Nadere regel Subsidie kinder- en peuteropvang 2026 gemeente BunschotenBurgemeester en Wethouders van Bunschoten; overwegende dat de gemeente sinds 1 augustus 2020 1 Op basis van ‘Besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met de verhoging van het minimaal aantal uren aanbod voorschoolse educatie en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker’, gepubliceerd op 16 oktober
- ervoor dient te zorgen dat geïndiceerde doelgroeppeuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar een voorschools educatief aanbod van 960 uur2 Dit is gemiddeld 16 uur per week bij 40 weken per jaar. Deze uren mogen gevarieerd (maximaal 6 uur per dag) worden aangeboden. Bijvoorbeeld aan jongere peuters drie of kortere dagdelen en oudere peuters vijf of langere dagdelen. Het is aan de instellingen om hierin maatwerk aan te bieden zolang zij aan het kwalitatieve aanbod van de 960 uur (in 1,5 jaar) voldoen waarbij maximaal 6 uur per dag meetelt. Ouders/verzorgers zijn niet verplicht om dit aanbod volledig af te nemen. over 1,5 jaar krijgen (maximaal zes uur per dag) zodat alle peuters met een goede en gelijke start – zonder achterstand – aan het basisonderwijs beginnen. de gemeente sinds 1 augustus 2020 een aanbod (maximaal 8 uur per week) organiseert voor peuters van alleenverdieners of niet-werkende ouders (huishoudens waarbij één van de partners werkt; de kostwinners, éénoudergezinnen waarbij de ouder niet werkt of huishoudens waarbij beide partners niet werken); de gemeente sinds 1 januari 2022 de verplichte inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker / coach binnen de voorschoolse educatie dient te bekostigen; de gemeente de startnotie over de harmonisatie van de peuteropvang en kinderopvang in Bunschoten3 ‘Wijzigen systematiek subsidieverlening peuterspeelzaalwerk / peuteropvang – harmonisatie peuterspeelzalen en kinderopvang in Bunschoten’, ingaande 1 januari
- heeft vastgesteld waarin de verschillende varianten voor subsidieverlening staan vermeld; gelet op artikel 2, tweede lid en artikel 4, tweede lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Bunschoten 2022 besluiten de volgende nadere regel vast te stellen: Nadere regel Subsidie kinder- en peuteropvang 2026 gemeente Bunschoten. Artikel1Begripsomschrijvingen In deze nadere regel wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders; Algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Bunschoten 2022; Aanbieder: een exploitant / houder van een kindercentrum die kinder- en/of peuteropvang in de gemeente Bunschoten aanbiedt en is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en voldoet aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving. Een subsidie-aanvraag kan enkel door een aanbieder worden ingediend. Benutte kindplaats: rekeneenheid die overeenkomt met het aantal uren per kind per jaar dat een kind daadwerkelijk een aanbieder bezoekt. Doelgroeppeuter4 Dit betreft de definitie van de doelgroep voor voorschoolse educatie (doelgroeppeuters) zoals het college deze voor Bunschoten heeft vastgesteld (voor het laatst op 6 juni 2017).: een kind van tweeënhalf tot en met drie jaar die een indicatie van de Jeugdgezondheidsdienst (GGD-regio Utrecht) heeft gekregen op basis van een van de volgende twee criteria: Een achterstand (of een risico op een achterstand) in de Nederlandse taalontwikkeling; Kinderen die in hun Nederlandse (taal)ontwikkeling worden bedreigd vanwege sociale factoren. Deze kinderen worden uitsluitend door de jeugdgezondheidszorg geïndiceerd en hebben baat bij extra inzet van voorschoolse educatie. Een doelgroeppeuter dient een kwalitatief voorschools aanbod (voorschoolse educatie) van 960 uur verspreid over 1,55 Hierbij geldt een maximum van 6 uur voorschools educatief aanbod per dag jaar te krijgen. Voorschoolse educatie: uitvoering van een integraal effectief voorschools educatief aanbod aan geindiceerde doelgroeppeuters op de voorschool. Hierbij wordt tenminste