Besluit nadere regels Jeugdhulp 2026 gemeente VenrayHet college van burgemeester en wethouder van de gemeente Venray; gelet op “Verordening Sociaal Domein 2026 van de gemeente Venray”; besluit vast te stellen: Besluit nadere regels Jeugdhulp 2026 gemeente Venray Hoofdstuk1Inleiding De gemeente Venray vindt het belangrijk dat inwoners actief mee kunnen doen in de samenleving en hun financiën op orde hebben. Ook is het belangrijk dat inwoners een eigen huishouden kunnen voeren en dat kinderen gezond en veilig opgroeien. Inwoners moeten in de eerst plaats daar zelf voor zorgen. Lukt dat niet, dan is het de taak van de gemeente om inwoners te helpen. Op basis van de landelijke regels en de Verordening Sociaal Domein 2026 gemeente Venray (verder te noemen de Verordening) heeft de gemeente aanvullende beleidsregels opgesteld voor de situatie in Venray. Het streven is hierbij dat wij uitgaan van de vragen van de inwoners maar ook van de eigen kracht van de inwoner en de omgeving. Deze nadere regels geven aanvullend gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: Gezond en veilig opgroeien (hoofdstuk 4 van de Verordening) Bij het toepassen van de nadere regels houdt de gemeente rekening met de doelen van de landelijke wetten. De gemeente zorgt ervoor dat het gevolg van een besluit past bij de bedoeling van die wetten. De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden: Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in. De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor hun hulpvraag bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (de omgeving). De ondersteuning vanuit de gemeente is gericht op de intrinsieke motivatie van de inwoner en er wordt gehandeld vanuit vertrouwen. Inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen kan de gemeente extra ondersteunen om mee te doen aan de samenleving. De gemeente Venray bevordert preventie, een sterke omgeving en een duurzame uitstroom en voorkomt instroom. Gemeente Venray normaliseert de hulpvraag, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders. Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft). Gemeente Venray zet in op vitale inwoners en een sterke omgeving. Inwoners worden zoveel mogelijk thuis en in hun eigen wijk geholpen. Deze kernwaarden geven richting aan de uitvoering van de regels in de Verordening maar ook van het Besluit nadere regels. Het zijn geen regels, maar principes en overtuigingen. Die vormen de basis van de regels. Artikel1Algemeen beoordelingskader De gemeente beoordeelt een aanvraag Jeugdwet voor een maatwerkvoorziening of pgb met de volgende vragen: Wat is de hulpvraag? Welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, bij de opvoeding (Jeugdwet) dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving (Wmo)? Welke ondersteuning is naar aard en omvang nodig om een passende bijdrage te leveren aan het gezond en veilig opgroeien, zelfredzaamheid, participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving? In hoeverre zijn er eigen mogelijkheden om een oplossing te bieden voor het probleem, waaronder gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk, de eigen financiële mogelijkheden, algemene voorzieningen of voorzieningen op grond van een andere wet? Is de persoon inwoner van de gemeente? Is de gemeente volgens het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk voor een jeugdige? Als de hulpvraag met eigen kracht, het netwerk, gebruikelijke hulp, mantelzorg, voorliggende voorzieningen, of algemeen gebruikelijke voorzieningen kan worden opgelost verstrekt de gemeente geen maatwerkvoorziening of pgb. Artikel2Eigen kracht Eigen kracht is de mogelijkheid die inwoners hebben om hun eigen leven zelf vorm te geven en om hun problemen op te lossen. Inwoners hebben een eigen verantwoordelijkheid voor hoe ze hun leven inrichten. Als het niet goed lukt om mee te doen in de samenleving, kijkt de gemeente eerst naar wat iemand nog zelf kan. De gemeente kijkt naar wat inwoners zelf kunnen doen om hun