Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026De raad van de gemeente Alkmaar; Gelet het voorstel van burgemeester en wethouders, van 28-10-2025 Gelet op het advies van de commissie: Bestuur en middelen; Gelet op het bepaalde in artikel 228 van de Gemeentewet. B e s l u i t vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting
- (Verordening precariobelasting 2026) Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een kalendermaand; jaar: een kalenderjaar; vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; woonschip: een schip uitsluitend of hoofdzakelijk dienend als woning of tot woning bestemd. openbare gemeentegrond: alle openbaar toegankelijke gemeentegrond, waaronder tevens wordt verstaan een openbare parkeerplaats. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van: voorwerpen, indien de gemeente voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; ten behoeve van het publiek aangebrachte brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek; wijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen; borden, masten, palen e.d., die in verband met verkiezingen van vertegenwoordigende lichamen zijn aangebracht; buisleidingen, dienende voor de afvoer van water en rioolstoffen op de gemeentelijke riolering; pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, bloembakken, goten, goot- of kroonlijsten, regenpijpen, balkons, spionnen e.d.; het tijdelijk hebben van voorwerpen, uitsluitend gebezigd ten dienste van een weldadig doel; rails ten dienste van een openbaar middel van vervoer; het voor ten hoogste twee dagen hebben van een bak in gebruik voor de afvoer van afvalstoffen of de opslag van goederen; feestverlichting of andere voorwerpen, uitsluitend in verband met evenementen ter opluistering van de viering van plaatselijke of nationale feestdagen; voorwerpen ten behoeve van de organisatie van een buurtfeest of wijkrommelmarkt; voorwerpen ten behoeve van een evenement, waar de organisator(en) van dat evenement regulier terras heeft waarvoor al precario wordt betaald; het afsluiten van de openbare weg op de dag van een evenement, uitsluitend in verband met evenementen ter opluistering van de viering van plaatselijke of nationale feestdagen; openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, met uitzondering van uitstallingen in de openbare ruimte van goederen, losse reclame- of aanbiedingsborden alsmede decoratieve objecten die horen bij het gangbare assortiment van de winkel en waarvoor een uitstalvergunning is uitgegeven. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel6Berekening van de precariobelasting 1.Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6.In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. Artikel7Belastingtijdvak 1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel8Wijze van heffing 1.De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2.In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen, precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid, moet de precariobelasting worden betaald, ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 3.In afwijking van het eerste en tweede lid geldt dat, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11Overgangsrecht De Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in de in artikel 12, het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel12Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel13Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening precariobelasting 2026’. Alkmaar, 11-12-2025;mw. A.M.C.G. Schouten, voorzitter mw. mr. V.H. Hornstra, griffierTarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2026 Nr. Omschrijving Eenheid Bedrag (€)
- Algemeen tarief commercieel gebruik; 1.1 Voor het, met geheel of in betekenende mate commercieel doel hebben van voorwerpen of het gebruik van openbare gemeentegrond, indien voor het hebben van die voorwerpen of voor dat gebruik in de navolgende nummers niet in een bijzonder tarief is voorzien, bedraagt het tarief: 1.1.1 per m² per dag 0,55 1.1.2 per m² per week 2,25 1.1.3 per m² per maand 4,85 1.1.4 per m² per ½ jaar 22,45 1.1.5 per m² per jaar 43,30 1.1.6 Het minimumtarief bedraagt: 63,95 1.2 Gereduceerd tarief voor opbouwen en afbreken van een evenement per m² per dag 0,25
- Algemeen tarief niet-commercieel gebruik 2.1 Voor het met geheel of overwegend niet-commercieel doel hebben van voorwerpen of het gebruik van openbare gemeentegrond, indien voor het hebben van die voorwerpen of voor het gebruik in de navolgende nummers niet in een bijzonder tarief is voorzien, bedraagt het tarief: 2.1.1 per dag 43,55 2.1.2 per week 130,20 2.2 Voor het in gebruik nemen van gemeentegrond bij particuliere aanlegsteigers in openbare wateren, bedraagt het tarief: per aanlegsteiger per jaar 129,25 2.3 Gereduceerd tarief voor opbouwen en afbreken van een evenement per dag 18,80 2.4 Het in gebruik nemen van gemeentegrond voor particuliere ligplaatsen aan de grachten, zoals bedoeld in de Verordening Fysiek Leefomgeving gemeente Alkmaar en de Nadere regels ligplaatsvergunning vaartuigen Alkmaar, met uitzondering van de ligplaatsen direct aan een woonperceel bedraagt: Voor een ligplaats van 6 meter: per jaar 174,00 Voor een ligplaats van 8 meter: per jaar 190,00 Voor een ligplaats van 10 meter: per jaar 205,00
