Woonschepenverordening TeylingenDe raad der gemeente Teylingen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009; gelet op: artikel 149 van de Gemeentewet; de wenselijkheid om voor het gebruik van het openbaar water regels te stellen voor het ordelijk gebruik van de ligplaatsen voor woonschepen uit een oogpunt van veiligheid, gezondheid en het aanzien van de gemeente; de uitgangspunten zoals gesteld in de notitie “De Kaag, de mooiste helft van Teylingen”; het advies van de commissie Bestuur, Financiën en Toerisme; BESLUIT: De Woonschepenverordening Teylingen vast te stellen; HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: bijbehorende voorzieningen zaken zonder welke het gebruik van het woonschip als woning niet goed mogelijk is, zoals een steiger en een loopplank. ligplaats woonschepen een gedeelte van openbaar water in de gemeente Teylingen dat aangewezen is voor een woonschip met bijbehorende voorzieningen. ligplaatsenkaart woonschepen de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart waarop de plaatsen zijn aangegeven waar woonschepen ligplaats mogen innemen; onderdeel van de ligplaatsenkaart is een overzicht van maximale maatvoering van de woonschepen per ligplaats. openbaar water alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar zijn. woonschip (woonvilla, waterwoning) elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen. Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze verordening wordt als volgt gemeten en berekend: de oppervlakte, de lengte en de breedte van (onderdelen van) een woonschip worden buitenwerks gemeten, met dien verstande dat functioneel ondergeschikte bouwdelen zoals gangboorden tot een maximum van 50 cm buiten beschouwing worden gelaten. de hoogte van (onderdelen van) een woonschip wordt gemeten vanaf de waterlijn. bij het bepalen van de hoogte als bedoeld onder b worden uitstekende bouwdelen als schoorstenen, masten en afvoerpijpen buiten beschouwing gelaten. HOOFDSTUK 2 – WOONSCHEPEN Artikel 3 Verbodsbepaling Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een ligplaats in te nemen met een woonschip, een woonschip te vervangen of een woonschip te veranderen. Het in lid 1 vervatte verbod is niet van toepassing op het innemen van ligplaatsen aan werven voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van werkzaamheden betreffende bouw, verbouw, uitrusting, onderhoud of reparatie en voor zolang deze werkzaamheden duren. Artikel 4 Ligplaatsenkaart woonschepen De gemeenteraad wijst plaatsen aan waar woonschepen een ligplaats mogen innemen. De in lid 1 bedoelde ligplaatsen zijn aangegeven op de ligplaatsenkaart, welke als bijlage bij deze verordening is opgenomen. Onderdeel van de ligplaatsenkaart is een overzicht van maximale maatvoering van de woonschepen per ligplaats. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de ligplaatsenkaart te wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met het geldende of gewijzigde bestemmingsplan. Artikel 5 Ligplaatsvergunning woonschepen Op één van de op grond van de in artikel 4, lid 1 aangewezen plaatsen mag een woonschip een ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een voor het betreffende woonschip afgegeven ligplaatsvergunning van burgemeester en wethouders voor die ligplaats. Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag om ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Een ligplaatsvergunning als bedoeld in lid 1 wordt slechts geweigerd indien: voor de ligplaats al een ligplaatsvergunning is verleend; de aanvraag in strijd is met de bepalingen van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan; een woonschip hoger is dan 3 meter, tenzij dit woonschip ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening een hogere maatvoering had, welke is opgenomen op de ligplaatsenkaart zoals bedoeld in artikel 4 lid 3 of in het bestemmingsplan een afwijkende maatvoering is toegestaan. de ligplaats niet is aangegeven op de in artikel 4 bedoelde ligplaatsenkaart; het woonschip de maatvoering die per ligplaats op de ligplaatsenkaart is aangegeven, zoals bedoeld in artikel 4 lid 3, overschrijdt; het uiterlijk van het woonschip in strijd is met de redelijke eisen van welstand; het woonschip niet voldoet aan de eisen van veiligheid, milieuhygiëne en gezondheid. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de betreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip, waaronder de naam en de maten. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden die slechts betrekking mogen hebben op de in lid 3 genoemde belangen. Artikel 6 Wijziging ligplaatsvergunning Indien de vergunninghouder voornemens is veranderingen aan het woonschip aan te brengen of het woonschip te vervangen dient vooraf bij burgemeester en wethouders een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning te worden aangevraagd. Op een aanvraag tot wijziging van een ligplaatsenvergunning is het bepaalde in artikel 5 leden 2 t/m 5 van toepassing. Artikel 7 Intrekken ligplaatsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een ligplaatsvergunning intrekken indien: de ligplaatsvergunning op basis van een onjuiste opgave of onjuiste informatie is verleend; de werkelijke situatie niet meer overeenstemt met de gegevens in de ligplaatsvergunning; niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid, milieuhygiëne of gezondheid; het uiterlijk van het woonschip in strijd is met redelijke eisen van welstand; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder voorafgaande melding aan burgemeester en wethouders gedurende een periode langer dan twaalf aaneengesloten weken geen ligplaats inneemt; op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder. Artikel 8 Overdragen ligplaatsvergunning De vergunninghouder kan de ligplaatsvergunning overdragen aan een rechtverkrijgende. Op aanvraag van de vergunninghouder en van de rechtverkrijgende schrijven burgemeester en wethouders de vergunning over op naam van de rechtverkrijgende. Op aanvragen als bedoeld in het tweede lid zijn de overige artikelen van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 9 Aansluiting aan de riolering De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip is aangesloten aan een openbaar riool. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: in delen van de gemeente waarin geen openbare riolering aanwezig is; voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd. Het college van burgemeester en wethouders kan vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid, indien afvoer op een andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem of lucht mogelijk is voor woonschepen die op een grotere afstand dan 40 meter van een openbaar riool zijn gelegen. De in het derde lid bedoelde afstand wordt gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt. Artikel 10 Nakoming van aanwijzingen Burgemeester en wethouders kunnen de vergunninghouder aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne. De vergunninghouder is verplicht alle door of vanwege burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid op te volgen. HOOFDSTUK 3 – STRAF- EN OVERGANGSBEPALINGEN Artikel 11 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in deze verordening, met uitzondering van het in artikel 3 vervatte verbod, indien strikte toepassing van het bepaalde leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 12 Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast die personen die hiervoor bij besluit van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester worden aangewezen. Artikel 13 Strafbepaling Overtreding van de artikelen 3 lid 1, 5 lid 1, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel 14 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij bekend is gemaakt. Het bepaalde in artikel 5, lid 3, onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.