← Nederland

Beleidsregel parkeernormen gemeente Wijdemeren (Wijdemeren)

Beleidsregel parkeernormen gemeente WijdemerenAfdeling1 Algemene bepalingen Toepassingsbereik: Deze beleidsregel is van toepassing bij het beoordelen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit waarbij sprake is van: een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; een beoordelingsplicht voor de Beleidsregel parkeernormen uit een bepaling van het omgevingsplan. Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; en het beschermen van een goed woon- en leefklimaat. Afdeling2 Beoordelingsregels Voorwaarde voor vergunningverlening Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1 wordt alleen verleend wanneer voldoende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd om te voldoen aan de parkeerbehoefte. Aanwijzingen Bij het vaststellen van het minimaal benodigde aantal parkeervoorzieningen wordt onderscheid gemaakt tussen de kern en het landelijk gebied, aangegeven in bijlage

  1. Rekenregels locaties parkeervoorzieningen Voor het berekenen of aan de parkeerbehoefte wordt voldaan, gelden de volgende regels voor de locatie van de parkeervoorzieningen: Aantallen parkeervoorzieningen worden altijd geteld op basis van bijlage 1A; De parkeerbehoefte per functie zijn opgenomen in bijlage 1C; Bij woningen moet ten behoeve van bezoekers parkeren aanvullend worden gerealiseerd: 0,15 parkeervoorziening per woning in een kern; 0,2 parkeervoorziening per woning in het landelijk gebied. Parkeervoorzieningen als bedoeld in lid c moeten openbaar toegankelijk zijn; Parkeervoorzieningen op eigen erf worden volledig meegeteld; Parkeervoorzieningen buiten het eigen erf, worden meegeteld indien zij duurzaam beschikbaar zijn voor de functie door eigendom, erfpacht of een langjarig gebruiksrecht; Bestaande openbare parkeervoorzieningen worden alleen meegeteld als de bestaande functie gebruik maakt van deze parkeervoorzieningen en: de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie niet groter is dan in de bestaande situatie; of de parkeerbehoefte wel groter is, maar het extra aantal benodigde parkeervoorzieningen volledig wordt gerealiseerd op eigen erf of op een andere locatie die duurzaam beschikbaar is voor de functie. Parkeervoorzieningen buiten het eigen erf worden alleen meegeteld als deze zich bevinden binnen de maximaal aanvaardbare loopafstanden zoals opgenomen in bijlage 1B; Parkeervoorzieningen als bedoeld in artikel 7 worden volledig meegeteld. (Anti-)dubbeltelling Het is niet toegestaan een parkeervoorziening behorende bij een bestaande functie mee te tellen voor een nieuwe ontwikkeling, al dan niet zijnde een gelijke functie, bij het bepalen van de parkeerbehoefte. In afwijking van lid a kan, onverminderd artikel 5, dubbelgebruik van parkeervoorzieningen worden toegestaan: indien de parkeerbehoefte van de betrokken functies onderling aanvullend is in tijd, mits: de parkeervoorziening openbaar toegankelijk is; de parkeerbehoefte wordt bepaald met inachtneming van de aanwezigheidspercentages als bedoeld in bijlage 1D; indien sprake is van functies die onderling aanvullend en ondersteunend zijn en zijn geprojecteerd op één terrein of aansluitende terreinen, mits: aannemelijk is gemaakt dat de relatie tussen de functies duurzaam bestaat en multifunctioneel gebruik feitelijk mogelijk is en blijft; de gezamenlijke parkeerbehoefte wordt berekend