← Nederland

Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Ruimte en Duurzaamheid (Amsterdam)

Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Ruimte en DuurzaamheidDe directeur Ruimte en Duurzaamheid, gelet op gelet op artikel 5, artikel 6, eerste lid en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam en artikel 2, eerste lid, samen met de bijlage, onderdeel Algemene bepalingen en beperkingen, onder 7, van het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam; besluit de volgende regeling vast te stellen: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Ruimte en Duurzaamheid Artikel1Definitiebepaling: In dit besluit wordt verstaan onder: afdelingsmanager / afdelingshoofd: afdelingsmanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie; burgemeester: de burgemeester van de gemeente; cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; dagelijks bestuur of DB: dagelijks bestuur als bestuurscommissie van een stadsdeel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening en dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de verordening; directeur: de directeur Ruimte en Duurzaamheid directie: de directie Ruimte en Duurzaamheid; gemeente: de gemeente Amsterdam; machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn; mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht; stadsdeel: een stadsdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening; stadsgebied: het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de verordening; stedelijk directeur: de directeur van een cluster; teammanager / teamleider: teammanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie; verordening: Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022; volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; voorzitter of VZ: de voorzitter van het dagelijks bestuur. Artikel2Machtiging en volmacht Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat en ondermandaat gelijkgesteld de verlening van: Volmacht en ondervolmacht om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en in dat kader stukken te tekenen; Machtiging en ondermachtiging om in naam van de oorspronkelijke mandaatgever handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Artikel3Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam 1.Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 1 bij dit besluit. 2.Gemandateerden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in bijlage 1 genoemde bepalingen en beperkingen. 3.Aan de afdelingsmanagers en teammanagers van de directie wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in bijlage 5 bij het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Artikel4Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied 1.Ondermandaat wordt verleend tot het uitoefenen van bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Centrum Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Nieuw-West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Noord Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Oost Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel West Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuid Amsterdam 2024, het Algemeen mandaatbesluit stadsdeel Zuidoost Amsterdam 2024 en het Algemeen mandaatbesluit stadsgebied Weesp Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in bijlage 2 bij dit besluit. 2.Gemandateerden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in bijlage 2 genoemde bepalingen en beperkingen. Artikel5Vervangingsregeling 1.De afdelingshoofden Implementatie & Advies, Beleid & Strategie, Ontwerp & Ontwikkeling, Interne Dienstverlening worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan vijf werkdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed. 2.Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, wordt deze vervangen door het afdelingshoofd Implementatie & Advies. 3.Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van het afdelingshoofd Implementatie & Advies wordt de directeur vervangen door de het afdelingshoofd Beleid & Strategie. 4.Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van het afdelingshoofd Implementatie & Advies en het afdelingshoofd Beleid & Strategie wordt de directeur vervangen door het afdelingshoofd Ontwerp & Ontwikkeling. 5.Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties, bedoeld in het eerste lid, en bij afwezigheid van het afdelingshoofd Implementatie & Advies en het afdelingshoofd Beleid & Strategie en het afdelingshoofd Ontwerp & Ontwikkeling wordt de directeur vervangen door het afdelingshoofd Interne Dienstverlening. Artikel6Wijze van ondertekening 1.Ondermandaat op grond van dit besluit geldt ook voor de ondertekening van stukken. 2.In geval van het uitoefenen van een gemandateerde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, [handtekening] [voor- en achternaam gemandateerde] [functieaanduiding] 3.Een beslissing die niet in mandaat wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, wordt als volgt ondertekend: De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, ondertekend namens deze, [handtekening] [voor- en achternaam gemandateerde] [functieaanduiding] 4.In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 5, dan wordt de ondertekeninstructie in het tweede en derde lid vanaf de handtekening vervangen door: [handtekening] bij afwezigheid, [voor- en achternaam vervanger] [functieaanduiding vervanger] Artikel7Intrekken eerder mandaatbesluit 1.Het RUIMTE EN ECONOMIE - Ondermandaatbesluit Rve Ruimte & Duurzaamheid van 4 maart 2016 (Gemeenteblad nr. 26350, 3 maart 2016 )wordt ingetrokken. 2.Het Ondermandaatbesluit Monumenten en Archeologie Amsterdam van 26 juli 2023 (gmb 2023/333121) wordt ingetrokken Artikel8Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari

  1. Artikel9Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Ruimte en Duurzaamheid. Aldus vastgesteld op 16 december 2025.De directeur Ruimte en DuurzaamheidJosja van der VeerBijlage1,bij artikel 3 Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam: Ondermandatenregister Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen: Over vergunningverlening: Onder het nemen van besluiten op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere beschikking wordt ook het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan; Onder het stellen van voorschriften, voorwaarden of beperkingen wordt ook het aanvullen, toevoegen, intrekken of opheffen hiervan verstaan; Het nemen van besluiten als bedoeld onder a omvat tevens de bevoegdheid tot het heffen en innen van leges. Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies, met uitzondering van: De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels; Het vaststellen van subsidieplafonds; Het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie; De handelingen die, voor wat betreft de afdeling van subsidieaanvragen, behoren tot het werkterrein van de directie Subsidie, Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal. Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023 Andere algemene bepaling Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Dit ondermandaatbesluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk gewijzigd. Ondermandatenregister Nr. Grondslag in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam Omschrijving bevoegdheid Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam Bevoegd bestuurs-orgaan Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam Ondermandaat verleend aan
