Verordening op de heffing en de invordering van leges en werken voor derden Brunssum 2026 De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 202597210 (versie 2); gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025, afdeling Financiën en Control; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges en werken voor derden Brunssum 2026 (Legesverordening en Werken voor derden Brunssum 2026) versie 2. Artikel1Definities 1.Deze verordening verstaat onder: dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Indien in de tarieventabel voor eenzelfde onderdeel een tarief is vermeld per jaar, per maand, per week of per dag, wordt de voor de belastingplichtige meest gunstige wijze van berekening van het tarief gehanteerd; maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. 2.Daar waar in deze verordening wordt gesproken over het in behandeling nemen van een aanvraag, wordt bedoeld de inname van deze aanvraag. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; het verlenen van een dienst op aanvraag; of het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan. Artikel4Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers door ambtenaren in de uitoefening van hun functie. Artikel5Maatstaven van heffing en tarieven 1.De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 - moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, dat besluit of die handeling in de bijgevoegde tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel10Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); paragraaf 1.3 (rijbewijzen); artikel 1.17 (schriftelijke verstrekking uit de Basisregistratie Personen); artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag); artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel11Overgangsrecht 1.De Legesverordening en Werken voor derden gemeente Brunssum 2025 van - 10 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel12Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3.Het in artikel 2.1.4 van de tarieventabel genoemde NEN-voorschrift wordt bekendgemaakt door terinzagelegging in het gemeentelijk Klant Contact Centrum. Artikel13Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening en Werken voor derden Brunssum 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december 2025.De raad voornoemd,De voorzitter,De griffier,Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening en Werken voor derden gemeente Brunssum 2026 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Artikel 1.1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap 2026 2025 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap, omzetting van een partnerschap in een huwelijk of het vernieuwen van de trouwbelofte op, waarbij de maximale duur 1 uur bedraagt, met uitzondering van de verplichte kosteloze huwelijken en partnerschappen op dinsdag om 9.00 uur en 9.30 uur (maximale duur 20 minuten): a. Maandag t/m vrijdag van 7.00 tot 20.00 uur € 325,-- € 300,-- b. Zaterdag van 7.00 tot 20.00 uur € 575,-- € 525,-- c. Buiten voornoemde tijden € 750,-- € 900,-- Artikel 1.1.2 Renewal of the vows Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een renewal of the vows: a. Maandag t/m vrijdag van 7.00 tot 20.00 uur € 260,-- € 240,-- b. Zaterdag van 7.00 tot 20.00 uur € 460,-- € 420,-- c. Buiten voornoemde tijden € 600,-- € 720,-- Artikel 1.2.1 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk zonder ceremonie Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk zonder enig decorum € 60,-- € 55,-- Artikel 1.2.2 Voor het in behandeling nemen van het aanwijzen van een externe trouwlocatie 2026 2025 a. Voor het in behandeling nemen voor het incidenteel aanwijzen van een externe trouwlocatie: € 65,-- € 55,-- b. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het aanwijzen van een externe trouwlocatie, telkenmale voor de duur van maximaal een jaar (bedrijfslocaties): € 600,-- € 500,-- c. Het in 1.4 onder a. vermelde tarief is exclusief het tarief voor het gebruik van de externe trouwlocatie Clemensdomein, dat jaarlijks door het bestuur van het Clemensdomein wordt vastgesteld en welk tarief rechtstreeks verschuldigd is aan het Clemensdomein. d. Het in lid 1.4 onder a vermeldde tarief voor het gebruik van de externe trouwlocatie Openluchttheater is exclusief de kosten die rechtstreeks verschuldigd zijn aan de externe organisator. Artikel 1.3 2026 2025 GERESERVEERD Artikel 1.4 Uitgebreide duur 50% bij het in artikel 1.1 genoemde tarief, indien de maximale duur ten gevolge van een uitgebreider decorum op verzoek wordt verlengd tot maximaal 1,5 uur. Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag: € 75,-- € 70,-- Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige: € 40,-- € 40,-- Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen binnen een periode van vier weken voorafgaand aan die gereserveerde datum: € 70,-- € 70,-- Artikel 1.8.1 Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje € 40,-- € 40,-- Artikel 1.8.2 Verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand en opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand is: conform het legesbesluit akten burgerlijke stand conform het legesbesluit akten burgerlijke stand Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten 2026 2025 Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een (tweede) nationaal paspoort: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: €88,65* € 86,85* 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: €67,05* € 65,70* b. een (tweede) nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: €88,65* € 86,85* 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: €67,05* € 65,70* c. een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: €88,65* € 86,85* 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: €67,05* € 65,70* d. een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: €67,05* € 65,70* Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: €80,10* € 78,50* 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: €43,20* € 42,35* b. een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon: €39,05* € 38,25* Artikel 1.11 Modaliteiten 2026 2025 Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: a. voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen: € 60,30* € 59,10* b. voor het bezorgen van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.9 en 1.10 en onder a genoemde bedragen: € 19,00* € 18,65* Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.12 Rijbewijzen 2026 2025 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: € 53,65 * € 52,10* Artikel 1.13 Modaliteiten Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met: € 39,65 ** € 39,65 * Dit is het maximumtarief vanaf 1 januari 2026 (1 januari 2025 kolom 2025), inclusief rijkskostendeel (wordt naar beneden afgerond op 0,05 of 0,10) ** het rijkskostendeel van de verhoging bedraagt m.i.v. 1 januari 2026 Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de Basisregistratie Personen Artikel 1.14 Definities 2026 2025 1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de Basisregistratie Personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de Basisregistratie Personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: Gelijk gesteld aan het legesbesluit akten burgerlijke stand Gelijk gesteld aan het legesbesluit akten burgerlijke stand b. tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17 van het Besluit basisregistratie personen, bedraagt per verstrekking het tarief zoals dat is opgenomen in artikel 10, lid 2 van de Regeling basisregistratie personen. c. tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200): Gelijk gesteld aan het legesbesluit akten burgerlijke stand Gelijk gesteld aan het legesbesluit akten burgerlijke stand Artikel 1.16.1 Verstrekking van aangehaakte gegevens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking Gelijk gesteld aan het legesbesluit akten burgerlijke stand Gelijk gesteld aan het legesbesluit akten burgerlijke stand Artikel 1.16.2 Portokosten 2026 2025 Indien de in artikel 1.15 en 1.16.1 bedoelde verstrekking per regulier poststuk moet worden toegezonden, wordt het in artikel 1.15 en 1.16.1 vermelde tarief vermeerderd met de daadwerkelijk portokosten welke noodzakelijk zijn voor verzending. Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: conform artikel 10.2 regeling BRP. € 7,50* Artikel 1.18.1 Op aanvraag doornemen Basisregistratie Personen 1. Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de Basisregistratie Personen, persoonskaarten of andere archieven voor ieder daaraan (deel van een) besteed kwartier. € 35,-- € 30,-- 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 1.18.2 Geautomatiseerde verstrekking VERVALLEN * Dit is het maximumtarief, conform artikel 10.2 regeling BRP. Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken 2026 2025 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. een afschrift van de programmabegroting/-rekening, burgerjaarverslag: € 55,-- € 52,50 b. een afschrift van de tussentijdse Bestuursrapportage (Berap) ex. artikel 5, van de Financiële verordening artikel 212: € 30,-- € 25,-- 2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. een afschrift van het verslag/stukken van een raadsvergadering, per pagina: € 0,55 € 0,50 Indien de in artikel 1.19 lid 1 en 2 bedoelde verstrekking per regulier poststuk moet worden toegezonden, wordt het in artikel 1.19 lid 1 en 2 vermelde tarief vermeerderd met de daadwerkelijk portokosten welke noodzakelijk zijn voor verzending. Artikel 1.20 Abonnement op bestuursstukken Niet van toepassing Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie 2026 2025 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.26b: a. per pagina of gedeelte daarvan in zwart/wit A4-formaat: € 0,55 € 0,50 b. per pagina of gedeelte daarvan in kleur A4-formaat: € 1,50 € 1,50 c. per pagina of gedeelte daarvan in zwart/wit A0-formaat (1.000 cm2): € 9,50 € 9,50 d. per pagina of gedeelte daarvan in kleur A0-formaat (1.000 cm2): € 11,-- € 11,-- e. Voor elke 1.000 cm2 of gedeelte daarvan waarmee de oppervlakte van de tekening in zwart/wit de 1.000 cm2 te boven gaat, wordt voorgenoemd tarief vermeerderd met: € 9,50 € 9,50 2026 2025 f. Voor elke 1.000 cm2 of gedeelte daarvan waarmee de oppervlakte van de tekening in kleur de 1.000 cm2 te boven gaat, wordt voorgenoemd tarief vermeerderd met: € 11,-- € 11,-- g. Tot het verstrekken van een digitaal digitaal bestand van een plan, zoals een omgevingsplan (bestemmingsplan, beheersverordening), voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in onderdeel 1.26b, omgevingsvisie (structuurplan of stadsvernieuwingsplan): 30% van het in het artikel 1.21 genoemde tarief 30% van het in het artikel 1.21 genoemde tarief Indien de in artikel 1.21 bedoelde verstrekking per regulier poststuk moet worden toegezonden, wordt het in artikel 1.21 vermelde tarief vermeerderd met de daadwerkelijk portokosten welke noodzakelijk zijn voor verzending. Artikel 1.22 Informatie uit registers Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit: a. de gemeentelijke Basisregistratie Adressen en Gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object: € 35,-- € 30,-- b. de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet: € 15,-- € 15,-- c. een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet: € 15,-- € 15,-- e. het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder c, van die wet, voor ieder daar aan besteed (deel van een) kwartier: € 35,-- € 30,-- vermeerderd met de bevragingskosten voor het kadaster, per bevraging: € 3,-- € 3,-- Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.24 Verlof tot opgraven als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de lijkbezorging 2026 2025 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een verlof tot opgraven als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de lijkbezorging. € 95,-- € 85,00 Artikel 1.25 Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag: Het tarief zoals dat is vastgesteld door het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). € 41,35 b. tot het legaliseren van een handtekening Gelijk gesteld aan het legesbesluit akten burgerlijke stand Gelijk gesteld aan het legesbesluit akten burgerlijke stand c. tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn/in leven geregistreerd d. tot het verkrijgen van een bewijs van Nederlanderschap e. voor het waarmerken van een document f. tot het verkrijgen van een document inzake gegevens ten behoeve van het opmaken van een verklaring van erfrecht € 25,-- € 25,-- Indien de in artikel 1.25 bedoelde verstrekking per regulier poststuk moet worden toegezonden, wordt het in artikel 1.25 vermelde tarief vermeerderd met de daadwerkelijk portokosten welke noodzakelijk zijn voor verzending. Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief 2026 2025 Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier: € 35,-- € 30,-- Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: a. een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina: € 0,55 € 0,50 b. een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina: € 0,55 € 0,50 c. tot het verstrekken van een digitaal bestand: 30% van het in artikel 1.26 genoemde tarief 30% van het in artikel 1.26 genoemde tarief Het tarief wordt niet in rekening gebracht indien de kosten in redelijkheid niet in verhouding staan tot het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een uit het gemeentearchief berustend stuk, per bladzijde of gedeelte daarvan middels een fotokopie ten behoeve van studiedoeleinden. Indien de in artikel 1.27 bedoelde verstrekking per regulier poststuk moet worden toegezonden, wordt het in artikel 1.27 vermelde tarief vermeerderd met de daadwerkelijk portokosten welke noodzakelijk zijn voor verzending. Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.29 Huisvestingswet 2014 2026 2025 Niet van toepassing Artikel 1.30 Leegstandswet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: € 80,-- € 75,-- b. tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van de Leegstandwet: € 80,-- € 75,-- Artikel 1.31.1 Wet op de kansspelen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag (dit is het maximum tarief vigerende Speelautomatenbesluit 2000, artikel 3) a. tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen 1. voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat: € 56,50 € 56,50 2. voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat: € 22,50 € 22,50 en voor iedere volgende kansspelautomaat: € 34,-- € 34,00 b. voor het wijzigen van de onder artikel 1.31 a genoemde vergunningen. € 55,-- € 42,25 De subonderdelen 1.31.1a en 1.31.1b zijn van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd worden. Artikel 1.31.2 Loterijvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): € 55,00 € 42,25 Artikel 1.31.3 Exploitatievergunning 2026 2025 1. Bij de indiening van de aanvraag van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de "verordening speelautomatenhallen Brunssum" is de aanvrager een vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning verschuldigd van: (dit is het maximum tarief vigerende Speelautomatenbesluit 2000, artikel 6) € 1.815,-- € 1.815,-- 2. Bij de indiening van de aanvraag van een exploitatievergunning is de aanvrager tevens een vergoeding voor de kosten verbonden aan het toezicht op de naleving door hem van de bij of krachtens titel VA van de wet vastgestelde voorschriften verschuldigd ten bedrage van: (dit is het maximum tarief vigerende Speelautomatenbesluit 2000, artikel 6) € 486,25 maal het aantal jaren waarvoor de vergunning geldt € 486,25 maal het aantal jaren waarvoor de vergunning geldt Artikel 1.31.4 Klein kansspel (bingo) het tarief bedraagt per mededeling, aangegeven op het door van gemeentewege voorgeschreven formulier, inhoudende de mededeling dat een klein kansspel (bingo), als bedoeld in artikel 7a van de Wet op de Kansspelen zal worden gehouden: € 5,-- € 4,10 Artikel 1.31.5 Kindercentrum, gastouderbureau, gastouderopvang, peuterspeelzaal Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het in exploitatie nemen van een kindercentrum of gastouderbureau of het bieden van gastouderopvang (art.1.45 eerste en tweede lid, Wet kinderopvang): € 200,-- € 130,-- Paragraaf 1.10 Telecommunicatie Artikel 1.32 Telecommunicatiewet 2026 2025 a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet: € 335,-- € 325,-- b. Indien het betreft werkzaamheden in tegel-, klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten verhardingen, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met: € 2,05 € 2,00 c. Indien het betreft werkzaamheden in bermen, groenstroken en dergelijke, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met: € 2,05 € 2,00 d. Indien de melder verzoekt om een inhoudelijke afstemming bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in artikel 5.5 van de Telecommunicatiewet, verhoogd met: € 335,-- € 325,-- Paragraaf 1.11 Wegenverkeerswetgeving Artikel 1.33.1 Ontheffing 2026 2025 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag a. tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: 1. geldig voor één dag: € 30,-- € 20,-- 2. geldig voor meer dan één dag, doch niet meer dan één maand: € 50,-- € 30,-- 3. geldig voor meer dan één maand, doch niet meer dan één half jaar: € 80,-- € 80,-- 4. geldig voor meer dan één maand, doch niet meer dan één jaar: € 150,-- € 150,-- 5. als bedoeld in artikel 10 van de Wegenverkeerswet, niet zijnde een verklaring van geen bezwaar (wedstrijd): € 25,-- € 20,-- 6. tot het wijzigen van een kenteken van een nog tenminste 2 maanden actieve ontheffing: € 15,-- € 15,-- b. Voor zover de verleende ontheffing functioneel noodzakelijk is voor gemeentelijke voertuigen dan wel voor voertuigen van derden die namens/in opdracht van de gemeente Brunssum werkzaamheden verrichten, is het tarief als bedoeld in artikel 1.37a: Nihil Nihil c. tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aanzien van art. 25 ( parkeerschijfzones) 1. één ontheffing parkeerschijfzone voor bewoners van aangewezen gebieden in het Centrum, per adres: (de ontheffing wordt telkenmale voor de maximale duur van drie jaar verstrekt) € 60,-- € 55,-- 2. een ontheffing parkeerschijfzone voor gesubsidieerde non-profitorganisaties met verzorgende diensten (de ontheffing wordt telkenmale voor de maximale duur van drie jaar verstrekt). € 60,-- € 55,-- de leges tot het verkrijgen van een ontheffing als vermeld hierboven onder 1.33.1 c 1 t/m 3 worden gerestitueerd als sprake is van plaatsing op een wachtlijst in verband met een tekort aan beschikbare parkeerplaatsen. 