Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 december, kenmerk PZH-2025-883443075 (DOS-2024-0002967), tot vaststelling van de Subsidieregeling natuurmaatregelen Zuid-Holland 2026 (Subsidieregeling uitvoeringsprogramma Natuur Zuid-Holland 2026)Gedeputeerde staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 1.3 en artikel 7.1, onderdeel e, onder 2o, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; Overwegende dat gedeputeerde staten, gelet op artikel 2.18, eerste lid, onderdeel g, en artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet, in samenhang met artikel 3.59 en artikel 7.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, verantwoordelijk zijn voor het treffen van maatregelen voor Natura 2000-gebieden en voor de aanwijzing en bescherming van het Natuurnetwerk Nederland; Overwegende dat de provincie Zuid-Holland op 1 november 2024 op grond van de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase een eenmalige specifieke uitkering Uitvoeringsprogramma Natuur voor de periode 2024-2032 heeft ontvangen voor natuurherstel met het oog op een duurzame instandhouding van de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en overige gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland waar de Kritische Depositiewaarde wordt overschreden; Overwegende dat de in de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase bedoelde maatregelen zijn vastgelegd in het Provinciaal uitvoeringsprogramma en deels door derden worden uitgevoerd waardoor het noodzakelijk is dat gedeputeerde staten door middel van subsidies financieel bijdragen in de hieraan verbonden kosten; Overwegende dat de te subsidiëren activiteiten in overeenstemming zijn met hoofdstuk I en artikel 53 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L187); Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling uitvoeringsprogramma Natuur Zuid-Holland 2026 Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland; kerngebied Delta: het geheel van de Natura 2000-gebieden Krammer-Volkerak, Biesbosch en Grevelingen; kerngebied Duinen: het geheel van de Natura 2000-gebieden Coepelduynen, Duinen Goeree & Kwade Hoek, Kennemerland-Zuid, Meijendel & Berkheide, Solleveld & Kapittelduinen, Voornes Duin en Westduinpark & Wapendal; kerngebied Veenweide: het geheel van de Natura 2000-gebieden Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein, Lingegebied en Diefdijk Zuid en Nieuwkoopse Plassen & De Haeck; Natura 2000-beheerplan: beheerplan als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet; Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.
- van de Omgevingswet en waar stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten voorkomen; natuurdoelanalyse: ecologische analyse van de staat van instandhouding van habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden in het kader van artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn, die als uitgangspunt dient voor het identificeren van knelpunten, benodigde ecologische condities en maatregelen voor het halen van de natuurdoelen; natuurgebied: Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten voorkomen en een buiten Natura 2000-gebied gelegen gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland met stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten voorkomen; natuurmaatregel: activiteit, beschreven in het Provinciaal uitvoeringsprogramma; Natuurnetwerk Nederland: netwerk van gebieden als bedoeld in artikel 7.6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; onderneming: rechtspersoon die economische activiteiten uitvoert, ongeacht de wijze waarop zij wordt gefinancierd; onderneming in moeilijkheden: onderneming als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; Provinciaal uitvoeringsprogramma: programma, zoals opgenomen in de door gedeputeerde staten vastgestelde aanvraag van 2 juli 2024, kenmerk PZH-2024-851848355, om subsidie op grond van de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase, dat maatregelen bevat om de condities van stikstofgevoelige habitats in natuurgebieden in de provincie Zuid-Holland te verbeteren; SPUK: Regeling Specifieke uitkering Programma natuur 2e fase; stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten: habitattypen en leefgebieden van soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen en waarvoor de kritische depositiewaarde lager is dan 34 kg N/ha/jaar of 2.400 mol/ha/jaar en waarvan de kritische depositiewaarde dreigt te worden overschreden. Artikel2Subsidiabele activiteiten 1.Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende natuurmaatregelen: maatregelen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit; aanleg van bos in het kader van compensatie voor bosgebied dat vanaf 1 januari 2017 is gekapt of uiterlijk in 2030 wordt gekapt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in een Natura-2000-gebied. 2.Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie; 3.De activiteit draagt bij aan het realiseren van de condities die nodig zijn voor het bereiken van instandhoudingsdoelstellingen in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden; 4.Voor de toepassing van het eerste lid worden Natura 2000-gebieden erkend als natuurerfgoed als bedoeld in artikel 53, tweede lid, onder b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. Artikel3Doelgroep Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan: publiekrechtelijke rechtspersonen, die krachtens eigendom, erfpacht of een beheerovereenkomst zeggenschap hebben over het natuurgebied waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met uitzondering van Staatsbosbeheer; rechtspersonen die waterwinning tot doel hebben en die krachtens eigendom, erfpacht of een beheerovereenkomst zeggenschap hebben over het natuurgebied waarvoor subsidie wordt aangevraagd; privaatrechtelijke rechtspersonen die kennelijk zijn opgericht ten behoeve van het beheer van grond of water, waarvan de eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de rechtspersonen, bedoeld in de onderdelen a en b. Artikel4Subsidievereisten 1.Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten: de activiteit draagt bij aan de gunstige staat van instandhouding van stikstofgevoelige natuurlijke habitats of leefgebieden van soorten die beschermd worden op grond van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn; de activiteit past binnen de doelen die zijn opgenomen in het voor het Natura 2000-gebied vastgestelde Natura 2000-beheerplan dan wel de Natuurdoelenanalyse; de maatregel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, is opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit; de activiteit wordt uitgevoerd binnen het grondgebied van Zuid-Holland; de activiteit wordt doelmatig uitgevoerd. 2.De vereisten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, zijn niet van toepassing op de aanleg van bos als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b. Artikel5Weigeringsgronden 1.In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie als bedoeld in artikel 2 geweigerd: voor zover aan de aanvrager subsidie kan worden verstrekt voor dezelfde natuurmaatregel op grond van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur- en Landschap Zuid-Holland 2013; voor zover subsidie is verstrekt voor dezelfde natuurmaatregel en daardoor het totaal aan subsidie meer bedraagt dan 100% van de subsidiabele kosten van de natuurmaatregel; indien de kosten van de natuurmaatregel waarvoor subsidie is aangevraagd naar het oordeel van gedeputeerde staten niet voldoende in verhouding staan tot het te bereiken effect; indien de activiteit niet uitvoerbaar is wegens strijd met bestaande wet- en regelgeving; indien de activiteit voortvloeit uit een wettelijke verplichting om compenserende maatregelen te treffen als bedoeld in artikel 8.74b, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; de subsidie verstrekt wordt aan een onderneming in moeilijkheden. 2.In afwijking van artikel 2.6, tweede lid, van de Asv, wordt een subsidie als bedoeld in artikel 2 niet geweigerd voor zover de te subsidiëren activiteit reeds in uitvoering is voordat de aanvraag is ingediend, mits de activiteit niet is aangevangen voor 1 januari
- Artikel6Aanvraagperiode In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend van 2 januari 2026 tot en met 31 maart