  2. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 1, Het beslissen tot het toepassen alsmede het uitvoeren van de uniforme algemene voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  3. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 2, Het reageren op initiatieven van andere gemeenten in de inspraak, bestuurlijk vooroverleg of zienswijzefase in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  4. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 3, Het nemen van besluiten op grond van: a. de Subsidieverordening sloop en schoon alternatief vervoer Amsterdam; b. de Subsidieverordening voor de aanschaf van uitstootvrije bedrijfsvoertuigen in Amsterdam 2019 – 2021; en c. de Subsidieverordening voor de aanschaf van uitstootvrije taxi’s in Amsterdam 2019-
  5. College Afdelingshoofd Teamleider
  6. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 4, Het geven van gelegenheid tot het naar voren brengen van zienswijzen naar aanleiding van een beleidsvoornemen Art. 150 Gemeente-wet en de Algemene inspraakverordening College Afdelingshoofd Teamleider
  7. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  8. Het voeren van (voor)overleg in het kader van de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergun-ning met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de fysieke leefomgeving of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan of vergunning in het geding zijn. College Afdelingshoofd Teamleider
  9. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  10. Het kennis geven, mededelen, ter inzage leggen, beschikbaar stellen van en bekendmaken van (ontwerp) ruimtelijke besluiten, c.q. besluiten tot vaststelling van ruimtelijke besluiten en samenhangende besluiten waaronder in ieder geval begrepen de omgevingsvisie, programma's, de wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergun-ning en andere besluiten op het gebied van omgevingsrecht en de daarbij behorende stukken. Hieronder worden tevens begrepen andere besluiten in geval van gecoördineerde besluitvorming als bedoeld in Afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht. Afd. 3.4 en 3.5 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  11. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  12. Het toezenden van de kennisgeving van de (ontwerp) wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergun-ning met de bijbehorende stukken. College Afdelingshoofd Teamleider
  13. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  14. Besluiten inzake het stellen van maatwerkvoorschriften in de zin van artikelen 4.5, eerste lid, 13.5 en 13.6 van de Omgevingswet. Artt. 4.5, lid 1, 13.5 en 13.6 van de Omgevings-wet. College Afdelingshoofd Teamleider
  15. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  16. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake de (anterieure en posterieure) overeenkomsten over kostenverhaal als bedoeld in afdeling 13.6 van de Omgevingswet en over financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied als bedoeld in afdeling 13.7 van de Omgevingswet ongeacht de hoogte van de te verhalen bijdrage. Afd. 13.6 en 13.7 Omgevings-wet College Afdelingshoofd Teamleider
  17. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  18. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het behandelen van en het beslissen op aanvragen om vergoeding van schade Afd.15.1 en 15.4 Omgevings-wet juncto hoofdstuk 9 Omgevings-besluit. College Afdelingshoofd Teamleider
  19. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  20. Het opstellen van een eindafrekening of een tussentijdse afrekening voor een kostenverhaalsgebied Art. 13.20 Omgevings-wet. College Afdelingshoofd Teamleider
  21. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  22. Het voorbereiden van en het beslissen tot toepassing van afdeling 3.5 (Coördinatieregeling) van de Algemene wet bestuursrecht. Afd. 3.5 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  23. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 13 Alle (rechts-) handelingen in verband met het aanvragen van subsidie bij andere bestuursorganen of overheidsinstanties voor zover het werkterrein van de directie betreft Art.171, lid 1, Gemeente-wet College Ondermandatering is niet toegestaan
  24. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  25. Het gehoord worden door provinciale staten respectievelijk de Minister die het aangaat inzake een projectbesluit van provinciale staten of het Rijk Art. 5.52 Omgevings-wet. College
  26. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  27. Het verlenen van medewerking indien gedeputeerde staten respectievelijk de Minister die het aangaat dit vordert in het kader van de toepassing van een coördinatieregeling van de provincie of het Rijk Art. 16.7, 16.8 en 16.13 Omgevings-wet. College Afdelingshoofd Teamleider
  28. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  29. Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een provinciale verordening of een ander provinciaal besluit inzake het omgevingsrecht alsmede het indienen van een aanvraag om ontheffing en het voeren van overleg omtrent een voorgenomen aanwijzing van gedeputeerde staten. Art. 16.20, 16.32, 16.70 , 16.71 Omgevings-wet College Ondermandatering is niet toegestaan
  30. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  31. Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling inzake het omgevingsrecht (fysieke leefomgeving) alsmede het indienen van een aanvraag om ontheffing van een algemene maatregel van bestuur en het voeren van overleg omtrent een voorgenomen aanwijzing van de Minister die het aangaat. Afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht College Ondermandatering is niet toegestaan
  32. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  33. Het uitvoeren van artikel 2.43 Omgevingswet, inzake het bij besluit bepalen of, en zo ja welke maatregelen aan een gebouw worden getroffen ter beperking van het geluid in het gebouw in samenhang met artikelen 3.52 en 3.53 Besluit kwaliteit leefomgeving, alsmede het wijzigen van het besluit als de eigenaar na het vaststellen zijn toestemming of medewerking intrekt of niet verleend, artikel 3.54 Besluit kwaliteit leefomgeving. Art. 2.43 Omgevings-wet en artt.3.52, 3.53 en 3.54 Besluit kwaliteit leefomgeving. College Afdelingshoofd Teamleider
  34. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  35. Het uitvoeren van alle handelingen om de geluidbrongegevens volgens artikel 11.52 Besluit kwaliteit leefomgeving, aan te leveren aan het geluidregister. Art. 11.52 Besluit kwaliteit leefomgeving College Afdelingshoofd Teamleider
  36. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  37. Het uitoefenen van alle bevoegdheden inzake het voorbereiden, opstellen en uitvoeren van een besluit tot het vaststellen van een omgevingswaarde Art. 2.11 en 2.11a Omgevings-wet College Afdelingshoofd Teamleider
  38. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  39. Het uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 8, 10, 17, 19 en 20 van de Wet milieubeheer gestelde regels, voor zover deze bevoegdheden zien op het omgevingsrecht. Hoofdstuk 8, 10, 17, 19 en 20 van de Wet milieubeheer gestelde regels, voor zover deze bevoegdhe-den zien op het omgevings-recht. College Afdelingshoofd Teamleider
