Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2026De raad van de gemeente Harderwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025, nummer ; 02430000230793 / 02430000797597 gelet op artikel 216 en 228a Gemeentewet besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2026 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt: onder gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; onder afvalwater verstaan: water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering; onder eigendom verstaan: een roerende of een onroerende zaak. onroerende zaak: zoals bedoeld in hoofdstuk III van de Wet Waardering onroerende zaken roerende zaak: niet zijnde een onroerende zaak zoals bedoeld onder artikel 1 onder d. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; woning: een gebouwde onroerende of roerende zaak - of gedeelte ervan - dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden bewoond. niet-woning: een roerende of onroerende zaak of zelfstandig gedeelte daarvan, niet zijnde een woning zoals bedoeld onder artikel 1, onder g. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van de persoon die een perceel, van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, dan wel van een zich duurzaam in de gemeente bevindend object dat beschikt over enigermate van vaste voorziening voor de lozing op de gemeentelijke riolering, al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt (gebruikersdeel); 2.Voor het gebruikersdeel wordt aangemerkt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door een persoon aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, die als zodanig gebruikte gedeelten als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel waarbij onderscheid wordt gemaakt of het perceel gebruikt wordt als woning en als niet-woning. Artikel6Belastingtarief 1.het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid bedraagt per belastingjaar per perceel dat uitsluitend in gebruik als woning € 198,00; 2.het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid bedraagt per belastingjaar per perceel dat niet of niet uitsluitend in gebruik als woning € 302,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.