- Artikel7Aanvraagvereisten Naast de gegevens die ingevolge het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Asv, worden verstrekt, gaat de aanvraag vergezeld van een investeringsplan dat tenminste bevat: een beschrijving van de uitgangssituatie; een omschrijving van de te treffen natuurmaatregelen; de oppervlakte waarop de natuurmaatregelen zullen worden uitgevoerd; de motivering voor het treffen van de natuurmaatregelen; de met de natuurmaatregelen beoogde eindsituatie van het natuurgebied, waarbij minimaal het beoogde natuurdoel en de oppervlakte daarvan wordt aangegeven; een beschrijving van de wijze waarop het beoogde natuureffect wordt gemonitord; een tijdplanning waarbinnen de natuurmaatregelen worden gerealiseerd; een gespecificeerde begroting; één of meerdere topografische kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de grenzen van het natuurgebied waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn aangegeven. Artikel8Subsidieplafonds 1.Gedeputeerde staten stellen het plafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op € 22.593.139,- 2.Het plafond wordt als volgt verdeeld: maximaal € 21.610.000,- is beschikbaar voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, in het kerngebied Duinen; maximaal € 285.000,- is beschikbaar voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, in het kerngebied Veenweide; maximaal € 0,- is beschikbaar voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, in het kerngebied Delta; maximaal € 698.139,- is beschikbaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voor de aanleg van bos in het kader van boscompensatie. Artikel9Subsidiehoogte 1.De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de in artikel 11 genoemde subsidiabele kosten. 2.Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 50.000,00 wordt de subsidie niet verstrekt. 3.Onverminderd het eerste lid is de te verstrekken subsidie niet hoger dan het verschil tussen de in aanmerking komende kosten en de exploitatiewinst van de investering. De exploitatiewinst wordt in mindering gebracht op de in aanmerking komende kosten, hetzij vooraf op basis van redelijke prognoses, hetzij via een terugvorderingsmechanisme. Artikel10Verdelingswijze 1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. 3.Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij: de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt; de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie; subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die al dan niet gedeeltelijk gehonoreerd kunnen worden. Artikel11Subsidiabele kosten 1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking: kosten voor het laten opstellen van een plan voor de uitvoering van natuurmaatregelen; kosten van maatregelen voor herstel of aanleg van landschappelijke elementen; kosten van maatregelen gericht op de wijziging van de waterhuishouding; kosten voor grondverzet; kosten voor het plaatsen van een raster; kosten voor afvoer van grond; kosten voor de verwijdering van opstallen; kosten voor de verwijdering van begroeiing en beplanting; kosten voor maatregelen tot wijziging van de feitelijke bereikbaarheid van een natuurgebied, waaronder in ieder geval is begrepen de aanleg of het herstel van wegen en paden; kosten van aanloopbeheer, zijnde beheer dat noodzakelijk is in de periode tussen inrichting en het reguliere beheer om het beoogde beheertype te realiseren; overige kosten voor zover noodzakelijk in verband met de desbetreffende natuurmaatregel. Artikel12Niet subsidiabele kosten De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie als bedoeld in artikel 2: kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de bouw van opstallen; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor de aanleg van parkeergelegenheid; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in het eerste lid; kosten verband houdend met de uitvoering van wettelijke verplichtingen of een bestaand convenant, regeling of afspraak. Artikel13Verplichtingen van de subsidieontvanger 1.In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidieontvanger dient uiterlijk op 15 augustus 2030 een aanvraag tot subsidievaststelling in bij gedeputeerde staten; de subsidieontvanger monitort de subsidiabele activiteiten volgens het investeringsplan; voor zover van toepassing levert de subsidieontvanger de gegevens aan die gedeputeerde staten nodig hebben voor monitoring, rapportage en verantwoording voor het Programma Natuur en het Natuurpact.
