoals het leidingwerk zijn afhankelijk van keuzes die de aanvrager zelf maakt en daarom zijn deze niet subsidiabel. Artikel 6.9 Vereisten subsidieaanvraag De procedure is zo ingericht dat de subsidie in één keer aangevraagd kan worden na uitvoering. Met het oog op een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen wordt daar wel een redelijke termijn aan gesteld van 6 maanden. Artikel 6.10 Subsidiehoogte De hoogte van deze bedragen is afgestemd op kosten bij uitvoering door bijv. een loonwerkbedrijf (prijspeil 2025), maar zijn niet bedoeld om altijd volledig kostendekkend te zijn. De mate waarin een aanvrager kostendekkend kan zijn, hangt immers ook af van keuzes die de aanvrager zelf maakt. Het is in de markt gebruikelijker om de kosten uit te drukken in een prijs per m3. De hoeveelheid grond die vrij komt hangt echter af van de breedte en taludflauwte waar een initiatiefnemer voor kiest. Het is voor een aanvrager ook niet altijd even makkelijk om te verantwoorden hoeveel m3 vrijgekomen is. Daarom is een omrekening gemaakt naar een bedrag per strekkende meter. Artikel 6.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger Er is gekozen voor een lichte bewijslast. Aangezien de activiteit niet in strijd met de regels bij of krachtens de waterschapsverordening mag zijn, en in deze paragraaf steeds een vergunning vereist is, wordt de aanvrager verplicht dit aan te tonen door het verwijzen naar het nummer van de vergunning. Met onbewerkte foto wordt bedoeld dat een digitale foto na het nemen niet op enigerlei wijze is bewerkt, niet in grafische zin zoals bijsnijden, kleuren aanpassen etc., als in het bewerken van de data die een camera aan een digitale foto koppelt zoals datum en tijd, en plaats van nemen. De reden dat deze eis gesteld wordt is omdat na een bewerking de authenticiteit van een foto niet meer vastgesteld kan worden en daarmee de foto niet meer bruikbaar is als bewijsmiddel. Verder moet de foto voorzien zijn van een waarmerk waarop te zien is waar en op welke datum en tijd de foto genomen is. Foto’s die genomen worden met een mobiele telefoon hebben deze gegevens, afhankelijk van de instellingen van de app of camera, al standaard ingesloten. Aan een foto wordt hier verder de eis gesteld dat niet alleen de kuil met tank zichtbaar is, maar ook de directe omgeving herkenbaar te zien is. Het gaat erom dat niet zomaar een kuil op een foto staat, maar precies die kuil waar de subsidieaanvraag betrekking op heeft. Meerdere foto’s aanleveren is toegestaan. Het is geen automatisme dat een aanvrager altijd de maatregel uitvoert op het huisadres. Daarom wordt gevraagd om een situatietekening waarop aangegeven is waar de maatregel is uitgevoerd. Dit hoeft geen tekening op schaal te zijn, zoals een blauwdruk, maar er moet duidelijk de ligging van de locatie en de exacte ligging van de maatregel of maatregelen op te zien zijn. 7 Gereserveerd Deze paragraaf is gereserveerd met het oog op een latere aanvulling van de nadere regels. § 8 Innovatieve en educatieve klimaatadaptatieve maatregelen Artikel 8.1 Begripsbepalingen Deze begrippen kennen geen wettelijke basis en er zijn in de praktijk verschillende interpretaties van. Daarom zijn deze specifiek gedefinieerd. Artikel 8.2 Doelgroep De doelgroep bestaat uit een brede groep van burgers, verenigingen, bedrijven etc. Overheidsinstanties hebben al andere regelingen of taken, en zijn daarom uitgezonderd. Behalve scholen omdat die juist bij uitstek op het vlak van educatie een belangrijke rol spelen. Artikel 8.