  40. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  41. Het dragen van zorg voor de procedure inzake milieueffectrappor-tage Afd.16.4 Omgevings-wet juncto hoofdstuk 11 Omgevings-besluit. College Afdelingshoofd Teamleider
  42. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  43. Het vragen of uitbrengen van een advies of instemming als bedoeld in artikel 16.15 tot en met 16.20 van de Omgevingswet. Art. 16.15 tot en met 16.20 Omgevings-wet College Afdelingshoofd Teamleider
  44. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  45. Het voorbereiden en uitvoeren van alle besluiten en handelingen die op grond van de afdeling 5.2 van de Omgevingswet aan het college zijn opgedragen. afdeling 5.2 Omgevings-wet College Afdelingshoofd Teamleider
  46. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  47. Het aanvragen van een verklaring van geen bezwaar in de zin van artikel 8.9 en 8.47 van de Wet luchtvaart. Art. 8.9 en 8.47 Wet luchtvaart. College Afdelingshoofd Teamleider
  48. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  49. Het aanvragen van een ontheffing in de zin van artikel 8.12 en 8.47 van de Wet luchtvaart. Art. 8.12 en 8.47 Wet luchtvaart. College Afdelingshoofd Teamleider
  50. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel 27 Het aanvragen van een advies bedoeld in artikel 2.2.2a, eerste lid van het Luchthaveninde-lingsbesluit Schiphol. Art. 2.2.2a, lid 1 Luchthaven-indelingsbe-sluit Schiphol College Afdelingshoofd Teamleider
  51. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  52. Het indienen van een schriftelijk verzoek bedoeld in artikel 2.2.2a, tweede lid van het Luchthaveninde-lingsbesluit Schiphol. Art. 2.2.2a, lid 2, Luchthaven-indelingsbe-sluit College Afdelingshoofd Teamleider
  53. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  54. Het voorbereiden, aanvragen en uitvoeren van besluiten, beslissingen en handelingen die betrekking hebben op een flora- en fauna-activiteit of een Natura 2000-activiteit als bedoeld in de Omgevingswet, voor zover deze nodig zijn voor de uitoefening van bevoegdheden en taken ten aanzien van het werkterrein van de directie. Art. 4.25 Omgevings-besluit College Ondermandatering is niet toegestaan
  55. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  56. Het doen van een verzoek om instemming als bedoeld in artikel 4.27 in het Omgevingsbesluit aan de minister van BZK om met het oog op duurzaam bouwen een maatwerk voorschrift op te leggen op grond van artikel 4.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Art. 4.27 Omgevings-besluit College Ondermandatering is niet toegestaan
  57. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  58. Het voorbereiden van het wijzigen van een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Art. 4.19 Omgevings-wet College Afdelingshoofd Teamleider
  59. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  60. Het doen van een verzoek om toepassing van de experimentenrege-ling in de zin van artikel 120a van de Woningwet. Art. 120a Woningwet. College Ondermandatering is niet toegestaan
  61. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  62. Het nemen van een selectiebesluit in de zin van artikel 24, eerste lid van de Erfgoedverordening Amsterdam. Art. 24, lid 1 Erfgoedverordening Amsterdam College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  63. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  64. Het stellen van nadere eisen ten aanzien van een archeologisch onderzoek en het vaststellen van een programma van eisen voor de kwaliteit van een archeologisch veldonderzoek Art. 24, lid 2 en 3, Erfgoedverordening Amsterdam. College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  65. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  66. Het bepalen dat een terrein in het belang van een archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of ter uitvoering van een besluit Art. 2.4 van de Omgevingswet en art. 5.1 van de Omgevingswet, in de zin van art. 26 Erfgoedverordening Amsterdam. College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  67. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  68. Het vaststellen of een archeologisch rapport voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van de afdeling Monumenten Art. 39, lid 2, Monumentenwet
  69. College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  70. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  71. Het opstellen van een selectiebesluit aan de hand van een archeologisch rapport Art. 39, lid 2, Monumentenwet 1988, de Wet op de archeologische monumentenzorg, de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en de Erfgoedverordening Amsterdam College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  72. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  73. Het bijhouden van een gemeentelijk erfgoedregister van aangewezen cultureel erfgoed Art. 3.16, lid 3, Erfgoedwet College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  74. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  75. Het uitoefenen van de rol van bronhouder van de kernregistratie op grond van het Reglement basisinformatie
  76. Art. 6 Reglement basisinforma-tie
  77. College Afdelingshoofd Teamleider
  78. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  79. Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten, beslissingen en handelingen op grond van de Erfgoedwet. Erfgoedwet College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  80. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  81. Het opleggen van een gedoogplicht in het belang van archeologisch onderzoek Art. 10.19, lid 2, Omge-vingswet College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  82. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  83. Het verstrekken van gegevens en treffen van maatregelen bij een archeologische toevalvondst. Afd. 19.2 Omgevings-wet College Afdelingshoofd Teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie
  84. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, aanhef en paragraaf 2, onderdeel
  85. Aanwijzen van gebieden waar een gasaansluiting strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang, zoals nader uitgewerkt in de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht. Art. 10, lid 7, onder a, Gaswet College Afdelingshoofd Teamleider
  86. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  87. Het aanmelden van project als een experiment in de zin van artikel 23.3 van de Omgevingswet. Art. 23.3, Omgevings-wet College Afdelingshoofd Teamleider
  88. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 2, en met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 2, onderdeel
  89. Beslissen over het in bewaring nemen, in eigendom aan een derde overdragen en afmaken van dieren. Art. 5.8, lid 3, Burgerlijk Wetboek Burgemeester Afdelingshoofd Teamleider
  90. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel a Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit Art. 160, lid 3, Gemeente-wet College Behalve beslaglegging Afdelingshoofd Teamleider