3. functionarissen die werkzaam zijn voor de gemeente Brunssum en op aangeven van de verantwoordelijk directeur opgenomen zijn in een lijst met ontheffinghouders, alsmede politieke ambtsdrager van de gemeente Brunssum: (de ontheffing wordt telkenmale voor de maximale duur van drie jaar verstrekt). € 60,-- € 55,-- a ontheffing geldig voor één dag: Nihil Nihil Waarbij het onder 3 van dit onderdeel vermelde tarief na verstrekking rechtstreeks ten laste van het afdelingsbudget valt. Het afdelingshoofd van de betreffende functionaris moet akkoord geven en op de hoogte worden gesteld. Tevens is er een maximum aantal ontheffingen beschikbaar. 4 het wijzigen van een kenteken van een nog tenminste 2 maanden actieve ontheffing parkeerschijfzone: € 15,-- € 15,- Artikel 1.33.2 Gehandicaptenparkeerkaart 2026 2025 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag a. tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW): 79,50 € 77,50 b. Indien voor het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart nader geneeskundig onderzoek vereist is wordt het bedrag genoemd in art. 1.33.2a verhoogd met: 158,-- € 154,-- Artikel 1.33.3 Verkeersregelaar Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van de lokale bevoegdheid op te treden als verkeersregelaar voor 5 jaar: € 60,-- € 55,-- Artikel 1.33.4 Ontheffing rijverbod voetgangersgebied a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing rijverbod voetgangersgebied Kerkstraat, krachtens artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van het bepaalde vermeld in artikel 10, eerste lid: 1. geldig voor één dag: € 30,-- € 20,-- 2. geldig voor meer dan één dag, doch niet meer dan één maand: € 50,-- € 30,-- 3. geldig voor meer dan één maand, doch niet meer dan één half jaar: € 80,-- € 80,-- 4. geldig voor meer dan één maand, doch niet meer dan één jaar: € 150,-- € 150,-- b. Onverminderd het bepaalde in 1.33.4 a worden de kosten met betrekking tot een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing rijverbod, bij verlening daarvan verhoogd met een bedrag van € 50,-zijnde een borgsom voor het op correcte wijze retourneren van de verstrekte toegangsbutton. c. Artikel 1.33.4 b is niet van toepassing indien de toegang is verleend op basis van het kenteken van het voertuig. d. Voor zover de verleende ontheffing als bedoeld in artikel 1.33.4 a functioneel noodzakelijk is voor gemeentelijke voertuigen, dan wel voor voertuigen van derden die namens/in opdracht van de gemeente Brunssum werkzaamheden verrichten, is het tarief als bedoeld in artikel 1.33.4 a: Nihil Nihil Paragraaf 1.12 Diversen Artikel 1.34 Verstrekking van overige afschriften, kaarten en stukken 2026 2025 a. Het tarief bedraagt voor het verstrekken van fotokopieën van stukken, kaarten, tekeningen, al dan niet gewaarmerkt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1. per pagina of gedeelte daarvan op papier in zwart/wit A4-formaat: € 0,55 € 0,50 2. per pagina of gedeelte daarvan op papier in kleur A4-formaat: € 1,50 € 1,50 3. per pagina of gedeelte daarvan op papier in zwart/wit A0-formaat (1.000 cm2): € 9,50 € 9,50 4. Per pagina of gedeelte daarvan op papier in kleur A0-formaat (1.000 cm2): € 11,-- € 11,-- 5. voor elke 1.000 cm2 of gedeelte daarvan op papier waarmee de oppervlakte van de tekening in zwart/wit de 1.000 cm2 te boven gaat, wordt voorgenoemd tarief vermeerderd met: € 9,50 € 9,50 6. voor elke 1.000 cm2 of gedeelte daarvan op papier waarmee de oppervlakte van de tekening in kleur de 1.000 cm2 te boven gaat, wordt voorgenoemd tarief vermeerderd met: € 11,-- € 11,-- 7. een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: € 75,-- € 75,-- 8. het verstrekken van een digitaal bestand: 30% van het in artikel 1.34a genoemde tarief 30% van het in artikel 1.34a genoemde tarief b. Indien de in artikel 1.34 bedoelde verstrekking per regulier poststuk moet worden toegezonden, wordt het in artikel 1.34 vermelde tarief vermeerderd met de daadwerkelijk portokosten welke noodzakelijk