Artikel 8

.4 Subsidiabele activiteiten Het begrip klimaatadaptatie is in dit verband breed te interpreteren. Het omvat in beginsel alles dat betrekking heeft op het kennen van (gevolgen van) klimaatadapatie en het omgaan met gevolgen van klimaatadapatie. Het is natuurlijk wel zo dat er een relatie moet zijn met de wettelijke taken van het waterschap. Er moet een logisch en direct verband te leggen zijn tussen de voorgestelde activiteit en de taken van het waterschap om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Het waterschap beoogd met deze nadere regel een toevoeging te geven ten opzichte van andere regelingen die er zijn. Voor educatieve projecten geldt dat deze in bepaalde gevallen ook via andere regelingen voor een subsidie in aanmerking kunnen komen zoals de ‘Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant’ (in het bijzonder § 2 Buurtnatuur en buurtwater en § 3 Schoolpleinen van de toekomst; zie: http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR381966). In deze regeling gaat het om specifieke projecten die goed en concreet uitgewerkt zijn, specifieker van toepassing voor dit gebied, maar die niet onder een andere regeling vallen. Artikel 8.5 Subsidievereisten Educatief project Beoogd wordt om zo concreet mogelijke initiatieven te ondersteunen en die duidelijk en direct een relatie met het werk van het waterschap te maken hebben. Dat betekent dat de basis zoals een uitgewerkte kernboodschap en projectuitwerking beschikbaar moet zijn. Innovatie Innovatie is een moeilijk vatbaar begrip. Het kan om een fysiek apparaat gaan, maar ook om een proces of werkwijze. Om die reden is de beschrijving redelijk algemeen. Tegelijkertijd is het waterschap geen instantie voor fundamenteel of toegepast onderzoek zoals een STOWA of TNO. De innovaties waar het hier om gaat zijn dan ook waarschijnlijk relatief eenvoudig en hebben een directe relatie met het waterschapswerk of het werkgebied van het waterschap. Om die reden wordt de oplevering van de innovatie, en anders minimaal een prototype, binnen 2 jaar verwacht en wordt geeïst dat de innovatie in potentie door het waterschap of een ander toegepast kan worden. Met de woorden ‘in potentie’ wordt gedoeld op het feit dat een idee voor een innovatie bij aanvang wellicht veelbelovend kan zijn, maar dat is geen garantie dat de innovatie uiteindelijk slaagt, laat staan daadwerkelijk toegepast gaat worden. Dat heeft ten dele ook te maken met factoren waar de aanvrager geen invloed op heeft. In het projectplan zal een aanvrager daarom wel aannemelijk moeten maken dat deze potentie er is en dat de potentie aannemelijk om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen. Het waterschap (algemeen bestuur) stelt ook periodiek een innovatieagenda vast. Daar geeft het bestuur aan waar de accenten voor innovatie in het waterschap liggen. De innovatieagenda is weliswaar vooral bedoeld voor projecten van het waterschap zelf, maar geeft wel inzicht in de behoeften en prioriteiten van het waterschap in relatie tot innovatie bij het uitvoeren van de kerntaken. Om die reden wordt de innovatieagenda wel betrokken bij de afweging van subsidieaanvragen. Artikel 8.6 Weigeringsgronden - Artikel 8.7 Subsidiabele kosten Hier is aansluiting gezocht bij wat in soortgelijke regelingen elders gebruikelijk is. Artikel 8.8 Niet subsidiabele kosten - Artikel 8.9 Vereisten subsidieaanvraag De subsidies in deze paragraaf onderscheiden zich van de andere paragrafen in deze nadere regels, doordat deze niet in één keer toegekend worden. In de andere paragrafen zijn de maatregelen steeds duidelijk vooraf afgebakend en daardoor is toekenning van de subsidie achteraf in één keer goed mogelijk. De maatregelen in deze paragraaf zijn niet vooraf helemaal afgebakend. Dat is niet het karakter van dit soort maatregelen. Daarom vindt de subsidieverlening hier wel in de gebruikelijke twee stappen plaats. Eerst vraagt men subsidie aan en wordt deze verleend. Bij de aanvraag moet men een plan van aanpak indienen die voldoet aan de eisen, waaronder een tijdsplanning waarin aannemelijk is dat het project in de gestelde tijd afgerond kan worden. In het verleningsbesluit worden de subsidieverplichtingen opgelegd waaronder een verantwoordingsverplichting. Na afloop van het project wordt de subsidie pas definitief vastgesteld. Wat betreft de gestelde termijnen geldt dat aansluiting is gezocht bij gebruikelijke termijnen voor dit soort subsidies bij waterschappen, dus dat een project na 1 jaar gereed moet zijn. Dit is voor educatieprojecten realistisch, maar voor innovatieprojecten is dat vaak te kort. Daarom is die termijn op 2 jaar gesteld. Daarbij in overweging genomen dat de innovaties die het waterschap hier stimuleert relatief eenvoudige innovaties zijn. In de meeste gevallen zullen dat incrementele innovaties (lees: een kleinschalige innovatie door iets nieuws toe te voegen aan iets bestaands) zijn, die niet een jarenlang onderzoekstraject vergen. Artikel 8.10 Subsidiehoogte De hoogte van de bedragen zijn afgestemd op het soort initiatieven die verwacht kunnen worden. Artikel 8.