  91. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel b Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld Art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  92. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel c Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen Art. 4:11 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  93. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel d Het kennisgeven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag Art. 4:14 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  94. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel e In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen Art. 4:18 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  95. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel f Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld) Art. 4:86 Algemene wet bestuurs- recht College Afdelingshoofd Teamleider
  96. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel g Het nemen van beslissingen inzake verrekening Art. 4:93 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  97. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel h Het verlenen van uitstel van betaling Art. 4:94 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  98. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel i Het verlenen van voorschotten Art. 4:95 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  99. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel j Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot Art. 4:96 Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  100. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel q Het behandelen en afdoen van klachten Titel 9.1, Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  101. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel r Het beslissen op verzoeken om publieke informatie Art. 4.1 Wet open overheid College Afdelingshoofd Teamleider
  102. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met art. 3, lid 1, onderdeel s Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie Art. 3.3 Wet open overheid College Afdelingshoofd Teamleider
  103. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 2 Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen Art. 160, lid 1, onder d, Gemeente-wet College Met uitzondering van: a. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die: - lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor; - geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor; - korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of - aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd, waarbij toestemming van het college niet vereist is: i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven; ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven. b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto; c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is; d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto. Afdelingshoofd Teamleider
  104. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 3 Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen Art. 160, lid 1, onder d, Gemeente-wet College Mits: a. zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn; b. zij geen betrekking hebben op: i. de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon; ii. het lenen of uitlenen van geld; iii. borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of iv. andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in onderdeel 2 van hoofdstuk 2 van bijlage 1, Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; en c. de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid. Afdelingshoofd Teamleider
  105. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 4 Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat Art. 171 Gemeente-wet Burgemeester Afdelingshoofd Teamleider
  106. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 5 De ondertekening van stukken die van het college uitgaan Art. 59a Gemeente-wet Afdelingshoofd Teamleider
  107. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2 De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevens-bescherming: a. die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene; b. die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene; c. die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens. a. Artt. 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevens-bescherming. b. Art. 34 Algemene Verordening Gegevens-bescherming. c. Art. 36 Algemene Verordening Gegevens-bescherming. College Afdelingshoofd Teamleider
  108. Art. 5, lid 2,, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 3 Het beslissen op een aanvraag om nadeelcompensatie Art. 4:126 Algemene wet bestuursrecht College Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld Afdelingshoofd Teamleider
  109. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 4 Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten Art. 4:126, lid 2, onderdeel b, Algemene wet bestuursrecht College Afdelingshoofd Teamleider
  110. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 5 Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen Art. 7 Verordening nadeel-compensatie Amsterdam 2022 College Onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 Afdelingshoofd Teamleider
  111. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 6 De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en het Besluit informatiebeheer 2010: a. Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen; b. Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties; c. Het vervreemden van archiefbescheiden; d. Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden; e. Het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats; f. Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); g. Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); h. Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); i. Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden; j. Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden; k. Het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatie-onderdeel aan een ander organisatie-onderdeel; l. Het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken. a.Art. 7 Archiefwet 1995 en art. 6 Archiefbesluit
  112. b.Art. 8 Archiefbesluit
  113. c.Art. 8, leden 1 en 2, Archiefwet 1995 en artt. 7 en 8 Archief-besluit
  114. d.Art. 8 Archiefbesluit
  115. e.Art. 12, lid 1, Archiefwet 1995 en art. 9 Archiefbesluit
  116. f.Art. 13, lid 1, Archiefwet
  117. g.Art. 13, leden 3 en 4, Archiefwet
  118. h.Art. 8 Archiefbesluit
  119. i.Art. 8 Archiefbesluit
  120. j. Art. 15, leden 1 en 2, art. 16, lid 2, Archiefwet 1995en art. 19 Archiefbesluit
  121. k. Art. 4, onderdeel d, Besluit informatie-beheer
  122. l.Art. 2 Databanken-verordening Amsterdam. College Na overleg met en instemming van de conform art. 32, lid 3, Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeentearchivaris) Afdelingshoofd Teamleider
  123. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 8 Het aanmelden van wijzigingen van de gemeentelijke gegevens in het Handelsregister aan de Kamer van Koophandel Artt. 18 en 19 Handels-registerwet 2007 College Afdelingshoofd Teamleider
  124. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 1 Het verstrekken van subsidie aan een instelling College Voor ten hoogste het bedrag dat op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 Afdelingshoofd Teamleider