voldaan aan de basisvoorwaarden voor kwaliteit uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie waarbij kinderen op gestructureerde en samenhangende wijze worden gestimuleerd bij hun ontwikkeling (taal, rekenen, sociaal-emotioneel en motorisch). Het educatieve aanbod is bedoeld voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot de eerste dag dat zij de basisschool bezoeken. Kinder- en peuteropvang: de verzorging, de opvoeding, het stimuleren van de ontwikkeling en het voorbereiden op de basisschool van peuters vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs; Subsidienorm: een bedrag per benutte kindplaats, minimaal 5 kindplaatsen per aanbieder als ondergrens, 40 weken per jaar, zijnde de genormeerde kosten berekend volgens het maximum uurtarief conform de regeling voor de kinderopvangtoeslag voor dagopvang vastgesteld door de Belastingdienst vermeerderd met een opslag vanwege het aanbod van voorschoolse educatie wanneer het een geïndiceerde doelgroeppeuter betreft en verminderd met de eigen bijdrage van ouders volgens deze nadere regel. Bij benutting van een kindplaats voor een gedeelte van het jaar wordt de subsidie naar rato van het aantal weken bepaald. Eigen bijdrage van ouders van geïndiceerde doelgroeppeuters die voorschoolse educatie volgen en geen aanspraak maken op kinderopvangtoeslag (Variant 1): De bijdrage die ouders van doelgroeppeuters kunnen betalen aan de aanbieder voor kinder- en peuteropvang voor de eerste 12 uur6 Deze uren moeten passen in de uitvoering van de eis van ‘960 uur over 1,5 jaar’. van het aantal uren voorschools educatief aanbod per week is gebaseerd op: de minimale eigen bijdrage op basis van de ‘VNG Adviestabel ouderbijdrage peuterwerk’ die elk kalenderjaar wordt aangepast; het maximale uurtarief dat de belastingdienst hanteert bij de kinderopvangtoeslag voor ouders die hiervoor in aanmerking komen en die elk kalenderjaar wordt aangepast. Voor het 13e tot en met het 16e uur7 Deze uren moeten passen in de uitvoering van de eis van ‘960 uur over 1,5 jaar’. van het aantal uren voorschools aanbod per week heft de aanbieder geen eigen bijdrage voor zover er sprake is van een doelgroeppeuter met een geïndiceerd risico op taalachterstand. Eigen bijdrage van ouders van geïndiceerde doelgroeppeuters die voorschoolse educatie volgen en aanspraak maken op kinderopvangtoeslag (Variant 2): De bijdrage die ouders van doelgroeppeuters betalen aan de aanbieder voor kinder- en peuteropvang voor de eerste 12 uren8 Ouders vragen voor 12 uur kinderopvangtoelag aan (1e tot en met het 12e uur). Deze uren moeten passen in de uitvoering van de eis van ‘960 uur over 1,5 jaar’. van het aantal uren voorschools educatief aanbod per week is gebaseerd op: het maximale uurtarief dat de belastingdienst hanteert bij de kinderopvangtoeslag voor ouders die hiervoor in aanmerking komen en die elk kalenderjaar wordt aangepast. Voor de laatste 4 uren9 Deze uren (13e tot en met het 16e uur) moeten passen in de uitvoering van de eis van ‘960 uur over 1,5 jaar’. van het aantal urenvoorschools-aanbod per week heft de aanbieder geen eigen bijdrage voor zover er sprake is van een doelgroeppeuter met een geïndiceerd risico op taalachterstand waarbij ouders aanspraak maken op kinderopvangtoeslag. Eigen bijdrage van ouders van peuters zonder (risico op een) taalachterstand (Variant 3): de bijdrage die ouders van peuters zonder een indicatie van de GGD voor een risico op een taalachterstand kunnen betalen aan de aanbieder voor kinder- en peuteropvang voor het eerste en tweede dagdeel (maximaal 8 uur per week); deze ouders 10 Dit worden ook wel de ‘kostwinnersgezinnen’ genoemd. kunnen geen aanspraak maken op een kinderopvangtoeslag of op een tegemoetkoming in het kader van arbeidsintegratie of voorliggende voorziening. Artikel2Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Subsidie op grond van deze nadere regel kan worden verleend voor activiteiten van