- Gedeputeerde staten kunnen in de beschikking tot subsidieverlening aanvullende verplichtingen opleggen. Artikel14Verantwoording Gedeputeerde staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. Artikel15Bevoorschotting en betaling 1.Het voorschot voor subsidies van € 50.000 en hoger bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag. 2.Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald. Artikel16Staatssteun Indien de aanvrager een onderneming is wordt de subsidie verleend met toepassing van artikel 53 van de algemene groepsvrijstellingsverordening. Artikel17Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel18Werkingsduur en overgangsrecht Deze regeling vervalt op 1 januari 2032, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. Artikel19Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling uitvoeringsprogramma Natuur Zuid-Holland 2026 Den Haag, 9 december 2025Gedeputeerde staten van Zuid-Hollanddrs. M.J.A. van Bijnen, secretarismr. A.W. Kolff, voorzitterBijlage1behorende bij artikel 2, eerste lid, onder a, van Subsidieregeling uitvoeringsprogramma Natuur Zuid-Holland 2026 De in deze bijlage opgenomen natuurmaatregelen zijn geselecteerd uit het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Natuur en zijn gerangschikt per kerngebied Duinen, Delta en Veenweide. Duinen Gebied SPUK nummer Habitattype Maatregel Coepelduynen 96-PN2-18 H2130 H2180 Inrichting noord-west Coepelduynen Coepelduynen 96-PN2-02 H2120, H2130A Aanbrengen stuifschermen middenduin Coepelduynen 96-PN2-05 H2180C Gebiedsvreemde soorten verwijderen Coepelduynen 96-PN2-09 H2120, H2130A Verwijderen duindoorn zeereep Coepelduynen 96-PN2-12 H2130 H2190 Maaien rimpelroos vegetaties als herstelmaatregel Coepelduynen 96-PN2-13 H2130 Verwijderen rimpelroos vegetatie Zeereep Coepelduynen 96-PN2-17 H2130 H2190 Aanbrengen antiverstuivingsmaatregelen Duinen Goeree & Kwade Hoek 101_PN2_8 H2130A, A2190, H2120, H2180, H2160 Vervolg + uitvoering dynamisering vuurtorenduin Duinen Goeree & Kwade Hoek 101_PN2_9 H2130A,B, H2120, H1014, H1340, H2190, H2180 Exotenbeheersing alle deelgebieden onderzoek en uitvoering binnen N2000 Duinen Goeree & Kwade Hoek 101_PN2_11 H2130B Nabeheer grondwerk herstel grijs duin (Westduinen) Duinen Goeree & Kwade Hoek 101_PN2_12 H2190B Nabeheer grondwerk herstel vochtige duinvallei (Westduinen) Duinen Goeree & Kwade Hoek 101_PN2_13 H2130B Nabeheer grondwerk herstel grijs duin ten noorden Klarebeekweg (Westduinen) Kennemerland-Zuid ZH-deel 88-PN2-22 H2130B Omvorming Adelaarsvarenruigte naar H2130, circa 3ha Kennemerland-Zuid ZH-deel 88-PN2-33 H2130 Uitvoeren herintroductie konijnen Kennemerland-Zuid ZH-deel 88-PN2-01 H2120, H2130A Dynamisering zeereep (herprofilering/kerven in de zeereep, max. 8) Kennemerland-Zuid ZH-deel 88-PN2-06 H2110 Rasters verplaatsen t.b.v. H2110 embryonaal duin (aangroei buiten huidige begrenzing/rasters) Kennemerland-Zuid ZH-deel 88-PN2-08 H2120, H2130A, H2130B Kleinschalige verstuivingen aanleggen + nabeheer Kennemerland-Zuid ZH-deel 88-PN2-14 H2180, H2120 Exotenbeheer Kennemerland-Zuid ZH-deel 88-PN2-17 H2180 Omvorming Naaldbos H0000 naar H2190,H2130,H2180, uitwerking van Pva Omvorming Naaldbos wat uitgevoerd is ihkv SP1 Kennemerland-Zuid ZH-deel 88-PN2-19 H2120, H2130A Verwijderen duindoorn Meijendel-Berkheide 97-PN2-08 H2120, H2130A Kerven maken in de zeereep Meijendel-Berkheide 97-PN2-09 H2120, H2130A, H2130B, H2160 Reactiveren van oude vastgelegde (dat wil zeggen door overmatige stikstofdepositie (semi)dichtgegroeide bestaande) stuifkuilen Meijendel-Berkheide 97-PN2-11 H2130A Abelen verwijderen Meijendel-Berkheide 97-PN2-14A H2120, H2130A, H2130B, H6430A Terugdringen bosareaal en verstruweling periode 2024-2027 Meijendel-Berkheide 97-PN2-15 H2130A, H2130B, H2160 Exotenbestrijding Meijendel-Berkheide 97-PN2-16A H2130A, H2130B, H2190B Ondiep afplaggen periode 2024-2027 Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_27 H2130B Aanleg van stuifplekken Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_22 H2130, H2180 duinbos dijkviltbraam bestrijden Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_49 H2110, H2130, H2180, H2190 Herinrichting recreatieve voorzieningen en parkeerplaatsen ter ondersteuning van de recreatiezonering Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_26 H2130A Faciliteren doorstuiven vanuit zeereep Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_29 H2120 (Lokaal) verwijderen struwelen en vergrassing in zeereep Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_32 H2130, H2160, H2180, H2190 Nabeheer herinrichting Vafamil terrein als N2000 Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_20 H2150, H2180A, H2180C Exoten verwijderen Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_21 H2160 Duindoorn verwijderen Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_45 H2110 Begrenzing N2000 aanpassen en rasters verplaatsen Solleveld & Kapittelduinen 99_PN2_30 H2130A Dynamiek verlagen in de Vandixhoorndriehoek