  125. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 2 Het verstrekken van subsidie op grond van de subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld College Die behoren tot het werkterrein van de directie en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 Afdelingshoofd Teamleider
  126. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 4 Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de betreffende directie opgedragen werkterrein College Afdelingshoofd Teamleider
  127. Art. 5, lid 2, samen met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5 Beslissen op bezwaar tegen besluiten die genomen worden op basis van bevoegdheden genoemd in dit besluit College a. tenzij het gaat om mandaat voor het nemen van primaire rechtspositionele besluiten in de zin van art. 1:3 Algemene wet bestuursrecht die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020; of b. tenzij die bevoegdheid in bijlage 2 en 3 is uitgezonderd; en c. met inachtneming van de beperkingen uit de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester). Afdelingshoofd Teamleider Bijlage2,bij artikel 4: Mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied Algemene bepalingen en beperkingen Ten aanzien van mandaten voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen: De bevoegdheden worden uitgeoefend binnen het gemeentelijke beleid en eventuele (mondelinge) instructies van het dagelijks bestuur of de voorzitter van het dagelijks bestuur van het stadsdeel of stadsgebied of de directeur. De gemandateerde betrekt de directeur en het dagelijks bestuur of de voorzitter bij het gebruikmaken van de bevoegdheden indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij: hoge afbreukrisico’s aanwezig zijn; stadsdeel- of stadsgebiedoverstijgende belangen spelen; uniforme besluitvorming gewenst is; strategische belangen van het stadsbestuur in het geding zijn; expertise nodig is die op stadsdeel- of stadsgebiedniveau niet goed is ontwikkeld. Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wijzigt, wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de bepalingen uit de gewijzigde wet- en regelgeving. De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk in het mandatenregister verwerkt. Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid – al dan niet in de Algemene wet bestuursrecht opgenomen – samenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot: het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie; het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard; het ondertekenen van de betreffende stukken; het voldoen aan publicatieverplichtingen; het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het ondermandatenregister; het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht; het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen. De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit mandatenregister, verzoeken te weigeren, besluiten in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, verzoeken niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het mandatenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is. Overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023 Nr. Onderdeel zoals aangegeven in de verordening Omschrijving bevoegdheid in de verordening Grondslag genoemd in de verordening Bevoegd bestuurs-orgaan volgens de verordening Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied Ondermandaat verleend aan
  128. A.1 Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeente-wet College a. Geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon. b. Financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost. c. Het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden. d. De rechtshandelingen vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedingsinstructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand
  129. e. Het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in art. 6.24 Wro. Tot een maximumbedrag conform de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 Noot 1: De ondergemandateerde bevoegdheid is beperkt tot privaatrechtelijke rechtshandelingen: a. Voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeien uit de aan het betreffende onderdeel of functie opgedragen taak of werkzaamheden; b. Tot het aanschaffen van goederen, het huren of leasen van bedrijfsmiddelen, het inhuren van personeel, alsmede het vervreemden van overtollige goederen, voor zover deze goederen niet meer zijn vereist voor de bedrijfsvoering, dan wel het vervreemden van goederen die het resultaat zijn van die bedrijfsvoering, alles voor zover deze rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel; c. Het verlenen van advies- of onderzoeksopdrachten, voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het stadsdeel of het betreffende onderdeel of functie en noodzakelijk zijn voor een goed en doelmatig functioneren van het stadsdeel. Hierbij geldt de voorwaarde dat de voor de genoemde rechtshandeling gemoeide financiële dekking aanwezig is in de vorm van een daar voor bestemde begrotingspost of daarvoor beschikbaar gesteld krediet. Afdelingshoofd Teamleider
  130. A.2 Verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten) Art. 171 Gemeente-wet Burgemeester Zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1 Afdelingshoofd Teamleider
  131. A.3 Beslissen op aansprakelijk-stellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie Art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeente-wet Dagelijks bestuur Afdelingshoofd Teamleider
  132. A.7 Behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst bij de verordening en dit mandatenregister Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht College, burgemeester De machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling. Afdelingshoofd Teamleider
  133. A.10 Beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden Art. 4.1 Wet open overheid College, burgemeester Afdelingshoofd Teamleider
  134. A.11 Beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de in dit mandatenregister opgenomen bevoegdheden Art. 3.1 Wet open overheid College, burgemeester Afdelingshoofd Teamleider Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel
  135. Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer Algemene bepalingen en beperkingen op grond van de verordening: Mandaat geldt niet voor stedelijke gebieden, projecten en belangen, zoals nader aangegeven op bij het bevoegdhedenregister behorende kaart bijlage A van de Verordening. De kaart wordt jaarlijks geactualiseerd en ter vaststelling voorgelegd aan het college. Een uitzondering hierop vormen de taken en bevoegdheden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met betrekking tot woonboten en bedrijfsvaartuigen waar een ligplaatsvergunning voor is vereist. Als een ligplaatsvergunningen is vereist, is het dagelijks bestuur wel bevoegd. Mandaat is beperkt tot die projecten waarvan het dagelijks bestuur opdrachtgever is. Voor alle nieuwe projecten wordt in de initiatieffase bepaald welk bestuur verantwoordelijk is. Richtlijn daarbij is dat de minder complexe en/of minder risicovolle projecten tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur behoren. Als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving niet gemandateerd worden, dan zijn de bevoegdheden genoemd in de onderdelen B.12 tot en met B.17 ook niet gemandateerd. Mandaat geldt niet als de vergunningverlening betrekking heeft op tunnels.