aanbieders kinder- en peuteropvang die zijn gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van peuters in de gemeente Bunschoten. Deze activiteiten voldoen aan de door de rijksoverheid gestelde eisen. We onderscheiden de volgende activiteiten: Activiteiten met een aanbod van kwalitatieve voorschoolse educatie die op gestructureerde en samenhangende/integrale wijze in de groep worden aangeboden aan geïndiceerde doelgroeppeuters; Activiteiten die op gestructureerde en samenhangende/integrale wijze in de groep worden aangeboden aan peuters zonder een (geïndiceerd risico op een) taalachterstand. 2.Subsidie op grond van deze nadere regel kan worden verleend voor verplichte inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker/coach per 1 januari 2022 teneinde de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verhogen. Artikel3Doelgroepen 1.Doelgroeppeuters die conform de doelgroepdefinitie van de gemeente Bunschoten een indicatie van de GGD hebben gekregen voor een (risico op een) taalachterstand en 960 uur verspreid over 1,5 jaar kwalitatieve voorschoolse educatie 11 Hierbij geldt een maximum van 6 uur per dag krijgen aangeboden; 2.Peuters zonder een indicatie van de GGD voor (een risico op) een taalachterstand, waarvoor geen aanspraak bestaat op de kinderopvangtoeslag of een tegemoetkoming in het kader van arbeidsintegratie en maximaal 8 uur per week naar een aanbieder van kinder- en peuteropvang gaan. Artikel4Hoogte van de subsidie 1.De subsidie bestaat uit een bijdrage aan de aanbieder per benutte kindplaats tot aan maximaal de subsidienorm. Het maximale uurtarief dat voor subsidiëring in aanmerking komt, overschrijdt nooit het uurtarief dat de betreffende aanbieder hanteert; 2.Als subsidienorm geldt: het maximum uurtarief conform de regeling van de belastingdienst voor de kinderopvangtoeslag voor dagopvang (€ 11,23 per 1 januari 2026) vermeerderd met een opslag (maximaal € 3,89 per 1 januari 2025 12 Dit bedrag is gebaseerd op een eerder advies van Sociaal Werk Nederland / inventarisatie Oberon over hoogtes van de verschillen bij gemeenten in hoogte van deze bedragen van voor deze opslagen. Het overgenomen bedrag behoort tot het gemiddelde.) wanneer het een geïndiceerde doelgroeppeuter betreft vanwege het kwalitatief aanbod van voorschoolse educatie. Aanbieders dienen uit deze opslag alle (meer)kosten die voortvloeien uit het kwalitatief aanbod van voorschoolse educatie alsmede om aan de wet- en regelgeving te voldoen zoals deskundigheidsbevordering, scholing, observatie- en volgsystemen, registratie- en administratiesystemen, etc. te voldoen. De jaarlijkse indexering van de subsidies conform het door de raad vastgestelde indexeringspercentage voor subsidies van de gemeentelijke begroting is op deze opslag van toepassing. Wanneer het percentage van de CAO hoger is dan dit indexeringspercentage, dan kan de opslag op basis van deze CAO worden aangepast. Voor verplichte inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker/coach (hbo werk en/of denkniveau) wordt subsidie verleend op basis van de telling van de geindiceerde doelgroeppeuters vanaf 2,5 jaar op peildatum 1 januari x 10 uur per kalenderjaar x uurtarief (€ 50,- per uur per 1 januari 2025). De jaarlijkse indexering van de subsidies conform het door de raad vastgestelde indexeringspercentage voor subsidies van de gemeentelijke begroting is hierop van toepassing. Indien de procentuele stijging van de personeelskosten op grond van de CAO hoger is, kan het uurtarief hiermee worden aangepast. 3.De bedragen, waarnaar in deze nadere regel gerefereerd wordt, kunnen jaarlijks door het college worden vastgesteld in een collegevoorstel met bijlagen en/of een subsidielijst. 