Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Kapelle 2026De gemeenteraad van de gemeente Kapelle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 december 2025, nummer D25.343470; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Kapelle 2026 Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.Voor de belasting als bedoeld in het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid wordt voor niet-woningen geheven naar de waarde in het economische verkeer van het perceel waarbij geldt dat: als het perceel een onroerende zaak is, de waarde in het economisch verkeer gelijk is aan de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet Waardering onroerende zaken voor die onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt; als voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, de heffingsmaatstaf van dat perceel wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. 2.De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid wordt voor woningen geheven naar de samenstelling van het huishouden, met een onderscheid naar éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens, waarbij geldt dat de gegevens uit de basisregistratie personen aan het begin van het kalenderjaar of aan het begin van de belastingplicht leidend zijn tenzij anders blijkt. 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor niet-woningen, die bestaan uit een woninggedeelte en een niet-woninggedeelte, in geval er vanuit het niet-woninggedeelte geen water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, geheven als ware het een woning als bedoeld in het tweede lid. 4.Indien er in de basisregistratie personen geen personen op het in artikel 3 lid 1 genoemde perceel staan ingeschreven voor woningen is het onder artikel 6 lid 1 genoemde tarief van toepassing. Artikel6Belastingtarieven 1.De belasting per jaar bedraagt per perceel dat in hoofdzaak tot woning dient en welke op 1 januari wordt gebruikt door één persoon, € 249,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.