- Gebruik openbare gemeentegrond in relatie tot bouw- of andere activiteiten Voor het in gebruik nemen van openbare gemeentegrond voor zover deze anders wordt gebruikt dan met een motorvoertuig, voor 3.1 opslag bouwmaterialen, zeecontainers, containers voor afvoer van afvalstoffen of opslag van goederen, een steiger of stelling, loods, keet, heikar of heistelling, betonmolen, asfaltketel of enig ander werktuig ten dienste van bouwwerken, bedraagt het tarief, per onderdeel per m² of ingenomen parkeerplaats: 3.1.1 in betaald parkeergebied 3.1.1.1 tarief voor een parkeerplaats per dag 27,05 tarief ten minste 62,90 3.1.1.2 overige plaatsen per m² per week 0,70 tarief ten minste per week 80,80 3.1.1.3 per m² per maand 2,65 tarief ten minste per maand 193,70 3.1.1.4 per m² per jaar 21,60 met een minimum, binnen het afgesloten centrumgebied per jaar 1.165,35 met een minimum, voor zover buiten het afgesloten centrumgebied maar in betaald parkeergebied per jaar 902,75 3.1.2 in alle overige gebieden 3.1.2.1 tarief voor een parkeerplaats per dag 7,85 tarief ten minste 62,90 3.1.2.2 overige plaatsen per m² per week 0,70 tarief ten minste per week 23,50 3.1.2.3 per m² per maand 2,65 tarief ten minste per maand 76,35 3.1.2.4 per m² per jaar 21,60 tarief ten minste per jaar 639,65 3.2 rijplaten, bedraagt het tarief: 3.2.1 per m² per week 0,35 3.2.2 per m² per maand 1,00 3.2.3 per m² per jaar 7,75 3.3 het hebben van een hijskraan, een trechter, betonpomp en hoogwerker of een ander middel tot laden of lossen van goederen, bedraagt het tarief: 3.3.1 per m² per dag 2,65 3.3.2 per m² per week 5,55 3.3.3 per m² per maand 16,95 3.3.4 per m² per jaar 135,40 3.4 Het totaaltarief bedraagt ten minste: 64,65 3.4.1 met een tarief voor rol- en/of bouwsteigers van ten minste: 7,70 3.4.2 uitgezonderd het plaatsen van een container voor twee dagen -
- Terrassen inclusief terrasboten 4.1 Voor het hebben van banken, tafeltjes en stoelen, tochtschermen, bloemen- of plantenbakken en dergelijke bedraagt het tarief: 4.1.1 per m² per dag 0,65 4.1.2 per m² per maand 6,55 4.1.3 per m² per jaar 65,20
- Woonschepen 5.1 Voor het innemen van een ligplaats met een woonschip in gemeentelijk water bedraagt het tarief: 5.1.1 per m¹ per maand 1,80 5.1.2 per m¹ per jaar 17,95
- Verkooptoestel 6.1 Voor een automatisch verkooptoestel per stuk/jaar 18,55
- Uithangborden, lichtreclames en andere reclame-objecten. 7.1 Voor het hebben van 7.1.1 een uithangbord, uithangteken, letterreclame, zonder kunstverlichting, een vlag, klok of andere voorwerpen, dienende om de aandacht op het bedrijf te vestigen, bedraagt het tarief: per stuk per jaar 14,55 7.1.2 een verwijzingsbord, bedraagt het tarief: 7.1.2.1 per stuk per week 1,00 7.1.2.2 per stuk per maand 2,50 7.1.3 het hebben van een lichtreclame, lichtbak, verlicht reclamebord, een lamp of lantaarn met opschrift of reclame, of een dergelijk verlicht voorwerp, bedraagt het tarief: per stuk per jaar 30,05 7.1.4 het hebben van neonbuizen of dergelijke lichtapparaten per m² per jaar 1,45 7.1.5 het hebben van zonneschermen en luifels waarop reclame is aangebracht, gemeten langs de gevel per m² per jaar 1,90 7.1.6 het hebben van een aanplakbord of reclamezuil per stuk per jaar 32,54 7.1.7 het hebben van een vlaggenmast per stuk per jaar 22,65
- Uitstalling 8.1 Voor het hebben van zaken die buiten een (winkel)bedrijf op, over of boven een openbare plaats (portiek, stoep, galerij etc.) worden uitgestald of opgehangen, bedraagt het tarief: 8.1.1 per m² per dag 0,50 8.1.2 per m² per week 2,20 8.1.3 per m² per maand 4,85 8.1.4 per m² per jaar 43,25 8.1.5 Het minimumtarief bedraagt: 43,25
- Diverse objecten 9.1 Voor het hebben van 9.1.1 een meterkastje voor gas of elektriciteit per jaar 6,60 9.1.2 een septictank of een put per m² per jaar 1,45 9.1.3 een vat of tank voor opslag of berging van benzine, petroleum, stookolie enz., niet behorende tot een benzinepompinstallatie per 1.000 liter inhoud per jaar 4,20 9.1.4 een bij een tank behorend vulputje per jaar 2,80 9.1.5 een aanrijbeveiliging per stuk per jaar 3,30
- Rioolaansluitingen 10.1 Voor het van gemeentewege tot stand brengen van een aansluiting van de perceelsriolering op het gemeentelijk riool en voor het vervangen van een niet van gemeentewege tot stand gebrachte aansluiting daarop door middel van een buisleiding met een maximum inwendige diameter van 16 cm. per perceel per aansluiting 672,55 10.2 Indien daarvoor wel wegverharding moet worden opgebroken per perceel per aansluiting 2.003,30 10.3 Voor aansluitingen met een diameter groter dan 16 cm de aan de belastingplichtige vooraf medegedeelde kostprijs van die aansluiting, blijkende uit een begroting van kosten, welke ter zake door of vanwege burgemeester en wethouders zijn opgesteld. Voor de toepassing van deze bepaling wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van kosten aan de aanvrager ter kennis is gebracht.