4.Mocht gedurende het jaar blijken dat er wachtlijsten ontstaan voor doelgroeppeuters 13 Dit kan ontstaan als ouders meer gaan werken, er meer doelgroeppeuters worden geindiceerd in een bepaalde cohort of dat dit bij instroom van anderstalige peuters het geval kan zijn. . of als er zich tussentijdse nieuwe verplichtingen/zorgelijke ontwikkelingen voordoen en dat er nog middelen beschikbaar zijn, dan kan hierover overleg plaatsvinden teneinde tot een passende maatwerkoplossing te komen. Artikel5Verdeling van de subsidie 1.Binnen het vastgestelde subsidieplafond (Jaarprogramma subsidies) wordt eerst het deel bestemd voor subsidie die ten goede komt aan de activiteiten voor peuters als genoemd onder artikel 3 lid 2 in deze nadere regel (niet-doelgroeppeuters) 2.Binnen het vastgestelde subsidieplafond (Jaarprogramma subsidies) wordt het resterende bedrag deel bestemd voor subsidie die ten goede komt aan de activiteiten voor peuters als genoemd onder artikel 3 lid 1 in deze nadere regel (geïndiceerde doelgroeppeuters) of onder artikel 4 lid 4 in deze nadere regel (wachtlijsten/maatwerkoplossingen). 3.Het uitgangspunt bij de verdeling van de subsidie (Jaarprogramma Subsidies) is om de totale beschikbare middelen efficiënt en effectief in te zetten; 4.Van de rijksmiddelen 14 Het Rijk stelt jaarlijks een bedrag aan gemeenten ter beschikking met als beleidsdoelstelling: Het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden in de Nederlandse taal, het voorkomen van segregatie en het bevorderen van integratie (artikel 168a, eerste en derde lid van de Wet op het Primair Onderwijs). Deze huidige 4-jarige SPUK-regeling loopt tot en met kalenderjaar
- Naar verwachting volgt vanaf 2027 een Bijzondere Fonds Uitkering in plaats van een SPUK. ‘Specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid’ wordt een deel ingezet dat nodig is ten behoeve van activiteiten/ondersteuning van een kwalitatief educatief aanbod voor geïndiceerde doelgroeppeuters om aan de 960-uren eis te voldoen alsmede om aan de eis te voldoen om een pedagogisch medewerker/coach in de voorschoolse educatie (10 uur per jaar per geindiceerde doelgroeppeuter op peildatum 1 januari) in te zetten; 5.De gemeentelijke en de rijksmiddelen worden in samenhang ingezet. Artikel6Uitzondering voor ‘vervroegd of verlengd educatief aanbod’ 1.In individuele bijzonder schreinende situaties is het mogelijk om een uitzondering te maken voor deelname aan een kwalitatief educatief voorschools aanbod vanaf de leeftijd waarop een geïndiceerde doelgroeppeuter twee jaar is, dan wel dat een kind de leeftijd van 4 jaar heeft bereikt. Een verleend vervroegd of verlengd educatief aanbod op basis van individuele bijzondere omstandigheden, schept geen precedentwerking voor een vergelijkbare situatie in de toekomst. 2.Een vervroegd educatief voorschools aanbod wordt geïndiceerd: Door zowel de JGZ (jeugdverpleegkundige of arts) als door een medewerker van het Sociaal Team De Lingt in Bunschoten; Wanneer er sprake is dat het kind de leeftijd van twee jaar heeft bereikt; Met het oog op de (taal)ontwikkeling (voorkomen en tegengaan taalachterstand) omdat hieraan in de thuissituatie geen of onvoldoende aandacht kan worden besteed; Wanneer er sprake is van ‘multiproblematiek’ binnen het gezin, het ontbreekt aan alternatieve / voorliggende mogelijkheden en het vervroegde educatieve aanbod passend is binnen de totale gezinsaanpak; Wanneer er plaats is bij de aanbieder en de plaatsing past binnen hun reguliere subsidie waardoor er geen meerkosten voor de gemeente ontstaan. 3.Een verlengd educatief voorschools aanbod wordt geïndiceerd: Ter voorkoming van het thuiszitten van een kind en ter overbrugging naar een passende plek; Op indicatie van de aanbieder van de locatie die de peuter al bezocht, zo mogelijk in samenspraak met professionals van het samenwerkingsverband, De Lingt, intern begeleiders, etc. Wanneer er geen voorliggende voorziening 15 Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van zorgplicht door het onderwijs, het kind nog niet schoolrijp is, het kind op een wachtlijst staat of dat er eerst nog diagnostisch onderzoek moet plaatsvinden, etc. of ander passende oplossing