Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026de raad van de gemeente Zwolle; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2-12-2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden
- (Verordening Marktgelden Zwolle 2026) Artikel1Belastbaar feit Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte diensten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: markt: de warenmarkt, die op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden of een door de gemeente ingestelde en beheerde markt; standplaats: de op en voor de duur van de markt door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel; standwerkersplaats: een verkoopplaats die per marktdag wordt uitgegeven om daarop te standwerken. Artikel3Belastingplicht Het recht wordt geheven van degene aan wie de in artikel 1 bedoelde standplaats is toegewezen, dan wel van degene die de in artikel 1 bedoelde standplaats inneemt en/of diensten afneemt. Artikel4Tarieven De marktgelden worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Wijze van heffing De marktgelden worden geheven bij wege van een aanslag of bij wijze van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder wordt begrepen een bon, nota of andere schriftuur. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Marktgeld geheven bij wijze van abonnement is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. 2.Marktgeld niet geheven bij wijze van abonnement is verschuldigd op het tijdstip dat de standplaats wordt ingenomen dan wel de dienst wordt verleend. 3.Indien in de loop van het belastingjaar wordt overgegaan tot heffing bij abonnement is marktgeld verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na aanvang van heffing bij wijze van abonnement, nog kalendermaanden overblijven. 4.Indien in de loop van het belastingjaar wordt overgegaan tot beëindiging van heffing bij abonnement, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van heffing bij abonnement, nog kalendermaanden overblijven. Artikel7Tijdstippen van verschuldigdheid en betaling 1.Het marktgeld geheven bij wege van aanslag is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar, of, indien de belastingplicht op een later tijdstip aanvangt, op dat tijdstip. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.Het marktgeld niet geheven bij wege van aanslag is verschuldigd ten tijde van het innemen van de standplaats en moet worden betaald op het tijdstip waarop de kennisgeving als bedoeld in artikel 5 wordt uitgereikt. 3.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld, ingeval de kennisgeving wordt toegezonden, worden betaald binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake verlening van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van marktgelden. Artikel9Nadere regelgeving Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden. Artikel10Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Verordening Marktgelden 2025” van 16-12-2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. 4.De datum van ingang van heffing is 1 januari
- 5.Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Verordening Marktgelden Zwolle 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2025.De voorzitter,De griffier,Tarieventabel behorende bij de Verordening Marktgelden Zwolle 2026 I. Markten A. Het marktgeld voor het innemen van een standplaats op de wijkmarkt AA-landen, bedraagt per m², bij wijze van abonnement, per jaar € 42,45 B. 1.Het marktgeld voor het innemen van een standplaats op de wijkmarkt Zwolle-Zuid en Stadshagen, bedraagt per m², a. bij wijze van abonnement, per jaar € 51,95 C. 1.Het marktgeld voor het innemen van een standplaats op de algemene warenmarkt op vrijdag, bedraagt per m², a. bij wijze van abonnement, per jaar € 51,75 b. zonder abonnement, per marktdag € 1,10 c. door standwerkers voor de eerste 5 m², per dag € 1,65 2.het marktgeld voor het innemen van een standplaats op de algemene warenmarkt op zaterdag, bedraagt per m², a. bij wijze van abonnement, per jaar € 58,55 b. zonder abonnement, per marktdag € 1,30 c. door standwerkers voor de eerste 5 m², per dag € 2,00 D. 1.Het marktgeld voor het innemen van een standplaats op de minimarkt Petuniaplein, bedraagt per m², a. bij wijze van abonnement, per jaar € 38,30 E. Het marktgeld voor het innemen van een standplaats op de algemene warenmarkt (Centrummarkt) wordt verhoogd met € 3,00 per marktdag. Deze gelden dienen te worden bestemd voor promotie-/reclame-activiteiten ten behoeve van de betreffende markt. II. Diensten A. Markten waar geen individuele bemetering aanwezig is: Het marktgeld voor het ter beschikking stellen of voor het leveren van elektriciteit in watts per kalenderjaar: vermogen per dag / dagdeel Zwolle-Zuid/ Vrijdag Zaterdag Stadshagen Boerenmarkt/ Petuniaplein vermogen 0 < 500 watt € 30,55 € 47,30 € 78,65 vermogen 500 < 1000 watt € 52,70 € 67,90 € 115,20 vermogen 1000 < 1500 watt € 78,65 € 104,35 € 173,90 vermogen 1500 < 2500 watt € 131,20 € 173,90 € 290,45 vermogen 2500 en meer watt € 198,20 € 263,75 € 421,35 vermogen 380 V tot 12 Kw € 569,15 € 569,15 € 800,75 Vermogen 380 V tot 12 Kw kan alleen worden geleverd voor de minimale levertijd van één jaar; de aansluitingskosten worden voor 50% in rekening gebracht bij de gebruiker. Het maximum opgenomen vermogen dient de basis te zijn voor de jaarberekening van het verbruikstarief per vermogen in watts per dag c.q. dagdeel. Elektra markten met individuele bemetering, per Kw € 0,396 Elektra evenementen, per Kw € 0,396 Elektra commerciële standplaatsen, per jaar (per dagdeel dat de standplaats is vergund): vermogen 0 < 500 watt € 47,30 vermogen 500 < 1000 watt € 67,90 vermogen 1000 < 1500 watt € 104,35 vermogen 1500 < 2500 watt € 173,90 vermogen 2500 en meer watt € 263,75 vermogen 380 V tot 12 Kw € 569,15 Uitrijtarief nutsvoorzieningen € 74,05 Behorend bij raadsbesluit van 15 december
- De griffier,