Verordening op de heffing en de invordering van Hondenbelasting 2026De raad van de gemeente Veenendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4-11-2025, dossiernummer 1622, Overwegende dat in de Programmabegroting 2026 is voorgesteld de tarieven aan te passen; Gelet op het bepaalde in artikel 226 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen Verordening op de heffing en de invordering van Hondenbelasting 2026 (Verordening Hondenbelasting 2026) Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: GBLT: het openbaar lichaam GBLT (Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn). Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van één of meerdere honden binnen de gemeente. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtige is de houder van een hond. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door het lid van dat huishouden dat daartoe door de ambtenaar belast met heffing wordt aangewezen. Artikel4Vrijstellingen In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven voor honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als politiehond en waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel6Belastingtarieven De belasting bedraagt per belastingjaar: voor een de eerste hond € 113,40; voor iedere volgende hond € 165,
- In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 293,
- Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Aangifte hond en afmelden Met betrekking tot de hondenbelasting wordt de uitnodiging tot het doen van aangifte gedaan door: Het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; Het uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin wordt verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld in het derde lid, onderdeel b. Op verzoek van degene die op de wijze, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is uitgenodigd tot het doen van aangifte, wordt door de ambtenaar belast met heffing een aangiftebiljet als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, toegezonden of uitgereikt. Aangifte wordt gedaan door: Het inleveren of toezenden van het uitgereikte aangiftebiljet met de eventueel daarbij gevraagde bescheiden; Het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende programmatuur gevraagde gegevens. Met betrekking tot de hondenbelasting wordt de afmelding van het aantal honden gedaan, door de ambtenaar belast met heffing te verzoeken een afmeldingsformulier toe te zenden of uit te reiken. Afmelden wordt gedaan door: Het inleveren of toezenden van het uitgereikte afmeldingsformulier met de eventueel daarbij gevraagde bescheiden; Het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende programmatuur gevraagde gegevens. Indien het derde lid, onderdeel b of het vijfde lid, onderdeel b, toepassing vindt, worden de eventueel gevraagde bescheiden afzonderlijk ingeleverd of toegezonden. De via de programmatuur, bedoeld in het derde lid, onderdeel b of het vijfde lid, onderdeel b, toe te zenden dan wel in te leveren gegevens zijn inhoudelijk gelijk aan die welke toegezonden dan wel ingeleverd hadden moeten worden als voor de aangifte als bedoeld in het derde lid, onderdeel a of vijfde lid, onderdeel a. Artikel9Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar na aanvang van de belastingplicht, nog overblijft. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar na aanvang van de belastingplicht, nog overblijft, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder dan € 5,00 bedraagt. Indien het aantal honden meer dan één bedraagt en in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op vermindering voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar na vermindering, nog overblijft, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 5,
- De vermindering van de verschuldigde belasting vindt plaats in de volgende volgorde en niet op het totaal bedrag aan hondenbelasting: voor iedere hond boven het aantal van één en vervolgens op het tarief voor één hond. Indien de belastingplicht eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, na dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing respectievelijk tot vermindering indienen bij de ambtenaar belast met de heffing. De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00 bedraagt. Artikel11Aanslaggrens De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00 bedraagt. Voor toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt. Artikel12Gecontinueerde belastingplicht Ten aanzien van de belastingplichtige aan wie over het vorige belastingjaar een aanslag werd opgelegd, wordt de belasting geheven naar hetzelfde aantal honden als waarnaar de aanslag over het vorige belastingjaar werd opgelegd, tenzij de belastingplichtige aantoont dat bedoeld aantal honden een wijziging heeft ondergaan, of blijkt dat de belastingplicht voor de aanvang van het belastingjaar is geëindigd. Artikel13Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, lid 1 van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van lid 1 van dit artikel worden belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog in diezelfde kalendermaand. In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 10,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel14Kwijtschelding Bij de invordering van hondenbelasting wordt alleen voor de eerste hond kwijtschelding verleend. Voor de tweede en volgende hond wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel15Nadere regels Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van hondenbelasting. Artikel16Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel De ‘Verordening hondenbelasting 2025’ van 12 december 2024 en alle daarop volgende wijzigingen van de Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2025 worden met ingang van de in lid 3 van dit artikel genoemde datum van ingang van de heffing ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing op grond van de verordening is 1 januari
- Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Hondenbelasting 2026’. Vastgesteld in de openbare vergadering van 11-12-2025.Peter van Vugtgriffier Gert-Jan Katsburgemeester