  136. B.1 doen van een kennisgeving van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden art. 1.3.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  137. B.2 plegen van vooroverleg art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  138. B.3 plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een wijzigingsplan art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  139. B.4 plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een uitwerkingsplan art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  140. B.5 besluiten tot het stellen van nadere eisen art. 3.6, lid 1, aanhef en onder d en lid 4 Wet 6ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  141. B.6 beslissen tot het toepassen van de coördinatie-regeling art. 3.30, lid 2 en lid 3 en art. 3.31 Wet ruimtelijke ordening college soort overdracht is afhankelijk van en volgt de bevoegdheid van de te coördineren bevoegdheden Voor zover een van de te coördineren besluiten een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan betreft, heeft mandaat uitsluitend betrekking op:
  142. de beslissing om de coördinatieregeling toe te passen
  143. beslissingen en handelingen die samenvallen/samen-lopen met beslissingen in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan, wijzigings- en uitwerkingsplan Afdelingshoofd Teamleider
  144. B.7 beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergoeding voor planschade (incl. sluiten van een overeenkomst) art. 6.1 (m.u.v. het bepaalde onder lid 2, aanhef en onder a) en 6.4a Wet ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.1 en 6.1.3.2 Besluit ruimtelijke ordening college mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is Afdelingshoofd Teamleider
  145. B.8 verbinden voorschriften exploitatie-bijdrage aan omgevings-vergunning en stellen termijn exploitatie-bijdrage art. 6.17 Wet ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  146. B.9 stilleggen bouw bij niet voldoen betalen exploitatie-bijdrage art. 6.21, lid 1, Wet ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  147. B.10 invorderen exploitatie-bijdrage bij dwangbevel art. 6.21, lid 2, Wet ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  148. B.11 geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevings-vergunning bij niet betalen van exploitatie-bijdrage art. 6.21, lid 3, Wet ruimtelijke ordening college Afdelingshoofd Teamleider
  149. B.12 het opnemen van de in artikel 6.24 Wro genoemde bepalingen in (anterieure en posterieure) overeenkomsten; het publiceren van de kennisgeving van de overeenkomst; het ter inzage leggen van een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst art. 6.24 Wet ruimtelijke ordening en art. 6.2.12 Besluit ruimtelijke ordening college en burgemeester Afdelingshoofd Teamleider Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel
  150. Monumenten en Archeologie Algemene beperking op grond van de verordening: als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving bij het college blijven, dan blijven de bevoegdheden genoemd in dit onderdeel ook bij het college.
  151. E.6 bepalen dat een beschrijving wordt opgesteld van het beoogde aan te wijzen gemeentelijk monument art. 3, lid 4, Erfgoed-verordening Amsterdam college Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie.
  152. E.7 bepalen dat een gemeentelijk monument gedocumenteerd moet worden art. 9, lid 5, Erfgoed-verordening Amsterdam college Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie.
  153. E.8 beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van nadeelcompensatie art. 25 Erfgoed- verordening Amsterdam college Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie.
  154. E.9 registreren van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten op de lijst van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten art. 17 Erfgoed- verordening Amsterdam college Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie.
  155. E.10 reageren op een voornemen tot aanwijzing van stads- en dorpsgezichten als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht of wijziging van een aanwijzing als gemeentelijk stads- en dorpsgezicht art. 16 en 18 Erfgoedverordening Amsterdam Raad het college vraagt het DB daarbij om advies Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie.
  156. E.11 het nemen van een selectiebesluit conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie art. 24, lid 1, Erfgoedverordening Amsterdam college deze taak wordt door het bevoegd gezag door-gemandateerd aan het afdelingshoofd Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie van de directie R&D stelt vast of een archeologisch rapport (artikel 39, lid 2 van de Monumentenwet) voldoet aan de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van het team Archeologie van de afdeling Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie stelt aan de hand van een archeologisch rapport ook het selectiebesluit op Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie.
  157. E.12 het vaststellen van een programma van eisen conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie art. 24, lid 3, Erfgoedverordening Amsterdam college deze taak wordt door het bevoegd gezag door- gemandateerd aan het afdelingshoofd Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie van de directie R&D stelt vast of een archeologisch rapport (artikel 39, lid 2 van de Monumentenwet) voldoet aan de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het Kwaliteitshandboek van het team Archeologie van de afdeling Monumenten en Archeologie. De afdeling Monumenten en Archeologie stelt aan de hand van een archeologisch rapport ook het selectiebesluit op Afdelingshoofd en teamleiders Bureau Monumenten en Archeologie. Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel
  158. Milieu (VTH) Algemene beperking op grond van de verordening:als sprake is van een inrichting waarvoor op 1 januari 2013 een vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, van de Wabo, worden de bevoegdheden tot het beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning niet gemandateerd.