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger Er is gekozen voor een relatief lichte bewijslast die in verhouding staat tot het bedrag waarvoor subsidie verleend wordt. Specifiek vanwege het educatieve of innovatieve aspect van het project of activiteit waarvoor subsidie wordt verleend, is het logisch dat er ook verwacht wordt dat er bekendheid aan het project gegeven wordt en dat aan communicatie daarover meegewerkt wordt. § 9 Teruggave van verschuldigde leges Voor sommige activiteiten in deze nadere regels geldt dat een melding gedaan moet worden of een vergunning moet worden aangevraagd op grond van de Waterschapsverordening. Daarvoor worden kosten in rekening gebracht: leges. Dat gebeurd op grond van de legesverordening van het waterschap. Het is niet wenselijk dat een aanvrager een subsidie krijgt voor een activiteit die het waterschap graag wil stimuleren, en de subsidie grotendeels opgaat aan leges. Tegelijkertijd kunnen leges niet worden kwijtgescholden. In deze nadere regels is daarom voorzien in een teruggaveregeling. Betaalde leges voor een verleende vergunning, kunnen worden teruggeven zodra een subsidie op grond van paragraaf 2 tot en met 8 wordt verleend. Deze teruggaveregeling geldt niet voor andere activiteiten buiten deze nadere regels, maar alleen voor gevallen waarin subsidie wordt verleend op grond van deze nadere regels. Om formele redenen moet een aanvrager wel zelf om teruggave vragen, maar deze drempel wordt zo laag mogelijk gehouden. § 10 Slotbepalingen Artikel 10.1 Hardheidsclausule De Algemene subsidieverordening bevat al een algemene hardheidsclausule. Deze hardheidsclausule is aanvullend hierop specifiek voor deze nadere regels geformuleerd met het oog op situaties waarin een activiteit plaatsvind op de grens van verschillende deelgebieden (paragrafen 3 tot en met 7). Deze grenzen zijn immers bepaald aan de hand van water- en bodemsysteemeigenschappen en niet kadastrale perceelsgrenzen. Een activiteit op een perceel kan dan onder meerdere paragrafen vallen waarbij bepalingen uit verschillende paragrafen mogelijk tegenstrijdig kunnen zijn in het concrete geval. Deze hardheidsclausule voorziet in een mogelijkheid om in dergelijke gevallen maatwerk te kunnen bieden, die recht doet aan de belangen van de aanvrager, maar ook aan de oorspronkelijke bedoeling van deze nadere regels. Artikel 10.2 Subsidieplafond en verdeelwijze Het Dagelijks Bestuur stelt een subsidieplafond vast per kalenderjaar. Dat gebeurt in een apart besluit, zodat het subsidieplafond voor deze nadere regels, in samenhang wordt vastgesteld met de subsidieplafonds van andere nadere regels. Het Dagelijks Bestuur heeft daarbij de keuze om een algemeen plafond voor de hele regel vast te stellen, of dit nader uit te splitsen per paragraaf. Een bijzonderheid is de teruggave van leges. Dat hangt altijd samen met een subsidie de op grond van één van de voorgaande paragrafen wordt verleend. Het is niet logisch om bij het vaststellen van aparte plafonds per paragraaf voor de teruggave een apart plafond voor vast te stellen. Logisch is het om de teruggave van leges te koppelen aan de subsidie waar het om begonnen is, dus ook te bekostigen uit het plafond voor die subsidie. Artikel 10.3 Overgangsbepaling De nadere regels behoren idealiter volgend te zijn op de waterschapsverordening en aan te sluiten bij de vigerende begrenzing van de beperkingengebieden in de waterschapsverordening. Zo kan er geen strijdigheid tussen beide instrumenten ontstaan. Alleen lopen deze nadere regels vooruit op de aanpassing van de waterschapsverordening op dit punt. Deze bepaling regelt de tijdelijke situatie waarin er al wel aangesloten wordt op de gebiedsindeling, maar deze nog niet in de waterschapsverordening is opgenomen. Zodra de waterschapsverordening gewijzigd is, treden de tijdelijke kaarten bij deze nadere regels buiten werking. Met deze regeling wil het bestuur voorkomen dat het stimuleren van klimaatadaptatiemaatregelen moet wachten op een omvangrijke wijziging van de waterschapsverordening. Bijlage1– kaart behorende bij Nadere regels subsidie klimaatadaptieve maatregelen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.