Voornes Duin 100_PN2_10 N.t.b. Bevorderen ontwikkeling alkalische kalkmoeras Schapenwei Voornes Duin 100_PN2_12 H2120, H2130A Kwaliteitsverbetering witte duinen/grijze duinen net achter de zeereep door reactivering van stuifkuilen Voornes Duin 100_PN2_15 H2130A, H2190B Nabeheer openmaken grijs duin en natte duinvallei (incl. vervolg DvO3) Voornes Duin 100_PN2_16 H2190A Vervolg Duinen van Oostvoorne4 Wegvangen van exotische vissen (koikarper, schubkarper, goudvis, zonnebaars) en schonen en baggeren Voornes Duin 100_PN2_20 H2130C Vervolg Duinen van Oostvoorne6 werkzaamheden Heveringen openmaken grijs duin (heischraal) door kleinschalig plaggen Voornes Duin 100_PN2_24 H2130A,C, H2190 Herstelmaatregel t.b.v. H2130A, C en H2190 op locatie Heveringen Voornes Duin 100_PN2_19 H1340 Vervolg Groene Strand, 3 Maatregelen t.b.v. vernatting centrale deel Voornes Duin 100_PN2_21 H2180 Bestrijding esdoorns in duinbos Westduinpark & Wapendal 98_PN2_02 H2120, H2130A Aanleg kerven zeereep Westduinpark & Wapendal 98_PN2_04 H2120 Verwijderen exoten zeereep Westduinpark & Wapendal 98_PN2_11 H2130A Verwijderen exoten en opslag esdoorn De Natte pan, De Plak en Radio Scheveningen Westduinpark & Wapendal 98_PN2_30 H2130/H2160/H2180 exoten verwijderen: rimpelroos, mahonie, jap duizendknoop, etc Westduinpark & Wapendal 98_PN2_06 H2120, H2160, H2180A, H2180C Recreatieve drukverlagende maatregelen uitvoeren Westduinpark & Wapendal 98_PN2_07 H2130A Herorienteren strandslagen in zeereep ivm verstuiving Westduinpark & Wapendal 98_PN2_19 H2180A, H2180C Gebiedsvreemde soorten verwijderen en naaldbos Bosjes van Poot Bos Westduinpark & Wapendal 98_PN2_21 H2130A Onderzoek stortlocatie de Plak Westduinpark & Wapendal 98_PN2_23 H2130A, H2160 Onderzoek parkeerplaats uitplaatsen Natte Pan Delta Gebied SPUK nummer Habitattype Maatregel Biesbosch 112_PN2_3 H6120 Verwijderen steenbestorting en stenen plaatsen in depot t.b.v. verbeteren kwaliteit en uitbreiding van Stroomdalgrasland (H6120) Krammer-Volkerak 114_PN2_2 H1310A, broedvogels van kale grond Optimaliseren beheer en inrichting voor kustbroedvogels incl. periodieke reset voor bestaande eilanden Krammer-Volkerak 114_PN2_4 H2190B, H6430B en H6430C Langdurig bestrijden guldenroede Veenweide Gebied SPUK nummer Habitattype Maatregel Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein 104_PN2_18 H6510B Herstel oevers (verminderen afkalving en uitspoeling) Lingegebied & Diefdijk Zuid 089_PN2_03 H6510 herstel glanshaverhooiland Avelingen Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 103_PN2_01 H3140, H3150, H4010B, H6410, H7140A, H7140B, H7210 Verbeteren buffercapaciteit oppervlaktewater (pilot bekalken oppervlaktewater irt trilvenen) Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 103_PN2_04 H91D0 Rooien en plaggen niet kwalificerend bos tbv bestrijden appelbes en herstel hoogveenbos Nieuwkoopse Plassen & De Haeck 103_PN2_15 H3140 Monitoring waterkwaliteit maatregelen de Pot Toelichting behorende bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 december, kenmerk PZH-2025-883443075 (DOS-2024-0002967), tot vaststelling van de Subsidieregeling natuurmaatregelen Zuid-Holland 2026 Deze subsidieregeling is gebaseerd op de Regeling specifieke uitkering programma natuur, 2e fase. Op grond van deze rijksregeling heeft de provincie Zuid-Holland op 1 november 2024 subsidie ontvangen voor de uitvoering van het Programma Natuur in de periode 2024–
- Het Programma Natuur heeft tot doel de condities te realiseren die noodzakelijk zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden, alsmede voor een goede staat van instandhouding van deze natuurwaarden in andere gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De regeling sluit aan bij de afspraken die Rijk en provincies hebben gemaakt in het Natuurpact
(2013)en het Uitvoeringsprogramma Natuur. Met de extra financiële impuls wordt ingezet op herstelmaatregelen, zoals hydrologisch herstel, het tegengaan van verzuring en vermesting, het versterken van leefgebieden en de aanleg van ecologische verbindingen. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het verbeteren van de kwaliteit en weerbaarheid van de natuur en aan de realisatie van de landelijke natuurdoelen. De uitvoering van deze maatregelen doet de provincie met uitvoerende partners en met name de terrein beherende organisaties. Een deel van de TBO’s kan gebruik maken van een bestaande subsidieregeling: de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls natuur en landschap 2013 (SKNL) en het Openstellingsbesluit SKNL Uitvoeringsprogramma Natuur Zuid-Holland