door de afzonderlijke normen op te tellen en daarvan de laagste norm af te trekken, ongeacht het aantal betrokken functies. Gehandicaptenparkeervoorziening Bij sociaal-maatschappelijke functies met een parkeerbehoefte van minimaal 15 parkeerplaatsen moet onverminderd artikel 5: minimaal 2% uitgevoerd worden als gehandicaptenparkeervoorziening, met een minimum van 1; en deze gehandicaptenparkeervoorziening worden gerealiseerd op een loopafstand van maximaal 100 meter gerekend vanaf de hoofdtoegang van de functie. Kwaliteitseisen Parkeervoorzieningen moeten, ongeacht het aantal te realiseren parkeervoorzieningen, altijd voldoen aan de kwaliteitsnormen van NEN
  2. Afdeling3 Slotbepalingen Overgangsbepaling Deze beleidsregel is niet van toepassing op initiatieven die zijn ingediend vóór de datum van inwerkingtreding. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de dag volgend op de dag van bekendmaking. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel parkeernormen gemeente Wijdemeren. Bijlage 1A parkeervoorziening berekeningsaantal voorwaarde enkele oprit zonder garage of carport 1,0 oprit minimaal 5,0 m. diep lange oprit zonder garage of carport 2,0 oprit minimaal 11 m. diep dubbele oprit zonder garage of carport 2,0 oprit minimaal 4,5 m breed garage zonder oprit bij een woning 0,4 carport zonder oprit bij een woning 1,0 garagebox niet bij woning 0,5 dubbele garage bij woning 1,0 Parkeervak op een parkeerterrein 1,0 Bijlage 1B hoofdfunctie acceptabele loopafstanden wonen 100 meter winkelen 200- 600 meter werken 200- 800 meter ontspanning 100 meter gezondheidszorg 100 meter onderwijs 100 meter Bijlage 1C Functie Kern Voor woningen zijn de onderstaande getallen inclusief bezoekers parkeren Landelijk gebied Voor woningen zijn de onderstaande getallen inclusief bezoekers parkeren Per Koophuis, Vrijstaand 1,55 2,6 woning Koophuis, twee-onder-een-kap 1,45 2,5 woning Koophuis Tussen/hoek 1,25 2,4 woning Koop appartement >100 m2 1,35 2,5 woning Koop appartement 75-100 m2 1,05 2,5 woning Koop appartement <75m2 1,05 2,1 woning Koopappartement tot NHG betaalbaarheidsgrens >100m2 0.8 1,6 woning Koopappartement tot NHG betaalbaarheidsgrens 75-100m2 0.8 1,6 woning Koopappartement tot NHG betaalbaarheidsgrens <75m2 0.8 1,6 woning Huurhuis Vrije sector 1,15 2,0 woning Huurhuis Sociaal 1,15 2,0 woning Huur appartement Vrijesector, >100m2 1.05 2,0 woning Huur appartement Vrijesector 75-100m2 0.8 1,6 woning Huur appartement Vrijesector <75m2 0.8 1,6 woning Huur appartement Sociaal, >100m2 0.8 1,6 woning Huur appartement Sociaal, 75-100m2 0.8 1,6 woning Huur appartement, Sociaal <75m2 0.8 1,6 woning Huur appartement Sociaal of vrijesector <30m2 0.8 1,6 woning Kamerverhuur Studenten, niet zelfstandig 0.5 0,65 woning Aanleunwoning/serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorz) 0.75 1,3 woning Kleine eenpersoons. woning, (tiny house, meestal grondgebonden) 0.5 0,7 woning Kantoor (zonder baliefunctie) 2.1 2.8 100m2 BVO Commerciële dienstverlenging (kantoor met baliefunctie) 2.7 3.8 100m2 BVO Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie, lab, werkplaats) 1.7 2.6 100m2 BVO Bedrijf, arbeidsextensief/ bezoekers extensief (loods, opslag, transport) 0.6 1.3 100m2 BVO Bedrijfsverzamelgebouw 1.5 2.2 100m2 BVO Opslagruimte (particulier) Nvt 15 Per vestiging Buurtsupermarkt 2.2 5.3 100m2 BVO Full service supermarkt 3.6 7.5 100m2 BVO Grote