Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noord-Beveland, houdende regels omtrent de heffing en de invordering van haven-,lig- en losgelden Noord-Beveland 2026De raad van de gemeente Noord-Beveland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noord-Beveland, houdende regels omtrent de heffing en de invordering van haven-,lig- en losgelden Noord-Beveland 2026, citeertitel: “Verordening liggelden Colijnsplaat 2026 gemeente Noord-Beveland”. Artikel1Aard van de heffingen, belastbare feiten Overeenkomstig de volgende bepalingen van deze verordening worden in deze gemeente de navolgende rechten geheven: een havengeld, zijnde het recht dat wordt geheven voor het innemen van een ligplaats met een vaartuig, met uitzondering van pleziervaartuig en vissersschepen, in de haven; een liggeld, zijnde het recht dat wordt geheven voor het innemen van een ligplaats met een pleziervaartuig in de haven; een laad- en losloon ‘stukgoederen’, zijnde het recht dat wordt geheven voor het laden en lossen van stukgoederen, waarbij van de haven en kade gebruik wordt gemaakt; een opslagloon, zijnde het recht dat wordt geheven voor het opslaan van goederen op de kade; een losloon ‘vis’, zijnde het recht dat wordt geheven voor het lossen van vis, visachtigen en ongewervelden zoals kreeft, garnaal, inktvis en krab, die elders gemijnd worden, waarbij van de haven en kade gebruik wordt gemaakt. Artikel2Begripsbepalingen Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder: Algemene wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen van 2 juli 1959 (Stb. 301); Invorderingswet: de Invorderingswet 1990 (Stb. 221); Vaartuig: elk drijvend voorwerp dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende voorwerp één geheel uitmakende voorwerpen; Schip: alle vaartuigen, hoe dan ook genaamd en van welke aard dan ook, met uitzondering van vissersschepen, pleziervaartuigen, mosselverwaterschepen en een ponton; Vissersschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee, Pleziervaartuigen: een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip; Passagiersschip: een vaartuig, dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; Sportvissersvaartuig: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen ter beoefening van de vissport; Meetbrief: het document als bedoeld in artikel 4.1 van de Binnenvaartregeling; Tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel; Termijn: een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven plaats vindt: een dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uur beginnende op 0.00 uur; een week: een kalenderweek een maand: een kalendermaand; een kwartaal: een kalenderkwartaal; een jaar: een kalenderjaar; een nacht: een periode van zonsondergang tot zonsopgang daaraanvolgend. Haven en kade: de haven en kade in Colijnsplaat, welke in eigendom aan de gemeente toebehoren, c.q. bij de gemeente in beheer zijn. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig voor de heffing van het haven- en liggeld, het laad- en losloon ‘stukgoederen’ en het losloon ‘vis’ is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd, of degene die als vertegenwoordiger van één van deze optreedt. 2.Belastingplichtige voor de heffing van het opslagloon is de afzender van de goederen. Artikel4Heffingsgrondslagen 1.Grondslagen voor de berekening van het haven- en liggeld zijn: de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters; de lengte van het vaartuig, uitgedrukt in meters, zoals deze blijken uit de meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld; het wateroppervlak van een ligplaats, uitgegeven aan de op de kaden gevestigde bedrijven voor bedrijfsdoeleinden, uitgedrukt in vierkante meters. 2.Grondslag voor de berekening van het laad- en losloon ‘stukgoederen’ is de hoeveelheid goederen uitgedrukt per 1.000 liter, per 1.000 kilogram of per kubieke meter. 3.Grondslag voor de berekening van het opslagloon is de hoeveelheid goederen uitgedrukt per vierkante meter. 4.Grondslag voor de berekening van het losloon ‘vis’ is een vast bedrag per keer voor het aanmeren voor het lossen van vis, visachtigen en ongewervelden zoals kreeft, garnaal, inktvis en krab, die elders gemijnd worden. Artikel5Tarieven De rechten als genoemd in artikel 1 worden geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de tabel, zulks met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en van het bepaalde in artikel 6. Artikel6Tarieftoepassing Voor de toepassing van de tarieven: wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en de grootste breedte, mits deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; wordt de lengte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles, zoals die blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; wordt, in afwijking van het in de onderdelen a. en b. bepaalde, de grootste breedte en/of de lengte over alles ambtshalve vastgesteld indien de in de onderdelen a. en b. bedoelde meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt; wordt een gedeelte van een eenheid van inhoud, van oppervlakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend; wordt een gedeelte van een nacht, dag, maand of kwartaal voor een gehele gerekend; wordt het te betalen bedrag aan haven- of liggeld, laad- en losloon ‘stukgoederen’, losloon ‘vis’ of opslagloon op gehele euro's naar beneden afgerond. Artikel7Wijze van heffing 1.De rechten als genoemd in artikel 1 worden, voor zover er sprake is van een maand-, kwartaal- of jaarabonnement zoals is aangegeven in de tabel, geheven bij wege van aanslag. 2.De overige rechten worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt verstaan een nota of andere schriftuur. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld 1.Het haven- of liggeld is verschuldigd zodra het gebruik van de haven begint. 2.In afwijking van het bepaalde onder lid 1, wordt het haven- of liggeld bij wijze van abonnement geacht te zijn ingegaan op de eerste dag van het tijdvak waarop het abonnement betrekking heeft. 3.Het laad- en losloon ‘stukgoederen’ en het losloon ‘vis’ is verschuldigd zodra het laden of lossen heeft plaatsgevonden. 4.Het opslagloon is verschuldigd zodra de opslag is geëindigd, doch er zal na afsluiten van een kalenderjaar een verrekening plaatsvinden van ingenomen oppervlakte indien de opslag voortduurt. 5.Voor een dagdeel minder dan vier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.