- Dit geldt (met uitzondering van Staatsbosbeheer) echter niet voor publiekrechtelijke rechtspersonen (zoals gemeenten en waterschappen) en de drinkwaterbedrijven. De SKNL sluit deze partijen uit als begunstigde. Onderhavige subsidieregeling biedt voor (een deel van) de TBO’s een grondslag om subsidie aan te vragen voor uitvoering van natuurmaatregelen in en rond natuurgebieden die daarvoor worden aangewezen in de subsidieregeling. I.Algemeen De natuur in Nederland en Zuid-Holland staat onder druk; er zijn brongerichte maatregelen nodig maar ook natuurmaatregelen in en rondom natuurgebieden. Deze maatregelen zijn nodig voor de natuur maar ook randvoorwaardelijk voor een gezonde economie. De provincie is verantwoordelijk voor natuurbeleid. Een van de wettelijke verplichtingen van de provincie is het zorgdragen voor de maatregelen die nodig zijn voor het realiseren van de Natura 2000-doelstellingen en het versterken van natuur in Zuid-Holland. Met het Programma Natuur werken Rijk en provincies gezamenlijk aan vermindering van de negatieve gevolgen van overmatige stikstofdepositie op de natuur en voor de biodiversiteit. Het programma draagt hierdoor bij aan de weerbaarheid en het aanpassingsvermogen van de natuur en daarmee aan het realiseren van de landelijke doelstelling van een gunstige staat van instandhouding overeenkomstig de Habitatrichtlijn voor de onder de reikwijdte van deze richtlijn vallende stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten. Naar aanleiding van Programma Natuur heeft het Rijk voor de tweede keer extra financiële middelen beschikbaar gesteld om via het programma natuur de realisatie van onze natuuropgave (voor stikstofgevoelige natuur en versnelling NNN) een extra impuls te geven. Deze extra middelen komen bovenop de middelen die ooit in het kader van het Natuurpact ter beschikking zijn gesteld. De uitvoering van deze natuurmaatregelen doet de provincie met uitvoerende partners en met name de terrein beherende organisaties. Deze uitvoering wordt grotendeels via bestaande subsidieregelingen gefinancierd, maar een aantal uitvoerende organisaties en een aantal maatregelen passen niet in de bestaande subsidieregelingen. Hiervoor is deze Subsidieregeling natuurmaatregelen Zuid-Holland 2026 (hierna: subsidieregeling) opgesteld. Verhouding tot bestaande regelgeving Algemene wet bestuursrecht en Algemene subsidieverordening Zuid-Holland Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling is vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor gedeputeerde staten, algemene verplichtingen van de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht en de algemene weigeringsgronden. Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling. Europeesrechtelijke aspecten De onderhavige regeling is getoetst op mogelijke staatssteunelementen. Geconstateerd is dat de subsidie die wordt verstrekt op grond van deze regeling kan worden aangemerkt als staatssteun, indien de aanvrager een onderneming is. Het begrip onderneming wordt door het Europese Hof ruim uitgelegd. Volgens het Europese Hof is een onderneming elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Er hoeft geen sprake te zijn van een winstoogmerk. Voldoende is dat met betrekking tot de desbetreffende activiteit concurrentie is op de markt. Derhalve kunnen ook gemeenten en non-profitorganisaties onder het begrip onderneming vallen. Steun aan bijvoorbeeld particulieren levert geen staatssteun op. Provinciale subsidies aan ondernemingen die voldoen aan de staatssteuncriteria moeten in beginsel ter goedkeuring worden aangemeld bij de Europese Commissie. De aanmeldingsplicht kent echter een aantal uitzonderingen. Eén van de uitzonderingen is geregeld in de de-minimisverordening. Subsidie die onder de zogenaamde de-minimisverordening valt levert geen staatssteun op. Deze verordening is in beginsel van toepassing op subsidies waarvan het bruto steunbedrag, ongeacht vorm en doel, voor een onderneming over een periode van drie belastingjaren het plafond van € 200.000,- niet overschrijdt. De subsidieaanvrager dient een de-minimisverklaring te ondertekenen, waarmee wordt aangetoond dat het plafond niet wordt overschreden. Een andere uitzondering is geregeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening. Voor de subsidieverstrekking voor de natuurmaatregelen (paragraaf 2) wordt indien nodig gebruik gemaakt van artikel 53 van de algemene groepsvrijstellingsverordening Indien de aanvrager een onderneming is zal bij de aanvraag beoordeeld worden of de de-minimisverordening van toepassing is of de algemene groepsvrijstellingsverordening. Indien de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is zal de subsidie worden verstrekt met toepassing van hoofdstuk I en 53 van deze verordening en zal er conform deze verordening een kennisgeving van die beschikking worden gedaan aan de Europese Commissie. II. Artikelsgewijs Artikel
- Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor natuurmaatregelen opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit en de aanleg van bos in het kader van compensatie voor bosgebied dat vanaf 1 januari 2017 is gekapt of uiterlijk in 2030 wordt gekapt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in Natura-2000-gebieden. De activiteit moet bijdragen aan het realiseren van de condities die nodig zijn voor het bereiken van instandhoudingsdoelstellingen in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of van een goede staat van instandhouding van natuurgebieden die buiten Natura 2000-gebieden zijn gelegen. Artikel 3 Doelgroep Een subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt (alleen) verstrekt aan partijen die in de SKNL als begunstigden zijn uitgesloten. Dit zijn publiekrechtelijke rechtspersonen (met uitzondering van Staatsbosbeheer), drinkwaterbedrijven en privaatrechtelijke rechtspersonen als deze kennelijk zijn opgericht ten behoeve van het beheer van de gronden van voornoemde partijen. Artikel 5 Weigeringsgronden Een subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt geweigerd in de in dit artikel genoemde gevallen. In artikel 5, eerste lid, onder e, is bepaald dat subsidie wordt geweigerd als de natuurmaatregel voortvloeit uit een verplichting om compenserende maatregelen te treffen. In dat geval dient de natuurmaatregel om de (mogelijke) negatieve gevolgen van een plan of project te compenseren. Dit wordt een (financiële) verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer van het plan of project geacht waarvoor deze verplichting is opgelegd en waarvoor onderhavige subsidieregeling niet is bedoeld. Artikel 7 Aanvraagvereisten Een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden aangevraagd door middel van een aanvraagformulier. Bij de in artikel 7 gestelde aanvraagvereisten is aansluiting gezocht bij de voor de SKNL gestelde eisen. Artikel 9 Subsidiehoogte De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten voor de natuurmaatregelen en dient minimaal € 25.000,00 te bedragen. Ter voorkoming van handelen in strijd met het verbod op staatssteun is in het derde lid vastgelegd dat de te verstrekken subsidie niet hoger mag zijn dan het verschil tussen de subsidiabele kosten en de exploitatiewinst van de investering waarvoor de subsidie wordt verstrekt. Wanneer bijvoorbeeld subsidie wordt verstrekt voor een natuurmaatregel waarbij bomen worden gekapt en de subsidieontvanger vervolgens winst maakt door verkoop van houtsnippers, dan dient die winst in mindering te worden gebracht op de subsidiabele kosten. Artikel 11 en 12 Subsidiabele en niet subsidiabele kosten De subsidiabele en niet subsidiabele kosten zijn afgestemd op die van de SKNL. Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Een van de voorwaarden die voor de voor het Programma Natuur gestelde middelen geldt, is dat de SPUK wordt verstrekt voor de kosten die zijn gemaakt voor de uitvoeringsactiviteiten in de periode tot en met tot 31 december
- Met het oog daarop is in artikel 13 vastgelegd dat uiterlijk op 15 augustus 2030 een aanvraag tot vaststelling moet worden ingediend door de subsidieontvanger. Dit geeft gedeputeerde staten de tijd een beschikking vast te stellen en tot uitbetaling over te gaan – en de kosten te maken – op (uiterlijk) 31 december
- Op die wijze wordt voldaan aan de verplichtingen uit hoofde van de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase. Daarnaast geldt voor gedeputeerde staten de verplichting de voortgang van de maatregelen te (doen) monitoren, daarover te rapporteren en verantwoording af te leggen aan het Rijk. Om de naleving van deze voorwaarden en verplichtingen te borgen, zijn subsidieontvangers verplicht om de voortgang te monitoren en hierover informatie te verstrekken aan gedeputeerde staten.