supermarkt 6.6 9.8 100m2 BVO Groothandel specialist (bijv. levensmiddelen, kantoorartikelen) 5.6 7.9 100m2 BVO Groothandel algemeen 6.1 8.4 100m2 BVO Kringloopwinkel 1.0 2.2 100m2 BVO Bruin- en witgoedzaken 5.4 8.9 100m2 BVO Woonwarenhuis/ woonwinkel 1.5 2.2 100m2 BVO Woonwarenhuis zeer groot n.v.t. 5.9 100m2 BVO Meubelboulevard/ woonboulevard 1.9 2.7 100m2 BVO Winkelboulevard 3.7 4.7 100m2 BVO Outletcentrum 8.5 11.4 100m2 BVO Bouwmarkt 1.6 2.6 100m2 BVO Tuincentrum (inclusief buitenruimte) 2.1 2.9 100m2 BVO Groencentrum (inclusief buitenruimte 2.1 2.9 100m2 BVO Bibliotheek 0.5 1.4 100m2 BVO Museum 0.7 1.2 100m2 BVO Bioscoop 7.0 12.2 100m2 BVO Filmtheater/ filmhuis 4.3 6.9 100m2 BVO Theater/ schouwburg 6.5 11.3 100m2 BVO Musicaltheater 2.9 4.5 100m2 BVO Casino 5.6 7.0 100m2 BVO Bowling centrum 1.8 3.3 bowlingbaan Biljart/ snookercentrum 0.9 1.6 tafel Dansstudio 3.4 6.0 100m2 BVO Fitness studio/ sportschool 2.9 5.3 100m2 BVO Fitness centrum 4.0 6.8 100m2 BVO Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum) 8.8 9.8 100m2 BVO Sauna, hammam 4.1 7.2 100m2 BVO Sporthal 1.9 3.1 100m2 BVO Sportzaal 1.7 3.1 100m2 BVO Tennishal 0.3 0.6 100m2 BVO Padelhal 0.3 0.8 100m2 BVO Squashhal 2.3 2.8 100m2 BVO Zwembad overdekt 9.7 10.5 100m2 bassin Zwembad open lucht 9.1 13.9 100m2 bassin Zwemparadijs n.v.t. 5.0 100m2 bassin Sportveld 13.0 27.0 Hectare netto terrein Stadion 0.04 0.2 Zitplaats Kunstijsbaan (<400m) 1.3 2.1 100m2 BVO Kunstijsbaan 400m 2.0 2.8 100m2 BVO Ski- en snowboardhal n.v.t. 2.8 100m2 sneeuw (excl. oefenpistes) Jachthaven 0.7 0.7 ligplaats Golf oefencentrum (pitch en putt) n.v.t. 53,1 centrum Golfbaan 18 holes n.v.t. 53.1 18 holes, 6 ha Indoor speelcentrum (kinderspeelhal gemiddeld en kleiner) 1.4 7.2 100m2 BVO Indoor speelcentrum (kinderspeelhal groot) 2.1 8.1 100m2 BVO Indoor speelcentrum (kinderspeelhal zeer groot) 3.4 7.4 100m2 BVO Kinderboerderij (stadboerderij) 1.4 7.2 Gemiddelde boerderij Manege (paardenhouderij) 0.5 0.8 Box Dierenpark 4.0 12.0 Ha. netto terrein Attractie- en pretpark n.v.t. 12.0 Ha netto terrein Volkstuinen 1.1 1.5 10 tuinen Plantentuin (botanische tuin) 5.0 13.0 Gemiddelde tuin Camping/ Kampeerterrein 1.3 1.3 standplaats Bungalowpark (huisjescomplex) n.v.t. 1.8 Bungalow Hotel 1* 0.7 2.6 10 kamers Hotel 2 ** 2.1 4.5 10 kamers Hotel 3 *** 2.9 5.7 10 kamers Hotel 4 **** 4.8 8.0 10 kamers Hotel 5 ***** 7.5 11.8 10 kamers Cafe/ bar/ cafetaria 5.0 8.0 100m2 BVO Restaurant 6.0 8.0 100m2 BVO Discotheek 11.9 22.8 100m2 BVO Evenementenhal/ beursgebouw/ congresgebouw) 5.0 11.0 100m2 BVO Huisartsenpraktijk huisartsencentrum 2.5 3.5 behandelkamer Apotheek 2.6 3.6 Apotheek Fysiopraktijk Fysio centrum 1.4 2.2 Behandelkamer Consultatiebureau 1.5 2.4 Behandelkamer Consultatiebureau voor ouderen 1.5 2.1 Behandelkamer Tandartsenpraktijk Tandartsencentrum 1.9 2.8 Behandelkamer Gezondheidscentrum 1.8 2.7 Behandelkamer Ziekenhuis 1.6 2.0 100m2 BVO Crematorium 25.1 35.1 (deels) gelijktijdige plechtigheid Begraafplaats 26.6 36.6 (deels) gelijktijdige plechtigheid Penitentiaire inrichting 1.9 3.5 10 cellen Religiegebouw 0.1 0.2 Zitplaats Verpleeg en verzorgingstehuis 0.5 0.7 Wooneenheid Kinderdagverblijf (creche) 1.1 1.5 100m2 BVO Basisonderwijs 0.5 1.0 Leslokaal Middelbare school 3.6 5.9 100 leerlingen ROC 4.4 6.9 100 leerlingen HBO 8.1 12.9 100 studenten Universiteit 13.4 18.8 100 studenten Avondonderwijs 4.7 7.9 10 studenten Bijlage 