  159. H.2 alle voorbereidings-besluiten en –handelingen ten behoeve van het vaststellen van hogere geluidwaarden art. 45 e.v, art. 55, lid 4, art. 110a t/m art. 110c Wet geluidhinder college mandaat voor het voorbereiden van besluit hogere waarden volgt de bevoegdheidsverdeling van de besluiten waarop voor het besluit hogere waarde ziet Afdelingshoofd Teamleider
  160. H.4 voorbereiden en opstellen van milieueffecten-beoordelingen en besluit betreffende (aanmeld)notitie vormvrije mer-beoordeling art. 7.2, lid 1 onder b en 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en Besluit milieu-effecten-rapportage college bevoegd gezag hangt af van besluit waarvoor de al dan niet vormvrije beoordeling van de milieu-effectenrapportage wordt verricht mandaat tot het voorbereiden van de al dan niet vormvrije beoordeling van de milieu-effectenrapportage volgt de bevoegdheidsverdeling van het besluit waarvoor de beoordeling van de milieu-effectenrapportage wordt opgesteld Afdelingshoofd Teamleider
  161. H.5 voorbereiden en opstellen van het milieu-effecten-rapportage art. 7.2, 7.2a, 7.7, 7.16 t/m 7.19, 7.22, 7.24, 7.25, 7.27 Wet milieubeheer en Besluit milieu- effecten rapportage college bevoegd gezag: hangt af van besluit waarvoor milieueffecten-rapportage wordt opgesteld mandaat van de voorbereiding van het milieueffecten-rapportage: volgt de bevoegdheidsverdeling van het besluit waarvoor het milieu-effectenrapportage wordt opgesteld mandaat ziet niet op het advies omtrent reikwijdte en detailniveau van de informatie ten behoeve van een milieu-effecten-rapportage als bedoeld in art. 7.24, lid 2 en 3, art .7.27, lid 2, Wet milieubeheer Afdelingshoofd Teamleider
  162. H.6 uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van het Activiteiten-besluit milieubeheer en de Activiteiten-regeling milieubeheer Activiteiten-besluit milieu-beheer en Activiteiten-regeling milieu-beheer college mandaat heeft uitsluitend betrekking op inrichtingen:
  163. waarvoor op 1 januari 2013 geen vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo, en
  164. waarbij geen sprake is van een vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder i, Wabo, waarbij het college bevoegd is op grond van de onder
  165. van dit hoofdstuk genoemde algemene beperking Afdelingshoofd Teamleider
  166. H.7 uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 8, 10, 17, 19 van de Wet milieubeheer (Wm) gestelde regels Wet milieu-beheer college voor zover de taken en bevoegdheden betrekking hebben op inrichtingen, heeft het mandaat uitsluitend betrekking op inrichtingen:
  167. waarvoor op 1 januari 2013 geen vergunning benodigd is op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e, Wabo, en
  168. waarbij geen sprake is van vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo, waarbij het college bevoegd is op grond van de onder
  169. van dit hoofdstuk genoemde algemene beperking Afdelingshoofd Teamleider
  170. H.8 uitoefenen van bevoegdheden en uitvoeren van taken op grond van het Besluit lozen buiten inrichtingen Besluit lozen buiten inrichtingen college met uitzondering van bevoegdheden en taken die betrekking hebben op:
  171. het lozen van grondwater bij bodemsaneringen en proefboringen als bedoeld in artikel 3.1;
  172. het lozen van grondwater bij ontwateringen als bedoeld in artikel 3.2 Afdelingshoofd Teamleider
  173. W.1 uitvoeren Algemene Subsidie-verordening Amsterdam 2023 en titel 4.2 Awb binnen taken, bevoegdheden en budgetten bestuurs-commissies Algemene Subsidie-verordening Amsterdam 2023 en titel 4.2 Awb college Afdelingshoofd Teamleider
  174. W.2 uitvoeren van subsidie-regelingen diverse subsidie-regelingen college mandaat geldt alleen als uit beleidskaders blijkt dat het dagelijks bestuur een uitvoerende rol heeft bij de betreffende subsidieregeling Afdelingshoofd Teamleider Algemene bepalingen en beperkingen onderdeel
  175. Omgevingswet De Algemene bepalingen en beperkingen, zoals genoemd bovenaan dit ondermandatenregister zijn onverminderd van toepassing. In aanvulling daarop gelden voor onderdeel 24 de navolgende algemene bepalingen en beperkingen. Algemene beperkingen op grond van de verordening: Het mandaat geldt niet voor: bevoegdheden bedoeld in artikel 13.12, in de gevallen zoals genoemd in bijlage VI bij artikel 13.12, lid 1 van het Omgevingsbesluit (Basistakenpakket omgevingsdienst), welke taken en bevoegdheden aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) zijn gemandateerd; taken en bevoegdheden die betrekking hebben op de realisatie van ondergrondse infrastructuur voor wegverkeer, trein, tram en metro met een langste omsloten lengte van meer dan 250 meter waaronder in ieder geval begrepen de taken en bevoegdheden krachtens de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels; taken en bevoegdheden die op grond van het document “Afspraken taak- en bevoegdheidsverdeling plustaken OD/VTH Stadsdelen " bij de OD zijn belegd; bevoegdheden betreffende de wijziging van het omgevingsplan en daarmee samenhangende besluiten in gebieden die op kaart in bijlage A behorende bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 zijn aangewezen als stedelijke gebieden, projecten en belangen; VTH-taken en bevoegdheden (waaronder ook meldingen, maatwerk ed. behoren) in de gearceerde gebieden op kaart C behorende bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam
  176. Binnen deze gearceerde gebieden blijven de VTH-taken en bevoegdheden t.a.v. de navolgende activiteiten altijd bij het stadsdeel/stadsgebied: een horeca-activiteit, niet zijnde de bouw of gebruiksactiviteit, of milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 22.3 Omgevingsplan (bruidsschat milieu); een reclame activiteit, niet zijnde de bouw of gebruiksactiviteit; activiteiten die zien op woonboten en bedrijfsvaartuigen; overige activiteiten die beschreven zijn in de "Afspraken taken en bevoegdheidsverdeling plustaken OD/VTH stadsdelen”. AA
  177. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunning, melding en maatwerkvoorschrift
  178. AA1.f. het van toepassing verklaren afd. 3.4 Algemene wet bestuursrecht art. 16.65 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  179. AA1.g. het gelegenheid bieden tot het inzien van milieustukken art. 16.67 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  180. AA1.h. het besluiten betreffende het treffen van geluidwerende maatregelen aan gebouwen art. 2.43 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  181. AA1.n. het besluiten tot coördinatie van besluitvorming en rechtsbescherming art. 16.8 Omgevingswet jo. art. 3:21, lid 1, onder b, Awb college Afdelingshoofd Teamleider AA
  182. Omgevingsplan
  183. AA6.a. het kennisgeven van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen incl. aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken art. 16.29 Omgevingswet jo. art. 10.2 Omgevingsbesluit college Afdelingshoofd Teamleider AA