is; Wanneer er plaats is bij de aanbieder en niet ten koste gaat van een reguliere plaats voor een (doelgroep)peuter; Wanneer deze verlengde plaatsing past binnen de reguliere subsidie van de aanbieder waardoor er geen meerkosten voor de gemeente ontstaan. Artikel7Overige doelgroepen Wanneer er afzonderlijke uitkeringen of regelingen volgen voor vergelijkbare specifieke groepen (doelgroep)peuters, vallen deze eveneens onder deze Nadere regel tenzij er andere voorwaarden aan deze specifieke uitkeringen of regelingen worden verbonden. Dan gelden deze andere specifieke voorwaarden. Aanbieders dienen hiervoor een afzonderlijke registratie bij te houden. Artikel8Subsidieverplichtingen De in dit artikel genoemde verplichtingen worden in een beschikking vastgelegd. Aan de subsidie-ontvanger als bedoeld onder artikel 1 onder c kan het college de volgende verplichtingen opleggen. De aanbieder houdt een administratie bij van de doelgroepen waaruit het aantal benutte kindplaatsen per kalendermaand blijkt met daarbij een specificatie van: Maand Variant 1, 2 en 3 (per variant) Eerste letter van de voornaam en de eerste letter van de achternaam Geboorte maand en jaartal Aantal uur in deze maand Uurprijs Kosten (max bedrag Belastingdienst/opslag) Bedrag ouderbijdrage, voor zover relevant voor de subsidieverlening Bijdrage gemeente Indicatie VVE van JGZ aanwezig? Aankruisen Aanbod van 16 uur per week? Aankruisen Maximaal 6 uur per dag? Aankruisen (variant 1 en 2) 4 uur per week subsidie? Aankruisen (variant 1 en 2) 8 uur per week subsidie? Aankruisen (alleen bij variant 3) de aanbieder verstrekt elk half jaar een overzicht van de berekening van de subsidiebijdrage per benutte kindplaats op basis van de door de aanbieder bijgehouden deugdelijke administratie. de aanbieder werkt (pro)actief mee bij: het aanbieden van voorschoolse educatie van 960 uur over 1,5 jaar (maximaal 6 uur per dag) aan geïndiceerde doelgroeppeuters; op incidentele en strucurele basis overleggen en samenwerken met de Jeugdgezondheidszorg GGD regio Utrecht (consultatiebureau Bunschoten); medewerking verlenen - teneinde ouders van doelgroeppeuters toe te leiden naar deelname aan voorschoolse educatie door onder andere een actieve benadering en het geven van voorlichting; het (mee) realiseren van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn; ontwikkelen, versterken en vergroten van ouderbetrokkenheid; het realiseren van een (warme) overdracht naar het basisonderwijs of een andere passende instelling; het werken met een kind- en / of ontwikkelvolgsysteem waarbij gemaakte afspraken over de inzet/resultaten worden nagekomen; het vastleggen en de borging van afspraken die gezamenlijk met andere betrokken partners worden gemaakt - mede in het kader van het voorkomen en het aanpakken van onderwijsachterstanden en andere relevante thema’s in het kader van de Lokale Educatieve Agenda; het ontplooien van activiteiten die zijn gericht op het verkrijgen van (meer) zicht op het (non)-bereik van (doelgroep)peuters; het samenwerken, afstemmen en overleggen met andere betrokken partners zoals het basisonderwijs, Jeugdgezondheidszorg, De Boei opvoedondersteuners (Opgroeien en Opvoeden), Sociaal Team De Lingt, Bibliotheek, Samenwerkingsverband, etc.; deelname aan deskundigheidsbevordering, scholing, toetsing alsmede het ontplooien van activiteiten teneinde te (blijven) voldoen aan alle wet- en regelgeving; overige activiteiten die in het belang zijn voor de kwaliteit(seisen) van de uitvoering van kinderopvang en (doelgroep)peuterwerk. Artikel9Slotbepalingen 1.Deze regeling treedt in werking op 1 januari
- 2.De regeling wordt aangehaald als: Nadere regel Subsidie kinder- en peuteropvang 2026 gemeente Bunschoten. 3.Gelijktijdig wordt op 1 januari 2026 de Nadere regel Subsidie kinder- en peuteropvang 2023 ingetrokken. Bunschoten-Spakenburg, Burgemeester en wethouders, 25 november 2025drs. J.F.H. Jennekens secretaris J.L. Geurtsburgemeester