Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Legesverordening Amstelveen 2026Zaaknummer: Z25-125553 De raad van de gemeente Amstelveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 december 2025; gelet op artikel artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b en Paspoortwet artikel 2 tweede lid en artikel 7 van de Gemeentewet; gezien het advies van ; besluit vast te stellen de: Legesverordening Amstelveen 2026 Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Tarief op aanvraag: Het bedrag wordt gespecificeerd voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a.het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b.het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; c.een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel4Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; Artikel5Maatstaven van heffing en tarieven De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Tenzij in de bij deze verordening behorende tabel met betrekking tot een bepaalde rubriek anders is vermeld, wordt van de leges geen teruggaaf verleend Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 8 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag. Artikel10Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: paragraaf 1.1 (akten burgerlijke stand) artikel 1.9 en 1.10 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); artikel 1.12 (rijbewijzen); artikel 1.34 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); artikel 1.25, onder 1 (verklaring omtrent het gedrag); artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. In de bijlage 1, hoofdstuk 2 “HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER FYSIEKE LEEFOMGEVING/ OMGEVINGSVERGUNNING ” van de legestabel en in bijlage 2 “Genormeerde leges, Tarieventabel 2.1.1.2 letter a 2026” wordt verwezen naar BVO en/of de NEN 2580 norm editie mei 2007, met correctieblad december 2008, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Deze norm wordt bekendgemaakt door terinzagelegging bij de balie. Deze normen kunnen op verzoek van eenieder kosteloos worden ingezien op het stadhuis van de gemeente Aalsmeer, Raadhuisplein 1, 1431 EH Aalsmeer of de gemeente Amstelveen, Laan Nieuwer-Amstel 1, 1182 JR Amstelveen. Artikel12Overgangsrecht De Legesverordening Amstelveen 2025 vastgesteld op 11 december 2025, en de latere wijzingen daarop, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel13Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 01 januari 2026. Artikel14Citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 01 januari 2026. Bijlagen behorende bij de Legesverordening 2026 Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2026 Genormeerde leges, Tarieventabel 2.1.1.2 letter a 2026 Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) De bijlagen zijn tevens als PDFbestand bij deze publicatie gevoegd. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 december 2025.De griffier,Debby de HeusDe voorzitter,Tjapko PoppensBijlage1Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2026 Inhoud HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Artikel 1.2 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis Artikel 1.4 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Artikel 1.7 Annuleren, wijzigen datum of vermindering van leges Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje Artikel 1.9 Herziene naamskeuze voor kinderen van 6 jaar en jonger Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.10 Reisdocumenten Artikel 1.11 Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.12 Modaliteiten Artikel 1.9 en 1.10 Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.13 Rijbewijzen Artikel 1.14 Modaliteiten Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Artikel 1.15 Definities Artikel 1.16 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Artikel 1.17 Verstrekking van aangehaakte gegevens Artikel 1.18 Schriftelijke verstrekking Artikel 1.19 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Artikel 1.20 Afschriften van bestuursstukken Artikel 1.21 Abonnement op bestuursstukken Paragraaf 1.6Vastgoedinformatie Artikel 1.22 Plan- of kaartinformatie Artikel 1.23 Informatie uit registers Artikel 1.24 Informatie uit adressenbestanden Paragraaf 1.7Overige publiekszaken Artikel 1.25 Gemeentegarantie Artikel 1.26 Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.27 Naspeuringen in gemeentearchief Artikel 1.28 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Artikel 1.29 Uitlenen archiefbescheiden Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.30 Huisvestingswet 2014 Artikel 1.31 Leegstandwet Artikel 1.32 Wet op de kansspelen Artikel 1.33 Telecommunicatiewet / Kabels en leidingen Artikel 1.34 Wegenverkeerswetgeving / Verkeer en vervoer Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.35 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels Artikel 1.36 Diverse vergunningen of beschikkingen Artikel 1.37 Markten HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER FYSIEKE LEEFOMGEVING/ OMGEVINGSVERGUNNING Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit (ruimtelijke deel) Artikel 2.6 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Artikel 2.7 Standaarddakkapel Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Artikel 2.9 Omgevingsplanactiviteit Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: monumenten Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel 2.18 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel 2.19 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten Artikel 2.21 Meerdere complexe milieubelastende activiteiten Artikel 2.22 Overige tarieven milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.23 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Artikel 2.24 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven Niet opgenomen in deze verordening Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde Niet opgenomen in deze verordening Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Niet opgenomen in deze verordening Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: reclame Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit opslag van roerende zaken: Artikel 2.34 Andere activiteiten Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bodem Artikel 2.38 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.39 Gelijkwaardige maatregel Artikel 2.40 Gelijkwaardige maatregel bodem Paragraaf 2.11 Overige Tarieven Artikel 2.41 Overige tarieven Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.42 Achteraf ingediende aanvraag Artikel 2.43 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten Artikel 2.45 Advies Artikel 2.46 Instemming Paragraaf 2.13 Ligplaats Artikel 2.47 Omgevingsvergunning voor het innemen van een Ligplaats Paragraaf 2.14 Vermindering/Teruggave Artikel 2.48 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Artikel 2.49 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Artikel 2.50 Geen leges bij intrekking aanvraag binnen twee weken Artikel 2.51 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Artikel 2.52 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Artikel 2.53 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Artikel 2.54 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Artikel 3.7 Organiseren markt Paragraaf 3.5 Standplaatsen Niet opgenomen in deze Legesverordening Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt Artikel 3.10 Losse standplaatsen Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Artikel 3.11 Vergunning onttrekken woonruimte Artikel 3.12 Vergunning samenvoegen woonruimte Artikel 3.13 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Artikel 3.14 Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Artikel 3.15 Splitsingsvergunning Artikel 3.16 Toeristische verhuur Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming Paragraaf 3.7In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag, ontheffing of andere beschikking HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Tarief 2026 Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op: 1. In het Raadhuis op maandag tot en met vrijdag tussen 09:00 en 16:00 uur € 480,00 2. In het Raadhuis eenvoudig maandag en woensdag om 9.15 uur € 167,80 3. Op een vrije locatie: a op maandag tot en met vrijdag tussen 08:00 en 18:00 uur € 802,15 b. op maandag tot en met vrijdag tussen 06:00 en 08:00 uur en tussen 18:00 en 22:00 uur € 875.20 c. op maandag tot en met vrijdag tussen 00:00 en 06:00 uur en tussen 22:00 en 24:00 uur € 1.093,45 d. zaterdag tussen 09:00 en 22:00 uur € 875,20 e. zaterdag tussen 00:00 en 09:00 en tussen 22:00 en 24:00 uur € 1.093,85 f. zondag tussen 00:00 en 24:00 uur € 1.239,80 Artikel 1.2 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in het raadhuis € 0,00 Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis Niet opgenomen Artikel 1.4 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis Niet opgenomen Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Niet opgenomen Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Niet opgenomen Artikel 1.7 Annuleren, wijzigen datum of vermindering van leges 1. Kosten voor het verzetten van een huwelijk a. verzetten van een huwelijk binnen 14 dagen voor de huwelijksdatum € 119,55 b. verzetten van een huwelijk tot 14 dagen voor de huwelijksdatum € 40,90 c. Wisselen van (buitengewoon) ambtenaar van de Burgerlijke Stand (Babs ) of getuige € 28,00 2. Voor een teruggave van leges wegens a. annulering van een huwelijk binnen 14 dagen voor de huwelijksdatum, van de leges: 25% b. annulering van een huwelijk tot 14 dagen voor de huwelijksdatum, van de leges: 75% 3. Vermindering Voltrekking van een huwelijk door een (buitengewoon) ambtenaar van de Burgerlijke Stand op een buitenlocatie, die niet in dienst is van de gemeente Amstelveen. De kosten van de (buitengewoon) ambtenaar van de Burgerlijke Stand in loondienst worden in mindering gebracht op het tarief zoals vermeld onder artikel 1.1, met het percentage hier vermeld. 30% Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: 1. een (duplicaat) trouwboekje of (duplicaat) partnerschapsboekje in een normale uitvoering € 18,25 2. een (duplicaat) trouwboekje of (duplicaat) partnerschapsboekje in een luxe uitvoering: a. Blauw € 34,95 b. Rood € 39,35 3. Één geboorteboekje € 12,05 4. Kaligraferen van een trouwboekje of partnerschapsboekje € 21,90 5. Bijschrijving in een trouwboekje of partnerschapsboekje € 4,90 Artikel 1.9 Herziene naamskeuze voor kinderen van 6 jaar en jonger Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het doen van herziene naamskeuze op grond van de Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam, zijn op grond van artikel IIIC van genoemde wet leges verschuldigd. Artikel 3 van de Wet rechten burgerlijke stand is van toepassing. Hiervoor geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Wettelijk max tarief Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.10 Reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: 1. een nationaal paspoort: a. een reisdocument van het Koninkrijk der Nederlanden als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de paspoortwet, ten behoeve van een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt het maximale tarief zoals dat op dat moment is opgenomen in het Besluit Paspoortgelden afgerond op € 0,05 naar beneden Wettelijk max tarief b. een reisdocument van het Koninkrijk der Nederlanden als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de paspoortwet, die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt het maximale tarief zoals dat op dat moment is opgenomen in het Besluit Paspoortgelden afgerond op € 0,05 naar beneden Wettelijk max tarief Artikel 1.11 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: 1. een Nederlandse identiteitskaart: a. een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de Paspoortwet ten behoeve van een persoon, die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt het maximale tarief zoals dat op dat moment is opgenomen in het Besluit Paspoortgelden afgerond op € 0,05 naar beneden Wettelijk max tarief b. een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de Paspoortwet ten behoeve van een persoon, die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt het maximale tarief zoals dat op dat moment is opgenomen in het Besluit Paspoortgelden afgerond op € 0,05 naar beneden Wettelijk max tarief Artikel 1.12 Modaliteiten Artikel 1.9 en 1.10 Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: 1. de tarieven genoemd onder 1.9 en 1.10 worden bij spoedlevering vermeerderd met het tarief zoals dat is opgenomen in het laatste Besluit Paspoortgelden op dat moment dat op het moment van aanvraag van kracht is afgerond op € 0,05 naar beneden Wettelijk max tarief 2. Voor het afleggen van een thuisbezoek i.v.m. de aanvraag van een reisdocument. (tussen 1 oktober en 1 april) € 38,85 3. voor het verlenen van een dienst bij het uitreiken van een document buiten de openingstijden van de balies van Burgerzaken € 177,05 4. Voor het landelijk bezorgen van: a. één reisdocument maandag tot en met vrijdag tussen 08:00 en 21:00 of zaterdag tussen 08:00 en 18:00 € 4,95 b. twee of meer reisdocumenten op één adres maandag tot en met vrijdag tussen 08:00 en 21:00 of zaterdag tussen 08:00 en 18:00 € 9,90 Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.13 Rijbewijzen 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs het maximale tarief zoals dat door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is vastgesteld, afgerond op € 0,05 € naar beneden Wettelijk max tarief 2. Het tarief als bedoeld in 1.12. wordt verhoogd met indien de dienstverlening verband houdt met de vermissing of diefstal van een reeds eerder verstrekt rijbewijs € 41,10 3. Het tarief genoemd in onderdeel 1.12 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het maximale tarief zoals dat is vastgesteld door de rijksoverheid op basis Wegenverkeerswet 1994 afgerond op € 0,05 naar beneden. Wettelijk max tarief 4. Voor het afleggen van een huisbezoek i.v.m. de aanvraag van een rijbewijs. (tussen 1 oktober en 1 april) € 38,85 Artikel 1.14 Modaliteiten (vervallen, is opgenomen in artikel 1.12) Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Artikel 1.15 Definities 1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Artikel 1.16 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: € 15,55 2. tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar: a. voor 100 verstrekkingen: € 176,45 3. tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200): Wettelijk max tarief 4. Voor het verstrekken van een bewijs van opneming in de basisregistratie persoonsgegevens van de gemeente a. Op het raadhuis (incl. post aan derden) € 15,55 b. Op het raadhuis spoedtarief (incl. post aan derden) € 28,00 c. Via internet (incl. verzendkosten) € 12,70 d. Via alternatieve media (magneetband/schijf) per verstrekking € 33,10 5. In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens met behulp van alternatieve media bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen € 33,10 6. In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen € 33,10 7. Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan besteed kwartier. Het uurtarief bedraagt: € 115,35 Artikel 1.17 Verstrekking van aangehaakte gegevens Niet opgenomen Artikel 1.18 Schriftelijke verstrekking Opgenomen onder 1.15.6. Artikel 1.19 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier. Het uurtarief bedraagt: € 115,35 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Artikel 1.20 Afschriften van bestuursstukken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 1. een afschrift van de gemeentebegroting: € 29,10 2. een afschrift van de gemeenterekening: € 29,10 3. een afschrift van het burgerjaarverslag: (ook te raadplegen op www.amstelveen.
- nl)€ 29,10 4. een afschrift van de Algemeen Plaatselijke Verordening of een andere verordening (ook te raadplegen op www.amstelveen.
- nl)€ 16,50 5. een afschrift van de omgevingsvergunning € 25,75 6. Afdruk per pagina van bedoelde verordeningen onder 4. en 5. of overige verordeningen van de gemeente € 0,45 7. Een afschrift van een bestemmingsplan, per exemplaar, exclusief verzend- en administratiekosten, € 57,00 8. Voor het raadplegen van tekeningen en andere bescheiden uit het archief: per te lichten dossier. € 18,80 a. Vermeerderd met: voor elk kwartier of gedeelte daarvan aan de informatieverstrekking besteed € 26,00 b. Vermeerderd met: in afwijking van a, indien betreft hoogwaardige technische informatieverstrekking door specialisten op een bepaald vakgebied, voor elk half uur of gedeelte daarvan aan de informatieverstrekking besteed. Het uurtarief bedraagt: € 115,35 9. Opvragen en verstrekken van één digitaal dossier, per email of andere digitale wijze ,waarbij de vergunning al is verleend, afgesloten, gearchiveerd en is ingediend na 1 oktober 2010 € 9,40 Artikel 1.21 Abonnement op bestuursstukken Niet opgenomen Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Artikel 1.22 Plan- of kaartinformatie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b: 1. Vastgoed: a. het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen € 16,60 b. Het relatiebestand adreskadastraal perceel per gelegde relatie € 9,35 2. Bodeminformatie: a. Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het verkrijgen van informatie over de bodemgesteldheid in verband met aanwezige of mogelijke aanwezige verontreiniging € 43,05 b. Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het verkrijgen van informatie over sonderingen € 60,35 Artikel 1.23 Informatie uit registers Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit: 1. de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object: Zie: Artikel 1.35 van deze tabel 2. de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet: Zie: Artikel 1.35 van deze tabel 3. een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet: Zie: Artikel 1.35 van deze tabel 4. het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed: Zie: Artikel 1.35 van deze tabel Artikel 1.24 Informatie uit adressenbestanden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van: 1. het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres: Zie: Artikel 1.35 van deze tabel 2. het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie: Zie: Artikel 1.35 van deze tabel 3. het gemeentelijke adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat: Zie: Artikel 1.35 van deze tabel Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.25 Gemeentegarantie Niet opgenomen Artikel 1.26 Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1. tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag het maximum bedrag zoals dat op het moment van de aanvraag is vastgesteld in de "Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden" afgerond op € 0,05 naar beneden Wettelijk max tarief 2. tot het legaliseren van een handtekening: € 15,15 3. tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) het tarief zoals vastgelegd in artikel 1, eerste lid, van het legesbesluit akten burgerlijke stand Wettelijk max tarief 4. Een verklaring van Nederlanderschap € 15,15 5. Garantverklaring aan de balie € 29,90 6. Garantverklaring digitaal € 19,90 7. Naturalisaties: Voor het aanvragen van de Nederlandse nationaliteit ingevolge de bepalingen opgenomen in de Rijkswet op het Nederlanderschap van 19 december 1984 (Staatsblad 629): gelden de leges zoals vermeld op de website van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND): afgerond op € 0,05 naar beneden Wettelijk max tarief Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.27 Naspeuringen in gemeentearchief 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier. Het uurtarief bedraagt: € 115,35 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 1.28 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: 1. een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, a. Per pagina / afbeelding voor 1915 € 5,60 b. Per pagina / afbeelding na 1915 € 3,15 2. een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk Zie 1.27.1 Artikel 1.29 Uitlenen archiefbescheiden Niet opgenomen Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.30 Huisvestingswet 2014 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: 1. een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 2. indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 Artikel 1.31 Leegstandwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: 1. een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: € 250,00 2. verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet: € 250,00 3. Als aanvragen als bedoeld in onderdelen 1 en 2, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. [Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend.] Artikel 1.32 Wet op de kansspelen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen (De hoogte van de leges is gelijk aan het laatstelijk vermelde maximale tarief in het Speelautomatenbesluit 2000 of zijn rechtsopvolger) Voor het in behandeling nemen geldt: het indienen van een aanvraag bij de gemeente: 1. Voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd (maximaal totaal tarief Inclusief het basisbedrag) € 226,50 (wettelijk vast tarief) 2. Voor twee kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor onbepaalde tijd, (maximale aantal per horecagelegenheid) (maximaal totaal tarief inclusief het basisbedrag) € 362,50 (wettelijk vast tarief) 3. N.v.t binnen Amstelveen 4. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) € 104,30 5. N.v.t binnen Amstelveen 6. N.v.t binnen Amstelveen 7. N.v.t binnen Amstelveen Artikel 1.33 Telecommunicatiewet / Kabels en leidingen Voor het aanleggen, in standhouden en opruimen van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een niet-openbaar elektronisch communicatienetwerk of een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in en op openbare gronden bedraagt het tarief 1. voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden € 1.157,10 2. voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25 m¹ € 138,20 Artikel 1.34 Wegenverkeerswetgeving / Verkeer en vervoer Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: 1. Snelvaarvergunning N.v.t binnen Amstelveen 2. Zeer Snelvaarvergunning N.v.t binnen Amstelveen 3. Afmeren kajuitboot N.v.t binnen Amstelveen 4. Sticker voor afmeren kajuitboot N.v.t binnen Amstelveen 5. Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van inlichtingen uit het gemeentelijk kadaster, per perceel € 10,90 6. tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten € 250,00 7. Ontheffing blauwe zone Niet opgenomen 8 voor de afgifte van een gehandicaptenparkeerkaart, zoals bedoeld in art. 49 van Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) € 38,70 a. Voor de kosten van een (her)keuring ten behoeve van gehandicaptenparkeerkaart € 112,70 b. Voor de kosten van beoordeling ten behoeve van de vrijstelling van een herkeuring voor een gehandicaptenparkeerkaart € 52,10 9. voor een aanvraag waarvoor een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt aangelegd. € 296,05 10. Voor het aanleggen van een individuele gehandicaptenparkeerplaats Niet opgenomen 11. het wijzigen / vervangen van een kentekenbord Niet opgenomen 12. Rioolvergunning Niet opgenomen 13. Ontheffing wet vervoer gevaarlijke stoffen Niet opgenomen Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.35 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels 1. Het tarief bedraagt voor een beschikking op aanvraag per beschikking, en bij een verzoek om informatie, gerekend per uur, voor zover daarvoor niet elders in deze titel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, met een minimumtarief van één uur. Na het eerste uur wordt gerekend per kwartier waarbij in het kwartier naar boven wordt afgerond (verzoeken op grond van de Wet open overheid (de Woo) zijn hiervan uitgesloten). Het uurtarief bedraagt: € 115,35 2. Voor het verstrekken van afschriften, doorslagen en fotokopieën van schriftelijke stukken, op grond van bijvoorbeeld de Woo (Besluit van 1 juni 2022, houdende tarieven voor het vervaardigen van kopieën op verzoek op grond van de Wet open overheid en Besluit maximumtarieven open overheid: a. 1 tot 10 bladzijde A4 pagina’s, of formaten die hieraan gelijk zijn (zwart/wit) Wettelijk max tarief b. vanaf 11 bladzijdes A 4 formaat per bladzijde (zwart/wit) enkelzijdig: Wettelijk max tarief c. vanaf 11 bladzijdes A 4 formaat per bladzijde (zwart/wit) dubbelzijdig: Wettelijk max tarief d. vanaf bladzijde 1 op A3 formaat per bladzijde (zwart/wit) enkelzijdig: Wettelijk max tarief e. vanaf bladzijde 1 op A3 formaat per bladzijde (zwart/wit) dubbelzijdig: Wettelijk max tarief f. vanaf bladzijde 1 op A2 formaat per bladzijde (zwart/wit) enkelzijdig: € 4,80 g. vanaf bladzijde 1 op A1 formaat per bladzijde (zwart/wit) enkelzijdig: € 9,50 h. vanaf bladzijde 1 op A0 formaat per bladzijde (zwart/wit) enkelzijdig: € 27,40 i. voor afschriften in kleur worden de leges verhoogd met 100% 100% j. De leges voor een Woo-verzoek worden pas geheven boven een totaalbedrag, van € 80,00. k. Voorafgaande aan het verstrekken van de documenten wordt de aanvrager op de hoogte gesteld dat voor de aanvraag leges worden geheven en wordt een schatting gegeven van het aantal uren en/of van de kosten met in acht name van het minimum tarief zoals in onderdeel 1.34.2.j is genoemd. De bedragen van 1.34.2 worden, overeenkomstig maatschappelijk gebruik, afgerond op eenheden van 5 eurocent. l. Verstrekkingen vinden plaats na ontvangst van de leges zoals in 1.34.2.k. gesteld. Artikel 1.36 Diverse vergunningen of beschikkingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1. Verstrekkingen uit het Kiezersregister a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende de registratie van de aanvrager als kiezer bedoeld in artikel D4 van de Kieswet € 3,35 b. Het tarief bedraagt voor het doen van nasporingen in de registers van de burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier. Het uurtarief bedraagt: € 115,35 c. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand Wettelijk max tarief 2. Overlijden a. Voor het verlenen van uitstel van lijkbezorging en bespoediging van lijkbezorging € 20,85 b. Laissez-passer (voor verplaatsing van een stoffelijk overschot naar het buitenland) € 20,85 3. Medische en sociale urgenties a. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor verkrijging van een medische dan wel een sociale urgentie in het kader van de woonruimteverdeling, per aanvraag. € 56,60 Artikel 1.37 Markten 1. Niet opgenomen in deze legesverordening. Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onderfysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Algemene bepalingen Tarief 2026 1. Definities a. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. b. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. c. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan, b. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of c. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; buitenplanse omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan; d. De legesplicht ontstaat op het moment van indienen van een aanvraag. De aanvraag wordt bij het indienen meteen in behandeling genomen. Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven 1. Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. Omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; Niet opgenomen in deze verordening g. wijziging van een besluit als bedoeld in de artikelen 2.2.1.b, 2.2.1.c en 2.2.1.d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de artikelen 2.2.1.b. tot en met 2.2.1.g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2.1 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Voor de bepaling van de hoogte van de leges wordt: a. gekeken of de aanvraag of het bouwwerk voorkomt in de bij deze verordening behorende bijlage 2 Genormeerde leges 2026. Bij de in de tabel genoemde bouwwerken of diversen wordt indien het om stuks tarieven gaat, gekeken naar het aantal of de strekkende meter met vaste leges. Bij de overige, niet stuks, het aantal vierkante meters BVO (Bruto Vloeroppervlakte) berekend volgens NEN 2580 (oppervlakteberekening bouwwerken maal het legesbedrag per vierkante meter. b. Indien de aanvraag of bouwwerk (deels)niet voorkomt in de bijgevoegde bijlage 2 Genormeerde leges stuksprijzen 2026 dan dienen de bouwkosten te worden bepaald/vastgesteld op: - voor zover een aannemingssom ontbreekt: een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschied wordt in deze stap onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor het bepalen van de hoogte van de leges is het percentage genoemd in artikel 2.5.1.b en 2.6.1.b van toepassing. 3. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12 . 5. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.14 . 6. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 7. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg 1. Voordat een formele aanvraag om een besluit als bedoeld in de overige artikelen van deze titel wordt ingediend en betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief voor een: a. Regietafel € 350,00 b. Intaketafel € 1.500,00 c. Omgevingstafel Schetsplan € 5.000,00 d. Omgevingstafel Voorlopig Ontwerp € 5.000,00 e. Omgevingstafel Definitief Ontwerp € 5.000,00 Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit (ruimtelijke deel) 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a Het tarief geldt voor het totaal aan leges bepaald aan de hand van de bij deze verordening behorende bijlage 2 Genormeerde leges 2026 (artikel 2.3.2.a). Het minimum tarief bedraagt: € 250,00 b. Het tarief voor het bepalen van de hoogte van de leges is gesteld op 2,03% van de vastgestelde bouwsom (zie artikel 2.3.2.b).Het minimumtarief bedraagt: € 250,00 Artikel 2.6 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet en paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a Het tarief geldt voor het totaal aan leges bepaald aan de hand van de bij deze verordening behorende bijlage 2 Genormeerde leges 2026 (zie artikel 2.3.2.a). Het minimum tarief bedraagt: € 250,00 b. Het tarief voor het bepalen van de hoogte van de leges is gesteld op 0,87% van de vastgestelde bouwsom (zie artikel 2.3.2.b). Het minimumtarief bedraagt: € 250,00 Artikel 2.7 Standaarddakkapel 1. In afwijking van 2.3.1 en 2.3.2 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor een standaarddakkapel ontwikkeld door en op kosten van de gemeente Amstelveen (incl. tekeningen): € 250,00 Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 2.5 en 2.6, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 250,00 Artikel 2.9 Omgevingsplanactiviteit 1. Als moet worden beoordeeld of de omgevingsplanactiviteit in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet dan bedraagt het tarief (binnenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij gebruik wordt gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht): € 250,00 2. Als moet worden beoordeeld of de omgevingsplanactiviteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan dan bedraagt het tarief (buitenplanse omgevingsplanactiviteit): € 250,00 Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 250,00 b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 250,00 Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 250,00 Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 2,500,00 Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 3.2, met uitzondering van paragraaf 3.2.6,van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 3.750,00 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 3.150,00 c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.500,00 Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 3.750,00 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 3.150,00 c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.500,00 Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 3.750,00 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 3.150,00 c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.500,00 Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 3.750,00 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 3.150,00 c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.500,00 Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit: a. voor één milieubelastende activiteit: € 3.750,00 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 3.150,00 c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.500,00 Artikel 2.18 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 3.750,00 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 3.150,00 c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.500,00 Artikel 2.19 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: a. voor één milieubelastende activiteit: € 3.750,00 b. voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 3.150,00 c. voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.500,00 Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten 1. Als bij de toepassing van de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.8 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan één artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. Artikel 2.21 Meerdere complexe milieubelastende activiteiten 1. Omgevingsvergunning die betrekking heeft op meerdere complexe milieubelastende activiteiten uit afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meerdere complexe milieubelastende activiteiten uit de afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt het tarief opgebouwd uit de complexe milieubelastende activiteit met het hoogste tarief vermeerderd met 15% van het tarief dat verschuldigd is op grond van de andere complexe milieubelastende activiteiten uit pararaaf 2.3.2 van deze legestabel. Gelijktijdig aangevraagde milieubelastende activiteiten uit de paragrafen 2.3.1 en 2.3.3 tot en met 2.3.8 van deze legestabel worden uitgezonderd van de tariefopbouw in dit artikel tenzij in deze verordening anders is vermeld. 15% Artikel 2.22 Overige tarieven milieubelastende activiteiten 1. Wijzigen omgevingsvergunning met de uitgebreide voorbereidingsprocedure bij complexe milieubelastende activiteiten Bij een aanvraag om wijziging van een vergunde complexe milieubelastende activiteit, uit afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, is 60% van het tarief verschuldigd, voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten, waarop de wijziging betrekking heeft. 60% 2. Wijzigen omgevingsvergunning bij niet complexe milieubelastende activiteiten Bij een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning van een niet complexe milieubelastende activiteit gelden de tarieven, genoemd in paragraaf 2.3 voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. 3. Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, niet zijnde een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 Omgevingswet: € 2.500,00 Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.23 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 300,00 Artikel 2.24 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 300,00 Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en gravenNiet opgenomen in deze verordening Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waardeNiet opgenomen in deze verordening Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Niet opgenomen in deze verordening Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 250,00 Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, op grond van een bepaling in een provinciale verordening of van de Algemene plaatselijke verordening, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 250,00 Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 250,00 Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, op grond van de Algemene plaatselijke verordening, in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 250,00 Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: reclame 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, op grond van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 250,00 Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit opslag van roerende zaken: 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de gemeente, op grond van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 250,00 Artikel 2.34 Andere activiteiten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk: € 250,00 Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten 1. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: € 2.500,00 b. Voor een maatwerkvoorschrift zoals bedoeld in artikel 2.21a Besluit bouwwerken leefomgeving dat betrekking heeft op verlenen van een ontheffing van het verbod op ingebruikname van het bouwwerk of bouwwerken als bedoeld in art. 2.21 van het Besluit bouwwerken leefomgeving € 2.000,00 c. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel 2.35.1.a en b, per maatwerkvoorschrift: € 2.500,00 Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1 Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift krachtens artikel 4.5 van de Omgevingswet bedraagt het tarief bij: a. één maatwerkvoorschrift of één vergunningvoorschrift: € 2.500,00 b. twee of meer maatwerkvoorschriften of twee of meer vergunningvoorschriften, de som van het tarief onder a en per extra maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift: € 1.250,00 2. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om een vergunningvoorschrift is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift of het vergunningvoorschrift betrekking heeft onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bodem 1. In afwijking van artikel 2.35 en 2.36 bedraagt het tarief voor een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift voor uitsluitend het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem: € 380,00 Artikel 2.38 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten 1. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 2.500,00 Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.39 Gelijkwaardige maatregel 1 Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: € 2.500,00 b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief € 2.500,00 c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief: € 2.500,00 d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen 2.38.1.a., 2.38.1.b of 2.38.1.c., bedraagt het tarief: € 2.500,00 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.40 Gelijkwaardige maatregel bodem 1. In afwijking van artikel 2.39 bedraagt het tarief voor een aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel voor uitsluitend het afwijken van de standaardregels voor het saneren van de bodem en/of het graven in de bodem: € 380,00 Paragraaf 2.11 Overige Tarieven Artikel 2.41 Overige tarieven 1. Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 250,00 2. Wijzigen omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: € 250,00 3. Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: € 250,00 4. Beoordeling aanvullende gegevens Niet opgenomen in deze verordening 5. Beoordeling onderzoeksrapporten Zie artikel 2.44 6. Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: € 14.260,00 7. Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan. € 250,00 Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.42 Achteraf ingediende aanvraag 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.11 verschuldigde leges verhoogd met: 10% van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. Met een maximum van 1.000,00 euro Artikel 2.43 Uitgebreide voorbereidingsprocedure 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 3.150,00 b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet zijnde een milieubelastende activiteit: € 14.260,00 Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): € 10.000,00 b. voor de beoordeling van een niet in het voorgaande onderdeel genoemd rapport: € 3.150,00 Artikel 2.45 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: € 700,00 b. voor een advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage: het bedrag dat deze commissie in rekening brengt op grond van de door de minister van Infrastructuur en Waterstaat goedgekeurde tariefstelling. c. voor een advies van de agrarische commissie: € 1.050,00 d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in artikelen 2.43.1.a. tot en met 2.43.1.c het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in artikel 2.43.1.d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.46 Instemming 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: a. als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming: € 700,00 b. als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de instemming: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. c. Het bedrag als bedoeld in artikel 2.44.1.b., wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Ligplaats Artikel 2.47 Omgevingsvergunning voor het innemen van een Ligplaats 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het innemen van een ligplaats, het hebben van een ligplaats of het toestaan dat een ligplaats wordt ingenomen als bedoeld in artikel 3 van de Ligplaatsenverordening Amstelveen (voor permanente en niet-permanente bewoning): € 305,00 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de vergunning voor innemen van een ligplaats (voor permanente en niet-permanente bewoning): € 305,00 Paragraaf 2.14 Vermindering/Teruggave Artikel 2.48 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig 1. Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen aanvraag geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 85% van de verschuldigde leges. Het minimum verschuldigde bedrag is € 250,00 Artikel 2.49 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten 1. Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: 65% van de verschuldigde leges. Het minimum bedrag dat uiteindelijk in rekening wordt gebracht is minimaal € 250,00 met een maximum van € 4.000,00 Artikel 2.50 Geen leges bij intrekking aanvraag binnen twee weken 1. Als een aanvraag wordt ingetrokken binnen twee weken na het indienen van de aanvraag dan worden geen leges opgelegd. Artikel 2.51 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure 1. Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag. De teruggaaf bedraagt: 65% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; met een minimum van € 250,00 € b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot 24 weken na de indiening van de aanvraag. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; met een minimum van € 250,00 Artikel 2.52 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure 1. Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag. De teruggaaf bedraagt: 65% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; met een minimum van € 250,00 b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot 24 weken na de indiening van de aanvraag. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; met een minimum van € 250,00 Artikel 2.53 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Artikel 2.54 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten 1. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges met een minimum van € 250,00 2. Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.52.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 3. In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Tarief 2026 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: Plus 4,49% 1. een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening: Zie 3.2.7 2. een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening: € 104,30 Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van (In behandeling nemen: het indienen van een aanvraag bij de gemeente): 1. een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: € 373,70 2. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet: € 104,30 3. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet: € 208,40 4. een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet (bedraagt per leidinggevende (tot een maximum van het tarief vermeld bij 3.2.1) € 104,30 5. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: € 104,30 6. Het tarief bedraagt voor het wijzigen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet (Inrichting of terras (geen nieuw terras) of wijziging ondernemingsvorm (geen overname)) € 104,30 7. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning op grond van de Algemene plaatselijke verordening € 252,10 8. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning voor een terras op grond van de Algemene plaatselijke verordening (in combinatie met een reeds verkregen exploitatievergunning) € 208,40 9. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning als bedoeld onder 3.1.7 in combinatie met een terras € 296,05 10. Het tarief bedraagt voor het wijzigen van de exploitatievergunning (openingstijden, inrichting of terras (geen nieuw terras) of wijziging ondernemingsvorm (geen overname)) € 104,30 Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf 1. een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf op grond van artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Amstelveen. € 864,35 Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf 1. wijziging van een exploitatievergunning in het beheer van een seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Amstelveen. € 864,35 2. Een aanvraag tot een beperkte wijziging van een beheerder/leidinggevende van een seksinrichting of escortbedrijf bedraagt, per beheerder/leidinggevende, met een maximum van het bedrag genoemd in 3.3.1 € 104,30 Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: 1. tot het verlenen van een (permanente) ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet en de Verordening inzake de winkeltijden Amstelveen (avondwinkels) € 104,30 2. tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 3.5.1 bedoelde ontheffing € 104,30 Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een evenementenvergunning op grond van artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Amstelveen, conform beoordeling risicomatrix evenementen, indien het betreft: 1. een evenement met risicoklasse C € 8751,55 2. een evenement met risicoklasse B € 854,10 3. een evenement met risicoklasse A ( bij start aanvraag meerjarig evenement tot maximaal 5 jaar geldig) € 208,40 4. een evenement met risicoklasse A eenmalig € 104,30 5. Het tarief voor het in behandeling nemen van een verklaring van geen bezwaar ivm evenementen die gebruik gaan maken van de openbare weg binnen onze gemeente grenzen, waarvan de aanvraag voor een vergunning door een andere gemeente in behandeling is genomen € 104,30 Artikel 3.7 Organiseren markt Niet opgenomen in deze Legesverordening. Zie ook de Marktgeldverordening Amstelveen Paragraaf 3.5 Standplaatsen Niet opgenomen in deze Legesverordening Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt Niet opgenomen in deze Legesverordening. Zie ook de Marktgeldverordening Amstelveen Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt Niet opgenomen in deze Legesverordening. Zie ook de Marktgeldverordening Amstelveen Artikel 3.10 Losse standplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het Verlenen van een vergunning voor het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Amstelveen: 1. Voor een incidentele standplaats € 104,30 2. Voor een vaste standplaats voor 5 jaar € 286.45 Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Artikel 3.11 Vergunning onttrekken woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een Aanvraag om een vergunning om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a. van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 Artikel 3.12 Vergunning samenvoegen woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b. van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 Artikel 3.13 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een Aanvraag om een vergunning om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c. van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 Artikel 3.14 Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d. van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 Artikel 3.15 Splitsingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste[, respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 Artikel 3.16 Toeristische verhuur Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of ontheffing van het verbod om woonruimte voor toeristische verhuur in gebruik te geven als bedoeld in artikel 23c, eerste, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: € 250,00 Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag, ontheffing of andere beschikking Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: 1. Het tarief bedraagt voor een beschikking op aanvraag c.q. verzoek om informatie, voor zover daarvoor niet elders in dit hoofdstuk of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen per beschikking, per uur werk of een deel van een uur gerekend per kwartier met een minimum van één uur. Het uurtarief bedraagt € 115,35 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het inzamelen van geld of goed als bedoeld in artikel 5:13 van de APV: € 104,30 3. Ongediertebestrijding Voor het uitvoeren van de bestrijding van ongedierte gelden de volgende Tarieven per soort aanvraag: a. Ratten per bestrijding (huishoudens) € 0,00 b. Ratten per bestrijding (niet-huishoudens) € 88,90 c Voor muizen, wespen, bijen, hommels of duiven per bestrijding € 77,55 d. Voor kakkerlakken per bestrijding € 124,35 e. Bij sommige dierenplagen is geen behandeling noodzakelijk of mogelijk. De gemeente geeft in dergelijke gevallen alleen advies. In deze gevallen worden alleen de voorrijkosten in rekening gebracht. € 39,35 4. Verkeersregelaar: het tarief bedraagt voor het behandeling nemen voor de aanvraag tot aanstelling als verkeersregelaar voor één jaar of een verlening als bedoeld in artikel 9 en 11 van de Regeling Verkeersregelaars 2009 € 104,30 5. Indien een aanvraag uit Hoofdstuk 3 buiten behandeling wordt gelaten in verband met het niet voldoen aan de ontvankelijkheids-eisen, wordt 25% van het totaal aan verschuldigde leges in rekening gebracht op basis van de gehele aanvraag. Met een minimum € 104,30 en een maximum van € 500,00. Er vindt geen verrekening plaats bij de artikelen genoemd in paragraaf 3.6 en artikelen 3.18.3 a t/m e, 3.18.12 en 3.18.13. 25% 6. Indien een aanvraag uit Hoofdstuk 3 door de aanvrager wordt ingetrokken binnen 4 weken na indienen, wordt 50%van het totaal aan verschuldigde leges in rekening gebracht op basis van de gehele aanvraag. Met een minimum van € 104,30 en een maximum van € 750,00. Er vindt geen verrekening plaats bij de artikelen genoemd in paragraaf 3.6 en artikelen 3.18.3 a t/m e, 3.18.12 en 3.18.13. 50% 7. Indien een aanvraag uit Hoofdstuk 3 door de aanvrager wordt ingetrokken na 4 weken na indienen, wordt 75% van het totaal aan verschuldigde leges in rekening gebracht op basis van de gehele aanvraag. Met een minimum van € 104,30 en een maximum van € 1.000,00. Er vindt geen verrekening plaats bij de artikelen genoemd in paragraaf 3.6 en artikelen 3.18.3 a t/m e, 3.18.12 en 3.18.13. 75% 8. Ontheffing Geluidshinder Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor ontheffing geluidshinder bedraagt € 104,30 9. Ontheffing Zondagswet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een ontheffing van art. 3, eerste lid of art. 4, eerste lid van de Zondagswet € 104,30 10. Ventvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een ontheffing op het Venten binnen de door het bevoegd bestuursorgaan aangewezen openbare plaatsen als bedoeld in artikel 5:15 van de APV € 104,30 11. Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen, als bedoeld in artikel 4:18 van de APV Amstelveen € 104,30 12 Een aanvraag/verzoek voor een Noodlediging ondergrondse afvalcontainers in verband met bijvoorbeeld per ongeluk weggegooide kostbaarheden en dergelijke zoals (trouw/verlovings)ringen, autosleutels/kaarten, voor zover dit technisch en praktisch mogelijk is: € 315,85 a. voor het eerste uur of een gedeelte daarvan afgerond naar boven op het kwartier. Het uurtarief bedraagt: € 113,75 b. Voor het tweede (en opvolgende) uren of een gedeelte daarvan afgerond naar boven op het kwartier. Het uurtarief bedraagt: € 113,75 13 Wegslepen en bewaren voertuigen Het uitvoeren van de Wegsleepverordening Amstelveen in de gemeente Amstelveen met het doel de op de openbare weg staande voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer, als ook op aangewezen plaatsen, weg te slepen onder de voorwaarden als omschreven in de Samenwerkingsovereenkomst 2024 Wegsleepregeling met gemeente Amsterdam. a. Het basistarief (inclusief de eerste dag opslag) voor het wegslepen bedraagt: € 389,75 b. Het bewaartarief (voor elk volgend etmaal) bedraagt: € 9,00 Behorende bij raadsbesluit van 26 november 2025. Bijlage2Genormeerde leges, Tarieventabel 2.1.1.2 letter a 2026 Bijlage3Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) STAATSCOURANT Nr. 1567 30 januari 2012 Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) Nr. 2011-2000541953 Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Overwegende dat het wenselijk is de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken te herzien; Besluiten: Vast te stellen de in de bijgaande bijlage 1 vervatte Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012. Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 19 januari 2012 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.E. Spies. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M.Verhagen BIJLAGE 1 Tekst van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) HOOFDSTUK I. ALGEMEEN § 1. Aanduidingen, begripsbepalingen Verstaan wordt onder: de aannemer: de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie het werk is opgedragen; de aannemingssom: het bedrag, waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen, de omzetbelasting daarin niet begrepen; het bestek: de beschrijving van het werk, de daarbij behorende tekeningen, de voor het werk geldende voorwaarden, de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing; bouwstoffen: de in het werk te brengen materialen, voorwerpen, onderdelen, installaties of onderdelen daarvan, grond van allerlei soort en dergelijke; dag: kalenderdag; de opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon, die het werk opdraagt; de overeenkomst: de tussen opdrachtgever en aannemer tot stand gekomen overeenkomst van aanneming van werk; UAV: deze Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012; het werk: het uit te voeren werk, technische installatiewerk of de te verrichten levering; werkdag: een kalenderdag, tenzij deze valt op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende, of door de overheid dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust- of feestdag, vakantiedag of andere niet individuele vrije dag. Indien in het bestek een afzonderlijke termijn is gesteld, binnen welke een deel van het werk moet worden opgeleverd, wordt voor de toepassing van de §§ 6, vierde lid, 8, 8a, 9, 10, 11, 12, 42 en 44 dat deel als een afzonderlijk werk aangemerkt. Indien in het bestek een afzonderlijke termijn is gesteld, binnen welke de uitvoering van het werk tot een bepaalde stand moet zijn gevorderd, voordat de oplevering plaats vindt, is het bepaalde in de §§ 8, 8a, 9 en 42 van overeenkomstige toepassing. Indien aan de totstandkoming van de overeenkomst geen aanbesteding is voorafgegaan, wordt voor de toepassing van de §§ 2, tweede lid, 6, elfde en dertiende lid, 48, tweede lid, en 49, tweede lid, in plaats van ‘de dag van aanbesteding’ gelezen ‘de dag van de prijsaanbieding van de aannemer’. Bij meerjarige onderhoudswerken, opgedragen voor een bepaalde som per jaar wordt, indien sprake is van ‘aannemingssom’ of van ‘termijn van betaling’, bedoeld de aannemingssom per jaar of de termijn van betaling van het betrokken onderhoudsjaar. § 2. Van toepassing zijnde voorschriften, tegenstrijdige bepalingen De bepalingen van de UAV gelden voor zover daarvan in het bestek niet uitdrukkelijk is afgeweken. Tot het bestek behoren mede, als waren zij er letterlijk in opgenomen, de op het werk van toepassing verklaarde technische normvoorschriften zoals deze drie maanden voor de dag van aanbesteding luiden. Op de overeenkomst is van toepassing het Nederlandse recht. Indien onderdelen van het bestek onderling tegenstrijdig zijn, wordt, tenzij een andere bedoeling uit het bestek voortvloeit, de rangorde daarvan bepaald aan de hand van de volgende regels: a. een nieuw geschreven of getekend document gaat voor een oud geschreven of getekend document; b. de beschrijving gaat voor een tekening; c. een bijzondere regeling gaat voor een algemene regeling; met dien verstande, dat regel a gaat voor de regels b en c , en regel b voor regel c. Indien toepassing van deze regels geen uitkomst biedt, wordt de tegenstrijdigheid, met inachtneming van de billijkheid, uitgelegd ten nadele van degene door of namens wie het bestek is opgesteld. Het in het vierde lid bepaalde laat onverlet de verplichting van de aannemer om de directie te waarschuwen in geval van een klaarblijkelijke tegenstrijdigheid tussen onderdelen van het bestek. HOOFDSTUK II. VERTEGENWOORDIGING VAN PARTIJEN § 3. Directie De opdrachtgever is gerechtigd een of meer personen aan te wijzen om als directie op te treden of de directie bij te staan dan wel als zodanig aangewezen personen door anderen te vervangen. Indien de opdrachtgever niet een of meer personen wil aanwijzen om als directie op te treden, is hij verplicht hiervan vóór de uitvoering van het werk schriftelijk mededeling te doen aan de aannemer. Indien door het niet aanwijzen of niet vervangen van een of meer personen om als directie op te treden meer van de aannemer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, heeft hij recht op bijbetaling. De opdrachtgever geeft van elke aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, indien deze niet reeds in het bestek is gedaan, en van elke wijziging of intrekking daarvan, onverwijld schriftelijk kennis aan de aannemer. Zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van het tegendeel doet blijken, vertegenwoordigt de directie de opdrachtgever in alle zaken het werk betreffende. In de gevallen echter, waar in de UAV uitdrukkelijk de opdrachtgever is genoemd, is alleen deze bevoegd. Indien meer dan één persoon als directie is aangewezen, wordt ieder der aangewezen personen geacht de directie te vertegenwoordigen. De directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst. Personen, die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze in zoverre het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is medegedeeld. De directie is bevoegd te bepalen, dat door haar aan te duiden werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd dan in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen. Indien en zolang de opdrachtgever van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, treedt hij daar, waar in de UAV sprake is van de directie, in haar plaats. § 4. Gevolmachtigde van de aannemer. De aannemer is te allen tijde gerechtigd één of meer personen aan te wijzen om hem in zaken het werk betreffende te vertegenwoordigen. De aanwijzing door de aannemer van personen die hem in zaken het werk betreffende zullen vertegenwoordigen, moet geschieden met gebruikmaking van een volmacht overeenkomstig Bijlage A van de UAV. Ditzelfde geldt bij wijziging van bedoelde volmacht. Een door de aannemer gewaarmerkt afschrift van de volmacht wordt onverwijld aan de directie verschaft. De aanwijzing van iedere gevolmachtigde geschiedt voor het werk of voor een bepaald gedeelte ervan. HOOFDSTUK III. ALGEMENE VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN § 5. Verplichtingen van de opdrachtgever De opdrachtgever zorgt er voor, dat de aannemer tijdig kan beschikken: a. over de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen, die voor de opzet van het werk volgens het bestek vereist zijn; b. over het terrein of het water, waarop of waarin het werk moet worden uitgevoerd; c, over de benodigde tekeningen en andere gegevens; d. over de verstrekkingen, die de opdrachtgever ingevolge de overeenkomst doet. Indien de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft, houdt de directie vóór de aanvang van het werk een bouwbespreking met de aannemer en de leidingbeheerders, waarbij de aannemer wordt ingelicht omtrent de juiste ligging van de zich in of nabij het werk en het werkterrein bevindende ondergrondse kabels en leidingen en waarbij wordt vastgesteld wat daarmee moet geschieden. Indien de directie deze bouwbespreking niet houdt, zal de aannemer vóór de aanvang van het werk om het houden van die bespreking verzoeken. De directie zal aan dit verzoek gevolg geven. De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens hem voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de invloed die daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede voor de door of namens hem gegeven orders en aanwijzingen. Indien bouwstoffen of hulpmiddelen, die de opdrachtgever ter beschikking heeft gesteld, gebreken mochten hebben, is de opdrachtgever aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade. De opdrachtgever is aansprakelijk voor de functionele ongeschiktheid: a. van door hem voorgeschreven bouwstoffen; b. van bouwstoffen, die bij een door hem voorgeschreven leverancier moeten worden betrokken, tenzij de aannemer een keuzemogelijkheid had met betrekking tot deze bouwstoffen. Onder de functionele ongeschiktheid van bouwstoffen wordt verstaan het naar hun aard niet geschikt zijn van deze bouwstoffen voor het doel waarvoor zij blijkens het bestek zijn bestemd. (Vervallen). Indien wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege hogere eisen aan het werk stellen dan in de overeenkomst is bepaald, zullen wijzigingen van het werk, welke nodig zijn om aan die eisen te voldoen, worden verrekend als meer werk. De opdrachtgever zal het aan de aannemer toekomende volgens de in de overeenkomst gestelde regelen voldoen. Indien het bouwterrein, de uit het werk komende oude bouwstoffen of de door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen verontreinigd zijn, wordt de aard en de omvang daarvan, voor zover voor de uitvoering van het werk van belang, in het bestek vermeld. De opzet van het werk zal zodanig zijn, dat daardoor schade aan personen, goederen of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt. § 6. Verplichtingen van de aannemer De aannemer is verplicht het werk uit te voeren naar de bepalingen van de overeenkomst zonder aanspraak op verrekening, bijbetaling of schadevergoeding te kunnen doen gelden dan in de gevallen, waarin dat bepaaldelijk voorgeschreven of kennelijk bedoeld is. Hij is verplicht al datgene te verrichten, wat naar de aard van de overeenkomst door de wet, de billijkheid of het gebruik wordt gevorderd of tot een behoorlijke aanwending der bouwstoffen behoort. De aannemer is verplicht het werk uit te voeren volgens de door de directie te verstrekken en de door haar goed te keuren tekeningen. Hij is verplicht de orders en aanwijzingen op te volgen, die hem door de directie worden gegeven. a. De verplichtingen van de aannemer omvatten mede: b. de levering van de nodige bouwstoffen en het verrichten van de nodige werkzaamheden; c. de beschikbaarstelling van gereedschap, materieel,hulpmaterialen, hulpstoffen, hulpwerken en andere hulpmiddelen, nodig voor de uitvoering van het werk en het verrichten van de nodige hulpwerkzaamheden; d. de betaling van precario, kosten van aansluiting van hulpleidingen en dergelijke. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor rekening van de aannemer met ingang van de datum van aanvang of zoveel eerder als de aannemer ingevolge § 7, tweede lid, met het werk begint, tot en met de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd. Onder het werk en de uitvoering daarvan worden mede begrepen de voorbereiding, de aanvoer van bouwstoffen, de uitvoering van hulpwerken, de doelmatigheid en capaciteit van werktuigen en gereedschappen. De uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat de totstandkoming van het werk overeenkomstig de volgens § 8, eerste lid, in het bestek voorgeschreven termijn verzekerd is. De wijze van uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat voor de opdrachtgever dan wel voor derden geen nodeloze hinder is te duchten. De aannemer dient het werk zodanig uit te voeren, dat daardoor schade aan personen, goederen of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt. Onvoldoend werk wordt binnen een door de directie in billijkheid te stellen termijn tot haar genoegen door de aannemer verbeterd of vernieuwd. Deze verbetering of vernieuwing geschiedt op kosten van de aannemer, tenzij het onvoldoend werk het gevolg is van een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt. De aannemer is aansprakelijk voor schade aan met het werk in verband staande werken van de opdrachtgever en aan andere werken en eigendommen van de opdrachtgever, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en is toe te rekenen aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers. De aannemer vrijwaart de opdrachtgever tegen aanspraken van derden tot vergoeding van schade, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en is toe te rekenen aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers. De aannemer zorgt voor de tijdige verkrijging van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen, die hij nodig heeft of wenst, voor zover zij niet behoren tot die, waarvoor de opdrachtgever ingevolge het bepaalde in § 5, eerste lid, sub a zorg draagt. De aannemer wordt geacht bekend te zijn met de voor de uitvoering van het werk van belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van overheidswege, voor zover deze op de dag van aanbesteding in werking zijn getreden. De aan de naleving van deze voorschriften en beschikkingen verbonden gevolgen zijn voor zijn rekening. De gevolgen van de naleving van voorschriften van bijzondere aard zijn voor rekening van de aannemer, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat hij deze voorschriften niet behoefde te kennen. In dit laatste geval heeft hij aanspraak op bijbetaling. De gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege, die na de dag van aanbesteding in werking treden, komen voor rekening van de opdrachtgever, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aannemer die gevolgen reeds op de dag van aanbesteding had kunnen voorzien. Indien echter in de overeenkomst bepalingen zijn opgenomen betreffende de verrekening van wijzigingen van lonen en sociale lasten of van prijzen, huren en vrachten, komen de gevolgen daarvan slechts voor rekening van de opdrachtgever, indien en voor zover zulks uit die bepalingen voortvloeit. Indien de constructies, werkwijzen, orders en aanwijzingen, bedoeld in § 5, tweede lid, dan wel de bouwstoffen of hulpmiddelen, bedoeld in § 5, derde lid, klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat de aannemer in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen door zonder de directie daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk. Het in dit lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de in § 5, vierde lid, en deze paragraaf, zevenentwintigste lid, bedoelde gevallen. Indien de aannemer meent, behalve op de aannemingssom, op de vergoeding van de omzetbelasting en op de verrekening ingevolge de §§ 35 tot en met 39, nog andere aanspraken jegens de opdrachtgever te hebben, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze kennis en in elk geval op zodanig tijdstip dat de directie de ter zake nodige gegevens kan verzamelen. Aan het verzamelen van die gegevens verleent de aannemer zijn medewerking. De opdrachtgever of de directie kan van de aannemer nadere inlichtingen verlangen omtrent de door hem kenbaar gemaakte aanspraken. De aannemer zorgt voor orde en veiligheid op het werk. Hij zorgt tevens voor een zodanige verlichting, dat een goede uitvoering van het werk gewaarborgd is. 16a. Wanneer bij de uitvoering van het werk voorwerpen of stoffen worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs geacht kan worden dat deze schade kunnen toebrengen aan personen, goederen of milieu, brengt de aannemer dit onmiddellijk ter kennis van de directie. Hij neemt terstond, zo mogelijk in overleg met de directie, de door de omstandigheden vereiste veiligheidsmaatregelen. De aannemer is verplicht alle onbekwame dan wel ongeschikte personen, die van zijnentwege of vanwege een onderaannemer of leverancier op het werk aanwezig zijn, op verlangen van de directie onverwijld daarvan te doen verwijderen. De aannemer moet gedurende de uitvoering van het werk op of in de nabijheid van de plaats, waar het wordt uitgevoerd, aanwezig zijn, tenzij de directie zulks onnodig oordeelt of een gevolmachtigde hem overeenkomstig § 4 vertegenwoordigt. De aannemer zorgt er voor, dat bij de uitvoering van het werk, tenzij hijzelf of zijn gevolmachtigde ter plaatse is, steeds een persoon aanwezig is, die de opdracht heeft orders of aanwijzingen van de directie op te volgen en deze onverwijld aan hem of zijn gevolmachtigde over te brengen. De aannemer verleent toegang tot het werk en het werkterrein aan de personen, die door de opdrachtgever of de directie tot toegang zijn gemachtigd, voor zover hij daartegen geen redelijke bezwaren heeft. Behalve het te werk gestelde personeel en uit anderen hoofde bevoegde personen mag de aannemer andere personen op het werk en het werkterrein toelaten voor zover de opdrachtgever of de directie daartegen geen redelijke bezwaren kenbaar maakt. De aannemer zorgt er voor, dat de directie en door de directie aangewezen personen, voor zover fabrieksgeheim zich daartegen niet verzet, vrije toegang hebben tot de terreinen, fabrieken, werkplaatsen en loodsen, zowel van de aannemer als van onderaannemers en leveranciers, waar werkzaamheden ten behoeve van het werk worden verricht of voor het werk bestemde bouwstoffen zijn opgeslagen, teneinde de werkzaamheden respectievelijk de bouwstoffen te inspecteren. Indien uit hoofde van fabrieksgeheim vrije toegang als bedoeld in het voorgaande lid niet of niet ten volle kan worden gegeven, moet hiervan kennis worden gegeven: a. bij de inschrijving, indien de bevoegdheid tot het verlenen van vrije toegang bij de aannemer berust; b. bij de aanvraag tot goedkeuring van de betrokken onderaannemer of leverancier, indien de bevoegdheid bij een van hen berust. Een kennisgeving als bedoeld onder a zal niet worden aangemerkt als een aan de inschrijving verbonden voorwaarde. Indien twee of meer personen tezamen een werk hebben aangenomen, zijn zij hoofdelijk voor de gehele uitvoering daarvan aansprakelijk. Zij zijn verplicht een van hen schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen. De aannemer mag het werk niet geheel of ten dele aan een ander overdragen zonder schriftelijke goedkeuring van de opdrachtgever. De aannemer kan bepaalde onderdelen van het werk in onderaanneming laten uitvoeren, mits voor de keuze van deze onderdelen en van de daarvoor in te schakelen onderaannemers de schriftelijke goedkeuring van de directie is verkregen; deze goedkeuring zal niet mogen worden onthouden op onredelijke gronden. De aannemer blijft niettemin jegens de opdrachtgever voor die onderdelen ten volle verantwoordelijk. Indien door of namens de opdrachtgever het inschakelen van een bepaalde onderaannemer of leverancier is of wordt voorgeschreven, is de aannemer voor wat het presteren van die onderaannemer of leverancier betreft jegens de opdrachtgever tot niet meer gehouden dan tot datgene, waartoe de aannemer die onderaannemer of leverancier kan houden krachtens de voorwaarden door deze gehanteerd en zoals deze door de opdrachtgever zijn aanvaard of goedgekeurd. Indien de voorgeschreven onderaannemer of leverancier niet, niet tijdig of niet deugdelijk presteert en de aannemer het redelijkerwijs nodige heeft gedaan om nakoming en/of schadevergoeding te