problemen te voorkomen en op te lossen. Binnen de Jeugdwet mag van ouders richting hun minderjarige kinderen meer worden verwacht. Ook bovengebruikelijke hulp van ouders aan hun minderjarige kinderen kan binnen de Jeugdwet onder de eigen kracht vallen. Ook kunnen financiën van de ouders een rol spelen. De mogelijkheid van het inkomen is van belang bij de vraag of er sprake is van voldoende eigen probleemoplossend vermogen. De financiële situatie mag niet het enige argument zijn om de aanvraag af te wijzen. Artikel3Gebruikelijke hulp van ouders Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die ouders geacht worden aan hun kinderen te bieden. Voor minderjarige kinderen (tot 18 jaar) geldt dat ouders hen behoren te verzorgen, op te voeden en toezicht aan hen te bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Om deze reden worden handelingen die vallen onder gebruikelijke zorg in principe niet vergoed. Artikel4Het onderzoek 1.Bij de beoordeling of een voorziening nodig is als ook wat de aard van de voorziening moet zijn wordt betrokken: het geheel van problemen en beschermende factoren met betrekking tot de jeugdige; de eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheden van de jeugdige en zijn ouders; indien meerdere voorzieningen mogelijk zijn wordt de goedkoopst adequate voorziening verstrekt. 2.De zorgtaken van ouders en de te verstrekken voorzieningen worden op elkaar afgestemd. 3.Een reeds verstrekte voorziening kan worden in getrokken of aangepast als zij niet langer passend is naar inhoud of als voorliggende problemen eerst moeten worden opgelost. 4.De gemeente beoogt dat voor iedere jeugdige met een hulpvraag passende zorg geboden wordt. De consulent coördineert dit proces in de rol van procesregisseur. Dit betekent dat de jeugdige en zijn of haar ouders begeleid worden gedurende dit proces van keukentafelgesprek tot aan de evaluatie van de geboden zorg. Artikel5Voorzieningen die voorgaan Soms kan een inwoner gebruik maken van hulp uit andere wetten of voorzieningen die vrij toegankelijk zijn. Dit zijn voorzieningen die voorgaan. Is er aanspraak mogelijk op een voorziening die voorgaat dan wordt in principe geen maatwerkvoorziening verstrekt. Dit geldt onder andere voor: Zorgverzekeringswet (Zvw) Passend onderwijs Wet langdurige zorg (Wlz), bijvoorbeeld als de jeugdige recht heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van Wlz Wet werkloosheidsuitkering (WW) Toeslagenwet Hulp uit een andere wet is voorliggend wanneer dit een passende oplossing biedt voor de vraag van de inwoner. In elke situatie wordt beoordeeld of er sprake is van een voorliggende voorziening en of die voorliggende voorziening een passende oplossing biedt. Alleen wanneer dat niet zo is, kan de inwoner een maatwerkvoorziening of pgb vanuit de gemeente krijgen. Artikel6Opstellen onderzoeksverslag De gemeente gaat met de inwoner in gesprek. In het gesprek wordt de hulpvraag verhelderd. Voorafgaand en tijdens het gesprek kan de inwoner ondersteuning krijgen van de onafhankelijke clientondersteuner. Het gesprek leidt tot een onderzoeksverslag (leefzorgplan). Dit verslag is een weergave van het gesprek en aanvullende onderzoek dat wellicht heeft plaats gevonden. Het volgende wordt besproken in het gesprek en opgenomen in het onderzoeksverslag: Hulpvraag ouders / jeugdige Aard en ernst van het probleem Situatie van ouders en jeugdige Het afwegingskader: Het vermogen van de inwoner om zelf, of met behulp van het sociale netwerk, een (gedeeltelijke) oplossing voor de hulpvraag te vinden. De mogelijkheid om de hulpvraag (gedeeltelijk) op te lossen door inzet van een algemene, voorliggende of andere voorziening. De mogelijkheid en noodzaak om de hulpvraag te beantwoorden door een maatwerkvoorziening of pgb. Doelen over de oplossing van de hulpvraag. Het doel en verwachte resultaat van de inzet van een maatwerkvoorziening of pgb. De termijn van de inzet van een maatwerkvoorziening of pgb. Wie het aanspreekpunt is. Artikel7Aanvraag maatwerkvoorziening