← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026 (Veenendaal)

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026De raad van de gemeente Veenendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4-11-2025, dossiernummer 1622, Overwegende dat in de Programmabegroting 2026 is voorgesteld de tarieven aan te passen; Gelet op het bepaalde in artikel 224 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026 (Verordening Toeristenbelasting 2026) Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: GBLT: het openbaar lichaam GBLT (Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn). Artikel2Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel

  1. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in de artikel
  2. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  3. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g en h, van de Vreemdelingenwet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Aangifte en maatstaf van heffing Om de maatstaf van heffing vast te stellen kan de ambtenaar belast met de heffing de belasting-plichtige conform artikel 3, eerste en derde lid, uitnodigen tot het doen van aangifte. Aangifte wordt gedaan door het volledig ingevulde uitgereikte aangiftebiljet met de eventueel daarbij gevraagde bescheiden in te leveren of toe te zenden aan de ambtenaar belast met de heffing. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel6Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting per persoon € 2,
  4. Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Wijze van heffing De heffing wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Aanmeldplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de ambtenaar belast met de heffing. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is. Artikel10Aanslaggrens De belasting wordt niet geheven, indien het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00 bedraagt. Voor toepassing van het eerste lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt. Artikel11Voorlopige aanslag Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Een voorlopige aanslag kan met inachtneming van het in het eerste lid bepaalde, door een of meer voorlopige aanslagen worden aangevuld. De voorlopige aanslagen worden met de aanslag verrekend. Artikel12Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, lid 1 van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, dan wel op één aanslagbiljet verenigde aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van lid 1 van dit artikel worden belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog in diezelfde kalendermaand. In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen. Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 10,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel13Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel14Nadere regels Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van toeristenbelasting. Artikel15Overgangsrecht en intrekking oude regeling De ‘Verordening toeristenbelasting 2025’ van 12 december 2024 en alle daarop volgende wijzigingen van de Verordening op de heffing en invordering van toeristbelasting 2016 worden met ingang van de in lid 3 van dit artikel genoemde datum van ingang van de heffing ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing op grond van de verordening is 1 januari
  5. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting 2026’. Vastgesteld in de openbare vergadering van 11-12-2025.Peter van Vugtgriffier Gert-Jan Katsburgemeester

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.