1D Aanwezigheids percentages Werkdag ochtend Werkdag middag Werkdag avond Werkdag nacht Koop-avond * Vrijdag middag Vrijdag avond Zaterdag middag Zaterdag avond Zondag middag Woningen bewoners 60 60 90 100 80 70 70 75 80 75 Woning bezoekers 40 50 75 0 70 60 100 100 100 90 Kantoren/ bedrijven 100 100 5 0 5 60 0 0 0 0 Commerciële dienstverlening 100 100 5 0 75 100 5 0** 0 0 Detail handel 30 60 10 0 75 60 60 100 0*** 60 Grootschalige detailhandel 3 60 70 0 80 60 70 100 0*** 0**** Supermarkt 50 60 40 0 80 80 80 100 40 60 Sportfuncties binnen 50 50 100 0 100 40 100 100 100 75 Sportfuncties buiten 25 25 50 0 50 25 50 100 25 100 Bioscoop/ theater/ podium 5 40 50 0 50 40 100 40 100 40 Sociaal medisch: arts, therapeut, consultatie 100 100 10 0 10 75 0 0 0 0 Verpleeghuis/ verzorgingshuis 100 100 50 25 50 100 50 100 100 100 Ziekenhuis: patiënten inclusief bezoek 100 100 40 5 40 100 40 40 40 40 Ziekenhuis medewerkers 100 100 40 10 40 100 40 20 20 20 Restaurant ***** 30 40 80 0 80 60 90 70 100 40 Dag onderwijs 100 100 0 0 0 100 0 0 0 0 Avond-onderwijs 0 0 100 0 100 0 100 0 0 0 * indien sprake van een traditionele koopavond ** Indien op zaterdag op: 100% *** Indien s avonds open: 70% **** indien koopzondag: 100% ***** hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij de verschillende typen restaurants noodzakelijk In gevallen waarin deze tabel afwijkt van tabel 13 uit CROWpublicatie744 parkeerkencijfers 2024, is de CROW publicatie maatgevend 2A Oud-Loosdrecht 2BNieuw-Loosdrecht 2CKortenhoef 2DNederhorst 2EHorstermeer 2FSlenk en Loodijk 2G‘S-Gravelandsevaartweg 2HDe Zodde 2IAnkeveen II Toelichting bij de artikelen Algemeen Deze beleidsregel geeft het beoordelingskader voor aanvragen waarbij sprake is van parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat ieder initiatief voorziet in voldoende parkeerruimte om functies bereikbaar en leefbaar te houden. De normen zijn minimum-normen. De parkeerbehoefte kan in enkele gevallen lager uitvallen, bijvoorbeeld wanneer verschillende functies gebruik maken van dezelfde parkeerplaatsen op verschillende tijdstippen (dubbelgebruik). Bij functiewijzigingen wordt rekening gehouden met de parkeerbehoefte van de bestaande, legale situatie (het rechtens verkregen niveau). Dit betekent dat eerst de parkeerbehoefte van de oude functie wordt bepaald. Deze mag worden afgetrokken van de parkeerbehoefte van de nieuwe functie, zodat alleen het verschil moet worden gerealiseerd. Als de nieuwe functie een lagere parkeerbehoefte heeft, hoeven bestaande parkeerplaatsen niet te worden opgeheven. Artikel 3 – Voorwaarde voor vergunningverlening De vergunning kan alleen worden verleend wanneer in het initiatief voldoende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Daarmee wordt voorkomen dat de parkeerdruk verschuift naar de openbare ruimte en de bereikbaarheid of leefbaarheid onder druk komt te staan. Artikel 4 – Aanwijzingen Binnen de gemeente gelden verschillende parkeernormen afhankelijk van de ligging van een initiatief. Er wordt onderscheid gemaakt tussen locaties in de kern en in het landelijk gebied. De contouren zijn vastgelegd in bijlage