- Rechten Benzinepompinstallaties 11.1 Het tarief bedraagt, voor vaste pompinstallaties op gemeentegrond indien de omzet 1.000.000 liter of meer bedraagt: per liter 0,0144 en tevens voor: 11.1.1 een wasstation per m² 100,30 11.1.2 een quick-service-station per m² 100,30 11.2 indien de omzet minder bedraagt dan 1.000.000 liter per pomp 643,00 en tevens voor: 11.2.1 een water- of luchtaftappunt per stuk 100,30 11.2.2 een bedieningshuisje en/of een pomp-trottoir, per m² per m² 27,15 11.2.3 een tank per 1.000 liter inhoud 11,60 11.2.4 een vulputje voor een tank per stuk 11,60 11.2.5 een lichtmast, blikvanger of een attentiebalk per stuk 11,60 11.2.6 een verplaatsbaar wagentje voor het afleveren van motorbrandstof per stuk 64,00 11.3 indien de pompen niet op gemeentegrond staan, zijn uitsluitend de rechten verschuldigd genoemd onder 11.2.1 t/m 11.2.
- Rechten Verkoopstandplaatsen 12.1 Binnen het centrumgebied: 12.1.1 een vaste verkoopstandplaats: per jaar 587,95 12.1.1.1 verhoogd met: per m²/jaar 102,70 indien deze staat voor ten hoogste 1 dag per week. 12.1.1.2 verhoogd met: per m²/jaar 151,80 indien deze staat voor ten hoogste 2 dagen per week. 12.1.1.3 verhoogd met: per m²/jaar 252,75 indien deze staat voor meer dan 2 dagen per week. 12.1.2 een tijdelijke verkoopstandplaats, ongeacht de periode: per jaar 123,00 verhoogd met: 12.1.2.1 per m²/dag 1,90 12.1.2.2 per m²/week 6,70 12.1.2.3 per m²/maand 19,65 12.2 In of nabij een winkelcentrum: 12.2.1 een vaste verkoopstandplaats: per jaar 386,60 12.2.1.1 verhoogd met: per m²/jaar 66,95 indien deze staat voor ten hoogste 1 dag per week. 12.2.1.2 verhoogd met: per m²/jaar 98,40 indien deze staat voor ten hoogste 2 dagen per week. 12.2.1.3 verhoogd met: per m²/jaar 163,50 indien deze staat voor meer dan 2 dagen per week. 12.2.2 een tijdelijke verkoopstandplaats, ongeacht de periode: per jaar 63,90 verhoogd met: 12.2.2.1 per m²/dag 1,25 12.2.2.2 per m²/week 4,45 12.2.2.3 per m²/maand 13,00 12.3 In de overige gebieden: 12.3.1 een vaste verkoopstandplaats: per jaar 298,20 12.3.1.1 verhoogd met: per m²/jaar 51,85 indien deze staat voor ten hoogste 1 dag per week. 12.3.1.2 verhoogd met: per m²/jaar 76,15 indien deze staat voor ten hoogste 2 dagen per week. 12.3.1.3 verhoogd met: per m²/jaar 126,80 indien deze staat voor meer dan 2 dagen per week. 12.3.2 een tijdelijke verkoopstandplaats, ongeacht de periode: per jaar 49,70 verhoogd met: 12.3.2.1 per m²/dag 0,95 12.3.2.2 per m²/week 3,50 12.3.2.3 per m²/maand 9,80 12.4 Indien het een incidentele standplaats betreft ten behoeve van een maatschappelijk doeleinde: 12.4.1 per dag 7,15 12.4.2 per week 35,40 12.4.3 per maand 106,30 De tarieven zijn inclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting. Alkmaar, 11-12-2025; De raad voornoemd, mw. A.M.C.G. Schouten, voorzitter mw. mr. V.H. Hornstra, griffier