zijn voor verzending. Paragraaf 1.13 Begraven op eigen terrein Artikel 1.35 Aanwijzen van een bijzondere begraafplaats op eigen terrein 2026 2025 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag a. voor het aanwijzen van een bijzondere begraafplaats op eigen terrein, zoals bedoeld in artikel 40, eerste lid, Wet op de lijkbezorging bedraagt € 1.025,-- € 1.000,-- b. voor het in gebruik nemen van een bijzondere begraafplaats op eigen terrein, zoals bedoeld in artikel 41 Wet op de lijkbezorging bedraagt per graf € 1.025,-- € 1.000,-- HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 2026 2025 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; - binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; 4. In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan: de normbouwkosten voor de bouwactiviteit, zijnde de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten en bijkomende kosten betrekking hebbende op voorbereiding en begeleiding, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2699 of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Dit normblad kan worden ingezien bij het Klant Contact Centrum (KCC) van deze gemeente. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien de opgegeven bouwkosten niet overeenkomstig de hierboven genoemde wijze zijn bepaald en dit door de aanvrager ook niet kan worden aangetoond, worden ambtshalve de bouwkosten vastgesteld op basis van de m3-eenhedenprijzen (exclusief BTW) zoals vermeld in paragraaf 2.16 van dit hoofdstuk. Mocht omtrent de ambtelijke vaststelling van de bouwkosten verschil van mening bestaan tussen de aanvrager en de gemeente, dan worden de bouwkosten alleen herberekend, indien door de aanvrager een accountantsverklaring wordt overgelegd, waaruit de werkelijke bouwkosten, vastgesteld volgens de bepalingsmethodiek als bedoeld dit artikel, blijken. 5. Onder aanlegkosten wordt verstaan de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. Omgevingsoverleg (vooroverleg); b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg (vooroverleg) 2026 2025 a. Overleg milieuactiviteiten € 1.650,-- € 1.610,-- b. Overleg overige activiteiten Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: 1. voor een omgevingsoverleg, al dan niet met inbegrip van de intaketafel (regietafel), waarbij de wenselijkheid van het initiatief wordt beoordeeld, zonder dat een gesprek aan de omgevingstafel nodig is: € 165,-- € 160,-- 2. voor een eerste omgevingsoverleg (vooroverleg) aan de omgevingstafel: € 925,-- € 900,-- 3. Indien een ketenpartner / adviseur dient aan te sluiten bij het omgevingsoverleg (omgevingstafel) en de kosten worden doorbelast aan de gemeente wordt het tarief voor elke keten-partner / adviseur verhoogd met: € 360,-- € 350,-- 4. Voor elk volgend Omgevingsoverleg € 165,-- € 160,-- 5. voor het beantwoorden van een informatieverzoek, anders dan bedoeld in artikel 2.4 lid a of b, bedraagt het tarief: Nihil Nihil Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) 2026 2025 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, indien de bouwkosten, rekenkundig afgerond op hele Euro’s, bedragen tussen: a. € 0 tot € 1.000: € 60,-- € 55,-- b. € 1.001 tot € 2.000: € 70,-- € 70,-- c. € 2.001 tot € 5.000: € 150,-- € 145,-- d. € 5.001 tot € 10.000: € 330,-- € 320,-- e. € 10.001 tot € 20.000: € 660,-- € 645,-- f. € 20.001 tot € 50.000: € 980,-- € 955,-- g. € 50.001 tot € 100.000: 1.690,-- € 1.645,-- h. € 100.001 tot € 200.000: € 4.190,-- € 4.085,-- i. € 200.001 tot € 500.000: € 9.040,-- € 8.810,-- j. € 500.001 tot € 1.000.000: € 16.315,-- € 15.900,-- k. € 1.000.001 tot € 5.000.000: 1,91% 1,86% van de bouwkosten l. € 5.000.001 tot € 10.000.000: 1,85% 1,80% van de bouwkosten m. > € 10.000.001: 1,80% 1,75% van de bouwkosten, met een maximum van: € 500.000,- € 265.000,-- Indien deze activiteit betreft het bouwen van één airco-installatie/-unit of één warmtepompinstallatie/-unit bij of t.b.v. één woning/wooneenheid, per unit: € 71,80 € 70,-- Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden óf gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) 2026 2025 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1.0 voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, indien de bouwkosten, rekenkundig afgerond op hele Euro’s, bedragen tussen: a. € 0 tot € 20.000: € 170,-- € 165,-- b. € 20.001 tot € 50.000: € 245,-- € 240,-- c. € 50.001 tot € 100.000: € 425,-- € 415,-- d. € 100.001 tot € 200.000: € 1.045,-- € 1.020,-- e. € 200.001 tot € 500.000: € 2.400,-- € 