  3. De rood gearceerde delen zijn daarin aan te merken als kern – de overige gebieden zijn landelijk gebied. De reden voor dit onderscheid is dat de parkeerdruk en het gebruik van de auto niet overal gelijk zijn. In de kernen is doorgaans meer verharding, meer voorzieningen op korte afstand en betere alternatieven zoals fiets of openbaar vervoer. In het landelijk gebied zijn de afstanden groter en is men sterker afhankelijk van de auto. Daarom is de parkeernorm in het landelijk gebied hoger. Voor de kerngebieden sluiten wij aan bij de CROW-richtlijnen voor de categorie weinig stedelijk / schil centrum. Voor het landelijk gebied sluiten wij aan bij de categorie niet stedelijk / rest bebouwde kom. Dit zorgt voor aansluiting bij landelijk gehanteerde normen en maakt de beoordeling transparant en consistent. Artikel 5 – Rekenregels locaties parkeervoorzieningen Bij het bepalen van de parkeerbehoefte gelden de parkeerkencijfers in bijlage
  4. Voor woningen komt daar een bezoekersaandeel bij, omdat bewoners doorgaans over eigen terrein beschikken maar ook bezoekers een plek moeten kunnen vinden. Parkeerplaatsen op eigen erf tellen volledig mee. Bij woningen wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen voorzieningen. Zo telt een volwaardige oprit voor één of twee parkeerplaatsen volledig mee. Voor garages wordt, conform landelijke richtlijnen en jurisprudentie, gerekend met 0,4 parkeerplaats. Dit komt doordat garages in de praktijk veelvuldig voor andere doeleinden worden gebruikt dan parkeren, zoals opslag. Door hiermee rekening te houden wordt voorkomen dat de parkeercapaciteit op papier hoger lijkt dan zij feitelijk is. Parkeerplaatsen buiten het eigen erf mogen meetellen als ze duurzaam beschikbaar zijn voor de functie (bijvoorbeeld via eigendom of een langjarig gebruiksrecht) en binnen aanvaardbare loopafstand liggen (bijlage 1B). Voor functies als winkelen en werken geldt dat de maximaal aanvaardbare loopafstand afhankelijk is van het type functie. De bandbreedte van 200 tot 600 (of soms 800) meter geeft de mogelijke bovengrens aan. De exacte afstand wordt per geval bepaald, waarbij zwaardere functies of functies met een langduriger verblijf doorgaans een langere aanvaardbare loopafstand kennen dan lichte functies met kort bezoek. Bestaande openbare parkeerplaatsen kunnen alleen meetellen wanneer de bestaande functie hier al gebruik van maakte en de parkeerdruk in de nieuwe situatie niet toeneemt. Als er wel een grotere behoefte ontstaat, moet het verschil door de initiatiefnemer zelf worden opgelost. Gehandicaptenparkeervoorzieningen als bedoeld in artikel 7 tellen volledig mee bij het bepalen of in de parkeerbehoefte wordt voorzien. Artikel 7 stelt uitsluitend aanvullende kwaliteitseisen aan de uitvoering en ligging van een deel van de parkeerplaatsen, niet een extra kwantitatieve eis. Artikel 6 – Anti-dubbeltelling De anti-dubbeltelbepaling vormt een belangrijk onderdeel van het parkeerbeleid. Het uitgangspunt is eenvoudig: één parkeervoorziening mag maar voor één functie meetellen. Dat voorkomt dat dezelfde parkeerplaatsen meerdere keren worden “ingeboekt” en de feitelijke parkeerdruk wordt onderschat. Op die manier blijft het voorzieningenniveau in balans met de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied. Tegelijkertijd erkent de beleidsregel dat parkeerplaatsen in de praktijk niet altijd door één functie exclusief worden gebruikt. Op veel locaties is het mogelijk en wenselijk dat functies parkeerplaatsen delen. Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van kantoren en horeca, of een recreatieterrein waar verschillende activiteiten naast elkaar plaatsvinden. Om zulke situaties goed te faciliteren zonder de parkeerdruk te onderschatten, biedt dit artikel twee routes voor dubbelgebruik. Lid 1 – Hoofdregel De hoofdregel legt de basis: één parkeervoorziening mag niet voor meerdere functies tegelijk meetellen bij het berekenen van de parkeerbehoefte. Zonder deze regel zou het mogelijk zijn om bij meerdere ontwikkelingen dezelfde parkeerplaatsen te gebruiken om aan de norm te voldoen, wat leidt tot overbelasting en een tekort aan parkeerplaatsen in de praktijk. Lid 2 – Uitzonderingen In sommige situaties kan dubbelgebruik echter verantwoord zijn. Daarvoor gelden strikte voorwaarden. De bepaling maakt onderscheid tussen twee typen situaties: 2a – Dubbelgebruik in de tijd De eerste situatie betreft functies die elkaar in de tijd niet overlappen in hun parkeerbehoefte. Bijvoorbeeld: een kantoor dat overdag open is en een restaurant dat ’s avonds de meeste bezoekers trekt. Omdat de piekmomenten niet samenvallen, kunnen beide functies dezelfde parkeerplaatsen gebruiken zonder dat dit leidt tot een tekort. De toetsing gebeurt op basis van aanwezigheidspercentages (bijlage 1D). Deze percentages geven per type functie en per dagdeel inzicht in het aandeel van de parkeervraag dat aanwezig is. Door die cijfers te gebruiken kan objectief worden beoordeeld of dubbelgebruik daadwerkelijk mogelijk is. Daarnaast geldt dat de parkeervoorziening openbaar toegankelijk moet zijn. Dat voorkomt dat een functie een terrein claimt waardoor een andere functie er in de praktijk geen gebruik van kan maken. 2b – Aanvullend en ondersteunend gebruik De tweede situatie betreft combinaties van functies die nauw met elkaar samenhangen, bijvoorbeeld een recreatieterrein met een camping en een zeilschool of horecagelegenheid. In zulke gevallen is de parkeerbehoefte niet simpelweg gespreid in de tijd, maar overlappen de gebruikersgroepen deels. Het gaat dan om functies die feitelijk één samenhangend geheel vormen. Bij deze variant moet aannemelijk zijn dat de functies elkaar daadwerkelijk ondersteunen en dat multifunctioneel gebruik van de parkeerplaatsen feitelijk mogelijk is en blijft. Bijvoorbeeld doordat de voorzieningen op hetzelfde terrein liggen en gezamenlijk worden geëxploiteerd. Om te voorkomen dat de parkeerbehoefte wordt overschat, wordt de gezamenlijke parkeerbehoefte berekend door de afzonderlijke normen bij elkaar op te tellen en daarvan de laagste norm af te trekken. Zo wordt dubbel tellen voorkomen, maar blijft er voldoende marge over om de totale parkeerdruk goed te dekken. Deze methode is ook geschikt wanneer er meer dan twee functies gecombineerd worden: in dat geval wordt altijd slechts de laagste norm afgetrokken, zodat de overige parkeerdruk volledig wordt meegenomen. Artikel 7 – Gehandicaptenparkeervoorzieningen Bij functies met een grotere parkeeropgave (sociaal-maatschappelijke functies) moet altijd een deel van de parkeerplaatsen geschikt zijn voor gehandicapten. Daarmee wordt geborgd dat ook mensen met een beperking dichtbij de toegang kunnen parkeren. Artikel 8 – Kwaliteitseisen Alle parkeervoorzieningen moeten voldoen aan de kwaliteitsnormen van NEN
