Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie De directeur van GBTwente, aangewezen als heffingsambtenaar van de gemeenten Almelo, Berkelland, Borne, Bronckhorst, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Losser, Oldenzaal en Twenterand, gelet op het bepaalde in: • Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk IV van de Wet waardebepaling onroerende zaken, artikel 253 van de Gemeentewet en het bepaalde over de belastingplicht in de door de gemeenteraden van de deelnemers vastgestelde belastingverordeningen • Artikel 24 Wet WOZ; • Artikel 1 van de Verordening onroerende-zaakbelastingen van bovengenoemde gemeenten; • Artikel 3 van de Verordening rioolheffing van bovengenoemde gemeenten; • Artikel 4 van de Verordening reinigingsheffingen van bovengenoemde gemeenten; • Artikel 2 van de Verordening hondenbelasting van de gemeente Enschede; • Artikel 3 van de Verordening toeristenbelasting van bovengenoemde gemeenten; • Artikel 2 van de Verordening forensenbelasting van de gemeenten Bronckhorst, Haaksbergen, Losser en Twenterand; • Artikel 4 van de Verordening BIZ-bijdrage van de gemeenten Almelo, Enschede, Haaksbergen, Hengelo en Losser. besluit vast te stellen de volgende: Beleidsregels voor het aanwijzen van een belasting¬plichtige in een keuzesituatie ten behoeve van het vaststellen van waardebeschikkingen op grond van de Wet WOZ en aanslagen op grond van bovengenoemde Verordeningen. A. Inleiding In sommige gevallen brengen wettelijke regels met zich mee dat meer perso¬nen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject (onroerende- zaak, perceel, eigendom of hond). In de gevallen waarin dat voorkomt mag de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen worden gesteld. In deze gevallen hanteert GBTwente een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is mede gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voor¬komende gevallen. B. Voorkeursvolgorde genothebbbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht 1 Met betrekking tot de WOZ-waardebeschikkingen en gemeentelijke belastingen die worden bekend gemaakt aan c.q. geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht (hierna: genothebbende) wordt, indien er met betrekking tot een onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de WOZ-beschikking en aanslag in onderstaande volgor¬de gesteld ten name van: 1.1 de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt: 1.1.1 de vruchtgebruiker c.q. de gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; 1.1.2 de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk op¬stalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; 1.1.3 de erfpachter; 1.2 de eigenaar of de appartementsgerechtigde; 1.3 degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daar¬onder begrepen de bezitter. 2 Met betrekking tot de WOZ-waardebeschikkingen en gemeentelijke belastingen die worden bekend gemaakt aan c.q. geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 2.1 indien er binnen één categorie genothebbende personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de gemeente waarop de belasting betrekking heeft, wonen of gevestigd zijn: 2.1.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.1.2 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd; 2.1.4 degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt; 2.1.5 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.1.6 degene die bij GBTwente als genothebbende of gebruiker bekend is. 2.1.7 de eerst gerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt; 2.2 indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in de gemeente waarop de belasting betrekking heeft wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens elders in Nederland wonen of gevestigd zijn: 2.2.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.2.2 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd; 2.2.3 een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.2.4 degene die bij GBTwente als genothebbende of ge¬bruiker bekend is; 2.2.5 de eerst gerechtigde in de volgorde die de basisregistratie kadaster aanhoudt; 2.3 indien er binnen één categorie genothebbenden geen personen zijn die volgens de beschikbare gegevens in Nederland wonen of gevestigd zijn, maar wel personen die volgens de beschikbare gegevens in het buitenland wonen of gevestigd zijn. 2.3.1 degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.3.2 bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd; 2.3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.