2.340,-- f. € 500.001 tot € 1.000.000: € 5.750,-- € 5.605,-- g. € 1.000.001 tot € 5.000.000: 0,76% 0,74% van de bouwkosten h. € 5.000.001 tot € 10.000.000: 0,72% 0,70% van de bouwkosten i. > € 10.000.001: 0,65% 0,63% van de bouwkosten, met een maximum van: € 250.000,-- € 105.000,-- 1.1 Indien deze activiteit betreft het bouwen van één airco-installatie/-unit of één warmtepompinstallatie/-unit bij of t.b.v. één woning/wooneenheid, per unit: € 72,-- € 70,-- 2. De tarieven genoemd onder lid 1 worden in voorkomende gevallen verhoogd als volgt: a. als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en hiervoor geen advies van de gemeentelijke adviescommissie bedoeld in artikel 2.50, eerste lid, aanhef en onder b, nodig is (ambtelijke toets), verhoogd met: € 18,50 € 18,-- vermeerderd met 16,88% van het in artikel 2.6 eerste lid bepaalde tarief met een maximum van € 255,-- b. als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met: € 395,-- € 375,-- c. als moet worden beoordeeld of de activiteit in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht, zoals bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a van de Omgevingswet, verhoogd met: € 250,-- € 245,-- 3. Voor een omgevingsplanactiviteit waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit: € 310,-- € 300,-- 4. Onverminderd de voorgaande onderdelen van dit artikel wordt het tarief verhoogd met: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij ontheffing-/ afwijkingsmogelijkheid (reguliere procedure): € 250,-- € 245,-- b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 395,-- € 370,-- c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (reguliere procedure): vermeerderd, voor zover van toepassing met de tarieven, bedoeld in artikel 2.49 (beoordeling onderzoeksrapporten). (opmerking: is de uitgebreide procedure als bedoeld in art. 3:4 Awb aan de orde, zie artikel 2.48) € 395,-- € 370,-- 5. Mocht de uitzondering van het verbod, bedoeld in artikel 22.26 van de Bruidschat, om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, niet gelden voor activiteiten als bedoeld in artikel 22.27 van de Bruidschat, anders dan in artikel 22.28 derde lid van de Bruidschat (activiteit binnen het Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën) genoemde uitzonderingen, dan is het tarief als bedoeld in artikel 2.6, lid 1 en 2: Nihil Nihil Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk 2026 2025 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 310,-- € 300,-- b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 310,-- € 300,-- c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit indien de reguliere procedure gevolgd wordt: € 310,-- € 300,-- Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 2026 2025 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 2 van de Erfgoedverordening gemeente Brunssum 2013 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 1° voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 310,-- € 300,-- 2° voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 310,-- € 300,-- b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 1° voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 310,-- € 300,-- 2° voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 310,-- € 300,-- c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 1° voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 310,-- € 300,-- 2° voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 310,-- € 300,-- 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: € 310,-- € 300,-- 3. Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening gemeente Brunssum 2013 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 310,-- € 300,-- b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 310,-- € 300,-- Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 6 van de Erfgoedverordening gemeente Brunssum 2013 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: € 310,-- € 300,-- b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 310,-- € 300,-- c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit indien de reguliere procedure gevolgd wordt: € 310,-- € 300,-- 2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 310,-- € 300,-- Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit 2026 2025 Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Vergunning (reguliere procedure): € 3270,-- € 3.186,-- Vergunning complex (als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, zie artikel 2.48.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.