  184. Gedoogplichten
  185. AA
  186. a. het opleggen van een gedoogplicht in het belang van archeologisch onderzoek art. 10.11, art. 10.19, lid 2, Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider AA
  187. Financiële bepalingen (kostenverhaal en financiële zekerheid)
  188. AA
  189. b. het aangaan van een overeenkomst voor kostenverhaal art. 13.13 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  190. AA
  191. g. het kennisgeven van een overeenkomst kostenverhaal art. 16.138 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  192. AA
  193. h. het afzien van het verhalen van kosten art. 13.11, tweede lid, Omgevingswet ko. 8.14 Omgevingsbesluit college Afdelingshoofd Teamleider AA
  194. Schade
  195. AA
  196. a. het toekennen van nadeelcompensatie art. 15.1, lid 1, onder d, i, j, k, m, n en o en lid 2, Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  197. AA
  198. b. het toekennen van nadeelcompensatie m.b.t raadsbesluit art. 15.8 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  199. AA
  200. c. het besluiten tot overdracht van de bevoegdheid van een ander bestuursorgaan om te beslissen op verzoek om nadeelcompensatie, dan wel het instemmen met een verzoek daartoe art. 15.8, lid 3, Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  201. AA
  202. d. het sluiten van een schadeverhaals-overeenkomst art. 13.3c Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  203. AA
  204. f. het beslissen over een verzoek om nadeelcompensatie art. 4:126 Awb college Afdelingshoofd Teamleider
  205. AA
  206. g. het aanwijzen van adviseurs met betrekking tot de aanvraag nadeelcompensatie art. 4 Verordening nadeel-compensatie Amsterdam 2022 college Afdelingshoofd Teamleider
  207. AA
  208. i. de bevoegdheid tot het verlenen v/e voorschot op de nadeelcompensatie art. 7 Verordening nadeel-compensatie Amsterdam 2022 college Afdelingshoofd Teamleider AA
  209. Milieueffectrapportage (m.e.r.)
  210. AA
  211. a. het beoordelen of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten art. 16.43, lid 2, Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  212. AA10.b. het op verzoek uitbrengen van advies over reikwijdte en detailniveau art. 16.46 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  213. AA10.c. het vragen van advies aan de Commissie mer art.16.47 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider
  214. AA10.e. het opnemen van het resultaat van de plan-mer-beoordeling in een (ontwerp) plan of programma art.11.1 Omgevingsbesluit college Afdelingshoofd Teamleider
  215. AA10.f. het monitoren van milieueffecten van plan of programma art.11.5 Omgevingsbesluit college Afdelingshoofd Teamleider AA
  216. Bevoegdheden in bijzondere omstandigheden
  217. AA12.b. het verstrekken van gegevens en treffen van maatregelen bij een archeologische toevalsvondst art.19.2 Omgevingswet college Afdelingshoofd Teamleider Toelichting Algemeen deel Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen. Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de artikelen 10:6, 10:7 en 10:8 de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken. In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Enkel de directeur kan dat doen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit. Artikelsgewijze toelichting Artikel 3 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam Leden 1 en 2 In bijlage 1 is de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ overgenomen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is. Hetzelfde geldt voor hetgeen bepaald is onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ bovenaan het ondermandatenregister. Hierin zijn de volgende onderdelen uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam overgenomen: Bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 2 (Vergunningverlening) en paragraaf 3 (verstrekking en aanvraag van subsidies. Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn. Als in de laatste kolom een specifieke afdeling wordt genoemd, wordt alleen aan het afdelingshoofd en teamleiders van die specifieke afdeling onder gemandateerd. Als gesproken wordt van afdelingshoofd en teamleider dan worden alle afdelingshoofden en teamleiders binnen de directie bedoeld. Artikel 4 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied In bijlage 2 onder de ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 2 en 4, zijn de volgende onderdelen uit de bijlage bij de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied deels verwerkt: onder ‘Algemene bepalingen en beperkingen’, onderdelen 1, 3 en
  218. De onderdelen 1, 2 en 4 van de Algemene bepalingen en beperkingen van dit besluit bevatten daardoor geen volledig nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud deels al in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied is bepaald. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Hetzelfde geldt voor de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van de verordening en de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied’, waarvan de inhoud ook al bepaald is in de algemene mandaatbesluiten van de stadsdelen en het stadsgebied. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is. Als in de bijlage in de laatste kolom geen gemandateerden zijn opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren binnen een directie bevoegd zijn. Als in de laatste kolom een specifieke afdeling wordt genoemd, wordt alleen aan het afdelingshoofd en teamleiders van die specifieke afdeling onder gemandateerd. Als gesproken wordt van afdelingshoofd en teamleider dan worden alle afdelingshoofden en teamleiders binnen de directie bedoeld. Artikel 5 Vervangingsregeling De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde, vierde of vijfde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede, dan wel die bedoeld in het derde of vierde lid, weer aanwezig is. Zoals bepaald in artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingsmanagers en teammanagers in het geval van afwezigheid een andere afdelingsmanager respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als vervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis. Artikel 7 intrekken eerder mandaatbesluit. Het oude mandaatbesluit was erg gedateerd wordt vervangen door het huidige besluit. Voor de latere toevoeging van het Bureau Monumenten en Archeologie bij R&D is een separaat mandaatbesluit opgesteld. Dit mandaatbesluit is verwerkt in het voorliggende besluit, waardoor er geen apart mandaatbesluit meer nodig is. Artikel 8 Inwerkingtreding De inwerkingtreding van dit nieuwe ondermandaatbesluit is 1 januari 2026 omdat vanaf dat moment de directie start in een nieuwe organisatiestructuur.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.