verkrijgen, zal de opdrachtgever de voor de aannemer ontstane meerdere kosten aan hem vergoeden, voor zover deze hem niet zijn vergoed door de onderaannemer of leverancier. Daartegenover zal de aannemer, op eerste verzoek van de opdrachtgever, aan deze zijn vordering op de voorgeschreven onderaannemer of leverancier cederen tot aan het door de opdrachtgever aan hem vergoede bedrag. Indien onderdelen van het werk in onderaanneming worden uitgevoerd, zal de aannemer de onderaannemer volledig inlichten omtrent de bepalingen van het bestek, die bij het desbetreffende onderdeel van belang kunnen zijn, en omtrent de wijze van uitvoering. Orders en aanwijzingen betreffende die onderdelen zullen door de directie uitsluitend aan de aannemer worden kenbaar gemaakt en zullen door deze aan de onderaannemer worden doorgegeven, tenzij de aannemer na overleg met de onderaannemer schriftelijk verzoekt bedoelde orders en aanwijzingen tevens rechtstreeks aan de onderaannemer mede te delen. De aannemer is verplicht ter zake van de overeenkomst in Nederland domicilie te hebben voor zover hij niet reeds in Nederland is gevestigd. HOOFDSTUK IV. AANVANG, UITVOERINGSDUUR, OPLEVERING § 7. Datum van aanvang Als datum van aanvang zal worden aangemerkt de vijfde werkdag na de dag waarop de aannemer het werk is opgedragen. Tenzij in het bestek anders is bepaald, staat het de aannemer vrij, behoudens bezwaar van de directie, ook vóór de datum van aanvang met het werk te beginnen. § 8. Uitvoeringsduur, uitstel van oplevering De termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, wordt in het bestek uitgedrukt: a. hetzij in een aantal werkbare werkdagen; b. hetzij in een aantal kalenderdagen, -weken of -maanden; c. hetzij door een bepaalde dag te noemen. Indien een termijn is uitgedrukt in een aantal werkbare werkdagen, worden werkdagen, respectievelijk halve werkdagen, als onwerkbaar beschouwd, wanneer daarop door omstandigheden buiten de aansprakelijkheid van de aannemer gedurende ten minste vijf uren, respectievelijk ten minste twee uren, door het grootste deel van de arbeiders of machines niet kon worden gewerkt. Als de oplevering van het werk zou moeten geschieden op een dag die geen werkdag is, geldt de eerstvolgende werkdag als de overeengekomen dag van oplevering. De termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, kan door de opdrachtgever worden verlengd, hetzij eigener beweging, hetzij op een daartoe strekkend verzoek van de aannemer. Een verzoek van de aannemer om termijnverlenging zal slechts in overweging kunnen worden genomen, indien dit schriftelijk geschiedt en – behoudens ontheffing door de directie – ten minste veertien dagen voor het verstrijken van de termijn bij de directie is bezorgd. Indien door overmacht, door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden, of door het door of namens de opdrachtgever aanbrengen van bestekswijzigingen dan wel van wijzigingen in de uitvoering van het werk, niet van de aannemer kan worden gevergd dat het werk binnen de overeengekomen termijn wordt opgeleverd, heeft hij recht op termijnverlenging. § 8a. Beproeving eproeving van het technische installatiewerk of een of meer onderdelen daarvan vindt plaats, indien dit is overeengekomen. De beproeving geschiedt door de aannemer in aanwezigheid van de directie en dient om vast te stellen of het technische installatiewerk, of het desbetreffende onderdeel daarvan, op het gebied bestreken door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen voor zover dit op het tijdstip van de beproeving mogelijk is. Aannemer en directie stellen in onderling overleg het tijdstip van de beproeving vast. Indien aannemer en directie niet komen tot gemeenschappelijke vaststelling van het tijdstip van de beproeving, stelt de aannemer dit tijdstip vast en geeft van dit tijdstip ten minste acht dagen tevoren schriftelijk kennis aan de directie. Ten behoeve van de beproeving stelt de aannemer voor zijn rekening het nodige materieel en het personeel voor de bediening daarvan beschikbaar. De kosten van de voor de beproeving benodigde hoeveelheid water en energie zijn voor rekening van de opdrachtgever. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf dagen na de beproeving, stelt de aannemer een rapport op waarin het beproevingsresultaat is opgenomen, alsmede, indien zulks is overeengekomen, een meetstaat die de meetresultaten en andere relevante gegevens vermeldt. Door de ondertekening van dit in tweevoud op te maken rapport door de aannemer en de directie staan de resultaten van de beproeving vast. Indien de directie tijdens de beproeving niet aanwezig is geweest, staan de resultaten van de beproeving vast door de enkele vermelding daarvan in het rapport. Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische installatiewerk, op het gebied bestreken door de beproeving, niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, zal, nadat de aannemer de nodige verbeteringen heeft aangebracht, de beproeving worden herhaald. Op deze herhaalde beproeving zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dit geval de kosten voor water en energie, benodigd voor de beproeving, voor rekening van de aannemer zijn. Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische installatiewerk, op het gebied bestreken door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen en het technische installatiewerk ook overigens is voltooid, vindt opneming van het technische installatiewerk plaats zoals bedoeld in § 9. § 9. Opneming en goedkeuring De opneming van het werk geschiedt op schriftelijke, tot de directie gerichte aanvrage van de aannemer, waarin deze mededeelt op welke dag het werk naar zijn oordeel voltooid zal zijn. De directie kan genoegen nemen met een mondelinge mededeling, welke in het dagboek of weekrapport, bedoeld in § 27, wordt aangetekend. De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk en in de regel binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde dag. De dag en het tijdstip van opneming worden aan de aannemer tijdig en zo mogelijk ten minste drie dagen tevoren schriftelijk medegedeeld. De directie kan verlangen, dat de aannemer of zijn gevolmachtigde bij de opneming tegenwoordig is. Nadat het werk is opgenomen, wordt aan de aannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het al dan niet is goedgekeurd, in het laatste geval met opgaaf van de gebreken, die de redenen voor de onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden. Met toestemming van de aannemer kan, in plaats van de schriftelijke mededeling bedoeld in het vorige lid, worden volstaan met een overeenkomstige aantekening in het dagboek of weekrapport, met vermelding van de datum der aantekening. Alsdan wordt, indien het werk wordt goedgekeurd, als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende aantekening is geplaatst. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden dan wel, in het geval bedoeld in het vierde lid, een overeenkomstig aantekening in het dagboek of weekrapport geplaatst, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd. Geschiedt de opneming niet binnen vijftien dagen na de in het eerste lid bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de verzending van die brief te zijn goedgekeurd. Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De aannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing. Bij een heropneming zullen andere gebreken dan die, welke overeenkomstig het zevende lid aan de aannemer zijn opgegeven, alleen dan reden tot hernieuwde onthouding van goedkeuring kunnen zijn, indien zij eerst na de voorafgegane opneming aan de dag zijn getreden. § 10. Oplevering Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig het bepaalde in § 9 is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. 1a. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever bedienings- en onderhoudsvoorschriften zal verstrekken met betrekking tot het technische installatiewerk, overhandigt hij deze op het tijdstip van ingebruikneming van het technische installatiewerk, of van het desbetreffende onderdeel daarvan, dan wel uiterlijk op de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever revisietekeningen met betrekking tot het technische installatiewerk zal verstrekken, overhandigt hij deze uiterlijk drie maanden na de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien de aannemer niet een aanvrage om opneming als bedoeld in § 9, eerste lid, tot de directie heeft gericht, doch de opdrachtgever het werk voltooid acht, kan deze de aannemer zulks schriftelijk mededelen. De vijfde dag na de verzending van deze mededeling geldt dan als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. De opdrachtgever kan het werk, voordat dit voltooid is, of een al dan niet voltooid onderdeel daarvan, in gebruik nemen of doen nemen mits de ingebruikneming een voldoende voortgang van het werk niet in gevaar brengt. De opdrachtgever gaat hiertoe niet over dan nadat hij dit schriftelijk aan de aannemer heeft medegedeeld en hij deze heeft gehoord en een opneming, dan wel – indien het een technisch installatiewerk betreft – een beproeving en opneming als bedoeld in § 8a van het in gebruik te nemen werk of onderdeel daarvan heeft plaatsgevonden. Indien door de ingebruikneming meer wordt verlangd van de aannemer dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zal dit worden verrekend als meer werk. Indien door de ingebruikneming schade aan het werk ontstaat komt deze schade niet voor rekening van de aannemer. Door de in dit lid bedoelde ingebruikneming en opneming wordt het werk, dan wel dat onderdeel, niet als opgeleverd beschouwd. Voor technische installatiewerken geldt dat indien in het bestek een onderhoudstermijn als bedoeld in § 11 is voorgeschreven, door de in dit lid bedoelde ingebruikneming de onderhoudstermijn onmiddellijk ingaat na de dag van ingebruikneming. § 11. Onderhoudstermijn Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, gaat deze termijn in onmiddellijk na de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd. De aannemer is gehouden gebreken, welke in de onderhoudstermijn aan de dag treden, te herstellen, met uitzondering echter van die, waarvoor de opdrachtgever op grond van § 5, tweede lid de verantwoordelijkheid draagt of waarvoor hij op grond van § 5, derde of vie