  5. Deze norm waarborgt dat parkeervoorzieningen bruikbaar, veilig en functioneel zijn. Daarmee sluit deze beleidsregel aan bij de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en het gemeentelijke Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Deze documenten hanteren dezelfde kwaliteitsnormen, zodat consistentie ontstaat tussen vergunningverlening, beleidsregels en de inrichting van de openbare ruimte. Artikel 9 en 10 – Overgang en inwerkingtreding De overgangsbepaling regelt dat lopende aanvragen niet opnieuw hoeven te worden getoetst aan deze beleidsregel. De nieuwe beleidsregel geldt alleen voor aanvragen die zijn ingediend na inwerkingtreding. III Algemene toelichting Met deze actualisatie worden de Beleidsregel parkeernormen 2015 en de daarin opgenomen parkeerkencijfers vervangen. Aanleiding is de publicatie van de CROW-richtlijn parkeerkencijfers 2024 (publicatie 744). Parkeerkencijfers veranderen door de jaren heen als gevolg van wijzigingen in autobezit en -gebruik. Door actualisatie sluiten de normen beter aan op de huidige praktijk. Motie en coalitieakkoord In lijn met de door de raad aangenomen motie “herziening parkeernorm sociale koop” en het coalitieakkoord 2024–2026 wordt de parkeernorm voor sociale en betaalbare koopappartementen gelijkgesteld aan die van sociale huurappartementen. Actualisatie CROW-cijfers Voor alle functies zijn de parkeerkencijfers en aanwezigheidspercentages geactualiseerd op basis van de CROW publicatie
  6. Waar de richtlijn bandbreedtes geeft, hanteert de gemeente het gemiddelde van de bandbreedte. Daarmee worden zowel bestaande bewoners en bedrijven als nieuwe initiatieven zo goed mogelijk gediend. Om de overgang van de Beleidsregels parkeernormen 2015 zachter te maken is gekozen om daar maximaal 20% van af te wijken richting de normen van het CROW. Zo wordt voorkomen dat de nieuwe norm tot extreme parkeerdruk leidt. Een belangrijk verschil met eerdere richtlijnen is dat bewonersparkeren en bezoekersparkeren afzonderlijk worden getoetst. Dit sluit beter aan bij de praktijk waarin bewoners vaak op eigen terrein parkeren en bezoekers zijn aangewezen op openbaar toegankelijke parkeerplaatsen. Uitgangspunten ongewijzigd De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling is verantwoordelijk voor het realiseren van de parkeerbehoefte die het plan veroorzaakt. Parkeren vindt zoveel mogelijk plaats op eigen terrein. De gemeente toetst plannen aan deze beleidsregel en houdt toezicht op naleving. Bestaande parkeerproblemen en seizoensinvloeden maken geen onderdeel uit van de parkeernormen en worden op andere manieren aangepakt. Ook vrachtwagenparkeren en specifieke beleidskeuzes rond deelmobiliteit vallen buiten deze actualisatie. Beleidsarm karakter De actualisatie is beleidsarm: alleen de parkeerkencijfers zijn geactualiseerd en de motie sociale koop is verwerkt. De juridische en systematische opbouw van de beleidsregel is gemoderniseerd en in lijn gebracht met de Omgevingswet, zonder inhoudelijk nieuwe beleidskeuzes te maken. Hardheidsclausule In artikel 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht is verwoord dat het bevoegde bestuursorgaan de beleidsregels respecteert, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Concreet betekent dit dat het college van B&W de bevoegdheid heeft om af te wijken van de beleidsregel, als zich bijvoorbeeld een situatie voordoet waarin één of meerdere belanghebbenden onevenredig worden benadeeld door toepassing van deze beleidsregel. Indien gebruik gemaakt wordt van deze zogenaamde "hardheidsclausule" dient dit onderbouwd en beargumenteerd te worden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.