← Nederland

Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden (Hardinxveld-Giessendam)

Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 juli 1995, no. 2761; gelet op de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet, alsmede op de bepalingen van het Koninklijk besluit van 22 maart 1994, Stbl. 244; b e s l u i t vast te stellen de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden Artikel 1 Deze verordening verstaat onder:

  1. de leden van de raad : de leden van de raad die geen lid zijn van het college van burgemeester en wethouders;
  2. commissie : een commissie, genoemd in de bij deze verordening behorende bijlage;
  3. rechtspositiebesluit raads- : het Koninklijk besluit van 22 maart 1994, Stbl. 244 tot uitvoering en commissieleden van de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet, houdende regels betreffende de rechtspositie van raads- en commissieleden. Artikel 2 De leden van de raad ontvangen op jaarbasis een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ten bedrage van 100% van de bedragen, vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende tabel I, zoals die bedragen jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken zijn of worden vastgesteld. Artikel 3 1 De leden van de commissie die geen raadslid zijn, ontvangen per bijgewoonde vergadering van de commissie een vergoeding. 2 De hoogte van de vergoeding is gelijk aan 100% van het bedrag, vermeld in de bij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden behorende tabel II, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken is of wordt vastgesteld. 3 Artikel 6 van het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is van overeenkomstige toepassing. Artikel 4 In afwijking van hetgeen in het tweede lid, onder a. is vermeld, ontvangt de voorzitter van de Commissie voor de bezwaar- en beroepschriften 150% van het in artikel 3, lid 2 bedoelde bedrag. Artikel 5 De leden van de raad en de leden van een commissie, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van deze verordening, ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten, gemaakt in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente, conform het Reisbesluit binnenland en de daarop gebaseerde Reisregeling binnenland. Artikel 6 De in deze verordening bedoelde vergoedingen worden voor raadsleden na afloop van elke maand uitbetaald. Voor commissieleden geschiedt dit jaarlijks achteraf. Artikel 7 1 Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden". 2 Zij treedt in werking met ingang van 1 oktober
  4. 3 Met ingang van 1 oktober 1995 vervalt de "Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden", vastgesteld in de raad van 1 maart 1977 en gewijzigd bij besluiten van respectievelijk 28 april 1981 en 1 september 1993.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.