Verordening ligplaatsgeld vaste ligplaatsen 2026De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2025; Gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en 229a van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de hierna volgende Verordening ligplaatsgeld vaste ligplaatsen 2026 Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: kade: de voor de openbare dienst bestemde oever van een binnen het grondgebied van de gemeente bestaand openbaar water, voorzover die van een kademuur, steenglooiing of een andere oeververdediging is voorzien; vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmakende voorwerpen; belastingjaar: een kalenderjaar; vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onderdeel d van de Havenbeheersverordening Vlaardingen 2010; havenmeester: de havenmeester van Vlaardingen of diens plaatsvervanger. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ligplaatsgeld wordt een recht geheven ter zake van het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Artikel3Belastingplicht Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die al dan niet met vergunning een vaste ligplaats inneemt aan een kade. Artikel4Heffingsmaatstaf Het ligplaatsgeld wordt geheven naar de lengte van de ligplaats zoals deze in de vergunning is omschreven. Artikel5Tarief Het ligplaatsgeld wordt berekend aan de hand van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de in deze tabel gegeven aanwijzingen. Artikel6Tarieftoepassing 1.Voor de toepassing van de tarieven wordt een gedeelte van een meter kadelengte als een volle meter gerekend. 2.Telkens wanneer een vaste ligplaats in de lengte wordt overschreden, waaronder wordt verstaan, dat een vaartuig uitsteekt buiten de grenzen van de ligplaats langs een aan de vergunninghouder niet uitgegeven gedeelte van een kade, is de vergunninghouder verplicht van de overschrijding binnen zes uur nadat zij een aanvang heeft genomen aan de havenmeester kennis te geven. Ter zake van deze overschrijding moet telkens een bijbetaling op het ligplaatsgeld plaatsvinden, welke berekend naar de lengte van de overschrijding, per strekkende meter een tiende gedeelte van het ligplaatsgeld bedraagt, dat per jaar op grond van artikel 6 zou zijn verschuldigd. Artikel7Wijze van heffing Het ligplaatsgeld wordt geheven bij wege van aanslag of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Artikel8Tijdstip van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet het ligplaatsgeld worden betaald ingeval een schriftelijke kennisgeving wordt uitgereikt: op het moment van het uitreiken van de kennisgeving. 2.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet het ligplaatsgeld worden betaald ingeval de aanslag of schriftelijke kennisgeving wordt toegezonden: binnen twee maanden na de dagtekening. 3.In afwijking van het tweede lid geldt, ingeval de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven volgens het “Reglement automatische incasso Regionale Belasting Groep”, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4.Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.