of pgb Tijdens het onderzoek wordt voorlichting gegeven de mogelijkheid van het pgb of Zin. Maar of iemand een voorziening kan krijgen kan pas beoordeeld worden als vast staat dat iemand niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, voorliggende voorzieningen of algemene voorzieningen het probleem niet kan oplossen en een maatwerkvoorziening verstrekt moet worden. Pas dan gaat de vraag spelen of dit in natura of in de vorm van een pgb gaat gebeuren. Als verstrekking van een voorziening door de gemeente noodzakelijk is wordt het onderzoek Afgerond met het vullen van het afwegingskader. Hierin staat: Welke ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening of pgb wordt aangevraagd? Welk resultaat moet met deze maatwerkvoorziening of pgb worden behaald? De inwoner krijgt het onderzoeksverslag thuis gestuurd. Als een maatwerkvoorziening nodig is dan is deze voldoende in inzet en van kwaliteit, zodat de inwoner het gewenste resultaat kan bereiken. De maatwerkvoorziening is niet duurder dan nodig is en duurt niet langer dan nodig is. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen. Artikel8Geldig besluit Voor een maatwerkvoorzienig of pgb is een geldig besluit nodig. Dit is een beschikking van de Gemeente. Op grond van de Jeugdwet kan dit ook een verwijzing van de huisarts, medisch specialist of jeugdarts of een bepaling van de rechter of gecertificeerde instelling zijn. De datum die in het besluit staat is de datum waarop de maatwerkvoorziening of pgb kan starten. Als er geen geldig besluit is afgegeven, zal de gemeente de maatwerkvoorziening of pgb niet vergoeden. Ook zal de gemeente hulp niet vergoeden als de maatwerkvoorziening of pgb wordt gegeven Buiten de start- en einddatum die in het besluit is vermeld. In crisis- en spoedsituaties wordt er een uitzondering gemaakt. In deze gevallen kan een maatwerkvoorziening of pgb starten zonder besluit. Een voorwaarde is wel dat er afstemming heeft plaatsgevonden met de gemeente, gecertificeerde instelling, huisarts of medisch specialist, die erkent dat de maatwerkvoorziening of pgb met spoed dient te worden ingezet. Artikel9.1Vervoer Jeugdwet Bij het bepalen of een vervoersvoorziening naar een individuele voorziening jeugdhulp noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid die het reizen in het openbaar vervoer onmogelijk maakt, hanteert de gemeente het volgende criteria De regeling is alleen van toepassing indien het gaat om een vervoersvraag voor een jeugdige die een geldig besluit heeft voor een maatwerkvoorziening jeugd. Indien dit het geval is, wordt vervolgens nagegaan of en in hoeverre de ouders het vervoer van de jeugdige naar de voorzienig voor jeugdhulp zelf kunnen regelen (eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid). Als ouders het vervoer naar de jeugdhulpvoorziening zelf niet of niet volledig kunnen regelen, wordt nagegaan of er iemand uit het sociale netwerk is die wat kan betekenen in het vervoer van de jeugdige naar de voorzienig voor jeugdhulp. Indien de inzet van het sociaal netwerk niet of onvoldoende mogelijk is, dan wordt nagegaan welke vervoersvoorziening het meest passend is. Wanneer bovenstaande van toepassing is en contractueel is vastgelegd dat de zorgaanbieder niet het vervoer verzorgt, kan er door de gemeente een vervoersindicatie worden afgegeven. Artikel9.2Aan- en afmeldingen Wanneer een jeugdige als gevolg van ziekte of andere oorzaken geen gebruik maakt van het vervoer, dient de ouder dit tijdig te melden bij de vervoerder. Dit kan telefonisch of via de ouderlogin op de website of app van de vervoerder. Bij betermelding dient dit op dezelfde wijze te worden doorgegeven. Zonder tijdige betermelding is er geen vervoer beschikbaar. Artikel9.3Loosmeldingen Als de chauffeur voor niets aan de deur of bij school heeft gestaan, wordt dit gezien als loosmelding. Iedere 4e loosmelding wordt doorberekend aan ouders/verzorgers middels een vast bedrag van €25,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.